Bijlage 3d Motivering TAM-Omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk1
Inleiding
5
1.1
Wat is een omgevingsplan?
5
1.2
Waarom een wijziging van het omgevingsplan?
5
1.3
Waar geldt deze wijziging van het omgevingsplan?
6
1.3.1
Locatie plangebied
6
1.3.2
NS en ProRail
6
Wat wijzigt dit besluit?
7
Toegevoegde onderdelen
7
Hoofdstuk2
Beschrijving bestaande situatie
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Historische ontwikkeling
9
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
9
Hoofdstuk3
Beschrijving van de ontwikkeling
11
3.1
Inleiding
11
Ruimtelijke opzet en structuur
11
Ruimtelijke aspecten
11
Hoofdstuk4
Visie en beleid op locatie
13
4.1
Rijksbeleid
13
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
13
4.1.2
Programma NOVEX
13
4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
13
1.4 1.4.1
3.2 3.2.1
4.2
Provinciaal beleid
14
4.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
14
4.2.2
Omgevingsverordening
14
Gemeentelijk beleid
16
4.3.1
Omgevingsvisie
16
4.3.2
Rijnpark
18
4.3.3
Visie Werklocaties Arnhem 2040
18
Hoofdstuk5
Omgevingsaspecten
19
5.1
Inleiding
19
5.2
Stedenbouwkundige aspecten
19
5.2.1
Verhouding tot de omgeving
19
5.2.2
Beeldkwaliteit
19
Mobiliteit
19
5.3.1
Verkeer
19
5.3.2
Parkeren
20
Milieu
20
5.4.1
Inleiding
20
5.4.2
Geluid
20
5.4.3
Lucht
22
4.3
5.3
5.4
2 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
5.4.4
Omgevingsveiligheid
23
5.4.5
Bodem
25
5.4.6
Water
25
5.4.7
Geur
27
5.4.8
Licht
27
5.4.9
Trillingen
27
5.4.10
M.e.r.-beoordeling
28
5.5
Natuur, groen en bomen
28
5.5.1
Soorten- en gebiedsbescherming
28
5.5.2
Groen
29
5.5.3
Bomen
30
Archeologie, cultuurhistorie en landschap
31
5.6.1
Cultureel erfgoed
31
5.6.2
Archeologie
31
Duurzaamheid, klimaatadaptatie en energie
32
5.7.1
Klimaatadaptatie en stadsklimaat
32
5.7.2
Energie
34
5.7.3
Circulair bouwen
35
5.8
Kabels, leidingen, obstakelbeheergebieden en privaatrechtelijke belemmeringen
38
Hoofdstuk6
Uitleg van de regels
39
6.1
5.6
5.7
Wat regelt dit omgevingsplan?
39
6.1.1
Algemeen
39
6.1.2
Focus van dit omgevingsplan
39
6.1.3
Functies en activiteiten
39
6.1.4
Opzet van het omgevingsplan
39
6.2
Opbouw van het omgevingsplan
39
6.3
Opzet van de regels
40
6.3.1
Inleidende regels
40
6.3.2
Functies
41
6.3.3
Waarden
41
6.3.4
Activiteiten
41
6.3.5
Bouwen, werken en werkzaamheden
41
6.3.6
Omgevingsnormen
41
6.3.7
Omgevingsplanactiviteiten
42
6.3.8
Algemene regels
42
6.3.9
Overgangs- en slotbepalingen
42
Functies
42
6.4.1
Algemeen
42
6.4.2
Bedrijfsgebied
42
6.4.3
Groengebied
42
6.4.4
Nutsvoorziening
42
6.4.5
Openbaar gebied
42
6.4.6
Oppervlaktewater
43
6.4.7
Parkgebied
43
6.4
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 3
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
6.5
Waarden
43
6.5.1
Waarde - Afschermingslaag
43
6.5.2
Waarde - Betoniet-cementwand
43
6.5.3
Waarde - Brandstofleiding
44
6.5.4
Waarde - Gasleiding
44
6.5.5
Waarde - Hoogspanningsleiding
44
6.5.6
Waarde - Karakteristieke bebouwing
44
6.5.7
Waarde - Landschap en Natuur
44
6.5.8
Waarde - Rioolleiding
45
6.5.9
Waarde - Waterkering
45
6.5.10
Waarde - Waterstaat
45
Hoofdstuk7
Financiële haalbaarheid
47
7.1
Financieel economische haalbaarheid
47
Hoofdstuk8
Voorbereiding en participatie
49
8.1
Overleg met de stad
49
8.2
Vooroverleg
49
8.3
Terinzagelegging (ontwerp-omgevingsplan)
49
Bijlagen Bijlage 1
Zienswijzennota
4 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Wat is een omgevingsplan?
Een omgevingsplan bestaat uit regels en gaat vergezeld van deze motivering. Iedere regel heeft een zogenaamd 'werkingsgebied'. Dit werkingsgebied geeft aan waar in de gemeente een bepaalde regel geldt. Het omgevingsplan bevat regels die te maken hebbne met de fysieke leefomgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld om regels over bouwen (waar, hoe hoog, welke materialen) of het gebruik van gronden (wonen, detailhandel, groen). Maar het kunnen ook regels zijn over monumenten, water of gezondheid, veiligheid et cetera. Het omgevingsplan richt zich op het goed functioneren, beheren en beschermen van onze stad en ons buitengebied. TAM-IMRO Omgevingsplan Dit plan is een TAM-IMRO omgevingsplan. TAM staat voor tijdelijke alternatieve maatregel. IMRO voor informatiemodel Ruimtelijke ordening. TAM-IMRO maakt het mogelijk om direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een plan in procedure te brengen zonder dat wordt voldaan aan de nieuwe standaarden. Via de overbruggingsfunctie zijn deze plannen wel via het Omgevingsloket te raadplegen. Het plan is dan zichtbaar als een laag 'bovenop' het omgevingsplan. Later moet het dit plan nog wel conform de nieuwe standaarden gepubliceerd worden. Juridisch-inhoudelijk is dit plan een wijziging van het omgevingsplan. Dat betekent dat het plan voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt.
1.2
Waarom een wijziging van het omgevingsplan?
