Bijlage 2a - Zienswijzennota en gebundelde zienswijze (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Gemeenteraad Arnhem Postbus 9029 6800 EL ARNHEM
Datum Onderwerp Ons kenmerk
21 maart 2026 zienswijze veegbesluit Omgevingsplan Arnhem 26029
Geachte raad,
Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Arnhem. Wij waarderen dat de gemeente inzet op: versterking van de ruimtelijke kwaliteit; het tegengaan van ongewenst gebruik van bedrijfsruimten; verduidelijking van regels rond werklocaties. Hieronder zetten wij onze zienswijze uiteen. 1. Kleinschalige bedrijfsunits en bedrijfsverzamelgebouwen Onduidelijkheid en onderbouwing (o.a. 1.000 m² norm) In paragraaf 3.2 is onduidelijk: waar de grens van 1.000 m² op gebaseerd is; hoe de begrippen (zoals categorieën/typen locaties) precies worden gehanteerd; welk bedrijventerrein wordt bedoeld met IJsseloord (is dat IJsseloord 1 of IJsseloord 2). Wij verzoeken om een duidelijke motivering en herkomst van deze norm en eenduidige definities en consistente terminologie. Omvang units (200 - 300 m²) De voorgestelde maatvoering (200 - 300 m²) kan in de praktijk nog steeds leiden tot relatief kleine en beperkt bruikbare eenheden, met name wanneer meerdere bouwlagen worden meegerekend. Tegelijkertijd onderkennen wij dat deze maatvoering voor specifieke locaties, zoals Het Broek, passend kan zijn. Wij vragen aandacht voor: de praktische bruikbaarheid voor ondernemers; het voorkomen van inefficiënt opgedeelde ruimtes; voldoende ruimte voor ontwikkeling van grotere bedrijfspanden, waar aantoonbaar behoefte aan is.
Stimuleren in plaats van beperken (verticale ontwikkeling) De gemeente stuurt op verdichting (FSI 2,5 - 3). Dit biedt kansen om: kleinschalige functies op hogere bouwlagen (2e/3e laag) te faciliteren; het maaiveld vrij te houden voor andere functies. Wij stellen voor om kleinschalige opslag-/bedrijfsunits onder voorwaarden toe te staan op hogere bouwlagen, in plaats van een generieke beperking. Dit sluit beter aan bij het eigen verdichtingsbeleid. Onderscheid bedrijfsunits en storageboxen In het voorstel wordt geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen kleinschalige bedrijfsunits (met een actieve bedrijfsfunctie) en storageboxen. Dit is onwenselijk, omdat beide functies in gebruik, verkeersbelasting en organisatie wezenlijk van elkaar verschillen. De huidige eisen, zoals parkeernormen en de verplichting tot het oprichten van een VvE, lijken vooral te zijn toegesneden op bedrijfsunits en zijn niet passend voor storageboxen. Deze kennen doorgaans een beperkte verblijfsduur en een andere gebruiksdynamiek. Wij verzoeken daarom om een duidelijk onderscheid te maken en per categorie passende, proportionele eisen te formuleren die aansluiten bij het daadwerkelijke gebruik. Toekomstbestendigheid De markt kan over 10 - 15 jaar opnieuw veranderen. Het huidige voorstel biedt weinig flexibiliteit. Wij adviseren een evaluatiemoment of tijdelijke regeling (bijv.
10 - 15 jaar), zodat bij veranderende marktvraag sneller kan worden bijgestuurd. Ongewenst particulier gebruik Wij ondersteunen nadrukkelijk het tegengaan van oneigenlijk gebruik, zoals bewoning, gebruik als mancave, s Wij verzoeken om dit expliciet te maken en te zorgen voor handhaafbare regels. Positieve elementen Wij waarderen de aandacht voor VvE-structuren en eisen aan buitenruimte (verlichting, groen, fietsenstalling). 2. Proces en participatie Wij constateren dat participatie formeel plaatsvindt, maar inhoudelijk vaak pas laat invloed mogelijk is. Wij verzoeken om vroegtijdige en inhoudelijke betrokkenheid van ondernemers en transparantie over gemaakte keuzes en afwegingen. 3. Conclusie Wij ondersteunen de ambitie van de gemeente Arnhem om werklocaties kwalitatief te verbeteren en specifiek de door StAB gevraagde regelgeving rond bedrijfsunits. Tegelijkertijd achten wij het voorstel op onderdelen onvoldoende onderbouwd en vragen wij uw raad om:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
betere onderbouwing van normen en keuzes; duidelijke definities en consistente terminologie; ruimte voor flexibiliteit en toekomstige marktvraag; stimulering van verticale ontwikkeling; onderscheid tussen bedrijfsunits en storageboxen; duidelijke en handhaafbare regels tegen oneigenlijk gebruik; transparantie over participatie en betrokkenheid van de markt.
Wij zijn graag bereid deze zienswijze nader toe te lichten. Met vriendelijke groet,
W.G. Groothedde, voorzitter
Keizerstraat 19 7411 HD Deventer
T 0570 61 30 15 info@schoemaker.nu
www.schoemaker.nu
Schoemaker Advocaten is een kostenmaatschap en samenwerkingsverband van zelfstandige advocatenpraktijken: Bekooy Advocatuur BV (KvK 94272115), Mühlstaff Advocatuur BV (KvK 38024349) en Nauta Advocatuur BV (KvK 09170702). Alle werkzaamheden worden verricht krachtens een overeenkomst van opdracht aangegaan e n uitgevoerd door de zelfstandige advocatenpraktijk. Hierop zijn de algemene voorwaarden van Schoemaker Advocaten van toepassing. Daarin is o.a. de aansprakelijkheid van de advocaat wegens tekortkoming of beroepsfout beperkt tot het bedrag dat de beroepsaansprakelijkheidsverzekering uitkeert in het betreffende geval, vermeerderd met het eigen risico. De voorwaarden zijn beschikbaar op onze website.
per eenheid of per eenheid of unit ter plaatse van bedrijven-
plexen met units van deze omvang speelt verrommeling en verloedering namelijk ook onder an-