Bijlage 5 - Rapport "Kwantitatieve analyse ritdata Avan" d.d. 01-12-2020
Tekst van het document
Deelrapportage Kwantitatieve analyse Wmo-ritten 2019
Vervoersorganisatie Regio Arnhem Nijmegen
Datum: 01-12-2020 Versie: DEFINITIEF Referentie: 19099
Deelrapportage Kwantitatieve analyse Wmo-ritten 2019 Datum: 01-12-2020 Versie: DEFINITIEF Onze referentie:19099 Auteurs: Maarten van Setten Michel Hartemink Roanne van de Wijgaart
Vervoersorganisatie Regio Arnhem Nijmegen
Moventem BV T 0575 84 3738 E info@moventem.nl W www.moventem.nl Moventem werkt conform de Gedragscode voor Onderzoek & Statistiek van de Nederlandse Marktonderzoek Associatie (MOA) en mag het Fair Data Keurmerk voeren, waarmee wordt aangetoond dat op verantwoorde wijze met data en persoonsgegevens wordt omgaan. Tevens is Moventem aangesloten bij de Europese Vereniging voor Marktonderzoek (ESOMAR) en wordt voldaan aan de Internationale Code voor Markt- en sociaalwetenschappelijk onderzoek. Dit rapport is met grote zorg samengesteld. Desondanks kan het voorkomen dat informatie fout en/of onvolledig is. Moventem is niet aansprakelijk voor enige directe of indirecte schade die zou kunnen ontstaan door het gebruik van de aangeboden informatie.
2
Inhoudsopgave
Inleiding Aanleiding en onderzoeksopzet Deelrapportage
Pagina 4 Pagina 5 Pagina 6
Resultaten
Pagina 7
Bijlagen Bijlage I – Aanvullende resultaten OV scan
Pagina 22 Pagina 23
3
Inleiding
4
Aanleiding en onderzoeksopzet Aanleiding De verwachting is dat de kosten voor het vraagafhankelijke vervoer de komende jaren toenemen. De Vervoersorganisatie Regio Arnhem Nijmegen (BVO DRAN) wil daarom zo breed mogelijk input ophalen om gerichte en gedragen aanpassingen te kunnen adviseren en/of doorvoeren om het vraagafhankelijke Wmovervoerssysteem in de regio Arnhem Nijmegen ook in de toekomst betaalbaar te houden. Moventem doet in verschillende fasen onderzoek om het draagvlak en de acceptatie van deze aanpassingen te verkennen. De centrale vraagstelling van het onderzoek is: “Welke maatregelen dragen het meest bij aan een gezonde balans tussen kostenreductie-/ beheersing én behoud van een passend voorzieningenniveau?”
Onderzoeksopzet Het onderzoek richt zich op het vraagafhankelijke Wmo-vervoer van Avan in de contractperiode vanaf augustus 2020 en bestaat uit de volgende fasen: FASE 1 – Ophalen In deze fase wordt in kaart gebracht welke informatie beschikbaar is en wordt opgehaald hoe verschillende stakeholders aankijken tegen de ontwikkeling van de kosten voor het Wmo-vervoer. Hierbij zijn gesprekken gevoerd met de 4 nieuwe vervoerders (Willemsen de Koning, Citax, Haars groep, Munckhof), het callcenter (DVG) en de Regionale Adviesraad Doelgroepenvervoer (RAD). Tevens is een online enquête uitgevoerd onder de Wmo-consulenten/ Wijkcoaches en contactambtenaren/leidinggevenden binnen de deelnemende gemeenten. Belangrijk onderdeel in beide onderzoeken was het toetsen van de acceptatie, wenselijkheid, haalbaarheid en toegevoegde waarde van een aantal kostenbesparende/ - beheersende maatregelen. FASE II – Analyseren Op basis van de ritgegevens worden kwantitatieve analyses uitgevoerd die de effecten van de maatregelen in kaart brengen. FASE III – Toetsen In de toetsingsfase worden de ideeën tijdens een brainstorm-sessie voorgelegd aan de contactambtenaren van de deelnemende gemeenten. Tevens is een kwantitatieve enquête uitgevoerd onder de actieve pashouders om het draagvlak onder deze doelgroep te toetsen.
FASE IV – Adviseren Tot slot worden de uitkomsten van de voorgaande fasen gebundeld in een adviesnotitie met een overzicht van de meest gedragen, kansrijke, haalbare en reële maatregelen die bij kunnen dragen aan beter beheersbare kosten en/of een kostenreductie.
5
Aanleiding en onderzoeksopzet Deelrapportage In deze deelrapportage worden de resultaten van de kwantitatieve analyse van de ritgegevens (deelonderzoek Fase II) teruggekoppeld. Deze rapportage geeft de uitkomsten weer van een onderzoek dat deel uitmaakt van een bredere studie waarmee de beschreven hoofdvraag wordt beantwoord. De resultaten die in deze deelrapportage worden beschreven moeten in samenhang worden gezien met de uitkomsten van de andere deelonderzoeken. Voor een integraal antwoord op de hoofdvraag verwijzen wij naar het Syntheserapport.
