CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Vast te stellen bestemmingsplan Chw Rijkerswoerdsestraat 15 - bijlagen

Politieke Avond 7 februari 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Bestemmingsplan 'Chw Rijkerswoerdsestraat 15'20.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Landschappelijk inpassingsplan Rijkerswoerdsestraat 15, Arnhem

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

1.1 Aanleiding

4

2. Analyse plangebied

6

2.1 Huidige situatie

6

2.2 Uitgangspunten huidige situatie

6

2.3 Landschappelijke analyse

12

2.4 Uitgangspunten landschappelijke analyse

12

2.5 Beleidsanalyse

14

2.6 Uitgangspunten beleidsanalyse

14

3. Landschappelijk inpassingsplan

16

3.1 Ontwerp

16

3.2 Erfensemble

16

3.3 Landschap

16

3.4 Bestemmingsplan

18

4. Beplantingsplan

20

4.1 Beplantingsplan

20

Opdrachtgever conStabiel dhr. D. van Eijk Reigerstraat 30k 6883 ES Velp

Opdrachtnemer Ontwerpbureau Luijendijk Oude Borculoseweg 3 7231 PR Warnsveld www.dirkluijendijk.nl info@dirkluijendijk.nl

Projectgegevens projectnummer: 369 Datum: 14 maart 2022 Opgesteld: Dirk Luijendijk

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op het erf aan de Rijkerswoerdsestraat 15 te Arnhem zijn de bedrijfsactiviteiten beëindigd. Nu het erf, bestaande uit een bedrijfshal van ruim 600m² en circa 1400m² erfverharding, niet meer in gebruik is, wil de familie Hermsen (initiatiefnemer) het erf in ontwikkeling brengen. In het initiatief wordt ten doel gesteld de bestaande bedrijfshal te slopen en daarvoor in de plaats twee woningen te realiseren onder één kap. Daarbij wordt er beoogt het (half)verharde oppervlak van bestrating tot het minimaal benodigde terug te brengen. Ten behoeve van een passende inrichting van de ontwikkeling in haar omgeving wordt een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In voorliggend landschappelijk inpassingsplan wordt het plangebied landschappelijk geanalyseerd waaruit uitgangspunten voor de nieuwe erfinrichting en landschappelijke inpassing worden geconcludeerd. Aan de hand van de uitgangspunten wordt het landschappelijk inpassingsplan opgesteld en wordt deze aangevuld met een landschappelijk beplantingsplan.

Afbeelding 1. Zicht op de bedrijfswoning vanuit oostelijke richting

4

Afbeelding 2. Locatie plangebied. (pdok.nl)

Inleiding - 5

2. Analyse plangebied 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de Rijkerswoerdsestraat 15 even ten zuiden van de bebouwde kom van Arnhem zuid. Het erf ligt in een kleine enclave van (agrarische) erven en is toegankelijk via het zuiden. Het erf is voorzien van een woning op de voorgrond en een bedrijfsloods met erfverharding (stelconplaten, grind en granulaat) op het achtererf. Westelijk wordt het erf besloten door een siertuin en hoogstam fruitboomgaard langs het Rijnwaalpad. Oostelijk wordt het erf begrensd door een tweetal woonerven, Rijkerswoerdseweg 17 en 17a. Het landschap is vrij open van karakter en wordt ruimtelijk begrensd door de bebouwde kom van Arnhem noordelijk, de snelweg A325 met opgaande groenstructuren westelijk en kassencomplexen oostelijk. Met name naar het zuiden is er een vergezicht door het landschap. Rond het plangebied wordt de openheid van het landschap doorbroken door de clusters van erven langs de Rijkerswoerdsestraat. De erven zijn vaak voorzien van grote bijgebouwen waarbij de bijgebouwen ten behoeve van opslag van de oogst vaak een hogere nok hebben dan de hoofdwoning. Erven zijn afwisselend van erfbeplanting voorzien waardoor er zichtlijnen tussen de erven door ontstaan. Binnen het plangebied bestaat de erfbeplanting onder andere uit gebiedseigen hoogstamfruitbomen maar ook uit uitheems plantmateriaal zoals een brede conifeerhaag.

Verder zijn er in de zone van erfclusters ook enkele landschappelijke groenstructuren, zoals landelijke hagen, houtsingels en struweelhagen (langs het Rijnwaalpad).

2.2 Uitgangspunten huidige situatie •

Het erf is traditioneel opgezet met de woning op de voorgrond en de bedrijfsbebouwing op het achtererf. Het is wenselijk deze traditionele verdeling te behouden door op het achtererf de beoogde woningen te ontwikkelen, als type schuurwoning. Een hogere nok dan de ‘hoofdwoning’ is landschappelijk in dit gebied niet vreemd en benadrukt de hoger gelegen ‘woerd’. De schuurwoning dient in materiaalgebruik en vorm wel duidelijk ondergeschikt te zijn;

•

Het is wenselijk de ontwikkeling van de woningen binnen het bestaande cluster van erfensembles te laten plaatsvinden waarbij bestaande doorzichten behouden blijven;

•

Het erf is vrijwel geheel met verharding ingericht. Hoewel een groot deel halfverharding betreft en dus waterdoorlatend is, is het ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de biodiversiteit gewenst het oppervlak aan verharding in de beoogde ontwikkeling te verkleinen;

•

Het landschap wordt gekenmerkt door landschappelijke structuren als hoogstam boomgaarden en struweelhagen. Wenselijk dit beeld te versterken met nieuwe structuren en de uitheemse conifeerhaag te vervangen voor inheemse beplanting;

6

Brede uitheemse conifeerhaag

se s

truw eelh

aag

Fruitbomen

Inh

eem

Erfverharding

Wo e

rd (

Voor sloop beoogde loods

str oo

mr

Tuininrichting Halfverharding

Nr 17a

Nr 15

Rij

Nr 17

ker

sw oe

rds e

we g

Open polderlandschap (rivierkom)

Afbeelding 3. Verbeelding huidige situatie plangebied

Analyse plangebied - 7

ug

)

Afbeelding 4. Zicht op het erf vanaf de Rijkerswoerdseweg. Hoofdwoning met traditionele wolfskap

(google

street view)

Afbeelding 5. Het erf is ruim opgezet met veel erfverharding. Bestaande bedrijfsbebouwing is niet karakteristiek

8

Afbeelding 6. Rijkerswoerdseweg 17a met zadeldak. Nokrichting haaks op de weg evenals nr 15.

Afbeelding 7. Het achtererf van het plangebied omzoomd met een brede conifeerhaag. Doorzicht naar bebouwde kom

Analyse plangebied - 9

Afbeelding 8. Uitheemse conifeerhaag met daarachter een karakteristieke boomgaard

Afbeelding 9. Achterkant van de woning, voorzien van een bijpassend bijgebouw

10

Afbeelding 10. Zicht op de erven aan de Kruisstraat 11 en 12. Tussen plangebied en deze erven een zichtlijn

Afbeelding 11. Vanaf de achterkant van het plangebied zicht op de bebouwde kom. Links het Rijnwaalpad

Analyse plangebied - 11

2.3 Landschappelijke analyse Het plangebied ligt op de Rijkerswoerd, een hoge zandrug ontstaan onder invloed van de rivier (zogenaamde ‘komhartwoerd’. De Rijkerswoerd is vermoedelijk al vroeg bewoond. De hoger gelegen zandgrond was een geschikte woonplek in het landschap waarin de rivier, voor de komst van dijken, bij hoog water vrij spel had. Inmiddels zijn de rivieren bedijkt en is er rond de woerd een rivierpolderlandschap ontstaan. Dit zogeheten komgebied kenmerkt zich als open landschap met een rationele blokverkaveling voorzien van kavelsloten. De bodem in de polder bestaat uit rivierklei. Op afbeelding 12 is de situatie van omstreeks 1900 te zien. Hierop is te zien dat bebouwing en erven zich inderdaad beperken tot de hoger gelegen woerd (zie ook de reliëfkaart afbeelding 14). Ook is het grondgebruik afwijkend van het komgebied. Het komgebied bestaat hoofdzakelijk uit weidegronden. De woerd bestaat uit een mix van erven, moestuinen, akkers en met name veel boomgaarden. Percelen worden er begrensd met houtsingels. Omstreeks 1960 is er nog weinig veranderd. De snelweg A325 is dan aangelegd en doorsnijdt de Rijkerswoerd, waardoor de herkenbaarheid van de woerd, met haar vrije ligging in de polder, is afgenomen. Ook is duidelijk te zien dat er een schaalvergroting heeft plaatsgevonden in de fruitsector. De fruitboomgaarden zijn aanzienlijk toegenomen.

Anno 2022 is hier nog weinig van overgebleven op en rond de Rijkerswoerd. Alleen binnen het plangebied zijn hoogstamfruitbomen bewaard gebleven.

