CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Tarieventabellen

Politieke Avond 13 oktober 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: 18.45 uur - 20.15 uur: Vaststellen van de Begroting 2022, de Turap 2 2021 en de Belastingsverordeningen 2022 - Portefeuille: wethouder Paping26.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

522,00 277,00 307,00 172,00

   

Marktparkeervergunning 1 dag per week geldig, per jaar: Marktparkeervergunning 2 dagen per week geldig, per jaar: Marktparkeervergunning 3 dagen per week geldig, per jaar: Schippersparkeervergunning, per jaar:

92,00 183,00 275,00 307,00

De kosten als bedoeld in artikel 10 bedragen  De kosten van de naheffingsaanslag van de belasting als bedoeld in art 2 onderdeel a bedragen:  De kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem bedragen:  De kosten van het overbrengen van het voertuig bedragen - voorrijkosten maandag t/m zondag dag en nacht: - sleepkosten ma-vrij 08.00-18.00 uur: - sleepkosten ma-vrij 18.00-08.00 uur en za, zo en feestdagen:  De kosten van bewaren van het voertuig bedragen - voor de eerste 24 uur of gedeelte daarvan: - voor elke volgende dag of gedeelte daarvan:

61,00 72,00 104,18 180,29 206,43 27,42 11,51

Zaaknummer: 605452

Toelichting bij de tarieventabel. Voor de tarieven worden twee verschillende soorten gebieden onderscheiden. Gebieden met het tarief dat even hoog is als in het centrum, en de overige gebieden waar een tarief van € 1,75 per uur toepassing is. Met betrekking tot de vergunningen wordt voorzien in de volgende soorten:  Bewonersvergunning: een vergunning die aan een bewoner van een zelfstandige woning kan worden verstrekt;  Bedrijfsvergunning met onbeperkte geldigheidsduur: een vergunning die kan worden verstrekt aan een bedrijf en 24 uur per dag en 7 dagen per week geldig is;  Bedrijfsvergunning maandag tot en met zondag, dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur: een vergunning die kan worden verstrekt aan een bedrijf en geldig is van maandag tot en met zondag, dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur;  Marktparkeervergunning: een vergunning die kan worden verstrekt aan marktkooplieden om hun voertuigen te parkeren als zij op de markt staan (1, 2 of 3 dagen per week);  Schippersparkeervergunning: een parkeervergunning die kan worden verstrekt aan een schipper van de beroepsvaart en geldig is voor de periode dat zijn schip een ligplaats heeft ingenomen in Arnhem;  Bezoekersvergunning: een vergunning die kan worden verstrekt aan een bewoner ten behoeve van het parkeren van zijn bezoek;  Dagkaart: een vergunning die kan worden verstrekt aan de aanvrager en waarmee een kalenderdag kan

worden geparkeerd op alle gefiscaliseerde parkeerplaatsen in geheel Arnhem. De dagkaart is verkrijgbaar aan het loket van het parkeerbedrijf of via het digitale parkeerloket van de gemeente Arnhem. Enkele kosten als bedoeld in artikel 10 komen op een andere manier tot stand:  De maximale kosten van de naheffingsaanslag van de belasting als bedoeld in art 2 onderdeel a worden bepaald door het ministerie;  De kosten van het overbrengen en het bewaren van voertuigen zijn gelijk aan de tarieven zoals deze zijn vastgesteld in de Wegsleepverordening Arnhem 2017 (vastgesteld 19 december 2016; 2016.11-00674, 2016.0.059.415)

Zaaknummer: 605452

Toelichting op de Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2022. De Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2022 vervangt de Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2021. De toepassing van parkeerbelastingen vindt zijn grondslag in de Gemeentewet. Inhoud en bevoegdheden zijn in een aantal artikelen vastgelegd. Het betreft:  Art 147. Dit artikel bepaalt dat het vaststellen van een verordening een raadsbevoegdheid is, tenzij dat bij wet anders is bepaald.  Art. 149. In dit artikel is bepaald dat de gemeenteraad de verordeningen kan vaststellen die zij nodig acht.  Art. 160. Hierin is geregeld dat het college verantwoordelijk is voor privaatrechtelijke handelingen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het vaststellen van het tarief in een parkeergarage van de gemeente, die is voorzien van een slagboom. Indien sprake is van vooraf betalen aan de parkeerautomaat, is er geen sprake van privaatrechtelijk handelen en dient de gemeenteraad de tarieven vast te stellen.  Art. 219 bepaalt dat gemeentelijke belastingen niet afhankelijk mogen worden gesteld van het inkomen, winst of vermogen.  Art. 225. Dit artikel is de basis voor het toepassen van parkeerbelasting.  Art. 234 Het invorderen van de parkeerbelasting is geregeld in dit artikel. Hierin is tevens bepaald dat het college van burgemeester en wethouders bepaalt hoe parkeerapparatuur in werking moet worden gezet.