6
Resultaten
7
Onderzoeksopzet In opdracht van Avan heeft Moventem op basis van de ritgegevens van 2019 een kwantitatieve analyse uitgevoerd. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in de effecten van de maatregelen. De resultaten van dit deelonderzoek worden in het voorliggende document beschreven middels teksten, diagrammen en tabellen. Per maatregel wordt beschreven hoe de analyse is uitgevoerd, welk deel van de ritten en pashouders is meegenomen in de analyse en waar rekening mee moet worden gehouden bij de interpretatie van de uitkomsten. Voor de maatregelen die betrekking hebben op het reguliere openbaar vervoer (bindend OV-advies en standaard beginnen met OV-training voor reizigers) is een OV scan gedaan. De onderzoeksopzet hiervan wordt beschreven op de volgende pagina.
8
Onderzoeksopzet OV scan Macro analyse op alle ritten Op basis van het rittenbestand van 2019 is in kaart gebracht in hoeverre het OV een alternatief zou zijn geweest voor de geplande Wmo-ritten. Hierbij hebben we de criteria gevolgd zoals die worden gehanteerd bij het geven van een OV-advies: 1. Loopafstand van en naar de halte maximaal 500 meter (aan herkomst- en bestemmingszijde) 2. Niet meer dan 1 overstap nodig 3. Vertrektijd van OV-alternatief valt binnen -15 en +45 minuten t.o.v. de gewenste vertrektijd 4. Reistijd met OV mag maximaal rechtstreekse reistijd +30 minuten zijn De analyses zijn uitgevoerd op de ritten zonder aanvullende indicaties: rolstoel, elektrische rolstoel, scootmobiel, taxi, kamer-tot-kamer en individueel vervoer. In totaal waren dit 390.273 ritten. Hierdoor levert de analyse een reële (maar voorzichtige) inschatting op van de mate waarin het OV een alternatief is.
Macro analyse op alle ritten
OV-check op steekproefritten
Voor deze analyse is gebruikgemaakt van de (geanonimiseerde) data van de uitgevoerde en loosgemelde ritten uit 2019. Op basis van locatiegegevens van de OV-haltes en de GPS-coördinaten van de herkomst- en bestemmingsadressen zijn de loopafstanden van adres naar de dichtstbijzijnde OV-halte(s) bepaald. Daarbij zijn alle haltes die binnen een hemelsbrede straal van 500 meter liggen meegenomen. Vervolgens is van de betreffende haltes nagegaan welke lijnen per oktober 2020 de betreffende haltes aandoen. Op basis hiervan is bepaald of de rit al dan niet met een overstap als OV-reis gemaakt kan worden. Rechtstreeks reizen is als eerste optie gezien. Zijn er meerdere mogelijkheden om direct te reizen vanaf en/of naar verschillende haltes dan is de mogelijkheid gekozen met totaal de kortste loopafstand. Is een directe reis niet mogelijk dan is per adres de halte met de kortste loopafstand gekozen. Met deze analyse is van alle gemaakte ritten in kaart gebracht of wordt voldaan aan het 1e en 2e criterium (loopafstand en directe reis).
We hebben een aselecte steekproef getrokken van 30.000 ritten. Voor deze ritten is een OV-advies opgevraagd bij 9292. Hierbij is getoetst op de dienstregeling in de periode tussen 09-10-2020 en 15-10-2020, gebaseerd op de weekdag van de oorspronkelijke datum. Per rit levert 9292 maximaal 10 reisadviezen. Deze hebben wij vervolgens getoetst op de eerdere genoemde criteria van het geldende OV-advies. Met Easy Travel hebben wij de directe reistijd met een auto bepaald op basis van de postcodes van de herkomsten bestemmingsadressen. Indien meer reisadviezen binnen de criteria vallen, hebben wij de meest geschikte reis gekozen aan de hand van de volgende rangorde: 1) minste aantal overstappen; 2) kortste looptijd naar/van halte; 3) kortste reistijd. Vervolgens hebben we van de meest geschikte reis de loopafstanden naar de haltes bepaald, omdat 9292 alleen informatie verstrekt over looptijd.
9
Maatregel 1 - Toeslag bij kort van tevoren reserveren Op dit moment kan tot 1 uur van tevoren een rit geboekt worden (de vooraanmeldtijd). Het voorstel is de vooraanmeldtijd te verlengen naar minimaal 3 uur. Een kortere vooraanmeldtijd blijft mogelijk, maar dan wordt een toeslag in rekening gebracht.