2.4 Uitgangspunten landschappelijke analyse •

De woerd als hoger gelegen landschapselement kan benadrukt worden door middel van een wat hoger volume van de beoogde schuurwoning;

•

Historisch gezien kenmerkt de woerd zich door een ‘fragmentatie’ van perceeltjes met verschillend landgebruik. Het is wenselijk dit karakter te benadrukken door het plangebied in verschillende zones te verdelen;

•

Onder andere door komst van de snelweg en agrarische schaalvergroting / functieverandering is de herkenbaarheid van de woerd afgenomen. De herkenbaarheid kan worden versterkt door toepassing van gebiedseigen kavelgrensbeplanting en een hoogstamboomgaard in te richten.

12

Afbeelding 12. Historische kaart omstreeks 1900 (topotijdreis.nl)

Afbeelding 13. Luchtfoto omstreeks 1960 (topotijdreis.nl)

Stedelijk gebied Arnhem Wo erd (s

A325

om

rug

)

Talud snelweg

Zandwinplassen

tro

Komgebied Afbeelding 14. Reliëfkaart; Plangebied ligt op een natuurlijke glooiing in het landschap (ahn)

Analyse plangebied - 13

2.5 Beleidsanalyse In 2010 heeft de gemeente Arnhem een nieuw structuurplan opgesteld met 2030 op de horizon. Het structuurplan is opgesteld met behulp van het Streekplan Gelderland en Regionaal structuurplan KAN. Het structuurplan geeft richting aan nieuwe ontwikkelingen ten behoeve van de unieke kwaliteiten die in de gemeente te vinden zijn. In 2030 moet de landschappelijke en ecologische waarde zijn versterkt. De handvatten die in het structuurplan worden gegeven, dienen als uitgangspunt voor het landschappelijk inpassingsplan van de beoogde ontwikkeling.

2.6 Uitgangspunten beleidsanalyse •

Arnhem-Zuid vraagt om een vervlechting van stad en landschap, onder meer door de lijnen van de Betuwe door te zetten in de stad. De zuidzijde van de stad vraagt in de Betuwe om een vorm van transparante verstedelijking die de verwevenheid met het polderlandschap en het contrast met de openheid van de polder zichtbaar maakt. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de verwevenheid tussen stad en landschap en versterkt het contrast met de openheid van de polder;

•

Plangebied ligt in de centrale parkzone Overbetuwe. De parkzone moet ontwikkeld worden met realisatie van landschappelijk wonen. De beoogde ontwikkeling kan hier een bijdrage aan leveren door de ontwikkeling van twee nieuwe woningen in een landschappelijk ensemble;

•

In de centrale parkzone Overbetuwe moeten transparante groene en blauwe lijnen worden versterkt. De ontwikkeling kan hieraan bijdragen door een robuuste gebiedseigen groenstructuur in te passen.

Afbeelding 15. Bestemmingsplan; Het plangebied heeft momenteel een bedrijfsbestemming (paars)

14

Afbeelding 16. Ruimtelijke hoofdstructuur 2030: Plangebied ligt in de centrale parkzone Overbetuwe (structuurvisie Arnhem)

Analyse plangebied - 15

3. Landschappelijk inpassingsplan 3.1 Ontwerp Aan de hand van de geformuleerde uitgangspunten is het landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het achtererf van de Rijkerswoerdseweg 15 wordt opnieuw ingericht na de sloop van de bedrijfsbebouwing. Er wordt een 2-onder-1-kap woning type schuurwoning gerealiseerd. De nieuwe erfinrichting wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen groenstructuren.

3.2 Erfensemble Op de plek van de loods wordt na sloop een twee-onder-een-kap woning gerealiseerd met inpandige parkeergelegenheid. De nieuwbouw staat met de nok haaks op de Rijkerswoerdsestraat. De voorgevel van de schuurwoning is duidelijk zichtbaar vanaf de Rijkerswoerdsestraat ten behoeve van een ruimtelijk samenhangend erfensemble. De schuurwoning dient in kleur, vorm en materiaalgebruik ondergeschikt te zijn aan de Rijkerswoerdsestraat 15, welke binnen het erfensemble geldt als ‘hoofdgebouw’. De schuurwoning wordt uitgevoerd met een nokhoogte tot 7m. Hiermee wordt de hoger gelegen woerd benadrukt en sluit de schuurwoning goed aan bij het beeld in de omgeving van erven met hoge bijgebouwen. De nieuwe woningen zijn bereikbaar via de bestaande inrit van Rijkerswoerdsestraat 15. De erfverharding rond de schuurwoning wordt zo beperkt mogelijk uitgevoerd. Een halfverharde inrit geeft toegang tot inpandige parkeergelegenheid (vier plekken). Ten behoeve van gastparkeerplaatsen en manoeuvreerruimte is er ook aan de kopse kanten van de schuurwoning erfverharding.

3.3 Landschap De ontwikkeling wordt ingepast met een robuuste structuur van inheemse singels en struweelhagen met een bij de woerd passend sortiment. De singels en struweelhagen gelden als structuurdrager en zorgen voor meer samenhang op de woerd en een sterker contrast tussen de woerd en omliggend komgebied. Ten noorden van de nieuwbouw wordt een hoogstam boomgaard ingericht met ondergroei van kruidenrijke akkervegetatie. De boomgaard bevindt zich min of meer op de plek waar volgens de historische kaarten een grote boomgaard heeft gelegen. Enkele erfbomen passen het erf verder in en zorgen voor een ruimtelijke verdeling tussen voor- en achtererf, waarbij gelet moet worden dat de schuurwoning in het straatbeeld beleefbaar blijft. De nieuwe kavels binnen het plangebied worden met landelijke scheerhagen ruimtelijk van elkaar gescheiden (dit ook ter voorkoming van gebruik schuttingen).

16

Hoogstam boomgaard met kruidenrijk grasland Brede houtsingel

Bestaande hoogstam boomgaard

Struweelhaag

Tui n lan en om del ijke zoom sch d eer door hag en

Erfbomen Struweelhaag

2-onder-1-kap schuurwoning met inpandige bijgebouwen Landelijke scheerhaag Halfverharding Erfbomen

Afbeelding 17. Landschappelijk inpassingsplan Rijkerswoerdsestraat 15

Landschappelijk inpassingsplan Rijkerswoerdsestraat 15, Arnhem - 17

3.4 Bestemmingsplan In de beoogde ontwikkeling vindt een functieverandering plaats. De bedrijfsactiviteiten worden beëindigd en twee woningen worden ontwikkeld. Daarop moet het bestemmingsplan worden aangepast. Op afbeelding 18 wordt een voorstel gedaan voor het nieuwe bestemmingsplan betreffende het perceel dat nu een bedrijfsbestemming (en een deel agrarisch) kent. In de beoogde situatie wordt een woonbestemming opgenomen van circa 1.640m², verdeeld over twee woonpercelen. Daarbinnen ligt het bouwblok van 22 x 33 meter. Om de landschappelijke inpassingsmaatregelen te borgen in het bestemmingsplan kan de daarvoor aangewende grond worden bestemd met een groenfunctie.

18

Gro

en

Wo o

be

ste

mm

ing

nb

est em

mi

Bou

ng

wb

Nr

Rij

lok

15

ker

sw oe

rds e

str aat

Afbeelding 18. Voorstel bestemmingswijziging

Landschappelijk inpassingsplan Rijkerswoerdsestraat 15, Arnhem - 19

4. Beplantingsplan 4.1 Beplantingsplan De nieuwe groenstructuren in het landschappelijk inpassingsplan bestaand uit zes verschillende typen. De hagen die worden aangeplant bestaan uit twee soorten. Een landelijke scheerhaag waarin gemengd drie verschillende soorten worden aangeplant en een struweelhaag met bosplantsoen welke wordt beheert middels periodieke afzetting. Langs de noordzijde van het plangebied wordt een brede houtsingel aangeplant met ongeveer hetzelfde sortiment als in de struweelhaag. Langs de noordzijde wordt de hoogstam boomgaard aangeplant met een onderbegroeiing van kruidenrijk grasland. Verspreidt over het erf worden ten behoeve van de samenhang enkele erfbomen aangeplant. De soorten zijn afgestemd op het gebruikelijke sortiment op een woerd. Bij de sortimentkeuze is gebruik gemaakt van het inspiratieboek Woerden. https://landschapsbeheergelderland.nl/wp-content/uploads/inspiratieboek-woerden.pdf

1.) Scheerhaag (100m, dubbele rij, 7st p/m) Plantcode Aantal Wetenschappelijke naam 400 Fagus sylvatica 150 Acer campestre 150 Carpinus betulus

