CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Tarieventabellen

Politieke Avond 10 november 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen van de Belastingverordeningen 202226.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, nummer 605452; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; Besluit: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2022

Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt en van degene die huishoudelijke afvalstoffen aanbiedt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt: a. gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b.

gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld. Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 5. Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6. Wijze van heffing 1. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. 2. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, daaronder begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, geheven.

Het gevorderde bedrag

Zaaknummer: 605452

wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel 8. Termijnen van betaling bij heffing bij wege van aanslag 1.

De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan: a. het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere belastingen/heffingen moet niet meer zijn dan € 5.000,00; b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9.

Termijnen van betaling bij heffing bij wege van mondelinge dan wel schriftelijke kennisgeving 1. De belasting moet worden betaald indien de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10. Kwijtschelding Voor de belasting die volgt uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend. Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening afvalstoffenheffing 2021' van 12 november 2020, als gewijzigd door de 'Eerste wijziging verordening afvalstoffenheffing 2021' van 26 mei 2021 en de 'Verordening afvalstoffenheffing 2021-1' van 26 mei 2021 worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021. De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer: 605452

TARIEVENTABEL behorende bij de 'Verordening afvalstoffenheffing 2022' van 10 november 2021

ALGEMEEN De bedragen in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. HOOFDSTUK 1 1.1

1.2

1.3

MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING

De belasting bedraagt per belastingtijdvak per perceel: a indien dat perceel wordt gebruikt door één persoon: b indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan één persoon: Voor de berekening van de belasting overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 1.1 gelden de omstandigheden aan het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

€ 220,80 € 294,00

Indien in de loop van het belastingtijdvak zodanige wijzigingen optreden dat voor de belastingplichtige aanspraak ontstaat op toepassing van het tarief voor het gebruik van een perceel door één persoon, wordt op schriftelijke aanvraag van de belastingplichtige bij de berekening van de belasting hiermee rekening gehouden.

HOOFDSTUK 2

MAATSTAVEN EN OVERIGE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING

2.1 1.

Voor het aan de door de gemeente ingestelde Afvalbrengstations aanbieden, van: witgoed, bruingoed, (klein) metaal, textiel (in gesloten zakken), papier/ karton, luiers, flesglas, schoon vlakglas, spiegelglas, klein chemisch afval, herbruikbaar huisraad, afgedankte electrische en electronische apparaten (compleet)

2.

puin en grond, voor meer dan 0,5 m3, per ¼ m3 per keer: a. schoon puin b. grond

€ 5,25 € 15,75

3.

verontreinigd/vuil puin, voor meer dan 1,5 m 3, per ¼ m3 per keer

€ 15,75

4.

hout-, bouw- en sloopafval, voor meer dan 1,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 5,25

5.

hout-huishoudelijk, voor meer dan 1,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 15,75

6.

bielzen a. voor meer dan 2 stuks, per stuk b. geïmpregneerd hout, voor meer dan 0,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 8,50 € 15,75

7.

grofvuil (brandbaar), voor meer dan 1,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 15,75

8.

Isolatiemateriaal, voor meer dan 0,5 m 3 per zak/doos

€ 1,58

9.

autobanden van personenauto's, per stuk: a. zonder velg b. met velg (eerste 2 stuks gratis) c. overige banden (vrachtwagen-, traktorbanden e.d.)

€ 0,00 € 2,10 € 53,00

€ 0,00

10.

asbest onbeperkt, in daarvoor bestemde verpakkingmaterialen (meldingsformulier van gemeente nodig, tel. 0900 1809)

€ 0,00

11.

vloerbedekking, voor meer dan 1,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 5,25

12.

dakbedekking mix, voor meer dan 0,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 63,25

Zaaknummer: 605452

13.

dakgrind, voor meer dan 0,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 37,00

14.

Gips/gasbeton, voor meer dan 0,5 m3, per ¼ m3 per keer

€ 37,00

2.2

Voor het door de gemeente aan huis laten ophalen van: grofvuil, maximaal 1 m3 per keer: € 36,50 Bij huishoudens die kwijtschelding ontvangen voor de afvalstoffenheffing wordt grofvuil maximaal twee keer per belastingtijdvak per huishouden gratis aan huis opgehaald.

