Bijlage 2 - Tekst
Tekst van het document
Natuurbegraafplaats Waterberg
Natuurbegraafplaats Waterberg
Inhoudsopgave Hoofdstuk1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Situering en begrenzing plangebied
6
1.3
Geldende plannen
6
1.4
Opzet bestemmingsplan
7
Hoofdstuk2
Beschrijving plangebied
9
2.1
Historische ontwikkeling plangebied
9
2.2
Bestaande ruimtelijke en functionele structuur
9
Hoofdstuk3
Ruimtelijke en programmatische aspecten
13
3.1
Uitgangspunten voor de begraafplaats
13
3.2
Inpassing van de begraafplaats
13
3.3
Verkeer en mobiliteitsaspecten
19
3.4
Toets programma aan beleid
20
3.4.1
Rijksbeleid
20
3.4.2
Wetgeving inzake lijkbezorging
21
3.4.3
Provinciaal beleid
22
3.4.4
Gemeentelijk beleid
24
Hoofdstuk4
Milieu- en omgevingsaspecten
29
4.1
Archeologie
29
4.1.1
Wettelijk kader en beleidskader
29
4.1.2
Toepassing op plangebied
29
4.2
Cultuurhistorie
31
4.2.1
Wettelijk kader en beleidskader
31
4.2.2
Toepassing op plangebied
31
Bodem
32
4.3.1
Wettelijk kader en beleidskader
32
4.3.2
Toepassing op plangebied
32
4.3
4.4
Explosieven
32
4.4.1
Wettelijk kader en beleidskader
32
4.4.2
Toepassing op plangebied
32
Water
33
4.5.1
Wettelijk kader en beleidskader
33
4.5.2
Toepassing op plangebied
34
Natuur (gebiedsbescherming)
34
4.6.1
Wettelijk kader en beleidskader
34
4.6.2
Toepassing op plangebied
35
Flora en fauna
36
4.7.1
Wettelijk kader en beleidskader
36
4.7.2
Toepassing op plangebied
36
Milieuzonering
37
Wettelijk kader en beleidskader
37
4.5
4.6
4.7
4.8 4.8.1 2
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
4.8.2 4.9
Toepassing op plangebied
37
Geluid
37
4.9.1
Wettelijk kader en beleidskader
37
4.9.2
Toepassing op plangebied
38
Luchtkwaliteit
38
4.10.1
Wettelijk kader en beleidskader
38
4.10.2
Toepassing op plangebied
38
4.10
4.11
Externe veiligheid
39
4.11.1
Wettelijk kader en beleidskader
39
4.11.2
Toepassing op plangebied
39
4.12
M.e.r.-besluit
40
Hoofdstuk5
Planbeschrijving en verantwoording
41
5.1
Opzet van regels en verbeelding
41
5.2
Verantwoording van regels en verbeelding
41
5.3
Handhaving
42
5.4
Exploitatie
43
Hoofdstuk6
Procedure
45
6.1
Draagvlakontwikkeling
45
6.2
Wettelijk vooroverleg
45
6.3
Terinzagelegging
45
Hoofdstuk1
Inleidende regels
48
Artikel 1
Begrippen
48
Artikel 2
Wijze van meten
50
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
51
Artikel 3
Bos
51
Artikel 4
Natuur
52
Artikel 5
Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)
53
Artikel 6
Waarde - Archeologie (hoge verwachting)
55
Artikel 7
Waarde - Archeologie (lage verwachting)
57
Artikel 8
Waarde - Archeologie (middelhoge verwachting)
58
Hoofdstuk3
Algemene regels
61
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
61
Artikel 10
Algemene bouwregels
61
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
61
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
61
Hoofdstuk4
Overgangs- en slotregels
62
Artikel 13
Overgangsrecht
62
Artikel 14
Slotregel
62
Bijlagen bij de toelichting
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
3
Natuurbegraafplaats Waterberg
Bijlage 1
Kaartenreeks historische ontwikkeling
Bijlage 2
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 3
Archeologisch verkennend booronderzoek 1
Bijlage 4
Archeologisch verkennend booronderzoek 2
Bijlage 5
Historischbodemonderzoek
Bijlage 6
Adviesrapport OO
Bijlage 7
Rapportage detectieonderzoek OOO
Bijlage 8
Rapport OOO
Bijlage 9
Voortoets, Aerius-berekening en GNN-toetsing
Bijlage 10
Ecologische quickscan
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
4
Inrichtings- en beheerplan
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De circa één miljoen moslims van Nederland kunnen op dit moment vrijwel nergens begraven worden. Dat geldt ook voor de tienduizenden moslims in Arnhem en omgeving. In het Islamitische geloof bestaat de wens om eeuwigdurend begraven te worden in een gemarkeerd graf. Eeuwigdurend is in Nederland niet zomaar mogelijk en daar waar het wel zou kunnen – natuurbegraafplaatsen – zijn graven niet gemarkeerd. Tot op heden is het gebruikelijk om in landen van herkomst begraven te worden, maar de wens om de laatste rustplaats in Nederland te vinden, neemt toe. Bij een diepere integratie in de samenleving past ook een plek om begraven te worden. Direct ten noorden van de A12 ligt een akker, omringd door het bos dat onderdeel uitmaakt van het Gelders Natuur Netwerk. De akker, waarop mais wordt verbouwd, behoort tot de Groene Ontwikkelingszone. De initiatiefnemers hebben een overeenkomst met de eigenaar om deze akker te kopen, waarop de begraafplaats aangelegd en geëxploiteerd kan worden. Voor vele jaren zullen dan de moslims uit Arnhem en omgeving hier begraven kunnen worden. Iedere overledene krijgt een eigen graf (dus niet in meerdere lagen) en deze graven zullen er altijd blijven. Begraven gebeurt in velden.
Als na verloop van vele jaren de gehele begraafplaats vol is, wordt de begraafplaats met een opgebouwd fonds uit de opbrengsten overgedragen aan een stichting die het beheer op de lange termijn kan verzorgen. Op dat moment zal onderhoud minder intensief zijn, maar zal het unieke karakter van de plek bewaard blijven. Het voornemen past niet in het vigerende bestemmingsplan. Om de nieuwe situatie planologisch te regelen is onderhavig bestemmingsplan voor het plangebied gemaakt.
