CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Adviesrapport ‘referentienormen culturele voorzieningen gemeente Arnhem’ van Sweco Nederland (30 juli 2024)

Politieke Avond 17 december 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 – 2028 ‘Standplaats Arnhem’14.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Referentienormen culturele voorzieningen gemeente Arnhem Datum: 30 juli 2024 Versie: Eindrapport

Inhoudsopgave 1. Inleiding en toelichting op normenkader

3

1. Inleiding en toelichting op normenkader 2. Context van culturele voorzieningen in Arnhem: beleid, huidig aanbod en vraag

3 8

2. Context van culturele voorzieningen in Arnhem: beleid, huidig aanbod en vraag 3. Culturele voorzieningen Arnhem in perspectief

8 17

3. Culturele voorzieningen Arnhem in perspectief 4. Overzicht van referentienormen van culturele voorzieningen

17 35

4. Overzicht van referentienormen van culturele voorzieningen 5. Behoefte in beeld en aanknopingspunten ruimtelijke vertaling

35 39

5. Behoefte in beeld en aanknopingspunten ruimtelijke vertaling

39

6. Indicatieve financiële doorvertaling 47

6. Indicatieve financiële doorvertaling 7. Rol van gemeente Arnhem

47 51

7. Rol van gemeente Arnhem

51

Bijlage

Bijlage I. Achtergrondinformatie

55

I. Achtergrondinformatie Colofon

61

Colofon

2

55 61

1.1 Aanleiding Groeien en meegroeien Arnhem groeit snel, namelijk met 14% ofwel ruim 23.000 inwoners tot 2040. Voornamelijk door verschillende binnenstedelijke ontwikkelingen. Deze groei betekent een grotere behoefte aan voorzieningen, zowel commercieel als maatschappelijk. Waaronder ook de culturele voorzieningen. Daarnaast heeft Arnhem een belangrijke regionale en op sommige vlakken landelijke betekenis als het gaat om verschillende culturele functies en instellingen. Met de groei van de stad én het aantal inwoners in de regio en het land, neemt ook op deze manier de behoefte aan culturele voorzieningen toe. Culturele voorzieningen hebben voor de stad zowel economische als sociaalmaatschappelijke waarde. In 2023 was 8,1% van de banen in Arnhem actief in de creatieve industrie (definitie CBS/TNO), mode of vormgeving. Kunst en cultuur verbinden Arnhemmers en maken de stad mooier en aantrekkelijker. De diversiteit aan culturele activiteiten moet dan ook beschikbaar zijn voor iedereen, van de wijk tot het centrum en de regio. Voor de groeiende stad die ook leefbaar is en een zogenaamde ‘quality of life’ moet hebben is het belangrijk dat het culturele voorzieningenniveau meegroeit. 3

Musis Arnhem Bron: visitArnhem

1.1 Inleiding Doel van het onderzoek naar referentienormen en ruimtebehoefte De gemeente Arnhem wil meer zicht hebben op de ruimtelijke opgave waar de gemeente voor staat als het gaat om de cultuursector. De gemeente is aan de slag met de vernieuwing van het cultuurbeleid waarin ambities en opgaven worden opgenomen. Als onderdeel hiervan stelt de gemeente zich vragen als: Hoeveel ruimte dient er in de groeiende stad voor cultuur gereserveerd te worden? En welke investeringen vraagt dit? Via referentienormen voor culturele voorzieningen wenst de gemeente Arnhem een helder inzicht in de ruimtebehoefte én financiële doorvertaling voor de cultuursector te hebben. Met een referentienorm wordt de rekenkundige ruimtebehoefte voor een voorziening uitgedrukt in vierkante meters. Als eindresultaat krijgt de gemeente inzicht in hoeveel ruimte er nodig is voor toekomstbestendige culturele voorzieningen in de periode 2024-2040 en welke investeringen dit vraagt. De ruimte in Arnhem is schaars en veel verschillende functies hebben een vergelijkbare ruimtebehoefte. Met behulp van de referentienormen kan de gemeente integraal keuzes maken tussen verschillende voorzieningen.

4

Gelijktijdige onderzoeken ‘Creatieve stad van Verbinding’ en ‘Sectoranalyse Podiumkunsten’ Voor een volledig beeld van de situatie in Arnhem vinden er gelijktijdig aan dit onderzoek nog twee onderzoeken plaats, namelijk ‘Arnhem Creatieve Stad van Verbinding’ door Blueyard en ‘Sectoranalyse Podiumkunsten Arnhem’ door Walter Ligthart, Rento Zoutman en Simon Mamahit. Indien relevant verwijzen we naar de conclusies uit deze onderzoeken. Gezamenlijk met voorliggend onderzoek vormen deze de achtergrond voor nieuw cultuurbeleid. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in het belang van een normenkader en hoe hier mee om te gaan in de praktijk. Vervolgens schetsen we in hoofdstuk 2 de context waarin de normen worden opgesteld: het beleid, het huidige aanbod en de vraag. Met deze context plaatsen we in hoofdstuk 3 het huidige aanbod in perspectief. Het gaat om aanbod, spreiding over de stad, verhouding t.o.v. benchmark, functioneren en trends. Op basis daarvan stellen we een referentienorm per voorzieningen vast. In hoofdstuk 4 staan deze referentienormen samengevat. Daarna geven we in hoofdstuk 5 inzicht in de ruimtevraag en aanknopingspunten voor de ruimtelijke vertaling van de behoefte. Hoofdstuk 6 omvat de indicatieve financiële doorvertaling voor de fysieke investeringen waarvoor de gemeente Arnhem verantwoordelijk is.

We sluiten af met hoofdstuk 7 waarin we handvaten geven voor de mogelijkheden van de gemeente in de realisatie van de culturele voorzieningen.

1.2 Waarom een normenkader Referentienormen voor culturele voorzieningen dragen bij aan leefbare en toekomstbestendige wijken en een gehele stad. Het kader met referentienormen voor culturele voorzieningen is een leidraad, maar geen wetmatigheid. Het kader biedt houvast in gebiedsontwikkelingen van nieuwe maar ook in bestaande wijken.

Een normenkader culturele voorzieningen: •

geeft inzicht in de impact van de inwonergroei en de groeisprong van de stad Arnhem op de behoefte aan culturele voorzieningen (in de voorfase van een gebiedsontwikkeling).

•

biedt houvast in gesprekken met (ontwikkelende) partijen binnen een gebiedsontwikkeling.

•

geeft inzicht in de benodigde ruimte en investeringen.

•

helpt met het maken van bewust afgewogen integrale (bestuurlijke) keuzes.

•

draagt daarmee bij aan leefbare en toekomstbestendige en veerkrachtige buurten en stad, waar het prettig leven is voor inwoners en een aantrekkelijk komen voor bezoekers.

Dit alles is relevant omdat de ruimte schaars is in Nederland; zo ook in Arnhem. Naast culturele voorzieningen is er bijvoorbeeld behoefte aan meer ruimte voor wonen, groen, werklocaties en andere maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs. De normen 5 en de behoefte die daaruit voortkomen, dragen bij aan zorgvuldige afwegingen over deze schaarse ruimte.

Museum Arnhem Bron: museum.nl Eva Broekema

1.3 Toepassing normenkader Het normenkader zorgt voor inzicht in de kwantitatieve vraag op basis van de groei van het aantal inwoners¹, de ruimtevraag en de benodigde investeringen voor culturele voorzieningen. Zowel in de huidige situatie als in de toekomst. Bij toepassing van het normenkader moet onder meer rekening worden gehouden met de volgende aandachtspunten:

•

Het normenkader is een leidraad en is geen harde wetmatigheid. Op basis van (weloverwogen) keuzes kan worden afgeweken van de normen en de behoeftes die eruit voort komen.

•

De eruit voortvloeiende ruimtevraag en investeringen kunnen hoger of lager uitvallen. Bijvoorbeeld door het combineren van voorzieningen, efficiëntere bezetting en trends en ontwikkelingen. Maar denk ook aan de introductie van nieuwe wet- en regelgeving.

•

Soms is de totale ruimtebehoefte fysiek niet haalbaar in een (deel)gebied, zeker gezien de grote druk op de ruimte (o.a. voor groen, wonen en andere functies). Zeker voor voorzieningen met een functie voor de gehele gemeente (en regio of land) dient er daarom strategisch naar deze opgaven te worden gekeken.

•

Voor de culturele voorzieningen heeft de gemeente geen directe wettelijke taak (zoals voor onderwijs wel het geval is). Doordat cultuur echter dusdanig bijdraagt aan een aantrekkelijke en leefbare stad, en deze voorzieningen niet altijd vanzelf een plek binnen gebiedsontwikkelingen krijgen, is het essentieel hier wel normeringen aan te hangen. Zo wordt inzichtelijk gemaakt wat er noodzakelijk is om het voorzieningenniveau minimaal op niveau te houden en kan voldoende fysieke ruimte geboden bij wijk- en gebiedsontwikkelingen.

