Bijlage 4 - Memo moties en toezeggingen
Tekst van het document
Memo Datum
: 12 december 2023
Zaaknummer : 4015614 Aan
: Raad
Van
: College van B&W
Betreft
: Afhandeling van toezeggingen en moties op het thema sport.
Inleiding Deze memo is als bijlage toegevoegd aan het raadsvoorstel ‘positief sportklimaat, toekomst sportclubs en kunstgrasbeleid’. De moties en toezeggingen die behandeld worden in deze memo betreffen de thema’s die behandeld worden in het raadsvoorstel. Om uitgebreider in te kunnen gaan op een aantal moties is voor een apart memo gekozen. Het betreft de volgende moties en toezeggingen: Motie 23M48 – Kunstgras is niet groen Door middel van de ‘Nota kunstgrasbeleid’ geeft het college invulling aan deze motie. Daarnaast vraagt de motie specifiek om de toekomst van de skate- en schaatsbaan op sportpark Schuytgraaf te onderzoeken. Er zijn op dit moment ongeveer 200 (jeugd)leden actief bij STG Rijn-IJssel, de skeeler en schaatsvereniging. De club is gegroeid tijdens en na Covid. Zij zijn drie avonden in de week actief, organiseren wedstrijden en toernooien en hebben een goede wijkbinding. Vooralsnog is het college niet voornemens deze sportvoorziening op korte termijn weg te halen, of te wijzigen. Motie 23M54 – ambities beweegnorm jeugd In de onlangs vastgestelde ‘visie op bewegen, gezondheid en sport op en rond Arnhemse basisscholen’ is uiteengezet wat de inzet op het 2+1+2 concept is geweest de afgelopen jaren, waar we nu staan en wat de ambities zijn voor de komende jaren (en waar we concreet aan werken).
Wat betreft de percentages en cijfers die in de motie benoemd worden is er wat verwarring. De percentages die genoemd worden in de GGD-monitor zijn niet één op één hetzelfde als het percentage kinderen dat aan de beweegrichtlijnen voldoet. De beweegrichtlijn voor kinderen is namelijk één uur matig intensief bewegen per dag én 3x per week spier- en botversterkende activiteiten, terwijl de indicator vanuit de GGD enkel over een uur bewegen per dag spreekt. Daarnaast is de vraagstelling niet hetzelfde als het landelijk onderzoek naar het percentage kinderen dat voldoet aan de beweegrichtlijn. Dat percentage ligt landelijk op 56,8 procent. Het is niet realistisch te denken dat Arnhem (en de rest van Gelderland midden) zo significant afwijkt van het landelijke beeld. Met alle inzet die wij plegen in samenwerking met het onderwijs verwachten wij dat dit percentage in de buurt, of hoger ligt dan het landelijk percentage. Wij zijn in gesprek met de GGD en het Sportbedrijf om het percentage kinderen dat in Arnhem voldoet aan de beweegrichtlijn op een goede manier in beeld te krijgen. Een eenduidig beeld is de eerste stap om een concretere ambitie te kunnen formuleren. Het college streeft ernaar om de monitoring op dit onderwerp scherper te hebben met het jaarverslag 2024.
Onze ambitie, zoals opgenomen in het programma S09, is om zoveel mogelijk Arnhemmers te laten voldoen aan de beweegrichtlijnen. Aangezien dat voor kinderen betekent dat zij elke dag een uur moeten bewegen, is onze ambitie om kinderen minimaal 7 uur per week te laten bewegen. Het concept 2+1+2 (5
1
uur), gaat niet over onze totale ambitie wat betreft deze doelgroep, maar gaat enkel over dat onderdeel dat gekoppeld is aan het primair onderwijs. De grootste winst is te behalen op en rondom de scholen, vandaar dat daar een aparte aanpak (2+1+2) op gemaakt is. Daarnaast zetten wij reeds in op de resterende 2 uur (of meer), ‘los’ van het onderwijs. Dit doen we onder andere door het inzetten van buurtsportcoaches, verenigingsondersteuning, wijkevenementen en het faciliteren van sportvoorzieningen. Verenigingen spelen hier een belangrijke rol in, vandaar dat we inzetten op kwalitatief sterke verenigingen. Hoe het college de toekomstbestendige vereniging ziet en hoe wij hen ondersteunen kunt u lezen in het nieuwe uitvoeringsplan ‘sportclubs voorbereid op de toekomst’. Het college heeft reeds middelen beschikbaar gesteld voor professionalisering van de sportverenigingen. Daardoor kunnen we invulling geven aan de functies van sportparkmanager, een clubkadercoach, een coördinator jeugdsport en een coördinator positief sportklimaat. Deze functies zijn allemaal ter versterking van de lokale sportinfrastructuur (de verenigingen en sportaanbieders). De motie vraagt om in kaart te brengen wat er financieel voor nodig is om de ambities te realiseren. Die vraag is lastig te beantwoorden.
Wel kunnen we aangeven dat het budget en het aantal FTE dat ingezet wordt voor professionalisering en ondersteuning van sportclubs beperkt is, waardoor we kritisch moeten zijn op welke sportparken en/of verenigingen prioriteit hebben. Dit kan versneld worden door inzet van meer professionals. Een extra sportparkmanager of clubkadercoach kost ongeveer € 100.000,- per jaar per FTE. Toezegging 1352 – inhoud motie duurzame kunstgrasvelden integreren in nieuw kunstgrasveldenbeleid Het stimuleren en faciliteren van duurzame kunstgrasvelden is als onderwerp opgenomen in de ‘nota kunstgrasbeleid’. Toezegging 1337 – aantal kunstgrasvelden en hoe zich dit ontwikkelt In de nota ‘kunstgrasbeleid’ is het overzicht van kunstgrasvelden in Arnhem en hun verwachte levensduur toegevoegd. Over een aantal jaar zal nergens meer SBR-infill (vermalen autobanden) te vinden zijn. Per geval van vervanging van een kunstgrasveld zal worden afgewogen of een terugkeer naar natuurgras mogelijk is. Toezegging 1074 - Vrij zijn in Arnhem Met het plan Positief Sportklimaat in Arnhem geven wij invulling aan toezegging 1074 – Vrij zijn in Arnhem. Het aanbod van NOC*NSF m.b.t. een positief sportklimaat wordt actief onder de aandacht gebracht van sport- en beweegaanbieders.
Daarnaast betrekken wij de expertise van NOC*NSF op dit thema waar mogelijk; bijvoorbeeld door hen uit te nodigen voor sportcafés over het thema Positief Sportklimaat. Toezegging 1363 - Meer bewegen voor oudere ouderen Met het realiseren van een Arnhemse aanpak valpreventie en vitaal ouder worden geven wij invulling aan de toezegging 1363 – Meer bewegen voor oudere ouderen. Doel van de aanpak is dat er voor alle ouderen passend beweegaanbod is. Hierbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar ouderen die slechter ter been zijn en daardoor een hoger valrisico hebben. Door de brede samenwerking met fysiotherapeuten, apothekers, huisartsen en het sociaal domein kunnen wij de verschillende doelgroepen ouderen bereiken en passend beweegaanbod bieden.
2