Figuur 1. Ligging plangebied (omlijnd) "Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
5
Natuurbegraafplaats Waterberg
1.2
Situering en begrenzing plangebied
De akker heeft een oppervlakte van circa 7 hectare en is op dit moment nog agrarisch in gebruik. De akker grenst in het westen, noorden en oosten aan bestaand bosgebied. Aan de zuidzijde ligt de A12; de akker is afgeschermd van de A12 door een hoge grondwal. Figuur 1 geeft de globale ligging van het plangebied weer, terwijl in figuur 2 meer is ingezoomd op het plangebied en de directe omgeving. In figuur 2 zijn ook namen van omliggende wegen opgenomen.
Figuur 2. Plangebied (rood omlijnd)
1.3
Geldende plannen
Dit bestemmingsplan herziet voor het plangebied de geldende plannen volledig. Onderstaand overzicht geeft weer welke bestemmingsplannen en verordeningen (deels) komen te vervallen. De daarop van toepassing zijnde partiële herzieningen vervallen ook. Bij elk plan is de datum van vaststelling en goedkeuring weerggeven. Buitengebied Arnhem Noord 2007 (vastgesteld op 23 januari 2008, onherroepelijk op 26 november 2008) Facetplan parkeren (vastgesteld en onherroepelijk op 30 mei 2018). Figuur 3 geeft weer welk deel van het bestemmingsplangebied Buitengebied Arnhem 2007 herzien wordt. Om ervoor te zorgen dat er geen onlogische reststroken overblijven, wordt de gehele agrarische bestemming ten noorden van de A12 binnen het bestemmingsplangebied gebracht. Dit is inclusief de grondwal in eigendom van het rijk, die verder volledig buiten de ontwikkeling tot natuurbegraafplaats blijft. De bestemming wordt ter plaatse in overeenstemming gebracht met de werkelijke en beleidsmatig vastgelegde situatie. De bestemming Agrarisch verdwijnt ter plaatse daarmee volledig.
6
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 3. Uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied Arnhem Noord 2007 (rood omlijnd het plangebied)
1.4
Opzet bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de kaart zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare Bestemmingsplannen) 2012. De SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo en de Wet milieubeheer. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
7
Natuurbegraafplaats Waterberg
8
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Historische ontwikkeling plangebied
In de voorlaatste ijstijd werden grote delen van de Veluwe door landijs bedolven. Opstuwing vond plaats aan de randen van het landijs, zodat er stuwwallen van wel 100 meter hoog werden gevormd. Het plangebied ligt op de flank van een van deze stuwwallen en wordt gekenmerkt door een heuvelachtig karakter en hoge landschappelijke ligging. Uit kaartmateriaal blijkt dat het plangebied – voor zover bekend – nooit bebouwd is geweest. Voor een uitgebreide analyse van de kaarten wordt verwezen naar het archeologisch bureauonderzoek. Het ingrijpen van de mens heeft er toe geleid dat de oorspronkelijke natuurlijke vegetatie (oerbos) is verdwenen. Aan het einde van de 18e eeuw bestond een groot deel van de Veluwe uit open terrein met veel heide vegetaties en open zandvlaktes. Veel van de heidegronden werden in de loop van de 19e eeuw door de gemeente verkocht aan particulieren, met de verplichting om de heide te ontginnen naar landbouwgrond of bosgrond. Uit de kaartenreeks in bijlage 1 blijkt dat vanaf 1880 het plangebied altijd als landbouwgrond in gebruik is geweest. Alleen de meest noordoostelijke punt is tot circa 1900 bebost gebleven. Verder is duidelijk uit de kaartenreeks in bijlage 1 dat door de aanleg van de A12 het plangebied een fragment is geworden van een eerdere grotere open ruimte.
2.2
Bestaande ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied ligt in het buitengebied ten noorden van Arnhem en behoort tot de Veluwe Het perceel is momenteel in agrarisch gebruik als een intensief bemeste maisakker. Deze maisakker is niet te ervaren vanuit de zuidzijde (A12 of Schelmseweg) door de aanwezigheid van een hoge begroeide wal langs de A12 (figuur 4). De andere zijden van het plangebied worden ingenomen door bos. Aan de zuidzijde en oostzijde van het veld is een vrij hoog hek geplaatst.
Figuur 4. Zicht op het plangebied vanaf het viaduct Schelmseweg over de A12 volledig belemmerd Het plangebied kan op twee manieren worden bereikt. Enerzijds liggen er bospaden in het aangrenzend bos, die bereikbaar zijn vanaf de Europaweg. Deze Europaweg leidt vanaf de N784 (Apeldoornseweg) naar de toegang van achtereenvolgens de Rosendaelsche Golfclub, de Carpoolplaats Arnhem Noord A12 en het Postillion Hotel. Tussen de toegang tot de carpoolplaats en het Postillionhotel leidt een pad het bosgebied in; na een kilometer wordt dan de noordzijde van het plangebied bereikt. Ook is er op de carpoolplaats een fietsenstalling en aan de Apeldoornseweg net ten noorden van de aansluiting van de Europaweg een bushalte. Figuur 5 geeft een overzicht. "Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
9
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 5. Koppeling plangebied aan omgeving Anderzijds is er een pad vanaf de Schelmseweg die in noordelijke richting loopt en vervolgens na circa 300 meter ruimte biedt om op zuidoostpunt van de akker te komen. Deze route wordt in de huidige situatie gebruikt door de boer om het land te bewerken. Aan de Schelmseweg zijn geen mogelijkheden voor parkeren. De borging van de routes wordt geregeld met behulp van erfdienstbaarheid (recht van overpad) die door de notaris wordt vastgelegd tegelijk met de levering van de grond voor de natuurbegraafplaats. De toegangspaden naar het plangebied, die uit oude verhardingsmaterialen (onder meer baksteen) en uit zand bestaan, liggen in de bestemming 'Bos'. Deze bestemming is primair gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van het bos voor natuur, landschap en houtteelt en daaraan gekoppelde ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Expliciet toegestaan zijn onder meer vormen van extensieve recreatie die niet strijdig zijn met het behoud of herstel van bovengenoemde waarden, instandhouding van onverharde wegen en wegen ten behoeve van bestemmingsverkeer. Dat betekent dat het gebruik van deze paden voor de beoogde natuurbegraafplaats mogelijk is zonder bestemmingswijziging. Er is wel een vergunningplicht gekoppeld aan deze bestemming.
Dat betekent dat onder meer de volgende mogelijk relevante werkzaamheden niet zonder vergunning mogen worden verricht: Het verbreden of verharden van voetpaden, rijwielpaden, ontsluitingswegen en parkeerplaatsen; Het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties of apparatuur; Het ophogen, egaliseren of ontginnen van de bodem, waaronder tevens wordt verstaan het het aanleggen van wegen t.b.v. bestemmingsverkeer; Het aanbrengen van recreatievoorzieningen; Het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen.