Tevens is bepaald dat als een naheffingsaanslag niet terstond kan worden overhandigd, dat deze aan het voertuig moet worden bevestigd.  Art. 235. Met dit artikel wordt het toepassen van de wielklem mogelijk gemaakt. Naast de Gemeentewet is er andere regelgeving die van belang is voor het toepassen van parkeerbelasting. Het betreft:  Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Dit besluit handelt over de mogelijkheid om parkeerapparatuur uitsluitend langs elektronische weg in werking te stellen en bepaalt welke kosten mogen worden toegerekend aan de naheffingsaanslag, wielklem en enkele daarmee samenhangende maatregelen.  Regeling gehandicaptenparkeerkaart. In deze regeling is vastgelegd wie in aanmerking komen voor de gehandicaptenparkeerkaart, welke toetsing moet worden uitgevoerd en hoe de kaart er uit ziet. De essentie van de Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2022, is het kunnen toepassen van betaald parkeren in de vorm van parkeerbelastingen en het kunnen toepassen van parkeervergunningen en, mogelijk in de toekomst, parkeerontheffingen. De gemeente heft op basis van deze verordening twee soorten belasting: 1. Parkeerbelasting van ‘bezoekers’. Zij betalen parkeergeld op een door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

Concreet betekent dat deze groep een kaartje koopt bij de parkeermeter, aan de balie van het Parkeerbedrijf of betaalt via GSM-parkeren of een variant daarop. 2. De andere groep is de vergunninghouders; zij betalen vooraf voor een vastgestelde periode. De gebieden waar beide regimes gelden, kunnen overlappen, maar dat hoeft niet. Zo kunnen er plaatsen worden aangewezen waar een parkeervergunning niet geldig is, maar ook plaatsen die juist

Zaaknummer: 605452

uitsluitend bestemd zijn voor vergunninghouders. Er is sprake van 2 vormen van parkeerbelasting die naast elkaar functioneren. De parkeervergunning is dus geen vorm van vrijstelling. Hoewel in theorie het parkeerregime per straat kan verschillen en vergunningen per straat kunnen worden verstrekt, blijkt dat in de praktijk niet werkbaar. Anderzijds zijn ook niet alle situaties gelijk en is enige mogelijkheid om te differentiëren in het regime wenselijk. Aaneensluitende straten, straatdelen en/of plaatsen waar hetzelfde parkeerregime geldt, zijn samengevoegd in een ‘gebied’. Ook plaatsen die niet kunnen worden aangemerkt als ‘straat’ kunnen worden aangewezen als een gebied. Hierbij kan gedacht worden aan parkeergarages of andere terreinen waar parkeren mogelijk is. Voorbeelden van regimes zijn: ‘parkeren voor uitsluitend vergunninghouders’, of ‘parkeren voor vergunninghouders en bezoekers tegen een hoog tarief’. Meerdere gebieden kunnen desgewenst worden samengevoegd in een ‘Sector’. In dat geval is een parkeervergunning geldig in meerdere gebieden. De nummering van de gebieden is gekoppeld aan de nummering van de gebieden voor het parkeren via aanmelding op een centrale computer (GSM-parkeren en/of bezoekersregeling). Artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt wat moet worden opgenomen in een belastingverordening.

De letterlijke tekst luidt: ‘Een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.’ Met de artikelen 2 tot en met 6 van deze verordening, wordt aan deze eis gevolg gegeven. Overigens ontbreekt het ‘tijdstip van beëindiging van de heffing’ in de verordening. Dat volgt uit twee zaken: de aard van de belastingplicht in combinatie met de tijdstippen dat betaald parkeren van kracht is. Men moet betalen als men wil parkeren op momenten dat het moet. Buiten die periode, of als men niet meer parkeert, is men dus ook niet belastingplichtig. Ook indien men een vergunning heeft, is dat het geval. De aanvrager staat het vrij om te kiezen voor een vergunning, waarmee hij kiest voor een soort ‘vastrecht’ of om te betalen aan de meter, waarmee hij de keuze maakt om alleen te betalen voor de geparkeerde tijd. In artikel 6 is de mogelijkheid opgenomen om de parkeerbelasting te betalen door in te loggen op een centrale computer. Deze bepaling maakt het mogelijk om GSM-parkeren (en varianten daarop) toe te passen.

Bij deze vormen van betalen, meldt men zich bij het begin van de parkering bij zijn provider aan en aan het eind van de parkering weer af. De provider int het geld bij de parkeerder en draagt dit periodiek af aan de gemeente. In tegenstelling tot het parkeren aan de meter, wordt de parkeerbelasting aan het einde van het parkeren gedaan. In de regel ontvangt de parkeerder hiervoor een factuur van zijn aanbieder, waarna betaling plaatsvindt, meestal via automatische incasso of verrekening met een creditcard. Deze inning geschiedt direct of periodiek (wekelijks, tweewekelijks, maandelijks). Het feitelijke moment van betalen is dus variabel. Om praktijk en regelgeving te laten aansluiten, is de betaaltermijn gesteld op uiterlijk een maand na het beëindigen van het parkeren en overeenkomstig de voorwaarden van de aanbieder. Het is aan de gemeente om in het contract met de aanbieder te regelen dat de parkeergelden minimaal 1 keer per maand bij de gebruikers worden geïnd. Bovenstaande laat overigens onverlet, dat de belasting is verschuldigd bij aanvang van het parkeren. Met moet immers parkeerbelasting betalen over de gehele periode dat men heeft geparkeerd. Omdat er meerdere providers actief kunnen zijn kan ook sprake zijn van meerdere centrale computers.