6

¹ We rekenen de groei door o.b.v. de groei van het aantal inwoners in Arnhem. Omdat Arnhem een G9 cultuurstad is en het aanbod ruimer is om ook een functie hebben voor bezoekers van buiten de stad, is dit verzorgingsniveau in de normen reeds verdisconteerd.

1.4 De culturele voorzieningen in het normenkader In het normenkader nemen we een zevental categorieën culturele voorzieningen mee. Alle categorieën zijn binnen de gemeente Arnhem aanwezig en dragen bij aan het culturele klimaat van de stad. In dit schema zijn de definities van de functies opgenomen zoals in deze analyses zijn gehanteerd. Uiteraard zijn er binnen de categorieën verschillende subbranches aanwezig en is het verzorgingsbereik niet altijd hetzelfde. In de volgende hoofdstukken gaan we verder in op o.a. deze meer specifieke kenmerken. 7

Functie

Definitie

Ateliers en broedplaatsen

Een atelier is een werkplaats/ studio voor een professioneel werkende (beeldend) kunstenaar of cultureel en creatieve ondernemer. Broedplaatsen zijn plekken met meerdere ateliers onder één dak én met aanvullende voorzieningen waar ook exposities of culturele evenementen kunnen worden gehouden. Het gaat om fysieke locaties, geen organisaties.

Openbare bibliotheek

Stedelijke/ Wijk-/buurtvoorziening voor het uitlenen van fysieke of digitale informatiedragers en voor het stimuleren van geletterdheid. Het gaat daarbij om zelfstandige vestigingen, (mini)servicepunten of zelfbedieningspunten. Zie ook vijf wettelijke WSOB functies bibliotheek: omvat in ieder geval de functies, die bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling en verbetering van de maatschappelijke kansen van het algemene publiek. In Arnhem is de bibliotheek onderdeel van Rozet met o.a. een cultuureducatiefunctie.

Filmhuis

Theater waar op een projectiescherm films worden vertoond voor een betalend publiek, focus op art house en filmeducatie. Geen commerciële bioscopen.

Museum en kunstpodium/ presentatie-instelling

Een museum is een permanente instelling zonder winstoogmerk, gericht op het onderzoeken, verzamelen, bewaren, interpreteren en tentoonstellen van materieel en immaterieel erfgoed. Musea zijn openbaar, toegankelijk en inclusief. Musea bieden een verscheidenheid aan ervaringen met het oog op educatie, genoegen, reflectie en kennisuitwisseling. Een kunstpodium of presentatie-instelling is een kunstinstelling zonder collectie met als kernactiviteit het presenteren van hedendaagse beeldende kunst.

Oefen- en lesruimte amateurkunst

Ruimtes bestemd voor het uitoefenen of lesgeven in amateurkunsten, bijvoorbeeld ten behoeve van muzieklessen, tekencursussen en toneelstukken (van amateurtoneelgezelschappen).

Podium (Pop)Muziek / theater/Toneel/Debat

(Gesubsidieerde) Podia voor theater, toneel, muziek, debat, dans of andere optredens.

Kunst in de openbare ruimte

Deze kunst bevindt zich in of is zichtbaar vanuit onze directe leefomgeving: in parken, op pleinen, op straat en ook op, aan of soms in publieke gebouwen. Dit soort kunstwerken of gedenktekens is vaak in opdracht gemaakt voor een specifieke plek en heeft soms een relatie met een gebouw of omgeving.

Definities culturele voorzieningen. Bron: Gemeente Arnhem en Sweco

2. Context van culturele voorzieningen in Arnhem: beleid, huidig aanbod en vraag Bij het opstellen van de normen houden we rekening met de context van het cultuuraanbod van Arnhem. Wat is het beleid de afgelopen jaren geweest en wat is het bestaande aanbod? En ook: wie zijn de (toekomstige) gebruikers van het cultuuraanbod? Tevens gaan we in op enkele algemene trends die van invloed kunnen zijn op het cultuuraanbod. In dit hoofdstuk schetsen we deze context (meer branchespecifieke trends komen in hoofdstuk 3 aan bod).

8

2.1 Bestaand beleid en visies Het cultuurbeleid wordt vernieuwd. Om de context van Arnhem als cultuurstad beter te begrijpen schetsen we hier de hoofdlijn van het bestaande beleid en visies van de gemeente omtrent cultuur (zie bijlage I.A voor meer achtergrondinfo). •

Omgevingsvisie: Bereikbare cultuur voor iedereen. Arnhem streeft ernaar • om gezonde wijken te creëren met goed bereikbare culturele voorzieningen. In de grote stadsdeelcentra gaat de gemeente samen met de omgeving en eigenaren aan de slag om full service centra te realiseren met winkelen, beleven, cultuur, zorg en ontmoeten. De huisvesting van kunstenaars, creatieve ondernemers en podiumkunsten (van door het Rijk gefinancierde topgezelschappen) is belangrijk voor de stad.

•

Cultuurbeleid Arnhem (o.a. Stroom 2012): Hoewel het cultuurbeleid wordt vernieuwd zijn de belangrijkste doelen uit het aflopende beleid dat Arnhem de huidige positie als culturele hoofdstad van het Oosten wil behouden en de infrastructuur versterken. Daarnaast is er ingezet op cultuur in de wijken, meer geld naar makers en ruimte voor creatieve bedrijvigheid.

•

In de Cultuurregio 025 trekken Arnhem en Nijmegen, samen met de bredere regio, gezamenlijk op om zich cultureel te profileren. In de regio wordt rust afgewisseld met ruis, en natuur met de stad.

•

In het onderzoek ‘Huisvesting broedplaatsen’ (Bureau Buiten, 2019) wordt een tekort aan werkruimte voor de creatieve sector geconstateerd. In de

9

visie werklocaties 2040 (BCI) zijn er meerdere wijken zoals o.a. Kronenburg, Rijnpark, Modekwartier en de Coberco Melkfabriek aangewezen als gemengde woon-werkwijken waar ruimte is voor creatieve bedrijvigheid en andere voorzieningen. In het coalitieakkoord (2022-2026) is over de huisvesting voor cultuur opgenomen dat er wordt gezorgd voor adequate huisvesting voor zowel de topgezelschappen als de breedtekunst. Ook voor de creatieve sector, waaronder makers, moeten voldoende vierkante meters beschikbaar zijn. Tot slot bestaat de wens om maatschappelijk vastgoed betaalbaar verhuurd te maken voor cultuureducatie en -participatie.

Een van de uitdagingen voor Arnhem: het stapelen van ambities vergt keuzes Bron: Omgevingsvisie Arnhem 2040

2.2 Huidig aanbod culturele voorzieningen (1/2) De inventarisatie van het huidige aanbod toont een rijk cultuuraanbod. In deze paragraaf schetsen en duiden we het huidige culturele voorzieningenaanbod in de gemeente Arnhem. •

Toonaangevende instellingen zijn sterk geclusterd. Arnhem beschikt over diverse musea (o.a. Nederlands Openluchtmuseum en Museum Arnhem), podia (o.a. Luxor Live, Stadstheater, Musis, Theater aan de Rijn), Focus Filmtheater en topgezelschappen (Theater Oostpool, Phion en Introdans) die op nationaal of regionaal niveau acteren. Deze voorzieningen zijn grotendeels geclusterd in het centrum. Dit is logisch, het centrum is van oudsher de locatie waar deze instituten zijn gehuisvest en is multimodaal bereikbaar.

•

Weinig aanbod in Arnhem Zuid en Oost. Tegelijkertijd constateren we dat de spreiding van overige, meer wijkgerichte, culturele voorzieningen beperkt is. Met name in het zuiden en oosten van de stad zijn er weinig culturele (wijk)voorzieningen zoals broedplaatsen, podia, oefen- en lesruimte voor amateurkunst.

•

Wijkcultuur vindt ook plaats in buurthuizen. Kantekening daarbij is dat we hier alléén het aanbod van locaties meenemen dat primair cultuur is. Veel wijkcultuur speelt zich af in buurthuizen of schoolgebouwen, ofwel in multifunctionele gebouwen.

10

Aanbod culturele voorzieningen in kaart - grootte bollen is het bereik van de voorziening (lokaal, stad of regio) Bron: Inventarisatie gemeente Arnhem, bewerking Sweco

2.2 Huidig aanbod culturele voorzieningen (2/2) Binnen culturele voorzieningen zijn er verschillende doelgroepen Het cultuuraanbod in Arnhem is breed en divers. Zowel in type aanbod als hoeveelheid per functie, maar ook kwalitatief, o.a. programmatisch en qua doelgroepen, verschilt het aanbod binnen een functie vaak sterk. Onderstaand is het totale aanbod in Arnhem weergegeven en is er een verzorgingsbereik aan toegekend. Dit verzorgingsbereik duidt voor welke doelgroep -qua reikwijdte- de voorzieningen primair een functie hebben. Aantal locaties Functie

•

Lokaal: deze voorzieningen hebben vooral een functie voor de inwoners van de gemeente Arnhem zelf.

