CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - puntensysteem NIB (Natuurinclusief Bouwen Arnhem)

Politieke Avond 24 maart 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: 18.45 uur - 20.15 uur: Ruimtelijke raamwerken velden 3 Noord en 23 Schuytgraaf4.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Daarnaast dragen de maatregelen in het puntensysteem ook bij aan: C) de klimaatbestendigheid van het gebied. De aanleg van groen gaat hittestress en droogte tegen en helpt bij wateroverlast. D) gezonde bewoners. Natuurinclusief bouwen vergroot de levenskwaliteit van mensen, die gezonder en gelukkiger zijn wanneer ze omringd zijn door natuur. Het puntensysteem geeft initiatiefnemers kaders voor natuurinclusief bouwen bij ruimtelijke projecten in Schuytgraaf. Er is gekozen voor een puntensysteem om de creativiteit en keuzevrijheid van ontwerpers te bevorderen. Er moet altijd een minimaal aantal punten gehaald worden door verblijfsplaatsen in te bouwen én door groene maatregelen aan en om de woning(en) toe te passen. Welke maatregelen precies worden gekozen om de punten te behalen is aan de ontwikkelaar.

1De gekozen doelsoorten zijn nadrukkelijk niet alleen bedreigde of beschermde soorten. We willen als gemeente vooral de grote rijkdom aan soorten in stand houden en gezonde ecosystemen creëren. De doelsoorten staan symbool voor een bepaalde kwaliteit van het gebied en vormen dus een referentie voor het gehele ecosysteem van dat gebied.

ONDERWERP

A) de instandhouding en versterking van het leefgebied van een aantal gebouwgebonden doelsoorten. Dit doen we door verblijfsmogelijkheden te creëren in gebouwen en de omgeving geschikt te maken. B) het behouden en versterken van de biodiversiteit in het algemeen, aan de hand van de doelsoorten benoemd in de Groenvisie (2017)1. Dit doen we door bijvoorbeeld het aanleggen van groene daken en gevels, het planten van bomen of het creëren van amfibieënpoelen.

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Ambitie en reikwijdte Met dit puntensysteem streven we in Schuytgraaf in eerste instantie naar:

PAGINA

In Schuytgraaf word je omgeven door prachtige natuur. In én rondom de wijk. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijke, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. Dat komt mede omdat de natuur een volwaardige plek krijgt in bouwprojecten. Elk project(gebied) draagt bij aan een gezond functionerend stedelijk ecosysteem. Dit ‘Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen in Schuytgraaf’ wordt ingezet als middel om dat te bereiken. Natuurinclusief bouwen draait enerzijds om het inbouwen van verblijfsplaatsen in woningen. Dit is noodzakelijk voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals de huismus en de gierzwaluw. Anderzijds gaat het om het toepassen van meer groen in de directe woonomgeving ter promotie van de biodiversiteit, klimaatbestendigheid en leefbaarheid van het gebied.

1

Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen in Schuytgraaf

PAGINA

ONDERWERP

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Globale opzet puntensysteem In het puntensysteem wordt onderscheid gemaakt tussen twee categorieën: verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten en groene maatregelen. Het minimale aantal punten per project hangt af van het soort woningen dat gebouwd wordt; hoe luxer het soort woning, hoe meer punten behaald moeten worden. Minimaal 25% van deze punten moeten uit groene maatregelen komen. De rest kan behaald worden door het inbouwen van voorzieningen voor gebouwbewonende soorten. Aan het puntensysteem is een Maatregelencatalogus gekoppeld. Deze catalogus bevat een uitwerking van de maatregelen waarmee punten kunnen worden behaald, zoals eisen en randvoorwaarden per maatregel. Bijvoorbeeld op welke richting en op welke hoogte neststenen moeten worden ingebouwd of welke soort planten het best gebruikt kan worden voor een groene gevel. Initiatiefnemers kunnen ook maatregelen nemen die niet in de Maatregelencatalogus staan. In dat geval wordt in overleg met de gemeente bepaald hoeveel punten de maatregel waard is.