Nederlandse naam beuk Veldesdoorn Haagbeuk

Plantmaat 100/125 100/125 100/125

Bijzonderheden Gemengd met groepen tot 7 stuks Gemengd met groepen tot 7 stuks Gemengd met groepen tot 7 stuks

2.) Struweelhaag (108m, dubbele rij, 4st p/m) Plantcode Aantal Wetenschappelijke naam 52 Crataegus monogyna 80 Sambucus nigra 40 Corylus avellana 80 Ligustrum vulgare 100 Acer campestre 80 Viburnum opulus

Nederlandse naam Eensteilige meidoorn Gewone vlier Hazelaar Wilde liguster Veldesdoorn Gelderseroos

Plantmaat 80/100 80/100 80/100 80/100 80/100 80/100

Bijzonderheden Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten

3.) Brede houtsingel (27m, drie rijen, 1.5 x 1.5m plantafstand) Plantcode Aantal Wetenschappelijke naam 10 Crataegus monogyna 10 Sambucus nigra 10 Corylus avellana 8 Ligustrum vulgare 8 Sorbus aucuparia 8 Viburnum opulus

Nederlandse naam Eensteilige meidoorn Gewone vlier Hazelaar Wilde liguster Lijsterbes Gelderseroos

Plantmaat 80/100 80/100 80/100 80/100 12-14 80/100

Bijzonderheden Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten Groepsgewijs aanplanten Solitair aanplanten Groepsgewijs aanplanten

4.) Hoogstam boomgaard Plantcode Aantal Wetenschappelijke naam 4 Malus domestica 3 Pyrus communis 3 Prunus avium

Nederlandse naam Appel Peer Zoete kers

Plantmaat 14-16 14-16 14-16

Bijzonderheden Variëteit naar keuze Variëteit naar keuze Variëteit naar keuze

Nederlandse naam Zomerlinde Walnoot Witte Paardenkastanje

Plantmaat 18-20 18-20 18-20

Bijzonderheden Variëteit naar keuze Variëteit naar keuze

Nederlandse naam Meerjarige akkerkruidenvegetatie

Plantmaat zaad

Bijzonderheden

5.) Erfbomen Plantcode Aantal

Wetenschappelijke naam 2 Tilia platyphyllos 1 Juglans regia 3 Aesculus hippocastanum

6.) Kruidenrijk grasland Plantcode Aantal Wetenschappelijke naam 425m²

20

Bre

de

ho

uts

ing

Boomgaard met kruidenrijk grasland

el

Bre

g

de

haa

Sch

Str u

we el

eer

ing

el

haa

g

haa

g

g

haa

g

eer

haa

g

Lindebomen

S ch eer

we el

haa g

Str u

Str u

we el

we el

Kastanjebomen

haa

uts

Noot

Sch

Str u

ho

Afbeelding 19. Landschapselementen beplantingsplan

Beplantingsplan - 21

conStabiel Adviseurs in Bouwtechniek

Pagina 1 van 55

Notitie Projectnummer: Documentnummer: Behandeld door: Datum: Project: Onderwerp:

210602 210602-N01 ing. M.J.M. (Maurice) Geerdink 31 oktober 2022 Nieuwbouw nabij Rijkerswoerdsestraat 15 te Arnhem Natuurinclusief bouwen

Inleiding Initiatiefnemer is voornemens te stoppen met zijn bedrijf gelegen aan de Rijkerswoerdsestraat 15 te Arnhem. Nu willen we namens de initiatiefnemer kijken of we bij de bouw van de twee nieuwe woningen kunnen voldoen aan de beleidsregels natuurinclusief bouwen die sinds 18 mei 2021 gelden.

Bestemmingsplan Deze notitie natuurinclusief bouwen is onderdeel van het gewijzigde bestemmingsplan dat is ingediend op 7 oktober 2022.

Reigerstraat 30k

688 ES Velp

 info@constabiel.nl

 026 - 261 98 97

conStabiel B.V. | Adviseurs in Bouwtechniek | Handelsregister 56550448 | B.T.W. nr. NL 852181437B01 www.constabiel.nl | info@constabiel.nl

Alle werkzaamheden worden verricht onder de toepasselijkheid van de Rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur DNR2011, gedeponeerd te griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam. Op verzoek kunnen wij u deze algemene voorwaarden toezenden.

conStabiel Adviseurs in Bouwtechniek

Pagina 2 van 55

Stappenplan natuurinclusief bouwen Stap 1 punten bepalen

Hierbij zijn het realiseren van 2 woningen in het topsegment en opstalgebonden project het uitgangspunt. Als we dan onderstaande tabel bekijken moeten we minimaal 2 x 6 = 12 punten bepalen, waarvan minimaal 3 punten (25%) bestaat uit groene maatregelen. Daarnaast moeten er minimaal 3 groene maatregelen en 3 soortgroepen gerealiseerd worden.

Afbeelding 1: tabel uit Stappenplan (bron: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR657683)

conStabiel B.V. | Adviseurs in Bouwtechniek | Handelsregister 56550448 | B.T.W. nr. NL 852181437B01 www.constabiel.nl | info@constabiel.nl

conStabiel Adviseurs in Bouwtechniek

Pagina 3 van 55

Stap 2. Maatregelen kiezen Punten halen uit verblijfplaatsen (Categorie A) A.1 Er wordt een neststeen in de kopgevel van de achterste woning (noorden/oosten) voor de gierzwaluw geplaatst. (1 punt) A.2 Er wordt een nestpan voor de huismus geplaatst. (1 punt) Over de volle breedte (minimaal 5 meter) de vogelschroot verplaatsen creëren we een broedlocatie voor de huismus. (1 punt) A.5 We plaatsen een neststeen voor bijen en vlinders. (1 punt) Dit brengt het totaal op 4 punten voor categorie A, waarbij we voldoen aan het minimum van drie diersoorten. Punten uit groene opstalgebonden maatregelen (Categorie B) B.4 Beide woningen worden voorzien van een geveltuin. (2 punten) B.7 Het totale project wordt voorzien van volledig gemengde hagen. (8 punten) B.8 Het toepassen van hagen op de erfgrens geeft de egel toegang. (1 punt) B.9 Er worden 16 bomen geplant. (48 punten) B.10 Er wordt alleen noodzakelijke verharding toegepast. (1 punt) Dit brengt het totaal op 60 punten voor categorie B. Zie ook bijlage 1 voor de ingevulde bijlage 1 horende bij de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen van 11 mei 2021, kenmerk 565816. En zie bijlage 2 de maatregelencatalogus voor een uitgebreide toelichting.

Stap 3. Registratie en presentatie maatregelen Het formulier wordt voor bovengenoemd project gebruikt om te berekenen hoeveel punten de gekozen maatregelen opleveren.

Conclusie De conclusie is dat we ruim voldoen aan de gestelde eisen zoals bepaald onder stap 1.

conStabiel B.V. | Adviseurs in Bouwtechniek | Handelsregister 56550448 | B.T.W. nr. NL 852181437B01 www.constabiel.nl | info@constabiel.nl

conStabiel Adviseurs in Bouwtechniek

Pagina 4 van 55

Bijlage 1 - natuurinclusief bouwen

conStabiel B.V. | Adviseurs in Bouwtechniek | Handelsregister 56550448 | B.T.W. nr. NL 852181437B01 www.constabiel.nl | info@constabiel.nl

Bijlage 1 horende bij de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen van 11 mei 2021, kenmerk 565816 Invulformulier Natuurinclusief Bouwen in Arnhem Neem dit formulier mee bij afspraken met de gemeente Stap 1. Kruis het soort woning(en) aan dat u gaat bouwen en vul het aantal in Zo weet u direct het aantal punten dat u in totaal moet behalen, hoeveel daarvan uit groene maatregelen moeten komen en voor hoeveel soortgroepen u minstens maatregelen moet nemen.

Soort woning (vink aan) Opstalgebonden of ook buitenruimte? (vink aan) Aantal woningen (vul getal in) Totaal aantal te behalen punten Waarvan groene maatregelen Overige eisen

Middensegment

Sociale woningbouw Opstalgebonden

Ook buitenruimte

Opstalgebonden

Topsegment

Ook buitenruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Minstens 1 diersoort en 1 groene maatregel

Minstens 2 diersoorten en 2 verschillende groene maatregelen

Opstalgebonden

Ook buitenruimte

20 0 12 30

0 0 0

Minstens 3 diersoorten en 3 verschillende groene maatregelen

Als u stap 2-4 heeft doorlopen, wordt onderstaande tabel automatisch ingevuld: Soort maatregel Verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten

Categorie Categorie A

Punten

Opmerkingen?