2.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een afvalpas

€ 10,50

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, nummer 605452; Gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN 2022

Artikel 1. Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven,aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de zaak ter beschikking is gesteld. 3.

Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan de delen van die onroerende zaak dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3. Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2.

Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4. Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig

Zaaknummer: 605452

aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de onder onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstvoorwerpen; g.

waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - die zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri 's, hekken en palen; l.

plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5. Belastingtarieven Het belastingbedrag is een percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde). Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting b. de eigenaren belasting: 1°. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 2°. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen

0,2024% 0,1285% 0,6073%

Artikel 6. Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan:

Zaaknummer: 605452

a. het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende-zaakbelastingen of andere belastingen/heffingen moet niet meer zijn dan € 5.000,00; b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 2021' van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onroerende-zaakbelastingen 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2020.

De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM: Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, nummer 605452; Gelet op artikel 221 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BELASTINGEN OP ROERENDE WOON- EN BEDRIJFSRUIMTEN 2022

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, die duurzaam aan een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent gebruik; b. woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden; c. bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als woonruimte. Artikel 2. Belastingplicht 1. Onder de naam “belastingen op de roerende woon- en bedrijfsruimten” worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven: a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; b. het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die ruimte ter beschikking heeft gesteld. 3.

Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld. Artikel 3. Belastingobject Als één ruimte wordt aangemerkt: a. een binnen de gemeente gelegen ruimte; b. een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; c. een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; d. het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel c bedoeld samenstel. Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. 2.

In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van een bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde, indien die leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met: a. de aard en de bestemming van die ruimte;

Zaaknummer: 605452

3.

4. 5.

6.

7.

b. de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een woonruimte dat deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden bepaald met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte. Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.

Bij de toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden blijft buiten aanmerking de waardeverhogende invloed van de bouw, daaronder begrepen verbouwing of verbetering van een roerende woon- of bedrijfsruimte, zolang die bouw nog niet is voltooid of geen voltooiingverklaring is afgegeven, dan wel zolang die roerende woon- of bedrijfsruimte nog niet is gereedgekomen voor gebruik overeenkomstig de bestemming die met de bouw wordt beoogd. Indien een roerende woon- of bedrijfsruimte geheel wordt verbouwd, gepaard gaande met gedeeltelijke afbraak en met herbouw, een en ander van een zodanige omvang dat naar maatschappelijke opvatting met die verbouwing de stichting van een geheel nieuwe of een nagenoeg geheel nieuwe roerende woon- of bedrijfsruimte wordt beoogd, wordt voor de duur van de verbouwing de waarde van die woon- of bedrijfsruimte buiten aanmerking gelaten. Indien de bouw, verbouwing of verbetering zover is gevorderd dat een gedeelte daarvan is gereedgekomen voor gebruik overeenkomstig de bestemming, is het bepaalde in het vijfde onderscheidenlijk het zesde lid met betrekking tot dat gedeelte niet van toepassing.

Artikel 5. Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerkinggelaten de waarde van: a. glasopstanden, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning; c. ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning; d. ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning; e.

werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn aan te merken; f. bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; g. ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning. 2. De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Zaaknummer: 605452

Artikel 6. Waardepeildatum 1. De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op 1 januari 2017 heeft. 2. De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor kalenderjaar 2018. 3. De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de ruimte op de waardepeildatum verkeert. Artikel 7. Belastingtarieven Het belastingbedrag is een percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde). Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2024% b. de eigenarenbelasting 1°. voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1285% 2°. voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,6073% Artikel 8. Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan: a. het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen belastingen op roerende woon- of bedrijfsruimten of andere belastingen/heffingen moet niet meer zijn dan € 5.000,00; b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.

De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten. Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2021' van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021.

De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, nummer 605452; Gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2022 Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaat onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; c. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2. Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven: a.

van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en b. van degene die bij het begin van het belastingjaar een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c.

het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4. Voorwerp van de belasting Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.

Zaaknummer: 605452

Artikel 5. Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel. 2. Als het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt. 3. Als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6. Belastingtarieven 1. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient 0,0307% b. een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient 0,0643% 2. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient 0,0307% b. een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient 0,0643% Artikel 7. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9.

Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. Artikel 10. Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan: a. het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere belastingen/heffingen moet niet meer zijn dan € 5.000,00; b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Verordening rioolheffing 2021' van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021. De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer: 605452

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, Bedrijfsvoering, nummer 605452; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; besluit: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LEGES 2022 Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van de n- dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is. d. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; f. A.P.V.: de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem; g. bouwverordening: de bouwverordening voor Arnhem. Artikel 2. Belastbaar feit 1. Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b.

het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2. Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4. Vrijstellingen De in de tarieventabel genoemde leges, met uitzondering van die genoemd in de hoofdstukken Parkeren, Huisvesting en WABO, Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en Algemene Plaatselijke Verordening, worden niet geheven voor: a. stukken, opgaven of handelingen door openbare lichamen, ambtenaren en instellingen in het openbaar belang aangevraagd; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. een verklaring van onvermogen; d.

beschikkingen of afschriften van beschikkingen, genomen krachtens een rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente; e. nasporingen in de bij het archief berustende stukken indien het verlangde onderzoek uitsluitend of voor een overwegend deel strekt ten behoeve van een wetenschappelijk doel; f. de aan belanghebbende uit te reiken beschikkingen of afschriften daarvan, houdende de beslissing op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas;

Zaaknummer: 605452

g. beschikkingen of afschriften van beschikkingen op aanvragen ter zake van bijstand ingevolge de Wet Werk en Bijstand en andere uitkeringen; h. de nota van aanbieding betreffende de gemeenterekening ten behoeve van de besturen van politieke partijen, waarvan één of meer leden zitting hebben in de gemeenteraad, tot een maximum van 3 exemplaren van elk stuk per politieke partij; i. stukken waarvan de verstrekking van belang is voor opinievorming met het oog op een goede democratische besluitvoering; j. een laissez-passer du mortuaire (lijkenpas), afgegeven op grond van het bepaalde in artikel 1, onder B van het Koninklijk besluit van 3 mei 1991 (Stb. 1991/252); k. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; l. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 5. Tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling een verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van de besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6. Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingchuldige bekendgemaakt. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.

schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 8 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepasing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8. Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9. Vermindering 1. Gehele of gedeeltelijke vermindering van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet (Stb. 1994/762), als volgt: a. indien op een aanvraag afwijzend wordt beschikt over 50% van de berekende leges b. indien een aanvraag om vergunning door de aanvrager wordt ingetrokken voordat hierop een beslissing is genomen, van 75% van de berekende leges. 2. Gehele of gedeeltelijke vermindering van leges voor een in de bij deze verordening behorendetarieventabel omschreven dienst ten aanzien van duurzaamheidsmaatregelen wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de tarieventabel opgenomen bepalingen. Indien na vergunningverlening de bouw van de duurzaamheidsmaatregel als genoemd in 4.2.30.8 en 4.2.30.9 van de tarieventabel geen doorgang vindt, is een bedrag van € 5.000, - aan leges verschuldigd.

Zaaknummer: 605452

3. Er wordt geen vermindering verleend voor de ophoging van de leges volgens de tarieven onder 4.2.8.1 tot en met 4.2.8.9 of van de leges geheven op grond van artikel 4.2.9.1 tot en met 4.2.9.8 van hoofdstuk 4 van de tarieventabel waar sprake is van een omgevingsvergunning waarbij planologisch strijdig gebruik plaatsvindt. Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende onderdelen van het hoofdstuk 'Publieke Dienstverlening en Burgerlijke Stand' van de tarieventabel betreft: 1. onderdeel 2.1.1.10 (Attestatie de Vita) 2. onderdeel 2.2.3 (Postkamertarief) 3. onderdeel 2.2.6 (verklaring omtrent gedrag) 4. onderdeel 'Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart' (artikelen 2.3.1.1 tot en met 2.3.3) 5. onderdeel 'Rijbewijs' (artikelen 2.4.1 tot en met 2.4.3) een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11. Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1.

De 'Legesverordening 2021' van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. De in het hoofdstuk Huisvesting en Wabo van de tarieventabel genoemde NEN-normen worden bekendgemaakt door terinzagelegging in de bibliotheek van het Nederlands Normalisatie Instituut en bij loket BWL Stadhuis, Koningstraat 38, voor onbepaalde tijd. 5. Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2022.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021.