10
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 6. Bestaande situatie (poel, zicht vanaf oostzijde, toegangshek, toegangspad en zicht op maisakker) De locatie voor de begraafplaats bevindt zich landschappelijk gezien op de flank van de stuwwal en valt daarmee onder de hogere zandgronden. Het grondwater bevindt zich ver beneden maaiveld op 20 tot 30 m diep. Voor de potentieel natuurlijke vegetatie gaan we uit van de bostypes 'gewoon eiken-haagbeukenbos' en 'kamperfoelierijk eiken-haagbeukenbos'. Deze bostypes zijn de basis voor de nieuw toe te passen beplanting en de plantlijst.
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
11
Natuurbegraafplaats Waterberg
12
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Hoofdstuk 3 3.1
Ruimtelijke en programmatische aspecten
Uitgangspunten voor de begraafplaats
Rituelen die passen bij de uitvaart van moslims vinden goeddeels plaats in de moskee. Op de begraafplaats zelf vindt een gebed plaats, vaak in kleine kring. De overledene wordt in een lijkwade met de blik in de richting van Mekka (op zijn of haar rechterzijde) begraven. Daarna wordt het graf gesloten en afgedekt met een kleine grafheuvel en kleine grafsteen (natuursteen) ter herkenning. Door de wijze van begraven en de rituelen die daarmee gepaard gaan, zijn maar weinig voorzieningen op de locatie nodig. Alleen een paviljoen van natuurlijke materialen zonder fundering, dat op termijn ook weer weggehaald kan worden. Er is sprake van een eeuwigdurende grafrust. Dat betekent dat er niet zoals bij christelijke begraafplaatsen graven geruimd kunnen worden en worden vervangen door nieuwe overledenen. Dat betekent ook dat het reguliere bezoek aan de begraafplaats beperkter is. Immers hoe langer een graf ergens ligt, hoe minder mensen zo'n graf regulier bezoeken. Het betekent ook dat de natuur daadwerkelijk de begraafplaats overneemt na verloop van tijd, met behoud van herkenning van de graven. Zeker omdat er gekozen wordt voor een gefaseerde uitvoering, zal per fase het aantal bezoekers na verloop van tijd afnemen en wordt de ruimte voor de natuur om een nu nog agrarische locatie volledig over te gaan nemen, steeds groter.
In het ontwerp is rekening gehouden met de wensen binnen de moslimgemeenschap om een zo groot mogelijke groep moslims te kunnen bedienen. In een reglement, uit te geven door de exploitant, worden de richtlijnen voor islamitisch begraven voor deze locatie geconcretiseerd. De begraafplaats geeft in totaal ruimte aan zo'n 16.000 overledenen. Met dat grote aantal is er een betaalbare oplossing voor een belangrijk maatschappelijk vraagstuk voor vele jaren. Om de betaalbaarheid te garanderen wordt de exploitatie bedrijfsmatig opgezet en wordt de begraafplaats pas op de lange termijn overgedragen aan een ideële stichting. De exploitatie wordt professioneel uitgevoerd (aanleg, onderhoud, begeleiding tijdens begrafenissen en van bezoekers, administratie). Er worden voldoende reserves gecreëerd om het onderhoud op de lange termijn te garanderen.
3.2
Inpassing van de begraafplaats
Versterken kernkwaliteiten Veluwe Bij de uitwerking is aangesloten bij de ontwikkeldoelen voor de Veluwe. De natuurbegraafplaats en het aangrenzende bos (bostype droog Wintereiken-Beukenbos) leveren een bijdrage aan de volgende ontwikkeldoelen: ontwikkeling heidevelden en heischrale graslanden, met bijbehorende flora en vegetatie; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden; ontwikkeling biotopen voor amfibieën. Ontsluiting De islamitische begraafplaats maakt gebruik van de twee bestaande toegangen (vergelijk figuur 5). De noordelijke toegang is bedoeld voor bezoekers, die voornamelijk te voet gaan. Hier zal ook gebruik gemaakt worden van golfkarretjes om overledenen en mensen die slecht ter been zijn, te vervoeren naar de begraafplaats. Hiervoor zal het bestaande pad wat versterkt moeten worden; daarvoor wordt vergunning aangevraagd. Het toegangspad aan de zuidzijde, die nu door de agrariër wordt benut, wordt in de toekomst gebruikt als route om materialen voor aanleg en onderhoud van de natuurbegraafplaats aan en af te voeren. Ontwerpaanleidingen Vanaf de noordzijde van de locatie loopt het terrein af naar het zuiden toe. De zichtlijnen volgen als het ware het hoogteprofiel van het terrein. De houtwal aan de noordzijde schermt de zuidzijde af, waardoor daar een eigen ruimte ontstaat.
De bestaande zichtlijnen en eigen ruimte worden benut in het ontwerp. Daartoe benadrukt de beplanting ook het hoogteverschil en wordt de bestaande houtwal robuuster gemaakt. Aan de lage zijde wordt ruimte voor waterberging gecreëerd.
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
13
Natuurbegraafplaats Waterberg
Schetsontwerp ID Verde heeft een schetsontwerp gemaakt dat als uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling dient (figuur 7). De belangrijkste onderdelen van het schetsontwerp zijn (nummers verwijzen naar de nummers in het schetsontwerp): 1. Paden bestaand uit halfverharding (Padvast) waar nodig of zand, aansluitend bij de natuurlijke uitstraling. 2. Te versterken houtwal (vooral eik) door toevoeging van heide en heesters eromheen. Deze begroeiing wordt doorgezet naar de noordoostkant zodat het een verbindend element wordt. 3. Paviljoen (zonder fundering) met een natuurlijke uitstraling, passend bij het landschap. 4. Hoofdpad bestaat uit halfverharding (Padvast), geflankeerd door begroeiing van heide met (meerstammige) heesters en bomen. 5. Grafvelden, ingericht met een bloemen- en kruidenmengsel, waarbij de graven worden gemarkeerd met heuveltjes en kleine grafstenen. 6. Ondiepe poelen, die bijzondere ecologische waarden bieden als habitat voor amfibieën.
