CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - WAS-WORDT horeca artikelen APV

Politieke Avond 16 februari 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Wijziging van de APV Hoofdstuk 1, en afdelingen openbare inrichtingen en nachtverblijven7.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Huidige regeling Apv

Voorstel wijziging

Artikel 2.3.1.1 Begripsomschrijvingen 1.

Onder horeca-inrichting wordt in deze paragraaf verstaan: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bij wijze van hoofdfunctie of overwegende nevenfunctie, en bedrijfsmatig of anders dan om niet,

Artikel 2.3.1.1 Begripsomschrijvingen 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, lunchroom, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het

logies wordt verstrekt, dranken worden

publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin

geschonken, spijzen voor directe

bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij

consumptie worden bereid of verstrekt

bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of

dan wel drugs - niet zijnde middelen

dranken worden geschonken of rookwaren of

als bedoeld in artikel 2 of 3 van de

spijzen worden bereid of verstrekt dan wel

Opiumwet - voor gebruik ter plaatse

drugs - niet zijnde middelen als bedoeld in

worden verstrekt. Onder een horecainrichting worden in ieder geval

artikel 2 of 3 van de Opiumwet - voor gebruik ter plaatse worden verstrekt.

verstaan: een hotel, pension, restaurant, lunchroom, café, cafetaria, snackbar, discotheek en afhaalcentrum. 2.

Onder horeca-inrichting als bedoeld in

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde

het eerste lid wordt mede verstaan:

besloten ruimte liggend deel waar sta- of

een bij deze inrichting behorend terras

zitgelegenheid kan worden geboden en

en de andere aanhorigheden.

waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte

3.

Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de besloten

buiten de besloten ruimte van de openbare

ruimte van de horeca-inrichting liggend

inrichting liggend deel van de inrichting waar

deel van de inrichting waar sta- of

sta- of zitgelegenheid wordt geboden en waar

zitgelegenheid wordt geboden en waar

de mogelijkheid bestaat vanuit de openbare

de mogelijkheid bestaat door de horeca-inrichting verstrekte eet- en drinkwaren te nuttigen. 4.

Onder exploitant wordt in deze

inrichting verstrekte eet- en drinkwaren te nuttigen. 4. Onder exploitant wordt in deze paragraaf

paragraaf verstaan: de natuurlijke- of

verstaan: de natuurlijke- of rechtspersoon voor

rechtspersoon voor wiens rekening en

wiens rekening en risico een openbare

risico een horeca-inrichting wordt

inrichting wordt geëxploiteerd.

geëxploiteerd. 5.

3. Een terras in de zin van deze paragraaf is een

5. Onder beheerder wordt in deze paragraaf

Onder beheerder wordt in deze

verstaan: de persoon die de onmiddellijke

paragraaf verstaan: de persoon die de

feitelijke leiding uitoefent in een openbare

onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een horeca-inrichting.

inrichting.

6.

Onder afhaalcentrum wordt in deze paragraaf verstaan: een inrichting waar uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse gerede eetwaren worden verstrekt.

6. Onder afhaalcentrum wordt in deze paragraaf verstaan: een openbare inrichting zonder terras waar uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse gerede eetwaren worden bereid en verstrekt.

7.

Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:

a.

7. Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers: a.

de exploitant, de beheerder, personeel,

de gezinsleden van de exploitant,

de gezinsleden van de exploitant,

alsmede zijn elders wonende bloed en

alsmede zijn elders wonende bloed en

aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt,

aanverwanten, in de rechte lijn

in de zijlijn tot en met de derde graad;

onbeperkt, in de zijlijn tot en met de

b.

derde graad; de personen die

Wetboek van Strafrecht, alsmede

in artikel 438 van het Wetboek van

personen bedoeld in artikel 438, derde lid,

Strafrecht,

c.

van het Wetboek van Strafrecht;

alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van

de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het

voorkomen in het register als bedoeld

b.

de exploitant, de beheerder, personeel,

c.

de personen wier aanwezigheid in de

Strafrecht;

inrichting wegens dringende redenen

de personen wier aanwezigheid in de

noodzakelijk is.

inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artikel 2.3.1.2 Vergunningplicht 1.

1. Het is verboden een openbare inrichting te

te exploiteren zonder vergunning van

exploiteren zonder vergunning van de

de burgemeester. 2.

Artikel 2.3.1.2 Vergunningplicht

Het is verboden een horeca-inrichting

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

burgemeester. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.3.1.3 Vrijstelling e.a. 1.

De burgemeester kan:

a.

besluiten dat een of meer in het besluit

Artikel 2.3.1.3 Vrijstelling e.a. 1. De burgemeester kan: a.

aangeduide soorten horeca-

aangeduide soorten openbare

inrichtingen in de gehele gemeente

inrichtingen in de gehele gemeente dan

dan wel in een of meer daarin

wel in een of meer daarin aangewezen

aangewezen gedeelten van de

gedeelten van de gemeente zijn

gemeente zijn vrijgesteld van de in

b.

artikel 2.3.1.2 omschreven

vrijgesteld van de in artikel 2.3.1.2

vergunningplicht;

omschreven vergunningplicht;

nadere voorwaarden stellen aan de

b.

onder a genoemde vrijstelling; c.

voor een bepaald gebied en/of een of

c.

grenzen stellen aan de in de vergunning

vergunning te vermelden

te vermelden openingstijden;

openingstijden;

e.

d.

voor een bepaald gebied en/of een of

meer soorten horeca-inrichtingen

meer soorten openbare inrichtingen

vrijstelling verlenen van de op grond

vrijstelling verlenen van de op grond

van deze paragraaf voorgeschreven

van deze paragraaf voorgeschreven

sluitingstijden;

sluitingstijden;

door middel van aan een vergunning te verbinden voorschriften nadere eisen stellen aan de exploitatie van een bepaalde soort horeca-inrichting.

2.

voor een bepaald gebied en/of een of meer soorten openbare inrichtingen

grenzen stellen aan de in de

voor een bepaald gebied en/of een of

nadere voorwaarden stellen aan de onder a genoemde vrijstelling;

meer soorten horeca-inrichtingen

d.

besluiten dat een of meer in het besluit

De exploitatie van een horecainrichting welke is vrijgesteld van de in artikel 2.3.1.2 omschreven

e.

door middel van aan een vergunning te verbinden voorschriften nadere eisen stellen aan de exploitatie van een bepaalde soort openbare inrichting.