Arnhem heeft de ambitie om tot 2040 16.000 woningen te bouwen. De gebiedsontwikkeling Rijnpark betreft het transformeren van een binnenstedelijk gemengd bedrijventerrein van circa 70 hectare naar een intensiever gebruikt gebied met ruimte voor wonen, werken en voorzieningen. De gemeente Arnhem wil in Rijnpark onder meer ruimte bieden aan circa 7.000 woningen, 5.000 banen en een stadspark. Op 3 juli 2024 is de gebiedsvisie Rijnpark vastgesteld door de gemeenteraad. De gebiedsvisie geeft weer hoe de ambities zijn vertaald naar een ruimtelijk plan dat aansluit bij de huidige en toekomstige uitdagingen op het gebied van stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en een gezond woon- en werkklimaat. In Rijnpark worden uiteindelijk alleen bedrijven toegestaan die geschikt zijn voor functiemenging, met onder andere woningen (milieugevoelige functies). We willen namelijk een gebied creëren waar wonen, werken en voorzieningen samen komen. Op dit moment is Rijnpark een bedrijventerrein waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan die niet gemengd mogen worden met woningen. Daarom is het aanpassen van de huidige bedrijfsbestemming nodig. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan geeft een vervolg aan het voorbereidingsbesluit Rijnpark waarin de bestaande situatie is ‘bevroren’.
Met dit plan wordt erin voorzien dat binnen Rijnpark nieuwe bedrijven zich alleen kunnen vestigen indien ze geschikt zijn voor functiemenging met wonen. Bestaande bedrijven mogen hun huidige bedrijfsactiviteiten blijven uitoefenen, ook indien dit niet geschikt is voor functiemenging. Daarnaast voorziet dit plan in een aanpassing van de maximale planologische mogelijkheden voor een deel van de omliggende bedrijventerreinen (Nieuwe Haven en Het Broek). Dit plan hangt samen met de omgevingsplanwijziging Geluidzone industrieterrein Arnhem Noord. In die wijziging van het omgevingsplan wordt het geluidgezoneerd industrieterrein alsook de bij dat industrieterrein behorende geluidzone aangepast voor het gebied waar woningen moeten komen. Voorliggend plan voorziet in een aanpassingen van de milieucategorieën, waaronder de geluidbelasting. Beide plannen zijn nodig om de gebiedsontwikkeling Rijnpark mogelijk te maken. "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 5
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
1.3
Waar geldt deze wijziging van het omgevingsplan?
1.3.1
Locatie plangebied
Deze omgevingsplanwijziging ziet voor het grootste deel op delen van het huidige bedrijventerrein Rijnpark. Ook ligt een klein deel van de bedrijventerrein Het Broek en de Nieuwe Haven binnen het plangebied. Het gebied ligt globaal tussen De Nieuwe Haven en de Rijn, de Van Oldenbarneveldtstraat, de Broekstraat, Le Mairehof, Cruquiusweg, Driepoortenweg, Beijerinckweg, Industriestraat. Het plangebied bestaat uit vier delen: Aan de noordoost kant een gebied waar het PostNL sorteercentrum is gevestigd. Aan de noordwest kant een deelgebied van Rijnpark. Aan de zuidwest kant een gebied waar een laad- en loswal voor een zand- en grindhandel is gevestigd. Een middengebied wat bestaat uit Rijnpark (exclusief de spooremplacementen) en kleine delen van bedrijventerreinen Het Broek en de Nieuwe Haven. Afbeelding 1.1 laat een indicatie van het plangebied zien.
Afbeelding 1.1: Plangebied TAM-omgevingsplan Rijnapark - aanpassing milieucateogrieën
1.3.2
NS en ProRail
Binnen de grenzen van Rijnpark zijn de emplacementen Arnhem Goederen (ProRail) en Arnhem Gons (NS) gelegen (hierna 'Arnhem Goederen'). Arnhem Goederen vervult een belangrijke rol in de beheer- en instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur in Nederland. De huidige spooremplacementen kennen een ruime bestemming 'Verkeersdoeleinden - Railverkeer'. De 6 "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc ategorieën" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
huidige activiteiten van ProRail en NS zijn vastgelegd in verschillende (milieu-) vergunningen. Het huidige omgevingsplan geeft, mits dat vanuit milieuregelgeving toelaatbaar is, ruimte om de huidige activiteiten uit te kunnen breiden. De zogenaamde latente milieuruimte. ProRail en NS onderschrijven het belang van de ontwikkeling van Rijnpark. Tegelijkertijd zijn zij verantwoordelijk voor het borgen van het landelijk belang van Arnhem Goederen voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur in Nederland, totdat er een alternatieve locatie(s) zijn gevonden voor hun activiteiten. Daarom is door ProRail, NS en de gemeente Arnhem een bestuurlijk convenant getekend, waarin ProRail en NS toezeggen de latente milieuruimte die het omgevingsplan toelaat niet te zullen benutten. Hiermee is het doel van de wijzigingen van het omgevingsplan, om de bestaande situatie voor te bereiden voor de realisatie van Rijnpark, waarbij bestaande bedrijven voorlopig kunnen doorgaan, voor de gedeeltes waar de spoorwegemplacementen liggen, bereikt. Daarom zijn de spoorwegemplacementen niet opgenomen in deze wijziging van het omgevingsplan.
1.4
Wat wijzigt dit besluit?
1.4.1
Toegevoegde onderdelen
Dit plan wijzigt de mogelijkheden voor bedrijven. De regels in dit plan hebben voorrang ten opzichte van de regels in de bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze omgevingsplanwijziging heeft voorrang op de plannen uit onderstaande tabel. Deze omgevingsplanwijziging ligt niet in alle gevallen over het gehele plangebied van onderstaande plannen. In sommige gevallen raakt deze omgevingsplanwijziging slechts een gedeelte van het bestemmingsplan. Voor de volledigheid zijn in deze tabel alle plannen opgenomen die geraakt worden door deze omgevingsplanwijziging. Bestemmingsplan Fluvium Midden Westervoortsedijk West Bedrijventerrein Westervoortsedijk Bedrijventerrein Het Broek Rivierzone 2013 Facetplan groen en bomen Facetplan parkeren
IDN NL.IMRO.0202.809-0305
Datum vaststelling gemeenteraad 24 april 2019
NL.IMRO.02020000649-
14 november 2002
NL.IMRO.02020000677NL.IMRO.0202.767-0301 NL.IMRO.0202.903-0301 NL.IMRO.0202.933-0301
26 januari 2009 27 januari 2014 5 maart 2018 30 mei 2018
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 7
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
8 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving bestaande situatie
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied. Daarna volgt een beschrijving van de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het besluitgebied.