Zaaknummer: 605452

Artikel 7 draagt de bevoegdheid om de plaatsen aan te wijzen waar parkeerbelasting verschuldigd is over aan het college. Hiermee kan het college snel inspelen op wijzigende omstandigheden, zoals het uitbreiden of reduceren van het gereguleerde gebied. Dit is zeker van belang als uitbreiding van het gefiscaliseerde gebied gefaseerd geschiedt. Zou deze bevoegdheid niet bij het college liggen, dan dient de gemeenteraad bij iedere uitbreiding een apart besluit te nemen. Vanuit het oogpunt van zowel efficiëntie als effectiviteit is dat niet wenselijk. Binnen een gefiscaliseerde omgeving is het niet mogelijk vrijstellingen te verstrekken, tenzij de gemeente het parkeren door een bepaalde categorie parkeerders niet wil reguleren. In dat geval kan men de totale categorie vrijstelling geven. Voorts is het gelijkheidsbeginsel leidend. In artikel 8 zijn de groepen benoemd die zijn vrijgesteld van de parkeerbelasting. Met artikel 9 houdt de gemeente de mogelijkheid open om de wielklem toe te passen. Dat deze mogelijkheid er is, betekent niet dat deze ook per definitie moet worden toegepast. Als de gemeente deze gaat toepassen geldt ook hier het gelijkheidbeginsel. Zo is het wel mogelijk om buitenlandse auto’s te klemmen en Nederlandse niet, maar niet als dat leidt tot extra kosten voor de eigenaar van de betreffende auto.

Artikel 11, Restitutie, legt de gangbare Arnhemse praktijk vast dat bij het laten intrekken van de vergunning op verzoek van de vergunninghouder deze het betaalde belastingbedrag naar evenredigheid van het aantal nog niet ‘genuttigde’ kalendermaanden terug krijgt. Dit betekent bijvoorbeeld dat iemand die zijn vergunning op 15 september inlevert, 5/12 van het betaalde vergunningtarief terug krijgt. Hij heeft de maanden oktober tot en met februari niet gebruikt. Dit geldt ook als hij de vergunning zou inleveren op 1 september of 30 september; in beide gevallen krijgt hij 5/12 terug. De berekening vindt plaats over de volle kalendermaanden. Vergunningen met een geldigheidsduur van korter dan 2 maanden komen zodoende nimmer in aanmerking voor restitutie. Als datum van inleveren geldt de datum dat het vergunningbewijs (het deel van de vergunning dat men achter de voorruit moet leggen) wordt ingeleverd. Hiermee wordt voorkomen dat deze onrechtmatig wordt gebruikt. De bevoegdheid om te bepalen hoe de parkeerbelasting moet worden betaald is via artikel 13 van deze verordening overgedragen aan het college. In het uitwerkingsbesluit werken zij de uitvoering van betaald parkeren nader uit. De vergunningen die het college kan verstrekken, zijn benoemd in de tarieventabel. Er kunnen geen andere vergunningen verstrekt worden dan die genoemd zijn in de tarieventabel.

Afdeling III van deze verordening gaat over de toepassing van art. 225 lid 1b van de Gemeentewet; “een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze”. Feitelijk is de strekking van de parkeerverordening simpel: ‘de gemeente geeft parkeervergunningen uit.’ De parkeerverordening stelt de kaders vast voor het verlenen van parkeervergunningen en de eisen die aan de parkeervergunningen zijn verbonden. In het uitwerkingsbesluit, dat zijn grondslag vindt in artikel 15 en 16 van deze verordening, legt het college van burgemeester en wethouders vast hoe de verschillende “parkeerproducten” (zoals bewonersvergunning, bezoekersvergunning, etc.) worden verstrekt en mogen worden gebruikt. De gemeenteraad is en blijft verantwoordelijk voor de tariefstelling van deze producten. Deze worden vastgesteld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Daarmee is geborgd dat het college alleen ‘producten’ kan uitgeven, die door de raad zijn benoemd.

Zaaknummer: 605452

In het eerste lid van art. 225 van de Gemeentewet is bepaald dat er twee soorten parkeerbelastingen zijn. Het betalen aan ‘de meter1’ en het parkeren met een parkeervergunning. Fiscale handhaving (het opleggen van een naheffingsaanslag) is alleen mogelijk als betalen ‘aan de meter’ mogelijk is. De noodzaak om onderscheid te maken tussen ‘belanghebbendenplaatsen’ en ‘parkeerapparatuurplaatsen’ ontbreekt daarmee. Ook plaatsen die uitsluitend bedoeld zijn voor vergunninghouders (belanghebbendenplaatsen) kunnen worden vastgelegd in een fiscaal regime. Dit biedt de mogelijkheid om vergunninggebieden te laten bestaan uit een combinatie van ‘belanghebbendenplaatsen’ en plaatsen waar ook ‘aan de meter’ kan worden betaald (parkeerapparatuurplaatsen). Artikel 15 is een opsomming van de nader door het college te bepalen regels. Het college heeft door het mixen van en variëren met de genoemde elementen de mogelijkheid om:  Binnen de in de tarieventabel benoemde vergunningtypen, verschillende parkeerproducten te ontwikkelen. Hiermee is de gemeente in staat om, binnen de grenzen van de wet en regelgeving, doelgroepenbeleid te voeren. Denk bijvoorbeeld aan de specifieke vergunningen voor marktkooplieden of voor autodate.  Snel en adequaat in te spelen op gewijzigde omstandigheden door de geldigheid van de vergunning in tijd of locatie te verruimen of te beperken.