2. De exploitatie van een openbare inrichting welke is vrijgesteld van de in artikel 2.3.1.2

vergunningplicht, moet zodanig

omschreven vergunningplicht, moet zodanig

geschieden dat daardoor de woon- en

geschieden dat daardoor de woon- en

leefsituatie in de omgeving van de

leefsituatie in de omgeving van de openbare

horeca-inrichting of de openbare orde

inrichting of de openbare orde niet op

niet op ontoelaatbare wijze nadelig

ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

wordt beïnvloed.

Artikel 2.3.1.4 Aanvraag vergunning 1.

De burgemeester stelt voor het indienen van aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 een formulier vast.

2.

Bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 worden overgelegd:

a.

artikel 2.3.1.2 een formulier vast. 2. Bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 worden overgelegd: a. een bewijs van inschrijving in het

handelsregister bij de Kamer van

Koophandel; b. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant

een bewijs waaruit blijkt dat de

gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte

exploitant gerechtigd is tot het gebruik

bestemd voor de openbare inrichting;

horeca-inrichting; een kopie van een identiteitsbewijs van de exploitant en van elke beheerder. 3.

aanvragen voor een vergunning als bedoeld in

handelsregister bij de Kamer van

van de ruimte bestemd voor de c.

1. De burgemeester stelt voor het indienen van

een bewijs van inschrijving in het Koophandel;

b.

Artikel 2.3.1.4 Aanvraag vergunning

Per horeca-inrichting kan niet meer dan een aanvraag gelijktijdig in behandeling worden genomen.

c. een kopie van een identiteitsbewijs van de exploitant en van elke beheerder. 3. Per openbare inrichting kan niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling worden genomen.

Artikel 2.3.1.5 Beslistermijn 1.

De burgemeester beslist binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.

2.

De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste twee maanden verdagen. De aanvrager wordt voor

3.

a.

2. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. De aanvrager wordt voor afloop van de in het eerste lid

bedoelde termijn schriftelijk in kennis

van het besluit tot verdaging.

gesteld van het besluit tot verdaging.

3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid

In afwijking van het bepaalde in het

houdt de burgemeester de beslissing op de

eerste lid houdt de burgemeester de

aanvraag aan indien met betrekking tot het

beslissing op de aanvraag aan:

oprichten van de openbare inrichting of het

indien met betrekking tot het oprichten

verbouwen van een gebouw tot openbare

vereist en over deze vergunning nog niet is beslist; indien met betrekking tot het oprichten

inrichting een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of voor het gebruik van de gronden is vereist en over deze vergunning nog niet is beslist.

van de- of het verbouwen tot horeca-

4. De in het derde lid bedoelde aanhouding

inrichting een vrijstelling op grond van

eindigt zes weken nadat is beslist op de

de Wet op de Ruimtelijke Ordening is

aanvraag om een omgevingsvergunning.

vereist en over deze vrijstelling nog niet is beslist; of indien met betrekking tot het oprichten van de horeca-inrichting een leefmilieuvergunning is vereist en over deze vergunning nog niet is beslist. 4.

na ontvangst van de aanvraag.

bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld

inrichting een bouwvergunning is

c.

1. De burgemeester beslist binnen twaalf weken

afloop van de in het eerste lid

van de- of het verbouwen tot horeca-

b.

Artikel 2.3.1.5 Beslistermijn

De in het derde lid bedoelde aanhouding eindigt zes weken nadat is beslist op de aanvraag om een bouwvergunning, vrijstelling of leefmilieuvergunning.

Artikel 2.3.1.6 Weigeringsgronden De burgemeester weigert de vergunning, indien: a.

de vestiging of exploitatie van de beoogde horeca-inrichting strijd

Artikel 2.3.1.6 Weigeringsgronden De burgemeester weigert de vergunning, als: a.

openbare inrichting in strijd is met een

oplevert met een geldend

b.

de vestiging of de exploitatie van de

bestemmingsplan, een

geldend bestemmingsplan,

leefmilieuverordening of de

beheersverordening, exploitatieplan,

Huisvestingswet;

voorbereidingsbesluit of de

naar zijn oordeel door de

Huisvestingswet;

aanwezigheid van de horeca-inrichting

b.

het woon- en leefklimaat in de naaste

naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en

omgeving op ontoelaatbare wijze

leefsituatie in de omgeving van de

nadelig wordt beïnvloed;

openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

c.

er sprake is van een dusdanige hoge

c.

concentratie van horeca-inrichtingen in

concentratie van openbare inrichtingen

een bepaald gebied dat er naar zijn

in een bepaald gebied dat er naar zijn

oordeel sprake is van een

oordeel sprake is van een ontoelaatbare

ontoelaatbare aantasting van het

aantasting van het woon- en leefklimaat

woon- en leefklimaat dan wel van een

dan wel van een onaanvaardbaar risico

onaanvaardbaar risico van mogelijke

van mogelijke verstoringen van de

verstoringen van de openbare orde; d.

openbare orde;

de horeca-inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van

d.

onmiddellijke nabijheid van andersoortige

winkels met een dusdanig andere

openbare inrichtingen of winkels met een

bezoekersgroep, dat de ontmoeting

dusdanig andere bezoekersgroep, dat de

tussen de verschillende

ontmoeting tussen de verschillende

bezoekersgroepen tot verstoringen van

bezoekersgroepen tot verstoringen van

de openbare orde aanleiding kan

de openbare orde aanleiding kan geven; e.

de horeca-inrichting niet voldoet aan

2.3.1.12;

2.3.1.12; de exploitant of beheerder onder

f.

staat, uit het ouderlijke gezag of voogdij

of voogdij ontzet is dan wel de leeftijd

ontzet is dan wel de leeftijd van

van eenentwintig jaar nog niet heeft

eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt; g.

