CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - RAAP Rapport actualisatie beleidskaart archeologie

Politieke Avond 20 december 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Geactualiseerde beleidskaart archeologie14.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 4938

Archeologie in de gemeente Arnhem Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingenkaart: een verantwoordingsdocument

Colofon Opdrachtgever: gemeente Arnhem Titel: Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden- en verwachtingenkaart: een verantwoordingsdocument Versie: 20-11-2023 Auteur: ir. E.H. Boshoven Projectcode: ARWA Bestandsnaam: RAAPrap_4938_ARWA_20231120

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Inhoud Inhoud................................................................................................................................................. 3 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ......................................................................................................................................... 4 1.3 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen ............................................................................................ 5

2 Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingenkaart ............................................................ 7 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 7 2.2 Actualiseren van de archeologische gegevens ....................................................................................... 7 2.3 Actualiseren van de paleogeografische ondergrond ............................................................................. 12 2.4 Inventarisatie van bodemverstoringen ................................................................................................. 13

3 Van verwachting naar beleid ........................................................................................................... 15 3.1 De diverse categorieën op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart .................................... 15 3.2 Van waarden- en verwachtingenkaart naar beleidskaart ....................................................................... 16 3.3 Wetgeving en beleidsuitgangspunten .................................................................................................. 17 3.4 De archeologische beleidscategorieën ................................................................................................ 20 3.5 Wijzigingen ten opzichte van de maatregelenkaart uit 2010 .................................................................. 24

Literatuur .......................................................................................................................................... 25 Overzicht van figuren, bijlagen en kaartbijlagen ................................................................................. 26

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[3]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

1 Inleiding 1.1 Kader Archeologie, cultuurlandschap en monumenten spelen een steeds grotere rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Opgraving of inpassing van archeologische vindplaatsen, het historisch cultuurlandschap als een creatieve input voor ontwerp, bescherming en herbestemming van bouwkundig erfgoed: het zijn allemaal manieren waarop bewust aandacht wordt besteed aan de boven en ondergrondse historische kwaliteiten van een gebied. Het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorie kan een gebied een eigen identiteit en betekenis geven. Daardoor wordt niet alleen de intrinsieke waarde voor de lokale bevolking verhoogd, maar ontstaan ook economische kansen. Een voorbeeld daarvan is een historische dorpskern, maar het geldt ook voor landelijke gebieden waar bijvoorbeeld fietsrecreanten op afkomen. Een zorgvuldige omgang met cultuurhistorie en benutting van historische kwaliteiten kan dus economisch lonend zijn, zo is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken (Bade & Smid, 2008). De gemeente Arnhem (figuur 1) heeft ruim een decennium de beschikking over (meerdere) archeologische verwachtingskaarten. Al in 2002 is een verwachtingskaart voor het historische centrum van Arnhem opgesteld (van Genabeek, 2002) en in 2009 volgden kaarten voor Arnhem-Noord en Arnhem-Zuid (Boshoven e.a., 2009).

Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is gestegen, is het zaak om de archeologische waarden - en verwachtingskaarten periodiek te actualiseren en uit te breiden met aanvullende thema’s. RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft, in opdracht van de gemeente Arnhem, in de periode 2020-2022 een actualisatie doorgevoerd van de bestaande archeologische kaarten van de gemeente Arnhem.

1.2 Doelstelling De actualisatie heeft tot doel de bestaande archeologische verwachtingskaarten te actualiseren en bovendien uit te breiden met enkele aanvullende thema’s. De doelstellingen zijn (in kort bestek): -

het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwac hting voor waterbodems van de natuurlijke en gegraven (historische) waterlopen binnen de gemeente Arnhem . Deze ontbrak op de oude verwachtingskaarten;

-

het evalueren en toetsen van het verwachtingsmodel. Deze toetsing heeft vooral een pragmatische insteek. Ten eerste worden veldgegevens (bodemkundige waarnemingen) gebruikt om het karteringsmodel en de begrenzing van landschappelijke eenheden te toet sen. Vanwege het grote aantal onderzoeksrapporten worden alleen de onderzoeken groter dan 1 hectare bij deze analyse betrokken. Op de tweede plaats zullen de archeologische resultaten, en dan met name het advies inzake de waardestelling, worden gebruikt om het verwachtingsmodel te toetsen: In hoeverre komen de resultaten overeen met de verwachte dichtheid aan archeologische resten? Daartoe zullen op de eerste plaats van alle onderzoeksgebieden de adviezen worden geïnventariseerd. Op de tweede plaats zal er verdiepend onderzoek plaatsvinden op basis van verzamelde rapporten.

-

Analyse van het Actueel Hoogtebestand Nede rland (AHN3 en afgeleiden) om zo locaties met archeologische resten als grafheuvels en celtic fields te identificeren.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[4]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

-

Nadere inventarisatie van bodemverstoringen;

-

Toevoeging van WOII-verwachtingszones als kaartlaag aan de archeologische verwachtingskaart.

In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de verrichte werkzaamheden om zo de afzonderlijke doelen te bereiken.

Figuur 1. Aanduiding van het grondgebied van gemeente Arnhem.

1.3 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen Voor het samenstellen van de archeologische verwachtingskaart is uitgegaan van de methoden zoals die door RAAP zijn ontwikkeld voor eerdere gemeentelijke archeologische inventarisaties. In hoofdstuk 2 worden de bronnen genoemd en de methoden behandeld (inhoudelijke vera ntwoording). Tot slot

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[5]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

wordt in hoofdstuk 3 de koppeling van een waarden- en verwachtingenkaart naar beleidskaart besproken en wordt het vrijstellingenbeleid onderbouwd. Bij het rapport zijn drie kaartbijlagen gevoegd. Kaartbijlage 1 betreft een aardkundige kaart met archeologische basisinformatie De geactualiseerde waarden- en verwachtingenkaart is bijgevoegd als kaartbijlage 2 (weergegeven op schaal 1:16.000) en tot slot de archeologische beleidskaart (kaartbijlage 3). Het actualiseren van de archeologische waarden- verwachtingenkaart van de gemeente Arnhem is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). Het uitgevoerde onderzoek bestond u it een bureauonderzoek. Er is geen veldonderzoek uitgevoerd. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. De praktische uitvoering van het onderzoek voldoet aan de normen opgesteld in het Handboek ROB-specificaties (ROB, 1998) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (sinds 2007 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) Zie bijlage 1 voor de dateringe n van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[6]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

2 Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingenkaart 2.1 Inleiding De archeologische waarden- en verwachtingenkaart voor de gemeente Arnhem is niet alleen gebaseerd op een analyse van bekende archeologische en historische vindplaatsen en terreinen, maar in nog hogere mate op de fysiek-landschappelijke en bodemkundige context van het gemeentelijk grondgebied. In de archeologische studie die van het gemeentelijk grondgebied is gemaakt, kunnen op grond van de ondiepe geologie, de terreinkenmerken en de bodemgesteldheid namelijk verschillende landschappen worden onderscheiden die ieder eigen ontwikkelingen en bewoningsmogelijkheden hebben gekend. Juist door analyse van deze bewoningsmogelijkheden en ontwikkelingen door de tijd heen kan een verwachtingsmodel worden opgesteld. In navolgende paragrafen wordt ingegaan op de werkzaamheden die zijn uitgevoerd in het kader van de actualisatie van de archeologische waarden - en verwachtingenkaart.

