CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b - Gebundelde zienswijzen (geanonimiseerd)

Politieke Avond 2 juli 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: 'TAM-omgevingsplan Olympuskwartier' en 'Omgevingskwaliteitsplan Olympuskwartier'21.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Arnhem T.a.v. Postbus 9029 6800 EL ARNHEM

Verstuurd via e-mail aan

Behandeld door

Datum

Doorkiesnummer

Email

Ons kenmerk Onderwerp

Geachte

2024/065 AMT-GLD/MB Zienswijze TAM-omgevingsplan Olympuskwartier

Uw kenmerk

19 december 2024 @vitens.nl --

,

Wij hebben kennisgenomen van het ontwerp-wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Olympuskwartier. Vitens is verantwoordelijk voor een duurzame en veilige drinkwatervoorziening in onder andere de provincie Gelderland. Dat maakt dat wij met belangstelling kijken naar initiatieven en ontwikkelingen in en rondom onze winningslocaties. De Provincie Gelderland is bevoegd gezag voor activiteiten die mogelijk grondwaterbedreigend zijn. Daartoe heeft de Provincie bepalingen opgenomen in de Omgevingsverordening, die verboden, vergunning-, meldingsen zorgplichten behelzen ter bescherming van de drinkwaterwinning. We hebben geconstateerd dat het onderhavige plan zich voor het grootste deel bevindt in het Grondwaterbeschermingsgebied zoals bepaald in de Provinciale Omgevingsverordening. Een klein deel is gelegen in de koude- en warmteopslagvrije zone, beide rondom onze winning Sijmons (Immerloo). We geven u graag onze bevindingen mee en hebben enkele vragen en verzoeken tot wijziging van de toelichting en planregels. Onze bevindingen • Het plan maakt activiteiten mogelijk op het gebied van sport, wonen, grootschalige detailhandel, horeca, lichte zorg, kinderopvang, onderwijs en verkeer. De bestemmingen zijn maatschappelijk, sport, groengebied en gemengd gebied.

Deze activiteiten en bestemmingen brengen in de gebruiksfase in het algemeen geen risico’s voor het grondwater met zich mee en stuit wat Vitens betreft niet op bezwaren. • In de regels en toelichting treffen we geen expliciete verwijzing naar de beschermingsregels voor het grondwater uit de Omgevingsverordening. In algemene termen staat in de toelichting wel dat grondwaterverontreiniging voorkomen dient te worden. Dit vinden wij ondvoldoende.

Oude Veerweg 1, 8019 BE Zwolle. Postbus 1205, 8001 BE Zwolle T 088-884 88 88 F 088-884 67 99 KvK Zwolle 050.69.581

Ons kenmerk 2024/064 AMT-GLD/MB Datum

•

19 december 2024

Op grond van de Omgevingsverordening Gelderland gelden een aantal voor het Olympuskwartier relevante beperkingen: o Het toepassen van bodemwarmtesystemen is verboden (artikel 4.20 en 4.28) o Het aantasten van de beschermende werking van de afsluitende bodemlaag is verboden (4.20 en 4.28) o Er gelden diverse meldingsplichten waaronder het roeren van de bodem dieper dan drie meter onder het maaiveld (artikel 4.21 en 4.29) en zorgplichten bij grondwerkzaamheden (artikel 4.26 en 4.31) o Het in diepere watervoerende lagen brengen van afstromend water is verboden (4.20 en 4.28).

Vragen en verzoeken tot wijziging • We vragen u te bevestigen dat er geen activiteiten zijn toegestaan die mogelijk wel een risico voor het grondwater met zich meebrengen. • We vragen u om in de bouw- en gebruiksfase invulling te geven aan duurzaam (grond)watergebruik door het maken van afspraken over zuinig watergebruik, het zoveel mogelijk afkoppelen van schoon afstromend regenwater door lokale opvang en wegzijging, en een water- en natuurinclusieve inrichting van gebouwen en terreinen. • We verzoeken u in de toelichting aandacht te geven aan de ligging van het plangebied in het Grondwaterbeschermingsgebied en koude- en warmteopslagvrije zone met een expliciete verwijzing naar de toepasselijke regels in de Provinciale Omgevingsverordening. • We verzoeken u om in het ontwerp-wijzigingsbesluit een regel toe te voegen waarin het toepassen van bodemenergiesystemen geldt als gebruik in strijd met de diverse bestemmingen waarvoor een vergunning voor de activiteit Bouwen nodig is. • We verzoeken u een voorwaardelijke verplichting op te nemen voor de relevante bestemmingen waarin verwezen wordt naar de diverse zorg- en meldingsplichten in de Omgevingsverordening zoals hierboven genoemd. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van bovenstaande reactie dan mag u contact opnemen met Marijn van den Bergh via de contactgegevens bovenaan deze brief.

Met vriendelijke groet,

Manager Asset Managementteam Gelderland

2

Gemeente Arnhem t.a.v. de gemeenteraad van Arnhem Postbus 9029 6800 EL ARNHEM

Arnhem, 21 december 2024 Betr. Indienen zienswijze wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Olympuskwartier Geachte gemeenteraad van Arnhem, Hierbij maak ik mijn zienswijze kenbaar met betrekking tot het hierboven genoemde ontwerpbesluit. De reden dat ik deze zienswijze indien is om te voorkomen dat er een woontoren van elf verdiepingen direct tegenover mijn woning komt te staan. Laat me vooral eerst duidelijk maken dat ik absoluut niet tegen het plan als geheel ben en het me overduidelijk is dat er in deze tijd van woningnood woningen gebouwd moeten worden waar medeburgers een fijn thuis kunnen vinden. Maar waarom deze hoge toren niet op een andere plek in het plan kan komen, bijvoorbeeld op de zuid-west-hoek zoals ook vermeld staat in de nota van uitgangspunten, is voor mij onduidelijk en zeer onwenselijk. Als bewoner van de Orionsingel gaat deze toren iets betekenen in mijn privacy en ook zal ik last hebben van de schaduw van deze toren en minder van de zon op mijn balkon kunnen genieten, hetgeen iets betekent in mijn woongeluk. In de nota van uitgangspunten Olympuskwartier zuid (zie bijlage waarbij opgemerkt dient te worden dat bij het uitwerken van deze nota geen direct belanghebbende bewoners van de aanliggende woningen betrokken zijn geweest), vastgesteld op 17 maart 2020, en toen nog bekend onder de naam Leisurepark Olympus, staan een aantal uitgangspunten verwoord.

Een daarvan staat op pagina 8 ‘De nieuwbouw kan bestaan uit één of meerdere gebouwen bestaan, waarbij de uitstraling naar buiten toe, naar de Pleyroute en de Nijmeegseweg net zo van belang is als de inpassing in de wijk.’ En ‘De architectuur moet ervoor zorgen dat het gebouw “klopt”, dat het kan en past op deze plek. Ook moet deze architectuur goed passen binnen het structuurontwerp openbare ruimte en de groenvisie’. Vanuit mijn optiek zijn beide punten niet aan de orde in het huidige voorstel daar de ‘inpassing in de wijk’ juist afwijkt door de enorm hoge toren te midden van de bestaande bouw. Tevens staat er in de structuurvisie Arnhem 2020 doorkijk 2040 (zie bijlage) op pagina 23 over hoogbouw geschreven: : "Hoogte accenten in wijken". Citaat: “Daarom wordt in de wijken in de regel niet uitgegaan van solitaire, hoge elementen maar wel van de mogelijkheid van hoogteaccenten als onderdeel van de omgeving. Eenheid in ontwerp en beeldensemble is daarbij het uitgangspunt.” En: “Daarbij geldt als principe dat de hoogte niet meer bedraagt dan 2x de gemiddelde hoogte van de omliggende bebouwing van het bouwblok en de wijk”.

Als ik deze laatste cursieve zin goed leest zou het gebouw recht tegenover mijn woning niet hoger mogen worden dan 2 keer de hoogte van de bestaande flat of zelfs mogelijk nog lager als je de gemiddelde bouwhoogte van omliggend Malburgen bekijkt die daar meestal maar 3 hoog is als je tenminste naar de eengezinswoningen kijkt. Een ander onderbouwd argument om de hoge toren op de veel logischere plek, te weten de zuid-west-hoek, te plaatsen is de aansluiting op de inrichting Nijmeegse weg fase 2.