•

Regionaal: naast een functie voor inwoners van Arnhem zelf, hebben deze voorzieningen ook een functie voor de regio. Dit varieert van enkele omliggende gemeentes tot aan een groot deel van de provincie.

•

Nationaal: deze voorzieningen trekken bezoekers uit het hele land (en soms in mindere mate ook internationaal bezoek).

Reikwijdte / verzorgingsbereik voorziening Lokaal

Regionaal

Nationaal

Toelichting

Totaal

Ca. 56

0

0

9 broedplaatsen met podia, expositie of wijkfunctie. (Excl. modekwartier en commerciële ruimtes met ateliers)

Openbare bibliotheek

3

0

0

Excl. 7 ‘Rozetjes’

3

Filmhuis (zalen)

0

5

0

In de zomer 1 openluchtzaal extra

5

Museum en kunstpodium/presentatie-instelling

0

7

6

4 kunstpodia en een kunstmuseum

13

Oefen- en lesruimte amateurkunst

3

0

0

Plekken met oefen- en lesruimte als primaire functie

3

Podium (Pop)Muziek/theater/Toneel/Debat/ Dans

6

9

3

Excl. repetitieruimte Introdans

18

12

12 nationale sleutelkunstwerken

308

Ateliers en broedplaatsen

Kunst in de openbare ruimte

Ca. 294

Aanbod in aantal locaties met primaire doel produceren en/ of presenteren van kunst en cultuur. Peildatum voorjaar 2024, naar zorgvuldige inventarisatie, maar kan onverhoopt onvolledig zijn

11Bron: Inventarisatie gemeente Arnhem en buitenkunstArnhem.nl

56

2.3 Inzicht in de vraag (1/4) Om de normen te vertalen naar een behoefte in de toekomst is het essentieel om inzicht te hebben in de vraag. De bewoners in en rondom Arnhem zijn namelijk de (potentiële) bezoekers van het cultuuraanbod in de stad. We schetsen hier zowel kwantitatief (aantallen), als meer kwalitatief (soorten) deze vraag.

Rijkerswoerd. De groei en krimp verspreid zich daarmee over de stad. •

Ook worden er verschuivingen in leeftijdsgroepen verwacht. Zoals vrijwel overal in Nederland treedt er lichte vergrijzing op.

Potentieel groeit Het potentieel voor de cultuurvoorzieningen groeit. Zowel in de gemeente, regio, provincie als heel Nederland neemt het inwonertal toe. Dit betekent dat het potentieel perspectief in aantal bezoekers voor de cultuurvoorzieningen positief is. Aantal inwoners Arnhem groeit, wel verschil per wijk •

De gemeente Arnhem staat voor een sterke groei in het aantal inwoners. Januari 2024 telt de gemeente 167.629 inwoners, maar volgens de prognoses zal dit aantal stijgen naar 191.150 in 2040, wat neerkomt op een groei van 14%.

•

Deze groei is met name merkbaar in de wijk Arnhemse Broek, waar het aantal inwoners naar verwachting met 5.600 zal toenemen, mede vanwege de ontwikkeling van Rijnpark. Daarnaast krijgen ook de wijken Schuytgraaf (+ 1.700 inwoners) en Malburgen-West (+ 1.500 inwoners) te maken met groei. Naast de groei zijn er echter ook enkele wijken waarin een afname van het aantal inwoners wordt verwacht, zoals Klarendal en

12

Aantal inwoners in de wijken van Arnhem 2024 Bron: Arnhem in Cijfers – inwoners 2024 naar wijken

2.3 Inzicht in de vraag (2/4)

15,4% 22,3% 12,7%

10,0%

Ook regio rondom Arnhem groeit licht Daarnaast maakt de gemeente Arnhem deel uit van de Groene Metropoolregio (o.a. met de gemeente Nijmegen) en is Arnhem betrokken bij de Woondeal 2.0. In de hele regio is er een uitdaging om tussen 2022 en 2030 maar liefst 33.000 nieuwe woningen te realiseren (bron: Groene Metropoolregio – Woondeal 2.0).

10,3% 12,7%

16,7%

15,4%

Nederland

15,4%

Gemeente Arnhem

In de buurgemeenten van Arnhem zonder eigen substantieel cultuuraanbod, bestaande uit de gemeenten Rheden, Rozendaal, Renkum, Duiven, Westervoort en Doesburg, wordt een groei van ongeveer 3.500 inwoners verwacht tot 2040, ca. 3% meer (bron: CBS en Primos prognose 2023). Kwalitatieve vraag: leefstijlen Market Response heeft voor de vrijetijdsbestedingen van inwoners van Nederland zeven leefstijlen opgesteld, om behoefte en gedrag nader te duiden. Deze leefstijlen hebben een grote voorspellende waarde op de manier waarop iemand recreëert en dus ook in hoeverre zij geïnteresseerd zijn in cultuurbezoek.

In Arnhem zijn de plezierzoekers dominant. Zij zijn creatief, ondernemend en zoeken culturele en outdoor activiteiten. Gemiddeld gaan zij vaker naar bioscopen en festivals, maar minder naar musea. In de regio zien we grote verschillen. In de ten oosten gelegen gemeenten zijn de rustzoekers dominant. Zij bezoeken eigenlijk alle culturele voorzieningen minder dan gemiddeld, en zijn meer op zoek naar o.a. groen en natuur. Aan de westkant zijn er meer stijlzoekers. Een doelgroep die gemiddeld veel cultuur bezoekt, zowel 13 concertzalen, poppodia, filmhuizen en bioscopen. Let wel: in al deze gemeenten zijn ook inwoners met andere leefstijlen woonachtig.

Leefstijlen in Arnhem t.o.v. landelijk (boven) en de dominante leefstijlen in de omgeving Bron: leefstijlvinder Market Response

2.3 Inzicht in de vraag (3/4) Dominante leefstijlen in Arnhem en hun culturele voorkeuren In Arnhem zelf zijn de plezierzoekers dominant aanwezig. Als we echter kijken naar de verdeling over de verschillende wijken, dan zien we dat dit sterk varieert per wijk. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de doorvertaling van de generieke leefstijlen naar specifieke behoefte en gedrag qua cultuur: de culturele leefstijl. Avontuurzoeker: Bezoekt alle type locaties vaker dan gemiddeld, voorkeur voor erfgoedlocaties, musea, theaters en filmhuizen.

Stijlzoeker: Bezoekt vaker filmhuizen, poppodia, concertzalen en erfgoedlocaties. Rustzoeker: Bezoekt alle type locaties minder, als ze iets bezoeken zijn dit bioscopen of theaters Plezierzoeker: Bezoekt vaak bioscopen en muziek- en theaterfestival, bezoekt minder vaak musea. In Arnhem constateren we qua leefstijlen een duidelijk contrast tussen de randen van de stad, Noord en het centrum tegenover Oost en Zuid. Dit is iets wat we vaker terugzien in verdelingen op stadniveau. Bijvoorbeeld, de binnensteden kennen veelal een gemiddeld jongere bevolking en kleinere huishoudens, met vaak een stedelijke leefstijl die o.a. de avontuurzoekers en plezierzoekers omarmen. 14

Dominante leefstijlen per wijk in Arnhem Bron: leefstijlvinder

2.3 Inzicht in de vraag (4/4)

Ik vind het belangrijk dat:

Arnhemmers vinden spreiding van cultuur belangrijk In 2022 is onder het Arnhemse Burgerpanel een enquête uitgezet over verschillende cultuuronderwerpen. Voor de normen focussen we ons op de onderwerpen ‘spreiding van cultuur over de stad’ en ‘kunst in de openbare ruimte’. Belangrijke uitkomsten zijn: •

De helft van de respondenten vindt het belangrijk om cultuur dichtbij huis te hebben. Het gaat dan met name om een bibliotheek, bioscoop/filmhuis en de mogelijkheid om aan lessen (schilderen, dans, muziek) deel te nemen.

•

Inwoners vanuit Arnhem Noord gaan nauwelijks naar Arnhem Zuid voor cultuur (21% doet dit wel eens). Andersom gebeurt dit aanzienlijk vaker, namelijk 84% doet dit wel.

•

In Arnhem Zuid missen inwoners voornamelijk een bioscoop, theater en museum. Maar er zijn ook veel respondenten die geen cultuurvoorzieningen missen.