de exploitant of beheerder niet voldoet

de exploitant of beheerder niet voldoet

aan de in het Alcoholbesluit gestelde

aan de in het Besluit eisen zedelijk

eisen ten aanzien van het zedelijke

gedrag Drank- en Horecawet 1999 gestelde eisen ten aanzien van het zedelijke gedrag van leidinggevenden; h.

de exploitant of beheerder onder curatele

curatele staat, uit het ouderlijke gezag

bereikt; g.

de openbare inrichting niet voldoet aan de inrichtingseisen, gesteld in artikel

de inrichtingseisen, gesteld in artikel f.

de openbare inrichting gevestigd is in de

andersoortige horeca-inrichtingen of

geven; e.

er sprake is van een dusdanige hoge

redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand

gedrag van leidinggevenden; h.

redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in

niet met het in de aanvraag voor de

de aanvraag voor de vergunning

vergunning vermelde in

vermelde in overeenstemming zal zijn; of

overeenstemming zal zijn; of i.

de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar veiligheidsof gezondheidsrisico of een risico voor de openbare orde ontstaat.

i.

de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar veiligheids- of gezondheidsrisico of een risico voor de openbare orde ontstaat.

Artikel 2.3.1.7 Voorschriften en beperkingen 1.

1. De burgemeester kan aan een vergunning

vergunning voorschriften en

voorschriften en beperkingen verbinden.

beperkingen verbinden. 2.

De in het eerste lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen in ieder geval betrekking hebben op:

a.

Artikel 2.3.1.7 Voorschriften en beperkingen

De burgemeester kan aan een

de openings- en sluitingstijden van de

2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen in ieder geval betrekking hebben op: a.

openbare inrichting;

horeca-inrichting; b.

c.

de verkoop van dranken en eetwaren

b.

de verkoop van dranken en eetwaren

via een loket of automaat vanuit of van

via een loket of automaat vanuit of van

buiten de besloten ruimte van de

buiten de besloten ruimte van de

horeca-inrichting;

openbare inrichting;

de wijze waarop handelsreclame mag

c.

worden gevoerd; d.

afvalpreventie en afvalverwijdering.

3.

De burgemeester kan te allen tijde de aan een vergunning verbonden

de wijze waarop handelsreclame mag worden gevoerd;

d.

afvalpreventie en afvalverwijdering.

3. De burgemeester kan te allen tijde de aan een

voorschriften en beperkingen wijzigen

vergunning verbonden voorschriften en

of nieuwe voorschriften en

beperkingen wijzigen of nieuwe voorschriften

beperkingen aan de vergunning

en beperkingen aan de vergunning verbinden.

verbinden. 4.

de openings- en sluitingstijden van de

4. Het is verboden te handelen in strijd met de

Het is verboden te handelen in strijd

aan de vergunning verbonden voorschriften en

met de aan de vergunning verbonden

beperkingen.

voorschriften en beperkingen. Artikel 2.3.1.8 De vergunning 1.

De burgemeester vermeldt in een vergunning:

a.

de exploitant;

b.

tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

c.

de plaats waar de horeca-inrichting zich bevindt;

d.

de voorschriften en beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.

2.

De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de

3.

1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de exploitant; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. het adres van de openbare inrichting; d. de voorschriften en beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de beheerders. 3. De vergunning en het daarbij behorende

beheerders.

aanhangsel, of afschriften daarvan, zijn in de

De vergunning en het daarbij

openbare inrichting aanwezig.

behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, zijn in de horeca-inrichting aanwezig. 4.

Artikel 2.3.1.8 De vergunning

De vergunning wordt op naam van de exploitant gesteld en is niet overdraagbaar.

4. De vergunning wordt op naam van de exploitant gesteld en is niet overdraagbaar.

Artikel 2.3.1.8a 1.

Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens:

a.

een persoon als beheerder te laten

Artikel 2.3.1.8a Melding nieuwe beheerder 1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens: a.

bijschrijven; b. 2. 3. a.

Deze melding geldt als aanvraag tot

b.

een persoon als beheerder te laten uitschrijven.

wijziging van het aanhangsel.

Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van

De burgemeester weigert de wijziging

het aanhangsel.

van het aanhangsel:

2. De burgemeester weigert de wijziging van het

indien de persoon bedoeld in het

aanhangsel indien de persoon bedoeld in het

eerste lid, niet voldoet aan de in het

eerste lid, niet voldoet aan de in het

Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en

Alcoholbesluit gestelde eisen ten aanzien van

Horecawet 1999 gestelde eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van leidinggevenden; b.

bijschrijven;

een persoon als beheerder te laten uitschrijven.

een persoon als beheerder te laten

in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

het zedelijk gedrag van leidinggevenden.

Artikel 2.3.1.9 Intrekkingsgronden 1.

De burgemeester trekt de vergunning

Artikel 2.3.1.9 Intrekkingsgronden 1.

in, indien: a.

De burgemeester trekt de vergunning in, indien:

blijkt dat de vergunning is verleend ten

a. blijkt dat de vergunning is verleend ten

gevolge van een onjuiste of

gevolge van een onjuiste of onvolledige

onvolledige opgave en de vergunning

opgave en de vergunning bij een

bij een volledige en juiste opgave niet b.

zou zijn verleend;

volledige en juiste opgave niet zou zijn

door de wijze van exploitatie de

verleend; b. door de wijze van exploitatie de openbare

openbare orde wordt aangetast of c.

dreigt te worden aangetast;

orde wordt aangetast of dreigt te worden

de exploitant of beheerder niet langer

aangetast;

voldoet aan de in het Besluit eisen

c. de exploitant of beheerder niet langer

zedelijk gedrag Drank- en Horecawet

voldoet aan de in het Alcoholbesluit

1999 gestelde eisen ten aanzien van

gestelde eisen ten aanzien van het

het zedelijke gedrag van

zedelijke gedrag van leidinggevenden.

leidinggevenden. 2. a.

De burgemeester kan de vergunning

2.