Mijn tweede punt waar ik grote zorgen over heb is de infrastructuur van het wegennet die, mijns inziens, aan dit bouwplan gekoppeld zou moeten worden. De doorgaande weg Olympus is blijvend afgesloten voor doorgaand verkeer. Aan deze weg ligt een expeditiestraat van de Decathlon. Er is tevens veel beweging van schoolgaande jongeren. Ook de toerit en uitrit van de parkeergarage van de nieuwbouw komen uit op het Olympus. Ik heb zorgen over de verkeersveiligheid van de schoolgaande jongeren. Voor het plan wat er ligt om de aansluiting van verkeer van het Olympus naar de Koppelstraat te vernieuwen nadat de bouw is afgerond is een bedrag van 500.000 euro gereserveerd. Nu weet ik toevallig dat de eenvoudige rotonde op de Zeegsingel 2 miljoen euro heeft gekost. Dus mijn zorg zit er in dat er straks geen financiële middelen klaar liggen om de aansluiting van het wegennet aan te pakken. Een van de plannen is om de weg te versmallen van twee naar een eenbaansweg weg. Nu zie ik dagelijks hoe het verkeer vanaf de Pleijroute en Kronenburg over de Koppelstraat vastloopt, auto’s naar elkaar toeteren (geluidsoverlast) en er veel uitstoot van uitlaatgassen zijn, precies waar ik uit mijn werk even heerlijk op mijn balkon van de zon wil genieten en mijn was te drogen hangt.

Als de omvang van verkeer al toe gaat nemen door de 250 nieuwe woningen, waarvan de bewoners vast allen minstens één auto hebben en de parkeernorm verlaagd is naar o,8 (incl. 0,2 bezoekersparkeren), hetgeen een parkeerprobleem gaat opleveren en het wildparkeren op de Orionsingel toe gaat nemen (dus ook graag uw aandacht voor het parkeerplan!), en er dan ook nog een wegversmalling ingepland staat, heb ik er geen vertrouwen in dat de verkeersdoorstroom goed gaat verlopen, de overlast juist groter wordt en wonen aan de Orionsingel er voor mij niet leuker op wordt. Ik hoop dat u begrijpt dat ik op deze zorgen bovenstaande zienswijze indien en ook dat u met aandacht de ingebrachte punten wilt bekijken en waar mogelijk deze ten goede wilt aanpassen. Ik ga ervan uit dat u mij van het verdere verloop van de procedure op de hoogte houdt. Hoogachtend,

Bijlagen:

Nota van uitgangspunten Olympuskwartier Zuid Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040

Leisurepark Olympus Nota van Uitgangspunten Olympuskwartier zuid Vastgesteld op 17 maart 2020

Gemeente Arnhem Maart 2020 1

1. OPGAVE In mei 2011 heeft de gemeenteraad de Koers gebiedsvisie Centrum Zuid vastgesteld. Hierin is een groeimodel vastgelegd voor de 3 kwadranten van Centrum Zuid. Voor het kwadrant Rijnhalgebied (hierna: Olympuskwartier) is een ontwikkeling van leisure en daaraan gerelateerde functies voorzien. Voor de eerste fase van de ontwikkeling van het Olympuskwartier zijn in 2012 de ruimtelijke en functionele mogelijkheden van het gebied verkend. Op basis van deze verkenningen zijn ruimtelijke en programmatische randvoorwaarden voor de gebiedsontwikkeling geformuleerd. Deze Nota van Randvoorwaarden Leisurepark Olympus is op 27 maart 2012 door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arnhem vastgesteld. Sindsdien heeft het terrein op 2 plekken een nadere invulling gekregen:  In de voormalige Rijnhal is het bedrijf Decathlon gevestigd, evenals Mountain Network en pizzabar La Rocca.  Op de hoek van de Koppelstraat en de Zeegsingel is een nieuwe vestiging van beweegcentrum Formupgrade gebouwd. Door deze ontwikkelingen was de Nota van Randvoorwaarden uit 2012 niet meer actueel.

Structuurontwerp Openbare Ruimte

Daarnaast heeft het college op 17 september 2019 een structuurontwerp voor de openbare ruimte van het Olympuskwartier vastgesteld. Op 5 februari heeft de raad naar aanleiding van dit structuurontwerp een ronde tafel gesprek gehouden. Belangrijke constatering die avond was dat bewoners en gemeente graag het resterende Olympuskwartier zuid multifunctioneler in willen vullen door wonen toe te voegen aan het programma leisure. Deze Nota van Uitgangspunten Olympuskwartier zuid dient als leidraad en als inspiratie voor marktpartijen die een planconcept voor het gebied gaan uitwerken. Het bestemmingsplan voor dit gebied zal aan de hand van de plannen van de ontwikkelaar worden aangepast.

2

Olympuskwartier De gemeente Arnhem heeft ca. 160.000 aantal inwoners. Het Olympuskwartier ligt op 10 minuten fietsen van het centrum van Arnhem en heeft een aantal bushaltes in de omliggende straten. Het afzetgebied voor het nieuw te maken programma is groter dan Arnhem zelf. De locatie ligt centraal in de regio Arnhem Nijmegen. Binnen een straal van 15 à 20 autominuten wonen circa 725.000 inwoners. Op het Olympusterrein zijn het Olympuscollege, De Grote Koppel, de Klimhal en de schermhal gevestigd. In het structuurontwerp van de openbare ruimte van 17 september 2019 is geconstateerd dat sport en beweging de verbindende schakel vormt tussen deze functies. Dit structuurontwerp is gebaseerd op de volgende 5 ontwerpprincipes die bijdragen aan de samenhang in het gebied: 1. Verankering 2. Groen veld; Groene waas 3. Sportcircuit met divers sportprogramma verbindt hele terrein 4. Herkenbare entreepleinen 5. Compacte parkeerpleinen

Structuurontwerp Openbare Ruimte

De ontwikkeling van 'Olympuskwartier zuid' moet bijdragen aan een totale sluitende grondexploitatie Olympuskwartier. De openbare ruimte die betrekking heeft op dit project (structuurontwerp) wordt door de gemeente Arnhem aangelegd, hier is financieel ook rekening mee gehouden in de grondexploitatie. Deze aanleg zal gefaseerd plaatsvinden in afstemming op de nog te ontwikkelen locatie.

De locatie Olympuskwartier zuid in het Structuurontwerp Openbare Ruimte

3

Groen- en waterstructuur De groenzones aan de zuidelijke en westelijke rand van het plangebied zijn robuust en vormen een onderdeel van de Malburgse groenstructuur. In de groenstructuur aan deze zijde van het plangebied wisselen dichte en meer open delen elkaar af. De gebouwen en groene omzoming dienen een eenheid te vormen en het streven is dat deze op natuurlijke wijze in elkaar overvloeien. Een centrale groene ruimte aan de interne ontsluiting, vormt de schakel tussen de bestaande bebouwing (zwembad, klimhal en school) en de nieuwbouw. Ook helpt deze centrale plek mee aan het klimaatbestendig maken van het gebied en aan de toename van biodiversiteit in het gebied.

De openbare ruimte van het Olympuskwartier bestaat in principe uit gras met bomen en verspreide struweelgroepen, waar voornoemde functies een plek in kunnen krijgen. De bomen in het gebied zijn bomen van de eerste orde (grote bomen), die wat sortiment betreft passen in de grondslag van Arnhem Zuid. De groenzones aan west- en zuidzijde bestaan uit een afwisseling van struiken, bloemrijk grasland, bomenrijen, losse bomen en boomgroepen. De watergangen hebben een natuurlijke oeverzone. Het wijkbos gelegen aan de zuidzijde van het plangebied blijft behouden. De groene inbedding geeft een belangrijke kwaliteit aan het gebied en zal optimaal moeten worden benut. De groen- en waterstructuren hebben tevens een belangrijke functie voor de flora en fauna. De continuïteit van de groenzone blijft gewaarborgd in het gebied.

Structuurontwerp Openbare Ruimte

4

Sport en bewegen Sportieve openbare ruimte in Arnhem is in 2018 onderzocht door het Mulier Instituut. Hoe beweegvriendelijk is de gemeente Arnhem en in welke mate biedt de fysieke woonomgeving mogelijkheden voor sport en bewegen? De sportief te gebruiken openbare ruimte per wijk is aan de hand van vier hoofdindicatoren in kaart gebracht, namelijk: sport- en speelplekken, paden, sport-, speel- en beweegruimte en nabijheid van voorzieningen. Op de deelindicator sportvoorzieningen scoort Arnhem laag in vergelijking met steden van vergelijkbare omvang.Een beweegvriendelijke omgeving is belangrijk om mensen zo goed mogelijk te faciliteren en te stimuleren om te bewegen. Een beweegvriendelijke stad zorgt ervoor dat de stad gezonder, aantrekkelijker en leefbaarder is. Voldoende beweegruimte en –mogelijkheden dragen bij aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad.Het Olympusgebied ligt in de wijk Malburgen Oost (zuid), de sportdeelname van 53% ligt hier ruim onder het gemiddelde in Arnhem (64%).