Figuur 7. Ontwerp natuurbegraafplaats (fase 1) Materialisering en inrichting De achterliggende gedachte is dat de natuurbegraafplaats op termijn volledig natuur wordt. Qua materialen en inrichting wordt derhalve in natuurlijke materialen gedacht. Er wordt gebruik gemaakt van off grid voorzieningen, zoals composttoiletten, zodat er geen kabels en leidingen nodig zijn. Qua materialisering (figuur 8) uit zich dat in de keuze voor een halfverharding (Padvast) voor de paden naar de begraafplaats en de hoofdpaden op de begraafplaats (bovenste beelden). Maar ook in de keuze voor een demonteerbaar paviljoen (onder). De begraafplaats zal fasegewijs tot ontwikkeling komen, waarbij er in de beginjaren behoefte zal zijn aan een paviljoen als informatieve ruimte of als gebedsruimte bij slecht weer. Als alle graven zijn uitgegeven, verliest het paviljoen zijn functie.
14
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 8. Materialisering verharding en paviljoen Qua inrichting is gekozen voor een structuur met een hoofdpad dat de noordelijke en de zuidelijke toegang met elkaar verbindt. De heideachtige zone vormt een structurele verbinding tussen de bestaande houtwal en de bosrand aan de noordoostzijde, waardoor een goede natuurlijke overgang ontstaat en tegelijkertijd de eerste fase een beslotener karakter krijgt. Op de kruising van de twee structuren vormt zich een centrale plek die zich goed leent als positie voor het paviljoen. Aan de noordoostzijde is in het heideveld ruimte voor een poel. De grafvelden worden in eerste instantie bloemen- en kruidenweiden. Figuur 9 geeft inzicht in de beplanting en te verwachten soorten.
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
15
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 9. Inrichting en uitstraling (boven houtwal, onder links poel en onder rechts bloemenweide) Fasering In het schetsontwerp wordt in grove lijnen duidelijk hoe bestaande natuurwaarden en elementen worden versterkt en hoe het terrein wordt opgedeeld. Er wordt uitgegaan van vier fases in het gebruik (figuur 10). Na 'sluiting ' van een veld wordt een volgend veld in gebruik genomen. De graven worden gemarkeerd met natuurstenen plaatjes en heuveltjes van 30-40 centimeter hoog. Daarop komt begroeiing, zodat de natuur direct kan ontwikkelen. Het onderhoud neemt over de jaren af, de natuur 'verzorgt ' de begraafplaats, terwijl de graven wel herkenbaar blijven. Na de vrijgave van een fase is de nulsituatie een bloemen- en kruidenweide met daarin bomen. Na 10 jaar ontstaat hier een wildgroei van heesters en bomen. Na 25 jaar ontwikkelt zich een bos in de jeugdfase. Doordat er al grotere bomen staan, zal de ontwikkeling van het bos een wat natuurlijker karakter hebben. In de luwte van deze bomen ontstaan eerder andere heesters en bomen. Ook in leeftijdsopbouw zal er meer diversiteit zijn dan bij een normale bosaanplant.
16
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 10. Fasering Graven Omdat moslims op de rechterzijde begraven worden, nemen de graven minder ruimte in dan op een christelijke begraafplaats. Rekening houdende met een breedte van 60 centimeter per graf en een tussenruimte van 30 centimeter, is er per graf circa 2 m² nodig. De graven liggen op een diepte van circa 1 meter tot 1,30 meter en aan de oppervlakte is slechts de uitgekomen grond zichtbaar als een natuurlijke heuvel. Door de beplanting met bloemen en kruiden ontstaat al snel een natuurlijk geheel ondanks de grote hoeveelheid graven. Op de graven ligt slechts een natuurstenen plaatje die voor het zicht geen inbreuk doet op de natuurlijke uitstraling. Figuur 11 geeft een doorsnede.
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
17
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 11. Doorsnede graven Bebouwing De enige bebouwing op de begraafplaats bevindt zich rond de centrale plek en bestaat uit drie onderdelen. Figuur 12 geeft de beoogde positie weer. In de eerste plaats is er sprake van een paviljoen dat als ontvangstruimte dient. Dit paviljoen in de vorm van een tentconstructie krijgt een vaste plek, centraal op de begraafplaats. De oppervlakte van het paviljoen is nog geen 230 m². In de directe nabijheid staat een sanitaire unit met een oppervlakte van 20 m². De sanitaire unit is off grid (composttoilet en is ingebed in de groenstructuur. Ten slotte is een opslagplaats nodig voor gereedschap en machines; hier kunnen ook de golfkarren tijdelijk worden gestald; de opslagplaats heeft een omvang van 50 m² en het dak is bedekt met zonnepanelen om elektriciteit op te wekken. In totaal is er sprake van maximaal 300 m² 'bebouwing' op een totale oppervlakte van 7 hectare. Deze oppervlakten zijn in de regels verankerd.
Figuur 12. Uitsnede inrichtingsplan
18
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
3.3
Verkeer en mobiliteitsaspecten
Verkeersbeleid Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkelt, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik; betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld.
Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. Verkeersaantrekking natuurbegraafplaats De verkeersaantrekkende werking en parkeervraag van de natuurbegraafplaats wordt gevormd door reguliere bezoekers van natuurgraven (nabestaanden) en door bezoekers van plechtigheden. Uitgegaan wordt van 365 begrafenissen per jaar. Alleen al in de stad Arnhem komen 200 moslims per jaar te overlijden. De natuurbegraafplaats heeft een functie voor een groter gebied. Rekening houdende met een factor anderhalf voor de ruimte van een graf op een veld en een oppervlakte van circa 4,8 hectare aan velden, betekent dat dat er circa 16.000 graven beschikbaar komen. Dat betekent bij 365 begrafenissen per jaar dat de natuurbegraafplaats gedurende een periode van ruim 40 jaar in gebruik is. De natuurbegraafplaats zal naar verwachting 75 bezoekers per dag aantrekken, inclusief personeel. De natuurbegraafplaats is 7 dagen per week toegankelijk.