0

Categorie B (opstalgebonden)

3

060

Groene maatregelen

Categorie C (omgevingsgebonden - mits van toepassing) Categorie D (bewustwording mits van toepassing - overleg met gemeente)

0

0

Totaal punten uit groene maatregelen

060

Totaal

0 63

Stap 2. Punten halen uit verblijfsplaatsen (Categorie A) Het kiezen van verblijfsplaatsen gaat als volgt: o Kruis in de meest linker kolom aan welke doelsoorten u kiest. U kunt uw keuze bijvoorbeeld laten bepalen door welke soorten er in het gebied al veel voorkomen (maar dat hoeft niet!). Zie daarvoor www.waarneming.nl. Check ook altijd de Maatregelencatalogus. Daarin staat meer informatie over specifieke eisen en randvoorwaarden per soort/maatregel. Niet alle soorten zijn namelijk voor elk project geschikt. Dit hangt bijvoorbeeld af van de oriëntatie van de gevel en of het om hoogbouw of laagbouw gaat. o In de tweede kolom staat hoeveel punten een verblijfsplaats voor die soort waard is. o In de derde kolom ziet u welke belangrijkste gebieds-specifieke voorwaarden er zijn voor deze soort (voor een uitgebreidere toelichting, zie de Maatregelencatalogus). o Bij sommige soorten wordt een minimum aantal verblijfsplaatsen per woning geadviseerd omdat deze dieren leven in groepen (kolom 4). o In kolom 5 staat welke groene opstalgebonden maatregelen u in stap 3 (Categorie B) zou kunnen kiezen om naast het aanbieden van nestgelegenheid ook de juiste leefomgeving voor deze soort te creëren binnen uw project. Dit verhoogt de effectiviteit van de maatregel. o In de meest rechter kolommen geeft u het aantal neststenen aan dat u per soort gaat inbouwen.

Dan verschijnt het daaraan gekoppelde aantal punten. o Onderaan ziet u het toaal aantal punten in Categorie A en eventueel kunt u een toelichting geven.

Keuze (vink aan)

Punten

A1. Gierzwaluw*

(1 neststeen = 1 punt)

A2. Huismus*

1 vogelvide of 5m verplaatste vogelschroot = 2 punten)

(1 neststeen/pan = 1 punt

Gebieds-specifieke eisen Plaats in hoge blinde gevel op noorden/oosten. Vrije aanvliegroute. I.c.m. groene omgeving met hoge hagen/heesters. Aanwezigheid vrije aanvliegroute

A3. Gewone Dwergvleermuis*

(1 neststeen = 1 punt)

A4. Zwarte roodstaart

(1 neststeen = 1 punt)

A5. Bijen en vlinders

(1 neststeen = 1 punt; 1 groot bijenhotel = 5 punten)

A6. Huiszwaluw

A7. Vrije maatregel: ………………….**

Totaal Categorie A

(1 neststeen met 2 kommetjes= 1 punt)

(1 tot 25 punten - ntb))

Voorkeur voor bedrijventerreinen of grootschalige nieuwbouw Dichtbij nectar- en stuifmeeldragende planten

Minimum #

Advies voor Categorie B

Aantal (vul in)

Punten

Koloniebroeder: minstens 6 stenen bij elkaar

B4. Geveltuintje

0

0

B3. Groene gevel en/of B8. Groene erfafscheiding

11 0

0

0

0

Liefst meerdere kasten bij elkaar, deels geschakeld

B5. Geen lichtuitstraling

0

1

0

Leeft solitair: geen minimum aantal nodig

B1-2. Groene daken

0

0

B1-2. Groene daken B4. Geveltuintje

0

0

0

1

0

0

0

Koloniebroeder: minstens 6 stenen bij elkaar

In open gebied, in de buurt van Plaats meerdere nestkommetjes waterrijke plekken en al bij elkaar bestaande nesten Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit

ntb

1 1 1

1

0 3

*In bepaalde gebieden is toepassing van verblijfsmaatregelen voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen verplicht. **Vrije keuze: er kan een eigen maatregel worden geformuleerd. Hierbij moet een onderbouwing worden gegeven op welke wijze de maatregel bijdraagt aan biodiversiteit. Het aantal punten wordt in overleg met gemeente bepaald.

Toelichting (eventueel)

Stap 3. Punten uit groene opstalgebonden maatregelen (Categorie B) Selecteer in de onderstaande tabel welke opstalgebonden maatregelen u kiest. Houd daarbij rekening met de soorten die u in stap 2 heeft gekozen. Bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus. Keuze (vink aan)

Punten

T.b.v.

Advies

Aantal (vul in)

Punten

0 0 0

0 0 0

0

0

GEVEL/DAK B1. Groen plat dak

B2. Hellend sedumdak

B3. Groene gevel

B4. Geveltuin

B5. Vleermuisvriendelijke/geen verlichting (bij alle woningen rekening houden met beperkte lichtuitstraling)

B6. Vrije maatregel: ………………….**

Sedum: 15 punten per 50m2 (sedum) & grassen+kruiden? 18 punten &(dwerg)heesters/struiken? 21 pnt 15 punten per 50m2

Liefst op woning, niet op schuurtjes, en met BIO (vlinder, vogel, wilde bij), KA, zo veel mogelijk verschillende soorten NB sedum (bij plat dak liefst ook kruiden, (dwerg)heesters) BIO (huismus, vlinder, wilde bij), KA, NB

Klimop (hedera), bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, clematis, kamperfoelie, leifruit

0

0

1 punt per grondgebonden woning met geveltuintje (minstens BIO (huismus, vlinder, wilde bij), 1m breed) KA, NB

Inheemse vogel- en insectvriendelijke planten (veel bessen, nectar, stuifmeel)

20

02

0 0 0 0

0 0 0 0

0

0

0 0

0 0

5 punten per gevel (tenminste 2m hoog en 3m breed)

1 punt bij project met 1-10 woningen 3 punten bij project met 11-50 woningen 5 punten bij project met 51-100 woningen 10 punten bij project met >100 woningen

BIO (vleermuis, vogel)

ntb

BIO en/of KA en/of NB

Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit/ klimaatadaptatie.

1 punt per huis met >25% groene hagen 2 punten per huis met volledige groene hagen 2 punten per huis met >25% gemengde hagen (3 of meer soorten) 4 punten per huis met volledige gemengde hagen

BIO (huismus, vlinder, wilde bij), KA, NB

Klimop, liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, (haag)beuk of andere vrucht- en besdragende of nectarproducerende soort

1 punt bij project met 1-10 woningen 3 punten bij project met 11-50 woningen 5 punten bij project met 51-100 woningen 10 punten bij project met >100 woningen

BIO (egel), NB

TUIN B7. Groene erfafscheiding

B8. Egelpassages ('egelsnelweg' - alle tuinen egelpasseerbaar d.m. v. groene erfafscheidingen / openingetjes )

B9. Inheemse boom 2e/3e grootte of 3 struiken aanplanten in tuin

B10. Binnen hele project alleen noodzakelijke verharding in bv. (voor)tuinen, oprit

B11. Vrije maatregel:…………….**

0

0

02 0 1 0 0 0

8 0 10 0 0 0

bv. krentenboompje, gele kornoelje, kersappel, zwarte kers, sierpeer, mispel

0 16

0 48

bv. meidoorn, vuilboom, hazelaar, sleedoorn

0

0

BIO, KA, NB

Waar verharding noodzakelijk is, zet in op halfverharding of waterdoorlatende verharding

10 0 0 0

0 0 0 0

BIO en/of KA

Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit/ klimaatadaptatie.

0

0

3 punten per boom(pje) BIO (vogels, insecten), KA, NB 1 punt per struik 1 punt bij project met 1-10 woningen 3 punten bij project met 11-50 woningen 5 punten bij project met 51-100 woningen 10 punten bij project met >100 woningen ntb

opening van min. 13x13cm.

Totaal Categorie B

1

0 60

BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving. ** Hierbij moet een onderbouwing worden gegeven op welke wijze de maatregel bijdraagt aan biodiversiteit/klimaatadaptatie. Punten in overleg met gemeente bepaald. Toelichting (eventueel)

Stap 4. Punten uit groene omgevingsgebonden maatregelen (Categorie C) - mits van toepassing Speelt uw initiatief zich ook af in de buitenruimte? Kies dan tevens uit de onderstaande maatregelen. Ook voor deze stap geldt: bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus. Aantal Punten T.b.v. Advies Punten Keuze (vink aan) (vul in) NESTEN VOOR NIET-GEBOUWBEWONENDE SOORTEN C1. Nestkast voor de boomklever

1 nestkast = 1 punt

BIO (boomklever)

Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel (oude loof)bomen

0

0

C2. Nestkast grote bonte specht

1 nestkast = 1 punt

BIO (grote bonte specht, boomklever)

Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel bomen

0

0

C3. Nestkast voor steenuil

1 nestkast = 2 punten

BIO (steenuil)

Plaats bij voorkeur op (boeren)erven. Max. 1 per 100m2

0

0

C4. Nestkast voor bosuil

1 nestkast = 2 punten

BIO (bosuil)

Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel bomen

0

0

C5. Vleermuiskast

1 nestkast = 1 punt

BIO (verschillende soorten vleermuizen)

Eén vleermuiskast is goed, twee of meer is beter. Geen lichtverstoring.