Structuurontwerp Openbare Ruimte

Ook op het gebied van gezondheid kent de wijk uitdagingen, gezien het grote percentage kinderen dat overgewicht heeft. Kijkend naar de openbare ruimte die inwoners faciliteert en kan stimuleren om te bewegen, dan scoort de wijk gemiddeld op het aantal sport- en speelplekken. In deze wijk is ‘software en orgware’ essentieel om mensen ‘in beweging te krijgen’. Dat betekent dat er voldoende (en continu) sport- en beweegaanbod moet zijn, bestaande uit activiteiten, begeleiding en communicatie.In het gebied wordt ruimte gemaakt voor de beoefening van urban sporten. Door het realiseren van verschillende sportfaciliteiten moet het gebied een sportief uiterlijk krijgen. Dit sportieve uiterlijk moet er toe leiden dat mensen naar het gebied toe trekken om te sporten en elkaar te ontmoeten. Het is denkbaar dat bepaalde concepten of onderdelen van concepten gefaseerd tot ontwikkeling worden gebracht. Van belang is daarbij dat het concept vanaf het begin volwaardig kan functioneren.

Structuurontwerp Openbare Ruimte

5

2. PROGRAMMATISCHE UITGANGSPUNTEN Voor het Olympuskwartier wordt een multifunctioneel programma voorgesteld van wonen en leisure. Het toe te voegen programma moet aanvullend zijn op het bestaande in Arnhem en omgeving. Op het terrein zijn al leisurefuncties aanwezig: een zwembad, squashhallen, skibanen, een schermhal en een klimhal. Toevoeging van aanvullende leisurefuncties zal een positief effect hebben op het functioneren van de bestaande voorzieningen. Het bestaande scholencomplex heeft een thematische focus op sport en bewegen. Van belang is dat de bestaande functies op het terrein en de directe omgeving (Malburgen en Kronenburg) baat hebben bij de ontwikkeling.

Wonen Uit woningmarktonderzoek blijkt dat er in de regio een tekort is aan betaalbare woningen. Gezien de ontwikkelingen in de regio en de groei van het aantal inwoners en huishoudens zal deze behoefte verder groeien. Dit geldt voor de betaalbare sector in de gehele breedte, dus zowel sociale huur, middenhuur als betaalbare koop (tot €200.000). In het coalitieakkoord is afgesproken dat toevoeging van wonen voor 30% uit sociale huur dient te bestaan. De ontwikkellocatie is relatief groot en leent zich voor een flink woningbouwprogramma gericht op 1- en 2 persoonshuishoudens in de appartementensfeer. Uit onderzoek blijkt dat voornamelijk aan dit type woningen in Arnhem behoefte bestaat. Op stedelijk niveau heeft Arnhem voldoende grondgebonden woningen in voorraad en in ontwikkeling. Het advies vanuit de gemeente Arnhem is om binnen de gestelde ruimtelijke kaders/grenzen op het gebied van stedenbouw, milieu, verkeer etc. een flink programma te realiseren. Dit gelet op de grote woningbouwopgave voor de stad als geheel, de ruimte op de locatie, en de centrale ligging in de stad. De relatie met leisure, en sport en bewegen, is voor diverse doelgroepen interessant, zowel voor starters als ouderen. In het gebied kan gestreefd worden naar een mix van doelgroepen (ouderen, starters, werkenden, doorstromers en prijsniveaus. Voor dit gebied staat nog geen definitief woonprogramma vast.

Het definitieve woonprogramma wordt in overleg met de gemeente Arnhem en met stakeholders nader afgestemd. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat behoefte van de omgeving een plek krijgt in het woonprogramma. In het gebied is interactie tussen het wonen en de omgeving gewenst. Middel daar toe is het creëren van ontmoetingsplekken, zowel in het gebied als in het gebouw.

6

Leisure Het economische hoofdprogramma voor het te ontwikkelen gebied is leisure. Leisure is een zeer breed begrip. Alle commerciële vormen van vrijetijdsbesteding vallen hieronder. Dit loopt uiteen van: sport en spel, health en vermaak. Voor het gebied is onderzocht welke vormen van leisure de meeste kans maken (onderzoek leisurevoorzieningen gemeente Arnhem 2018, Van Spronsen en partners). Gedacht wordt aan: aanvullende wateraccommodaties, indoorsport, evenementen, een wellnessvoorziening, kinderattracties, enzovoort. Ook andere leisurefuncties zijn mogelijk onder de voorwaarde dat het aanvullend is en niet leidt tot duurzame ontwrichting van het bestaande leisureprogramma in Arnhem. Ondergeschikte functies: horeca, maatschappelijke en culturele activiteiten, gezondheidszorg Ten behoeve van de levendigheid van het gebied zijn in beperkte mate naast leisure en wonen ook de volgende functies denkbaar:  Ondergeschikte horeca ten behoeve van ontmoeting en een gezonde exploitatie van leisurefuncties. Qua uitstraling en openingstijden moet gewaakt worden voor een aantasting van het leefklimaat van de te realiseren woningen en van het (sport-)imago van het gebied.  Maatschappelijke en culturele activiteiten, bijvoorbeeld muziek of dans  Gezondheidszorg, bijvoorbeeld huisartsenpost of fysiotherapeut

7

3. RUIMTELIJKE UITGANGSPUNTEN Uit de verkenning van de ruimtelijke mogelijkheden van het gebied en het gewenste programma, zijn ruimtelijke uitgangspunten uitgewerkt. Bij een nieuwe ontwikkeling zullen de bestaande ruimtelijke kwaliteiten optimaal moeten worden benut en zwakke plekken worden verbeterd. Er moet een multifunctioneel en aantrekkelijk woon-, werk- en ontspanningsgebied gerealiseerd worden. Het is van belang dat het ontwikkelde gebied zich oriënteert op/ relatie zoekt met de aangrenzende woongebieden. Het plan moet toekomstbestendig en van meerwaarde voor Arnhem zuid zijn.

De nieuwbouw kan bestaan uit één of meerdere gebouwen bestaan, waarbij de uitstraling naar buiten toe, naar de Pleyroute en de Nijmeegseweg net zo van belang is als de inpassing in de wijk. Aan de hoofdwegenstructuur heeft het gebouwde / hebben de gebouwen de maat en schaal die past bij de omgeving. De bebouwing mag dan ook zeker geen industriële of bedrijfshalachtige uitstraling hebben, maar dient van een relatief hoogwaardige architectuur te zijn. De architectuur moet ervoor zorgen dat het gebouw “klopt”, dat het kan en past op deze plek. Ook moet deze architectuur goed passen binnen het structuurontwerp openbare ruimte en de groenvisie.

Ruimtelijke kwaliteiten Belangrijkste kwaliteiten van het gebied zijn:  De centrale ligging in de regio en in de stad Arnhem;  Zichtlocatie vanuit belangrijke stedelijke en regionale verkeerswegen;  Goede autobereikbaarheid, OV-verbindingen (trolley) en directe verbinding met het snelfietspad Arnhem-Nijmegen;  Groen-blauwe omzoming;  Nabijheid van grote publiekstrekkers: Gelredome en winkelcentrum Kronenburg. Ruimtelijke visie De te ontwikkelen kavel ligt in een gebied met grote bovenwijkse voorzieningen, zoals het Gelredome en winkelcentrum Kronenburg, als buren. Bij de ontwikkeling van de kavel gaan we er vanuit dat deze aansluit bij de maat, schaal en korrel van dit zuidelijke stadshart. Het Olympuskwartier wordt tevens gekenmerkt door een robuuste groenstructuur rondom. Uitgegaan wordt van een toekomstige ontwikkeling waarbij grote natuurinclusieve gebouwen een eenheid vormen met de omringende robuuste groenstructuren.

Structuurontwerp Openbare Ruimte

8

Duurzaamheid Een ontwikkeling op deze bijzondere plek vraagt ook een bijzondere inspanning op het gebied van duurzaamheid. Duurzaamheid is daarbij een breed begrip, dat niet alleen gaat over energiegebruik en energieopwekking, maar ook over sociale duurzaamheid, circulariteit en hoe duurzaam de mogelijkheden voor het gebruik van het gebouw in de toekomst zijn. Daarbij is van belang dat gebouwen in binnensteden kunnen meeademen met de behoeftes van een stad. Omdat de gemeente haar ambities op het terrein van duurzaamheid bij nieuwbouw extra kracht bij wil zetten worden partijen uitgedaagd verder te gaan dan de huidige normen voor duurzaamheid. In het gebied liggen kansen ten aanzien van duurzaamheid. Ontwikkelende partijen worden uitgedaagd om dit thema op te nemen in hun plannen. Duurzaamheid en leisure gaan goed samen: sport, welness, groen, ontspanning, gezondheid en milieu. Sport en bewegen moet samen met duurzaamheid het selling point van het gebied worden.