2.2
Historische ontwikkeling
Rijnpark kent een lange en rijke geschiedenis die teruggaat tot ver vóór de 19e eeuw. Het oorspronkelijke broek- en uiterwaardenlandschap heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld als industrielandschap. De eerste bedrijvigheid ontstond langs de dijk en de kade, met onder andere een gasfabriek, een smelterij en een waterpompstation. In de jaren ’10 en ’20 van de 20e eeuw is het Broek volledig opgehoogd. Hierbij is een volledig kunstmatig gebied ontstaan dat sterk is opgehoogd (met hoogteverschillen tot 4 meter). Gezamenlijk met de aanleg van het spooremplacement en de huidige Nieuwe Haven, door een bochtafsnijding van de Neder-Rijn, is Rijnpark in het interbellum van een polder naar industriegebied omgevormd. Het bedrijventerrein heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een gemengd bedrijventerrein. De zwaardere industrie is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor veelal lokaal en regionaal georiënteerde bedrijven in een diversiteit aan branches. Daardoor zijn er op bedrijventerrein Rijnpark allerlei soorten bedrijven gehuisvest, van kantoor tot leisure en van maakindustrie en innovatie tot aan detailhandel en dienstverlening. Het bedrijventerrein kent weinig leegstand, maar een deel van de panden is in tijdelijk gebruik. Veel van deze bedrijven zijn qua functie mengbaar met wonen.
Hierin is de afgelopen jaren ook al een verschuiving ontstaan met de bouw(plannen) van de woningen in de direct omliggende omgeving (Gasthouderskwartier, Cobercokwartier en Havenmeesterkwartier).
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
Rijnpark maakt deel uit van Spoorzone Arnhem-Oost. Vanwege de schaalsprong van de ontwikkelingen ligt Rijnpark straks in het hart van de stad. Landschappelijk ligt het gebied op de overgang van de Veluwe en de rivier/uiterwaarden. Naast het realiseren van een nieuwe stadswijk voor Rijnpark kan het gebied in de toekomst een belangrijke verbindende schakel vormen in het realiseren van ecologische en recreatieve verbindingen op regionaal schaalniveau. De huidige verschijningsvorm van het gebied Rijnpark met overwegend industriebebouwing is sterk onderscheidend van stadswijken als Presikhaaf en Het Broek/Statenkwartier. De bebouwing in Rijnpark kent overwegend een grove korrel met een bouwhoogte tot maximaal 7 lagen. Het gebied wordt doorsneden door het spoorwegemplacement, variërend in breedte tot zo'n 200 meter breed. De groenstructuur van het gebied bevindt zich met name aan de oostzijde (Spoordriehoek en Dr. Lelyweg) en noordzijde van het gebied (begrenzing NS-ProRail en Broekstraat). Deze groenstructuur is ecologisch en recreatief interessant, maar vanwege de geïsoleerde ligging is het op dit moment van beperkte meerwaarde. In Rijnpark zijn grofweg zo'n 200 bedrijven gehuisvest, bestaande uit (innovatieve) kleinschalige industrie, opslag, mkb, detailhandel en zakelijke dienstverlening. In totaal gaat het om ca 250.000 m2 bedrijfsoppervlak.
Het bedrijventerrein is in transitie. De industrie verdwijnt langzaam en maakt plaats voor kantoren, bedrijfsverzamelgebouwen, grootschalige detailhandel, recreatieve functies (bv Jumpsquare) en technische bedrijven. Rijnpark is een gebied met een grote diversiteit aan functies en activiteiten. De identiteit van het gebied wordt mede bepaald door het "erfgoed" zoals PostNL, het vroeg naoorlogse bebouwingsensemble aan de L.J. Costerstraat, de Corushallen, voormalige zuivelfabriek De Federatie (Delftse School), Péja aan de Van Oldenbarneveltstraat en het kantoorgebouw van voormalige Motorenfabriek Kaptein aan de Dr. Lelyweg.
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 9
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
10 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving van de ontwikkeling
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie. Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke opzet voor de ontwikkeling en hoe deze programmatisch wordt vormgegeven.
3.2
Ruimtelijke opzet en structuur
3.2.1
Ruimtelijke aspecten
Arnhem groeit. De verwachting is dat de stad over enkele jaren 180.000 tot 190.000 inwoners telt. De bouw van extra woningen is urgent in het kader van de nationale wooncrisis. De gemeente wil tot 2040 ca 16.000 veelal betaalbare (66%) binnenstedelijke woningen bouwen, waarvan er 10.000 in Spoorzone-Oost zijn geprogrammeerd. Rijnpark voorziet binnen Spoorzone-Oost in 7.000 woningen, en daarnaast ook in 5.000 banen en een variatie aan stedelijke voorzieningen waaronder een stadspark. Rijnpark heeft de ambitie én potentie uit te groeien tot een hoogstedelijke woon- werklocatie. Op dit moment is Rijnpark een bedrijventerrein waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan die niet gemengd mogen worden met woningen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is het daarom nodig om de huidige mogelijkheden voor bedrijven aan te passen. Uiteindelijk zullen in Rijnpark alleen bedrijven toegestaan zijn die geschikt zijn voor functiemenging met wonen. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden de toegestane milieucategorieën in en om Rijnpark aangepast. Binnen Rijnpark Binnen Rijnpark zijn alleen nieuwe bedrijven toestaan die geschikt zijn voor functiemenging met wonen. Er zijn bestaande bedrijven op Rijnpark die qua milieuhinder mengbaar zijn met wonen en andere milieugevoelig functies.
Deze bedrijven passen binnen de regels voor ‘bedrijf geschikt voor functiemening’ en kunnen de bedrijfsactiviteiten blijven uitoefenen. Daarnaast zijn er bestaande bedrijven die niet geschikt zijn voor functiemenging. Voor deze bedrijven wordt in de regels vastgelegd dat zij hun bestaande aanwezige bedrijfsmatige activiteitenbedrijven kunnen blijven uitoefenen. Dit totdat er daadwerkelijk ontwikkeld gaat worden. Bestaande bedrijven mogen hun activiteiten wijzigen zolang door deze wijziging de milieuhinder niet toeneemt. Binnen het gebied zijn er, naast de bestaande bedrijven, enkele andere bestaande activiteiten. Uitgangspunt van het omgevingsplan is het vastleggen van de bestaande situatie. Het gaat om een viertal kantoren locaties, een trampolinehal, twee verkooppunten voor motorbrandstoffen, een bedrijfswoning, detailhandel, supermarkten en twee locaties voor perifere detailhandel. De bestaande m2 bvo aan supermarkten leggen we vast. Binnen perifere detailhandel wordt detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen niet meer toegestaan. Op de locatie van de huidige gemeentewerf biedt het huidige bestemmingsplan de mogelijkheid voor het realiseren van een centrum voor (raam)prostitutiebedrijven. Deze locatie is in het verleden aangewezen als locatie voor (raam)prostitutie in verband met het beëindigen van de raamprostitutie in het Spijkerkwartier.