2.2 Actualiseren van de archeologische gegevens 2.2.1

Archeologische rijksmonumenten en Unesco kernzone

Het GIS-bestand met de archeologische rijksmonumenten is geactualiseerd aan de hand van de meest recente gegevens bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Binnen de gemeente Arnhem zijn zeven archeologische rijksmonumenten aanwezig. Als opbouw van het GIS-bestand is de structuur gehandhaafd die door de RCE wordt gebruikt, waaraan drie kolommen met complextype en de datering (begin- en einddatering) zijn toegevoegd. De kern van het rijksmonument van het castellum Meinerswijk is bovendien aangewezen als Unesco kernzone.

2.2.2

Gemeentelijke archeologische monumenten

Ten opzichte van de gemeentelijke maatregelenkaart uit 2009 zijn er geen wijzigingen in gemeentelijke archeologische monumenten opgetreden. Er zijn twee gemeentelijke archeologische monumenten: -

Het kloostercomplex Monnikhuizen

-

Castellum Meinerswijk (deel dat buiten het rijksmonument is gelegen)

2.2.3

AMK-terreinen

AMK -terreinen zijn (veelal) gewaardeerde archeologische terr einen die samen met de archeologische rijksmonumenten op de archeologische monumentenkaart stonden vermeld. Deze kaart betrof een uitgave van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincies. Sinds 2015 wordt de AMK echter niet meer geactualiseerd. Voor huidige actualisatie is de meest recente versie van de AMK (versiedatum juli 2014) gedownload bij de RCE. Een deel van de AMK -terreinen zijn in het verleden gewaardeerd (middels booronderzoek), maar op het andere deel van de terreinen is nooit een waardering uitgevoerd. De begrenzing van dergelijke terreinen is bepaald aan de hand van bronnen als

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[7]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

historisch kaartmateriaal (bij historische dorpskernen), gedetailleerde bodemkaarten (zoals bij oude woongronden) of vindplaatsgegevens. De begrenzing van AMK-terreinen werden in het verleden veelal gelegd op de (kadastrale) perceelsgrenzen. Derhalve kan een AMK -terrein in omvang groter zijn dan de daadwerkelijke vindplaats. Binnen de gemeente zijn 20 AMK-terreinen aanwezig en omvatten een zelfde aantal comp lexen.

2.2.4

Archeologische vindplaatsen

ARCHIS De vindplaatsgegevens van de kaarten uit 2009 zijn ongewijzigd overgenomen. Het betrof vindplaatsgegevens afkomstig uit ARCHIS. Bij huidige actualisatie zijn deze gegevens uitgebreid met: •

Nieuwe vondstlocaties in ARCHIS. Het betreft 74 vondstlocaties (combinatie complextype/datering) die in de periode tussen 2009 en heden in ARCHIS zijn aangemeld. In totaal bevat het bestand 288 vondstlocaties.

De vondstlocaties zijn tevens gecontroleerd op doublures en op administratief geplaatste vondstlocaties (vondstlocaties op kilometergrid; bijvoorbeeld 161.000/441.000). Romeinse Limesweg De vermoedelijke ligging van de Romeinse grensweg (limesweg) is weergegeven op de kaart, waarbij de meest waarschijnlijke ligging is bepaald aan de hand van vindplaatsen uit de Romeinse tijd en het landschap in de Romeinse tijd. De ligging van de weg is echter nog nergens binnen de gemeente Arnhem vastgesteld en daarom is een buffer van 200 m aan weerszijden van dit tracé als attentiegebied aangehouden. Binnen dit attentiegebied kunnen naast resten van de weg ook resten (in de vorm van nederzettingsterreinen en grafvelden) uit de Romeinse tijd worden verwacht. Er zijn ook andere hypotheses voor de ligging van de limesweg. Deze staan beschreven in het proefschrift van Verhagen (2021). Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) De archeologische vondstlocaties die geregistreerd staan in de database van PAN mogen niet op de kaart worden weergegeven. Binnen de gemeente Arnhem zijn er vier vondstlocaties geregistreerd in PAN: twee locaties in of direct naast het centrum van Arnhem, één locatie in Schuytgraaf en een locatie met tijdelijke gronddepots (van elders aangevoerde grond). De gegevens in deze database zijn wel gebruikt om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen.

AHN-analyse Voor het gemeentelijk grondgebied is een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (0,5 m grid) uitgevoerd en afgeleiden van dit raster-bestand. Het doel van deze analyse was om potentiele archeologische vindplaatsen te identificeren, denk hierbij aan celtic fields (prehistorische akkercomplexen), grafheuvels, omgrachtingen van kasteelterreinen en dergelijke. Op het AHN zijn meerdere gebieden geïdentificeerd waar sprake was van ruitvormige structuren die kunnen duiden op celtic fields (figuur 2). Hierbij dient enige slag om de arm te worden gehouden omdat

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[8]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

deze locaties nog niet in het veld getoetst zijn. De celtic fields waren bij nederzettingen liggende akkercomplexen die teruggaan tot de ijzertijd.

Figuur 2. Zones met ruitvormige structuren in Park Zijpendaal en Gulden Bodem, mogelijk te relateren aan een historisch gebruik als raatakkers (celtic fields).

Daarnaast zijn enkele locaties geïdentificeerd waar een cirkelvormige verhoging zichtbaar is en als zodanig verdacht zijn op de aanwezigheid van een grafheuvel. Deze locaties zijn als vindplaats op de kaart weergegeven. Tot slot zijn in het bos bundels met karrensporen zichtbaar (figuur 3) die veelal uit de late middeleeuwen of het begin van de nieuwe tijd dateren . De aanwezigheid van deze karrensporen geeft aan dat het maaiveld reliëf de laatste eeuwen niet grootschalig is verstoord. De bundels karrenspo ren betreffen voornamelijk cultuurhistorische elementen en minder een archeologische relevantie.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[9]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Figuur 3. Karrensporen aan weerszijden van het droge dal ten noorden van de Amster damse weg op landgoederen Warnsborn, Vijverberg en Westerheide.

2.2.5

Historische dorpskernen, historische elementen en verspreide historische bebouwing

Historische bronnen geven informatie over plekken in het landschap waar in de afgelopen eeuwen gewoond en gewerkt werd. Vanuit die optiek is het vanzelfspreke nd dat ook deze bronnen, zoals kaarten, gebruikt worden bij het opstellen van archeologische waarden - en verwachtingskaarten. Aan de hand van de kadastrale minuutplans en andere kaarten uit 19 e en vroeg 20 e eeuw zijn de vanuit archeologisch oogpunt relevante locaties in kaart gebracht. Het betreft: •

puntlocaties met bebouwing in 1832 (zoals weergegeven op de kadastrale minuut 1832);

•

historische wegen (lijnen; zoals weergegeven op de kadastrale minuut 1832);

•

watermolenlocaties (gebaseerd op kadastrale minuut 1832 en andere bronnen);

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[10]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

•

de locatie van de Grift (met buffer; weergegeven als attentiegebied);

•

(mogelijke) begraafplaatsen (op basis van kadastrale minuut 1832 en andere bronnen);

•

watergerelateerde puntlocaties (zoals sluizen; op basis van kadastrale minuu t 1832, serie rivierkaarten en topkaarten 19 e /20 e eeuw).