Aan het begrip duurzaamheid kan op meerdere manieren invullingen worden gegeven. Bijvoorbeeld door middel van:  Natuurinclusief bouwen (Bijvoorbeeld: groene daken en gevels, nest en schuilgelegenheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen);  Zonnepanelen (evt. gecombineerd met groendaken);  Dubbel grondgebruik (gebouwd parkeren);  Minimalisering van de hoeveelheid verharding;  Het gebruik van groene zones voor waterberging en afvoer;  Combinatie met energiegebruikers elders op het Olympuskwartier;  Groene gevel;  Circulair bouwen;  Langs de zuidwestelijke groene rand verstrooiing van licht tegengegaan vanwege de ecologie (vleermuizen).

9

Klimaat Het plangebied is gelegen in één van de meest hitte-gevoelige gebieden van Arnhem met nadelige gevolgen voor het leefklimaat van de buitenruimte en voor het binnenklimaat. Daarom wordt er gestreefd naar gebouwen waarmee de opwarming van de gebouwen en de omgeving wordt verminderd. Het gebouw moet in combinatie met de groene leefomgeving zorgen voor een prettig klimaat in het gebied. Een ontwerp dat zich op dit onderwerp onderscheidt zal hoger scoren op het onderdeel duurzaamheid.

Water Aan de zuid-westzijde van de kavel ligt een watergang. Deze waterloop aan de zuidzijde kan een iets ruimer profiel krijgen en natuurvriendelijk worden ingericht. Tijdens het ontwikkelen van dit gebied moet er gekeken worden naar watercompensatie. Dit kan watercompensatie zijn op het kavel, bijvoorbeeld doormiddel van een groen dak. Dit bevordert ook de biodiversiteit en vermindert hittestress. Als het op eigen terrein verwerken van hemelwater niet (helemaal) mogelijk is, kan er ook gekeken worden of dit buiten het kavel opgelost kan worden. De watergang aan de zuidzijde van het gebied kan hiertoe doorgetrokken en verbreed worden door de ontwikkelaar. De bestaande duiker kan verwijderd worden en vervangen worden door een brug. Het verbreden van de watergang kan gebruikt worden als zoekrichting voor het vraagstuk watercompensatie.

10

Interne verkeersstructuur

Parkeren

De hoofdontsluiting van het gebouw (de gebouwen) voor autoverkeer vindt plaats vanaf Olympus. De ligging van de ontsluiting van het gebied op de Koppelstraat blijft wat dat betreft onveranderd. Een extra ontsluiting op de Koppelstraat is niet wenselijk. Aan de hoofdentree ligt de centrale ruimte en de entree(s) van het gebouw/ de gebouwen.

Parkeren is een belangrijk aandachtspunt voor het uit te werken planconcept. De toe te voegen functies zullen een extra parkeervraag opleveren die opgevangen zal moeten worden op het terrein. In de huidige situatie wordt het gebied ook gebruikt voor een deel van de piekopvang van evenementen voor het Gelredome. De toekomstige eigenaar kan met Gelredome afspraken maken voor deze piekopvang, waarbij het benodigde parkeren voor de nieuwe functie en programma gegarandeerd blijft.

Het bestemmingverkeer dient snel en veilig vanaf de Koppelstraat naar zijn bestemmingen, functies en de parkeergelegenheden te kunnen. Het expeditieverkeer zal waar nodig gescheiden moeten worden van de bezoekers stromen. Een expeditiestraat aan de zuidzijde is wellicht een optie.Laaden losplekken zullen aan de achterzijden van het gebouw/ de gebouwen worden gepositioneerd. Bij het laden en lossen mag geen dubbelgebruik zijn bestaande met het parkeren. De openbare ruimte en de verkeersstructuur zal zodanig ontworpen moeten worden dat wildparkeren niet mogelijk is. Voor het nieuw toe te voegen programma dient onderzocht te worden of de toename aan verkeersbewegingen zondermeer past op de direct omliggende bestaande infrastructuur en of dat er nog maatregelen moeten worden genomen buiten het plangebied.

Ten aanzien van het parkeren worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Parkeren ten behoeve van de nieuw toe te voegen functies zal conform de gemeentelijke parkeernormering (Beleidsregels parkeren) op eigen terrein moeten worden opgelost;  Uitwisseling van parkeerplaatsen binnen het Olympuskwartier wordt niet geëist maar ondernemers kunnen dit eventueel onderling langdurig contractueel regelen;  Parkeren gebeurt zoveel mogelijk in gebouwde voorzieningen geintegreerd in het gebouw maar op maaiveld is eveneens mogelijk;  De toekomstige exploitanten zullen een parkeerregime moeten uitwerken en beheren wanneer het terrein opengesteld wordt voor piekopvang van Gelredome. Het parkeren van de eigen functie en programma dient gegarandeerd te blijven.

11

Geluid De zones op grond van de Wet geluidhinder in stedelijk gebied zijn van dien aard dat het Olympuskwartier binnen deze zones ligt. Voor het realiseren van geluidgevoelige bebouwing (oa woningen) binnen deze zone moet een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. Als de geluidbelasting minder dan 48 dB bedraagt, mag zonder ontheffing op grond van de Wet geluidhinder worden gebouwd. Ter indicatie is een geluidcontourenkaart bijgevoegd waar de 48 dB duidelijk zichtbaar is. Bedraagt de geluidbelasting meer dan 48 dB dan zal uit een gedetailleerd akoestisch onderzoek moeten blijken of voldaan wordt aan de eisen zoals gesteld in Wet geluidhinder, het Arnhemse beleidsplan geluid en de Nota Hogerewaarden Arnhem.

12

4. UITGANGSPUNTEN VOOR DE NIEUWBOUW In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten geformuleerd die van toepassing zijn op de nieuwbouw. Het exacte programma en de invulling van de bouwenvelop zijn nog niet bekend. Om de architect de ruimte te geven om zo interessant mogelijke nieuwbouw te maken zijn de uitgangspunten ruim geformuleerd. Met behulp van referentiebeelden worden denkrichtingen geïllustreerd. Op de plankaart hiernaast, is de bebouwbare zone van 1,1 hectare aangegeven, waarin de nieuwbouw gerealiseerd kan worden. Gebouwen zoeken qua schaal en maat aansluiting bij de bestaande gebouwvolumes in het (omliggende) gebied. Het gebouw op kavel B zal een passend antwoord moeten zijn op de grote "overbuurman": het Gelredome. De zuidwesthoek kan de meeste hoogte (accentwerking) verdragen in vergelijking tot de rest van het plangebied, maar het Gelredome blijft altijd de hoogste in de algehele context (dit is 42 m op het hoogste punt). De bebouwing heeft een basishoogte van 17 meter. Enkele hoogteaccenten van 10 tot 12 lagen zijn in de basis denkbaar maar mogen geen windhinder veroorzaken. Wel moet de bezonning goed bekeken worden. De hoogteaccenten moeten van een hoogwaardige architectuur zijn. De exacte ligging en de grootte van dit hogere element moeten nader aan de hand van een ontwerpstudie worden bekeken.

13

Macro en micro niveau Het gebouw is tweeledig te noemen, in díe zin dat het enerzijds op het niveau van de Nijmeegseweg en de Pleyroute zeggingskracht moet hebben en anderzijds moet het gebouw ook een menselijke maat en schaal hebben, wanneer je het benadert vanaf de interne ontsluitingsweg (Olympus). Deze verschillende schalen moeten goed in de vormgeving van het gebouw tot uiting komen.

Menselijke maat en leesbaarheid Het gebouw moet afgestemd zijn op haar omgeving. Het moet ook informatie geven, een verhaal vertellen en duidelijk zijn, in die zin, dat je aan de buitenkant kunt zien, wat er zich binnenin afspeelt. Het gebouw dient een duidelijke beëindiging hebben. De entrees moeten duidelijk zijn, aan heldere entreepleinen. De gevel mag niet monotoon zijn, er moet sprake zijn van een bepaalde geleding, die ook betekenis heeft, die te maken heeft met de functie van het gebouw. Flauw hellende daken kunnen bijvoorbeeld een middel zijn om de massaliteit van het gebouw te verminderen en het beter te integreren in het landschap. Geleding van de gevel kan bereikt worden door het toepassen van verspringingen in de rooilijn, materiaalovergangen of bijvoorbeeld door veranderingen in de overgang van de gevel naar het dak op bepaalde plaatsen. Geleding zal vooral gericht moeten zijn op het onderbreken van de lengterichting. Door ritmiek en geleding kan er een interessant gevelbeeld ontstaan dat bijdraagt aan het minder zwaar overkomen van de grote bouwmassa.