De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer: 605452

TARIEVENTABEL behorende bij 'Legesverordening 2022' van 10 november 2021

HOOFDSTUK PUBLIEKE DIENSTVERLENING EN BURGERLIJKE STAND Afschriften van openbare stukken 1.1.1 1.1.1.1

Het tarief bedraagt ter zake van het verstrekken van: afschriften van openbare stukken  per pagina A-4 in zwart-wit, enkelzijdig  per pagina A-3 in zwart-wit, enkelzijdig  per pagina A-1 in zwart-wit, enkelzijdig  per pagina A-0 in zwart-wit, enkelzijdig  per pagina A-4 in kleur, enkelzijdig  per pagina A-3 in kleur, enkelzijdig  per pagina A-1 in kleur, enkelzijdig  per pagina A-0 in kleur, enkelzijdig  andere formaten per pagina  op een door de gemeente verstrekte USB-stick

Documentatie omtrent onroerende zaken 1.2.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1.2.1.1 inlichtingen uit een onroerende zakenbestand: voor elke inlichting

€ 0,10 € 0,20 € 3,20 € 3,95 € 0,55 € 1,10 € 10,50 € 15,60 € 8,60 € 9,90

€

9,50

€

0,75

€

82,00

Indien raadpleging van de gegevens van een onroerende zaak ertoe leidt dat geen inlichting kan worden verstrekt of de gegeven inlichting niet tot het beoogde gevolg leidt wordt het vorenvermelde recht eveneens geheven. 1.2.1.2

statistische gegevens op speciaal verzoek verzameld: het verschuldigde bedrag als berekend op grond van 1.2.1.1, verhoogd met per inlichting

Overige verklaringen en diensten 1.3.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1.3.1.1 ieder andere gunstige, hieronder begrepen een niet geheel afwijzende, beschikking op een verzoek, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen 1.3.1.2

een door of namens het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester af te geven verklaring, voor zover in deze tarieventabel niet anders is bepaald, die ten behoeve of in het bijzonder belang van de daarin genoemde persoon of van de aanvrager wordt opgemaakt

€

82,00

1.3.2

Het tarief bedraagt ter zake van het digitaliseren van tekeningen door afdeling Repro

€

3,90

1.3.3

Het tarief bedraagt ter zake van het verstrekken van GEO-informatie  per pagina A3-formaat in zwart-wit, enkelzijdig  per pagina A4-formaat in zwart-wit, enkelzijdig

€ €

6,00 6,00

€

0,00

Dienstverlening 2.1.1 Het tarief bedraagt: 2.1.1.1 voor de voltrekking van een huwelijk, alsmede voor het laten registreren van het partnerschap: a. overeenkomstig artikel 4 wet Rechten Burgerlijke Stand op dinsdag om 13:00 en 13:15 uur, in het stadhuis, trouwkamer

Zaaknummer: 605452

b. op dinsdag tussen 9:00 en 16:45 uur (m.u.v. 12.45-13.30 uur), in het stadhuis, trouwkamer c. van maandag tot en met vrijdag tijdens reguliere openingstijden van het stadhuis in de Trouwzaal en Scheepenzaal alsmede in een aangewezen buitenlocatie of een locatie naar eigen keuze d. indien de huwelijksvoltrekking plaatsvindt in het stadhuis buiten de reguliere openingstijden van het stadhuis e. indien de huwelijksvoltrekking plaatsvindt buiten de reguliere openingstijden van het stadhuis in een aangewezen buitenlocatie of een locatie naar eigen keuze f. indien het een aangewezen buitenlocatie of locatie naar eigen keuze van het bruidspaar betreft, kan naast het tarief van € 437,00 of € 658,00 zoals genoemd in sub c en e een tarief door de betreffende locatie in rekening worden gebracht. g. voor het voltrekken van een huwelijk in een bijzonder huis binnen door de leidinggevende te bepalen grenzen van redelijkheid en billijkheid h. het volgen van de trouwplechtigheid via de webcam i. voor de omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk, aan de balie van het stadhuis j. indien beiden personen in het bezit zijn van een GelrePas én tenminste één partner in Arnhem woonachtig is Deze dienstverlening vindt plaats op maandag t/m donderdag tussen 9.00 en 12.00 uur.