Hoe ver van tevoren is de rit gereserveerd? (n=508.343)
6% 19%
Tussen de 0 en 1 uur
Tussen de 1 en 3 uur 75%
Langer dan 3 uur
Analyse: In deze analyse zijn alleen de gereden Wmo-ritten meegenomen. De loosmeldingen zijn niet meegenomen, omdat de pashouder achteraf betaalt waardoor een eventuele toeslag bij de loosmelding dus niet wordt betaald. Er wordt uitgegaan van een toeslag van €0,95 (instaptarief 2019) . Opbrengsten: Het aantal Wmo-ritten dat tussen de 1 en 3 uur van tevoren wordt geboekt en daadwerkelijk wordt gereden is 95.398 (18,6%). Het aantal Wmo-ritten dat tussen de 0 en 3 uur van tevoren wordt geboekt en daadwerkelijk gereden wordt is 126.151 (24,2%). De aanvullende reizigersbijdrage in 2019 bij een toeslag van €0,95 zou tussen €90.628,- en €119.843,- (95.398 * €0,95 en 126.151 * €0,95) bedragen. Het aantal unieke Wmo-pashouders dat weleens een rit boekt tussen de 0 en 3 uur van tevoren is 10.629. Deze maatregel bereikt dus 73,3% actieve Wmo-pashouders. Let op: Bij de ritten die korter dan 1 uur zijn gereserveerd kan het zijn dat het loosgemelde ritten waren waarbij de reiziger een half uur later is opgehaald. Het is niet duidelijk aan wie de loosmelding heeft gelegen. Hierdoor kunnen we voor de ritten korter dan 1 uur niet aangeven of dat tot een toeslag zou hebben geleid. Vandaar dat we gebruik maken van een bandbreedte. Ook is er geen rekening gehouden met de effecten van deze maatregel.
10
Maatregel 2 - Verruimen van de ophaalmarges Op dit moment wordt u 15 minuten voor of na de reserveringstijd opgehaald. Het voorstel is om deze margetijd te verruimen tot 30 minuten voor of na de reserveringstijd. Bij een reservering om 13:00 uur, kunt u dus worden opgehaald tussen 12.30 en 13.30 uur.
Valt de ophaaltijd binnen of buiten de toegestane ophaalmarges? (n=522.270)
2% Valt in 2019 binnen de gestelde ophaalmarges
18%
Zou binnen de ophaalmarges vallen wanneer die worden opgehoogd met 15 minuten 80%
Valt zowel in 2019 als bij invoering van deze maatregel buiten de ophaalmarges
Analyse: In deze analyse is berekend wat het verschil is tussen de afgesproken tijd en de voorrijtijd. Bij een verschil kleiner dan 15 minuten valt het binnen de toegestane ophaalmarge zoals het nu is. Wanneer het verschil tussen de 15 en 30 minuten is dan valt dit nu buiten de toegestane ophaaltijd, maar met invoering van deze maatregel zou dit binnen de toegestane tijd vallen. Wanneer het verschil meer dan 30 minuten is zal dit met de invoering van deze maatregel alsnog buiten de maximaal toegestane ophaalmarges vallen. In deze analyse zijn zowel de gereden als de loosgemelde Wmo-ritten meegenomen. Opbrengsten: In totaal vallen 104.348 ritten (20,0%) van alle Wmo-ritten momenteel buiten de toegestane ophaalmarge. Wanneer deze marges worden vergroot van 15 naar 30 minuten dan vallen nog maar 10.136 ritten (1,9%) buiten de toegestane ophaalmarge. Bij een verruiming van de ophaalmarge daalt het aantal ritten dat buiten de marge valt dus. Deze maatregel heeft effect op 18,5% van de uitgevoerde Wmo-ritten. Het gemiddeld aantal ritten per pashouder is 36 dus de pashouder merkt hier gemiddeld ongeveer 7 keer per jaar iets van (18%*36 ritten).
11
Maatregel 3 - Spitstarief Het voorstel is om de eigen bijdrage voor het reizen tijdens de spits te verhogen. De spitstijden zijn de tijden waarop veel wordt gereisd met Avan.