Blok K Funen Amsterdam, Ontwikkeling: Heijmans, Beeld: Nl Architects

Oriëntatie Vanaf de Nijmeegseweg en Pleyroute moet de beleving die zijn van een aantrekkelijk ogend Leisurepark. Het is van belang dat geen enkele zijde oogt als een achter- of zijgevel. Het gebouw kenmerkt zich door een bepaalde alzijdigheid; representatief naar de zijde van Koppelstraat en Olympus en op verdiepingsniveau richting de Pley-route.

Toren K Eindhoven, Ontwikkeling: Trudo, Beeld: Inbo

14

Gevels Naast de vormgeving zal ook de uitwerking van de gevels een belangrijk aandachtspunt zijn. Gezien het programma waarbij grote gesloten ruimtes kunnen voorkomen, zal goed onderzocht moeten worden hoe de buitenwand wordt vormgegeven. Grote onaantrekkelijke blinde muren moeten worden voorkomen. Oplossingen kunnen gezocht worden door onder andere transparante en halftransparante gevels toe te passen. Ook is het gebruik van groen en licht een manier om de gevel interessant te maken.

Het Funen Amsterdam, ontwikkeling: Heijmans, Beeld:architectuurplaquette

Aan de zijde van de interne ontsluitingsweg is voldoende transparantie noodzakelijk om de beleving van wat er zich in het gebouw afspeelt mogelijk te kunnen maken. Een bepaalde mate van transparantie en openheid van het gebouw draagt ook bij aan een betere sociale veiligheid in de openbare ruimte. Parkeren vindt zo veel mogelijk in of op de gebouwen plaats, bij voorkeur niet zichtbaar vanaf de infrastructuur. Het parkeren dient in ieder geval te worden opgelost binnen de contouren van de te ontwikkelen kavel. Voorzieningen op het dak zijn zoveel mogelijk een integraal onderdeel van het daklandschap en sluiten aan bij de architectuur van het gebouw.

Mercado Groningen, ontwikkeling: MWPO/Beauvast, beeld: Ponnie

15

Toegankelijkheid Uitgangspunt bij elke woningbouwontwikkeling is dat de toe te voegen voorraad levensloopgeschikt, onder andere goed toegankelijk, moet zijn. Begrenzing kavels Hoge hekwerken of harde (dichte) erfafscheidingen, zoals muren en schuttingen, rond de kavel zijn ongewenst. Een aantal noodzakelijke begrenzingen zijn er al, door de aanwezigheid van de groenblauwe omzoming rondom het Leisurepark in haar totaliteit. Reclame uitingen en verlichting

Duurzame warmte Nieuw te bouwen woningen mogen niet meer worden aangesloten op het aardgasnetwerk. Aansluiting van nieuwe, goed geïsoleerde woningen op een hoog temperatuur warmtenet is niet gewenst. De voorkeur gaat uit naar decentrale en duurzame warmteoplossingen. Voor (geclusterde) nieuwbouw kan dit doorgaans aansluiting op een collectief warmtenet met een lage temperatuur zijn. Een alternatief is een all-electric oplossing. Voor dit gebied is het raadzaam een verkenning uit te voeren naar de verschillende mogelijkheden. In deze verkenning kan o.a. nader onderzoek plaatsvinden naar de benutting van restwarmte van zwembad De Grote Koppel. Ook een eventuele aansluiting op het warmteconcept Smart Polder dat momenteel in Vredenburg/Kronenburg wordt uitgewerkt is wellicht een optie.

Reclamevoering is terughoudend en wordt ingepast in de gevelarchitectuur, is meeontworpen en duidelijk ondergeschikt aan de architectuur. In de welstandsnota van Arnhem zijn richtlijnen opgenomen m.b.t. reclamevoering opgenomen. Hier geldt dat verstrooiing van licht naar de noordelijke en zuidelijke groenstructuur moet worden tegengegaan.

Vanwege het waterwingebied is koude-warmte opslag in de bodem niet toegestaan. Het gebouw moet voldoen aan de BENG norm conform het bouwbesluit.

Afvoer hemelwater

Tijdens het ontwerpen van kavel B moet er rekening gehouden worden met ruimte voor plaatsing van ondergrondse afvalcontainers.

Hemelwater van gebouw en kavel wordt oppervlakkig en vertraagd, via groengoten en bij voorkeur ook groendaken afgevoerd op eigen terrein.

Afval

Nuts-voorzieningen De nutsvoorzieningen moeten inpandig worden aangebracht en met het gebouw mee worden ontwerpen.

Voor de gebruikte afbeeldingen is getracht de rechthebbenden te achterhalen. Daar waar deze achterhaald zijn, is die bron bij de betreffende afbeelding vermeldt.

16

Structuurvisie Arnhem 2020 l doorkijk 2040 10 december 2012

Inhoudsopgave 0

Introductie

1 De hoofdlijnen 1.1 De context 1.2 Ruimtelijke hoofdstructuur 1.3 Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief 1.3.1 Principes 1.3.2 De stad 1.3.3 De stadspassage 1.3.4 De Oost-west zone 2

2 Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief uitgewerkt: thema’s 2.1 Introductie 2.2 Cultuurhistorie 2.2.1 Wat Arnhem tot Arnhem maakt 2.2.2 Ambitie en inzet 2.2.3 Karakteristiek, ambitie en inzet per landschappelijke zone 2.2.4 Beleidskaders 2.3 Groen-blauw raamwerk 2.3.1 Analyse 2.3.2 Ambitie en inzet 2.3.3 Uitwerking ambitie en inzet 2.3.4 beleidskaders 2.4 Mobiliteit 2.4.1 Mobiliteit 2.4.2 Ambitie en inzet 2.4.3 Uitwerking ambitie en inzet 2.5 Energie 2.5.1 Analyse 2.5.2 Ambitie en inzet 2.5.3 Uitwerking ambitie en inzet 2.5.4 Beleidskaders 2.6 Hitte 2.6.1 Hitte 2.6.2 Ambitie en inzet 2.6.3 Beleidskaders 2.7 Milieu 2.7.1 Analyse 2.7.2 Ambitie en inzet 2.7.3 planmer 2.8 Wonen 2.8.1 Analyse 2.8.2 Ambitie en inzet 2.8.3 Uitwerking ambitie en inzet 2.9 Economie 2.9.1 Introductie 2.9.2 Detailhandel 2.9.3 Bedrijventerreinen 2.9.4 Zakelijke dienstverlening 2.9.5 Wijkeconomie 2.9.6 Toerisme en vrije tijd 2.9.7 Zorg en welzijn 2.9.8 Energie en milieutechnologie 2.9.9 Mode en vormgeving

2.10 Ondergrond 2.10.1 Ondergrondse drukte 2.10.2 Ordening van de ondergrond 2.11 Hoogbouw 2.11.1 Introductie 2.11.2 Zes principes voor hoogbouw 3. Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief uitgewerkt: gebieden 3.1 Introductie 3.2 Ruimtelijke milieus: bestaande karakteristiek 3.3 Koersgebieden: ontwikkelen 3.3.1 Gemengd stedelijk gebied Binnenstad: brandpunt van de stad Coehoorn: district voor ontmoeten, werken en wonen Oostelijk Centrumgebied: transitie bij het stadshart Stadsblokken Meinerswijk: ontmoetingsplek tussen Noord en Zuid Centrum Zuid: vernieuwing in 3 kwadranten AKZO terrein: icoon in transformatie 3.3.2 Woonlandschappen Presikhaaf: naoorlogs woongebied herontwikkeld Malburgen Oost en West: de tuinstad opnieuw uitgevonden Schuytgraaf: landschappelijke woonwijk 3.3.3 Buitengebied Noordelijk buitengebied: van achtererf naar voortuin 3.3.4 Werklandschappen Westervoortsedijk Het Broek Kleefse Waard Koningspleij-Noord IJsseloord I IJsseloord II Schaapsdrift Bakenhof Overmaat en Rijkerswoerd Arnhems Buiten 3.3.5 Stationsknooppunten Stationsknooppunt Arnhem Centraal Stationsknooppunt Arnhem Zuid Stationsknooppunt Velperpoort Stationsknooppunt Presikhaaf/Plattenburg Nieuwe stationshalte Pleij Nieuwe stationshalte Arnhems Buiten 4 Uitvoeringsstrategie 4.1 Introductie 4.2 Ruimtelijk programmeren 4.3 Financieringsbronnen 4.4 Gebiedsexploitaties 4.5 Grondbeleid 4.6 Nadere

uitwerkingen Structuurvisie 4.6.1 ‘Stad aan de rivier’ 4.6.2 ‘Wijkvernieuwing in Zuid’ 4.6.3 ‘Duurzame energie’ 4.7 Aandachtspunten voor het vervolg Bijlage 4.1 Kostenverhaal Bijlage 4.2 Overzicht gebiedsexploitaties en ruimtelijke investeringen