Op de locatie is inmiddels de gemeentewerf gerealiseerd. De planologische mogelijkheden voor het realiseren van een centrum voor (raam)prostitutie worden niet meer overgenomen in deze wijziging van het omgevingsplan. Rondom Rijnpark Buiten Rijnpark worden de maximale planologische milieucategorieën verlaagd, voor zover dat nodig is voor de ontwikkeling van Rijnpark. Dat is nodig binnen 300 meter vanaf de toekomstige functie gemengd (met o.a. woningen) in Rijnpark. Dit betekent dat in delen van de omliggende bedrijventerreinen (Nieuwe Haven en Het Broek) aanpassingen van de maximale planologische mogelijkheden nodig zijn. Deze wijziging sluit aan bij de bedrijvenlijsten uit de bestemmingsplannen. Onderdeel van de regels van dit plan zijn bedrijvenlijsten die bedrijven mogelijkmaken die qua richtafstand aansluiten op de toekomstig "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 11
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
functie gemengd gebied van Rijnpark. Ook buiten Rijnpark zijn er, naast de bestaande bedrijven, enkele andere bestaande activiteiten. Uitgangspunt van het omgevingsplan is het vastleggen van de bestaande situatie. Het gaat om een bedrijfswoning en detailhandel in kleine huisdieren, dierverzorgings- en tuininrichtingsartikelen.
12 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Hoofdstuk 4
Visie en beleid op locatie
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen 4.1.2
Programma NOVEX
Het Rijk heeft grootschallige woningbouwlocaties aangewezen: de zogenaamde NOVEX-gebieden. Deze grootschalige woningbouwgebieden maken onderdeel uit van de regionale verstedelijkingstragieën uit de NOVI. Een van die locaties is Spoorzone Arnhem-Oost. Rijnpark vormt een onderdeel van Spoorzone Arnhem-Oost. Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid Het project Rijnpark is, als onderdeel van het project Spoorzone Arnhem-Oost, een project wat actief ondersteund wordt door het Rijk. Deze wijziging van het omgevingsplan betreft voorbereidingen om te komen tot de daadwerkelijk woningbouwontwikkeling. Het omgevingsplan draagt dan ook bij aan de doelstelling uit het NOVI en het programma NOVEX. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is als instructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.129g) opgenomen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Situatie plangebied Dit plan ziet op het aanpassen van de milieucategorieën in en rondom Rijnpark. Dit ter voorbereiding op toekomstige woningbouwontwikkeling. Het plan maakt geen woningbouw mogelijk. De provincie Gelderland stuurt op een gezonde regionale woningbouwprogrammering. Hierbij is de provincie opgebouwd in regio's. Arnhem valt binnen de regio Arnhem-Nijmegen en deze regio vormt ook het verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkelingen in Arnhem. Er zijn afspraken gemaakt met de Regio Arnhem Nijmegen over de groei van de woningvoorraad (dus: aantallen nieuwbouw) en over de 'kwaliteiten', zoals het aandeel huur- en betaalbare woningen. Dit is vertaald naar subregio's. De woningen binnen project Rijnpark vallen binnen de regionale afspraken. "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 13
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving en geeft richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid voor wat betreft ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. De provincie Gelderland legt in de omgevingsvisie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Daarin wordt geïnvesteerd, waardoor meerwaarde ontstaat. Dit gebeurt door zeven met elkaar samenhangende ambities na te streven voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland. Daarnaast wordt de provinciale Omgevingsverordening Gelderland als instrument ingezet om de doorwerking van dit beleid uit de Omgevingsvisie af te dwingen. De werking van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Dit plan ziet op het aanpassen van de milieucategorieën in en rondom Rijnpark om uiteindelijk woningbouw mogelijk te maken. Dit draagt bij aan het speerpunt 'sociaal economische vitaliteit en verstedelijking'. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2
Omgevingsverordening
Algemeen De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. Relevante artikelen Dit TAM-omgevingsplan voorziet in een aanpassing van miliecatogrieën voor bestaande werkvoorzieningen. Hierdoor zijn met name de onderstaande artikelen uit hoofdstuk 5 (instructieregels omgevingsplan) relevant. Artikel 5.70 (doorwerking regionaal programma werklocaties) 1.
Een omgevingsplan laat een uitbreiding of wijziging van een bestaande werklocatie of een nieuwe werklocatie alleen toe als die ontwikkeling past binnen het vastgestelde regionaal programma werklocaties. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen het regionaal programma werklocaties, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van het programma die ontwikkeling toch toelaten als: a. gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. 3. Als in een regionaal programma werklocaties afspraken zijn gemaakt over het terugbrengen van overcapaciteit aan een type werklocaties: a. wordt binnen een jaar na vaststelling van die afspraken bepaald op welke locaties dit type werklocaties boventallig zijn; en 14 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
b. wordt binnen drie jaar na vaststelling van die afspraken de bestaande functie van die boventallige werklocaties gewijzigd. 4. In een regionaal programma werklocaties kunnen andere termijnen worden opgenomen als de omstandigheden in een regio daartoe aanleiding geven. Toetsing van het initiatief aan artikel 5.70 van de Omgevingsverordening Dit plan ziet op het aanpassen van de milieucategorieën in en rondom Rijnpark. Het omgevingsplan staat binnen Rijnpark nieuwe bedrijven toe die geschikt zijn voor functiemenging met wonen. Er zijn bestaande bedrijven op Rijnpark die qua milieuhinder niet mengbaar zijn met de toekomstige woningbouw en andere milieugevoelig functies. Voor deze bedrijven wordt in de regels vastgelegd dat zij hun bestaande aanwezige bedrijfsmatige activiteitenbedrijven kunnen blijven uitoefenen. Dit totdat er daadwerkelijk ontwikkeld gaat worden. Bestaande bedrijven mogen hun activiteiten wijzigen zolang door deze wijziging de milieuhinder niet toeneemt. De door de gemeenteraad vastgestelde visie Werklocaties Arnhem 2040 heeft als doel te komen tot een integraal en samenhangend perspectief voor de ontwikkeling van werklocaties in de stad voor de komende jaren ten behoeve van groei van werkgelegenheid in een groeiende stad. De bedrijfsruimtemarkt in de gemeente Arnhem staat momenteel onder druk.