0

0

C6. Nest voor ooievaar

1 nest = 25 punten

BIO (ooievaar)

Dichtbij extensief beheerde weilanden en/of uiterwaarden.

0

0

ntb

BIO en/of KA

Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit/ klimaatadaptatie.

0

0

C7. Vrije maatregel:………………….*

GROENE BUITENRUIMTE C8. Extensief maaibeheer

5 punten als het overal in het projectgebied toegepast is behalve op plekken waar dit niet kan/wenselijk is

C9. Vergroenen en verfraaien van bermen

3 punten per berm

C10. Cluster van 3 inheemse bomen van 1e grootte aanplanten of behouden

BIO (hermelijn, waterspitsmuis, patrijs, rietzanger, kwartelkoning, vlinders, bijen), KA, NB

1-3x maaien en afvoeren per jaar, steeds 25% laten staan.

BIO (vlinders, bijen), KA

A. verharde bermen vergroenen of; B. groene bermen geschikt maken voor afwatering

5 punten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijvoorbeeld wilg, zomer-/wintereik, linde, zachte/ruwe berk, zwarte els, zoete kers

BIO (vogels), KA, NB C11. Rij van >10 inheemse bomen van 1e grootte aanplanten of behouden

15 punten

C12. Takkenril/ stobbenwal aanleggen

2 punten per takkenril van minstens 10m

BIO (hermelijn, rugstreeppad, ringslang, kamsalamander), NB

C13. Vogel- of vlinderbosje aanleggen

3 punten per cluster van 25m2

BIO (huismus, vlinders), KA, NB

Bijvoorbeeld meidoorn, vuilboom, hazelaar, sleedoorn

0

0

5 punten per haag

BIO (huismus), KA, NB

Klimop (hedera), liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, (haag)beuk, sleedoorn

0

0

15 punten voor een passage onder de grond 25 punten voor een passage voor grote zoogdieren over de weg

BIO, NB

0

0

0

0

0

0

C14. Aanleg haag (minimale lengte 100 meter)

C15. Faunapassage

Inheemse en klimaatbestendige soorten, liefst deels eetbaar

C16. Pocketpark (minipark van min. 250m2)

25 punten

BIO, KA, NB

C17. Verbinden groenstructuren op zelf gekozen manier

5-25 punten, ntb

BIO, NB

0

0

10 punten als hier in het hele projectgebied aantoonbaar rekening mee wordt gehouden (bij bv. parkeervakken)

BIO, KA, NB

0

0

C19. Geen buitenverlichting bij of op groen

10 punten

BIO (vleermuizen, vogels)

0

0

C20. Vrije maatregel:………………….*

1 tot 25 punten, ntb

BIO en/of KA

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

C18. Beperken verharding

BLAUWE BUITENRUIMTE C21. Natuurvriendelijke oever

C22. Ecologische wadi of bodempassage

10 punten als dit standaard wordt toegepast bij alle oevers in het projectgebied (tenzij goed beargumenteerd is waarom dit niet kan/niet wenselijk 5 punten voor kleine wadi/bodempassage 10 punten voor grote wadi/bodempassage

C23. Amfibieënpoel (minimaal 30 m2)

BIO (rugstreeppad, ringslang, kamsalamander, patrijs, rietzanger, kleine karekiet, hermelijn, waterspitsmuis, bever, otter), NB

In overleg met Waterschap

BIO (vlinders, bijen), KA, NB

Natuurlijke inrichting met kruiden en planten

BIO (rugstreeppad, ringslang, kamsalamander), KA, NB

25 punten per poel 1 ijsvogelwand = 15 punten

C24. IJsvogelwand- of oever

1 ijsvogelvriendelijke oever = 10 punten

C25. Vrije maatregel:………………….*

1 tot 25 punten, ntb

BIO (ijsvogel)

BIO en/of KA

Totaal Categorie C

0

BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving * Vrije keuze: in overleg met gemeente Toelichting (eventueel)

Stap 5. Punten uit bewustwordingsmaatregelen (Categorie D) - mits van toepassing, bespreek met gemeente Voor bepaalde grootschalige projecten, zoals hoogbouw, kan het moeilijk worden om met bovenstaande maatregelen te voldoen aan het minimum aantal punten. Kies dan tevens uit de onderstaande maatregelen. Ook voor deze stap geldt: bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus. Keuze (vink aan)

Punten

T.b.v.

Advies

Aantal (vul in)

Punten

I.s.m. Arnhem Zoemt

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

NESTEN VOOR NIET-GEBOUWBEWONENDE SOORTEN D1. Aanleg groene voorbeeldtuin D2. Tuinklaarpakket

3 punten per tuin

BIO, KA, NB

2 punten

BIO, KA, NB

D3. Faciliteren van tuinontwerpsessies

1 punt x aantal gegeven tuinontwerpsessies

BIO, KA, NB

D4. Biodiversiteitspakket aanbieden

0.5 punt x aantal pakketjes

BIO, NB

ntb

BIO, KA

D5. Eigen initiatief: in overleg

Totaal Categorie D BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving * Vrije keuze: in overleg met gemeente

Ontwikkelaar geeft de nieuwe bewoner de optie een groene tuin mee te kopen en dit (tuinontwerp, - ontwikkeling en - aanleg) ook onderdeel te laten zijn van de hypotheek. I.s.m. Arnhem Klimaatbestendig Per huishouden een tuinontwerpsessie aanbieden van minstens 1 uur. Gericht op een groene tuininrichting met minimale verharding, aantrekkelijk voor insecten en vogels. I.s.m. Arnhem Klimaatbestendig Vogelhuisje gevuld met o.a. inheems bloemmengsel en brochure over biodiversiteit; verkrijgbaarbij Natuurcentrum, informeer bij gemeente

0

conStabiel Adviseurs in Bouwtechniek

Pagina 8 van 55

Bijlage 2 - natuurinclusief bouwen

conStabiel B.V. | Adviseurs in Bouwtechniek | Handelsregister 56550448 | B.T.W. nr. NL 852181437B01 www.constabiel.nl | info@constabiel.nl

Bijlage 2 horende bij Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen van 11 mei 2021, kenmerk 565816

Verblijven voor gebouwbewonende soorten (neststenen)

A1. A2. A3. A4. A5. A6. A7.

Neststeen gierzwaluw - 1 punt Nestplaats huismus - 1 neststeen/kast/pan = 1 punt, 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten, 1 vogelvide = 2 punten Neststeen (gewone dwerg)vleermuis - 1 punt Neststeen zwarte roodstaart - 1 punt Insectensteen - 1 punt. Professioneel insectenhotel - 5 punten Neststeen huiszwaluw - 1 punt per neststeen met 2 kommetjes Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten

B.

Opstalgebonden maatregelen

Gevel/dak: B1. Groen plat dak - 15 punten per 50m2 bij sedum, + 3 punten voor toevoeging grassen en kruiden, +3 punten voor toevoeging dwergheesters en/of struiken B2. Hellend sedumdak - 15 punten per 50m2 B3. Groene gevel - 5 punten per gevel B4. Geveltuin - 1 punt per tuintje B5. Beperken verlichting - 1/3/5/10 ptn* B6. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten Tuin: B7. Groene haag als erfafscheiding - per huis met 25% groene erfafscheiding 1 punt (huis met volledige groene erfafscheiding = 4 punten) B8. Egelpassages - alle tuinen egelpasseerbaar d.m.v. groene erfafscheidingen/openingetjes = in totaal 1/3/5/10 punten* B9. 1 inheemse boom van 2e of 3e orde grootte in tuin óf 3 struiken - 3 punten B10. Beperkte verharding - 1/3/5/10 punten* als hier in hele project rekening mee is gehouden B11. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten

C. Omgevingsgebonden maatregelen: Verblijven voor niet-gebouwbewonende soorten (nestkasten): C1. Nestkast boomklever - 1 punt C2. Nestkast grote bonte specht - 1 punt C3. Nestkast steenuil - 2 punten C4. Nestkast bosuil - 2 punten C5. Vleermuiskast - 1 punt C6. Nestkast ooievaar - 25 punten C7. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten *Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten).

Versie maart 2021 - contactpersoon Anne Luijten anne.luijten@arnhem.nl

ONDERWERP

A.