Bijlage Organisatie en bijdragen

INTRODUCTIE

1. DE HOOFDLIJNEN

2. RUIMTELIJK ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF UITGEWERKT: THEMA’S 2.1 Introductie

2.2 Cultuurhistorie 2.2.1 Wat Arnhem tot Arnhem maakt Het Arnhem dat we vandaag kennen is het resultaat van een lange en rijke ontwikkelingsgeschiedenis. Door met respect om te gaan met het Arnhems verleden, wordt de aantrekkelijkheid van Arnhem versterkt en wordt een bijdrage geleverd aan de eigen identiteit, een herkenbare leefomgeving, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en kansen voor toerisme en recreatie. De historie en identiteit van de stad wordt voor een belangrijk deel bepaald door gebouwen, maar zeker ook door ruimtelijke elementen zoals landschappen, parken, dijken, wegen of de stedenbouwkundige structuur van een wijk. Voor de structuurvisie is vooral het erfgoed van belang in de vorm van grotere lijnen, gebieden en structuren die betekenis hebben op stedelijke schaal. De ruimtelijke historische elementen die essentieel zijn voor Arnhem als geheel, vormen

samen de cultuurhistorische hoofdstructuur (zie kaartbeeld). Naast deze zichtbare elementen zijn er ook veel ‘verstopte’ getuigen van de geschiedenis (archeologie). De basis van de cultuurhistorische hoofdstructuur

Cultuurhistorische hoofdstructuur Arnhem

van Arnhem wordt gevormd door de vier landschappelijke hoofdzones: het Veluws plateau, de Veluwse gradiënt, rivierzone en de poldergronden. In de historische stadskern ontmoeten deze zones elkaar. De ligging op

het kruispunt van landschappen geeft Arnhem een rijke ruimtelijke diversiteit die uniek is in Nederland. Aan deze landschappelijke basis zijn in de geschiedenis verschillende tijdslagen toegevoegd. De eerste bewoners op de stuwwal 3500 jaar geleden lieten als zichtbare sporen onder meer grafheuvels na. Kort na het begin van de jaartelling werd de Rijn de noordelijke grens van het Romeinse keizerrijk waardoor het grondgebied van Arnhem deel werd van de ‘Limes’. In de middeleeuwen vormde zich de kern van de stad, die nu nog steeds te herkennen is aan het stratenpatroon van de binnenstad. Na die tijd groeide Arnhem uit tot centrum van bestuur en rechtspraak en in de 18e eeuw tot ‘Arnhem de Genoeglijkste’, met riante buitenplaatsen in het groen. In de eerste helft van de 19e eeuw werd de vesting van de stad ontmanteld, waarna stadsuitbreiding plaatsvond voor gefortuneerde burgers: het ‘Haagje van het Oosten’. In de eerste helft van de 20e eeuw volgde industrialisatie en de ‘sprong over de rivier’ met de bouw van Malburgen. In de periode na de tweede wereldoorlog groeide de stad ten zuiden van de Rijn uit tot een stadsdeel met evenveel inwoners als het noorden. De zones gradiënt, kern en rivierzone hebben de sterkste onderlinge samenhang.

Daarnaast zijn de gradiënt en rivierzone onderdeel van doorgaande, bovenlokale structuren met grote betekenis voor de cultuurhistorische samenhang op regionaal, nationaal en internationaal niveau, zoals het ‘Gelders Arcadië’, de IJssellinie, de Slag om Arnhem en de Limes. Het Nederlands deel van de Limes is geplaatst op de voorlopige lijst voor UNESCO werelderfgoed.

2.2.2 Ambitie en inzet De rijkdom van Arnhemse cultuurhistorie is kader en inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. Hierbij ligt het accent op ‘behoud door ontwikkeling’ in plaats van ‘behoud door bescherming’. De cultuurhistorie moet een actieve rol spelen op een vroeg moment in veranderingsprocessen en ontwerpkeuzen. Uitgangspunt is cultuurhistorie als kans in te zetten en niet als beperking. De kansen die cultuurhistorie biedt bij ruimtelijke ontwikkelingen en ingrepen zijn zichtbaar gemaakt op de

Cultuurhistorische kansenkaart. Er wordt gestreefd naar: - Behouden  en versterken van de karakteristieken van de landschappelijke zones, stuwwal, gradiënt, kern, rivierzone en polderzone - Continueren  van de rijke en gevarieerde uitstraling van de gradiënt (‘Gelders Arcadië’) met uitlopers naar de kern in de vorm van groene wiggen, beekdalen en radiaalwegen - Versterken  van de herkenbaarheid van de binnenstad als compacte kern met daarbinnen de middeleeuwse en 19e-eeuwse structuur, en het wederopbouwgebied - Conserveren  van het ‘ruige karakter’ van de riviergronden met daarbinnen de kansen voor het versterken van de onderlinge samenhang van ‘verstopte’ elementen - Continueren  van de structuur van de stuwwal met de in zichzelf gekeerde terreinen - Koesteren  en versterken van de nog aanwezige historische elementen in de poldergronden  - Herbestemmen van waardevolle gebouwen die in toenemende mate hun functie verliezen, zoals kerken en bijzondere kantoorgebouwen  - Zichtbaar maken van het rijke militaire verleden van Arnhem.

Legenda CULTUURHISTORISCHE KANSENKAART Stuwwal grafheuvels conserveren en markeren

Kern continueren compacte kern

radialen versterken en fijnmazig netwerk inzetten voor recreatief gebruik binnen terreinen accenten versterken en poorten zichtbaar houden

relatie met rivier versterken

Gradiënt continueren uitstraling ‘Gelders Arcadië’

dooradering van beken

beken en sprengen versterken groene en rode wiggen koesteren en versterken

Cultuurhistorische Kansenkaart

‘wandeling van Heuvelink’ complementeren

Riviergronden continueren blauw/ groene zone verborgen elementen ontsluiten rivier als militaire grens beleefbaar maken samenhang tussen elementen versterken

Poldergronden elementen behouden en versterken samenhang tussen elementen versterken versterken van radialen, reagerend op elke zone Gemeentegrens

militair verleden zichtbaar maken Cultuurhistorische Kansenkaart Arnhem definitief 100114

2.2.3 Karakteristiek, ambitie en inzet per landschappelijke zone Veluws plateau Ten noorden van de stad liggen de uitgestrekte bossen met beken en heidevelden van de Veluwe met aan de zoom een kleinschalig agrarisch landschap. Het is een groene zone, hoog en droog, waarin verschillende elementen en lijnen ‘verstopt’ liggen: zichtbare en onzichtbare archeologie, een netwerk aan ontginningswegen en radiaalwegen, en terreinen en relicten van militair gebruik. De eerste bewoners vestigden zich ongeveer 3500 jaar geleden op de stuwwal. Grafheuvels zijn de zichtbare sporen van deze vroegste tijd. Na ontbossing (door houtkap voor de ijzerindustrie) en begrazing ontstonden zandverstuivingen die vanaf de 15e eeuw een halt werden toegeroepen, toen land- en bosbouw een nieuwe impuls kreeg onder de geestelijkheid en landheren. Arnhem werd weer groen. Dit groen strekt zich nog steeds als groene wiggen uit tot in het hart van de stad. Droge dalen leenden zich uitstekend voor wegen die uitwaaieren vanuit de kern van de stad. Deze ‘radialen’ voeren door meerdere landschappelijke zones. Rijdend over deze wegen is de overgang van de Veluwe naar de stad goed ervaarbaar. Het Arnhemse buitengebied bleek vanwege de ruimte, bosrijke omgeving en goede toegankelijkheid ideaal voor militaire doeleinden, instellingen voor gezondheidszorg en recreatievoorzieningen.