•

Een groot deel van de respondenten (91%) is positief over kunst in de openbare ruimte. Over de spreiding over de stad zijn zij verdeelder, 34% vindt dat er te weinig kunst in de openbare ruimte is in hun directe omgeving.

•

De respondenten hebben een voorkeur voor muurschilderingen/ street art, beeldhouwwerken of landschapskunst.

Kunt u hieronder aangeven voor welke culturele voorzieningen u verder wil reizen en welke u dichtbij huis wil hebben?

Reactie respondent inzake belang van culturele voorzieningen nabij huis Bron: Burgerpanel Arnhem 2022 Stelling: Ik vind dat er voldoende kunstwerken in mijn woonomgeving te vinden zijn

Reactie respondent inzake aanwezig kunst in openbare ruimte Bron: Burgerpanel Arnhem 2022

2.4 Algemene trends van invloed op behoefte in cultuursector •

Stijgende kosten en duurdere kaartjes. De culturele sector heeft, net zoals andere sectoren, te maken met sterk stijgende kosten (personeel, materiaal, etc.). Deze stijgende kosten zorgen voor extra druk bij de instellingen én zorgen vaak voor stijgende prijzen van kaartjes voor bezoekers. Aanvullend op de stijgende kosten vanwege inflatie is in het landelijke coalitieakkoord ook een BTW-verhoging voor cultuur opgenomen. Dit kan zorgen voor afnemende bezoekersaantallen.

•

Beleving steeds relevanter. Met name in de musea is immersie steeds belangrijker¹. De bezoeker wil mee kunnen doen, iets aanraken of op een andere manier actief worden betrokken in het museum. Met name door de komst van digitale innovatie is alléén kijken vaak niet meer genoeg. Dit heeft soms invloed op de ruimtebehoefte van verschillende voorzieningen.

•

Blurring. Aanvullend op de beleving is ook verdere functiemenging (ook wel blurring) van functies steeds populairder. Dit heeft ook voordelen. Zo is het bibliotheekbezoek gestegen omdat hier ook meer maatschappelijke activiteiten plaatsvinden en ruimten intensiever worden gebruikt.

•

Festivalisering van cultuur. Het aantal festivals is al jaren groeiende (alhoewel de markt steeds meer verzadigd raakt). De keerzijde hiervan is dat bezoekers meer naar festivals gaan dan naar cultuur op vaste podia zoals concerten of theaters. Ook is hier de trend waarneembaar dat het aantal ‘unieke’ locaties voor concerten en theatervoorstellingen toeneemt. Niet elke show vindt plaats in een concertzaal of theater, maar steeds vaker in de openlucht, industriepanden of andere aansprekende locaties.

16

¹ O.a. https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/immersieve-kunst-trekt-een-groot-publiek-het-lijkt-alsof-we-inhet-schilderij-zitten~bf0583ba/?referrer=https://www.google.com/

Beleving immersieve kunst, Bron: Fabrique des Lumiéres

Coehoorn Centraal Bron: Dit is Arnhem

3. Culturele voorzieningen Arnhem in perspectief In dit hoofdstuk kijken we naar het culturele voorzieningenaanbod in Arnhem ten opzichte van andere gemeenten. We bezien hoe andere gemeenten omgaan met referentienormen voor culturele voorzieningen. Ook kijken we naar een zestal benchmarkgemeenten: waar staat Arnhem ten opzichte van Groningen, Enschede, Tilburg, Zwolle, Eindhoven en Nijmegen. Tevens zoomen we in op de belangrijke ontwikkelingen en uitgangspunten voor het aanbod in Arnhem. Op basis van dit perspectief kunnen we de referentienormen bepalen.

17

3.1 Wat doen andere gemeenten? (1/3) Normen bij G4 steden vaak algemeen

•

De gemeente Arnhem is niet de enige gemeente die normen opstelt voor het culturele voorzieningenaanbod. Onder andere de G4 heeft ook voor verschillende culturele voorzieningen normen opgesteld (zie onderstaande tabel). De conclusies die we hieruit kunnen trekken zijn: • •

De gemeenten kiezen vaak voor een norm op wijkniveau en een op stadsniveau, zonder direct onderscheid te maken naar de specifieke culturele voorzieningen.

Utrecht kiest voor een gelijke normering als Amsterdam, maar laat daar een ander type culturele voorzieningen onder vallen. Waar bijvoorbeeld Amsterdam de bibliotheken onder de norm van 0,25 m² cultuur op wijkniveau laat vallen, heeft Utrecht geen norm voor een bibliotheek. Als er wel voor specifieke culturele voorzieningen wordt gekozen, zoals in Den Haag, omvat dit slechts een beperkt aantal culturele voorzieningen. Daarbij kiest Den Haag ervoor om juist ook in te zetten op een belangrijke cultuurvoorziening per stadsdeel, een meer kwalitatieve keuze.

Gemeente

Normen

Toelichting

Amsterdam

0,25 m² wijkniveau en 0,20 m² stedelijk niveau per woning. Voor kunst in de openbare ruimte geldt dat er op alle beeldbepalende parken en pleinen aandacht voor moet zijn.

Wijkniveau is o.a. klein podium, bibliotheek en broedplaats. Stedelijk niveau is museum en (pop)podium. *Referentienormen Amsterdam worden momenteel (2024) geactualiseerd.

Den Haag

Cultuuranker 60 m² per 1.000 woningen Bibliotheek 45 m² per 1.000 woningen

Ieder stadsdeel heeft een cultuuranker zoals een theater, bibliotheek of museum

Rotterdam

Culturele voorzieningen stedelijk 3.200 m² per 10.000 inwoners. Culturele voorzieningen in gebieden 1.100 m² per 10.000 inwoners.

Geen duidelijke definitie.

Utrecht

0,25 m² wijkniveau en 0,20 m² stedelijk niveau per woning.

Wijkniveau is een wijkcultuurcentrum en oefenplekken voor amateurkunst. Dit is vergelijkbaar met oefenpodia en kunstpodia. Stedelijk niveau zijn presentatie-, oefenen werkruimtes voor professionele makers en creatieven (vertaald naar ateliers en broedplaatsen).

Geen normen voor musea, podia of bibliotheken. 18

Verschillende normen culturele voorzieningen in G4 steden Bron: Amsterdamse referentienorm (2018), Gemeente Amsterdam – Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (2021), gemeente Den Haag – Referentiewaarden maatschappelijke voorzieningen (2021), Gemeente Rotterdam – Koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen (2020), gemeente Utrecht

3.1 Wat doen andere gemeenten? (2/3) Andere gemeenten volgen, vaak slechts voor enkele cultuurvoorzieningen De G4 steden hebben voor verschillende (culturele) voorzieningen al normen opgesteld. Inmiddels hebben ook andere gemeenten referentienormen opgesteld of zijn zij hiermee bezig. Voorbeelden zijn Haarlem, Apeldoorn, Almere en Ede. In een deel van deze gemeentes worden de normen enkel als intern document gebruikt, in sommige gevallen zijn ze vastgesteld (door college en/of raad). In al deze normenkaders is in meer en mindere mate ook aandacht voor culturele voorzieningen. In de meeste gevallen hebben de gemeenten voor enkele culturele voorzieningen een norm opgenomen. Van gepubliceerde normenkaders hebben we de normen per gemeente opgenomen.

19

Gemeente (en vaststelling/intern)

Voorziening (zoals in dat normenkader opgenomen)

Referentienorm

Ede (college vastgesteld)

Bibliotheek

0,03 locatie per 1.000 inwoners, 1.250 m² bvo per voorziening

Culturele centra +-educatie

0,02 locatie per 1.000 inwoners, 1.250 m² bvo per voorziening

Ateliers+expositieruimtes

0,09 locatie per 1.000 inwoners, 400 m² bvo per voorziening

Podia

0,08 locatie per 1.000 inwoners, 820 m² per voorziening

Haarlem (intern document)

Bibliotheek

60 m² per 1.000 inwoners

Muziekschool

19 m² per 1.000 inwoners

Almere (status onbekend)

Totaal (specifiek per functie nog niet gepubliceerd)

0,572 m² per woning

Haarlemmermeer (taakstellend toetsingskader)

Bibliotheken

0,12 m² per woning

Ateliers+expositieruimtes

0,033 m² per woning

Cultuureducatie

0,10 m² per woning

Podia

0,17 m² per woning

Purmerend ((nog) niet vastgesteld)

Totaalniveau (specifiek nog niet vastgesteld)

0,44 m² per woning

Zaanstad en Ouderamstel (vastgesteld als kader)

Hanteren Amsterdamse norm

0,25 m² wijkniveau en 0,20 m² stedelijk niveau per woning

Verschillende normen culturele voorzieningen in andere steden Bron: Normenkader maatschappelijke voorzieningen Gemeente Ede A)Grondslagen (2023) – Meer ruimte voor cultuur, provincie Noord-Holland en MRA (2024) - Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan, gemeente Haarlemmermeer (2022), Normenkader maatschappelijke voorzieningen Haarlem (2022)