Een deel van de bezoekers zal met het openbaar vervoer komen en een deel zal samen reizen. Naar verwachting zullen er 40 auto's per dag komen. Dit zorgt voor 80 ritten per dag, wat leidt tot een aantal vervoersbewegingen van 29.200 per jaar aan licht verkeer. De vervoersbewegingen gaan tot de parkeerplaats van het Postillion Hotel. Voor aanleg en onderhoud van de islamitische natuurbegraafplaats wordt uitgegaan van 12 voertuigbewegingen met zwaarder materieel per jaar. Deze bewegingen vinden plaats vanaf de Schelmseweg. Parkeren Bezoekers kunnen vanaf de parkeerplaats van het Postillion hotel de begraafplaats te voet bereiken of met behulp van een elektrische golfkar. Er zijn hiervoor twee golfkarren beschikbaar. Er wordt geen apart parkeerterrein aangelegd. "Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
19
Natuurbegraafplaats Waterberg
Met het management van het Postillion hotel is een overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten dat de bezoekers van de natuurbegraafplaats gebruik kunnen maken van de parkeergelegenheid van het hotel. De capaciteit is ruim voldoende, er is sprake van een parkeerterrein van ruim 7.000 m² die thans al (exclusief plek voor bussen) 200 parkeerplaatsen omvat. Voor het Postillion Hotel zelf met 83 kamers en 12 vergaderzalen (circa 600 m²) zijn op grond van de parkeernormen van de gemeente Arnhem (1 parkeerplaats per hotelkamer en 8 parkeerplaatsen per 100 m² vergaderruimte) maximaal 131 parkeerplaatsen nodig. De capaciteit is derhalve ruim voldoende voor de 40 auto's van bezoekers van de islamitische begraafplaats, zelfs als alle hotelkamers en vergaderzalen tegelijkertijd bezet zijn. Er is dan ook geen specifieke zone op de parkeerplaats voor de bezoekers van de islamitische begraafplaats ingericht, de capaciteit is ruim voldoende.
3.4
Toets programma aan beleid
3.4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Onderhavig initiatief ziet toe op de ontwikkeling van een natuurbegraafplaats op de plek van een maisakker en wordt overgelaten aan gemeente en provincie. Onderhavig initiatief kan niet gezien worden als een ontwikkeling waarbij nationale belangen gemoeid zijn. De Nationale Omgevingsvisie heeft dan ook geen invloed op dit plan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor 20
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het plangebied raakt aan twee nationale belangen: De uiterste westpunt van het plangebied valt binnen het obstakelbeheergebied rondom vliegbasis Deelen. Het beeld van de op de luchthaven aanwezige radar mag niet worden verstoord als gevolg van de hoogte van objecten in, op of boven de grond. Omdat de bouwwerken op een natuurbegraafplaats veel lager zijn dan de omliggende bosgebieden, is deze bepaling voor de beoogde ontwikkeling niet relevant. Het gehele plangebied valt in het radarverstoringsgebied; hierdoor zijn objecten hoger dan 90 meter + NAP niet toegestaan; gelet op de situering van het plangebied op een hoogte van 70 tot 80 meter + NAP dit komt overeen met bouwwerken in het plangebied met een hoogte van meer dan 10 meter. Deze komen in de beoogde ontwikkeling niet voor. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening staat een aantal regels met betrekking tot de inhoud van ruimtelijke plannen. Een van de relevante regels daarbij is de zogeheten ladder voor duurzame verstedelijking. Deze ladder wordt ook door de provincie Gelderland gehanteerd. Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op maximaal vier opeenvolgende rechtsvragen in. De eerste vraag is of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de definitie (niet limitatief) en ook uit de nota van toelichting behorende bij het Bro blijkt dat de aanleg van natuurbegraafplaatsen niet aan te merken is als een 'stedelijke ontwikkeling'. Bovendien valt uit de nota van toelichting op het Bro op te maken dat deze regeling gericht is op het tegengaan van leegstand. Geconcludeerd wordt dan ook dat voor de Islamitische natuurbegraafplaats de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Uiteraard dient wel gemotiveerd te worden op welke wijze sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De toelichting van het bestemmingsplan gaat hier verder op in. Conclusie Het bestemmingsplan is passend in het rijksbeleid.
3.4.2
Wetgeving inzake lijkbezorging
Wet op de lijkbezorging De wet op de lijkbezorging regelt de lijkbezorging in ruime zin, zoals de locatie en beheer van een bijzondere begraafplaats. De wet geeft aan dat een bijzondere begraafplaats kan worden aangelegd en in stand kan worden gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon. De wet regelt voorts dat de gemeenteraad bevoegd gezag is in het aanwijzen van de locatie van de begraafplaats. De wet schrijft ook voor dat een register wordt bijgehouden met een nauwkeurige aanduiding van de grafplekken. Besluit op de lijkbezorging Het besluit op de lijkbezorging (3 mei 1991) regelt onder meer de wijze van begraven en de inrichting van het graf. Zo regelt dit besluit dat bij het begraven geen gebruik mag worden gemaakt van kunststof of metalen omhulsel. Dit sluit aan bij het natuurbegraven, waarbij alleen gebruik gemaakt mag worden van natuurlijke materialen die makkelijk afbreken en vergaan in de bodem. Voor de inrichting van een graf wordt aangegeven dat er zich minimaal 65 centimeter grond boven op de kist of het omhulsel moet bevinden. De afstand tussen de kisten bedraagt minimaal 30 centimeter. Tevens zal de kist of het omhulsel zich 30 centimeter boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand moeten begeven. Uitgaande van een kisthoogte van 50 centimeter, betekent dit dat de gemiddelde "Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
21
Natuurbegraafplaats Waterberg
hoogste grondwaterstand 145 centimeter beneden maaiveld moet blijven. De afstand van een graf tot aan de erfafscheiding dient ten minste één meter te bedragen. Inspectierichtlijn lijkbezorging De inspectierichtlijn lijkbezorging (3e herziene druk) kan worden gezien als een advies van de Inspectie van de Volksgezondheid voor de milieuhygiënische aspecten van de lijkbezorging. Aangegeven wordt dat een bodem van zand- of zwavelgrond het meest geschikt is voor een begraafplaats. Ook wordt aangegeven dat de afstand tussen de begraafplaats tot een woning, 20 tot 30 meter dient te bedragen en er een erfafscheiding dient te zijn die de privacy waarborgt. Beoordeling plan In de administratie van de islamitische natuurbegraafplaats wordt een register bijgehouden van de exacte locatie van de reserveringen en de begravingen op de begraafplaats. Bij de inrichting van de natuurbegraafplaats is rekening gehouden met de eisen in het Besluit op de lijkbezorging. De locatie is zeer geschikt, omdat er sprake is van zandgrond, het grondwater zeer diep zit en de dichtstbijzijnde woningen of andere verblijfsfuncties zich op meer dan 150 meter bevinden.
3.4.3
Provinciaal beleid
Algemeen Op 19 december 2018 stelde Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de bijbehorende Omgevingsverordening vast. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie zet in deze Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig betekent: een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna; voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen; aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend betekent: een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar, met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen; het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen; het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Voor deze locatie is vooral het stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit relevant.