Hoe laat werd de rit gereden op doordeweekse dagen? (n=419.147) 10% 8% 6%
7%
10%
10% 9%
10%
7% 5%
5%
4% 3%
0%
3%
0%
2%
1%
0%
6.00 - 7.00 - 8.00 - 9.00 - 10.00 - 11.00 - 12.00 - 13.00 - 14.00 - 15.00 - 16.00 - 17.00 - 18.00 - 19.00 - 20.00 - 21.00 - 22.00 - 23.00 - 0.00 7.00 8.00 9.00 10.00 11.00 12.00 13.00 14.00 15.00 16.00 17.00 18.00 19.00 20.00 21.00 22.00 23.00 0.00 01.00 uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur uur Analyse: In deze analyse zijn bij het bepalen van de spitstijden van Avan Wmo- en OV-ritten meegenomen, zowel de gereden ritten als de loosmeldingen. Het gaat hierbij alleen om de ritten die op doordeweekse dagen zijn gemaakt. Bij het bepalen van de opbrengsten voor het spitstarief zijn alleen de gereden Wmo-ritten gebruikt. Opbrengsten: Op werkdagen (maandag t/m vrijdag) liggen de pieken in het Avan-vervoer op 12.00 tot 13.00 uur (41.330 ritten, 325.672 km), 13.00 tot 14.00 uur (43.377 ritten, 308.599 km), 14.00 tot 15.00 uur (38.493 ritten, 277.656 km), 15.00 tot 16.00 uur (43.168 ritten, 341.248 km) en 16.00 tot 17.00 uur (40.332 ritten, 300.717 km). Wanneer 12.00 tot 17.00 uur als spits wordt aangemerkt, dan gaat het om 206.700 ritten per jaar (200.786 uitgevoerd). Dit is 49,4% van het totaal aantal gereden ritten op werkdagen en 38% van het aantal gereden ritten in totaal, met 1.513.646 km. De aanvullende reizigersbijdrage is dan circa € 227.000,bij een spitstoeslag van 50% (200.786 * €0,95 + 1.513.646 * €0,17 * 0,5).
De hierboven gekozen spitstijden van tussen 12:00 uur en 17:00 uur zijn niet geheel realistisch, aangezien dan (te) veel van de flexibiliteit van de reizigers wordt gevraagd. In 2019 hebben 13.386 unieke pashouders gereisd in de piek tussen 12:00 en 17:00 uur. Dat is 92% van alle actieve pashouders. Let op: In deze berekening is geen rekening gehouden met minder spitsreizen als gevolg van het hogere tarief. Ook is hierbij geen rekening gehouden met de kosten voor aanvullende indicaties.
12
Maatregel 4 - Ondergrens toewijzing Wmo-pas Het voorstel is om alleen een Avan-vervoerspas te verstrekken wanneer er minimaal zes keer per jaar met Avan wordt gereisd.
Hoe vaak reizen de Wmo-pashouders? (n=14.505)
2,1% van het aantal ritten 28%
72%
Minder dan 6 keer per jaar
2,6% van het aantal kilometers
Meer dan 6 keer per jaar
Analyse: In deze analyse is berekend hoeveel Wmo-pashouders minder dan 6 keer per jaar reizen. Ook is gekeken naar het aantal kilometers dat deze pashouders rijden. Opbrengsten: Het aantal Wmo-pashouders dat minder dan 6 keer per jaar reist is 3.999 (28% van de actieve pashouders). Zij hebben in totaal 10.845 ritten gemaakt. Dit is 2,1% van het totaal aantal gereden ritten door Wmo-pashouders. In die 10.845 ritten is 105.248,3 kilometer (2,6% van het totaal aantal gereden kilometers) gereden. Gemiddeld is dit 9,7 kilometer per rit. Deze maatregel had in 2019 geleid tot circa €28.000,- minder aan reizigersbijdrage. Ervan uitgaande dat de reizigersbijdrage circa 15% van de kosten dekt die BVO DRAN maakt voor de uitvoering van de rit, bedraagt de besparing circa €187.000,-. De netto kostenbesparing is dan circa € 160.000,-. Uit de rapportage van het callcenter (DVG) blijkt dat er in totaal ongeveer 21.000 pashouders zijn (zowel actief als inactief). Deze maatregel zou dan betrekking hebben op 50,3% van het totaal aantal pashouders. Let op: In deze analyse zijn alleen de actieve pashouders (die minstens één keer in 2019 hebben gereisd) meegenomen. Er is geen rekening gehouden met de (kosten voor) aanvullende indicaties.
Voor de Wmo-pashouders die minder dan 6 keer per jaar met Avan reizen geldt dat: er voor 284 ritten een indicatie is afgegeven voor de taxi, er voor 0 ritten een indicatie is afgegeven voor de bus, er voor 170 ritten een indicatie is afgegeven dat de persoon voorin vervoerd moet worden, er voor 90 ritten een indicatie is afgegeven dat de persoon individueel vervoerd moet worden en er voor 261 ritten een ‘kamer-tot-kamer’ indicatie is afgegeven.
13
Maatregel 5 - ‘Bindend alternatief bij drukte In drukke periodes worden reizigers in overleg eerder of later ingepland dan gewenst.