Onder andere door de hoge uitgifte op bedrijventerreinen in de afgelopen jaren en het eerder veronderstelde overaanbod dat teruggedrongen is, is er behoefte aan nieuwe ontwikkelingen in de periode tot 2030. De ruimte op bedrijventerreinen in de gemeente Arnhem is echter schaars. Op korte termijn is er in de stad geen ruimte om nieuwe locaties te ontwikkelen. Daarom is er sprake van een hoge druk op de bedrijventerreinenmarkt. Deze druk kan mogelijk benut worden om selectiever te zijn in gewenste typen bedrijvigheid. In de Visie Werklocaties Arnhem 2040 wordt onder andere ingezet op het herontwikkelen, revitaliseren en verduurzamen van bestaande bedrijventerreinen. In deze visie wordt Rijnpark benoemd als een gemengde woon-werkwijk. Rijnpark wordt ontwikkeld van een bedrijventerrein naar een gemengde woon-werkomgeving voor bedrijven met hoogwaardige (mengbare) activiteiten, zoals kleinschalige kantoren, creatieve industrie en lichte maakindustrie. Zienswijze Provincie Gelderland De provincie Gelderland heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerp-omgevingsplan. Zie hiervoor ook Bijlage 1 Zienswijzennota. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie, is in goed overleg met de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) en de provincie een compensatieplan opgesteld.
Het college van B&W van de gemeente Arnhem heeft het 'Compensatieplan gebiedsontwikkeling Rijnpark' vastgesteld. In het compensatieplan is aangegeven wat de huidige en toekomstige situatie van Rijnpark is op drie aspecten: arbeidsplaatsen, bedrijfsvloeroppervlakte én milieuruimte. Dit compensatieplan is besproken met de GMR. De provincie kan instemmen met het compensatieplan, onder voorwaarden dat de compensatiemaatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd en dat er jaarlijks wordt gerapporteerd over de voortgang. Met het vaststellen van het compensatieplan wordt voldaan de instructieregel 5.70 van de omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Ook wordt invulling gegeven aan de voorwaarden uit het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) 2021-2024 en het nieuwe RPW 2025-2028. Artikel 5.71 (kadegebonden bedrijvigheid) 1. Een omgevingsplan reserveert bedrijfskavels die door een kade zijn ontsloten voor bedrijvigheid die voor goederenoverslag of productieactiviteiten afhankelijk is van een vestigingslocatie direct aan vaarwater met een eigen kade of in de directe nabijheid van een openbare kade. 2. Een omgevingsplan kan op een vestigingslocatie die door een kade is ontsloten alleen andere dan kadegebonden bedrijvigheid toelaten als in de toelichting bij het omgevingsplan wordt aangetoond dat: a.
een functie tot kadegebonden bedrijvigheid om ruimtelijke of milieuhygiënische redenen op die locatie niet gewenst is; en b. uit onderzoek blijkt dat er geen actuele en toekomstige vraag naar kavels voor kadegebonden bedrijvigheid is. "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 15
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Toetsing van het initiatief aan artikel 5.71 van de Omgevingsverordening Dit plan wijzigt de mogelijkheden tot kadegebonden bedrijvigheid niet. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie
Algemeen De wereld om ons heen verandert continu. Ontwikkelingen, zoals de groei van het aantal inwoners en het aantal huishoudens, energietransitie, veranderende economie, klimaatverandering, druk op de natuur en digitalisering hebben een grote invloed op onze fysieke leefomgeving. Onze eisen op het gebied van woonklimaat en gezondheid van mens en dier veranderen ook. Niet alles kan overal zonder de kwaliteit van de stad onrecht aan te doen. We moeten schaarse ruimte goed benutten, prioriteiten stellen en een weloverwogen ruimtelijke koers varen. Om plannen en initiatieven goed op elkaar af te stemmen heeft de gemeente een omgevingsvisie opgesteld. Een omgevingsvisie schets een beeld voor de fysieke leefomgeving op de langere termijn. In Arnhem hebben we een visie met de blik op 2040. Deze visie beschrijft hoe we keuzes maken in het ruimtegebruik. Rijnpark in de omgevingsvisie In de omgevingsvisie is een uitwerking van deze koers opgenomen voor vijf deelgebieden: Arnhem Centrum, Arnhem West, Arnhem Oost, Arnhem Zuid en Arnhem Noord. Dit zijn deelgebieden waar relatief veel opgaven tegelijk spelen. In de komende jaren zal juist in die delen van de stad veel veranderen en zijn belangrijke keuzes te maken. Dit doet natuurlijk niets af aan het belang en de kwaliteiten van andere deelgebieden van Arnhem. Rijnpark is gelegen in Arnhem-Oost.
Arnhem Oost Gebiedskansen Hoewel er diverse uitdagingen liggen in Arnhem Oost, voelt iedereen ook wel de potentie van dit stadsdeel. Het ligt dicht bij de binnenstad, is goed ontsloten en het fraaie landschap is binnen handbereik; zowel de uitlopers van de Veluwe als de uiterwaarden van de IJssel en Stadsblokken-Meinerswijk. Daarnaast liggen er twee belangrijke hotspots in het gebied; de Kenniscampus regio Arnhem en het IPKW. Voor Arnhem Oost is het dan ook de uitdaging om de verschillende kansen te gaan verzilveren. Energiek Arnhem Oost is een energiek en duurzaam stadsdeel met ruimte voor alle vormen van ondernemerschap. Niet alleen op de bedrijventerreinen in het gebied maar ook in de wijken en de Kenniscampus regio Arnhem. Door de Kenniscampus te verbinden met de campus IPKW werken we aan een 'kennis-as' die ruimte biedt voor bedrijven en ondernemerschap in het energiecluster van de stad. Meer samenwerking en verbinding tussen de verschillende stakeholders (Triple helix: zie kader) zorgt voor een innovatieklimaat en waardencreatie. Hierdoor ontstaat er niet alleen ruimte voor meer kapitaal-, kennis- en arbeidsintensieve bedrijven, maar ook vraag naar ondersteunende werkgelegenheid.