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

De maatregelen zijn verdeeld in:

PAGINA

In deze Maatregelencatalogus staan maatregelen benoemd die in, aan en om het huis en in de openbaar toegankelijke ruimte kunnen worden toegepast om natuurinclusief te bouwen. Daardoor ontstaat niet alleen een geschikte leefomgeving voor mensen, maar juist ook voor dieren en planten. De basisprincipes zijn eenvoudig: dieren zoeken een plek om te broeden (bijvoorbeeld in een neststeen of, ze zoeken beschutting (bijvoorbeeld in hoog gras of in hagen en struiken), ze moeten eten kunnen vinden (insecten, rupsen, bessen etc.) en het is fijn als er water beschikbaar is. Onderstaande maatregelen leveren, naast het vergroten van de biodiversiteit, vaak ook nog een heleboel andere voordelen op. Ze dragen bijvoorbeeld bij aan natuurbeleving en een klimaatbestendige stad. Samen bouwen we aan een groene stad.

1

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

D1. D2. D3. D4. D5.

Aanleg groene voorbeeldtuin - 3 punten Tuinklaarpakket - 2 punten x aantal bestelde natuurlijke tuinklaarpakketten Faciliteren van tuinontwerpsessies - 1 punt x aantal gegeven tuinontwerpsessies Biodiversiteitspakket aanbieden - 0.5 punt x aantal pakketjes Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten

ONDERWERP

Bewustwordingsmaatregelen:

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

D.

PAGINA

Blauwe omgevingsmaatregelen: C21. Natuurvriendelijke oevers - 10 punten C22. Ecologische bodempassage of wadi - 5-10 punten afhankelijk van grootte C23. Amfibieënpoel - 25 punten C24. IJsvogelwand - 15 punten, ijsvogelvriendelijke oever- 10 punten C25. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten

2

Groene omgevingsmaatregelen: C8. Toepassen extensief maaibeheer in hele projectgebied - 5 punten C9. Vergroenen en verfraaien van bermen - 5 punten per berm C10. Cluster van 3 inheemse bomen aanplanten of behouden - 3 punten C11. Rij van >10 inheemse bomen aanplanten of behouden - 10 punten C12. Takkenril/ stobbenwal - 2 punten per 10 meter C13. Aanplant vogel- of vlinderbosje - 3 punten per 25m2 inheemse struiken/bomen C14. Hagen aanplanten - 5 punten per haag van minimaal 100 meter C15. Faunapassage - 15/25 punten C16. Pocketpark (minipark) aanplanten - 25 punten C17. Verbinden groenstructuren op zelfgekozen manier - 5-25 punten C18. Beperkte verharding - 10 punten C19. Geen buitenverlichting bij of op groen - 10 punten C20. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten

ONDERWERP

(bron: Jochem Kühnen).

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Bij een huis in het Waterkwartier in Nijmegen zijn 18 neststenen voor gierzwaluwen (zie maatregel A1) ingebouwd. De neststenen werden in eerste instantie bewoond door huismussen.

PAGINA

Bij nieuw- en herbouw zijn volop kansen voor het creëren van verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten. Neststenen zijn vaak zeer eenvoudig en tegen lage kosten in te passen.

3

A. VERBLIJVEN VOOR GEBOUWBEWONENDE SOORTEN

PAGINA

4

A1. Neststeen gierzwaluw 1 punt

Baten: Biodiversiteit • gierzwaluw en gastbewoners (vooral huismussen en spreeuwen maar ook koolmezen, zwarte roodstaartjes en zelfs boomkruipers) Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats meerdere stenen (liefst 6-20 stuks) vlak bij elkaar. Oriëntatie Invliegopening op oostelijke of noordelijke richting Hoogte/lengte: Plaats de neststeen zo hoog mogelijk, minimaal op 4 meter hoog. De gierzwaluw broedt graag hoog, dus nesten kunnen tot 40 meter hoog worden ingemetseld. Overige: De invliegopeningen moeten minimaal 40 cm van elkaar verwijderd zijn. Blinde, monotone zijkanten van gebouwen zijn het meest geschikt. Aanvliegroute van 2-4m onder de steen vrijhouden van obstakels (bomen, gebouwen, schoorstenen, vlaggenstokken, elektriciteitsdraden, naar buiten opendraaiende ramen, balkons, gevelbegroeiing). Aanbevelingen

Gierzwaluwen geven geen overlast. Ze gebruiken weinig nestmateriaal en maken ook geen vieze strepen op de gevel. De inbouwstenen hoeven niet schoon gemaakt te worden. Naast neststenen zijn er ook nestkasten. Hang ze bij elkaar en onder een dakgoot of overstek, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Foto’s links: Vivara Pro, Jochem Kühnen Bron tekst: o.a. Mourmans-Leinders, M. (2004). Gierzwaluwen en nestkasten; (2005). Bouwen voor gierzwaluwen.

ONDERWERP

Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 28,- per neststeen

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Het kan jaren duren voordat een gierzwaluw een neststeen bezet. Tot het zover is vormt de neststeen een welkome broedplaats voor andere soorten. En als er eenmaal één steen door een gierzwaluw bezet raakt, zullen er snel meer volgen. Gierzwaluwen zijn immers koloniebroeders. Ze zijn erg trouw en keren generaties lang terug naar hetzelfde nest. De omgeving rondom de nestplaats is minder relevant, omdat de gierzwaluw zijn voedsel in de lucht vangt. Wel moeten er voldoende insecten zijn. Insecten worden aangetrokken door verschillende soorten inheemse planten te plaatsen die afwisselend bloeien.

5

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

A2. Nestplaats huismus 1 neststeen/kast/pan = 1 punt, 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten, 1 vogelvide = 2 punten

De huismus is een honkvaste en sociale vogel die jaarrond in groepen leeft. Er moet voldoende nestgelegenheid zijn voor een hele groep. De nestgelegenheden zijn alleen functioneel als in de nabije omgeving voldoende leefgebied aanwezig is en/of wordt gerealiseerd. Het is essentieel dat er binnen een afstand van vijf meter van de nestlocatie ten minste drie meter hoog opstaand groen aanwezig is. Bijvoorbeeld gevelgroen en/of een haag of (stekelige) struik. Ideaal zijn groene tuinen met hoge hagen of heesters, dichte struiken, rommel- en onkruidhoekjes, water en zanderige grond om een zandbad te nemen. Combineer dus het liefst met andere maatregelen die ten gunste zijn van het leefgebied van de huismus zoals ‘groene gevels’ (B3), ‘geveltuintjes’ (B4) of ‘groene erfafscheiding’ (B7). Baten: Biodiversiteit • huismus Optie 1: Vogelschroot verplaatsen. Gebouw met minimaal 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten Breng vogelschroot aan bij de panlat waar de tweede pan aanhaakt. Zo kunnen de eerste twee panlatten dienen als broedlocatie voor huismussen. Let op! Maatregel is alleen zinvol bij dakpannen waar dakbeschot toegankelijk is bij de eerste rij dakpannen (bijvoorbeeld holle pannen). Geschatte kosten geen extra kosten Eisen en randvoorwaarden Eis: Bij minimaal 5 meter lengte dak toepassen, maar bij voorkeur over de hele breedte van het huis.

Oriëntatie: Noorden of oosten, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: Hoogte tussen dakbeschot en dakpan (bij bolling) dient minimaal 7,5 centimeter te zijn. Aanbevelingen Om beschadiging van dampfolie te voorkomen, houten platen aanbrengen boven de gootplank. Optie 2: Vogelvide(s). 1 vogelvide = 2 punten Vogelvides zijn speciaal ontwikkelde mussennestkasten die onder de eerste rij dakpannen kunnen worden geplaatst in plaats van vogelschroot. De vogelvide kan over het algemeen zonder bouwkundige aanpassingen worden gemonteerd. Hij past onder vrijwel alle soorten dakpannen en op vrijwel alle soorten pannendaken.

De MONIER Vogelvide

Geschatte kosten (excl. btw): een vogelvide van 1 meter kost vanaf e 24,50. Eisen en randvoorwaarden Eis: Oriëntatie: Noorden of oosten, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: 1 vogelvide is een meter lang.

PAGINA

6

Optie 3: Mussenstenen. 1 neststeen = 1 punt Inmetselen van neststenen in de gevel of als dat niet mogelijk is plaatsen van mussenkasten aan de buitenmuur onder een overstek of dakgoot. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 24,- per neststeen

De nesten hoeven niet schoongemaakt te worden.

Optie 4: Nestpannen. 1 nestpan = 1 punt Aanbrengen van nestpannen voor huismus op het dak. Let op! Daken met dakisolatie zijn niet geschikt, het wordt onder de dakpannen te heet. Op niet-geïsoleerde daken van met name historische gebouwen kunnen nestpannen doorgaans wel worden toegepast. Geschatte kosten onbekend Eisen en randvoorwaarden Eis: Mussen broeden in kolonies, dus plaats bij voorkeur clusters van 6-20 nestpannen vlak bij elkaar. Oriëntatie: Noorden of oosten Hoogte/lengte: Minimaal op 2 en maximaal op 15 meter hoog Aanbevelingen Aanbevolen wordt om te inventariseren of in plaats van het plaatsen van nestpannen, het vogelschroot verplaatst kan worden of neststenen ingebouwd kunnen worden. Het vogelschroot verplaatsen is namelijk eenvoudiger en levert meer nestruimte op. Neststenen inbouwen in de gevel is vaak ook beter, omdat het onder de pannen te heet kan worden voor de mussen.