2

Borging Het is van groot belang om de natuurinclusieve maatregelen vroegtijdig in de projecten mee te nemen. Daarvoor is het bijgevoegde ‘Keuzeformulier Natuurinclusief Bouwen in Schuytgraaf’ ontwikkeld (Bijlage A). Dit Keuzeformulier dient ingevuld te worden door de ontwikkelende partij(en), in overleg met de gemeentelijk stedenbouwkundige/landschapsontwerper. Het keuzeformulier is een leidraad: elk gebied heeft zijn eigen kenmerken en mogelijkheden. Om maatwerk te leveren is ecologische kennis nodig. Daarom is het bij grote projecten belangrijk dat er een ecologisch adviseur betrokken is.

3

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

Stappenplan Het Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen in Schuytgraaf volgt de volgende stappen om tot geschikte en voldoende natuurinclusieve maatregelen te komen (zie ook het Keuzeformulier in Bijlage A). Stap 1. Punten bepalen Het minimale aantal punten dat per project behaald moet worden hangt af van het soort woningen dat gebouwd wordt (zie tabel). Daarnaast geldt het volgende: - Minimaal 25% van deze punten moeten uit groene maatregelen komen. - De overige punten kunnen behaald worden door het inbouwen van voorzieningen voor gebouwbewonende soorten. - Om te zorgen voor een gevarieerd aanbod van nestvoorzieningen en andere soortgroep-gebonden maatregelen geldt dat er voor meerdere soortgroepen maatregelen moeten worden genomen. Het precieze aantal is afhankelijk van het soort woningen dat gebouwd wordt (zie tabel). Het aantal punten per maatregel is te vinden in Bijlage A. Sociale woningbouw (woningbouw coöperaties)

Middensegment (commercieel huur/koop: rijtjeswoningen, grondgebonden woningen, appartementen)

Topsegment (2-kapper, vrijstaande woning, penthouse)

Totaal aantal punten

Het aantal te (ver)bouwen woningen x 2.

Het aantal te (ver)bouwen woningen x 4.

Het aantal te (ver) bouwen woningen x 6.

Waarvan groene omgevingsmaatregelen

Minstens 25% van het totaal aantal punten Minstens 25% van het totaal aantal punten en minstens 2 verschillende maatregelen

Minstens 25% van het totaal aantal punten en minstens 3 verschillende maatregelen

Minimum aantal soortgroepen

Min. 1 soortgroep

Min. 3 soortgroepen

Min. 2 soortgroepen

Stap 2. Maatregelen kiezen Wanneer duidelijk is hoeveel punten er behaald moeten worden, kan de initiatiefnemer gaan kijken welke maatregelen hij/zij wil treffen om het desbetreffende aantal punten te behalen. Categorie A: verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten Zoals hierboven al is benoemd moet een deel van de punten worden behaald door verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten te creëren, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen. • Er kan gekozen worden voor neststenen voor de volgende doelsoorten: gierzwaluw, huiszwaluw, huismus, zwarte roodstaart, gewone dwergvleermuis, vlinders en bijen. De meeste neststenen zijn 1 punt waard.

Voor alle maatregelen geldt dat ze aantoonbaar: • realiseerbaar zijn binnen de invloedsfeer van de uitvoerende partij; • op deskundige wijze worden uitgevoerd; • in goede staat moeten blijven en niet in een later stadium mogen worden weggehaald; • zijn goedgekeurd door de gemeente Arnhem.

ONDERWERP

Alle mogelijke maatregelen en het aantal punten dat elke maatregel waard is, zijn te vinden in het bijgevoegde Keuzeformulier en zijn nader toegelicht in de Maatregelencatalogus. Om de creativiteit en keuzevrijheid van ontwerpers te bevorderen, kunnen in elke categorie ook maatregelen worden voorgesteld die niet in de Maatregelencatalogus vermeld staan, mits ze op overtuigende wijze bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit in het gebied. In overleg met de gemeente wordt dan het aantal punten bepaald.