Hoe laat werd de rit gereden op doordeweekse dagen? (n=419.147) 10%
10%
10% 10%
9% 8% 7%
7%
6% 5%
5% 4% 3%
3% 2% 1%
0%
0%
6.00 uur
7.00 uur
0% 8.00 uur
9.00 uur
10.00 uur
11.00 uur
12.00 uur
13.00 uur
14.00 uur
15.00 uur
16.00 uur
17.00 uur
18.00 uur
19.00 uur
20.00 uur
21.00 uur
22.00 uur
23.00 uur
0.00 uur
Analyse: Dit is dezelfde analyse die bij de maatregel ‘Spitstarief invoeren’ is uitgevoerd. Daarbij zijn Wmo- en OV-ritten meegenomen, zowel de gereden ritten als de loosmeldingen. Het gaat hierbij alleen om de ritten die op doordeweekse dagen zijn gemaakt. Bij het bepalen van de opbrengsten zijn alleen de gereden Wmo-ritten gebruikt. Opbrengsten: Op werkdagen (maandag t/m vrijdag) liggen de pieken in het Avan-vervoer op 12.00 tot 13.00 uur (41.330 ritten, 325.672 km), 13.00 tot 14.00 uur (43.377 ritten, 308.599 km), 14.00 tot 15.00 uur (38.493 ritten, 277.656 km), 15.00 tot 16.00 uur (43.168 ritten, 341.248 km) en 16.00 tot 17.00 uur (40.332 ritten, 300.717 km). Wanneer 12.00 tot 17.00 uur als spitstijd wordt gebruikt dan gaat het om 206.700 ritten per jaar. Daarvan worden er 200.786 daadwerkelijk gereden. Dit is 49,4% van het totaal aantal gereden ritten op werkdagen en 38% van het aantal gereden ritten in totaal. Deze ritten bedragen in totaal 1.513.646 km. Dit zijn de drukke ritten waar de maatregel invloed op heeft. In 2019 hebben 13.386 unieke pashouders gereisd in de piek tussen 12:00 en 17:00 uur. Dat is 92% van alle actieve pashouders.
14
Maatregel 6 - Bindend OV-advies op maat Het voorstel is om voor reizigers waarvoor het OV een reëel alternatief is, geen mogelijkheid te geven om ritten te boeken met de Avan-pas. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de reiziger.
% ritten waar OV alternatief is naar gemeenten TOTAAL
36%
64%
ARNHEM WESTERVOORT BERG EN DAL RHEDEN NIJMEGEN RENKUM LINGEWAARD HEUMEN DUIVEN BEUNINGEN MOOK EN MIDDELAAR WIJCHEN OVERBETUWE ZEVENAAR DRUTEN ROZENDAAL DOESBURG MONTFERLAND
54% 49% 41% 40% 38% 35% 32% 30% 28% 26% 25% 25% 18% 16% 15% 11% 11% 6%
46% 51% 59% 60% 62% 65% 68% 70% 72% 74% 75% 75% 82% 84% 85% 89% 89% 94%
0%
10%
20%
30%
OV = alternatief
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
OV ≠ alternatief
Analyse: In deze analyse is door middel van de OV scan onderzocht voor welk deel van de ritten het OV een reëel alternatief zou zijn geweest. Opbrengsten: In 2019 is bij Wmo-ritten geen OV advies gegeven. In 4.067 (0,8%) van de uitgevoerde Wmo-ritten is een OV-advies afgegeven aan de reisbegeleiders. Van de 30.000 ritten die zijn aangeboden aan 9292 is in 10.899 gevallen een passend OV-alternatief gevonden. Dus in 36,3% van de gevallen voldeed de rit aan alle criteria. Uit de steekproef blijkt dat er voor circa 140.000 ritten een OV-advies gegeven had kunnen worden.
15
Maatregel 7 - Maximale omrijtijd verhogen Op dit moment is de omrijtijd bij korte ritten maximaal 15 minuten en bij lange ritten maximaal 30 minuten. Het voorstel is om dit te verlengen naar respectievelijk 30 en 45 minuten.
Valt de rit binnen de maximale omrijtijd van 15 minuten voor korte ritten en 30 minuten voor lange ritten? (n=508.343) 5%1%
Valt in 2019 binnen de gestelde omrijtijd
Zou binnen de omrijtijd vallen wanneer die wordt opgehoogd met 15 minuten 94%
Valt zowel in 2019 als bij invoering van deze maatregel buiten de omrijtijd
Analyse: De maximale omrijdtijd voor ritten korter dan 8 kilometer bedraagt nu 15 minuten en voor ritten van 8 kilometer of langer bedraagt dat nu 30 minuten. Er is gekeken hoeveel ritten een te lange omrijdtijd hebben en hoeveel ritten dat met de nieuwe maximale omrijdtijd zouden hebben. Opbrengsten: Bij de huidige maximale omrijtijd vallen 30.420 van de Wmo-ritten buiten de marge (6,0%). Met de nieuwe maximale omrijtijd zouden dat 2.744 (0,8%) Wmo-ritten zijn. In 2019 hadden 7.618 Wmo-pashouders te maken met een omrijtijd die buiten de maximale omrijtijd vielen. Dit is 52,2% van het aantal actieve pashouders. Wanneer deze maatregel zou worden ingevoerd dan zouden 2.549 pashouders te maken hebben met omrijtijd die buiten de marges valt. Dit is 17,6%. 7,7% van de uitgevoerde korte Wmo-ritten overschrijden de maximale omrijtijd van 15 minuten (22.820 ritten). 0,9% van de korte ritten overschrijdt een omrijtijd van 30 minuten (2.744 ritten). 3,6% van de uitgevoerde lange Wmo-ritten overschrijdt de maximale omrijtijd van 30 minuten (7.600 ritten). 0,6% van de lange ritten overschrijdt de een omrijtijd van 45 minuten (1.350 ritten). Deze maatregel heeft effect op 6,8% van de korte Wmo-ritten en op 3,0% van de lange Wmo-ritten.