Foto: Checklist Groen Bouwen Bron tekst: gemeente Ede

ONDERWERP

Aanbevelingen

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats meerdere stenen (bij voorkeur clusters van 6-20 nestgelegenheden, met invliegopening 34mm bij elkaar. Mussen broeden in kolonies. Oriëntatie: Noorden of oosten of in schaduw van dakgoot/overstek van 30cm, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: Minimaal op 2 en maximaal op 15 meter hoog

7

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

A3. Neststeen / open stootvoeg / entreesteen (gewone dwerg)vleermuis 1 punt De gewone dwergvleermuis komt vooral voor in gebieden met bebouwing nabij een groene omgeving. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Het plaatsen van inmetselstenen of andere vleermuisvoorzieningen is van groot belang om deze en andere vleermuissoorten te helpen bij het bieden van een verblijfplaats. Let op! Het punt is ook te behalen door op een andere manier ruimtes in het gebouw vrij te laten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen (minimaal 1,5cm breed en 4cm hoog) of entreestenen om een niet-geïsoleerde spouwmuur of tussenspouw (ruimte tussen twee nieuwbouwwoningen) toegankelijk te maken. Of door ruimte achter de gevelbetimmering te laten of onder of in (dubbele) daklijsten ruimte te maken. Alle maatregelen t.b.v. vleermuizen genoemd op https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/ tellen. Let op! Rond verblijfplaatsen dient voldoende beschut en insectenrijk habitat aanwezig te zijn: voedsel voor de vleermuizen! Plant binnen het project dus ook inheemse bomen, struiken en bloemen waarin ook insecten voedsel zoeken en zich voortplanten. Geschatte kosten (excl.

btw): per inbouwsteen vanaf e 28,- per entreesteen (om vleermuizen toegang te geven tot een spouwmuur) vanaf e 16,Baten: Biodiversiteit •  (gewone dwerg) vleermuis Eisen en randvoorwaarden Eis: Meerdere stenen per locatie heeft de voorkeur, eventueel aan elkaar geschakeld. Oriëntatie: Voorkeur voor de zonnige zuidwestzijde Hoogte/lengte: Tussen de vier meter (ondergrens) en vijftig meter (bovengrens) hoogte. Overige: De aanvliegroute naar de kast vrij houden, dus niet boven ramen inbouwen, geen bomen of struiken voor de muur laten groeien en geen zonwering of iets dergelijks. De kasten moeten vrij zijn van lichtverstoring.

Aanbevelingen

Foto 1: Deze inbouwsteen kan gebruikt worden in de spouw als schuilplaats voor één of enkele exemplaren of als paarplek. De inbouwsteen is ook geschikt als kraamverblijf, hiervoor moeten wel meerdere stenen aan elkaar geschakeld worden zodat er een grotere ruimte ontstaat. Hiervoor kan men links en/of rechts het houten schot wegnemen. De vleermuizen kunnen op deze manier van de ene naar de andere steen kruipen. Foto 2: Deze entreesteen is gemaakt om vleermuizen toegang te geven tot een spouwmuur. Waar vleermuizen zitten kan men uitwerpselen vinden. De inbouwstenen dus beter niet boven een deur, raam of balkon plaatsen. Bron: Vivara Pro

PAGINA

8

A4. Neststeen zwarte roodstaart 1 punt

Baten: Biodiversiteit •  zwarte roodstaart e.a. (bijvoorbeeld kwikstaart, roodborst, winterkoning, grauwe vliegenvanger) Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: Noorden of oosten Hoogte/lengte: Plaats de nestkast of -steen boven de 3 meter hoogte

Aanbevelingen De zwarte roodstaart is een insecteneter. Door deze maatregel te combineren met maatregelen die insecten trekken (zoals het planten van inheemse hagen, heesters, bloemen en planten), kan het succes van de nestkasten worden vergroot. De zwarte roodstaart mijdt natte gebieden en gebieden met dichte en hoge gewassen.

Foto’s: Vivara Pro Bron Factsheet Zwarte Roodstaart, Vogelbescherming (2018)

ONDERWERP

Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 20,- per inbouwsteen/kast

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

De zwarte roodstaart leeft het grootste deel van het jaar solitair of in paren en zingt vanaf een hoge zangpost. Het is cruciaal voor de zwarte roodstaart dat er in de omgeving van het nest open, zonnige, droge, niet ingerichte terreinen aanwezig zijn. De zwarte roodstaart heeft een voorkeur voor grootschalige nieuwbouw en houdt niet zo van een groene en begroeide omgeving. Behoud dus kleine stukjes braakland met korte vegetatie.

9

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

A5. Insectensteen 1 punt. Professioneel insectenhotel - 5 punten

Inbouwstenen dragen bij aan een gezonde wilde bijen- en vlinderpopulatie in de stad. Bijen en vlinders zijn een belangrijke schakel in de voedselketen. Bij grotere projecten mag er als alternatief ook een groot insectenhotel met een oppervlakte van minimaal 1 m2. worden geplaatst op een zonnige, beschutte plek in de omgeving. Combineer met bijvoorbeeld ‘groene gevels’ (B3) of ‘geveltuintjes’ (B4). Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 28,- per neststeen Baten: Biodiversiteit •  wilde bijen, hommels, vlinders en allerlei andere insecten zoals spinnen, lieveheersbeestjes en oorwormen. Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: Zonzijde: zuid, zuidoost, zuidwest, west. Beschut tegen regen en wind. Hoogte/lengte: Plaats stenen op minimaal 50 cm en maximaal 2m hoogte. Beplantingseisen: Dichtbij inheemse nectar- en stuifmeeldragende bloemen, planten en/of struiken. Overige: De neststenen kunnen zowel groepsgewijs als afzonderlijk aangebracht worden.

Aanbevelingen

Plaats insectenhotels op luwe, zonnige en bloemrijke plek (dus niet in de schaduw van een gebouw of boom!). Bijenhotels kunnen ook op het dak worden geplaatst. Afbeeldingen: Vivara / Veldshop

PAGINA

10

A6. Neststeen huiszwaluw 1 punt per neststeen met 2 kommetjes

Baten: Biodiversiteit •   huiszwaluw Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: De huiszwaluw heeft geen duidelijke voorkeur voor nestplekken op een bepaalde windrichting, maar gevels op het noordwesten zijn het minst favoriet. Hoogte: Plaats op minstens 4 en maximaal 10 meter hoog. Overige: Plaats onder een overstekende, liefst witte / wit geverfde dakrand. Plaats in ieder geval een deel van de nestkommetjes bij elkaar. Zorg voor een vrije aanvliegroute voor de zwaluwen naar het nest, dus geen hoge struiken of andere bebouwing vlakbij de nesten. Voor de huiszwaluw moet er water en klei in de buurt van de nestlocatie zijn. Aanbevelingen Plaats de nesten in combinatie met een mestplankje. Dit voorkomt overlast door uitwerpselen. Een waterrijke omgeving en insectenrijk grasland binnen 500m van het nest heeft de voorkeur. Binnen die afstand wordt namelijk naar voedsel gezocht. En rond het water houden de grootste aantallen vliegende insecten (muggen) zich op. Een modderpoel binnen een straal van 200 meter van de nestgelegenheid zorgt ervoor dat de huiszwaluwen zelf aanvullende nesten kunnen bouwen.

Foto’s: Vivara Bron: Vogelbescherming (2018), Factsheet Huiszwaluw

ONDERWERP

Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 19,- per steen met 2 kommetjes

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

De huiszwaluw is een sociale vogel die in kolonies broedt. Vooral nabij open en waterrijk gebied, in de omgeving van allerlei typen gebouwen en bruggen, die voor de huiszwaluw als alternatieve rotspartijen kunnen dienen.

11

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

A7. Eigen initiatief: in overleg 1 punt

Er kan ook een eigen maatregel worden geformuleerd - voor één van bovenstaande soorten of voor een andere gebouw-bewonende soort. Zo zijn gebouwen hoger dan tachtig meter geschikt als broedplaats voor de slechtvalk. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.