Op die wijze kan bijvoorbeeld de omvang van het gebied waar uitsluitend door vergunninghouders kan worden geparkeerd snel worden gewijzigd. Hetzelfde geldt voor het aanpassen van de tijden dat parkeerregulering gewenst is. Door de parkeervergunning niet overdraagbaar te maken (artikel 17), wordt handel in vergunningen voorkomen. Uitzondering hierop vormt de overdracht van de vergunning aan een ander lid van het huishouden, voor zover die wordt gevoerd in de zelfstandige woning waarop de vergunning is uitgegeven. Deze uitzondering is bedoeld om de boedelverdeling bij echtscheiding of het gebruik van de auto door een nabestaande na overlijden niet nodeloos ingewikkeld te maken. Ook wordt de vergunninghouder verplicht om relevante wijzigingen door te geven, zodat te allen tijde kan worden bezien of de vergunninghouder nog aan de criteria voldoet. Artikel 19 van deze verordening gaat in op wat er moet gebeuren bij diefstal, verlies of vermissing van vergunningen. Het verstrekken van een duplicaat van een parkeervergunning op kenteken is niet aan voorwaarden gebonden. Deze vergunning kan immers maar voor één auto worden gebruikt. Omdat parkeervergunningen op naam wel eenvoudig kunnen worden misbruikt, wordt per vergunningjaar maximaal 1 keer een duplicaat verstrekt.

Door een vergunning “kwijt” te raken wordt het anders mogelijk om meerdere auto’s voor de prijs van één te laten parkeren. Door de in dit artikel genoemde beperkingen moet het op deze wijze frauderen met vergunningen worden beperkt. Artikel 20 regelt de verbodsbepalingen. Door de hier gebruikte formulering is het behalve auto’s ook toegestaan dat allerhande brommobielen, quads en gehandicaptenvoertuigen van deze parkeerplaatsen gebruik maken. Voorwaarde is dat deze voertuigen zijn voorzien van een kenteken. Uiteraard geldt ook voor hen de betalingsverplichting. Het parkeren van motorfietsen blijft ook mogelijk op fiscale plaatsen, het parkeren van brommers, bromscooters etc. echter niet.

‘aan de meter’ is formeel: een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze 1

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, zaaknummer 605452; Gelet op artikel 229, eerste lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN 2022

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. doorvaart: Het vrachtschip of overig vaartuig verblijft in de haven of aan de kade uitsluitend om te overnachten met een maximum van 4 dagen; 2. gebruik maken van de kade: - het rechtstreeks meren aan de kade van een vaartuig of - het zonder directe verbinding meren van een vaartuig voor de kade of - het door middel van een ander drijvend voorwerp aan de kade meren van een vaartuig of - het aantal te exploiteren vierkante meters aan of voor de kade indien het een jachthaven betreft; 3. gezagvoerder: degene, die op het vaartuig het gezag uitoefent en verantwoordelijk is voor de naleving van de geldende reglementen of degene die deze vervangt dan wel als zodanig optreedt; voor het geval noch de gezagvoerder, noch diens plaatsvervanger aanwezig is, wordt de eigenaar of gebruiker van het vaartuig aangemerkt als gezagvoerder. Voor jachthavens wordt de exploitant van de jachthaven als gezagvoerder aangemerkt; 4. Green Award Certificaat: een certificaat dat door de Stichting Green Award wordt uitgereikt. Vaartuigen met een Green Award Certificaat hebben tijdens een inspectie aangetoond dat zij voldoen aan bovenwettelijke eisen op het gebied van milieu, veiligheid en kwaliteit; 5.

haven: de haven van Malburgen (Nieuwe Haven) zoals op de bij deze verordening behorende tekening is aangegeven; 6. havenmeester: de als zodanig van gemeentewege aangewezen ambtenaar aan wie het toezicht op de haven en de kade is opgedragen en zijn plaatsvervanger; 7. jachthaven: haven waar pleziervaartuigen aan steigers of kade mogen aanleggen; 8. kade: de rechter Rijnoever, met uitzondering van het voormalig Rijksveer Malburgen (kadastraal bekend als gemeente Arnhem, sectie D, nr. 05723 en 04648), beginnende bij de Boterdijk daar waar de damwand begint ter hoogte van kilometerraai 884.105 en eindigende bij de haven, alsmede de wal van de haven. De kade bestaat uit de Nieuwe Haven, de Rijnkade en de Nieuwe Kade en uitsluitend bedrijfsmatig in gebruik zijnde schepen mogen aan de kade liggen;

