Bijlage 3 - De nota ‘duurzaam kunstgrasbeleid’
Tekst van het document
Nota duurzaam kunstgrasbeleid en vergroening sportparken Datum
: December 2023
Inleiding Het huidige beleid omschrijft geen duidelijke criteria op basis waarvan de gemeente een investering in duurzaam kunstgras overweegt. In de praktijk wordt tot op heden de afweging per casus gemaakt. Het is wenselijk om deze criteria wel te formuleren. Omdat sportvereniging regelmatig aangeven graag over (extra) kunstgras te beschikken. Ook is de verduurzaming van (kunst)grasvelden en de vergroening van sportparken een ambitie van het college. Daarom is deze nota ‘duurzaam kunstgrasbeleid en vergroening sportparken’ opgesteld die duidelijke ‘spelregels’ schetst betreffende investering in kunstgras en die verder ingaat op de verduurzaming en vergroening van sportparken. Het betreft hier kunstgrasvelden voor voetbal. Hockey speelt namelijk enkel op (zand ingestrooid) kunstgras en niet op natuurgras. Deze nota is ook het antwoord op de in de motie ‘‘Kunstgras is niet groen’ gevraagde visie op sportvelden waarbij de inzet is zo veel mogelijk behoud van natuurgrasvelden en zo mogelijk afgeschreven kunstgras te vervangen voor (gedeeltelijk) hybride of natuurgras. In de nota wordt eveneens ingegaan op de in de motie gevraagde natuurlijke inrichting van sportparken.
Motie gemeenteraad De gemeenteraad heeft de motie ‘Kunstgras is niet groen’ aangenomen, waarin de raad het college oproept om: • In Q4 2023 te komen met een visie op sportvelden waarbij de inzet is zo veel mogelijk behoud van natuurgrasvelden en zo mogelijk afgeschreven kunstgras te vervangen voor (gedeeltelijk) hybride of natuurgras. • De toekomst van de skate- en schaatsbaan in de Schuytgraaf te onderzoeken, waarbij onder andere wordt gekeken naar een meer natuurlijke inrichting van het gebied. • De omgeving van sportvelden waar mogelijk meer natuurlijk in te richten. • Bij vervanging van kunstgras maximaal duurzaam aan te besteden. Ambities duurzaam kunstgras Het college heeft ambities met betrekking tot de duurzaamheid en milieuvriendelijkheid van kunstgrasvelden. Het college kiest ervoor om alle infill (rubbergranulaat) kunstgrasvelden te vervangen door een duurzaam alternatief. Mochten er kunstgrasvelden aan vervanging toe zijn, dan wordt per veld of sportcomplex bekeken of het mogelijk is om kunstgras te vervangen voor natuurlijke grasvelden.’ Voor deze ambities zijn ook middelen beschikbaar gesteld. Momenteel wordt er samen met het Sportbedrijf Arnhem gewerkt aan de uitvoering. Oude SBR-velden (vermalen autobanden) worden uit gefaseerd en vervangen voor een milieuvriendelijk en duurzaam alternatief.
Dit kan organisch materiaal (kurk of mineraal ingestrooid) of kan een zogenaamd ‘infill loos’ veld zijn. Omdat de markt volop in ontwikkeling is, wordt nog onderzocht voor welke technische oplossing gekozen gaat worden. Duurzaamheid is hierin een belangrijke factor, naast de kosten en de sportieve ‘prestaties’ van het veld.
De verschillende mogelijkheden brengen elk verschillende uitdagingen met zich mee op sporttechnisch gebied. Een veld moet aan allerlei, door NOC*NSF en de KNVB opgelegde, technische eisen voldoen betreffende de bespeelbaarheid en bijvoorbeeld ter voorkoming van blessures. Hoewel dit uitdagingen met zich meebrengt is de inschatting dat het gaat lukken om invulling te geven aan deze ambitie. Over een aantal jaar liggen er nergens meer velden met vermalen autobanden in Arnhem. Tegelijkertijd zal voorafgaan aan elke renovatie van een kunstgrasveld de afweging gemaakt worden of het kunstgrasveld vervangen kan worden voor natuurgras. Dit zal gedaan worden op basis van aantal criteria, namelijk; ledenaantallen en prognoses, vitaliteit van de vereniging en beschikbaarheid van velden in de omgeving. Actuele situatie en huidige werkwijze kunstgrasvelden Met enige regelmaat voeren we gesprekken met sportverenigingen die wensen hebben met betrekking tot het realiseren van kunstgras. Voor de sportvereniging zitten er veel voordelen aan het hebben van een kunstgrasveld. Het veld is altijd bespeelbaar, is altijd in goede staat en de vereniging kan meer leden kwijt. Daarnaast kan de wijk ook gebruik maken van kunstgras, zonder dat daarbij een natuurgrasveld belast wordt.