PAGINA

12

ONDERWERP

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Bij grotere projecten kunnen er ook punten gehaald worden met het bewust maken van toekomstige bewoners, zoals door als ontwikkelaar de nieuwe bewoner de mogelijkheid te geven een groene tuin mee te kopen (tuinontwerp, -ontwikkeling en -aanleg) en zo onderdeel te laten zijn van de hypotheek (zie categorie C). Volop mogelijkheden dus! In de openbaar toegankelijke ruimte is ook van alles mogelijk, zoals de aanleg van nestkasten voor nietgebouwbewonende soorten, het toepassen van extensief maaibeheer, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en nog veel meer (zie maatregelen in categorie D).

ONDERWERP

Ook in de tuin zijn volop opties: bijvoorbeeld groene hagen als erfafscheiding (B7), het realiseren van kleine openingetjes in die erfafscheiding voor de egel (B8), inheemse boompjes of struiken planten (B9) en de verharding beperken (B10).

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Een groen dak in Arnhem Groen West AAN / Een net aangelegde geveltuin in het Spijkerkwartier © Marleen Michels

PAGINA

Met alleen het creëren van verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten zijn we er nog niet! Om dieren voldoende leefgebied te geven moeten er ook groene maatregelen worden getroffen in de directe omgeving van het gebouw.

13

B. OPSTALGEBONDEN MAATREGELEN

Eisen en randvoorwaarden Eis: De 50 m2 moet bij voorkeur aaneengesloten te zijn (dus liever op het dak dan op schuurtjes). Hoogte/lengte: Hoe dikker de substraatlaag, hoe beter. Bij 5-7cm kan alleen sedum geplaatst worden, bij 7-15cm ook grassen/kruiden, bij 15-30cm ook dwergheesters en bij 30-50 cm ook struiken. Wel aanpassen op de draagkracht van het dak. Beplantingseisen: Het dak dient aangeplant te worden met zo veel mogelijk verschillende soorten inheemse sedum, kruiden e.d. met variatie in bloeitijd. Overige: Een groendakopbouw bestaat uit een vegetatiemat met daaronder een substraat- en drainagelaag. Aanbevelingen

Extensieve groene daken hebben nauwelijks onderhoud nodig. Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam

ONDERWERP

Baten: Biodiversiteit • Leefgebied voor wilde bijen, vlinders en vogels. Klimaatverandering • Een groen dak draagt flink bij aan infiltratie. Een win-win dus. Want ontwikkelaars zijn wettelijk verplicht om hemelwater op eigen terrein te verwerken. •  Verkoeling in en om het huis door verdamping •  Energiebesparing: in de zomer blijft het langer koel in huis, in de winter zorgt het groene dak er juist voor dat warmte in huis niet ontsnapt via het dak • CO2-vastlegging Natuurbeleving • Het groene dak creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving Overig • Verhoging waarde onroerend goed •  Verbetering luchtkwaliteit (een groen dak bindt 1 kg fijnstof/m2) •  Zonnepanelen leveren een hoger rendement doordat ze minder heet worden •  Verdubbeling levensduur dak: de begroeiing beschermt het dakbedekkingsmateriaal tegen UV en zoninvloeden.

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

Geschatte kosten (excl. btw): E 35,- tot E 80,- per m² voor een groen sedumdak tot E 50,- tot E 100, - per m² voor een meer intensief groen dak met struiken, planten en bomen. Bij een gemiddeld dakoppervlak (50 m2) kost een groen sedumdak dus tot E 4.000,-.

PAGINA

15 punten per 50m2 bij sedum, + 3 punten voor toevoeging grassen en kruiden, +3 punten voor toevoeging dwergheesters en/of struiken. Groene daken met inheemse grassen en kruiden bieden een prima plek voor allerlei dieren en planten en hebben legio andere voordelen.

14

B. Gevel/Dak B1. Groen plat dak

15

PAGINA

Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem

ONDERWERP

B2. Hellend sedumdak 15 punten per 50m2

Groen dak met leefgebied voor insecten. Extensieve groendaken zijn geschikt voor daken met een helling van soms wel 35°. Bij een hellingsgraad van meer dan 35° moeten speciale verankeringen worden voorzien. Geschatte kosten (excl. btw): E 35,- tot E 80,- per m² voor een groen sedumdak. Bij een gemiddeld dakoppervlak (50 m²) dus tot E 4.000,-. Baten: Biodiversiteit •   Leefgebied voor wilde bijen, vlinders en vogels. Klimaatverandering •  Een groen dak draagt flink bij aan infiltratie. Een win-win dus. Want ontwikkelaars zijn wettelijk verplicht om hemelwater op eigen terrein te verwerken. •  Verkoeling in en om het huis door verdamping  Energiebesparing: in de zomer blijft het langer koel in huis, in de winter zorgt het groene dak er juist voor dat de warmte in huis niet ontsnapt via het dak •  CO2-vastlegging Natuurbeleving •  Het groene dak creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving Overig •  Verhoging waarde onroerend goed •  Verbetering luchtkwaliteit (een groen dak bindt 1 kg fijnstof/m2) •  Zonnepanelen leveren een hoger rendement doordat ze minder heet worden •  Verdubbeling levensduur dak: de begroeiing beschermt het dakbedekkingsmateriaal tegen UV en zoninvloeden.

Eisen en randvoorwaarden Eis: Om de volledige 15 punten te scoren moet 50 m2 dak beplant zijn met zo veel mogelijk verschillende soorten sedum Hoogte/lengte: Dakhelling tot maximaal 45 graden. Beplantingseisen: Veel verschillende soorten sedum om een diversiteit in bloeitijd te creëren. Overige: Het draagvermogen van de dakconstructie dient minimaal 100 kg/m2 te bedragen. Aanbevelingen

Hoe meer diversiteit aan soorten worden aangeplant, hoe meer insecten gebruik kunnen maken van het dak. Gaat uitstekend samen met zonnepanelen. Een sedumdak heeft een laag gewicht. Het is onderhoudsarm. Ook op monumenten kan in overleg met een erfgoedadviseur een groen dak worden aangelegd als hiervoor een omgevingsvergunning is afgegeven.

Foto: groene daken in de wijk Nieuw-Monnikenhuizen in Arnhem © Anne Luijten, gemeente Arnhem

PAGINA

16

B3. Groene gevel 5 punten

Geschatte kosten (excl. btw): tussen de E 50,- en E 350,- per vierkante meter (frames en beplanting). Baten: Biodiversiteit • Huismussen en andere vogels (dekking, voedsel, nestgelegenheid), vleermuizen, vlinders, wilde bijen Klimaatverandering • Verbetert wateropvang en infiltratie •  Verkoeling in en om het huis door verdamping • Energiebesparing dankzij natuurlijke isolatie •  CO2-vastlegging Natuurbeleving • De groene gevel creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving en verfraait het straatbeeld Overig • Verhoging waarde onroerend goed •  Verbetering luchtkwaliteit •  Minder geluidsoverlast Eisen en randvoorwaarden Eis: De minimale eenheid is 3m breed, 2m hoog. Hoogte/lengte: De groene gevel moet zo worden aangelegd dat planten tot minimaal 2 meter hoog kunnen groeien. Beplantingseisen: De oriëntatie van de gevel (zon/schaduw) bepaalt welke soorten gevelbeplanting geschikt zijn. Gebruik vogel- en vlindervriendelijke klimplanten die bij voorkeur zelfvoorzienend zijn wat betreft water en voeding. Bijvoorbeeld klimop, bosrank, kamperfoelie, wilde hop, bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, of clematis. Zie ook https://www.arnhemklimaatbestendig.nl/maatregelen/groene-gevels/ Aanbevelingen Mussen houden ervan zich te verstoppen in hoog, gesloten gevelgroen. Kies bijvoorbeeld voor klimop (hedera).

Klimop is een makkelijke plant die bijna overal groeit en weinig eisen stelt. In een mum van tijd heb je een groenblijvende gevel en tegelijkertijd een plek waar mussen en andere vogels veilig kunnen schuilen én kunnen eten van de heerlijke besjes. Bovendien kleurt hij het hele jaar door de tuin groen. Deze klimplant doet het overal goed, ook in kleine en schaduwrijke tuinen. Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam

ONDERWERP

Een groene gevel (een gevel die groenbedekt is) kan bestaan uit: 1. Zelfhechtende klimplanten, bijvoorbeeld klimop en driedelige wingerd; 2. Klimplanten die een steunconstructie nodig hebben om te groeien en klimmen, zoals blauwe regen, bosrank, kamperfoelie en wilde hop. Een rek voor klimplanten kan het best minimaal 6 cm van de muur worden geplaatst. Dit geeft voldoende ruimte en steun voor vogelnesten én volop groeiruimte voor de planten; 3. Een groene muur: planten groeien vanuit bakken aan de gevel of op een substraat dat aan de gevel is bevestigd. Bijvoorbeeld bitterzoet, heggerank, varen, kruiden. Optie 1 & 2 (grondgebonden) hebben de voorkeur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=8a6ad986-d26a-4166-98f1-56615bf5c57e