2.2.6

Watergerelateerde archeologie

Het doel van de inventarisatie naar watergerelateerde archeologie is om een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen voor de waterbodems van de natuurlijke en gegraven, historische waterlopen binnen de gemeente Arnhem. Bij deze inventarisatie zijn de volgende stappen doorlopen: −

Inventarisatie van bekende archeologische waarden in en aan de waterlopen in Arnhem. Hierbij zijn ook bekende archeologische waarden ‘op land’ van belang omdat verwachtingen voor de waterbodem vaak samenhangen met fenomenen op land (e.g. brug in een route);

−

Inventarisatie van cultuurhistorische elementen in en aan de waterlopen in Arnhem; hiervoor geldt hetzelfde als bij de bekende archeologische waarden;

−

Inventarisatie van landschappelijke gegevens, die uitmaken welke gebruiksmogelijkheden het landschap aan de mens bood.

Op basis van de verzamelde informatie is een verwachting opgesteld voor archeologische resten in en aan de waterbodems in twee categorieën: -

Watergebieden met een archeologische relevantie

-

Watergebieden waar geen archeologische relevantie geldt

Voor de watergebieden met een archeologische relevantie is aangegeven welk type vindplaatsen te verwachten zijn. Deze zijn onderverdeeld in vijf categorieën: 1.

Archeologische resten gerelateerd aan scheepvaart (scheepswrakken of delen daarvan, scheepslading, inventaris en ballast);

2.

Depositievondsten (afvaldumps en rituele offers);

3.

Infrastructurele werken (aanlegsteigers, bruggen, dammen, havenwerken, beschoeiingen);

4.

Menselijke activiteiten langs en in het water (visfuiken, wasplaatsen);

5.

Archeologische resten in verspoelde context (zoals verspoelde resten bij zandwinning Rosandepolder die aan het castellum Meinerswijk en de Vicus Meginhardi worden gerelateerd );

6.

Resten van bewoning (‘landarcheologie’).

Van de bestaande grotere klei-/zandputten wordt aangenomen dat de ondergrond tot on der het archeologisch relevante niveau verstoord is en daar geldt dan ook geen verwachting. Aan de watergangen die in de 20 e (en recenter) gegraven zijn, is geen archeologische verwachting gekoppeld , maar geldt de onderliggende landschappelijke verwachting. Een uitzondering hierop vormen enkele watergangen in Schuytgraaf waar afvaldumps uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn en de watergangen in dezelfde wijk die direct naast een AMK-terrein zijn gelegen.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[11]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

2.2.7

Tweede Wereldoorlog

De gegevens met betrekking tot (bekend en te verwachten) archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog, weergegeven op kaartbijlage 1 van RAAP-rapport 3386 (inventarisatiekaart; Oorlogssporen in de gemeente Arnhem; Kok & Wijnen, 2018) zijn omgezet naar globalere zones (buffers) en vervolgens als kaartlaag (attentiegebieden) weergegeven op de verwachtingskaart. Er is gekozen voor globalere zones om te voorkomen dat de gedetailleerde gegevens met betrekking tot vondstlocaties uit deze periode openbaar worden en daarm ee een bron kunnen zijn voor metaaldetector-amateurs die op zoek zijn naar munitie uit de Tweede Wereldoorlog dan wel gevaar lopen bij het opsporen van archeologische resten uit deze periode. De inventarisatiekaart met oorlogssporen in Arnhem zelf blijft om deze redenen niet toegankelijk voor het publiek.

2.2.8

Archeologische onderzoeken

De gemeente Arnhem heeft een lijst met onderzoeksgebieden aangeleverd waarvan de locatie archeologisch gezien is vrijgegeven omdat sprake is van een definitieve opgraving of om dat sprake is van een onderzoek in het kader van een bestemmingsplan en in dat kader de locatie reeds is vrijgegeven. Deze vrijgegeven locaties zijn met een vlak (grijstint) op de kaart weergegeven. Ook de overige, niet-vrijgegeven onderzoeken zijn op de kaart weergegeven, maar dan met een blauwe stippelomlijning en hebben op deze manier een attenderende functie.

2.3 Actualiseren van de paleogeografische ondergrond De actualisatie van de bestaande kaart en het onderliggende verwachtingsmodel betreft het bijwer ken van het bestaande verwachtingsmodel aan de hand van vijf nieuwe gegevensbronnen: 1. De nieuwe paleogeografische kaart voor het rivierengebied; 1 2. De archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied; 2 3. De studie naar oeverwalcomplexen langs de (vroegere) Rijntakken; 3 4. Actueel Hoogtebestand Nederland, versie 3 (0,5 m grid en afgeleide producten). 5. Een archeologisch bureauonderzoek dat voor het uiterwaardengebied van Meinerswijk is opgesteld (van Putten, 2018).

Voor de nieuwe kaart zijn de begrenzingen en kaartclassificaties van de verwachtingskaart uit 2009 integraal overgenomen, maar de eenheden en begrenzingen zijn wel gecontroleerd en zo nodig aangepast aan de hand van bovengenoemde bronnen. De aanpassingen betreffen: •

Verfijning van het archeologisch verwachtingsmodel in Rijkerswoerd en omgeving. Op basis van de zanddieptekaart (Cohen e.a., 2009) is beter inzicht verkregen in de diepteligging van het pleistocene oppervlak en daarmee in de verwachting. De op de verwachtingskaart uit 2009 weergeven middelhoge verwachting is op een aantal locaties verhoogd naar een hoge verwachting en voor een grote zone verlaagd naar een lage verwachting;

1

2 3

Cohen, K., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.Geurts, 2012. Rhine-Meuse Delta Studies. Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Departement Fysische Geografie, Universiteit Utrecht. Cohen, K.M., S. Arnoldussen, G. Erkens, Y.T. van Popta & L.J. Taal, 2014. Archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied. Deltares-rapport 1207078. Deltares i.s.m. Rijksuniversiteit Groningen & Universiteit Utrecht. Pierik 2017.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[12]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

•

Verfijning van de archeologische verwachting in het uiterwaardengebied van Meinerswijk op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek (van Putten, 2018);

•

Verlaging van de verwachting in Malburgen-Oost van middelhoog naar lage verwachting;

•

Verfijning van het overgangsgebied van de erosiewaaier (aan voet van de stuwwal) naar het komgebied in Het Broek en Presikhaaf. Aan dit overgangsgebied is een middelhoge verwachting toegekend;

•

Op de verwachtingskaart stond voor een groot deel van het stuwwalgebied en sandrvlakte ten noorden van de bebouwde kom van Arnhem een kans op grafheuvels (rand van beekdalen en op stuwwalplateaus) weergegeven. Deze arcering is komen te vervallen en in plaats daarvan is aan de erosierand aan de overgangszone van stuwwal naar het beekdal een hoge verwachting toegekend. Deze zone betreft het gebied rond Warnsborn, het zuidelijk deel van landgoed Schaarsbergen en het gebied ten noorden van Burgers Zoo en het Openluchtmuseum.

2.4 Inventarisatie van bodemverstoringen De inventarisatie vond plaats aan de hand van de volgende bronnen: •

De op de kaarten uit 2009 (Boshoven e.a. 2009) weergegeven bodemverstoringen betroffen zones die als zodanig waren aangeduid op de beschikbare gedetailleerde bodemkaarten (Arnhem -Zuid) als ook op basis van het AHN (gehele gemeente). Deze bodemverstoringen zijn ongewijzigd op de nieuwe kaart overgenomen.