Feit is, dat er in Arnhem op de sportparken vrijwel nergens ruimte is om extra natuurgras aan te leggen en daarmee de capaciteit uit te breiden. De sportparken zijn nagenoeg tot op de laatste vierkante meter bezet. Capaciteitsuitbreiding kan vaak alleen door van natuurgras, kunstgras te maken. Toch gaan we als gemeente niet zomaar over tot het aanleggen van kunstgras. In de praktijk worden de volgende afwegingscriteria gehanteerd: •
•
•
De (toekomstige) behoefte vanuit de vereniging. Hierbij kijken we naar het aantal leden en het aantal potentiële leden (op basis van een wachtlijst of op basis van demografie van de wijk). Hierbij hanteren wij normen van de KNVB om te komen tot het benodigd aantal velden voor trainings- en wedstrijdcapaciteit. De vitaliteit van de vereniging. Hierbij kijken we naar organisatiekracht en de mate waarin de vereniging een maatschappelijke rol vervuld. Het gaat hierbij onder andere om visie, technisch kader, vrijwilligersbeleid, positief sportklimaat, binding met en rol in de wijk. De totaal beschikbare capaciteit aan velden in de omgeving. Als een nabijgelegen sportpark capaciteit over heeft, kan het onlogisch zijn te investeren in een kunstgrasveld.
Als uit deze drie factoren een positieve afweging volgt (het is dus en-en-en), leggen we aan de gemeenteraad het voorstel voor om te investeren in een duurzaam kunstgrasveld. Als niet aan deze drie voorwaarden wordt voldaan, dan wordt het voorstel in principe niet voorgelegd. Zo is er een aantal voetbalverenigingen die de wens hebben voor kunstgras, maar niet aan de voorwaarden voldoen. Dat het de gemeente is die investeert, volgt uit ons gemeentelijk beleid. In 2001 heeft de gemeente in de ‘Tarievennota Sport’ bepaald dat alle investeringen in sportaccommodaties (velden, verlichting, kleedkamers) als basisvoorziening door de overheid worden gerealiseerd. De gebruikers leveren uitsluitend een bijdrage in de exploitatie. Door middel van deze nota wordt bovenstaande bestaande werkwijze vastgelegd als beleid. Kansen door kunstgras Kiezen voor kunstgras kan mogelijkerwijs, in het kader van duurzaamheid en vergroening, ook kansen opleveren. Door op de ene locatie kunstgras toe te voegen, kan mogelijk op een andere locatie een veld opgeheven worden en gebruikt worden voor andere doelstellingen, zoals vergroening. Vaak is het zo dat
Strategie, Beleid en Regie
2
door omvorming van één natuurgrasveld naar duurzaam kunstgras, de vereniging af kan met één veld minder. We zien hiervoor meerdere kansen in Arnhem. We zouden er zelfs voor kunnen kiezen om op een bepaalde locatie duurzaam kunstgras toe te voegen zodat een nabijgelegen sportpark (grotendeels) opgeheven kan worden. Dat betekent in feite een hogere concentratie van sportbeoefening op de ene locatie zodat er ruimte voor andere functies vrijkomt. Dit vraagt wel om het samenvoegen van twee verenigingen op één sportpark. Dit betekent naast investeren in duurzaam kunstgras, ook investeren in kantine en in kleedkamers. Het is hierbij goed om te bedenken dat wanneer de gemeente voor alle voetbalvelden natuurgras zou gebruiken er grofweg twee keer zoveel ruimte nodig is om aan de trainings- en wedstrijdbehoefte van de verenigingen te voldoen. Kunstgras is daarmee misschien op één locatie minder groen dan een natuurgrasveld, maar biedt op stadsniveau veel meer ruimte om te vergroenen. Immers, de vrijgekomen ruimte kan ingevuld worden door kwalitatief hoogwaardig groen. De natuurwaarde van een natuurgrasveld is hoger dan van een kunstgrasveld, maar is tevens beperkter dan andere ‘groene invullingen’. De grasmat wordt over het algemeen strak gemaaid en biedt beperkte ecologisch toegevoegde waarde.