De ambitie is enerzijds natuur-inclusief te werken en biodiversiteit overal waar mogelijk te versterken en in te passen, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden en anderzijds 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn in 2030 behaald te hebben. Daartoe blijft de provincie onder meer werken aan een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden, met aandacht voor de kwaliteiten van bijzondere natuurgebieden en landschappen en bescherming van flora en fauna. In de Omgevingsvisie Gelderland zijn ook de gebieden van het Natuur Netwerk en de Natura 2000 gebieden vastgelegd. Het plangebied valt zowel binnen Natura 2000 als binnen het Gelders Natuur Netwerk. De Provincie wil de natuur beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Omgevingsverordening De Omgevingsverordening (geconsolideerde versie van 1 februari 2022) vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om 22
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Op het plangebied zijn de provinciale regels van toepassing ten aanzien van ammoniakbuffer en glastuinbouw en het verbod op winning van fossiele energie, omdat er sprake is van een intrekgebied voor grondwater. Deze regels zijn niet relevant voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Wel relevant zijn de regels voor natuur. Onderscheid wordt gemaakt tussen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het GNN wordt gedefinieerd als “een gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten”. Het GO als “een gebied met een andere bestemming dan natuur dat ruimtelijk is vervlochten met het Gelders natuurnetwerk”. In figuur 13 is te zien dat de akker waar de natuurbegraafplaats tot ontwikkeling komt tot GO behoort en de zone langs de A12 die alleen om begrenzingsreden bij het bestemmingsplan is getrokken tot GNN. Het GO heeft een dubbele doelstelling.
Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Indien in natuurbegraven wordt voorzien ter plaatse van GNN, zijn hiervoor regels opgenomen in de provinciale omgevingsvisie en -verordening. De gronden van het voorliggend initiatief zijn echter gelegen in GO, waar deze regels niet van toepassing zijn. Dat neemt niet weg dat de basisgedachte om een natuurbegraafplaats te ontwikkelen die juiste het omliggende GNN verder kracht bijzet, past in de beleidslijnen die zijn neergezet voor natuurbegraafplaatsen in GNN.
Figuur 13. Uitsnede Omgevingsverordening Gelderland Op grond van artikel 2.52 van de Omgevingsverordening is een nieuwe activiteit of ontwikkeling binnen de Groene ontwikkelingszone alleen toegestaan als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Bij toepassing van artikel 2.52 dient de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek te bevatten, waaronder in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige actuele en potentiële natuurwaarden, de in de bij of krachtens de Wet "Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
23
Natuurbegraafplaats Waterberg
natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode Lijsten en de ecologische samenhang. Verder dient – als daar aanleiding toe is – ingegaan te worden op de in het gebied aanwezige kwaliteit van water, bodem en lucht alsmede stilte, rust en duisternis alsmede op de landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en bodemkundige waarden en het reliëf. In dit bestemmingsplan wordt in paragraaf 4.7 en bijlage 10 ingegaan op natuurwaarden, beschermde soorten en ecologische samenhang. Uit de analyse blijkt dat de bestaande maisakker nauwelijks ecologische waarde heeft en dat door behoud en versterking van de aanwezige houtwal er geen reden is om voor verstoring van natuurwaarden of aantasting van beschermde soorten te vrezen. Zowel de ecologische samenhang als ook de kwaliteit van de bodem en de landschappelijke waarden worden versterkt door de solitaire maisakker om te vormen tot een gebied dat aansluit bij het omliggende bosgebied. De kwaliteit van water en lucht is niet in het geding, net zo min als de cultuurhistorische, geomorfologische en bodemkundige waarden en het reliëf. De impact van de ontwikkeling van de islamitische natuurbegraafplaats is tijdelijk met een beperkte impact op stilte en rust overdag, terwijl er geen impact is op duisternis, nu de begraafplaats alleen van zonsopgang tot zonsondergang bereikbaar is.
Na verloop van tijd ontwikkelt zich een aanvulling op de natuurlijke omgeving. Deze versterking wordt planologisch verankerd door het gebruik van de bestemming Natuur. Artikel 2.53 b stelt vervolgens dat het bestemmingsplan inzicht dient te geven in: hoe verzekerd is dat de versterking (van de natuur) wordt uitgevoerd; hoe monitoring van en rapportage over de uitvoering van de versterking plaatsvinden; hoe de natuur wordt ingericht en beheerd gedurende de ontwikkeltijd; de locatie waar de nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone optreden; en de locatie waarop de versterking (van de natuur) plaatsvindt. In hoofdstuk 2 is aangegeven waar de versterking plaatsvindt en hoe de natuur wordt ingericht en beheerd. Duidelijk is ook dat de locatie na verloop van tijd deel gaat uitmaken van het omliggende natuurgebied. Dat de versterking wordt uitgevoerd, wordt verzekerd met behulp van de bestemming Natuur en met de voorwaardelijke verplichting (conform artikel 2.53d) dat in ieder geval binnen 2 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan de maisakker verdwenen is en bomen en heesters conform het inrichtingsplan geplant zijn. Het planten van bomen en heesters vindt ook daarna nog plaats met de verdere ontwikkeling van de natuurbegraafplaats.
Monitoring vindt plaats door de locatiemanager die jaarlijks verslag doet van de vordering van de begraafplaats en daarbij nadrukkelijk aandacht besteed aan de natuurontwikkeling op het terrein. Conclusie Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.