•

De verstoringsbronnenkaart van de RCE (https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart ); De hier vermelde bronnen zijn geraadpleegd.

• Het bestand ‘vergraven gronden’ van Alterra (met name de waarden delfstoffen, transportleidingen en verwerkingen uit de attribuuttabel); • Bodemverstoringen die zijn geïdentificeerd aan de hand van het AHN3 (0,5 m grid) evenals verstoringen op perceelsniveau in de afgelopen 10 tot 20 jaar door het combineren van de gegevens van AHN1 (Arnhem-Noord: inwinjaar 1998; Arnhem-Zuid: inwinjaar 2003) en AHN3 (Arnhem-Noord: inwinjaar 2018; Arnhem Zuid: inwinjaar 2015;) middels een GIS-calculatie (AHN3 min AHN1); • Met name in uiterwaard: zones waar veel klei gewonnen is ten behoeve van de baksteenindustrie zijn de huidige maaiveldhoogtes vergeleken met maaiveldhoogtes uit het verleden aan de hand van de volgende bronnen: o

Historische topohoogtes 4

o

Serie rivierkaarten van Rijkswaterstaat 5

• Gegevens van ontgrondingsvergunningen in de provincie Gelderland. De daadwerkelijke uitvoering van deze ontgrondingen is vervolgens gecontroleerd aan de hand van luchtfoto’s en het AHN3; • Gegevens met locaties van (voormalige) baggerdepots in de provincie Gelderlan d;

4 5

https://geoservices.rijkswaterstaat.nl/apps/geoserver/tophoogte/ows https://www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/geodata/dmc/rivierkaart/geogegevens/

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[13]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

• Bodemsaneringen: de gemeente beschikt over een kaart met locaties waarvan bekend is dat er bodemverontreinigingen aanwezig zijn en waar bodemsaneringen hebben plaatsgevonden. De locaties waar bodemsaneringen zijn uitgevoerd en waarvan mag worden aangeno men dat de ondergrond is verstoord tot onder het archeologisch relevante niveau zijn overgenomen op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[14]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

3 Van verwachting naar beleid 3.1 De diverse categorieën op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart 3.1.1

Inleiding

De archeologische waarden- en verwachtingenkaart betreft een samengestelde kaart waarop de terreinen met archeologische waarden (bekende vindplaatsen) en (aantoonbare) archeologische verwachtingen zijn weergegeven. Deze beide categorieën bestaan u it meerdere subcategorieën: voor de archeologische waarden betreft dit verschillende type vindplaatsen dan wel vindplaatsen met een bepaalde status. De subcategorieën van de archeologische verwachtingenlaag betreffen een bepaalde trefkans (dichtheid) op het aantreffen van archeologische resten (variërend van zeer hoge trefkans (zeer hoge verwachting) tot lage trefkans (lage verwachting). Bij de attentiegebieden geldt een specifieke verwachting voor een bepaald type vindplaats of voor vindplaatsen uit een be paalde periode.

3.1.2

Archeologische waarden

De kaartgroep met archeologische waarden is opgebouwd uit de volgende lagen: - Archeologisch rijksmonumenten - Unesco kernzone - Gemeentelijk archeologisch monumenten - AMK-terreinen - Archeologische vondstlocaties - (mogelijke) historische begraafplaatsen - Archeologische vondstlocaties (punt) - Historische bebouwing (punten) - Watermolens - Watergerelateerde locaties - Historische wegen

3.1.3

Archeologische verwachtingen

Binnen de groep met archeologische verwachtingen zijn de volgende categorieën aanwezig: - Zeer hoge verwachting - Hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen/nieuwe tijd - Hoge verwachting - Middelhoge verwachting - Lage verwachting - Restgeul

3.1.4

Attentiegebieden

Bij de attentiegebieden geldt een specifieke verwachting. Het betreft: - Attentiezone Limesweg - Attentiezone celtic fields

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[15]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

- Attentiezone WOII-archeologie - Attentiezone Grift

3.1.5

Bodemverstoringen

Op de kaart zijn de bodemverstoringen in drie klassen onderverdeeld: -

Terreinen waar sprake is van een pakket (recent) opgebrachte grond. Het archeologisch relevante niveau bevindt zich hier dieper dan gebruikelijk en het is onbekend of het archeologisch relevante niveau verstoord is geraakt door de ophogingen. G eplande bodemingrepen kunnen mogelijk (negatieve) invloed hebben op het archeologisch relevante niveau. Deze ophogingen zijn met een arcering op de kaart weergegeven.

-

Ondiepe bodemverstoringen (en verstoringen waarvan de diepte niet bekend is) waarvan de verstoring (mogelijk/waarschijnlijk) niet reikt tot aan het archeologisch relevante n iveau. Deze verstoringen zijn met een arcering op de kaart weergegeven .

-

Bodemverstoringen waarvan is vastgesteld dat sprake is van een verstoringsdiepte die dieper reikt dan het archeologisch relevante niveau. De locaties met deze verstoringen zijn als gri js vlak op de kaart weergegeven.

3.1.6

Watergerelateerde verwachting

De watergebieden zijn opgedeeld in watergebieden met een archeologische relevantie en watergebieden zonder archeologische relevantie.

3.1.7

Archeologische onderzoeksgebieden

Onderzoeksgebieden zijn omlijnd op de waarden- en verwachtingenkaart weergegeven. De gebieden die archeologisch onderzocht zijn en zijn vrijgegeven staan met een grijs vlak op de kaart aangeduid.

3.2 Van waarden- en verwachtingenkaart naar beleidskaart De archeologische waarden- verwachtingenkaart uit 2009 is, geactualiseerd en van extra kaartlagen voorzien (bodemverstoringen, uitbreiding van WOII-laag en uitbreiding van de laag met watergerelateerde archeologie). De locaties waarvan bekend is dat sprake is van de aanwezigheid van archeologische resten zijn ondergebracht in de laag met archeologische waarden, terwijl a an de verschillende archeolandschappelijke eenheden een archeologische verwachting is toegekend: hoog, middelhoog of laag. De verschillende waarden- en verwachtingszones hebben verschillende implicaties: -

Ter plaatse van de archeologische rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, de historische kern van Arnhem en overige terreinen met archeologische waarden is een (zeer) hoge dichtheid aan archeologische resten aanwezig.

-

In zones met een hoge archeologische verwachting wordt de hoogste dichtheid aan archeologische vindplaatsen (m.n. nederzettingsterreinen) verwacht;

-

In zones met een middelhoge archeologische verwachting worden archeologische vindplaatsen verwacht, maar in een lagere dichtheid dan in de zones met een hoge archeologische verwachting;

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[16]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

-

In zones met een lage archeologische verwachting wordt de kans op het voorkomen van archeologische vindplaatsen klein geacht. Wel dient opgemerkt te worden dat de aanwezigheid van archeologische resten niet kan worden uitgesloten (de reeds bekende vindplaatsen in deze eenheden bewijzen dit);

Voor watergebieden is een zelfde indeling gemaakt met lage, middelhoge en hoge verwachting . De gestapelde verwachtingenkaart, in combinatie met de locaties met archeologische waarden, vormen de basis voor de archeologische beleidskaart (kaartbijlage 3). Vanuit het gezichtspunt van het gemeentelijk beleid is een stapelkaart veel praktischer dan afzonderlijke kaarten, omdat een dergelijke kaart eenduidig vertaald kan worden naar een AMZ-advies ten behoeve van het bestemmingsplan/omgevingsplan. Voor het achterhalen van de oorsprong van een bepaalde verwachtingswaarde, en daarmee ook de implicaties of mogelijkheden voor het te volgen beleid, die nen de achterliggende GIS-tabellen geraadpleegd te worden.