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

In Schuytgraaf, dat grenst aan het Poldergebied en het Rivierengebied, dragen groene maatregelen aan en om het huis en in de openbaar toegankelijke ruimte bij aan een groter leefgebied van de volgende doelsoorten: Rivierengebied: ijsvogel, (zwarte) ooievaar, bever, otter Poldergebied: groene specht, boomklever, rietzanger, waterspitsmuis, kleine karekiet, rugstreeppad, hermelijn Doelsoorten die in beide gebieden voorkomen: steenuil, patrijs, kwartelkoning, ringslang, kamsalamander Hoe dichterbij openbaar groen zoals stadsparken en andere grotere groenstroken, hoe belangrijker het is dat er niet alleen voor de gebouwgebonden soorten maatregelen worden getroffen maar ook voor de andere doelsoorten in dat specifieke gebied.

PAGINA

• Voor opstalontwikkelaars gaat het primair om groene maatregelen aan en om de woning, zoals aan de gevel, op het dak, of in de tuin (categorie B). Bijvoorbeeld het mogelijk maken van groene gevels door het plaatsen van spandraden aan de muur (5 punten per gevel), het plaatsen van een groen dak (15 punten per 50m2) of het aanleggen van geveltuintjes (1 punt per tuintje). • Met maatregelen die de bewustwording van de (toekomstige) bewoners op het gebied van biodiversiteit en klimaatadaptatie vergroten, kunnen ook nog een beperkt aantal punten worden verdiend (categorie C). Denk dan aan het aanbieden van gratis tuinadvies (1 punt per huishouden) of het uitreiken van biodiversiteitspakketten (0,5 punt per huishouden). Deze categorie is vooral relevant voor bepaalde grotere projecten waarvoor het moeilijk kan zijn om genoeg groene opstalgebonden maatregelen te implementeren om de noodzakelijke punten te halen (bijvoorbeeld door ruimtegebrek). • Initiatieven die zich ook deels in de openbaar toegankelijke ruimte afspelen, kunnen tevens kiezen uit omgevingsgebonden maatregelen. Bijvoorbeeld het toepassen van natuurvriendelijke oevers, het aanplanten/behouden van bomen. het plaatsen van nestkasten voor niet-gebouwbewonende soorten of het aanleggen van een amfibieënpoel of wadi (categorie D).

4

Categorie B/C/D: groene maatregelen De biodiversiteit wordt het meest vergroot als neststenen en groene maatregelen in en om het huis op de juiste manier met elkaar gecombineerd worden. Huismussen hebben bijvoorbeeld verblijfsplaatsen nodig in gebouwen, maar ook groene hagen om zich in te kunnen verstoppen. Naast de gebouwgebonden doelsoorten profiteren ook veel andere dieren van deze maatregelen. Denk bijvoorbeeld aan de egel. Daarom moet er ook een minimum aantal punten gehaald worden met groene maatregelen. De groene maatregelen zijn onderverdeeld in drie subcategorieën: B. Opstalgebonden, C. Bewustwording en D. Omgevingsgebonden.

5

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

Stap 3. Registratie en presentatie maatregelen Gekozen maatregelen worden geregistreerd via het ‘Keuzeformulier Natuurinclusief Bouwen in Schuytgraaf’ (bijgevoegd). Dit Keuzeformulier dient de volgende doelen: • Het formulier kan voor het betreffende project gebruikt worden om een keuze te maken voor bepaalde maatregelen en gemakkelijk uit te rekenen hoeveel punten dat oplevert. • De gemeente heeft een overzicht van de gekozen maatregelen en kan die vergelijken met de uiteindelijk getroffen maatregelen. • Het geeft de mogelijkheid om projecten als voorbeeld en inspiratiebron te gebruiken voor andere projecten in Arnhem.

PAGINA

6

Rekenvoorbeelden Voorbeeld 1 - topsegment Een ontwikkelaar realiseert 12 vrijstaande woningen in het topsegment. Er moeten (12x6=) 72 punten gescoord moeten worden met maatregelen voor minimaal 3 soortgroepen. Hiervan moeten minimaal (72x.25=) 18 punten uit minstens 3 verschillende groene maatregelen komen.