3.1 Wat doen andere gemeenten? (3/3) Culturele infrastructuur bij een stad van > 90.000 inwoners De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert een model waarin de grootte van een gemeente is gekoppeld aan de gewenste culturele infrastructuur en passende (en mogelijk rand voorwaardelijke) voorzieningen. De VNG stelt namelijk dat de culturele ambitie samenhangt met het karakter en de schaal van de gemeente. Het zogeheten ringenmodel voor de culturele infrastructuur kan helpen bij het bepalen van beleidsdoelen. Arnhem valt in de buitenste ring, ofwel een gemeente van meer dan 90.000 inwoners. Volgens het model is er naast de culturele voorzieningen in de buitenste ring, ook behoefte aan de voorzieningen die passen bij de gemeenten met een kleinere omvang van inwoners. Wanneer we het rad aflopen concluderen we dat Arnhem vrijwel alle voorzieningen die passen bij een gemeente van haar formaat heeft. Daarmee geeft het enige houvast voor het type culturele voorzieningen waarvoor Arnhem zich in zal moeten zetten voor een minimum aan cultuuraanbod passend bij een stad van haar formaat. Dit schema van de culturele infrastructuur zegt echter niks over bijvoorbeeld de omvang, acceptabele afstanden en de kwaliteit van het aanbod. Hiervoor zijn bijvoorbeeld lokaal cultuurbeleid en een vergelijking met referentiesteden een grotere houvast. 20

Ringenmodel Culturele infrastructuur van gemeenten Bron: VNG rubriek Kunst en Cultuur

3.2 Aanbod Arnhem in perspectief Om tot referentienormen te komen is het belangrijk inzichtelijk te krijgen in hoe het aanbod in Arnhem zich verhoudt tot bijvoorbeeld benchmarksteden, trends en ontwikkelingen, specifieke behoeften in Arnhem en ruimtelijke spreiding over de gemeente. In deze paragraaf schetsen we dit perspectief en komen we tot de conclusie welke norm voor Arnhem passend is.

Per voorziening geven we o.a. de volgende kenmerken en achtergrondinformatie mee: •

Het huidige aanbod in Arnhem. We gaan uit van efficiënt ruimtegebruik in de huidige situatie, maar hebben geen volledig beeld van o.a. zaalbezetting.

•

Het huidige functioneren op basis van gesprekken, werksessies en onderzoeken van o.a. Blueyard en de Sectoranalyse podiumkunsten uitgevoerd in 2024. Hierin zijn ook ambities en aanbevelingen opgenomen voor de verschillende culturele voorzieningen.

•

De positie van Arnhem ten opzichte van de benchmark (Eindhoven, Enschede, Groningen, Nijmegen, Tilburg en Zwolle), denk hierbij aan dichtheden, bezoeken en maatvoering.

•

De belangrijkste trends en ontwikkelingen per voorziening.

•

En de ruimtelijke spreiding van de voorzieningen in Arnhem. Dit kenmerk heeft vooral invloed op de kwalitatieve vertaling en nuancering, en slechts beperkt op de referentienorm.

Gezamenlijk vormen deze indicatoren de input voor de referentienorm. Het uitgangspunt hierbij is steeds de huidige dichtheid. Deze dichtheid kan naar de toekomst toe worden aangepast o.b.v. het huidige functioneren (onder of overaanbod), positie in de benchmark en de trends en ontwikkelingen. Zo ontstaat er een toekomstbestendige norm voor Arnhem. We rekenen de groei door o.b.v. de groei van het aantal inwoners in Arnhem. Omdat Arnhem een G9 cultuurstad is en het aanbod ruimer is om ook een functie hebben voor bezoekers van buiten de stad, is dit verzorgingsniveau in de normen reeds verdisconteerd.

Huidig functioneren

Huidige dichtheid 21

Benchmark Trends en ontwikkelingen - +/- +

Referentienorm

3.3.1 In perspectief: Openbare bibliotheek (1/3) Huidig aanbod • 3 centrale locaties en 7 rozetjes. • Rozet heeft een bredere functie dan alleen bibliotheek. De bibliotheek vervult een rol in cultuureducatie en –participatie. • Cultuureducatie vindt ook plaats op scholen, cultuurparticipatie in wijkcentra.

0,50 0,45

Huidig functioneren De locatie in Kronenburg heeft de grenzen van de capaciteit bereikt. De ruimtelijke spreiding is het belangrijkste voor de bereikbaarheid van de bibliotheek. In Kronenburg vindt meer uitleen van boeken plaats dan in het centrum. Dit heeft invloed op de toch al beperkte capaciteit van deze vestiging. Dichtheid i.v.m. benchmark en Nederland Het huidige aanbod in Arnhem is (boven)gemiddeld t.o.v. Nederland en de benchmark: • Landelijk (VNG) 2012: 0,07 locaties per 1.000 inwoners of 60 m² per 1.000 inwoners en actualisatie (2022): 0,06 locatie per 1.000 inwoners • G4: geen losse norm voor bibliotheek, vaak gecombineerd met cultuureducatie rond de 100 m² per 1.000 inwoners • Benchmarksteden huidig aanbod: 0,025 locaties per 1.000 inwoners en Arnhem 0,30 locaties per 1.000 inwoners

0,40 0,35 0,30 0,25 0,20 0,15 0,10 0,05 0,00 Groningen

Enschede

Zwolle

Tilburg

Eindhoven

Dichtheid locaties per 1.000 inwoners 2024. Bron: Bibliotheekinzicht.nl

Nijmegen

Arnhem

3.3.1 In perspectief: Openbare bibliotheek (2/3)

23

Leden en bezoekers in bibliotheken 12

35%

10

30%

8

25% 20%

6

15%

4

10% 2

5% 0%

Bezoeken per inwoner

40%

% inwoners lid

Benchmark: Veel leden én bezoeken in Arnhem Qua aantal locaties zijn er tussen gemeenten grote verschillen zichtbaar, net als in de omvang van bibliotheken. Bibliotheken vervullen per gemeente een net wat andere rol. Sommige zetten in op één grote bibliotheek, terwijl andere gemeenten sturen op meerdere kleine buurtbibliotheken. We kunnen echter wel een vergelijking maken in het gebruik van de bibliotheek uitgedrukt in het aantal leden en bezoeken. • Tilburg en Nijmegen hebben een regionale organisatie, dus de cijfers zijn enigszins vertekend. • Er zijn grote verschillen in het aantal activiteiten dat wordt georganiseerd in bibliotheken. • In Arnhem bezoeken leden relatief vaak de bibliotheek. Ook worden er relatief veel activiteiten georganiseerd per lid. • In Arnhem is 31% van de bevolking lid van de bibliotheek (peiljaar 2022). Dit is op Zwolle na het hoogste percentage. Gemiddeld in de benchmarkgemeenten is dit 22%, landelijk slechts 20%. • Ook qua aantal bezoeken per inwoner scoort Arnhem hoog, met 5,5 bezoeken per inwoner per jaar. Gemiddeld in de benchmarksteden is dit 4,2 en landelijk 2,9. In de benchmark scoort alleen Groningen (veel) hoger. Dit komt door de vele functies van het Forum en de recente opening van dit bijzondere gebouw. Ook in Arnhem vervult Rozet Centrum meerdere functies en trekt daarbij veel bezoekers.

0 Groningen

Enschede

Tilburg

Lid % bewoners

Zwolle

Eindhoven

Nijmegen

Arnhem

Bezoeken per inwoner

Bezoekers en leden per bibliotheekorganisatie (peiljaar 2022), bron: Bibliotheekinzicht

Oppervlakte Landelijk advies uit (VNG) 2012 was 400 tot 800 m². De rol van de bibliotheek is sindsdien echter veranderd. De gemiddelde maatvoering van de benchmark is al ruimer, gemiddeld 900 m². Voor Arnhem is deze niet vast te stellen: Het zijn zeer grote gebouwen met meerdere functies inpandig en geen duidelijke scheidslijnen (gemiddeld 6.310 m² per pand).