3.4.4
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Arnhem 2040 Arnhem is in trek bij bewoners, bedrijven en bezoekers en groeit. In de komende twintig jaar neemt de behoefte aan woningen naar verwachting met 16.000 toe. Deze groei wil de gemeente benutten om de stad aantrekkelijker, socialer en vitaler te maken. Het gewenste toekomstbeeld voor Arnhem 2040 is een stad als onderdeel van een sterke regio met een veelzijdig landschap, waardevolle wijken en krachtige knooppunten. Om dat streefbeeld in 2040 te bereiken, is er de komende jaren vooral aandacht voor: een sterke positionering en profilering van Arnhem als groene, creatieve, ondernemende energiestad; een gunstig vestigingsklimaat voor onderwijs en innovatieve bedrijvigheid in en rondom de energiesector; investeren en bouwen op die plekken in de stad, die goed met het OV bereikbaar zijn en al over voorzieningen beschikken én meer ruimte voor fietsen en wandelen; woningen creëren ín de stad, met aandacht voor mensen met beperkingen, een achtergestelde maatschappelijke positie en/of een kleine portemonnee; 24
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
ruimte voor nieuwe gemengde woon-werkmilieus in de stad; een aantrekkelijke, gezonde, groene woon- en leefomgeving passend bij het veranderende klimaat; gezonde wijken waar iedereen kan meedoen; verduurzaming van wijken en het tegengaan van energiearmoede; transformatie van de bruisende binnenstad van koop- naar ontmoetingscentrum. Het plangebied maakt deel uit van de zogeheten Natuur- en cultuurzone (figuur 14). Daar wordt een intensievere benutting van ruimte met respect voor alle (natuurlijke) kwaliteiten voorgestaan. Beoogd wordt investering in de bestaande groene buitenruimte tot een nog hoogwaardigere zone waar kan worden geïnvesteerd in het verhogen van de biodiversiteit. De ontwikkeling van de natuurbegraafplaats past precies in dit streven. Een maisakker wordt immers omgezet naar een biodiversere groene omgeving met ruimte voor een intensieve benutting met graven voor een groeiende groep moslims die niet meer gerepatrieerd willen worden, maar in hun Nederland begraven willen worden.
Figuur 14. Uitsnede Omgevingsvisie Arnhem met zwarte ster ter aanduiding van het plangebied Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groenblauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groenblauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van "Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
25
Natuurbegraafplaats Waterberg
waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen. In de Groenvisie zijn de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Deze regels zijn van toepassing bij ruimtelijke ontwikkelingen waar groen en/of bomen verdwijnen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. Het plangebied ligt in het Veluws Plateau. Ambities en (ontwikkel)opgaven zien hier toe op het behouden en versterken van een groot en robuust natuurgebied, als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000, met grote landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Het plan versterkt deze waarden en is daarmee in overeenstemming met de ambities en (ontwikkel)opgaven in de Groenvisie. In het plangebied wordt circa 7 hectare agrarisch landbouwareaal omgevormd naar nieuwe natuur. Deze landbouwgrond bestaat nu grotendeels uit een intensief bemeste maisakker zonder noemenswaardige biodiversiteit.
Er verdwijnen geen bomen of ander groen. De totale groenbalans neemt toe. Ook de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden nemen toe. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) blijft ongewijzigd. Voor de uitvoering hoeft geen kapmelding te worden gedaan en bos-/groencompensatie is niet aan de orde. De natuurbegraafplaats heeft geen negatief effect op de bestaande wezenlijke waarden en kenmerken en het functioneren van het GNN. De aanleg van de islamitische natuurbegraafplaats heeft ook geen negatief effect op het kunnen behalen van de ontwikkelingsdoelen van het GNN en het GO. Groencompensatie op basis van de gemeentelijke Groenvisie én het provinciale Gelders Natuurnetwerk is niet noodzakelijk en dus niet van toepassing op onderhavig plan. Welstandsnota 2015 De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. In figuur 15 is de kaart met de onderverdeling opgenomen.
Hieruit blijkt dat het plangebied in een gebied ligt, waarin geen toets nodig is en aanvragen voor omgevingsvergunning voor het bouwen niet meer vooraf worden getoetst. Als een vergunning nodig is voor (ver)bouw dan blijven altijd de regels gelden die in het bestemmingsplan staan, zoals regels over grootte, bouwhoogte e.d. Maar de keuze voor materiaal, vorm en kleur is in deze gebieden vrij.
26
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Figuur 15. Welstandsnota: verdeling gebieden
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
27
Natuurbegraafplaats Waterberg
28
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Archeologie
4.1.1
Wettelijk kader en beleidskader
De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta (Malta). In 1992 ondertekenden twintig Europese staten, waaronder Nederland, dit verdrag. De belangrijkste uitgangspunten van het verdrag zijn: archeologische waarden dienen zoveel mogelijk (in situ) in de bodem bewaard te blijven en beheermaatregelen dienen genomen te worden om dit te bewerkstelligen; vroeg in de ruimtelijke ordening dient al rekening gehouden te worden met archeologie; bodemverstoorders betalen het archeologisch (voor)onderzoek wanneer behoud in situ niet mogelijk is. In 2007 is het verdrag vertaald in de Monumentenwet 1988 en maakt thans deel uit van de Erfgoedwet. Archeologie is een integraal onderdeel van het erfgoedbeleid en als zodanig opgenomen in de Erfgoedagenda gemeente Arnhem 2017. Behoud van archeologische waarden is het uitgangspunt en als dat niet mogelijk is, volgt veiligstelling door archeologisch onderzoek. Om permanente aandacht voor deze vorm van erfgoed te krijgen, is ingezet op constante voorlichting en educatie. Sinds 2008 beschikt de gemeente over een archeologische verwachtingenkaart voor heel Arnhem. De verwachtingenkaart geeft al in een vroeg stadium van planvorming globaal inzicht in de mate waarin archeologische resten in een gebied aangetroffen kunnen worden.
Conform de Erfgoedverordening geldt dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden als grondroerende werkzaamheden: in archeologisch waardevolle gebieden (buiten monumenten) dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 30 m²; in gebieden met een hoge archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 200 m²; in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 500 m²; in gebieden met een lage archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 2000 m². Voor archeologisch waardevolle gebieden zijnde beschermde gemeentelijke of rijksmonumenten, geldt maatwerk. Voor rijksmonumenten beslist de Minister van OC&W. Gebieden die reeds onderzocht zijn en/of zijn vrijgegeven, zijn vrijgesteld van onderzoek. Aan het archeologische beleid dat in de verordening is verankerd, ligt de archeologische maatregelenkaart als basis. 4.1.2
Toepassing op plangebied
Op de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Arnhem heeft het plangebied, gelegen op de zuidelijke flank van de Veluwe een lage tot middelhoge archeologische verwachtingskans. Door Buro de Brug is een archeologisch bureauonderzoek conform KNA 4.1 en BRL protocol 4002 uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd in bijlage 2. Opgemerkt wordt dat het archeologisch bureauonderzoek een groter plangebied bestrijkt en ook het deel van het bos met de aanlooproute meeneemt. Op basis van de landschappelijke en historische analyse kan worden geconcludeerd dat binnen het plangebied resten worden verwacht uit de periode vanaf het Mesolithicum tot de Late Middeleeuwen. De verwachte archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- of vuursteenuitstrooiingen. Organische resten (zoals bot, hout, leder en textiel) zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden (op basis van de historische en cartografische gegevens) voor bewoning voor de periode vanaf de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd, hierdoor geldt een lage verwachting voor archeologische resten uit deze perioden. "Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
29
Natuurbegraafplaats Waterberg
Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat er verschillende verwachtingen binnen het plangebied gelden voor archeologische vindplaatsen. Een verkennend booronderzoek is uitgevoerd conform KNA 4.1 protocol 4002, om de bodemopbouw gedetailleerder in beeld te krijgen. De resultaten van het verkennend booronderzoek worden opgenomen in Bijlage 3 en Bijlage 4. Deze onderzoeken en onderstaande figuur hebben betrekking op de bestaande akker waar het graven zal plaatsvinden. De randen van het gebied zijn bestemd als Bos en daar wordt niet begraven. Deze randen zijn niet onderzocht op archeologische waarden en de bestaande archeologische verwachtingen blijven dan ook in aanwezig. Naar aanleiding van de uitgevoerde booronderzoeken zijn verschillende gebieden te onderscheiden (zie figuur 16).