Zo laten we de Nieuwe Haven uitgroeien tot een cluster rondom watergebonden bedrijvigheid en energie en stimuleren we in Het Broek intensief en efficiënt ruimtegebruik, zodat er een vitaal, levendig en energiek district ontstaat met volop ruimte om te werken. Nieuwe Arnhemse Mix Arnhem Oost is een aantrekkelijk stadsdeel met een rijk palet aan woon- werk- en onderwijsfuncties. Op dit moment zijn de verschillende functies nog te veel van elkaar gescheiden, waardoor de ruimte niet altijd slim, duurzaam en effectief wordt gebruikt en de samenwerking beperkt is. Ontwikkeling in dit 16 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
stadsdeel is mogelijk met verdichting rondom bestaande stations en (OV-)hubs, toevoeging van woningen aan de (onbenutte) ruimte op de Kenniscampus en/of het winkelcentrum en op termijn benutting van het gebied rondom het spooremplacement. Deze ontwikkeling gaat gepaard met het diverser maken van de wijken door woningtypes en functies beter te mengen, zodat een mix aan voorzieningen, inkomensgroepen en leefstijlen ontstaat in dit gebied. Vergroening is daarbij een randvoorwaarde. Verbonden De groei van dit deel van de stad vergt slimme duurzame keuzes in het netwerk om de verschillende buurten in Arnhem Oost goed met elkaar te verbinden. Niet alleen binnen Arnhem Oost, maar juist ook met de regio. Een belangrijke opgave daarbij vormt het aanpassen van de railverbindingen in de Spoorzone. Door de aanpassing van de sporen samen met de bereikbaarheid en de ontwikkeling tot aantrekkelijk woon- en werkgebied op te pakken, kunnen we hier een flinke kwaliteitsimpuls genereren. Dat betekent dat met het versterken van het station Presikhaaf, het oplossen van de knoop Arnhem Oost en het gefaseerd herontwikkelen van het spooremplacement zowel de bereikbaarheid als de leefbaarheid wordt versterkt. Door de focus te verschuiven naar groene straten voor lopen en fietsen en tevens te investeren in hoogwaardig openbaar vervoer blijft Arnhem Oost goed bereikbaar in een groeiende stad.
De bestaande structuur vormt het uitgangspunt voor verbeteringen, waarbij barrières worden weggenomen en deelgebieden aan elkaar worden verbonden. Trots op Oost Arnhem Oost is een stadsdeel om trots op te zijn en waarmee mensen met verschillende achtergronden zich verbonden voelen. We zorgen voor een nog betere verbondenheid in de wijk door substantiële vergroting van het groen langs het spoor. Op die manier ontstaat er een groen Spoorpark van formaat – de leeflijn van Oost. Het gevolg is een betere verbinding tussen de omliggende buurten, hogere verblijfskwaliteit, ruimte voor bewegen en ontmoeten, en meer biodiversiteit. We scheppen ook meer ruimte voor dagelijkse voorzieningen op loop- en fietsafstand: scholen, gezondheidscentra en supermarkten waar ook de bestaande wijken gebruik van kunnen maken. Ambitie-agenda We werken samen met het Rijk aan het versterken van de leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid in Arnhem Oost. En streven naar het vergroten van de ruimtelijke samenhang tussen de wijken door zoveel mogelijk bestaande infrastructurele barrières op te heffen. We werken samen met de onderwijsinstellingen aan de Kenniscampus regio Arnhem als vitaal, levendig en gemengd cluster van onderwijs en innovatie. We zorgen samen met de Kenniscampus, de campus IPKW in samenhang met de Nieuwe Haven en de kennis-as op Het Broek voor een sterk cluster rondom het energie-profiel.
Hiermee werken we aan de kwaliteitsimpuls op de bestaande werkgebieden en geven ruimte aan de Arnhemse mix. We ontwikkelen multifunctionele stedenbouwkundige concepten, die bijdragen aan de gewenste Arnhemse mix (wonen/werken/voorzieningen) en die gebruik maken van duurzame vormen van mobiliteit. We werken samen met rijk en regio in het onderzoek naar de 'spoorse' opgave in Arnhem Oost, waarbij Station Presikhaaf, de spoorknoop en de herontwikkeling van het spooremplacement worden meegenomen. Niet alleen de bereikbaarheid maar ook de kwalitatieve inpassing in de leefomgeving betrekken we hierbij. We realiseren een nieuw spoorpark Arnhem Oost, dat de verschillende deelgebieden met elkaar verbindt en bijdraagt aan een gezonde ontwikkeling van dit stadsdeel. Het vormt ook een (fiets-)verbinding tussen de groene wig oost, Stadsblokken Meinerswijk en het Rivierklimaatpark IJsselpoort. We zorgen voor ruimte voor flexwonen en tijdelijke woonconcepten. We investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte door toevoeging van meer groen voor leefbaarheid, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. We zorgen voor een veilige openbare ruimte, die uitnodigt tot verblijven en door de inrichting verloedering en onveiligheid tegengaat. We sturen op horeca en winkels die hieraan bijdragen.
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 17
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
4.3.2
Rijnpark
Gebiedsvisie Rijnpark De gemeenteraad heeft op 3 juli 2024 de Gebiedsvisie Rijnpark vastgesteld. Met deze visie wordt vervolg gegeven aan de Startnotitie Rijnpark van mei 2023. Op basis van de startnotitie Rijnpark is in dialoog met onder andere omwonenden, omliggende bedrijven, grondeigenaren, gebruikers en woningcorporaties gewerkt aan de gebiedsvisie Rijnpark. De gebiedsvisie geeft weer hoe ambities zijn vertaald naar een ruimtelijk plan dat aansluit bij de huidige en toekomstige uitdagingen op het gebied van stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en een gezond woon- en leefklimaat. Voorbereidingsbesluit Rijnpark In december 2023 is een voorbereidingsbesluit genomen voor Rijnpark. Om de gebiedsontwikkeling Rijnpark met wonen, werken en voorzieningen mogelijk te maken is met een voorbereidingsbesluit de bestaande situatie in, en deels om, Rijnpark bevoren. Met het voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat in de tijd tot vaststelling van de omgevingsplannen activiteiten plaatsvinden die potentieel strijdig zijn met de ontwikkeling van Rijnpark en de omgevingsplannen die daarvoor worden voorbereid.
4.3.3
Visie Werklocaties Arnhem 2040
De meeste banen zijn geconcentreerd op een aantal plekken in de stad: de werklocaties. Steeds vaker is de werkfunctie te vinden in gebieden met verschillende functies. Vandaar dat we ook wel praten van werkmilieus. Het is belangrijk dat er in de stad verschillende typen werkmilieus zijn. Op die manier is er ruimte voor verschillende typen bedrijven die banen bieden op alle niveaus voor de inwoners van Arnhem. Arnhem streeft er namelijk naar een groeiende stad in balans te zijn, met ruimte voor wonen, werken en recreëren. Daarvoor is het belangrijk dat er naast de 'formele' werklocaties (zoals bedrijventerreinen en kantoorparken) ook voldoende ruimte is voor wijkeconomie. In de Visie Werklocaties Arnhem 2040 zijn de verschillende werklocaties en werkmilieus in Arnhem beschreven. Er is ook aangegeven wat er nodig is om de locaties aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden of te maken. Rijnpark In de Visie Werklocaties Arnhem 2040 wordt onder andere ingezet op het herontwikkelen, revitaliseren en verduurzamen van bestaande bedrijventerreinen. In deze visie wordt Rijnpark benoemd als een gemengde woon-werkwijk. Rijnpark wordt ontwikkeld van een bedrijventerrein naar een gemengde woon-werkomgeving voor bedrijven met hoogwaardige (mengbare) activiteiten, zoals kleinschalige kantoren, creatieve industrie en lichte maakindustrie.