Zaaknummer: 605452

9. laadvermogen: de maximale belasting van het schip, uitgedrukt in tonnen (1 ton = 1000 kg), zoals blijkt uit de bij het schip behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt; 10. meetbrief: een door een daartoe bevoegde instantie uitgegeven en in Nederland geldig document betreffende de tonnenmaat en het laadvermogen van een vaartuig; 11. plaatsruimte: de oppervlakte van een vaartuig, berekend door de grootste lengtemaat van het vaartuig te vermenigvuldigen met de grootste breedtemaat, uitgedrukt in vierkante meters; 12. termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven en/ of kade plaatsvindt: a. dag : een etmaal; b. week : een kalenderweek; c. maand : een kalendermaand; d. kwartaal : een kalenderkwartaal; e. jaar : een kalenderjaar; 13. toezichtsgebied: Al het open water dat rechtstreeks in verbinding staat met de rivieren de Nederrijn en Gelderse IJssel gelegen binnen de gemeentegrenzen van Arnhem en dat tevens eigendom is van de gemeente Arnhem. 14. vaartuig: een zee- of binnenvaartuig, tot de vaart gebruikt of bestemd, daaronder begrepen drijvende werktuigen, zoals baggerwerktuigen, kranen, bokken, elevators, alsmede woonschepen, glijboten en pontons; 14a.

hospitaalschip: een schip uitsluitend bestemd en gebruikt voor het verlenen van medische hulp, daaronder begrepen het vervoer van gehandicapten, zieken en gewonden;

14b.

langdurig verblijvend vaartuig: een vaartuig dat langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden een ligplaats inneemt en waarvoor een schriftelijke ontheffing op grond van artikel 2.1 van de verordening op het gebruik van de haven en kade is verleend door het college van burgemeester en wethouders;

14c.

passagiersschip: een vaartuig dat middel van vervoer is of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;

14d.

pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, met een romplengte van maximaal 40 meter;

14e

vrachtschip: een vaartuig dat geheel of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vervoer van goederen;

14f.

overige vaartuigen: alle vaartuigen die niet onder de categorieën 3a tot en met 3f, als bedoeld in dit artikel vallen.

14g.

drijvende inrichting: vaartuig zonder watergebonden functie, zoals een drijvend kantoor of een drijvende werkplaats, kantine of restaurant.

Artikel 2. Maatstaf van heffing 1. Voor de berekening van het haven- en/of kadegeld gelden als grondslagen: a. het laadvermogen van het vaartuig in tonnage zoals vermeld in de meetbrief; b. de plaatsruimte van het vaartuig;

Zaaknummer: 605452

c.

de locatie (zone) waar het vaartuig ligging neemt; zone 65000: Nieuwe Haven zone 65010: Nieuwe Kade zone 65020: Rijnkade d. het aantal te exploiteren vierkante meters van een jachthaven. 2. Voor het berekenen van het los- en opslaggeld geldt als grondslag de plaatsing van een object danwel het aantal vierkante meters oppervlakte. 3. In de tarieventabel is aangegeven welke grondslag van toepassing is. 4. Bij gebreke van een geldige meetbrief of bij weigering deze te tonen wordt het laadvermogen ambtshalve geschat en is de belasting naar de uitkomst van die schatting verschuldigd. Artikel 3. Belastingtarief 1. Het haven- en/of kadegeld en het los- en opslaggeld worden geheven naar de maatstaven en tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemd tijdvak, eenheid of afmeting voor een geheel gerekend. 3. Voor de toepassing van de tarieven wordt op het haven- en kadegeld voor vaartuigen die in het bezit zijn van een Green Award Certificaat, een korting van 15% toegepast. 4. Om in aanmerking te komen voor een korting als bedoeld in lid 3 moet bij binnenkomst in de haven worden aangegeven of het vaartuig over een Green Award Certificaat beschikt. Artikel 4. Wijze van heffing 1.

Het haven- en/of kadegeld dat per keer berekend wordt, wordt geheven door voldoening op aangifte. 2. Aangifte geschiedt door bij aanvang van het gebruik maken van de kade in het bezit te zijn van een schriftelijke reservering (E-mail) dan wel mondeling overeengekomen met de gemeente Arnhem. 3. In afwijking van het in lid 1 genoemde, kan met toestemming van de havenmeester het haven- en kadegeld worden geheven bij wege van gedagtekende nota of andere schriftuur waarop het gevorderde bedrag wordt vermeld. 4. Het los- en opslaggeld en de abonnementen voor haven- en/of kadegeld en los- en opslaggeld worden geheven bij wege van gedagtekende nota of andere schriftuur waarop het gevorderde bedrag wordt vermeld. Artikel 5. Tijdstip van verschuldigdheid 1. De rechten moeten worden voldaan op het moment van aanbieding van de nota of de andere schriftuur. 2. Indien de nota of de andere schriftuur wordt toegezonden, dient het verschuldigde te worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de nota of de andere schriftuur. 3. Bij voldoening op aangifte dient het verschuldigde te worden betaald binnen 30 dagen na opgave van het verschuldigde bedrag. Artikel 6. Kwijtschelding Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend. HOOFDSTUK II HAVEN- EN KADEGELD / LOS- EN OPSLAGGELD Artikel 7. Aard van de heffing / belastbaar feit 1.