3.3 Wetgeving en beleidsuitgangspunten 3.3.1

Inleiding

Een zorgvuldige omgang met archeologische erfgoed betekent dat archeologische waarden bijdragen aan de inrichting (en daarmee aan de kwaliteit) van de leefomgeving. Dat er iets bijzonders in de grond zit, kan op verschillende manieren in de architectuur, beplanting of ruimtelijke structuur terugkomen. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor ontwerpers. Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten kunnen zich laten inspireren door archeologische waarden. De gemeente kan dat aansturen en stimuleren. Een zorgvuldige omgang met het archeologische erfgoed betekent niet dat er niets kan. Uitgangspunten beleidskaart De gemeenteraad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan bij de bestemming van gronden altijd rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten (archeologische waarden en verwachtingen). Deze bestemmingsplanverplichting brengt met zich mee dat de gemeente het kader moet stellen voor de archeologische monumentenzorg. De bestaande archeologische beleidskaart (Maatregelenkaart; gemeente Arnhem, 2009) is in 2010 vastgesteld door de gemeenteraad. De bij dit rapport opgenomen archeologische waarden - en verwachtingenkaart (kaartbijlage 2) is voor de toepassing op beleidsmatig, gemeentelijk niveau ‘vertaald’ naar een beleidskaart (kaartbijlage 3).

Op de archeologische beleidskaart staat kort aangegeven wat het gewenste beleid is ten aanzien van de onderzoeksverplichting en betreft een beleidsmatige uitwerking van de geactualiseerde archeologische waarden- en verwachtingenkaart (kaartbijlage 2). De onderliggende gegevens, i.c. kaartbijlagen 1 en 2 en de daarbij horende gegevens(bestanden), zijn van e en zodanig gedetailleerd schaalniveau dat de kaart direct van toepassing is voor gebruik op perceelsniveau (100 -1.000 m²). De archeologische beleidskaart dient als afwegingsinstrument (onderlegger) bij processen in de ruimtelijke ordening. De beleidskaart kan juridisch-planologisch worden verankerd bij het opstellen van (nieuwe) bestemmingsplankaarten en beheersverordeningen conform de Wro en na inwerkingtreding van de Omgevingswet bij het omgevingsplan.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[17]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

In onderstaande paragrafen wordt eerst ingegaan op de relevante wetgeving om vervolgens nader in te zoomen op de diverse archeologische beleidscategorieën met onderbouwing van de vrijstellingsgrenzen.

3.3.2

Erfgoedwet, Besluit Erfgoedwet Archeologie, Omgevingswet

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze verving de Monumentenwet 1988 waarin archeologie sinds 1 juli 2007 middels de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) was geregeld. De Erfgoedwet regelt het behoud en beheer van Nederlands erfgoed via één integrale wet. Naast aanwijzing van archeologische en gebouwde monumenten regelt de Erfgoedwet een groot aantal andere zaken zoals collectiebeheer van staats cultuurgoed, de aanwijzing van (internationaal) cultuurgoed (UNESCO-verdrag) en verzamelingen en teruggave van buitenlandse cultuurgoed eren op basis van internationale verdragen. De afzonderlijke wetten die dit voorheen mogelijk maakten zijn vervallen. In hoofdstuk 5 van de Erfgoedwet zijn achtereenvolgens vastgelegd: •

algemene opgravingsverbod (artikel 5.1),

•

certificering van archeologisch onderzoek (artikel 5.2 t/m artikel 5.6),

•

vondsteigendom (artikel 5.7),

•

depotfunctie (artikel 5.8 en 5.9),

•

meldingsplicht archeologische toevalsvondst en waarneming (artikel 5.10 en 5.11) en informatiebeheer (artikel 5.12 en 5.13)

Nadere regels rond het opgravingsverbod en de certificering zijn uitgewerkt in het Besluit Erfgoedwet archeologie (BEa, eveneens per 1 juli 2016).

Figuur 4. Scheiding tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet voor wat betreft bepalingen (bron: Rijksdi enst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort)..

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[18]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Archeologie en de Omgevingswet Voor de archeologische monumentenzorg is naast de Erfgoedwet de Omgevingswet (Ow) van belang. De scheiding laat zich het best als volgt typeren (zie ook figuur 4): •

De duiding van cultureel erfgoed en zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet.

•

De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet.

De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking. Delen uit Monumentenwet 1988 gaan op die datum op in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven door overgangsrecht (geregeld in artikel 9.1 van de Erfgoedwet) de relevante bepalingen rechtskracht houden. Om de Omgevingswet uit te kunnen voeren krijgen gemeentelijke overheden de beschikking over een aantal instrumenten (waarbij de eerste drie instrumenten het meest relevant zijn vo or het thema archeologie): 1.

Omgevingsvisie – hierin worden de gemeentelijke lange termijn doelen en ambities vastgelegd voor de fysieke leefomgeving. Er wordt een omgevingsvisie voor het gehele gemeentelijke grondgebied vastgesteld. De omgevingsvisie is verplicht.

2.

Omgevingsplan – bevat alle regels over de fysieke leefomgeving binnen de gemeente. Er wordt per gemeente een omgevingsplan vastgesteld. Het omgevingsplan is verplicht.

3.

Omgevingsvergunning – Vergunningstelsel voor het uitvoeren van een of meerder activiteiten. Op basis van het omgevingsplan kan het voor een initiatiefnemer noodzakelijk zijn een omgevingsvergunning aan te vragen. Aan dit stelsel is toezicht en handhaving gekoppeld.

4.

Programma – een flexibel instrument dat ingezet kan worden om bepa alde doelstellingen gefaseerd te realiseren. Niet verplicht.

5.

Projectprocedure (projectbesluit) – Hiermee kunnen grootschalige projecten mogelijk worden gemaakt.

Archeologie maakt in de wet onderdeel uit van cultureel erfgoed binnen de fysieke leefomgeving (Omgevingswet artikel 1.2 lid 2i). Bij de uitoefening van bestuurlijke taken en bevoegdheden houden overheden (gemeente, provincie, Rijk of een waterschap) rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving (artik el 2.1. lid 2). Het behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed kan daarbij van toepassing zijn (artikel 2.1. lid 3). In omgevingsverordeningen (artikel 2.27) en omgevingsplannen en projectbesluiten (artikel 2.28) legt het Rijk verplichte instructieregels op voor het behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Daar moet dus rekening mee gehouden worden. De nadere uitwerking van de wet gaat via vier AMvB’s: 1.

Omgevingsbesluit (invoeringsbesluit Omgevingswet),

2.

Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl),

3.