Hiermee behaalt de ontwikkelaar precies 72 punten waarvan 30 uit 3 verschillende groene maatregelen en voor 4 soortgroepen (vleermuis, vogel, zoogdier, insecten). Voorbeeld 2 - middensegment Een ontwikkelaar realiseert 80 grondgebonden woningen in het middensegment, waarvoor (80x4=) 320 punten gescoord moeten worden met maatregelen voor minimaal 2 soortgroepen.. Hiervan moeten minimaal (320x.25=) 80 punten uit minstens 2 verschillende groene omgevingsmaatregelen komen. A. VERBLIJFSPLAATSEN GEBOUWBEWONENDE SOORTEN. Voor de nestvoorzieningen realiseert de ontwikkelaar: - 20 vogelvides voor huismussen (soortgroep 1, 2 punten per vide, dus 40 punten) - 60 neststenen voor gierzwaluwen (4 hoge kopgevels op het noorden/oosten krijgen elk 15 neststenen) (1 punt per neststeen, dus 60 punten) - 10 neststenen voor de gewone dwergvleermuis (sommige neststenen worden aan elkaar gekoppeld) (soortgroep 2, 1 punt per neststeen, dus 10 punten) - Bij een aantal woningen die grenzen aan het water worden nog 10 neststenen voor de huiszwaluw geplaatst. (1 punt per neststeen, dus 10 punten) Totaal A 120 punten (nog 200 punten over). B-D. GROENE MAATREGELEN. Voor de groene maatregelen realiseert de ontwikkelaar: 1. Groene hagen: 25% van de erfafscheidingen van elk huis zijn groene hagen (80 punten). 2.

Over het hele project kan de egel vrij van tuin tot tuin wandelen via ofwel groene erfafscheidingen ofwel doorgangetjes in niet-groene erfafscheidingen (bonusssoortgroep, egelpassages bij project van 51-100 woningen = 5 punten). 3. De ontwikkelaar legt 4 simpele groene gevels aan van 3m breed met de mogelijkheid tot uitgroeien tot minstens 2m hoog (4 x 5 punten = 20 punten). 4. 4 woningen (elk 50m2 dak) krijgen een groen dak (4 x 15 = 60 punten). 5. Een bewustwordingscampagne: alle toekomstige bewoners krijgen een biodiversiteitspakket aangeboden (0.5x80 = 40 punten). Totaal B 205 punten Totaal A + B = 325 punten, 3 soortgroepen (zoogdier, vleermuis, vogel), 5 verschillende groene maatregelen.

ONDERWERP

B. GROENE OPSTALGEBONDEN MAATREGELEN 1. De ontwikkelaar zorgt dat van elk huis minimaal 25% van de erfafscheidingen uit groene hagen bestaan (12 huizen met 25% groene hagen 12 punten). 2. Alle tuinen zijn egelpasseerbaar (bonusssoortgroep) d.m.v. kleine openingetjes onderin de overige erfafscheidingen (bij project van 10-50 woningen = 3 punten). 3. Drie gevels worden geschikt gemaakt voor het hoog kunnen opgroeien van groen d.m.v. spandraden en aanplant klimop (per gevel 5 punten = 15 punten).

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

A. VERBLIJFSPLAATSEN GEBOUWBEWONENDE SOORTEN - Er worden in een hoge gevel 12 (deels geschakelde) verblijven voor vleermuizen (soortgroep 1) ingebouwd (1 punt per verblijf = 12 punten). - In 2 woningen worden elk 10 neststenen voor huismussen (soortgroep 2) ingebouwd (1 punt per verblijf = 20 punten). - Er worden 10 insectenstenen (soortgroep 3) ingebouwd vlakbij nectar- en stuifmeelrijk groen. (1 punt per steen = 10 punten).

7

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

BIJLAGE A. Keuzeformulier Natuurinclusief Bouwen in Schuytgraaf Neem dit formulier mee bij afspraken met de gemeente.