Ook vraagt een natuurgrasveld om meer onderhoud en beheer waar ook duurzaamheidsaspecten aan kleven: denk aan bewateren en bemesten. Vergroenen van de sportparken De motie roept ook om op ‘de omgeving van sportvelden waar mogelijk meer natuurlijk in te richten’. Hierin zien we kansen. Op de meeste van onze sportparken is sprake van een hoge mate van verstening. Wij kunnen aan de sportparken veel meer groen toevoegen. Te denken valt aan: • • • • • • • • • •
Zijn er op het sportpark locaties waar het snoeiafval verwerkt kan worden in takkenrillen? Ligt er verharding op het sportpark die niet gebruikt wordt? En is deze om te vormen naar groen? Is het mogelijk om rond de sportvelden beplanting aan te brengen? Zijn er kale muren waar klimplanten tegenop kunnen groeien? Zijn er bomen om nestkasten in te plaatsen? Hebben de kantine en de kleedkamers platte daken waarop dakgroen kan worden aangebracht? Zijn er rond de kantine mogelijkheden om een moestuin aan te leggen en/of fruitbomen toe te passen? Zijn er bestaande hekwerken die vergroend kunnen worden? Liggen er op het sportcomplex grote grasstroken waar ook een bloemenmengsel kan worden ingezaaid? Is er op het sportpark plaats voor een insectenhotel?
Veel van deze vragen zijn voor onze sportparken vermoedelijk positief te beantwoorden. Vanuit de portefeuille sport in samenwerking met groen en klimaatadaptatie wordt opdracht gegeven om een bureau dat expertise heeft op dit vlak een scan te laten uitvoeren per sportpark. Dit moet leiden tot een inventarisatie van zowel quick wins als advies voor de langere termijn met concrete acties en een kostenraming. Op basis van dat rapport zijn we voornemens verdere acties in gang te zetten. We verwachten het onderzoek in Q1 2024 af te kunnen ronden. Ten slotte zijn wij in samenwerking met het Sportbedrijf Arnhem voornemens om alle lichtmasten op de sportparken weer in eigendom te brengen van het Sportbedrijf. Op dit moment is het een wirwar van eigendomssituaties, waarbij soms het eigendom bij een vereniging, soms bij een beheersstichting en soms bij het Sportbedrijf ligt. Dit zorgt ervoor dat we lastig kunnen verduurzamen. We werken aan een
Strategie, Beleid en Regie
3
model waarbij we het eigendom terugbrengen, investeren in LED verlichting en waarbij de sportvereniging er financieel ook op vooruit gaat. Samenvattend: • De gemeente heeft een voorkeur voor natuurgras. Duurzaam kunstgras kan de beste oplossing zijn als een veld intensief bespeeld wordt. Bij het eventueel overgaan tot kunstgras hanteren we drie criteria op basis van ledentaantallen, vitaliteit van de vereniging en het totaal in de omgeving beschikbare capaciteit. Bij een positieve afweging op deze drie criteria wordt de investering voorgelegd aan de raad. • Toevoeging van kunstgras zou op andere locaties tot meer ruimte voor (groen)ontwikkeling kunnen leiden. Dat wordt per casus afgewogen en kan aanvullend zijn op de eerdergenoemde criteria. • Bij vervanging van kunstgrasvelden wordt voor de optie gekozen die zo duurzaam mogelijk is, voldoet aan de sporttechnische eisen en binnen het budget past. • Bij einde levensduur van een kunstgrasveld wordt expliciet de afweging gemaakt of transformatie naar natuurgras een mogelijkheid is. • Er liggen vrijwel zeker kansen voor het vergroenen van de sportparken. Hier zal een scan naar gedaan worden, waarna er, waar mogelijk, concrete acties volgen om de sportparken te vergroenen. • We zetten, samen met verenigingen, in op het verduurzamen van de veldverlichting door middel van LED verlichting.
Strategie, Beleid en Regie
4