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en

4.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

In de Omgevingswet wordt gesproken van activiteiten, handelingen die uitgevoerd worden om iets te realiseren. De grondslagen voor de activiteiten die cultureel erfgoed (artikel 4.3 lid 1h) of werelderfgoed (artikel 4.3. lid 1i) betreffen zijn in de Omgevingswet opgenom en. In de eerste plaats

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[19]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

wordt behoud van het erfgoed nagestreefd. Vernieling en beschadiging moet worden voorkomen (art. 4.28 en art. 4.29). De activiteit rijksmonumentenactiviteit is nader uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal: hoofdstuk 13, art. 13.1 t/m 13.13). Evenals in de huidige Wabo is het verboden te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. In de Omgevingswet is dit een omgevingsplanactiviteit gericht op archeologische monumenten (art. 5.5 lid 1). Voor de gemeentelijke archeologische monumentenzorg zoals we die in de ruimtelijke ordening (Wro) en het omgevingsvergunningstelsel (Wabo) geborgd is, is vanaf inwerking treden van de Omgevingswet opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Paragraaf 5.1.5.5. behandelt cultureel - en werelderfgoed. Artikel 5.130 (behoud cultureel erfgoed) bevat alle relevante onderdelen om archeologisch erfgoed adequaat te borgen, zoals artikel 38a van Monumentwet 1988 en artikel 3.1.6 lid 5a Besluit ruimtelijke ordening/Bro dat nu nog doen. In het nieuwe artikel wordt gesteld dat in het omgevingsplan in het belang van cultureel erfgoed rekening wordt gehouden met bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Hiertoe dienen vervolgens regels voor opgesteld te worden.

Nieuw is dat nu gesproken wordt van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten en niet meer – zoals nu nog het geval is – van aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Artikel 41a van de Monumentenwet 1988 komt ook terug in artikel 5.130 (lid 4) Besluit kwaliteit leefomgeving. Sinds 2007 geldt een grens van 100 m 2 voor kruimelgevallen bij aanvragen omgevingsvergunning voor bouwen, aanleggen/werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden. De gemeenteraad kan hiervan (beredeneerd) afwijken (striktere begrenzing vaststellen maar ook ruimere). Dat heeft gemeente Arnhem in 2010 ook gedaan; vooral ook omdat een zeer strikte vrijstellingsgrens c.q. onderzoeksverplichting voor het hele gemeentelijke grondgebied in de praktijk onwerkbaar is. In de Omgevingswet verandert dit niet en kan het vrijstellingenbeleid zoals eerder i n Arnhem is vastgesteld als basis worden genomen bij huidige actualisatie van het archeologiebeleid. Voor delen van de gemeente is bekend dat sprake is van de aanwezigheid van archeologische resten in de ondergrond en ondergebracht in de categorieën archeologische waarden (o.a. archeologische monumenten, vindplaatsen en WOII-gerelateerde locaties), terwijl voor andere delen van de gemeente sprake is van aantoonbaar te verwachten archeologische resten: de archeologische verwachtingsgebieden.

Immers op basis van de landschappelijke ligging en de correlatie tussen deze landschappelijke ligging en dichtheid aan archeologische vindplaatsen is een verdeling gemaakt in hoge, middelhoge of lage verwachting. Deze zones met aanwezige archeologie zijn ondergebracht in de beleidscategorie archeologische waardegebieden en de aantoonbare te verwachten archeologie zijn ondergebracht in de categorie archeologische verwachtingsgebieden. De categorieën worden in paragraaf 3.4 toegelicht.

3.4 De archeologische beleidscategorieën Uit de archeologische verwachtingskaart blijkt dat de gemeente Arnhem uit verschillende zones en terreinen bestaat met elk hun eigen archeologische wa arden en verwachtingskansen. Dit heeft ook gevolgen voor het archeologisch beleid, specifiek de vrijstellingsgrenzen die er gelden: ter hoogte van bijvoorbeeld een terrein met een vastgestelde archeologische waarde geldt een andere vrijstellingsgrens dan in een gebied met een lage archeologische verwachtingskans. De archeologische beleidskaart toont dit gedifferentieerde beeld en schrijft per zone of terrein voor wat voor archeologische maatregelen er genomen moeten worden (‘beleidsvoorschriften’).

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[20]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Op de beleidskaart wordt een onderscheid gemaakt in archeologische waardegebieden , archeologische verwachtingsgebieden en overige gebieden.

3.4.1

Archeologische waardegebieden

Dit zijn terreinen met vastgestelde archeologische resten van zeer hoge waarde die vanuit nat ionaal en gemeentelijk oogpunt behouden dienen te blijven en ingevolge de Erfgoedwet of gemeentelijke erfgoedverordening. Daarnaast bevat deze categorie ook de gebieden met archeologische waarden waarop geen specifieke bescherming rust. De diverse subcateg orieën binnen deze waardegebieden zijn: -

Archeologisch waardevol gebied: rijksbeschermd. Dit zijn de gebieden die als archeologisch rijksmonument geregistreerd staan. Beleid: Bodemingrepen zonder omgevingsvergunning zijn verboden. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beslist over een dergelijke vergunningaanvraag.

-

Archeologisch waardevol gebied: rijksbeschermd (Unesco). Dit zijn de gebieden die vallen binnen een bestaand archeologisch rijksmonument en onder Unesco als kernzone zijn aangeduid van een vindplaats van internationaal belang betreffen. Beleid: Bodemingrepen zonder omgevingsvergunning zijn verboden. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beslist over een dergelijke vergunningaanvraag , maar uitgangspunt is het in stand houden werelderfgoed.

-

Archeologisch waardevol gebied: gemeentelijk beschermd. Dit zijn gemeentelijke monumenten, gebieden die beschermd zijn via de gemeentelijke erfgoedverordening. Beleid: Bodemingrepen zonder omgevingsvergunning zijn niet toegestaan.

-

Archeologisch waardevol gebied: begraafplaatsen. Dit zijn historische begraafplaatsen binnen de gemeente Arnhem. Binnen deze gebieden zijn menselijke resten aanwezig dan wel op basis van het historische gebruik te verwachten. Vanwege de (potentiële) aanwezigheid van menselijke resten is zorgvuldige omgang noodzakelijk. Beleid: Bodemingrepen zonder omgevingsvergunning zijn niet toegestaan.

-

Archeologisch waardevol gebied (overig). De bekende vindplaatsen zoals weergegeven op de Archeologische Monumentenkaart, maar ook bufferzones rond grafheuvels, het grafveld aan de Hooiweg, de celtic fields en de historische kern van Arnhem (inclusief vestingwerken). Binnen deze gebieden zijn archeologische resten aanwezig. Beleid: Onderzoek is noodzakelijk als het oppervlak van het te verstoren gebied meer dan 30 m² bedraagt en de diepte meer dan 40 cm.