3.3.1 In perspectief: Openbare bibliotheek (3/3) Trends en ontwikkelingen • Vanaf 2026 heeft de gemeente een wettelijke zorgplicht voor bibliotheken (kennis & informatie, ontwikkeling & educatie, stimuleren van lezen, ontmoetingen & debatten en kunst & cultuur). Daarbij hoort ook de voorwaarde dat een bibliotheek binnen een ‘redelijke’ afstand bereikbaar is. • In het regionale richtinggevende conceptadvies van Rijnbrink (2024) inzake te hanteren norm is 1 vestiging per 28.000 inwoners in gemeenten boven de 90.000 inwoners opgenomen (0,35 vestiging per 10.000 inw.). • Van bibliotheek naar third places (ook meer nevenfuncties). Ruimtelijke spreiding Met grotere locaties in het centrum, Kronenburg en Presikhaaf en een ondersteunende structuur van kleinschaliger aanbod, ligt voor een groot deel van de bewoners een bibliotheek binnen 10 minuten fietsafstand. Ambities Op stadsdeelniveau een zelfstandige locatie, in wijken en buurten als onderdeel van buurthuizen. Bibliotheken vervullen een belangrijke rol in de cultuureducatie en- participatie van de burger. Aspecten van invloed op norm

24

Huidig functioneren

Benchmark

Trends en ontwikkelingen

- +/- +

- +/- +

- +/- +

Referentienorm: Het huidige voorzieningsniveau volstaat, maar voor de toekomstige groei adviseren we het regionale advies met ambitie te hanteren als referentienorm. Dit is 0,35 locaties per 10.000 inwoners. Hierbij is ruimtelijke spreiding en kwaliteit bepalender dan aantallen. Daarvoor is aandacht per gebied nodig. In Oost en Zuid is door de sociaaleconomische status van sommige buurten meer behoefte dan in Noord.

3.3.2 In perspectief: Podia (1/2) Huidig aanbod • 20 zalen verdeeld over 12 locaties, namelijk: Huis Theater Oostpool (theater), Jacobiberg (popzaal), LuxorLive (poppodium, 2 zalen), Musis (concert, 2 zalen), Posttheater (theater, 3 zalen), Stadstheater (theater, 3 zalen), Theater aan de Rijn (theater, 2 zalen), Theater De Leeuw (theater), Theater de Transformatie (theater), Theater het Hof (theater) en Willemeen (poppodium 2 zalen), Huis van Puck (popzaal, 1 zaal). • Jacobiberg en het Stadstheater zijn momenteel in ontwikkeling. Huidig functioneren Het aanbod is op peil. Ook de Sectoranalyse Podiumkunsten concludeert een divers aanbod van permanente locaties. Individuele organisaties geven aan behoefte te hebben aan uitbreiding, maar vanuit de Sectoranalyse wordt geconcludeerd dat dit kan ook worden opgevangen door betere samenwerking en benutten van de huidige locaties. Het aanbod is geclusterd in het centrum en rondom grote instellingen. Er is beperkt aanbod in Zuid en voornamelijk t.b.v. ‘subculturen’ (o.a. hiphop). Dichtheid i.v.m. benchmark en Nederland • Benchmarksteden huidig aanbod: 0,6 zaal per 10.000 inwoners en 290 stoelen per 10.000 inwoners. • Arnhem huidig aanbod: 1,2 zaal of 360 stoelen per 10.000 inwoners. • Dit grote verschil is te verklaren door het scherpere beeld van het aanbod in Arnhem tegenover openbare databronnen voor de benchmark.

Ook het formaat van zalen is kleiner in Arnhem.

Podia: Minder capaciteit dan de benchmark • Het huidige aanbod is (boven)gemiddeld. Kwalitatief meer klassiek en benedengemiddeld pop. • Arnhem telt maar liefst 9 zalen met een regionale reikwijdte. Wanneer we het aantal zalen en de totale (zit- en staan) capaciteit vergelijken met de benchmark gemeenten constateren we dat Arnhem iets minder (zit- en staan) plaatsen per inwoner kent dan andere gemeenten. • Arnhem heeft een onderscheidend aanbod in typologie podium. De capaciteit in theaters en concertgebouwen (Musis, overwegend zitplaatsen) is hoger dan gemiddeld, terwijl de capaciteit in concertzalen/poppodia (Luxor live, overwegend staanplaatsen) duidelijk onder het gemiddelde ligt. Verder onderscheidt Arnhem zich door een aanbod met relatief veel verschillende, kleinere zalen. (zit/staan)plaatsen 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 Groningen

Enschede

Tilburg

Concertgebouw

Zwolle

Eindhoven

Concertzalen

Nijmegen

Arnhem

Theater

Het aantal zit/staan plaatsen in podia (o.b.v. inventarisatie 2024), bron: theaters.nl, VNPF, websites diverse podia, gemeente Arnhem

3.3.2 In perspectief: Podia (2/2) Oppervlakte Arnhem: mediaan oppervlakte is 1.440 m² (zeer uiteenlopend van het Stadstheater tot kleine buurttheaters). Panden in de benchmark zijn wat groter, namelijk: 2.800 m². Dit komt deels door enkele zeer grote objecten. Voor podia is de bezetting net zo belangrijk als het oppervlak. Omgerekend is het aantal m² per staan/zitplaats voor zowel Arnhem als de benchmark 3 m². Trends en ontwikkelingen • De mogelijke stijging BTW kan resulteren in afnemende bezoekersaantallen. • Een aantal podia vervult een regionale/nationale functie en de toekomstige behoefte is dan ook deels afhankelijk van regionale ontwikkelingen. Ruimtelijke spreiding Sterke clustering in en direct rondom het centrum van Arnhem. Met de nieuwbouw van Jacobiberg in Zuid ook voor het eerst een locatie buiten dit cluster. Een deel van de voorzieningen heeft een nationale of regionale functie. De ruimtelijke spreiding en reisafstand binnen Arnhem is voor deze voorzieningen minder relevant. Mensen zijn bereid verder te reizen voor podia. Voor kleinere podia of oefenruimten is spreiding meer relevant. Aspecten van invloed op norm

26

Huidig functioneren

Benchmark

Trends en ontwikkelingen

- +/- +

- +/- +

- +/- +

Referentienorm: Het huidige voorzieningsniveau volstaat. Voor de toekomstige groei adviseren we het huidige voorzieningsniveau te hanteren als norm. Dit is 1,2 zalen per 10.000 inwoners. Hierbij zijn ruimtelijke spreiding en kwaliteit bepalender dan aantallen.

3.3.3 In perspectief: Filmhuis (1/2) Huidig aanbod • 1 locatie met 5 zalen (Focus) • In de zomer is er een extra openluchtzaal • Een totale capaciteit van 387 stoelen (439 incl. openlucht) Huidig functioneren • Het aanbod is op peil. • Het aanbod is geconcentreerd op één locatie. Al langere tijd is er een wens om ook meer film te programmeren in Zuid. Dit hoeft niet persé in een filmhuis of vaste locatie, maar kan ook als onderdeel van een wijkcentrum of op wisselende (mobiele) locaties in de openlucht o.i.d. Dichtheid i.v.m. benchmark en Nederland Het huidige aanbod in Arnhem is (boven)gemiddeld t.o.v. Nederland en benchmark: • Landelijk zijn er gemiddeld 15 stoelen en 0,13 zalen per 10.000 inwoners. • In de benchmarksteden ligt dit aanbod aanzienlijk hoger: 22 stoelen of 0,26 zalen per 10.000 inwoners. • Arnhem heeft een aanbod van 23 stoelen of 0,30 zalen per 10.000 inwoners.

Stoelen per 10.000 inwoners 40

35

30

25

20

15

10

5

0 Groningen

Enschede

Zwolle

Eindhoven

Nijmegen

Arnhem

Dichtheid locaties per 1.000 inwoners (peiljaar 2024). Bron: Cineville, websites filmhuizen

3.3.3 In perspectief: Filmhuis (2/2) Benchmark: Vergelijkbaar aanbod Van de benchmark heeft alleen Eindhoven 2 filmhuizen. In Arnhem is het aantal stoelen per zaal (73) het laagste aantal van de benchmark. Arnhem beschikt over veel kleine zalen. Dit biedt vaak meer flexibiliteit, omdat filmhuizen er liever voor kiezen een film in twee zalen te programmeren bij succes, dan half lege zalen te hebben. Nijmegen (LUX) heeft het grootste aanbod. Oppervlakte In de benchmarksteden en Arnhem zijn de filmhuizen gemiddeld tussen de 2.000 en 2.500 m², met 5 tot 6 zalen per locatie. Dit is inclusief de foyer, horeca en andere voorzieningen en ruimten in het pand. Per zaal komt dit neer op ca. 400 m² oppervlakte. Trends en ontwikkelingen: • Het filmhuis vervult ook deels een regionale functie en de toekomstige behoefte is dan ook afhankelijk van de regionale ontwikkeling. • Het filmhuis heeft deels een stad/regionale functie. Mensen zijn bereid verder te reizen voor een bezoek. Aspecten van invloed op norm

28

Huidig functioneren

Benchmark

Trends en ontwikkelingen

- +/- +

- +/- +

- +/- +

Referentienorm: Het huidige voorzieningsniveau volstaat. Voor de toekomstige groei adviseren we het huidige voorzieningsniveau te hanteren als norm. Dit is 0,3 zaal per 10.000 inwoners.