De burgemeester kan de vergunning

intrekken, indien:

intrekken, indien:

naar zijn oordeel de omstandigheden

a. naar zijn oordeel de omstandigheden op

op grond waarvan de vergunning is

grond waarvan de vergunning is

afgegeven, zodanig zijn gewijzigd dan

afgegeven, zodanig zijn gewijzigd dan wel

wel de exploitatie van de horeca-

de exploitatie van de openbare inrichting

inrichting op een zodanige wijze

op een zodanige wijze plaatsvindt, dat het

plaatsvindt, dat het woon- en

woon- en leefklimaat in de naaste

leefklimaat in de naaste omgeving op

omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig

ontoelaatbare wijze nadelig wordt

wordt beïnvloed;

beïnvloed; b.

c.

d.

gehandeld wordt in strijd met de aan

b. gehandeld wordt in strijd met de aan de

de vergunning verbonden voorschriften

vergunning verbonden voorschriften en

en beperkingen;

beperkingen;

er sprake is van een gewijzigde

c. er sprake is van een gewijzigde

exploitatie waarvoor geen nieuwe

exploitatie waarvoor geen nieuwe

vergunning is aangevraagd;

vergunning is aangevraagd;

het bij artikel 2.3.1.11 gesteld verbod

d. het bij artikel 2.3.1.11 gesteld verbod

wordt overtreden; e.

niet meer wordt voldaan aan de inrichtingseisen, gesteld in artikel

wordt overtreden; e. niet meer wordt voldaan aan de inrichtingseisen, gesteld in artikel

2.3.1.12; f.

2.3.1.12;

de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is en

f.

de exploitant of beheerder in enig opzicht

daardoor een aantoonbaar veiligheids-

van slecht levensgedrag is en daardoor

of gezondheidsrisico of een risico voor

een aantoonbaar veiligheids- of

de openbare orde.

gezondheidsrisico of een risico voor de openbare orde; g. een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op

grond van artikel 2.3.1.8a, eerste lid om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2.3.1.8a, tweede lid.

Artikel 2.3.1.10 Vervallen van de vergunning 1.

De vergunning vervalt, indien:

a.

sedert haar verlening onherroepelijk is

Artikel 2.3.1.10 Vervallen van de vergunning De vergunning vervalt, indien: a. sedert haar verlening onherroepelijk is

geworden, zes maanden zijn verlopen,

geworden, zes maanden zijn verlopen,

zonder dat handelingen zijn verricht

zonder dat handelingen zijn verricht met

met gebruikmaking van de vergunning; b.

c.

gebruikmaking van de vergunning;

gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen

b. gedurende een jaar anders dan wegens

zijn verricht met gebruikmaking van de

overmacht geen handelingen zijn verricht

vergunning;

met gebruikmaking van de vergunning;

de op de vergunning vermelde

c. de op de vergunning vermelde beheerder

beheerder deze hoedanigheid heeft

deze hoedanigheid heeft verloren;

verloren; d.

d. een vergunning, strekkende tot

een vergunning, strekkende tot

vervanging van de eerstbedoelde

vervanging van de eerstbedoelde

vergunning, van kracht is geworden.

vergunning, van kracht is geworden.

Artikel 2.3.1.11 Aanwezigheid beheerder Het is verboden een horeca-inrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in de horeca-

Artikel 2.3.1.11 Aanwezigheid beheerder Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in de openbare

inrichting aanwezig is.

inrichting aanwezig is.

Artikel 2.3.1.12 Inrichtingseisen

Artikel 2.3.1.12 Inrichtingseisen

1.

De horeca-inrichting moet voldoen aan

1.

de inrichtingseisen, zoals deze in het

inrichtingseisen, zoals deze bij of krachtens

Besluit eisen inrichtingen Drank- en

de Alcoholwet en het Bouwbesluit worden

Horecawet worden gesteld aan

gesteld.

inrichtingen waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend. 2.

2.

Het in het eerste lid gestelde gebod is niet van toepassing op openbare inrichtingen

Het in het eerste lid gestelde gebod is niet van toepassing op horeca-

voor de exploitatie waarvan tevens een

inrichtingen voor de exploitatie

vergunning als bedoeld in artikel 3 van de

waarvan tevens een vergunning als

Alcoholwet is vereist en op openbare

bedoeld in artikel 3 van de Drank- en

inrichtingen die als afhaalcentrum worden

Horecawet is vereist en op horeca-

aangemerkt.

inrichtingen die als afhaalcentrum worden aangemerkt. 3.

De openbare inrichting moet voldoen aan de

In bijzondere gevallen kan de burgemeester voor wat betreft horecainrichtingen die niet vergunningplichtig

3.

In bijzondere gevallen kan de burgemeester voor wat betreft openbare inrichtingen die niet vergunningplichtig zijn op grond van de Alcoholwet vrijstelling verlenen van een of

zijn op grond van de Drank- en

meerdere inrichtingseisen zoals bedoeld in

Horecawet vrijstelling verlenen van een

het eerste lid.

of meerdere inrichtingseisen zoals bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.3.1.13 Terrassen 1. Het is verboden zonder vergunning

Artikel 2.3.1.13 Terrassen 1. Het is verboden zonder vergunning van de

van de burgemeester de weg of een

burgemeester de weg of een weggedeelte te

weggedeelte te gebruiken voor het

gebruiken voor het plaatsen en exploiteren van

plaatsen van een bij een horeca-

een bij een openbare inrichting behorend

inrichting behorend terras. 2.

Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing indien voldaan wordt

terras. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing als voldaan wordt aan de volgende

aan de volgende voorwaarden: a.

voorwaarden:

het terras wordt geplaatst op het voor

a.

de voetgangers bestemde gedeelte

voetgangers bestemde gedeelte van de

van de weg; b.

weg;

indien het terras op een weg wordt b.

geplaatst die mede bestemd is voor

c.

geplaatst die mede bestemd is voor

doorgang van 1,5 meter voor

voertuigen, dient een minimale doorgang

voetgangers te worden vrijgehouden;

van 1,5 meter voor voetgangers te

op wegen of weggedeelten enkel

worden vrijgehouden; c.

bestemd voor voetgangers dient te allen

doorgang van minimaal 3,5 meter

tijde een vrije en onbelemmerde

aanwezig te zijn ten behoeve van

doorgang van minimaal 3,5 meter

hulpdiensten;

aanwezig te zijn ten behoeve van

het terras mag slechts voor en

hulpdiensten; d.

