CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Getekend raadsbesluit - Verordening op de heffing en de invordering van roerende-zaakbelasting 2024

Politieke Avond 8 november 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen van de Belastingverordeningen 20241.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE

Zaaknummer:3939597

Arnhem ^

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM: Gelezenhetvoorstelvan hetcollegevan burgemeester enwethouders van 3 oktober 2023, Bedrijfsvoering, nummer3928586; Geletopartikel 221

van deGemeentewet;

Besluit: vast te stellende VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BELASTINGEN OP ROERENDE WOON- EN BEDRIJFSRUIMTEN 2024

Artikel1. Begripsomschrijvingen Voordetoepassing van dezeverordening wordtverstaanonder: a. ruimte: eenroerende woon-of bedrijfsruimte, dieduurzaamaan eenplaats gebonden is endienttot permanente bewoning of permanent gebruik; b. woonruimte: eenruimtewaarvan devastgestelde waardein hoofdzaakkan wordentoegerekend aan delenvan deruimtediedienen tot woningdanwel volledigdienstbaar zijn aan woondoeleinden; c. bedrijfsruimte: eenruimtedienietkan wordenaangemerktals woonruimte. Artikel2. Belastingplicht 1. Onderdenaam “belastingen opderoerende woon-enbedrijfsruimten ” wordenter zake van binnen degemeente gelegen ruimtentweedirectebelastingen geheven: a. eengebruikersbelasting van degene diebij hetbeginvan hetkalenderjaar eenbedrijfsruimte, al dannietkrachtenseigendom, bezit, beperktrechtof persoonlijk rechtgebruikt; b. eeneigenarenbelasting van degene diebij hetbeginvan hetkalenderjaarvan eenruimtehet genotheeftkrachtenseigendom, bezitof beperktrecht. 2. Bij degebruikersbelasting wordt: a. gebruikdoordegene aan wie eendeelvan eenbedrijfsruimte in gebruikis gegeven, aangemerkt als gebruikdoordegene diedat deelin gebruikheeftgegeven; b. hetter beschikking stellenvan eenbedrijfsruimte voorvolgtijdiggebruikaangemerktals gebruik doordegene diedieruimteter beschikking heeftgesteld. 3.

Degene dieeenin hetvorigelid bedoelde bedrijfsruimte in gebruikheeftgegeven of ter beschikking heeftgesteldis bevoegd debelastingals zodanigte verhalenopdegene aan wie dieruimteof deel daarvanin gebruikis gegeven ofter beschikking is gesteld. Artikel3. Belastingobject Als éénruimtewordtaangemerkt: a. eenbinnen degemeente gelegen ruimte; b. eengedeelte van eenin onderdeel a bedoelde ruimtedat blijkenszijn indeling is bestemdom als een afzonderlijkgeheel te wordengebruikt; c. eensamenstelvan tweeof meerondera bedoelde ruimtenof in onderdeel b bedoelde gedeelten daarvandiebij dezelfde persoon in gebruikzijn endie, naar deomstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; d. hetbinnen degemeente gelegen deelvan eenin onderdeel a bedoelde ruimte,van eenin onderdeel b bedoeld gedeelte daarvanof van eenin onderdeel c bedoeld samenstel. Artikel4 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstafis dewaardedieaan deruimtedientte wordentoegekend indiendevolleen onbezwaarde eigendom daarvanzoukunnen wordenovergedragen endeverkrijgerderuimtein de staat waarin dezezich bevindt,onmiddellijk enin volleomvangin gebruikzoukunnen nemen. 2.

In afwijkingvan heteerstelid wordtdewaardevan eenbedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten diezijn ingeschreven in eenvan deingevolge deMonumentenwet 1988 vastgestelde registersvan beschermde monumenten, bepaaldopdevervangingswaarde, indiendieleidttot eenhogere waarde dandieingevolge heteerstelid. Bij deberekening van devervangingswaarde wordtrekening gehouden met: a. deaard endebestemming van dieruimte;

GEMEENTE

Zaaknummer:3939597

3.

4. 5.

6.

7.