Daarom richtte men langs de radialen terreinen in voor “ruimtevragende activiteiten”, gekenmerkt door de verborgen ligging in de bossen. Veluwse gradiënt De overgang van de Veluwe naar de rivier en polder kenmerkt zich door zichtbare hoogteverschillen en een afwisseling aan open- en beslotenheid. De zone bevat een rijke schakering aan beekdalen, landgoederen, parken en stedelijke bebouwing. Van oudsher is de zone een aantrekkelijke vestigingsplaats, bestaande uit hoge en lage plekken met water voor mensen, vee en akkers. De beekdalen benadrukken de gradiënten in het landschap. Veel van de beken, die van de stuwwal afstromen in de richting van de rivieren, waren de natuurlijke vestigingsplaats voor de eerste industriële activiteiten. Om beken en daar

gelegen watermolens te voeden, groef men ook kunstmatige ‘beken’ of sprengen. Na de periode van nijverheid werden de beken onderdeel van landgoederen. Een aantal beken is (deels) ondergronds gebracht sinds de 19de eeuw. De groene zone met aantrekkelijke vergezichten trok welgestelden aan om hier landgoederen en buitenplaatsen aan te leggen. Er ontstaat een uitgestrekte zone van landgoederen en buitenplaatsen van Wageningen tot Rheden: het ‘Gelders Arcadië’. De aanleg van het spoor in de tweede helft van de 19e eeuw trok nog meer welgestelden uit het westen en zo ontstond het ‘Haagje van het Oosten’. Arnhem werd nog groener door de ontmanteling van de vestingwerken vanaf 1817. Veel oudIndiëgangers waardeerden de groene en reliëfrijke omgeving van de stad en bouwden villa’s aan radialen zoals de Velperweg en de Utrechtseweg. De latere stedenbouw speelt eveneens in op de hoogteverschillen van Arnhem, wat karakteristieke, reliëfrijke stadswijken heeft opgeleverd. Reliëf zorgde hier ook voor specifieke stedenbouwkundige oplossingen. Panorama’s en zichtlijnen zijn onlosmakelijk verbonden met de kenmerkende hoogteverschillen van Arnhem, zoals bij de Steenen Tafel bij Klarenbeek.

Bijzonder is de plek waar stuwwal en rivier elkaar in de stad ontmoeten in de smalle zone ‘Onderlangs’, westelijk van de binnenstad Rivierzone Het dynamische rivierenlandschap van Rijn en IJssel met hun uiterwaarden is historisch van grote betekenis als militaire grens, als wingebied voor delfstoffen en -nog steeds- als transportaders. De rivieren vormen de grens tussen de hoge, droge gronden en de laag gelegen poldergebieden. Rond 1300 raakten de rivieren door dijken ingesnoerd. De Huissensedijk markeert nu nog de loop van een oude Rijnstrang. Op gezag van hertog Karel van Gelre werd de Rijn tussen 1530 en 1536 naar het noorden verlegd richting de stad, om de handelspositie van Arnhem te versterken. Daardoor kwamen de stadswaarden (Stadsblokken en een deel Malburgen) aan de zuidzijde van de rivier te liggen. De Rijn bleef voor Arnhem de zuidgrens tot aan de jaren ’30 van de vorige eeuw. Toen waagde men de sprong over de rivier met de start van de bouw van de wijk Malburgen. Oude veren en de schipbrug maakten plaats voor bruggen. Plassen

in de uiterwaarden getuigen van kleiwinning. Langs de rivier staan nog enkele steenfabrieken. De rivierzone heeft daarnaast een rijk militair verleden. In de Romeinse tijd was de Limes de noordgrens van het Romeinse rijk. In Meinerswijk aan een voormalige Rijnbocht lag een ‘Castellum’, een Romeins fort. De Limes vormt nu een archeologische zone van Europese betekenis. In de Tweede Wereldoorlog speelde de brug over de rivier een hoofdrol in de Slag om Arnhem. Na die tijd werden de Arnhemse rivieren deel van de ‘IJssellinie’, die in de Koude Oorlog (als opvolger van oudere linies) een lint van militaire verdedigingswerken vormde van Kampen tot Nijmegen. Hiervan zijn langs de IJssel en een deel van de Rijn nog veel sporen zichtbaar.

Verlegging van de Nederrijn na 1530; Stadsblokken en Malburgen komen te liggen op de Zuidoever. Poldergronden De laaggelegen poldergronden stonden onder invloed van de rivier en waren zeer vruchtbaar. In de uiterwaarden liet men vee grazen en in het agrarische landschap was akkerbouw en fruitteelt. De zuidelijke uitbreiding van Arnhem hield weinig rekening met de landschappelijke onderlegger van het polderlandschap. Karakteristiek zijn de historische dijken en wielen (doorbraakgaten), wegen en zegen (waterlopen), boerenerven met boomgaarden en woerden (huisterpen). De dijken en wielen laten zien hoe de Rijn door het gebied heeft geslingerd en uiteindelijk is ingesnoerd. De meest herkenbare historische dijk is de Huissense Dijk, die nu als fietspad in gebruik is. Waar de dijk overgaat in de Drielse Dijk bij Elden en Huissen buigt de dijk om enkele wielen. Wegen en zegen vormen samen met de dijken de historische lijnen in het voormalige agrarische landschap. De belangrijkste

lijn wordt gevormd door de Grift, die met de Griftdijk, de historische verbinding tussen Arnhem en Nijmegen vormde vanaf de 17e eeuw. Tegenwoordig is de brede en dominante A325 de belangrijkste noord-zuid as. De bewaarde smalle wegen en zegen liggen als rechtlijnige elementen tussen de bebouwing van Arnhem-Zuid. Goede voorbeelden zijn de Mooieweg en de Eldense Zeeg. Aan deze lijnen liggen ook de boerenerven met restanten van boomgaarden. De woerden en andere hoger delen zoals donken en rivierduinen duiden op eeuwenoude bewoning en zijn van grote archeologische waarde. De zone van de poldergronden wordt doorsneden door de Limes (oude Romeinse rijkssgrens). Kern De historische kern van Arnhem ligt op het kruispunt van de landschappelijke zones. De stad is ontstaan aan de Jansbeek en kreeg in 1233 stadsrechten. Arnhem ontwikkelde zich als bestuursstad en marktplaats en bouwde een stadsmuur. Een landmark voor Arnhem en omgeving wordt gevormd door de 15e-eeuwse Eusebiuskerk. Het stedelijk weefsel van de historische kern is fijnmazig en heeft een onregelmatig patroon met een kleine korrelgrootte en veel details. Met name het zuidelijke deel van de binnenstad is getroffen tijdens de Slag om Arnhem. De wederopbouw heeft geleid tot een sterk contrast in maat en schaal ten opzichte van de historische binnenstad.

Nieuwe oost-west verbindingen met een breed profiel vormen een onderbreking van het stedelijk weefsel tussen oude stad en rivier. Ondanks de ontmanteling van de vestingwerken in de 19de eeuw is de kern compact gebleven. Op de plaats van de vestingwerken zijn groene singels aangelegd, volgens een plan van Stadsbouwmeester Heuvelink uit 1853. Met de Rijnkade vormen de singels ‘de wandeling’ rond de stad, die vergezichten bood op de stuwwallen ten noorden van de stad en over de Rijn met uiterwaarden. Vanuit de singels waaieren wegen uit naar de omgeving. Aan de singel en Rijnkade werden statige panden gebouwd; toepassing van roomwitte kleuren en specifiek materiaalgebruik verwijzen hierbij naar de term ‘Arnhems Blond’. In deze route rond de stad zijn in de loop der jaren gaten gevallen en de aanhechting aan de rivierkades is verbroken. Rondom de historische kern van Arnhem

bevinden zich meerdere historische kernen van agrarische oorsprong zoals De Praets, Elden en Deelen.

Zone / kenmerken

De ambities en inzet per specifieke landschappelijke zone zijn in de tabel samengevat.

Ambitie

Inzet

Continueren van de structuur en karakteristiek van de stuwwal met de in zichzelf gekeerde terreinen liggend aan radialen

Met respect voor het besloten karakter terreinen meer toegankelijk maken, om “verborgen elementen” beter beleefbaar te maken. Daarbij zijn handhaving van de bestaande sfeer, de poorten en de aantakking op de radialen essentieel. Rijkdom van het militaire verleden van Arnhem zichtbaar maken Versterken van de radialen, waarbij ze reageren op de verschillende landschappelijke zones Conserveren en markeren grafheuvels

Veluws plateau Radiaalwegen, ruimtevragende activiteiten en grafheuvelcomplexen.