aansluitend aan het pand van de

geplaatst en enkel gedurende de

betreffende openbare inrichting worden

openingstijden daarvan;

geplaatst en enkel gedurende de

het terras mag maximaal twee meter

openingstijden daarvan; e.

het terras is niet gelegen in het f.

in artikel 2.3.1.15, zesde lid, in de

artikel 2.3.1.15, zesde lid, in de

winkelcentra Kronenburg en

Steenstraat noordzijde of in de

Presikhaaf;

winkelcentra Kronenburg en Presikhaaf;

de horeca-inrichting waar het terras bij

g.

wordt geplaatst is geen afhaalcentrum. De burgemeester weigert de in het eerste lid bedoelde vergunning indien

3. De burgemeester weigert de in het eerste lid bedoelde vergunning als de vergunning ex artikel 2.3.1.2 is geweigerd.

een afhaalcentrum is. De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren:

de openbare inrichting waar het terras bij wordt geplaatst is geen afhaalcentrum.

de desbetreffende horeca-inrichting

4.

het terras is niet gelegen in het horecaconcentratiegebied als bedoeld in

Steenstraat noordzijde of in de

3.

het terras mag maximaal twee meter breed zijn;

horecaconcentratiegebied als bedoeld

g.

het terras mag slechts voor en

betreffende horeca-inrichting worden

breed zijn; f.

op wegen of weggedeelten enkel

allen tijde een vrije en onbelemmerde

aansluitend aan het pand van de

e.

indien het terras op een weg wordt

voertuigen, dient een minimale

bestemd voor voetgangers dient te

d.

het terras wordt geplaatst op het voor de

4.

De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren, als:

a.

indien het beoogde gebruik schade

a.

toebrengt aan de weg dan wel gevaar

aan de weg dan wel gevaar oplevert voor

oplevert voor de bruikbaarheid van de

de bruikbaarheid van de weg of voor het

weg of voor het doelmatig en veilig

doelmatig en veilig gebruik daarvan;

gebruik daarvan; b.

b.

indien dat gebruik een belemmering

onderhoud van de weg;

beheer en onderhoud van de weg; c.

indien het beoogde gebruik – hetzij op

voldoet aan redelijke eisen van welstand;

omgeving – niet voldoet aan redelijke d.

eisen van welstand;

zich ten aanzien van het beoogde gebruik een van de in artikel 2.3.1.6, aanhef en

indien zich ten aanzien van het beoogde gebruik een van de in artikel

onder a, b, c of d genoemde

2.3.1.6, aanhef en onder a, b, c of d

weigeringsgronden voordoet; e.

genoemde weigeringsgronden

5.

het beoogde gebruik – hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving – niet

zichzelf, hetzij in verband met de

d.

dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatige beheer en

kan worden voor het doelmatige

c.

het beoogde gebruik schade toebrengt

er voor één of meer samenlopende

voordoet.

concurrerende terrassen aanvragen

Het bepaalde in het eerste en tweede

zijn ingediend.

lid geldt niet, voor zover de Wet beheer

5. De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde vergunning intrekken, als:

rijkswaterstaatswerken of de

a. de vergunning als bedoeld in 2.3.1.2

Omgevingsverordening Gelderland van

wordt ingetrokken

toepassing is.

b. naar zijn oordeel de omstandigheden op grond waarvan de vergunning is afgegeven, zodanig zijn gewijzigd dan wel de exploitatie van de openbare inrichting op een zodanige wijze plaatsvindt, dat het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; c. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten waaronder herinrichting van het openbaar gebied - opgetreden na het verlenen van de vergunning intrekking of wijziging noodzakelijk is. d. gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. 6.

Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet, voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de

Omgevingsverordening Gelderland van toepassing is.

Artikel 2.3.1.14 Geslotenverklaring 1.

De burgemeester kan bij een handelen

Artikel 2.3.1.14 Geslotenverklaring 1.

strijd met het bepaalde in artikel 2.3.1.2 of

in strijd met het bepaalde in artikel

artikel 2.3.1.7, vierde lid, de openbare

2.3.1.2 of artikel 2.3.1.7, vierde lid, de

2.

3.

horeca-inrichting, al dan niet voor een

inrichting, al dan niet voor een bepaalde

bepaalde termijn, gesloten verklaren.

termijn, gesloten verklaren.

De sluiting wordt geacht openbaar

2.

De sluiting wordt geacht openbaar bekend te

bekend te zijn zodra een afschrift van

zijn zodra een afschrift van het bevel tot

het bevel tot sluiting op of nabij de

sluiting op of nabij de toegang of de

toegang of de toegangen van de

toegangen van de openbare inrichting is

horeca-inrichting is aangebracht.

aangebracht.

Zolang het bevel tot sluiting van kracht

3.

Zolang het bevel tot sluiting van kracht is, is

is, is het verboden bezoekers tot de

het verboden bezoekers tot de inrichting toe

inrichting toe te laten of daarin te laten

te laten of daarin te laten verblijven en is het

verblijven en is het verboden deze

verboden deze inrichting als bezoeker te

inrichting als bezoeker te betreden of

betreden of daarin als bezoeker te verblijven.

daarin als bezoeker te verblijven. 4.

De burgemeester kan bij een handelen in

4. Het in dit artikel bepaalde is niet van

Het in dit artikel bepaalde geldt niet

toepassing op situaties waarin artikel 13b

voor zover artikel 13b Opiumwet van

Opiumwet voorziet.

toepassing is.

Artikel 2.3.1.15 Sluitingsuur 1.

Het is verboden een horeca-inrichting

Artikel 2.3.1.15 Sluitingsuur openbare inrichtingen en terrassen

voor bezoekers geopend te hebben en

1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op

aldaar bezoekers toe te laten of te

maandag tot en met donderdag tussen

laten verblijven, dan wel de exploitatie

01.00 uur en 06.00 uur, en op vrijdag,

van de inrichting voort te zetten door

zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en

middel van verkoop via een loket of

06.00 uur.

automatiek of op andere wijze: op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 uur

voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten

en 06.00 uur, met dien verstande dat

verblijven buiten de in het eerste lid

het tussen 00.00 uur en 06.00 uur

genoemde sluitingstijden.

verboden is een bij de inrichting

3. De burgemeester kan ontheffing verlenen

behorend terras voor bezoekers

van de in het eerste lid genoemde

geopend te hebben en daar bezoekers

sluitingstijden.

plaats te laten nemen of te laten verblijven. 2.