16
Maatregel 8 - Kilometerdrempel Het voorstel is om geen ritten te rijden die korter zijn dan 500 meter. Voor reizigers met een scootmobiel wordt de ondergrens 5km.
Hoe ver is de gereden rit? (n=508.343) 1% Korter dan 500 meter Langer dan 500 meter 99% Beoogd effect: Minder ritten Analyse: Er is in deze analyse gekeken naar het aantal gereden Wmo-ritten van minder dan 500 meter. Daarnaast is gekeken naar het aantal gereden Wmo-ritten van minder dan 5 kilometer door Wmo-pashouders met een scootmobiel. Opbrengsten: Er zijn in totaal 4.216 ritten van minder dan 500 meter die zijn gereden door Wmo-pashouders. Dit is 0,8% van alle gereden Wmo-ritten. Deze ritten werden gereden door 420 Wmo-pashouders. De Wmo-pashouder die het vaakst dit soort ritten maakte deed dit 588 keer. Er zijn in totaal 2.108 ritten van minder dan 5 kilometer die zijn gereden door Wmo-pashouders met een scootmobiel. Dit is 0,4% van alle gereden Wmo-ritten. Deze ritten werden gereden door 271 Wmo-pashouders. De Wmo-pashouder die het vaakst dit soort ritten maakte deed dit 142 keer. Bij een kilometerdrempel vallen er dus 4.216 (0,8%) Wmo-ritten korter dan 500 meter weg. Deze ritten samen bedragen 1.470 km (dat is 0,03% van het totaal aantal gereden kilometers). De daling van de reizigersbijdrage voor Wmo-ritten onder de 500 meter is €4.382,- (4.216 * €0,98 + 1.470 * €0,17). Ook vallen er bij een kilometerdrempel 2.108 (0,4%) Wmo-ritten van Wmo-pashouders met een scootmobiel korter dan 5 kilometer weg. Deze ritten bedragen samen 6.661 km.
Dat is 0,2% van het totaal aantal gereden kilometers. De daling van de reizigersbijdrage voor scootmobielritten onder de 5 kilometer is €3.198,- (2.108 * €0,98 + 6.661 * €0,17). Ervan uitgaande dat de reizigersbijdrage circa 15% van de kosten dekt die BVO DRAN maakt voor de uitvoering van de ritten, bedraagt de besparing circa €50.000,-. De netto kostenbesparing is dan circa €40.000,-. Let op: De kosten voor de aanvullende indicaties zijn onbekend. Daarom zijn deze niet meegenomen in de bovenstaande bedragen. Ook is er in de bovenstaande cijfer geen rekening mee gehouden dat in sommige gemeenten momenteel al een kilometerdrempel van 3 kilometer geldt voor Wmoreizigers met een scootmobiel.
17
Maatregel 9 - Tarief ‘Wmo zonder korting verhogen Het Wmo-tarief zonder korting geldt in sommige gemeenten voor Wmo-reizigers die hun kilometerbudget hebben overschreden. Enkele gemeenten hebben Avan-passen uitgereikt waarbij reizigers altijd het Wmo-tarief zonder korting betalen. Op dit moment is het Wmo-tarief zonder korting gelijk aan het OV-tarief zonder passend OV alternatief. Het voorstel is om dit te verhogen. Beoogd effect: Minder ritten Analyse: In het rittenbestand is geen variabele opgenomen waaruit blijkt of het rit met Wmo-tarief zonder korting of niet. Hierdoor kunnen er geen analyses worden uitgevoerd voor deze maatregel.
Opbrengsten: Uit de rapportage van het callcenter (DVG) blijkt dat er bij 0,3% van alle Wmo-ritten en 0,3% van het aantal kilometers in 2019 het Wmo tarief zonder korting is geheven. In 2019 zijn 1.912 ritten Wmo zonder korting verreden met in totaal 18.004 kilometer. De totale opbrengsten bedroegen dus €4.877,-. Bij een verhoging van 10% zou de aanvullende reizigersbijdrage circa €487,- bedragen.
18
Maatregel 10 - Standaard beginnen met OV-training Het voorstel is om reizigers te trainen om zelfstandig met OV te gaan, zodat er minder of geen gebruik meer wordt gemaakt van de Avan-pas.