3.4.2

Archeologische verwachtingsgebieden

In gebieden met een hoge archeologische verwachting In gebieden met een hoge archeologische verwachting is de kans op het aantreffen van archeologische resten relatief groot (hoge dichtheid aan verwachte archeologische vindplaatsen). Naast de gebieden die op basis van de ondergrond een hoge verwachting hebben, bevatten deze categorie ook de zone van de Limesweg, de zones met specifieke WOII-verwachting, (water)molenlocaties (met buffer), vondstlocaties (met buffer) , historische bebouwing (met buffer), evenals de Griftzone evenals de watergebieden met een ho ge verwachting. Beleid: Als ondergrens voor archeologisch onderzoek geldt een oppervlakte van 200 m² én een diepte van 0,4 m -mv.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[21]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting betreffen de gebieden met een middelhoge verwachting (op basis van de ondergrond) en watergebieden met een middelhoge verwachting . De kans op het aantreffen van archeologische resten in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting wordt minder groot geacht als in zones met een hoge verwachting omdat de dichtheid aan verwachte vindplaatsen minder groot is dan bij de hoge verwachtingszones. Derhalve is een minder streng vrijstellingsbeleid gerechtvaardigd. Beleid: Voor zones met een middelhoge verwachting geldt een ondergrens van 500 m² én een diepte van 0,4 m –mv voor archeologisch onderzoek. In gebieden met een lage archeologische verwachting geldt een lage dichtheid aan archeologische resten aangezien de landschappelijke ligging (lage, natte context) niet of nauwelijks geschikt was voor bewoning. Ook de watergebieden met een lage verwachting vallen binnen deze categorie. De dichtheid aan archeologische vindplaatsen is laag, maar is zeker niet uit te sluiten. Beleid: Als ondergrens voor archeologisch onderzoek geldt een oppervlakte van 5.000 m² én een diepte van 0,4 m -mv. Reeds onderzochte of verstoorde gebieden: Het betreft terreinen die tot onder het archeologisch relevante niveau verstoord zijn en terreinen die op basis van archeologisch onderzoek zijn vrijgegeven.

Beleid: Gebieden die in deze categorie liggen zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Gebieden met een specifieke archeologische verwachting: Voor deze gebieden geldt dat de omvang en diepte van de geplande ingrepen sterk bepalend zijn of archeologisch onderzoek zinvol is en zo ja welke onderzoeksmethode(s) gebruikt kunnen worden. Beleid: Bij geplande ingrepen in deze gebieden zal de archeologisch deskundige van de gemeente besluiten over de noodzaak en strategie van archeologisch onderzoek.

3.4.3

Overige gebieden

Bij opgehoogde terreinen is het archeologisch relevante niveau recent afgedekt en kunnen diepere ingrepen worden uitgevoerd zonder dat deze negatieve effecten hebben op het archeologisch relevante niveau. Beleid: Het (vrijstellingen)beleid van de onderliggende beleidscategorie geldt. wat betreft de onderzoeksstrategie: In overleg met de archeologisch deskundige van de gemeente rekening houden met aanwezige ophogingspakket. Voor vergraven en afgegraven terreinen geldt dat er een bepaalde mate van verstoring van het bodemprofiel aanwezig is en dat geplande ingrepen niet persé hoeven te leiden tot verstoring van het archeologisch relevante niveau. Ook is niet uitgesloten dat het archeologische niveau lokaal al verstoord is. Beleid: Het (vrijstellingen)beleid van de onderliggende beleidscategorie geldt. W at betreft de onderzoeksstrategie in overleg met de archeologisch deskundige van de gemeente rekening houden met aanwezige/verwachte bodemverstoringen.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[22]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Legenda-eenheid

toelichting

Beleid

Archeologisch waardevolle

-

Rijksmonumenten

Geen bodemingrepen zonder

gebieden:

-

Unesco-kernzone

Monumentenvergunning toegestaan. Bij

- Rijksbeschermd

-

gemeentelijke archeologisch

Rijksmonumenten en Unesco-terreinen

monument

beslist de minister van OC&W

- Rijksbeschermd (Unesco) - Gemeentelijk beschermd Archeologisch waardevolle

Historische begraafplaatsen

gebieden:

Geen bodemingrepen zonder omgevingsvergunning toegestaan.

- Begraafplaatsen Archeologisch waardevolle

-

AMK-terreinen

Onderzoek noodzakelijk als het

gebieden:

-

Grafveld Hooiweg

oppervlak van het te verstoren gebied

- Overig

-

Celtic fields

meer dan 30 m² bedraagt en de diepte

-

Historische kern van Arnhem (met

meer dan 40 cm.

vestingwerken)

Hoge verwachting

-

Grafheuvels: buffer van 50 m

-

Watermolenlocaties (met buffer)

Onderzoek noodzakelijk als het

-

Vondstlocaties (met buffer)

oppervlak van het te verstoren gebied

-

Griftzone

meer dan 200 m² bedraagt en de diepte

-

Historische bebouwing

meer dan 40 cm.

-

Gebieden met hoge verwachting op basis van ondergrond

Middelhoge verwachting

-

Watergebieden met hoge verwachting

-

Gebieden met middelhoge verwachting

Onderzoek noodzakelijk als het

op basis van ondergrond

oppervlak van het te verstoren gebied

Watergebieden met middelhoge

meer dan 500 m² bedraagt en de diepte

verwachting

meer dan 40 cm.

-

Lage verwachting

- Gebieden met lage verwachting op basis van ondergrond - Watergebieden met lage verwachting

Onderzoek noodzakelijk als het oppervlak van het te verstoren gebied meer dan 5.000 m² bedraagt en de diepte meer dan 40 cm.

Reeds onderzocht of

Geen onderzoek noodzakelijk

verstoord opgehoogd terrein

Vrijstellingen van onderliggende beleidszone gelden. Bij strategie onderzoek rekening houden met aanwezige ophogingspakket.

vergraven/afgegraven

Vrijstellingen van onderliggende beleidszone gelden. Bij strategie onderzoek rekening houden met aanwezige (mogelijke) bodemverstoringen.

Tabel 1. Overzicht van het beleid (met bijbehorende vrijstellingsgrenzen) per legenda -eenheid.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[23]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

3.5 Wijzigingen ten opzichte van de maatregelenkaart uit 2010 De belangrijkste wijziging bij huidige beleidskaarten opzichte van de maatregelenkaart uit 2010 is de verruiming van de vrijstellingsgrens van de lage verwachtingsgebieden van 2.000 naar 5.000 m 2 . Uit diverse onderzoeken die uitgevoerd zijn in de lage verwachtingsgebieden bleek de archeologische relevantie nihil te zijn. Dit was vooral het geval bij de kleinere onderzoeksgebieden. Ook in de grotere regio is zo’n trend aanwezig. Bovendien geldt bij de meeste buurgemeenten voor de lage verwachtingsgebieden veelal al een ruimere vrijstellingsgrens van 5000 m 2 . Dit heeft er toe geleid dat besloten is in Arnhem de vrijstellingsgrens voor lage verwachtingsgebieden eveneens te verhogen naar 5000 m 2 . Bovendien staan op de huidige waarden- en verwachtingenkaart meer archeologisch relevante locaties die zijn gelokaliseerd aan de hand van historische bronnen. De verwachting is dan ook dat de term ‘gebieden met een lage verwachting’ op de huidige kaart een nog duidelijker lage verwachting hebben.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[24]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Literatuur Bade, T. & G. Smid, 2008. Eigen haard is goud waard: over de economische baten van culuurhistorisch erfgoed. Projectbureau Belvedere/Triple E productions, Utrecht/Arnhem. Boshoven, E.H., A. Buesink, N.J. Krekelbergh & L.A. Tebbens, 2009. Archeologische verwachtingskaart Arnhem-Noord. BAAC-rapport 05.0357. Boshoven, E.H., M.P. Hijma, R.J.F. Keijzer, D.M. Kwakkel, R.G. van Mousch, L.A. Tebbens, 2009. Archeologische verwachtingskaart Arnhem-Zuid. BAAC-rapport 04.274. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A. Geurts, 2012. Rhine-Meuse Delta Studies. Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Departement Fysische Geografie, Universiteit Utrecht. Cohen, K.M., S. Arnoldussen, G. Erkens, Y.T. van Popt a & L.J. Taal, 2014. Archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied. Deltares -rapport 1207078. Deltares i.s.m. Rijksuniversiteit Groningen & Universiteit Utrecht. Defilet, M. & J. Verhagen, 2009. Bijstelling archeologische vrijstellingsgrenzen en maatregelenkaart; Toelichting op de erfgoedverordening – archeologie. Archeologisch Rapport Arnhem 27. Gemeente Arnhem. Genabeek, R.J.M. van, 2002. Arnhem Binnenstad; archeologische verwachtingskaart. BAAC -rapport 02.035. BAAC, ’s-Hertogenbosch. Kok, R.S. & J.A.T. Wijnen, 2018. Oorlogssporen in de gemeente Arnhem; een thematische archeologische verwachtingskaart voor sporen van oorlog en defensie.