Veluwse gradiënt Continuering rijke en gevarieerde Beken en sprengen, landgoederen en buitenplaatsen, uitstraling; Gelders Arcadië met villa’s met een rijke architectuur, groene wiggen van landgoederen reliëfrijke stadswijken, panorama’s en beekdalen afgewisseld door en zichtlijnen en spoorlijnen. reliëfrijke stadswijken

Zichtbaar maken beken en sprengen (o.a. Jansbeek, Molenbeek, Slijpbeek). Koesteren en benadrukken buitenplaatsen als belangrijke dragers van Arnhem. Benadrukken reliëfaccenten (zoals steile wegen en zichtlijnen) in de reliëfrijke stadswijken, met name delen van Geitenkamp, Sonsbeekkwartier en Burgemeesterkwartier. Inzetten op rijke architectuur als inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Benadrukken panorama’s en zichtlijnen zoals Hoogte 80, bij de Stenen Tafel, bij de Bovenoever en Onderlangs. Versterken contrast groene en rode wiggen.

Rivierzone Rijn met havens, kleiwinplassen, steenfabrieken, Limes, gebieden van de Slag om Arnhem, de IJssellinie en bruggen.

Conserveren ‘ruige’ karakter van de riviergronden. Versterken samenhang en ontsluiten ‘verstopte’ elementen (zoals steenfabriek, castellum). Militaire geschiedenis is belangrijke drager.

Zichtbaar maken en ontsluiten Limes. Verbeelden van het Castellum Beleefbaar maken van gebied Slag om Arnhem. Restauratie en beleefbaar maken van de Rijn- en IJssellinie. Vertellen van het verhaal van de Koude Oorlog. Vertellen van het verhaal van de rivierzone. De rivier als militaire grens als ontwerpopgave. Verborgen elementen ontsluiten.

Behouden en versterken aanwezige cultuurhistorische elementen en structuren als dragers voor stedelijke ontwikkeling.

Behouden en benadrukken verschillen historische (smalle) dijken en huidige (brede) dijken. Accentueren historische dijken en wielen. Herkenbaar maken loop van de Grift. Zichtbaar maken en versterken zegen, wegen en linten met boerenerven en boomgaarden. Respecteren historische kernen zoals Elden en de Praets door ze onderscheidend te houden van de omgeving. Behouden en zichtbaar maken van woerden. Bij ontwikkelingen historische relicten optimaal benutten en als basis voor ontwerpopgaven opnemen. Identiteit van de Poldergronden hiermee zichtbaar maken.

Zichtbaar houden van lange ontwikkelingsgeschiedenis en behoud compactheid van de kern binnen de singels; benadrukken van de drie tijdslagen: middeleeuwen, 19e eeuw, wederopbouw.

Zichtbaar en beleefbaar maken vestingwerken (uit de verschillende perioden 1560, 1650 en 1730). Zichtbaar maken van de beken en de ligging aan de rivier. Herstellen van de continuïteit van de ‘Wandeling van Heuvelink’. Koesteren Arnhems Blond bij ver- en nieuwbouw. Herkenbaar houden van de radialen met aantakking aan de singel, continuïteit in opbouw en verloop van stad naar landschap. Conserveren en versterken gebouwen en structuren, kenmerkend voor elke periode. Herinnering aan WOII en de Slag om Arnhem als ontwerpopgave.

Poldergronden Historische dijken en wielen, wegen en zegen, boerenerven met boomgaarden, woerden en terreinen met archeologische waarde.

Kern Vestingwerken, historische kernen, singels, Arnhems Blond, het gebied van de Slag om Arnhem, Eusebiuskerk en ontsluitingswegen.

2.2.4 Beleidskaders Het Arnhemse cultuurhistorisch beleid is geschetst in de beleidsnota Panorama Arnhem (2008). In deze nota wordt het accent verschoven van ‘behoud door bescherming’ naar ‘behoud door ontwikkeling’, zodat de cultuurhistorie op een vroeg moment een actieve rol kan spelen in veranderingsprocessen en ontwerpkeuzen. Uitgangspunt is cultuurhistorie als kans in te zetten in plaats van beperking. Hiertoe zijn verschillende instrumenten ontwikkeld, die inzicht geven in de cultuurhistorische kwaliteiten van Arnhem: op de erfgoedkaart staan de objecten, structuren en gebieden aangegeven die binnen de gemeente van cultuurhistorisch belang zijn. De kaart bevat historisch-geografische, archeologische en monumentale elementen en patronen. De kaart vormt een belangrijke bouwsteen voor bestemmingsplannen. De archeologische verwachtingskaart doet uitspraken over de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Voor de structuurvisie is vooral het erfgoed van belang in de vorm van grotere lijnen, gebieden en structuren die betekenis hebben op stedelijke schaal. Deze zijn weergegeven op het kaartbeeld van de ‘Cultuurhistorische hoofdstructuur’ van Arnhem. Vervolgens is een selectie gemaakt van die cultuurhistorische belangen en structuren die kansen bieden bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in de stad: de ‘Cultuurhistorische Kansenkaart’.

2.7 Milieu 2.7.1 Analyse Arnhem streeft naar een duurzame ontwikkeling van de stad, een optimale leefbaarheid in de stad en een gezonde, veilige en prettige leefomgeving. Een duurzame ontwikkeling van de hele stad kan echter op gespannen voet staan met de leefbaarheid op bepaalde plaatsen in de stad. Een gebiedsgerichte aanpak - het onderscheiden en benoemen van rustige gebieden en gebieden met een hogere milieubelasting – helpt om deze spanning te verlagen. Voor de gezondheid van de bewoners zijn vooral luchtkwaliteit en geluid van betekenis. De luchtkwaliteit als totaal in de stad zal verbeteren doordat de achtergrondconcentratie in geheel Nederland afneemt. Ook hier is evenwel in de stad nog een grote gezondheidswinst te behalen. Bij luchtkwaliteit gaat het om de blootstelling aan fijn stof en stikstofdioxide met als belangrijkste bronnen het wegverkeer en de industrie. Bij geluid gaat het om het lawaai van wegverkeer, railverkeer en industrie. Hoewel wettelijke grenswaarden niet (zullen) worden overschreden is bij een autonome ontwikkeling een verdere toename te verwachten van het aantal woningen met een hoge geluidsbelasting (vanaf 60 dB) en een gezondheidseffect, aan te merken als ‘zeer matig’ tot ‘ruim onvoldoende’. Dit doet zich onder meer voor langs wijkontsluitingswegen.

2.7.2 Ambitie en inzet Streefbeeld milieukwaliteit 2040 De kaart ‘streefbeeld milieukwaliteit 2040’ onderscheidt acht gebiedstypen: centrum, stedelijke zone/knooppunt, HOV knooppunt, stadswijk, bedrijventerrein, stedelijk groen, gemengde groene zone en natuur. Ieder gebiedstype kent zijn eigen ruimtelijke kenmerken en milieukwaliteiten. De typologie geeft richting aan de toekomstige invulling van de ruimte, maar is er ook een afspiegeling van. Zo zal de toekomstige verstedelijking zich zoveel mogelijk toespitsen op plaatsen die door het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) worden ontsloten (gebiedstype: stedelijke zone/knooppunt). De kaart ‘streefbeeld milieukwaliteit 2040’ is mede richtinggevend voor de verdere verstedelijking.

Gebiedsgerichte aanpak Bij de op de kaart gehanteerde gebiedstypen horen milieukwaliteiten die zijn gebaseerd op de (ruimtelijke) kenmerken van de gebieden en de mogelijkheden om in deze gebieden aandacht te besteden aan de maatschappelijke vraagstukken gezondheid, veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De tabel ‘streefbeeld milieukwaliteit per gebiedstype’ geeft een korte, schematische beschrijving van de gebiedstypen. Het betreft niet de huidige milieukwaliteit, maar streefbeelden voor de toekomst (2040). Voor geluid, externe veiligheid en bodem is deze indicatieve kwaliteit aan de hand van milieunormen nader ingevuld en gekwantificeerd in de afzonderlijke beleidsplannen. Binnen een bepaald gebiedstype gelden min of meer gelijke doelstellingen. Bijvoorbeeld in een stadswijk vooral aansturen op een hoge milieukwaliteit. In de stedelijke zone kan de milieukwaliteit wat minder zijn. Technische, architectonische en stedenbouwkundige oplossingen moeten de concessies aan de milieukwaliteit in deze zones wel compenseren. Binnen een gebiedstype kunnen afzonderlijke gebieden nog behoorlijk verschillen. Neem bijvoorbeeld het gebiedstype stadswijk. Daartoe behoren zowel zeer verstedelijkte als zeer groene gebieden (diverse ruimtelijke milieus uit hoofdstuk 3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=43fdfcd1-05fa-4ebe-87c4-6f08386f624c