In afwijking van het eerste lid;

a.

zijn de openingstijden voor een horeca-inrichting in het horecaconcentratiegebied vrij, met

4. Het is verboden om een bij de openbare inrichting behorend terras voor bezoekers tussen 00.00 uur en 06.00 uur geopend te hebben en daar bezoekers plaats te laten nemen of te laten verblijven.

dien verstande dat het evenwel

5. In afwijking van het eerste lid zijn de

verboden is een bij een horeca-

openingstijden voor een openbare

inrichting behorend terras voor

inrichting in het horecaconcentratiegebied

bezoekers geopend te hebben en daar

vrij.

bezoekers plaats te laten nemen of te laten verblijven: op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur; b.

2. Het is verboden een openbare inrichting

is het in de binnenstad verboden een bij een horeca-inrichting behorend

6. In afwijking van het vierde lid is het verboden om in de binnenstad op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur een bij een openbare inrichting behorend terras

terras voor bezoekers geopend te

voor bezoekers geopend te hebben en daar

hebben en daar bezoekers plaats te

bezoekers plaats te laten nemen of te laten

laten nemen of te laten verblijven: op

verblijven.

maandag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur 3.

Een in het horecaconcentratiegebied gelegen horeca-inrichting die na 03.00 uur geopend blijft voor bezoekers, is

7. Een in het horecaconcentratiegebied gelegen openbare inrichting die na 03.00 uur

verplicht vanaf 00.00 uur tot het

geopend blijft voor bezoekers, is verplicht

moment van sluiting een portier

vanaf 00.00 uur tot het moment van sluiting

toezicht te laten houden ter bewaking

een portier toezicht te laten houden ter

van de veiligheid. Deze plicht geldt niet

bewaking van de veiligheid, tenzij:

voor een horeca-inrichting waarin ten

hoogste vijftig personen tegelijk

a.

aanwezig zullen zijn, noch voor een

het een openbare inrichting betreft waarin ten hoogste vijftig personen

horeca-inrichting die geen inrichting is

tegelijk aanwezig zullen zijn; of

als bedoeld in artikel 3 van de Drank-

b.

en Horecawet. In gevallen waarin hij dit

het een openbare inrichting is niet zijnde een inrichting is als bedoeld

noodzakelijk oordeelt met het oog op

in artikel 3 van de Alcoholwet.

de veiligheid, kan de burgemeester in de vergunning bepalen dat deze portierplicht ook geldt voor een horeca-

In gevallen waarin hij dit noodzakelijk oordeelt

inrichting waarin ten hoogste vijftig

met het oog op de veiligheid, kan de

personen tegelijk aanwezig zullen zijn.

burgemeester in de vergunning bepalen dat deze portierplicht ook geldt voor een openbare inrichting waarin ten hoogste vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn.

4.

De burgemeester kan een in de

8.

binnenstad gelegen horeca-inrichting,

van het op grond van het eerste lid

die een inrichting is als bedoeld in

geldende sluitingsuur voor een in de

artikel 3 van de Drank- en Horecawet,

binnenstad gelegen openbare inrichting,

ontheffing verlenen van het op grond van het eerste lid geldende sluitingsuur

die een inrichting is als bedoeld in artikel

voor de inrichting, mits aannemelijk is

3 van de Alcoholwet, mits aannemelijk is

dat de horeca-inrichting ook na

dat de openbare inrichting ook na verlening

verlening van de ontheffing kan

van de ontheffing kan voldoen aan de eisen

voldoen aan de eisen die het

die het Activiteitenbesluit milieubeheer stelt

Activiteitenbesluit milieubeheer stelt

met betrekking tot geluid. Een ontheffing

met betrekking tot geluid. Een

wordt geweigerd, indien in de directe

ontheffing wordt geweigerd, indien in

omgeving reeds meerdere ontheffingen zijn

de directe omgeving reeds meerdere

verleend en verlening van een verdere

ontheffingen zijn verleend en verlening

ontheffing naar het oordeel van de

van een verdere ontheffing naar het

a.

De burgemeester kan ontheffing verlenen

oordeel van de burgemeester zou

burgemeester zou leiden tot een

leiden tot een ontoelaatbare aantasting

ontoelaatbare aantasting van het woon- en

van het woon- en leefklimaat of een

leefklimaat of een onaanvaardbaar risico van

onaanvaardbaar risico van mogelijke

mogelijke verstoringen van de openbare

verstoringen van de openbare orde. In een ontheffing wordt in ieder geval bepaald: dat de horeca-inrichting, indien zij na

orde.

03.00 uur geopend blijft voor

9.

In een ontheffing als bedoeld in het achtste lid wordt in ieder geval bepaald dat: a.

de openbare inrichting, indien zij na

bezoekers, verplicht is vanaf 00.00 uur

03.00 uur geopend blijft voor bezoekers,

tot het moment van sluiting een portier

verplicht is vanaf 00.00 uur tot het

toezicht te laten houden ter bewaking van de veiligheid (deze plicht geldt niet voor een horeca-inrichting waarin ten hoogste vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn);

moment van sluiting een portier toezicht te laten houden ter bewaking van de veiligheid, tenzij in de openbare inrichting ten hoogste vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn;

b.

dat de ontheffing wordt verleend voor

b.

de duur van een jaar, en dat zij kan

van een jaar, en dat zij kan worden

worden ingetrokken of geweigerd voor

ingetrokken of geweigerd voor een

een volgend jaar op grond van

volgend jaar op grond van belangen die

belangen die zijn gelegen op het

zijn gelegen op het gebied van de

gebied van de openbare orde, de

openbare orde, de veiligheid of de

veiligheid of de bescherming van het c.

de ontheffing wordt verleend voor de duur

woon- en leefklimaat;

bescherming van het woon- en

dat de ontheffing niet geldt voor een bij

leefklimaat;

de horeca-inrichting behorend terras. In de ontheffing kunnen, afhankelijk

c.

de ontheffing niet geldt voor een bij de openbare inrichting behorend terras.

van de soort horeca-inrichting, de

10. In de ontheffing als bedoeld in het achtste

omgeving waarin deze is gelegen en

lid kunnen te allen tijde aanvullende

de mate van overlast die bewoners van de horeca-inrichting ondervinden, te allen tijde aanvullende voorwaarden of beperkingen worden gesteld in het

voorschriften of beperkingen worden gesteld in het belang van de openbare orde, de veiligheid of de bescherming van het woon-

belang van de openbare orde, de

en leefklimaat. Deze voorwaarden zijn

veiligheid of de bescherming van het

afhankelijk van de soort openbare inrichting,

woon- en leefklimaat.

de omgeving waarin deze is gelegen en de mate van overlast die bewoners van de openbare inrichting ondervinden.