Aantal keer dat een pashouder een reëel OV alternatief had (n=3.500) 45%
18% 11% 7%
1
2
3
4
5%
5
4%
3%
3%
2%
2%
1%
6
7
8
9
10
Meer dan 10
Analyse: In deze analyse is door middel van de OV scan onderzocht voor welk deel van de ritten (en actieve pashouders) OV een reëel alternatief is. Opbrengsten:Van de 30.000 ritten die zijn aangeboden aan 9292 is in 10.899 gevallen een passend OV-alternatief gevonden (36%). Deze ritten zijn gereden door 3.500 pashouders (48,9% van het aantal pashouders in die steekproef). Het grootste deel daarvan (45%) zou één keer een passend OValternatief hebben gekregen. 4% zou meer dan 10 keer een reëel OV alternatief hebben gehad. In 2019 waren er 11.562 actieve pashouders zonder aanvullende indicaties. Uit de steekproef blijkt dat er voor 5.650 van deze pashouders een reëel OV alternatief is voor minstens één van hun reizen. OVtraining zal voor een deel van hen een mogelijke optie zijn. Let op: De steekproef is getrokken uit alle ritten (zonder aanvullende indicaties). Deze is niet per definitie representatief voor de pashouders
19
Maatregel 11 - Een bijdrage voor een Avan-vervoerspas Het voorstel is om een jaarlijkse bijdrage van €25,- te vragen aan alle houders van een Avan-vervoerspas.
Aantal unieke actieve Wmo- of OV-pashouderw (n=14.951) 3%
Actieve Wmopashouders Actieve OV-pashouders 97%
Analyse: Er is gekeken naar het aantal unieke actieve Wmo-pashouders en het aantal actieve OV-pashouders. Opbrengsten: In 2019 was het aantal unieke actieve Wmo-pashouders 14.505. Bij een eigen bijdrage van € 25,- per pas is de aanvullende reizigersbijdrage voor actieve pashouders (14.505 * €25,- =) €362.625,- zijn. Het aantal actieve OV pashouders is 446. Het totaal aantal actieve pashouders (zowel Wmo als OV) is 14.951. Wanneer de eigen bijdrage van €25,- ook geldt voor actieve OV-reizigers dan bedraag de jaarlijkse aanvullende reizigersbijdrage (14.951 * €25,- =) €373.775,-.
Uit de rapportage van het callcenter (DVG) blijkt dat er in totaal ongeveer 21.000 pashouders zijn (zowel actief als inactief). Wanneer ook de inactieve Wmo-pashouders worden meegenomen in de jaarlijkse aanvullende reizigersbijdrage dan brengt een eigen bijdrage van €25,- voor de Wmo Avanvervoerspas €522.575,- op. Let op: Er is geen rekening gehouden met een afname van het aantal pashouders.
20
Maatregel 12 - Boete toekennen bij verwijtbare loosmelding Volgens het vervoerreglement is Avan gemachtigd een boete van €10,- toe te kennen bij een verwijtbare loosmelding.
Wat is de ritstatus? (n=522.270) 3%
Gereden Loosmelding 97%
# Loosmeldingen 1 loosmelding 2 loosmeldingen 3 loosmeldingen 4 loosmeldingen 5 loosmeldingen 6 loosmeldingen 7 loosmeldingen 8 loosmeldingen 9 loosmeldingen 10 loosmeldingen > 10 loosmeldingen
# pashouders 2.341 978 443 292 203 106 71 55 43 49 199
% pashouders 49% 20% 9% 6% 4% 2% 1% 1% 1% 1% 4%
Analyse: Bij deze analyse zijn alle Wmo-ritten meegenomen en is gekeken welk deel van de ritten is gereden en welk deel is loosgemeld. Opbrengsten: In totaal zijn er in 2019 13.927 loosmeldingen geweest onder de Wmo-pashouders (dit is 2,6%). In totaal hebben 4.776 unieke Wmo-pashouders een loosmelding gehad. Dat is 32% van alle actieve Wmo-pashouders. 49% van deze groep heeft 1 loosmelding gehad, 20% heeft er 2 gehad, 9% heeft er 3 gehad. Uit de rapportage van het callcenter (DVG) blijkt dat gemiddeld circa 60% van de loosmeldingen niet verwijtbaar was aan de vervoerder. Bij een boete van €10,- en bij 60% aan de passagier verwijtbare loosmeldingen bedraagt de aanvullende reizigersbijdrage (13.927*60%*€10,-) €83.562,-. De besparing bedraagt bij circa €3,50 per loosgemelde rit. Dit bespaart dan €48.745,-.
21
Bijlagen
22
Bijlage I – Aanvullende resultaten OV scan Macro-analyse 95% 94% 82% 68% 64% 85% 86% 85% 67% 65% 94% 87% 88% 89% 81% 90% 91% 85% 88%
5% 6% 18% 32% 36% 15% 14% 15% 33% 35% 6% 13% 12% 11% 19% 10% 9% 15% 12%
BESTEMMINGSZIJDE Afstand tot halte < 500 meter ARNHEM BERG EN DAL BEUNINGEN DOESBURG DRUTEN DUIVEN HEUMEN LINGEWAARD MONTFERLAND MOOK EN MIDDELAAR NIJMEGEN OVERBETUWE RENKUM RHEDEN ROZENDAAL WESTERVOORT WIJCHEN ZEVENAAR Eindtotaal
J
N
95% 94% 82% 69% 65% 86% 86% 84% 68% 66% 93% 86% 88% 90% 58% 90% 90% 85% 88%
5% 6% 18% 31% 35% 14% 14% 16% 32% 34% 7% 14% 12% 10% 42% 10% 10% 15% 12%
DIRECTE VERBINDING?