Stap 1: Kruis het soort woning(en) aan dat u gaat bouwen en vul de tabel in Zo weet u direct het aantal punten dat u in totaal moet behalen, hoeveel daarvan uit groene maatregelen moeten komen en voor hoeveel soortgroepen u minstens maatregelen moet nemen. Soort woning(en) (plaats een X bij juiste categorie(en)):

o

Sociale woningbouw

o

o

Middensegment

Topsegment

Aantal woningen (vul getal in):

… woningen

… woningen

… woningen

Totaal aantal te behalen punten:

… woningen x 2 = … punten

… woningen x 4 = … punten

… woningen x 6 = … punten

… punten, verdeeld over minstens 1 groene maatregel

… punten, verdeeld over minstens 2 verschillende groene maatregelen

… punten, verdeeld over minstens 3 verschillende groene maatregelen

Minimale punten uit groene maatregelen (totaal aantal punten / 4 =): Min. aantal soortgroepen* waarvoor maatregelen moeten worden genomen:

1 soortgroep*

2 soortgroepen*

3 soortgroepen*

* vogels, vleermuizen, kleine zoogdieren, insecten, amfibieën/reptielen Als u stap 2-4 op de volgende pagina’s heeft doorlopen, kunt u onderstaande tabel invullen:

Verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten

Punten uit categorie A:

Groene maatregelen

Punten uit categorie B: Punten uit categorie C: Punten uit categorie D: Totaal aantal punten:

----------------------------------------------

Min. 25% van totaal aantal punten moet komen uit groene maatregelen (categorie B en/of C en/of D). Bij woningen in het middensegment moeten er minstens 2 verschillende groene maatregelen genomen worden, bij het topsegment 3. Let op! Max. 1 maatregel uit Categorie C (bewustwording), tenzij overlegd met gemeente.

Gebieds-specifieke eisen

Minimum #:

Advies voor Categorie B

A1. Gierzwaluw* (1 neststeen = 1 punt)

Plaats in hoge blinde gevel op noorden/oosten. Vrije aanvliegroute.

Koloniebroeder: minstens 6 stenen bij elkaar

B4. Geveltuintje

A2. Huismus* (1 neststeen/pan = 1 punt, 1 vogelvide I.c.m. groene omgeving met hoge of 5m verplaatste vogelschroot = 2 punten) hagen/heesters.

Koloniebroeder: minstens 6 stenen bij elkaar

B3. Groene gevel en/of B8. Groene erfafscheiding

A3. Gewone dwergvleermuis* (1 neststeen = 1 punt)

Aanwezigheid vrije aanvliegroute

Liefst meerdere kasten bij elkaar, deels geschakeld

B5. Geen lichtuitstraling

A4. Zwarte roodstaart (1 neststeen = 1 punt)

Liefst bij bedrijventerreinen of grootschalige nieuwbouw

Leeft solitair: geen minimum B1-2. Groene daken aantal nodig

A5. Bijen en vlinders (1 neststeen = 1 punt; 1 groot bijenhotel = 5 punten)

Dichtbij nectar- en stuifmeeldragende planten

-

B1-2. Groene daken B4. Geveltuintje

A6. Huiszwaluw (1 neststeen met 2 kommetjes= 1 punt)

In open gebied, in de buurt van waterrijke plekken en al bestaande nesten

Plaats meerdere nestkommetjes bij elkaar

-

A7. Vrije maatregel: ………………….** (1 tot 25 punten - ntb)

Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit

Totaal aantal punten:

Punten ……… ……… ……… ……… ……… ………

ntb ……… ……….

* In bepaalde gebieden is toepassing van verblijfsmaatregelen voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen verplicht. **Vrije keuze: er kan een eigen maatregel worden geformuleerd. Hierbij moet een onderbouwing worden gegeven op welke wijze de maatregel bijdraagt aan biodiversiteit. Het aantal punten wordt in overleg met gemeente bepaald.

ONDERWERP

Maatregel

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Categorie A. Verblijfsplaatsen. Welke doelsoorten kiest u voor uw project?