5.

De burgemeester kan voor een afzonderlijke horeca-inrichting of voor een daartoe behorend terras andere sluitingsuren vaststellen.

6.

Onder horecaconcentratiegebied wordt

11. De burgemeester kan voor een afzonderlijke openbare inrichting of voor een daartoe behorend terras andere sluitingstijden vaststellen. 12. Onder horecaconcentratiegebied wordt in dit

in dit artikel verstaan: het gebied dat

artikel verstaan: het gebied dat begrensd wordt

begrensd wordt door- en met inbegrip

door- en met inbegrip van de Varkensstraat,

van de Varkensstraat, Grote Oord,

Grote Oord, Jansstraat, Jansplaats, Jansplein,

Jansstraat, Jansplaats, Jansplein,

Janslangstraat, Jansstraat, Willemsplein (van

Janslangstraat, Jansstraat,

huisnummer 1 tot en met 10), Korenstraat,

Willemsplein (van huisnummer 1 tot en

Molenstraat en Hoogstraat (inclusief Korte

met 10), Korenstraat, Molenstraat en

Hoogstraat).

Hoogstraat (inclusief Korte Hoogstraat), zoals is aangegeven op de bij deze verordening behorende plattegrond. 7.

13. Onder binnenstad wordt in dit artikel verstaan:

Onder binnenstad wordt in dit artikel

het gebied - met uitzondering van het

verstaan: het gebied - met uitzondering

horecaconcentratiegebied - dat begrensd wordt

van het horecaconcentratiegebied - dat

door- en met inbegrip van Rijnkade,

begrensd wordt door- en met inbegrip

Roermondsplein, Nieuwe Plein, Willemsplein,

van Rijnkade, Roermondsplein,

Jansbinnensingel, Velperbuitensingel,

Nieuwe Plein, Willemsplein, Jansbinnensingel, Velperbuitensingel, Eusebiusbuitensingel en Ooststraat, alsmede de Steenstraat (tot het spoor),

Eusebiusbuitensingel en Ooststraat, alsmede de Steenstraat (tot het spoor), de Spijkerlaan en de Spijkerstraat (vanaf de Spijkerlaan).

de Spijkerlaan en de Spijkerstraat (vanaf de Spijkerlaan), zoals is aangegeven op de bij deze verordening behorende plattegrond. 8.

Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.

14. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 15. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.3.1.15a Melding afwijking sluitingsuur 1.

2.

a.

Onder cultureel uitgaanscentrum wordt

Artikel 2.3.1.15a Melding afwijking sluitingsuur 1.

in dit artikel verstaan een horeca-

in dit artikel verstaan een openbare

inrichting geëxploiteerd door een

inrichting geëxploiteerd door een

instelling waarvan de kernactiviteiten in

instelling waarvan de kernactiviteiten in

de culturele sfeer zijn gelegen en die

de culturele sfeer zijn gelegen en die de

de beschikking heeft over een concert-

beschikking heeft over een concert-,

, dans- en/of theaterzaal.

dans- en/of theaterzaal.

In afwijking van het bepaalde in artikel

2.

c.

3.

2.3.1.15, eerste lid, is het de exploitant

van een horeca-inrichting toegestaan

van een openbare inrichting

éénmaal per kwartaal zijn horeca-

toegestaan éénmaal per kwartaal zijn

inrichting voor bezoekers geopend te

openbare inrichting voor bezoekers

hebben buiten de reguliere

geopend te hebben buiten de reguliere

sluitingstijden en aldaar bezoekers toe

sluitingstijden en aldaar bezoekers toe

te laten of te laten verblijven, mits

te laten of te laten verblijven, mits

voldaan wordt aan de volgende

voldaan wordt aan de volgende

voorwaarden:

voorwaarden:

het voornemen tot de langere

a. het voornemen tot de langere

openstelling moet tenminste één week

openstelling moet tenminste één

van tevoren schriftelijk aan de

week van tevoren schriftelijk aan de b. voor de openbare inrichting dient

vergunning op grond van artikel 3 van

een vergunning op grond van artikel

de Drank- en Horecawet te zijn

3 van de Alcoholwet te zijn

verleend;

verleend;

de horeca-inrichting is niet gelegen in

c. de openbare inrichting is niet

het horecaconcentratiegebied als

gelegen in het

bedoeld in artikel 2.3.1.15, zesde lid.

horecaconcentratiegebied als

De burgemeester kan besluiten de

bedoeld in artikel 2.3.1.15, zesde lid. 3.

De burgemeester kan besluiten de

tweede lid te verbieden in het belang

langere openstelling als bedoeld in het

van de openbare orde en veiligheid of

tweede lid te verbieden in het belang

de aantasting van het woon- en

van de openbare orde en veiligheid of

leefklimaat.

de aantasting van het woon- en

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.1.15, eerste lid, is het de exploitant

a.

burgemeester worden gemeld;

voor de horeca-inrichting dient een

langere openstelling als bedoeld in het

4.

In afwijking van het bepaalde in artikel

2.3.1.15, eerste lid, is het de exploitant

burgemeester worden gemeld; b.

Onder cultureel uitgaanscentrum wordt

leefklimaat. 4.

