Bijlage 2 - Wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021
Tekst van het document
Zaaknummer: 566741
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 april 2021, zaaknummer 566741; gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; besluit: vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2021 Artikel I 2021
Wijziging Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
A. Artikel 5 wordt wordt vervangen en komt als volgt te luiden: 'Artikel 5. Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 mei 2021.' B. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: - in de leden 1 tot en met 5 wordt het woord 'belastingjaar' vervangen door: belastingtijdvak; - in de leden 2 en 3 wordt het woord 'twaalfde' vervangen door: vijfde. C. In artikel 9, eerste lid, wordt 'artikel 5' vervangen door: artikel 6. D. In artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: - in lid 2 wordt het bedrag '€ 36,80' vervangen door: € 15,35; - in lid 2 wordt het woord 'belastingjaar' vervangen door: belastingtijdvak. E. Onderdeel 1.1 van de tarieventabel wordt vervangen en komt als volgt te luiden: ‘1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingtijdvak € 67,75.' F. In onderdeel 2.1 van hoofdstuk 2 van de tarieventabel en in onderdeel 2.2 van hoofdstuk 4 van de tarieventabel wordt het woord ‘belastingjaar’ vervangen door: belastingtijdvak.
Artikel II Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit wordt aangehaald als: Eerste wijziging Verordening afvalstoffenheffing 2021. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2021.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 26 mei 2021. De griffier,
De voorzitter,
Zaaknummer: 566741
Toelichting op de wijzigingsverordening Bestaande tekst
Nieuwe tekst
VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2021 Artikel 5. Belastingjaar
Artikel 5. Belastingtijdvak
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar
Het belastingtijdvak loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 mei 2021.
Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht als bedoeld in het vorige lid in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd aan het begin van het belastingjaar. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd aan het einde van het belastingjaar. 6. De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht als bedoeld in het vorige lid in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel vijfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel vijfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd aan het begin van het belastingtijdvak. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd aan het einde van het belastingtijdvak. 6. De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
Artikel 9. Termijnen van betaling bij heffing bij wege van mondelinge dan wel schriftelijke kennisgeving
Artikel 9. Termijnen van betaling bij heffing bij wege van mondelinge dan wel schriftelijke kennisgeving
1. De belasting moet worden betaald indien de kennisgeving als bedoeld in artikel 5, tweede lid:
1. De belasting moet worden betaald indien de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid:
Zaaknummer: 566741
a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10.
Artikel 10.
Kwijtschelding
Kwijtschelding
1. Voor de belasting die volgt uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend. 2. Voor de belasting die volgt uit hoofdstuk 2 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend tot een maximum van € 36,80 per lid van het huishouden voor het belastingjaar. Om het aantal leden van een huishouden te bepalen geldt de inschrijving in de Basisregistratie personen (Brp) op het moment van ontstaan van de belastingschuld. 3. Voor de kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid is het aantal leden per huishouden gemaximeerd op 5.
1. Voor de belasting die volgt uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend. 2. Voor de belasting die volgt uit hoofdstuk 2 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend tot een maximum van € 15,35 per lid van het huishouden voor het belastingtijdvak. Om het aantal leden van een huishouden te bepalen geldt de inschrijving in de Basisregistratie personen (Brp) op het moment van ontstaan van de belastingschuld. 3. Voor de kwijtschelding als bedoeld in het tweede lid is het aantal leden per huishouden gemaximeerd op 5.
TARIEVENTABEL HOOFDSTUK 1 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING VAST TARIEF
HOOFDSTUK 1 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING VAST TARIEF
1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 162,60
1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingtijdvak € 67,75
HOOFDSTUK 2 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING VARIABELE DEEL
HOOFDSTUK 2 MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING VARIABELE DEEL
2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 wordt een variabele belasting geheven voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, gebaseerd op het aantal aanbiedingen in het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht.
2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 wordt een variabele belasting geheven voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, gebaseerd op het aantal aanbiedingen in het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht.
HOOFDSTUK 4 MAATSTAVEN EN OVERIGE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING
HOOFDSTUK 4 MAATSTAVEN EN OVERIGE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING
2.2 Voor het door de gemeente aan huis laten ophalen van:
2.2 Voor het door de gemeente aan huis laten ophalen van:
Zaaknummer: 566741
grofvuil, maximaal 1 m3 per keer € 36,50 Bij huishoudens die kwijtschelding ontvangen voor de afvalstoffenheffing wordt grofvuil maximaal twee keer per belastingjaar per huishouden gratis aan huis opgehaald.
grofvuil, maximaal 1 m3 per keer € 36,50 Bij huishoudens die kwijtschelding ontvangen voor de afvalstoffenheffing wordt grofvuil maximaal twee keer per belastingtijdvak per huishouden gratis aan huis opgehaald.