JA (78%)
N
NEE (22%)
J
BEIDE HALTES <500mtr?
HERKOMSTZIJDE Afstand tot halte < 500 meter ARNHEM BERG EN DAL BEUNINGEN DOESBURG DRUTEN DUIVEN HEUMEN LINGEWAARD MONTFERLAND MOOK EN MIDDELAAR NIJMEGEN OVERBETUWE RENKUM RHEDEN ROZENDAAL WESTERVOORT WIJCHEN ZEVENAAR Eindtotaal
JA (32%)
NEE (68%)
26%
52%
(101.066)
(199.493)
6%
16%
(22.671)
(61.874)
88% van de herkomst- en bestemmingsadressen hebben in een straal van 500 meter een OV-halte. Er zijn flinke verschillen tussen de gemeenten: In Arnhem, Nijmegen en Berg en Dal liggen de percentages boven 90%. In een aantal andere gemeenten ligt het percentage lage dan 65%. In 78% van alle ritten was de afstand naar de dichtstbijzijnde halte minder dan 500 meter aan beide kanten van de reis.
Voor 32% van alle ritten geldt dat er een directe verbinding is tussen deze haltes. Van de ritten waarvan dit niet bekend is, weten we niet hoeveel overstappen nodig zijn.
23
Bijlage I – Aanvullende resultaten OV scan Steekproef 9292 – Halteafstanden en overstappen
Halteafstanden
Directe verbinding?
Gemiddelde afstand tot halte
Vertrek
Bestemming
ARNHEM BERG EN DAL BEUNINGEN DOESBURG DRUTEN DUIVEN HEUMEN LINGEWAARD MONTFERLAND MOOK EN MIDDELAAR NIJMEGEN OVERBETUWE RENKUM RHEDEN ROZENDAAL WESTERVOORT WIJCHEN ZEVENAAR
254,18 284,34 273,20 327,52 316,19 272,02 288,31 289,02 312,53 325,79 263,54 309,61 283,91 272,89 316,63 317,60 262,45 286,97
256,28 267,73 273,78 263,11 319,60 257,07 277,52 283,69 330,60 263,57 266,91 297,95 278,57 270,53 265,13 286,58 275,80 277,79
TOTAAL: 269,99
267,71
Directe verbinding? ARNHEM BERG EN DAL BEUNINGEN DOESBURG DRUTEN DUIVEN HEUMEN LINGEWAARD MONTFERLAND MOOK EN MIDDELAAR NIJMEGEN OVERBETUWE RENKUM RHEDEN ROZENDAAL WESTERVOORT WIJCHEN ZEVENAAR TOTAAL:
J
N
35% 42% 29% 45% 26% 25% 29% 30% 9% 24% 32% 21% 29% 42% 75% 37% 23% 46% 32%
65% 58% 71% 55% 74% 75% 71% 70% 91% 76% 68% 79% 71% 58% 25% 63% 77% 54% 68%
De gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde halte aan de herkomstzijde is circa 269 meter. De gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde halte aan de vertrekzijde is circa 267 kilometer. In Arnhem zijn de gemiddelde afstanden het kortst met 254 meter. 32,13% van deze ritten kan zonder overstap gemaakt worden. In alle andere gevallen moet een keer worden overgestapt.
24
Bijlage I – Aanvullende resultaten OV scan Steekproef 9292 Reistijden + VF-waarde Gemiddelde reistijden (min.) ARNHEM BERG EN DAL BEUNINGEN DOESBURG DRUTEN DUIVEN HEUMEN LINGEWAARD MONTFERLAND MOOK EN MIDDELAAR NIJMEGEN OVERBETUWE RENKUM RHEDEN ROZENDAAL WESTERVOORT WIJCHEN ZEVENAAR
TOTAAL:
Direct
OV
VF-waarde
11,2 14,0 16,6 8,2 15,3 12,6 11,0 14,9 14,6 13,6 11,5 17,0 13,6 10,2 5,7 12,5 17,1 10,6 12,2
24,5 28,2 33,9 17,3 26,1 25,3 23,1 31,2 31,7 27,4 26,0 32,9 29,5 22,8 8,3 26,3 32,5 19,7 26,1
2,2 2,0 2,0 2,1 1,7 2,0 2,1 2,1 2,2 2,0 2,3 1,9 2,2 2,2 1,5 2,1 1,9 1,9 2,1
25