Onder de naam haven- en kadegeld wordt een recht geheven wegens het gebruik maken van de haven en/ of kade overeenkomstig de bestemming daarvan en/of het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten. 2. Onder gebruik maken wordt mede verstaan het niet-onmiddellijk doch door middel van een ander drijvend voorwerp in de haven of aan de kade aanmeren van een vaartuig. 3. Onder de naam los- en opslaggeld wordt voor het hebben van voorwerpen op of boven de kade een recht geheven. Artikel 8. Belastingplicht 1. Het haven- en/ of kadegeld wordt geheven van de gezagvoerder van het vaartuig- indien het recht per keer wordt berekend - over het tijdvak van ononderbroken gebruik van de kade. Bij hernieuwd gebruik van de kade vangt een nieuw tijdvak aan. 2. De berekening van het recht geschiedt ter keuze van de belastingplichtige per keer of per jaar.

Zaaknummer: 605452

3. De belastingplichtige is verplicht, zodra hij met een vaartuig ligplaats neemt, daarvan onverwijld kennis te geven aan de havenmeester. 4. Het los- en opslaggeld wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft op of boven de kade, danwel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen op of boven de kade worden aangetroffen. Artikel 9. Vrijstellingen Geen haven- en/ of kadegeld wordt geheven voor het gebruik maken van de haven en/of kade ten behoeve van: a. rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst; b. gemeentevaartuigen; c. hospitaalschepen; d. vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de havenmeester aantonen dat zij wegens ernstige familieomstandigheden of om redenen van overmacht van de haven en/of kade gebruik moeten maken, mits er niet geladen en/of gelost wordt; e. vaartuigen met een mechanisch gebrek, waarbij doorvaren te risicovol is voor de veiligheid van derden, met een maximum duur van 3 uur; f. vrachtschepen, die aanleggen tot het doen van inkopen van levensmiddelen, mits dit niet langer duurt dan drie uur en er gedurende die tijd niet geladen en/of gelost wordt; g. vrachtschepen die voorafgaand gereserveerd hebben en op zaterdag na 12.00 uur aankomen en op maandag vóór 10.00 uur vertrekken zonder te hebben geladen en/of gelost. Artikel 10. Reparatietarief 1.

Vrachtschepen die het havengebied gebruiken wegens reparatie aan het schip, waarbij de volledige aanmelding is gedaan door het te bezoeken scheepsreparatiebedrijf en waarbij er geen sprake is van laden en lossen, komen in aanmerking voor het reparatietarief. 2. De havenmeester beoordeelt naar aanleiding van het verzoek als bedoeld in het eerste lid of er sprake is van reparatie. HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening scheepvaartrechten 2021' van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. Datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening scheepvaartrechten 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021.

De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer: 605452 TARIEVENTABEL behorend bij de ‘Verordening scheepvaartrechten 2022’ van 10 november 2021

RUBRIEK 1

Haven- en kadegeld

1.1.1.

De in de tabel onder 1.1.2 en in 1.2.1 vermelde tarieven zijn exclusief BTW

1.1.2.

Het haven- en kadegeld bedraagt:

Type schip

Plaatsruimte of laadvermogen

Tijdvak (indien per keer berekend)

Tarief per aankomst

Tijdvak (indien per abonnement berekend)

Per strekkende meter Per 1 m2

Per nacht

65000 Nieuwe Haven € 1,50

Per 7 dagen

€ 0,14

€ 0,13

€ 0,16

Per ½ jaar

€ 3,05

Laden en lossen roerende zaken

Per 1 ton

Per 7 dagen

€ 0,12

€ 0,12

€ 0,14

Per ½ jaar

€ 2,60

Vrachtschip

Laden en lossen roerende zaken indien gewicht < helft van (maximaal) tonnage van het vaartuig

Per 1 ton

Per 7 dagen

€ 0,06

€ 0,06

€ 0,07

Geen abonnement mogelijk

1.1.2.5

Vrachtschip

Doorvaart (maximaal 4 dagen)

Per 1 ton

Per 4 dagen

€ 0,04

€ 0,04

€ 0,05

Geen abonnement mogelijk

1.1.2.6

Overige vaartuigen

Per 1 m2

Per 7 dagen

€ 0,14

€ 0,13

€ 0,16

Per ½ jaar

€ 3,05

1.1.2.7

Reparatietarief vrachtschip

Per 1 ton

Per 4 dagen

€ 0,04

€ 0,04

€ 0,05

1.1.2.8

Drijvende inrichting

Per 1m2

Per 7 dagen

€ 0,14

€ 0,14

€ 0,16

Per ½ jaar

€ 5,45

1.1.2.1

Pleziervaartuigen

1.1.2.2

Passagiersschip

1.1.2.3

Vrachtschip

1.1.2.4

1.2.1

65010 Nieuwe Kade € 1,50

65020 Rijnkade € 1,50

Geen abonnement mogelijk

Het haven- en kadegeld bedraagt voor jachthavens voor iedere m2 te exploiteren gedeelte aan of voor de kade per jaar