PAGINA

Keuze (X)

8

Stap 2: Punten halen uit verblijfsplaatsen (Categorie A). Het kiezen van verblijfsplaatsen gaat als volgt: o Kruis in de meest linker column aan welke doelsoorten u kiest. o U kunt uw keuze bijvoorbeeld laten bepalen door welke soorten er in het gebied al veel voorkomen (maar dat hoeft niet!). Dit kan worden opgezocht via www.waarneming.nl. o Check ook altijd de Maatregelencatalogus. Daarin staat meer informatie over specifieke eisen en randvoorwaarden per soort/maatregel. Niet alle soorten zijn namelijk voor elk project geschikt. Dit hangt bijvoorbeeld af van de oriëntatie van de gevel en of het om hoogbouw of laagbouw gaat. o In de tweede column staat hoeveel punten een verblijfsplaats voor die soort waard is. o In de derde column ziet u welke belangrijkste gebieds-specifieke voorwaarden er zijn voor deze soort (voor een uitgebreidere toelichting, zie de o Maatregelencatalogus). o Bij sommige soorten wordt een minimum aantal verblijfsplaatsen per woning geadviseerd omdat deze dieren leven in groepen (column 4). o In column 5 staat welke groene maatregelen u in stap 3 (Categorie B) zou kunnen kiezen om naast het aanbieden van nestgelegenheid ook de juiste o leefomgeving voor deze soort te creëren binnen uw project. Dit verhoogt de effectiviteit van de maatregel. o In de meest rechter column geeft u het aantal punten per soort aan dat u van plan bent te behalen.

o Onderaan kunt u het aantal punten bij elkaar optellen.

9

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

Stap 3: Punten uit groene opstalgebonden maatregelen (Categorie B). Selecteer in de onderstaande tabel welke opstalgebonden maatregelen u kiest. Houd daarbij rekening met de soorten die u in stap 2 heeft gekozen. Bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus. Keuze (X)

Categorie B. Opstalgebonden maatregelen (tuin, dak, gevel). Welke groene maatregelen (categorie B) kiest u? Maatregel

T.b.v.

Advies

Punten

BIO (vlinder, vogel, wilde bij), KA, NB

Liefst op woning, niet op schuurtjes, en met zo veel mogelijk verschillende soorten sedum (bij plat dak liefst ook kruiden, (dwerg)heesters)

………

GEVEL/DAK B1. Groen plat dak (per 50m2 15 punten + 3 punten voor toevoeging grassen en kruiden, +3 punten voor toevoeging dwergheesters en/of struiken) B2. Hellend sedumdak (per 50m2 15 punten)

………

B3. Groene gevel (tenminste 2m hoog & 3m breed) (per gevel 5 punten)

BIO (huismus, vlinder, wilde bij), KA, NB

Klimop (hedera), bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, clematis, kamperfoelie, leifruit

………

B4. Geveltuin (tenminste 1m breed) (per grondgebonden woning met geveltuintje 1 punt)

BIO (huismus, vlinder, wilde bij), KA, NB

Inheemse vogel- en insectvriendelijke planten (veel bessen, nectar, stuifmeel)

………

B5. Vleermuisvriendelijke of geen verlichting (bij alle woningen rekening houden met beperkte lichtuitstraling = in totaal 1/3/5/10 ptn*)

BIO (vleermuis, vogel)

-

B6. Vrije maatregel:………………….** (1 tot 25 punten)

BIO en/of KA en/of NB

……… Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit/klimaatadaptatie.

………

TUIN B7. Groene erfafscheiding (per huis met 25% groene hagen als BIO (huismus, vlinder, wilde erfafscheiding 1 punt (huis met volledige groene erfafscheiding = 4 ptn). bij), KA, NB Groene klimplanten tegen omheining ipv haag is helft van de punten. Een gemengde haag (2 of meer soorten) is dubbele punten).

Klimop, liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, (haag)beuk of andere vrucht- en besdragende of nectarproducerende soorten

B8. Egelpassages -> ‘egelsnelweg’ (alle tuinen egelpasseerbaar d.m. v. groene erfafscheidingen/openingetjes = in totaal 1/3/5/10 punten*)

BIO (egel), NB

opening van min. 13x13cm.