18 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
De regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle betrokken belangen. Het omgevingsplan dient te voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en aan het gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.
5.2
Stedenbouwkundige aspecten
5.2.1
Verhouding tot de omgeving
Dit plan ziet op het aanpassen van de milieucategorieën in en rondom Rijnpark. Het plan wijzigt de bouwmogelijkheden niet. Het plan heeft geen invloed op de stedenbouwkundige aspecten. 5.2.2
Beeldkwaliteit
De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Rijnpark ligt in het gebied 'geen toets'. Situatie plangebied De welstandsnota blijft gelden voor dit gebied. Dit plan wijzigt de beeldkwaliteitseisen niet.
5.3
Mobiliteit
5.3.1
Verkeer
De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Fiets De 'Accentnota Fiets, Fietsambitie 2019-2024' (vastgesteld in januari 2020) bevat de Arnhemse fietsambitie voor de periode 2019-2024, met een doorkijk naar 2030. De nota is de start van een nieuwe aanpak waarin fietsvriendelijkheid centraal staat en meer tempo wordt gemaakt met uitvoering. Op basis van hoe de stad zich ontwikkelt en de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst, wordt bepaald wat er nodig is om bewoners en forenzen te overtuigen om meer met de fiets te gaan. Daarin is de substantiële verbetering van de Arnhemse fietsinfrastructuur belangrijk, door de aanleg van meer stedelijke doorfietsroutes.
De Accentnota sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe regionale fietsambitie 'Samenwerkingsagenda fiets, regio Arnhem Nijmegen'. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik; betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 19
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
schone lucht en verminderen van CO2 uitstoot; inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. Situatie plangebied Dit plan ziet op het aanpassen van de milieucategorieën in en rondom Rijnpark. Het plan wijzigt de verkeerssituatie niet. 5.3.2
Parkeren
In Arnhem worden parkeernormen gehanteerd die zijn vastgesteld in de Arnhemse beleidsregels voor parkeren. Het Arnhems parkeerbeleid richt zich vooral op het tegengaan (voorkomen) van parkeeroverlast en op het stimuleren van intensief ruimtegebruik. Situatie plangebied Dit plan ziet op het aanpassen van de milieucategorieën in en rondom Rijnpark. Dit plan brengt geen wijzigingen aan in de parkeernormen.
5.4
Milieu
5.4.1
Inleiding
Met dit plan worden de milieucategorieën van bedrijven in en rondom Rijnpark gewijzigd. Dit plan regelt dat nieuwe bedrijven binnen Rijnpark geschikt moeten zijn voor functiemenging. Dit zijn bedrijven die qua milieubelasting (geluid, geur, externe veiligheid, etc.) passen in een woongebied. Op Rijnpark zijn bestaande bedrijven gevestigd die (mogelijk) niet geschikt zijn voor functiemenging. Deze bedrijven mogen de huidige bedrijfsactiviteiten blijven uitoefenen. Bestaande rechten worden gerespecteerd. Een deel van deze bedrijven krijgt een specifieke aanduiding. Buiten Rijnpark worden de maximale planologische milieucategorieën verlaagd, voor zover dat nodig is voor de ontwikkeling van Rijnpark. Dat is nodig binnen 300 meter vanaf de functie gemengd (met o.a. woningen) in Rijnpark. Dit gebeurt via een wijziging van de bedrijvenlijsten. Door de wijziging van de milieucategorieën zullen de milieueffecten verminderen ten opzichte van de huidige situatie. 5.4.2
Geluid
Besluit kwaliteit leefomgeving In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn in afdeling 3.5 regels opgenomen voor het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Er moet akoestisch onderzoek verricht worden wanneer geluidgevoelige gebouwen geheel of gedeeltelijk binnen een geluidaandachtsgebied komen te liggen. Er wordt daarbij gewerkt met een standaardwaarde en grenswaarde. Voor rijkswegen en provinciale wegen, gemeente- en waterschapswegen, hoofd- en lokale spoorwegen en industrieterreinen gelden ieder eigen standaard- en grenswaarden volgens het Bkl. 20 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
De standaardwaarden hebben als doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidniveaus. Maar ook voor het aspect geluid geldt dat wordt gekeken naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van zowel geluidbelasting als geluidhinder is afhankelijk van de planologische context; in een woonwijk worden andere geluidniveaus aangetroffen en verwacht dan in een bruisend stadscentrum. Een overschrijding van de standaardwaarden kan daarmee door het bevoegd gezag acceptabel worden geacht en hoeft geen obstakel te zijn. Wel geldt dat in het Bkl grenswaarden zijn opgenomen waarboven er doorgaans geen aanvaardbaar geluidniveau kan bestaan. Bij een geluidbelasting boven deze grenswaarde is de ontwikkeling niet zonder meer mogelijk. Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust.
Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. Hinder In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van inrichtingen op hun omgeving (gevoelige bestemmingen, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. In de Omgevingswet wordt niet langer gewerkt met de term inrichting en wordt gesproken over milieubelastende activiteiten. Omdat in voorliggende situatie het gemeentebrede omgevingsplan nog niet gereed is en daarmee de bestemmingsplannen nog onderdeel uitmaken van omgevingsplan, is het kader van de VNG-publicatie nog wel relevant. Situatie plangebied Omgevingsnorm geluid bestaande bedrijven Het omgevingsplan maakt het mogelijk dat de feitelijk bestaande en legaal aanwezige bedrijfsactiviteiten blijven toegestaan.
Uitgangspunt is dat bestaande bedrijven niet in hun bestaande bedrijfsvoering worden beperkt. Voor deze bedrijfsacitiviteiten wordt een omgevingsnorm geluid opgenomen in de regels. Voor de waarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en maximaal geluidsniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden wordt uitgegaan van de waarde uit tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit. Op deze wijze wordt de geluidsruimte van bedrijven gerespecteerd. De waarde komen overeen met de waarden uit tabel 22.3.1 uit het Omgevingsplan gemeente Arnhem (bruidsschat). Voor de waarde voor het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid transportmiddelen wordt uitgegaan van de standaardwaarde uit tabel 5.56.1 Bkl. Artikel 22.71 van de het Omgevingsplan gemeente Arnhem (bruidsschat) bepaalt dat als een activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein, de geluidswaarde ook geldt op een afstand van 50 meter vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht. De bestaande bedrijven komen buiten het gezoneerd industrieterrein te liggen (via het TAM-omgevingsplan Geluidzone industrieterrein Arnhem-Noord).