€

1,55

RUBRIEK 2 Los- en opslaggeld De in deze paragraaf vermelde tarieven zijn exclusief BTW

2

Het tarief bedraagt:

2.1

Voor het plaatsen op de kade van een met de grond verbonden kraan of van een ander los- of laadwerktuig zoals een mobiele kraan, een laadschop e.d.: per jaar

€ 154,00

Het hiervoor genoemde bedrag wordt verhoogd met een bedrag berekend over de kade oppervlakte welke door het werktuig bestreken kan worden per m2: -per jaar -per kwartaal -per maand -per week

€ 10,90 € 3,40 € 1,55 € 0,51

2.2

Zaaknummer: 605452

2.2.1

De verhoging als bedoeld in 2.2 is niet verschuldigd indien voor de hier bedoelde oppervlakte los- en opslaggeld als gemeld in deze rubriek van de tarieventabel is voldaan voor de duur van een kalenderjaar.

2.3

Het tarief bedraagt: voor het plaatsen van voorwerpen op de kade - opslaggeld per m2 -per jaar -per kwartaal -per maand -per week

€ 10,90 € 3,35 € 1,55 € 0,51

Zaaknummer: 605452

BIJLAGE behorend bij 'Verordening Scheepvaartrechten 2022' van 10 november 2021

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, nummer 605452; Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2022 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. arrangement: het gebruik van een toeristische plaats voor een gezin, echtpaar of samenreizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; b. cruiseschip: een zeeschip of binnenschip dat bestemd is of gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van passagiers over zeewegen dan wel binnenvaarwegen, die om toeristische redenen, hoofdzakelijk gelegen in de zee- of rivierreis zelf, deelnemen aan die zee- of rivierreis; c. jachthaven: aanlegplaats voor vaartuigen; d. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; e. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen die bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; f.

naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; g. passagiers: personen, niet zijnde bemanningsleden, die tegen een vergoeding in welke vorm dan ook aan boord van een cruiseschip verblijven en die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven; h. slaapzaal: een ruimte met minimaal vier slaapplaatsen, waarbij die slaapplaatsen gebruikt kunnen worden door personen die niet tot één reisgezelschap behoren; i. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden, niet zijnde een cruiseschip; j. vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven (bijv. chalets), niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; k. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. l. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de Basisregistratie personen van de gemeente zijn ingeschreven.

Zaaknummer: 605452

Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: a. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; b. van degene die verblijft in het vakantiepark 'Bio Vakantieoord'; c. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; d. van degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan of begeleider van een zogenoemde schoolwerkweek of als deelnemer aan of begeleider van een meerdaagse activiteit van een scoutinggroep of gelijksoortige organisatie; e.

van degene jonger dan 22 jaar die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een meerdaagse activiteit van een sportvereniging of een cultuurvereniging en van degene die als begeleider van voornoemde deelnemers optreedt. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 6. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Ter zake van verblijf in mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoensplaatsen of voor mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen voor vakantie of recreatief gebruik wordt het aantal overnachtingen forfaitair vastgesteld. 2. De forfaitaire berekeningswijze is uitsluitend van toepassing voor jaarplaatsen, (vaste) seizoenplaatsen en arrangementen die gebruikt worden door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen. 3. Bij de forfaitaire berekening wordt het aantal overnachtingen per verblijfsruimte vastgesteld op het product van het voor die verblijfsruimte in het vierde lid vastgestelde aantal personen dat heeft overnacht en het voor die verblijfsruimte in het vijfde lid vastgestelde aantal malen dat is overnacht. 4. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen, bepaald op 2,3; b.

mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,3; c. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen bepaald op 2,5; d. mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen bepaald op: 1°. 2,2, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2°. 2,4, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;

Zaaknummer: 605452

3°. 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4°. 2,1, indien sprake is van een maandarrangement. 5. Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het vierde lid, sub a, bepaald op: 50; b. in geval van het vierde lid, sub b, bepaald op: 50; c. in geval van het vierde lid, sub c, bepaald op: 50; d. in geval van het vierde lid, sub d, bepaald op: 1°. 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2°. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3°. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4°. 12, indien sprake is van een maandarrangement. Artikel 7. (Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van heffing 1. Belastingplichtige kan in de aangifte verzoeken de maatstaf van heffing in afwijking van het bepaalde in artikel 6 vast te laten stellen op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. 2. Dit verzoek wordt niet gehonoreerd indien de nachtregistratie zoals bedoeld in artikel 14 niet of niet juist is bijgehouden. Artikel 8. Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,00. 2.

In afwijking van het in het eerste lid genoemde tarief bedraagt het tarief per persoon per overnachting bij verblijf in een mobiel kampeeronderkomen of op een vaste standplaats of bij verblijf in een vaartuig op een aanlegplaats in de jachthaven € 0,75. 3. In afwijking van het in het eerste lid genoemde tarief bedraagt het tarief per persoon per overnachting bij verblijf in een accommodatie waarbij overnacht wordt in een slaapzaal € 0,75. Artikel 9 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet. Artikel 13 Registratieplicht 1.