3.3.4 In perspectief: Musea en Kunstpodia (1/2) Huidig aanbod Musea: Verreweg het meeste aantal musea en bezoekers • Arnhem beschikt over 4 kunstpodia/presentatie-instellingen (Omstand, Post, • Van alle gemeenten in de benchmark heeft Arnhem de meeste musea Plaatsmaken en Hangar). De huidige dichtheid van kunstpodia bedraagt 0,24 (aangesloten bij de museumvereniging) én de meeste bezoekers. locaties per 10.000 inwoners. Hierbij moeten we wel vermelden dat het bezoekersaantal sterk wordt • Museum Arnhem beheert de gemeentelijke kunstcollectie, waaronder het beïnvloed door de omvang van het Nederlands Openluchtmuseum, aanbod in het Erfgoedcentrum binnen Rozet. wat het meest bezochte museum van Nederland buiten Amsterdam is. • Er zijn 6 andere musea die lid zijn van de museumvereniging en 1 private Het Openluchtmuseum trok tweemaal zo veel bezoekers als het kunstcollectie die voor het publiek toegankelijk is. tweede museum in de benchmark (Groninger Museum). Maar ook het • Daarnaast zijn er enkele broedplaatsen, atelierpanden en Museum Arnhem en het Airborne museum (incl. locatie Oosterbeek) kunstenaarsinitiatieven die beschikken over expositieruimten (o.a. staan hoog in de lijst. Transformatie en Kleine Oord 170-174).

• Qua programma is het opvallend dat Arnhem een groot aanbod heeft aan musea in de categorie geschiedenis, veelal gerelateerd aan de Huidig functioneren Tweede Wereldoorlog. 8 Naast Museum Arnhem is ook het aanbod van kunstpodia van belang. Blueyard 7 concludeert dat er een tekort is aan presentatieruimte voor beeldend kunstenaars. Aanvullend daarop ontbreekt het ook aan locaties voor kunstenaars 6 5 om te ontmoeten en netwerken. Kunstpodia en andere expositie of 4 tentoonstellingsplekken kunnen deze functie vervullen in de keten. 3

Dichtheid i.v.m. benchmark en Nederland Het huidige aanbod in Arnhem is (boven)gemiddeld t.o.v. de benchmark. De benchmark omvat wat betreft musea cijfers over het aanbod dat lid is van de museumvereniging: Landelijk 0,27 musea per 10.000 inwoners. Benchmarksteden huidig aanbod: 0,20 musea per 10.000 inwoners en Arnhem huidig aanbod: 0,42 locaties per 10.000 inwoners.

2 1 0 Groningen

Enschede Kunst

Tilburg

Zwolle

Geschiedenis

Eindhoven

Wetenschap

Nijmegen

Arnhem

Natuur

Aantal musea naar type in de benchmark, bron: Museumvereniging (peiljaar 2024)

3.3.4 In perspectief: Musea en Kunstpodia (2/2) Oppervlakte Het is niet mogelijk om een maatvoering vast te stellen voor musea. De benodigde oppervlakte van een museum is sterk afhankelijk van de omvang en het type collectie en de gebouwomstandigheden. Daarnaast is het pand zelf soms van architectonische- of erfgoedwaarde. De nu in Arnhem aangemerkte kunstpodia hebben een oppervlakte voor tentoonstellingen van 70 tot 140 m² bvo. Trends en ontwikkelingen • De mogelijke stijging BTW kan resulteren in afnemende bezoekersaantallen voor musea. • De bereikbaarheid van kunst in de wijken en plekken om kunst te kunnen tonen voor makers wordt steeds belangrijker. Dit is ook een ambitie uit het coalitieakkoord en wordt geconcludeerd in het Blueyard-onderzoek. • DNA van stad benutten voor onderscheidend cultuurprofiel. Steeds meer steden maken hun verhaal, denk aan ‘Het verhaal van Apeldoorn’. Denkbaar is (de wens tot) verdere versterking van onderscheidend profiel als cultuurstad, dus nadrukkelijk faciliteren en uitnodigen van initiatieven qua geschiedenis/erfgoed/museum. Vanuit het onderzoek van Blueyard is echter geconcludeerd dat een keuze voor een duidelijk profiel juist niet wenselijk is. Aspecten van invloed op norm

30

Huidig functioneren

Benchmark

Trends en ontwikkelingen

- +/- +

- +/- +

- +/- +

Referentienorm: We adviseren geen referentienorm voor musea. Indien zich nieuwe initiatieven voordoen raden wij het wel aan deze te faciliteren, waarbij met name moet worden gekeken naar betere spreiding. Voor kunstpodia adviseren we een norm van 0,4 per 10.000 inwoners.

3.3.4 In perspectief: Ateliers en broedplaatsen (1/2) Huidig aanbod • Circa 56 locaties (bron: gemeente Arnhem o.b.v. o.a. SLAK). We kennen niet het exact aantal verhuureenheden, maar gaan uit van de 445 verhuureenheden (bron: Fontys, Bloeiende broedplaatsen - 2022). • Waarvan ca. 9 locaties met broedplaatsfunctie, met meerdere werkplekken en additionele voorzieningen zoals een podium, expositieruimte of horeca. • Van de locaties zijn 23 locaties permanent en 33 locaties tijdelijk. • 56 locaties geeft een dichtheid van 3,3 locaties per 10.000 inwoners. Huidig functioneren Meerdere onderzoeken, zowel recent als in het verleden, tonen aan dat er een tekort is aan werkplekken voor de culturele en creatieve sector. Uit onderzoeken van Blueyard en Ligthart/Zoutman blijkt een tekort aan broedplaatsen. Vooral gericht op grotere, multidisciplinaire, bestendige plekken voor (startende) makers, beeldend kunstenaars en voor de podiumkunsten. Blueyard en de Sectoranalyse Podiumkunsten concluderen dat veel kunstenaars en makers nu werken in tijdelijke en kwalitatief slechte ruimten.

Benchmarksteden 23,5 verhuureenheden per 10.000 inwoners. Arnhem huidig aanbod: 26,5 verhuureenheden per 10.000 inwoners.

• •

Ateliers en broedplaatsen: gemiddeld aantal verhuureenheden en een gemiddelde groei in werkgelegenheid • Arnhem heeft met 26,5 verhuureenheden (tijdelijk en permanent) per 10.000 inwoners een vergelijkbaar aanbod als Nijmegen en Groningen. Deze steden vormen ook de middenmoot qua aanbod van de benchmark. Eindhoven is de positieve uitschieter, terwijl Tilburg en Zwolle relatief weinig ateliers en broedplaatsen hebben. • In de afgelopen 10 jaar groeide de werkgelegenheid in de creatieve sector in Arnhem met 2,7%. Dit percentage is vergelijkbaar met de meeste benchmarksteden, die allemaal een groei tussen de 2,5 en 2,8% kennen. De behoefteontwikkeling in Arnhem is dus in lijn met de benchmark. 1.000 900 800 700 600 500

Dichtheid i.v.m. benchmark en Nederland Het huidige aanbod in Arnhem is (boven)gemiddeld t.o.v. de benchmark: • Voor de benchmark is gekozen om cijfers te gebruiken uit het landelijke onderzoek ‘bloeiende broedplaatsen’ van Fontys Hogescholen (2022). Het aantal ateliers drukken we uit in verhuureenheden. • Landelijk 7 verhuureenheden per 10.000 inwoners.

400 300 200 100 0 Groningen

Tilburg

Zwolle

Eindhoven

Nijmegen

Aantal verhuureenheden, bron: Bloeiende broedplaatsen, Fontys (2022)

Arnhem

3.3.4 In perspectief: Ateliers en broedplaatsen (2/2) Maatvoering De benodigde oppervlakte van een atelier is geen generiek getal maar afhankelijk van de activiteit van de maker. Een grafisch ontwerper heeft een andere ruimtebehoefte (met andere ruimtelijke randvoorwaarden) dan een beeldhouwer. De gemiddelde oppervlakte per werkplek in Arnhem is 65 m² (o.b.v. Bloeiende Broedplaatsen). Atelierpanden of broedplaatsen hebben gemiddeld zo’n 8-9 ateliers (550 m²). Trends en ontwikkelingen: • In de sector wordt doorstroming (en selectie aan de voorkant) vaak genoemd als een belangrijke factor om meer ruimte te creëren. • Ateliers en broedplaatsen worden vaak ingezet in het kader van placemaking in gebiedsontwikkeling. Een deel van de sector komt goed tot zijn recht in deze rafelranden. Tegelijkertijd is er ook behoefte aan permanente plekken. Een juiste balans tussen permanente plekken en een flexibele schil is nodig. Op duurzame vaste plekken is het mogelijk om een community op te bouwen. • Groeiende behoefte aan ‘regelloze’ ruimten voor diverse doelgroepen. • Een aantal broedplaatsen vervult in de huidige situatie al een wijkfunctie en betrekt de directe omgeving. In de toekomst kunnen meer broedplaatsen deze rol vervullen. Blueyard concludeert dat er behoefte is aan plekken voor makers om wijkbewoners te ontmoeten.

