CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Factoren die bijdragen aan een succesvol participatietraject

Politieke Avond 1 december 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: 20.30 uur - 21.45 uur: Agenderingsverzoek "Stand van Zaken Burgerparticipatie"776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Factoren bij een succesvolle participatie Onderstaande succesfactoren zijn het resultaat van een evaluatie-sessie door de raadswerkgroep op 19 mei 2021. Tijdens deze sessie zijn een aantal participatieprocessen uit het verleden onder de loep genomen om te onderzoeken welke lessen hieruit te trekken zijn. Succesfactoren (in willekeurige volgorde) 1. Start vanuit een duidelijk doel: wat wil je bereiken met burgerparticipatie? Afhankelijk daarvan maak je keuzes over de omvang, wijze waarop en kan je het kader bepalen waarbinnen de participatie kan plaatsvinden. Bij de evaluatie van een burgerparticipatieproces is de mate waarin het doel is behaald dan leidend. 2. Zorg ervoor dat je de mensen die je vraagt te participeren serieus kunt nemen. En dat kan als je van te voren duidelijke kaders hebt, voor jezelf als gemeente en voor de participanten. Dat schept namelijk de juiste verwachtingen. Dus: a. geef aan wat de mate van invloed is (alleen meedenken over grote lijnen, specifieke keuzes, mogelijkheid om het idee te schrappen, zelf iets nieuws of origineels te bedenken etc.). b. geef aan waarom iets wel of niet op tafel ligt: wat zijn de juridische, fysieke, financiële, politieke of bestuurlijke obstakels die de ruimte van invloed beperken. c. leg geen opties voor die niet haalbaar zijn. d.

maak van te voren een afweging van maatschappelijk belang tegenover de direct belanghebbenden. Als een maatschappelijk belang overwegend is, beperkt dat automatisch de mate van invloed van de direct betrokkenen. Wees daar van dus ook van te voren helder over. e. zorg voor een gelijkheid van informatie tussen betrokkenen en gemeente binnen het kader waarin dat mogelijk is. Als er iets niet kan, geef dan duidelijk aan waarom dat niet kan. f. Blijf continu en consequent communiceren hoe je het participatietraject hebt vormgegeven, en waar je in dat proces zit (voorkant, middenin, aan het einde etc.). Het proces moet navolgbaar zijn voor alle betrokkenen. g. Pas op met het negatief framen van participanten. Twee vaakgehoorde negatieve frames bij burgerparticipatie zijn: 'not in my backyard' (nimby) en 'usuals suspects'. Deze dragen niet bij aan het serieus nemen van participanten. 3. Om je doel bij burgerparticipatie te bereiken, zal je vaak gebruik moeten maken van verschillende methoden. Dit speelt vooral als het gaat om het willen betrekken van een diverse groep participanten. Dus organiseer dan niet alleen een informatieavond, maar organiseer ook een telefoonnummer die ze kunnen bellen, en misschien een enquête, en gerichte uitnodigingen. Maar denk ook aan het bieden van een luisterend oor. Dat men in ieder geval ergens terecht kan als ze bezwaren of zorgen hebben. 4.

Breng je stakeholders in kaart. a. Het verschilt nogal of je met individuele inwoners te maken krijgt, of met georganiseerde burgers, verenigingen of bedrijven. De mate van expertise en organisatie verschilt, en een goed participatietraject is daar op aangepast. b. Kijk goed of je alle stakeholders bereikt. Bereik je de groep die je wilt bereiken (past bij het doel dat je het opgesteld?). En hoe bereik je die specifieke groep? Welke methodes passen daar bij (geen brief sturen als je jongeren wilt bereiken). Representativiteit kan een doel zijn, maar dat hoeft niet. 5. Algemene uitgangspunten:

a. Zo toegankelijk mogelijke participatie: hoe prikkel je de mensen? Hoe enthousiasmeer je mensen? Maar ook fysieke toegankelijkheid (laaggeletterdheid, fysieke beperkingen etc.) Wees daar creatief in. b. Organiseer een kritische vriend: iemand die kritisch is op je proces. Doe je inderdaad wel genoeg om er achter te komen wat er echt speelt? Ben je wel ontvankelijk voor signalen die niet passen bij je voorgenomen plan? c. Inwoners hebben het recht op niet participeren. Hoe ga je om met de mensen die niet willen participeren? Doet hun mening er dan niet meer toe? Wees er hierbij van bewust dat niet iedereen wil participeren op de momenten die je zelf hebt georganiseerd. d. Kijk bij de inbreng van betrokkenen vooral naar wat er wél kan, niet naar wat er niét kan. e. Maak bij het evalueren van burgerparticipatie onderscheid tussen het proces en het resultaat. Zeker bij complexe besluiten, zullen er altijd betrokkenen zijn die ontevreden zijn met het resultaat. Dat wil echter niets zeggen over het participatieproces. f. Wees ervan bewust dat veel betrokkenen niet denken in termen van processen of projecten. Participatie stopt niet bij de einde van een project. Het gaat om een continue relatie tussen gemeente en gemeenschap. hou ook aandacht voor de relatie met betrokkenen als een ruimtelijk project (tot stand gekomen met participatie) in de uitvoeringsfase terecht komt.

Voor inwoners geldt vaak: hoe concreter (hoe verder in het besluitvormingsproces), hoe meer zin om te participeren. Voor de gemeente geldt vaak: hoe eerder in het besluitvormingsproces, hoe meer zin er is om inwoners te betrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=15a946df-b52a-4d0f-bd67-b9b01f0f9f87