De belastingplichtige is gehouden per belastingjaar een deugdelijke administratie bij te houden.

Zaaknummer: 605452

2. Deze administratie bevat, met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft, tenminste gegevens betreffende: a. het wel of niet woonachtig zijn in de gemeente Arnhem; b. aantal personen; c. aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is; d. het ouder of jonger zijn dan de genoemde leeftijdsgrens in geval van een verblijf als bedoeld in artikel 4 onder e. 3. Een nachtverblijfregister kan worden aangemerkt als een deugdelijke administratie als bedoeld in lid 1. 4. Indien de belastingplichtige gelegenheid tot verblijf biedt als genoemd in artikel 8 onder a en als genoemd in artikel 8 onder b en/of c, dan dient dit onderscheid in de administratie te worden vastgelegd. 5. Indien het onderscheid als bedoeld in lid 4 niet wordt geadministreerd, geldt voor alle overnachtingen het tarief zoals genoemd in artikel 8 onder a. Artikel 14 Kwijtschelding Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening toeristenbelasting 2021' van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021. De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, nummer 605452; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet Besluit: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN REINIGINGSRECHTEN 2022 Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: - bedrijfsafval: afvalstoffen, restafval dat gelijk is aan huishoudelijk restafval, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid worden ingezameld door middel van een aanbieding in een daarvoor bestemde ondergrondse container; - aanbieding: de ontgrendeling van een inwerptrommel van een verzamelcontainer met een afvalpas. Artikel 2. Belastbaar feit 1. Onder de naam reinigingsrechten worden rechten geheven voor zowel het genot van de door of vanwege de gemeente verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 2.

Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van gemeentebezittingen, werken en inrichtingen bestaat uit het aanbieden van met huishoudelijk afval gelijk te stellen bedrijfsafval van beperkte omvang en hoeveelheid in een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde verzamelcontainer. Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig voor de reinigingsrechten is degene op wiens naam de aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4. Maatstaf van heffing en tarief 1. Voor het periodiek inzamelen van bedrijfsafvalstoffen bedraagt het recht, bij 1 tot en met 5 aanbiedingen per week in een 60 liter inwerptrommel € 605,20 per belastingjaar. 2. Voor het periodiek inzamelen van bedrijfsafvalstoffen bedraagt het recht bij 6 tot en met 10 aanbiedingen per week in een 60 liter inwerptrommel € 1021,20 per belastingjaar. 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een duplicaat afvalpas: € 10,50. 4. De tarieven genoemd in lid 1 en lid 2 zijn exclusief omzetbelasting. Bedoelde btw wordt, indien deze verschuldigd is, echter wel in rekening gebracht. Artikel 5. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6. Wijze van heffen De rechten worden geheven bij wege van aanslag. Artikel 7.

Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1. Het recht als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als bedoeld in artikel 4,

Zaaknummer: 605452

eerste en tweede lid, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen het ophaalgebied van de gemeente verhuist. 5. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van het bepaalde in het zesde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing en andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 8. Kwijtschelding Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen. worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan: a. het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere belastingen/heffingen niet meer is dan € 5.000,00; b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.

De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Verordening reinigingsrechten 2021' van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsrechten 2022. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering 10 november 2021.

De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer:605452

Vergelijkingstabel 2021/2022

BELASTINGTARIEVEN VOOR DE AFVALSTOFFENHEFFING

2021

1.1

€ 67,75 € 0,80

De belasting bedraagt per perceel per belastingtijdvak De belasting bedraagt per aanbieding van een afvalzak De belasting bedraagt per belastingjaar per perceel: a. indien dat perceel wordt gebruikt door één persoon: b. indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan één persoon:

2022

€ 131,95

€ 220,80

€ 176,40

€ 294,00

Zaaknummer: 605452

Vergelijkingstabel 2021/2022 ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN

2021

Het percentage bedraagt voor: - de gebruikersbelasting 0,2060% - de eigenaren belasting: 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1466% 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,6180% Het belastingbedrag is een percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde).

2022 0,2024% 0,1308% 0,6073%

1

Zaaknummer: 605452

Vergelijkingstabel 2021/2022 ROERENDE-ZAAKBELASTINGEN Het percentage bedraagt voor: - de gebruikersbelasting - de eigenaren belasting: 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen

2021

2022

0,2060%

0,2024%

0,1466% 0,6180%

0,1308% 0,6073%

Het belastingbedrag is een percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde). Het percentage roerende-zaakbelasting is gelijk aan het percentage onroerende-zaakbelasting.

1

Zaaknummer: 605452

Vergelijkingstabel 2021/2022 RIOOLHEFFING

2021

2022

Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. percelen die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0356% b. percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,0644%

0,0313% 0,0643%

Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. percelen die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0356% b. percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,0644%

0,0313% 0,0643%

Het belastingbedrag is een percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde).

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=4d3d23b3-a750-44ce-ac62-73d297386955