Daarvoor zijn wel aanvullende voorzieningen zoals expositieruimte of podia nodig in de broedplaatsen. Aspecten van invloed op norm

32

Huidig functioneren

Benchmark

Trends en ontwikkelingen

- +/- +

- +/- +

- +/- +

Referentienorm: We adviseren een norm boven de huidige dichtheid van 3,3 vanwege de huidige tekorten en trends en ontwikkelingen. We stellen de norm vast op 3,5 locaties met ca. 8-9 ateliers per 10.000 inwoners. Daarbij is een brede diversiteit van type werkplekken belangrijk. Een beter toewijzingsbeleid zorgt voor betere invulling van de bestaande voorraad.

3.3.5 In perspectief: Oefenruimte voor de amateurkunst Huidig aanbod • 3 locaties (Huis van Puck, Rozet Centrum en Jacobiberg huisvesten alle drie meerdere functies, bijvoorbeeld een podium, oefenruimte, tentoonstellingsruimte en/of de bibliotheek). Dit is een dichtheid van 0,18 locatie per 10.000 inwoners. • De maatvoering is ca. 1.000 m² per pand o.b.v. het huidige aanbod. Huidig functioneren • Uit het onderzoek van Blueyard blijkt een tekort aan broedplaatsen en locaties voor de amateurkunst. Zo wordt gesteld dat het Huis van Puck vol zit en wachtlijsten heeft. Voor cultuurparticipatie zijn er duurzame, toegankelijke en zichtbare plekken nodig. • Beoefening van amateurkunst en lessen vinden vaak ook plaats in o.a. buurtcentra, scholen en sportgebouwen. Knelpunten zijn de beschikbaarheid en tarieven sport versus cultuur. Trends en ontwikkelingen • Oefenruimtes voor amateurkunsten zijn een belangrijke schakel in de culturele keten. Ze brengen mensen in contact met cultuur en hebben een rol in de cultuureducatie. • De functie is goed te combineren met andere cultuur en welzijnsfuncties. Aspecten van invloed op norm Referentienorm: We adviseren een norm boven de huidige dichtheid van 0,18

33

Huidig functioneren

Benchmark

Trends en ontwikkelingen

- +/- +

- +/- +

- +/- +

vanwege de huidige tekorten en trends en ontwikkelingen. We stellen de norm vast op 0,24 locaties per 10.000 inwoners. Met een dichtheid van 0,24 wordt het huidige tekort van minstens 1 locatie meegenomen als ambitie. Bij deze functie is een goede ruimtelijke spreiding en combinatie met andere functies gewenst.

3.3.6 In perspectief: Kunst in de openbare ruimte Huidig aanbod • Circa 306 kunstwerken in de openbare ruimte (peildatum juni 2024), waarvan 12 kunstwerken nationale sleutelwerken zijn. In totaal zijn er 18 kunstwerken per 10.000 inwoners aanwezig in de stad. Huidig functioneren • Het huidige aanbod concentreert zich grotendeels in het centrum en in enkele parken. In elke wijk en buurt zijn wel enkele kunstwerken terug te vinden. • In sommige wijken is het aantal werken beperkt, maar hier zijn vaak wel grotere werken te vinden. In bijvoorbeeld Schuytgraaf is hier bewust voor gekozen. Benchmark Niet mogelijk voor deze functie. Trends en ontwikkelingen • De opkomst van street-art zoals muurschilderingen. Er is een straatcurator aangesteld voor 3 muurschilderingen per jaar en Museum Arnhem heeft 5 muurschilderingen gepland voor het 100-jarige bestaan. • Kunst in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol in de toegankelijkheid voor kunst voor iedereen. Aspecten van invloed op norm

34

Huidig functioneren

Benchmark

Trends en ontwikkelingen

- +/- +

- +/- +

- +/- +

Referentienorm: We adviseren geen referentienorm voor kunst in de openbare ruimte, maar de reeds bestaande norm van de 1% en 1,5%-KIOR regeling¹ te hanteren. Dit is 1% en 1,5% van de budgetten bij ontwikkeling van maatschappelijk vastgoed en grote infrastructurele projecten.

¹ De 1% regeling voor beeldende kunsttoepassing bij scholen, gymnastieklokalen en daaruit voortkomende sportzalen e.d. en een 1,5% regeling voor beeldende kunsttoepassing bij openbare gemeentelijke gebouwen.

4. Referentienormen culturele voorzieningen – overzicht In het voorgaande hoofdstuk zijn er referentienormen bepaald voor de verschillende culturele voorzieningen. In dit hoofdstuk is een overzicht opgenomen van deze normen, inclusief een gemiddeld metrage, ambities en eventuele nuances. Deze normen kunnen toegepast worden bij bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingen.

35

4.1 Referentienormen culturele voorzieningen overzicht In dit hoofdstuk zijn in tabellen de referentienormen per culturele voorziening opgenomen. We volgen hierin de zeven verschillende cultuurvoorzieningen. Per voorziening is het volgende af te lezen: •

Ambitie: Welke ambitie hanteert de gemeente Arnhem voor deze culturele voorziening? Het kan zowel gaan om kwantitatieve als kwalitatieve ambities, denk aan aantallen per X aantal inwoners of de bereikbaarheid van voorzieningen.

•

Referentienorm / dichtheid: deze is weergegeven in het aantal locaties, zalen of meters per 10.000 inwoners. De referentienormen zijn gebaseerd op verschillende indicatoren. Denk hierbij aan het huidige aanbod in Arnhem, landelijke gemiddelden of de verhouding ten opzichte van de benchmark met andere gemeenten. Ook lokale beleidskaders en trends en ontwikkelingen hebben in sommige gevallen invloed op de gekozen norm.

•

Gemiddelde maatvoering per voorziening: Het is wenselijk de behoefte op basis van de referentienorm ook te vertalen naar een ruimtelijke behoefteclaim. Daarom staat in het overzicht ook de gemiddelde maatvoering per voorziening. Deze is bepaald op basis van het huidige ruimtegebruik van voorzieningen in Arnhem en vergelijkbaar aanbod in benchmarkgemeenten. Bij het huidige ruimtegebruik identificeren we vaak de mediaan. Dit is een cijfer dat lijkt op het gemiddelde, maar daar net iets van afwijkt. De mediaan is de statistische middelste waarde van een groep getallen. Met name bij reeksen met uiteenlopende waarden geeft de mediaan vaak een beter beeld bij de meest voorkomende maatvoering. Bijvoorbeeld bij een groep van 6 van 100, 200, 225, 230, 350 en 1000 is het gemiddelde 350, terwijl de mediaan 227 is. In dit geval is 227 representatiever voor de meest voorkomende maatvoering.

•

Toelichting en/of aandachtspunten: Indien nodig hebben we extra accenten en aandachtspunten benoemd. Deze variëren sterk per voorziening en geven vaak een kwalitatieve nuancering of lading mee. Nota bene: Soms benoemen we hierbij stadsdelen en/of Team Leefomgeving (TLO) gebieden. In de bijlage is een afbakening van deze indelingen opgenomen.

•

Huidige druk op voorzieningen: We geven ook aan de hand van een ‘drukmeter’ aan wat de huidige druk op de desbetreffende culturele voorziening is, waarbij een lage druk wil zeggen dat het aanbod in balans is met de behoefte. Een hoge druk geeft aan dat er momenteel al een tekort en/of een specifieke opgave is voor de voorziening.

•

Indicatieve opgave in m² bvo: Geeft inzicht in de indicatieve fysieke ruimtevraag die er is tot 2040 op basis van de referentienorm en gemiddelde maatvoering, rekening houdend met de kwalitatieve aandachtspunten in de gemeente Arnhem. De indicatieve opgave wordt verder toegelicht in hoofdstuk 5.1.

36

4.2 Referentienormen culturele voorzieningen Arnhem (1/2) Gemiddelde

Overzicht van de referentienormen en ruimtelijke ambities voor dit type voorziening. maatvoering

Voorziening Openbare bibliotheek

Ambitie voor voorziening

Het volwaardig kunnen uitvoeren van de vijf wettelijke WSOB taken en bijbehorende maatschappelijke functie

Referentie norm / dichtheid

1 per stadsdeel en 1 per TLOgebied (‘Rozetje’). 0,35 per 10.000 inwoners / 315 m² per 10.000 inwoners (solitaire locaties)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=18cc04a0-90ff-413c-aaaf-e30aef8466bc