Om de bestaande geluidsrechten te handhaven, wordt opgenomen dat de waarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT geldt op de gevel van een geluidgevoelig gebouw of (voor zover er binnen 50 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw) ook op een afstand van 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. De omgevingsnorm geldt enkel voor bestaande bedrijven. Nieuwe bedrijven moeten voldoen aan de "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 21
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
regels voor bedrijfsactiviteiten geschikt voor functiemening. Voor deze bedrijven geldt een eigen omgevingsnorm met geluidswaarden. Omgevingsnorm geluid bedrijf geschikt voor functiemening In het omgevingsplan worden nieuwe bedrijven toegestaan. Deze bedrijven moeten geschikt zijn voor functiemening met wonen. Om dat te reguleren is er in het omgevingsplan een geluidsnorm opgenomen. De standaardwaarden uit tabel 5.65.1 worden overgenomen. Er wordt dus voldaan aan de instructieregel uit het Bkl. De langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT gelden op gevel van een geluidgevoelig gebouw of (voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen of toegelaten) op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Bedrijfswoning Van Oldenbarneveldtstraat 89 Het pand aan de Van Oldenbarneveldtstraat 89 staat in het Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) geregistreed als een verblijfsobject met een woonfunctie. Uit informatie uit de Basisregistratie Personen (BRP) blijkt dat er twee personen staan ingeschreven op het adres. Omdat het gaat om een verblijfsobject met een woonfunctie waar ook daadwerkelijk mensen staat ingeschreven wordt in het omgevingsplan dit pand dan ook als bedrijfswoning bestemd.
Direct aan de overzijde van deze bedrijfswoning liggen woningen die dus maatgevend voor bestaande bedrijven. De naastgelegen emplacementen hebben ook woningen die dichterbij zijn gelegen dan de bedrijfswoning. De emplacementen hebben daarnaast ook concrete geluidsvoorschriften waaraan moet worden voldaan. Gezien bovenstaande is een bedrijfswoning op het adres Van Oldenbarneveldtstraat 89 aanvaardbaar en worden bedrijven niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Gebieden buiten Rijnpark De gebieden buiten Rijnpark, die binnen het plangebied liggen (deel van Het Broek en Nieuwe Haven) blijven binnen het gezoneerd industrieterrein Arnhem Noord liggen. De grens van het gezoneerd terrein wordt wel gewijzigd. Het TAM-omgevingsplan Geluidzone industrieterrein Arnhem Noord voorziet in een wijziging van de grenzen van het gezoneerd industrieterrein. 5.4.3
Lucht
De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende omgevingswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 pg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 pg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 pg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 pg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd. In de artikelen 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald wanneer activiteiten 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In deze situaties is toetsing aan de omgevingswaarden niet noodzakelijk. Situatie plangebied Voorliggend plan ziet op de aanpassing van milieucategorieën in en om Rijnpark.
Deze aanpassing valt 22 ategorieën" (vastgesteld)
"TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieuc
TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën
niet onder de activiteiten in artikel 5.54 Bkl standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit. Arnhem is aangewezen als aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof. Indien het omgevingsplan activiteiten toelaat die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen en/of milieubelastende activiteiten toelaat waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht en het toelaten van deze activiteiten tot een verhoging van de concentratie stikstofdioxide of fijnstof leidt, moeten bepaalde omgevingswaarden in acht genomen worden. Dit blijkt uit artikel 5.51 Bkl. Voorliggend plan ziet op het aanpassen van milieucategorieën. Er worden geen extra vervoersbewegingen verwacht. Daarnaast worden er met dit plan niet meer milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt. Dit plan leidt daarom niet tot een verhoging van de concentratie stikstofdioxide of fijnstof. Voor wat betreft lucht worden geen negatieve (milieu)effecten verwacht. 5.4.4
Omgevingsveiligheid
Landelijk gebied Omgevingsveiligheid gaat om de risico's van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Onder omgevingsveiligheid vallen ook de risico's door luchthavens en windturbines. In paragraaf 5.1.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de algemene bepalingen met betrekking tot het waarborgen van de veiligheid opgenomen. Hieruit volgt dat in een omgevingsplan voor risico's van branden, rampen en crises, rekening wordt gehouden met het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn drie aspecten van belang, het plaatsgebonden risico (PR), aandachtsgebieden en het groepsrisico (GR). Gemeentelijk beleid Het beleidsplan externe veiligheid van de gemeente Arnhem beschrijft de mate van gewenste externe veiligheid in Arnhem. Uitgangspunt hierbij zijn de landelijke normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In een groot gedeelte van de stad streven we naar het niet doen toenemen van de risico's.
Op sommige plekken in de stad, op bedrijventerreinen voor zware industrie en de volgens het structuurplan stedelijke zone accepteren we een hoger risico dan op andere plaatsen. Wel moet daar extra aandacht zijn voor de beschikbare mogelijkheden voor rampenbestrijding, de zelfredzaamheid van mensen en de hulpverlening. Situatie plangebied LPG Vulpunten Ter plaatse van Oldenbarneveldtstraat was een LPG vulpunt aanwezig. Dit vulpunt is inmiddels gesaneerd en is niet meer aanwezig. Op het perceel Dr Lelyweg 31 ligt een LPG tankstation met een 10-6 PR contour van 40 meter, een brandaandachtsgebied van 80 meter en een explosieaandachtsgebied van 160 meter. Het 100% letaalgebied ligt op 150 meter. Binnen de 10-6 PR contour bevinden zich geen zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties. Binnen het BAG bevinden zich geen zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties. Binnen 150 meter van het vulpunt voor LPG bevinden zich geen zeer kwetsbare gebouwen. Dit plan maakt geen (zeer) kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden mogelijk. Er wordt daarom geen voorschriftengebied aangewezen. Indien een toekomstige omgevingsplanwijziging (zeer) kwetsbare gebouwen in een aandachtsgebied mogelijk maakt, wordt een voorschriftengebied aangewezen.
Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen In het plangebied bevinden zich een gasleiding en een brandstofleiding. Dit zijn buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Voor buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt dat in het omgevingsplan een belemmeringengebied opgenomen moet worden (artikel 5.18 Bkl). Dit plan voorziet hierin door regels op te nemen die waarborgen dat de veiligheid van de buisleidingen niet wordt geschaad bij bouwen of werken en werkzaamheden. Tevens zijn zeer kwetsbare en kwetsbare gebouwen niet mogelijk in het belemmeringengebied. Het 100% letaalgebied rondom de aardgasleidingen ligt voor de 8 inch leiding op 50 meter en voor de 13 inch leiding op 75 meter. Binnen "TAM-omgevingsplan Rijnpark - aanpassing milieucategorieën" (vastgesteld) 23