Arnhem ^

b. desedertdestichtingvan deruimteopgetreden technische enfunctionele veroudering, waarbij deinvloedvan laterewijzigingen in aanmerkingwordtgenomen. In afwijkingin zoverrevan heteerstelid wordtdewaardevan eenwoonruimte dat deeluitmaakt van eenopdevoetvan deNatuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoetaan dein artikel 1, derdelid, onderdeel b, van diewet bedoelde voorwaarden bepaaldmet inachtneming van een vooronderstelde verplichting om hetlandgoed gedurende eentijdvak van 25 jarenals zodanigin standte houden engeenopgaand houtte vellenandersdanvolgensderegelsvan normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimtendiedienstbaar zijn aan dewoonruimte worden geachtdeeluit te makenvan diewoonruimte. Met betrekking tot eenruimteals bedoeld in artikel 3, aanhefenonderdeel d, wordtdewaarde gesteldopeenevenredig deelvan dewaardediedientte wordentoegekend aan degehele ruimte. Bij detoepassing van hetbepaalde in devoorgaande ledenblijft buitenaanmerkingdewaardeverhogende invloedvan debouw,daaronder begrepen verbouwing of verbetering van eenroerende woon-of bedrijfsruimte, zolangdiebouwnognietis voltooidof geenvoltooiingverklaring is afgegeven, danwel zolangdieroerende woon-of bedrijfsruimte nognietis gereedgekomen voor gebruikovereenkomstig debestemming diemet debouwwordtbeoogd.

Indieneenroerende woon-of bedrijfsruimte geheel wordtverbouwd, gepaardgaandemet gedeeltelijke afbraak enmet herbouw, eenenandervan eenzodanige omvangdat naar maatschappelijke opvattingmet dieverbouwing destichtingvan eengeheel nieuweof eennagenoeg geheel nieuweroerende woon-of bedrijfsruimte wordtbeoogd, wordtvoordeduurvan de verbouwing dewaardevan diewoon-of bedrijfsruimte buitenaanmerkinggelaten. Indiendebouw,verbouwing of verbetering zoveris gevorderd dat eengedeelte daarvanis gereedgekomen voorgebruikovereenkomstig debestemming, is hetbepaalde in hetvijfde onderscheidenlijk hetzesdelid met betrekking tot dat gedeelte nietvan toepassing.

Artikel5. Vrijstellingen 1. In afwijkingin zoverrevan artikel 4 wordtbij debepaling van deheffingsmaatstaf buiten aanmerkinggelaten dewaardevan: a. glasopstanden, voorzoverdeondergrond daarvanbestaatuit cultuurgrond diebedrijfsmatig wordtgeëxploiteerd tenbehoeve van deland-of bosbouw. Ondercultuurgrond wordtmede begrepen deopengrond,alsmededeondergrond van glasopstanden, diebedrijfsmatig aangewend wordtvoordekweekofteeltvan gewassen,zonder daarbijdeondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. ruimtendiein hoofdzaakzijn bestemdvoordeopenbare eredienst ofvoorhethouden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, eenenandermet uitzondering van delenvan zodanige ruimtendiedienen als woning; c. ruimtentenbehoeve van waterverdedigingsenwaterbeheersingswerken diewordenbeheerd doororganen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, eenenandermet uitzondering van delenvan zodanige ruimtendiedienen als woning; d. ruimtendiezijn bestemdvoordezuiveringvan riool-enanderafvalwater endiewordenbeheerd doororganen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, eenenandermet uitzondering van delenvan zodanige ruimtendiedienen als woning; e. werktuigen dievan eenruimtekunnen wordenafgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan diewerktuigen wordttoegebracht endienietopzichzelfals ruimtenzijn aan te merken; f.

bedrijfsruimten voorzoverdiebestemdzijn te wordengebruiktvoordepublieke dienstvan de gemeente, met uitzondering van delenvan zodanige bedrijfsruimten diebestemdzijn te worden gebruiktvoorhetgevenvan onderwijs; g. ruimtenvoorzoverdiebestemdzijn te wordengebruikt tenbehoeve van begraafplaatsen, urnentuinen encrematoria,eenenandermet uitzondering van delenvan zodanige ruimtendie dienen als woning. 2. De vrijstellingmet betrekking tot dein heteerstelid, onderdeel f, bedoelde ruimtegeldtnietvoorde voorzoverdegemeente van dieruimtenniethetgenotheeftkrachtens eigenarenbelasting eigendom, bezitof beperktrecht. 3. In afwijkingin zoverrevan artikel 4 wordtbij debepaling van deheffingsmaatstaf voorde gebruikersbelasting buitenaanmerkinggelatendewaardevan gedeelten van debedrijfsruimte diein hoofdzaaktot woningdienen danwel in hoofdzaakdienstbaar zijn aan woondoeleinden.