RAAP-rapport 3386. Weesp. Pierik, H.J., 2017. Geomorphological reconstructions of the natural levee l andscape in the first millennium AD of the Rhine-Meuse delta, the Netherlands. DANS. Putten, M. van e.a., 2018. Arnhem Plangebied Stadsblokken -Meinerswijk. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC rapport V 17.0243. BAAC, Den Bosch. ROB, 1998. Het handboek van ROB-specificaties juni 1988. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort. Verhagen, J. G. M., 2022. Tussen de Dam van Drusus en de Zuilen van Hercules: Romeinse waterwerken in de Rijn-Maasdelta. Vrije Universiteit Amsterdam. Fagus.

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[25]

Archeologie in de gemeente Arnhem; actualisatie archeologische waarden - en verwachtingenkaart

Overzicht van figuren, bijlagen en kaartbijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding van het grondgebied van gemeente Arnhem.

5

Figuur 2. Zones met ruitvormige structuren in Park Zijpendaal en Gulden Bodem, mogelijk te relateren aan een historisch gebruik als raatakkers (celtic fields).

9

Figuur 3. Karrensporen aan weerszijden van het droge dal ten noorden van de Amsterdamse weg op landgoederen Warnsborn, Vijverberg en Westerheide.

10

Figuur 4. Scheiding tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet voor wat betreft bepalingen (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort)..

18

Tabellen: Tabel 1. Overzicht van het beleid (met bijbehorende vrijstellingsgrenzen) per legenda-eenheid.

23

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Catalogus

Kaartbijlagen: Kaartbijlage 1. Aardkundige kaart met archeologische basisinformatie Kaartbijlage 2. Archeologische waarden- en verwachtingenkaart Kaartbijlage 3. Archeologische beleidskaart

RAAP-rapport 4938 / versie 20-11-2023

[26]

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A

Vroeg

Middeleeuwen

D: Ottoonse tijd

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Bijlage 2. Catalogus

ArcheoRijksmonumenten

object_num 45122 47511 45126 45121 45125 45124 1008575

rmon_nr juridische 45122 rijksmonument 47511 rijksmonument 45126 rijksmonument 45121 rijksmonument 45125 rijksmonument 45124 rijksmonument 515769 rijksmonument

rmon_aard archeologisch archeologisch archeologisch archeologisch archeologisch archeologisch archeologisch

herkomst divers divers divers divers divers divers divers

kwaliteit_ besluit besluit besluit besluit besluit besluit besluit

dat_geldig dat_regist RCE 13-03-09 30-05-67 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/45122 13-03-09 29-06-90 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/47511 13-03-09 02-12-83 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/45126 06-03-19 30-05-67 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/45121 13-03-09 02-12-83 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/45125 13-03-09 02-12-83 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/45124 01-10-19 31-08-01 https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/515769

complex DAT_begin grafheuvel NEO kasteel MEL militaire nederzetting ROM grafheuvels NEO klooster MELB grafheuvel NEO nederzetting MESO

DAT_eind BRONS MEL ROM BRONS NTA BRONS NEOM

Oppervlak x (centroid) y (centroid) 1689 185887 445736 18911 189015 443326 52288 188402 442668 10707 187064 447034 4808 187814 444698 981 186922 446256 19285 186797 440775

UnescoKernzone id Omschrijvi 1 Unesco Limes kernzone

bron x y gemeente Arnhem 188415 442680

GemArcheoMonument Monumentnr Complex Klooster(complex) militaire nederzetting

Begin_peri Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Romeinse tijd

Eind_perio Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Romeinse tijd

begin_pe_2 eind_per_1 oppervlak LME LME 21862 ROM ROM 23391

AmkTerreinen Monumentnr Waarde 3852 Terrein van hoge archeologische waarde 3853 Terrein van hoge archeologische waarde 3922 Terrein van hoge archeologische waarde 3926 Terrein van zeer hoge archeologische waarde 3927 Terrein van archeologische waarde 11590 Terrein van hoge archeologische waarde 11593 Terrein van hoge archeologische waarde 11594 Terrein van zeer hoge archeologische waarde 12473 Terrein van archeologische waarde 12474 Terrein van archeologische waarde 12475 Terrein van hoge archeologische waarde 12476 Terrein van hoge archeologische waarde 12477 Terrein van hoge archeologische waarde 12478 Terrein van hoge archeologische waarde 13288 Terrein van zeer hoge archeologische waarde 13292 Terrein van zeer hoge archeologische waarde 15351 Terrein van archeologische waarde 16243 Terrein van zeer hoge archeologische waarde 3923 Terrein van zeer hoge archeologische waarde

Monument_1 Complex_id Complex 3852 8146 Klooster(complex) 3853 4761 Klooster(complex) 3922 4841 Infrastructuur, onbepaald 3926 4844 Grafheuvel, onbepaald 3927 4845 Nederzetting, onbepaald 11590 13496 Nederzetting, onbepaald 11593 13500 Nederzetting, onbepaald 11594 13501 Grafheuvel, onbepaald 12473 14404 Huisplaats, onverhoogd 12474 14559 Nederzetting, onbepaald 12475 14560 Nederzetting, onbepaald 12476 14561 Nederzetting, onbepaald 12477 14562 Nederzetting, onbepaald 12478 14563 Graf, onbepaald 13288 15122 Grafheuvel, onbepaald 13292 15127 Grafheuvel, onbepaald 15351 3003 Huisplaats, onverhoogd 16243 2340 Grafheuvel, onbepaald 3923 4842 Nederzetting, onbepaald

Begin_peri Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Nieuwe tijd: 1500 - 1950 Neolithicum laat: 2850 - 2000 vC Middeleeuwen vroeg: 450 - 1050 nC Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC IJzertijd midden: 500 - 250 vC Neolithicum: 5300 - 2000 vC Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC IJzertijd laat: 250 - 12 vC IJzertijd: 800 - 12 vC IJzertijd laat: 250 - 12 vC IJzertijd: 800 - 12 vC Neolithicum laat: 2850 - 2000 vC Neolithicum laat: 2850 - 2000 vC Nieuwe tijd A: 1500 - 1650 nC Neolithicum: 5300 - 2000 vC IJzertijd: 800 - 12 vC

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=654f035b-8954-42a2-96de-74b4abc21d73