In afwijking van het bepaalde in artikel

van een cultureel uitgaanscentrum

2.3.1.15, eerste lid, is het de exploitant

toegestaan zijn horeca-inrichting voor

van een cultureel uitgaanscentrum

bezoekers geopend te hebben buiten

toegestaan zijn openbare inrichting

de reguliere sluitingstijden en aldaar

voor bezoekers geopend te hebben

bezoekers toe te laten of te laten

buiten de reguliere sluitingstijden en

verblijven, mits voldaan wordt aan de

aldaar bezoekers toe te laten of te laten

volgende voorwaarden:

verblijven, mits voldaan wordt aan de

de langere openstelling wordt

volgende voorwaarden:

tenminste drie weken van tevoren

a. de langere openstelling wordt

schriftelijk gemeld bij de burgemeester;

tenminste drie weken van tevoren

b.

bij de melding wordt duidelijk

schriftelijk gemeld bij de

omschreven welke activiteit het betreft; c.

burgemeester;

de onder b genoemde activiteit is een

b. bij de melding wordt duidelijk

activiteit in de culturele sfeer en sector

omschreven welke activiteit het

waar het cultureel uitgaanscentrum

betreft;

zich op richt. 5.

De burgemeester kan besluiten de

een activiteit in de culturele sfeer en

langere openstelling als bedoeld in het

sector waar het cultureel

vierde lid te verbieden in het belang

uitgaanscentrum zich op richt.

van de openbare orde en veiligheid of

6.

c. de onder b genoemde activiteit is

5.

De burgemeester kan besluiten de

de aantasting van het woon- en

langere openstelling als bedoeld in het

leefklimaat.

vierde lid te verbieden in het belang van

Van een besluit als bedoeld in het

de openbare orde en veiligheid of de

vijfde lid wordt uiterlijk twee weken na

aantasting van het woon- en

ontvangst van de melding schriftelijk

leefklimaat.

mededeling gedaan.

6.

Van een besluit als bedoeld in het vijfde lid wordt uiterlijk twee weken na ontvangst van de melding schriftelijk mededeling gedaan.

Artikel 2.3.1.16 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting 1.

De burgemeester kan in het belang

Artikel 2.3.1.16 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting 1.

van de openbare orde, veiligheid,

de openbare orde, veiligheid,

zedelijkheid of gezondheid, of in geval

zedelijkheid of gezondheid of in geval

van bijzondere omstandigheden, te

van bijzondere omstandigheden voor

zijner beoordeling, voor een of meer

een of meer openbare inrichtingen,

horeca-inrichtingen, tijdelijk andere dan

tijdelijk andere sluitingsuren vaststellen

de krachtens artikel 2.3.1.15 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk 2.

De burgemeester kan in het belang van

of tijdelijk sluiting bevelen. 2.

Het eerste lid is niet van toepassing

sluiting bevelen.

op situaties waarin artikel 13b

Het in het eerste lid bepaalde geldt niet

Opiumwet voorziet.

voor zover artikel 13b Opiumwet van toepassing is. Artikel 2.5.5 Handel in horeca-inrichtingen 1.

inrichtingen

van een horeca-inrichting verboden toe

De exploitant van een openbare inrichting staat

te laten dat een handelaar of een voor

niet toe dat een handelaar, aangewezen bij

hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. 2.

Artikel 2.3.1.17 Handel binnen openbare

Het is de exploitant en de beheerder

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare verkopingen

algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

en veilingen. 3.

In dit artikel wordt verstaan onder:

a.

horeca-inrichting: de horeca-inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1;

b.

exploitant en beheerder: de exploitant en beheerder als bedoeld in artikel 2.3.1.1.

Artikel 2.3.1.17 Aanwezigheid in gesloten

Artikel 2.3.1.18 Ordeverstoring

horeca-inrichting

Het is verboden in een openbare inrichting:

Het is bezoekers van een horeca-inrichting

a.

de orde te verstoren;

verboden gedurende de tijd dat deze horeca-

b.

zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij

inrichting krachtens artikel 2.3.1.15 of ingevolge

het personeel betreft, of zich te bevinden

een op grond van artikel 2.3.1.16 genomen besluit

gedurende de tijd dat de inrichting

gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te

gesloten dient te zijn krachtens artikel

bevinden.

2.3.1.15 of op grond van een besluit krachtens 2.3.1.16;

Artikel 2.3.1.18 Ordeverstoring Het is verboden in een horeca-inrichting de orde te verstoren.

c.

op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras

Artikel 2.3.1.19 Toegang ambtenaren van politie 1.

a.

b.

De exploitant en beheerder van een

Artikel 2.3.1.19 Toegang ambtenaren van politie 1.

De exploitant en beheerder van een

horeca-inrichting zijn verplicht ervoor te

openbare inrichting zijn verplicht ervoor

zorgen dat ambtenaren van politie

te zorgen dat ambtenaren van politie

vanaf de weg onmiddellijk en

vanaf de weg onmiddellijk en

onbelemmerde toegang hebben tot de

onbelemmerde toegang hebben tot de

inrichting:

inrichting:

gedurende de tijd dat de horeca-

a. gedurende de tijd dat de openbare

inrichting voor bezoekers geopend is,

inrichting voor bezoekers geopend

dan wel;

is, dan wel;

gedurende de tijd dat het bedrijf

b. gedurende de tijd dat het bedrijf

gesloten dient te zijn en indien die

gesloten dient te zijn en indien die

ambtenaren van politie hun vermoeden

ambtenaren van politie hun

uiten dat daarin of aldaar bezoekers

vermoeden uiten dat daarin of

aanwezig zijn.

aldaar bezoekers aanwezig zijn.

Artikel 2.3.1.20 Bevoegd bestuursorgaan

Artikel 2.3.1.20 Bevoegd bestuursorgaan

Indien een horeca-inrichting als bedoeld in artikel

Als een openbare inrichting geen voor het

2.3.1.1 niet is aan te merken als een voor het

publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is

publiek openstaand gebouw zoals bedoeld in

in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,

artikel 174 van de Gemeentewet, treedt met

treedt het college met betrekking tot uitoefening

betrekking tot uitoefening van de in deze

van de in deze paragraaf toegekende

paragraaf toegekende bevoegdheden het college

bevoegdheden op als bevoegd bestuursorgaan.

in de plaats van de burgemeester.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=0ed867b4-4d1b-4218-a86a-a8a286fb7898