B9. Inheemse boom 2 /3 grootte of 3 struiken aanplanten in tuin (1 boompje of 3 struiken = 3 punten)

BIO (vogels, insecten), KA, NB

B10. Alleen noodzakelijke verharding in bv. (voor)tuinen, oprit (1/3/5/10 punten* als hier in hele project rekening mee is gehouden)

BIO, KA, NB

B11. Vrije maatregel:………………….** (1 tot 25 punten)

BIO en/of KA en/of NB

e

Totaal aantal punten:

e

………

……… boom: bv. krentenboompje, gele kornoelje, kersappel, zwarte kers, sierpeer, mispel struik: meidoorn, vuilboom, hazelaar, sleedoorn Waar verharding noodzakelijk is, zet in op waterdoorlatende verharding

………

……… ……… ………

BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving. *Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten). **Vrije keuze: er kan een eigen maatregel worden geformuleerd. Hierbij moet een onderbouwing worden gegeven op welke wijze de maatregel bijdraagt aan biodiversiteit en/of klimaatadaptatie. Het aantal punten wordt in overleg met gemeente bepaald.

PAGINA

Keuze (X)

10

Stap 4: Punten uit groene bewustwordingsmaatregelen (Categorie C) Selecteer in de onderstaande tabel welke bewustwordingsmaatregel(en) u treft, mits u hiervoor kiest. Meer informatie vindt u in de Maatregelencatalogus. Categorie C. Bewustwording. Welke groene maatregelen (categorie B) kiest u? Maatregel

Ten behoeve van:

Advies:

C1. Aanleg groene voorbeeldtuin (3 punten)

BIO, KA, NB

I.s.m. Arnhem Zoemt

C2. Tuinklaarpakket (2 punten x aantal bestelde natuurlijke tuinen)

BIO, KA, NB

Ontwikkelaar geeft de nieuwe bewoner de optie een groene tuin mee te kopen en dit (tuinontwerp, ontwikkeling en - aanleg) ook onderdeel te laten zijn van de hypotheek. I.s.m. Arnhem Klimaatbestendig

………

Punten

BIO, KA, NB

Per huishouden wordt een tuinontwerpsessie aangeboden van minstens 1 uur. De sessie is gericht op een groene tuininrichting met minimale verharding en aantrekkelijk voor insecten en vogels. I.s.m. Arnhem Klimaatbestendig

………

C4. Biodiversiteitspakket aanbieden (0.5 punt x aantal pakketjes)

BIO, KA, NB

Vogelhuisje gevuld met o.a. inheems bloemmengsel en brochure over biodiversiteit; verkrijgbaar via gemeente.

………

C5. Vrije maatregel:………………….* (1 tot 25 punten, ntb)

BIO/KA/NB ………

BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving. *Vrije keuze: er kan een eigen maatregel worden geformuleerd. Hierbij moet een onderbouwing worden gegeven op welke wijze de maatregel bijdraagt aan biodiversiteit en/of klimaatadaptatie. Het aantal punten wordt in overleg met gemeente bepaald.

ONDERWERP

C3. Faciliteren van tuinontwerpsessies (1 punt x aantal tuinontwerpsessies)

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

………

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

Keuze (X)

11

Stap 5: Punten uit groene omgevingsgebonden maatregelen (Categorie D) Speelt uw initiatief zich (ook) af in de openbaar toegankelijke ruimte? Kies dan uit de onderstaande maatregelen. Ook voor deze stap geldt: bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus.

Categorie D. Omgevingsgebonden maatregelen: bedoelt voor ontwikkelaars die (ook) openbaar toegankelijke ruimte aanleggen. Maatregel

T.b.v.

Eisen

Punten

D1. Nestkast voor de boomklever (1 nestkast = 1 punt)

BIO (boomklever)

Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel (oude loof)bomen

……….

D2. Nestkast voor grote bonte specht (1 nestkast = 1 punt)

BIO (grote bonte specht, boomklever)

Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel bomen

……….

D3. Nestkast voor steenuil (1 nestkast = 2 punten)

BIO (steenuil)

Plaats bij voorkeur op (boeren)erven. Max. 1 per 100m2

……….

D4. Nestkast voor bosuil (1 nestkast = 2 punten)

BIO (bosuil)

Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel bomen

……….

D5. Vleermuiskast (1 nestkast = 1 punt)

BIO (verschillende soorten vleermuizen)

Eén vleermuiskast is goed, twee of meer is fantastisch. Geen lichtverstoring.