Figuur 16. Uitsnede archeologische verwachtingskaart Arnhem Deze gebieden worden hieronder toegelicht. Gebied zonder dubbelbestemming (licht rood) Uit de booronderzoeken blijkt dat in deze gebieden geen archeologische vondsen zijn te verwachten. Voor dit gebied geldt dan ook geen archeologische waarden. Wel zijn er op twee plekken indicatoren voor een vindplaats gevonden (zwarte stippen op de kaart). Dit zouden prehistorische vindplaatsen kunnen zijn. Voor deze mogelijke vindplaatsen geldt een archeologisch waardevolgebied. Middelhoge tot hoge verwachting dieper dan 1 meter (oranje) In het zuidelijke deel is sprake van stuifzand, wat vermoedelijk in de Middeleeuwen is gevormd. Exact hoe dik deze stuiflaag is, is onbekend. Hierdoor is ook de diepteligging van de ondergelegen pleistocene afzettingen niet met zekerheid te zeggen (in ieder geval dieper dan 100-120 cm -Mv). Hierdoor geldt hier een hoge archeologische verwachting op resten vanaf het paleolithicum-vroege middeleeuwen, maar vanaf een diepte van 1 meter beneden maaiveld. Middelhoge tot hoge verwachting (geel) 30
"Natuurbegraafplaats Waterberg" (vastgesteld)
Natuurbegraafplaats Waterberg
Op basis van de onderzoeken geldt hier een middelhoge tot hoge verwachting op resten vanaf het neolithicum-vroege middeleeuwen. Dat betekent dat voor er hier kan worden gegraven er nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Flakstelling: archeologisch waardevol gebied (bruin) De locatie van de FLAK-stelling worden aangeduid als archeologisch waardevol gebied. Het gaat dan allen om de locatie waar de flakstellingen hebben gestaan en dat zijn drie kleinere locaties dan weergegeven op figuur 16.
4.2
Cultuurhistorie
4.2.1
Wettelijk kader en beleidskader
Cultuurhistorische objecten die zeldzaam of schaars zijn en die voor mensen in hoge mate het beeld van Nederland bepalen, worden aangewezen als monumenten. In de Erfgoedwet (de opvolger van de Monumentenwet 1988) is vastgelegd hoe monumenten van bouwkunst en archeologie en stads- en dorpsgezichten moeten worden beschermd. Deze wet is het belangrijkste instrument voor de bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed in Nederland. Cultuurhistorie moet op basis van de gewijzigde Bro (art 3.1.6 ) goed in bestemmingsplannen verankerd worden. Dit behelst niet alleen een beschrijving van de aanwezige en te verwachten cultuurhistorische waarden, maar ook een waardering ervan en een advies over toekomstige omgang ermee, gelet op de ruimtelijke opgave die in het bestemmingsplan aan de orde is. Aangegeven moet worden hoe met de cultuurhistorische waarden rekening is gehouden in het bestemmingsplan. In de Erfgoednota 'Panorama Arnhem' wordt het accent verschoven van 'behoud door bescherming' naar 'behoud door ontwikkeling'. Het stadsbeeld van Arnhem verandert in hoog tempo. Het erfgoedbeleid wil de cultuurhistorische factor een zichtbare en samenhangende rol geven in deze stedelijke ontwikkelingen. Cultuurhistorie wordt ingezet als ontwikkelingskans en niet als belemmering. Streven is om bij planontwikkelingen zo vroeg mogelijk kennis van de Arnhemse cultuurhistorie in te brengen.
De erfgoedkaart biedt een overzicht van alle cultuurhistorische elementen en structuren binnen de gemeente Arnhem. Daarnaast blijft het zichtbaar maken van de bouw- en ontwikkelgeschiedenis van onze stad uitgangspunt. De cultuurhistorische dimensie van de stad moet, waar mogelijk, worden versterkt en beleefbaar gemaakt. 4.2.2
Toepassing op plangebied
Op de cultuurhistorische kansenkaart van de gemeente Arnhem behoort het plangebied tot de landschappelijke zone 'stuwwal'. De essentie van deze zone wordt getypeerd als een groene deken, waarin verschillende elementen “verstopt” liggen. Het Arnhemse buitengebied is ideaal voor militaire doeleinden, revalidatiecentra en sportterreinen; er is genoeg ruimte, een bosrijke omgeving en goede toegankelijkheid via de uitvalswegen. Daarom richtte men langs de radialen terreinen in voor “ruimtevragende activiteiten”, kenmerkend door de verborgen ligging in de bossen. Transformatie vindt vooral plaats binnen de bestaande terreinen. Het plangebied heeft geen betekenis als onderdeel van de landgoederenzone (Gelders Arcadië). Wel grenst het plangebied aan het oude tracé van een hoogspanningslijn (tracé Apeldoorn-Arnhem) die tot aan de ombouw van de N50 naar A50 op de gemeentegrens van Arnhem en Rozendaal lag. Het tracé is nog wel herkenbaar aan een kaarsrecht pad in noord-zuidrichting. In dit geval is er sprake van een ruimtevragende activiteit (een begraafplaats wordt als zodanig beschouwd) in een verborgen plek. Een van de radialen (de route naar Apeldoorn) voert nog steeds naar de toegang tot deze verborgen plek en vervolgens wordt te voet of met een golfkar een besloten zone bereikt die is ontstaan door de inbreuk als gevolg van de aanleg van de A12.
Het fragment in het landschap is – ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt – uitermate geschikt als locatie voor een natuurbegraafplaats.