GEMEENTE

Zaaknummer:3939597

Arnhem

Artikel6. Waardepeildatum 1. De heffingsmaatstaf wordtbepaaldnaar dewaardediederuimteopdewaardepeildatum heeftnaar destaat waarin deruimteopdiedatumverkeert. 2. De waardepeildatum ligt éénjaar voorhetbeginvan hetkalenderjaar waarvoordewaarde wordt bepaald. 3. Indieneenruimtein hetkalenderjaar voorafgaande aan hetbeginvan hetkalenderjaar waarvoorde waardewordtbepaald: a. opgaatin eenandereruimtedanwel in meerruimten;of b. wijzigt als gevolgvan hetzijbouw,verbouwing, verbetering, afbraak ofvernietiging, hetzij verandering van bestemming; of c. eenverandering in waardeondergaat als gevolgvan eenandere,specifiekvoorderuimte geldende, bijzondere omstandigheid; wordt, in afwijkingvan heteerstelid, dewaardebepaaldnaar destaat van dieruimtebij hetbegin van hetkalenderjaar. Artikel7. Belastingtarieven Het belastingbedrag is eenpercentage van deheffingsmaatstaf (WOZ-waarde) Het percentage bedraagtvoor: a. degebruikersbelasting 0,1756% b. deeigenarenbelasting 0,1077% 1°. voorroerende zakendiein hoofdzaaktot woningdienen 0,7026% 2°. voorroerende zakendienietin hoofdzaaktot woningdienen Artikel8. Wijze vanheffing De belastingen wordenbij wegevan aanslaggeheven. Artikel9. Termijnenvan betaling 1. De aanslagenmoetenwordenbetaalduiterlijkopdelaatste dagvan demaandvolgende opdie waarin dedagtekening van hetaanslagbiljetis gesteld. 2.

In afwijkingvan heteerstelid kunnen deaanslagenin acht gelijketermijnenwordenbetaald,indien aan hetnavolgende wordtvoldaan: a. hettotaalbedrag van deopéénaanslagbiljetverenigde aanslagenbelastingen oproerende woon-of bedrijfsruimten of anderebelastingen/heffingen moetnietmeerzijn dan€ 5.000,00; b. deverschuldigde bedragen moetendoormiddelvan automatischebetalingsincasso van de betaalrekening van debelastingschuldige kunnen wordenafgeschreven. De eerstetermijnvervalt danopdelaatste dagvan demaandvolgend opdiewaarin dedagtekening van hetaanslagbiljetis gesteldenelk van devolgende termijnentelkenseenmaandlater. 3. De Algemene Termijnenwet is nietvan toepassing opdein devoorgaande ledengestelde termijnen. Artikel10. Nadereregelsdoor het collegevanburgemeester en wethouders Het collegevan burgemeester enwethouders kan nadereregelsgevenmet betrekking tot deheffingen deinvordering van debelastingen oproerende woon-enbedrijfsruimten. Artikel11. Inwerkingtredingen citeertitel 1. De 'Verordening belastingen oproerende woon-enbedrijfsruimten 2023' van 9 november 2022 wordt ingetrokken met ingangvan dein hetderdelid genoemde datumvan ingangvan deheffingmet dien verstandedat zij van toepassing blijft opdebelastbare feitendiezich voordiedatumhebben voorgedaan. 2. Dezeverordening treedtin werkingmet ingangvan deeerstedagna dievan debekendmaking. 3.

De datumvan ingangvan deheffingis 1 januari2024. 4. Dezeverordening wordtaangehaald als: Verordening belastingen oproerende woon-en bedrijfsruimten 2024.

Aldusvastgesteldin deraadsvergadering van 8 november 2023.

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=71fb5ea8-e835-4f38-afe5-eb3304d917e9