D6. Nest voor ooievaar (1 nest = 25 punten)

BIO (ooievaar)

Dichtbij extensief beheerde weilanden en/of uiterwaarden.

NESTEN VOOR NIET-GEBOUWBEWONENDE SOORTEN

D7. Vrije maatregel:………………….* (1 tot 25 punten, ntb)

………. ……….

GROENE OPENBAAR TOEGANKELIJKE RUIMTE D8. Extensief maaibeheer (standaard overal in het projectgebied toepassen tenzij goed beargumenteerd is waarom dit niet kan/ wenselijk is (5 punten)

BIO (hermelijn, waterspitsmuis, patrijs, rietzanger, kwartelkoning, vlinders, bijen), KA, NB

1-3x maaien en afvoeren per jaar, steeds 25% laten staan.

D9. Vergroenen en verfraaien van bermen (3 punten per berm)

BIO (vlinders, bijen), KA

A. verharde bermen vergroenen of; B. groene bermen geschikt maken voor afwatering

………

D10. Cluster van 3 inheemse bomen van 1e grootte aanplanten of behouden (5 punten)

BIO (vogels), KA, NB

Bijvoorbeeld wilg, zomer-/wintereik, linde, zachte/ruwe berk, zwarte els, zoete kers

………

………

D11. Rij van >10 inheemse bomen van 1e grootte aanplanten of behouden (15 punten) D12. Takkenril/ stobbenwal aanleggen (2 punten per takkenril van minstens 10m)

……… BIO (hermelijn, rugstreeppad, ringslang, kamsalamander), NB

………

D15. Faunapassage (15/25 punten per passage)

BIO, NB

D16. Pocketpark (minipark van min. 250m2) (25 punten)

BIO, KA, NB

D17. Verbinden groenstructuren op zelf gekozen manier (5-25 punten)

BIO, NB

D18. Beperken verharding (in het hele projectgebied wordt hier aantoonbaar rekening mee gehouden (bij bv. parkeervakken) (10 punten)

BIO, KA

D19. Geen buitenverlichting bij of op groen (10 punten)

BIO

Klimop (hedera), liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, (haag)beuk, sleedoorn

……… ………

Inheemse en klimaatbestendige soorten, liefst deels eetbaar

……… ………

………

D20. Vrije maatregel:………………….* (1 tot 25 punten, ntb) BLAUWE OPENBAAR TOEGANKELIJKE RUIMTE D21. Natuurvriendelijke oever (standaard toepassen bij alle oevers in het projectgebied tenzij goed beargumenteerd is waarom dit niet kan/niet wenselijk is) (10 punten)

BIO (rugstreeppad, ringslang, kamsalamander, patrijs, rietzanger, kleine karekiet, hermelijn, waterspitsmuis, bever, otter), NB

In overleg met Waterschap

D22. Ecologische wadi of bodempassage 5-10 punten afhankelijk van grootte

BIO (vlinders, bijen), KA, NB

Natuurlijke inrichting met kruiden en planten

D23. Amfibieënpoel (minimaal 30 m2) (1 poel = 25 punten)

BIO (rugstreeppad, ringslang, kamsalamander), KA, NB

D24. IJsvogelwand- of oever (1 ijsvogelwand = 15 punten) (1 ijsvogelvriendelijke oever = 10 punten)

BIO (ijsvogel)

D25. Eigen initiatief: in overleg* (1 tot 25 punten)

?

Totaal aantal punten:

BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving * Vrije keuze: in overleg met gemeente

………

……… ………

Bij rivieren op zeer rustige locaties ……… ……… ………

ONDERWERP

BIO (huismus), KA, NB

………….

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

D14. Aanleg haag (minimale lengte 100 meter) (5 punten per haag)

Bijvoorbeeld meidoorn, vuilboom, hazelaar, sleedoorn

PAGINA

BIO (huismus, vlinders), KA, NB

12

D13. Vogel- of vlinderbosje aanleggen (3 punten per cluster van 25m2)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=3e062ba0-7d27-43eb-8298-5aecbb446db8