€ 200,00

a. voor het op uitdrukkelijk verzoek naar eigen keuze voor 1 dag een persoon die nooit eerder een huwelijk voltrokken heeft als buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand laten benoemen en beëdigen, is boven het geldende tarief voor huwelijken een bedrag verschuldigd van b. voor het op uitdrukkelijk verzoek naar eigen keuze voor 1 dag een persoon die reeds eerder een huwelijk voltrokken heeft als buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand laten benoemen, is boven het geldende tarief voor huwelijken een bedrag verschuldigd van

€ 295,00

2.1.1.3

voor het op verzoek van het bruidspaar annuleren van een huwelijksvoltrekking, alsmede voor het laten registreren van het partnerschap, binnen door de leidinggevende te bepalen grenzen van redelijkheid en billijkheid, binnen 3 maanden voor de datum van de huwelijksvoltrekking dan wel de partnerregistratie Indien de leges voor de huwelijksvoltrekking of partnerregistratie lager zijn dan het voornoemde bedrag, zijn de kosten voor het annuleren van de huwelijksvoltrekking of partnerregistratie gelijk aan de in rekening gebrachte leges.

€ 139,00

2.1.1.4

het van gemeentewege ter beschikking stellen van getuigen voor huwelijken of partnerschapsregistratie, per getuige

€ 42,00

2.1.1.5

voor het verstrekken van een Huwelijksboekje

€ 30,00

2.1.1.6

voor het verstrekken van een Laissez-Passer

€ 14,30

2.1.1.7

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

2.1.1.2

Gegevensverstrekking en verklaringen 2.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

€ 437,00 € 875,00 € 658,00

€ 295,00 € 107,00 € 100,00 €

0,00

€ 147,00

Zaaknummer: 605452

a. tot het verstrekken van gegevens of (internationale) uittreksels uit of in het kader van de Basisregistratie Personen b. tot het digitaal verstrekken van gegevens of (internationale) uittreksels uit of in het kader van de Basisregistratie Personen 2.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van een uitvoerig uittreksel uit of in het kader van de Basisregistratie Personen, ten name van meer dan één persoon b. tot het digitaal verstrekken van een uitvoerig uittreksel uit of in het kader van de Basisregistratie Personen, ten name van meer dan één persoon

€ 11,80 €

6,70

€ 19,10 € 14,00

2.2.3

In afwijking van voorgaande onderdelen bedraagt het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid van het Besluit Basisregistratie personen (het zgn. “postkamertarief”)

€ 7,50

2.2.4

Het verstrekken van een verklaring van Nederlanderschap, niet bestemd als reispapier

€ 11,80

2.2.5

Het legaliseren van handtekeningen, per handtekening

€ 11,80

2.2.6

Het aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag

€ 41,35

2.2.7

Het verstrekken van een gewaarmerkt volledig overzicht van alle in de Basisregistratie personen opgenomen gegevens van één persoon (persoonslijst)

€ 11,80

2.2.8

Het verstrekken van een niet gewaarmerkt volledig overzicht van alle in de Basisregistratie personen opgenomen gegevens van één persoon (persoonslijst)

€

0,00

2.2.9

Het verlenen van inzage in een persoonslijst

€

0,00

2.2.10

Het verstrekken van een gewaarmerkte kopie

€ 11,80

2.2.11

Het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200)

€ 11,80

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 2.3.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 2.3.1.1 een nationaal paspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag: a. 18 jaar of ouder is b. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt 2.3.1.2

2.3.1.3

een Zakenpaspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag: a. 18 jaar of ouder is b. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt een faciliteitenpaspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag:

€ 72,60 € 54,40 € 72,60 € 54,40

Zaaknummer: 605452

a. 18 jaar of ouder is b. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 72,60 € 54,40

2.3.1.4

een vluchtelingen- of een vreemdelingenpaspoort

€ 54,40

2.3.1.5

een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag: a. 18 jaar of ouder is b. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 62,35 € 31,25

2.3.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor een spoedlevering van de in de onderdelen 2.3.1.1 tot en met 2.3.1.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

€ 50,90

2.3.3

Het tarief wordt bij verlening van thuisservice verhoogd met

€ 12,50

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 40,65

2.4.2

Het tarief genoemd onder 2.4.1 wordt verhoogd indien aan de aanvrager reeds eerder een rijbewijs werd verstrekt, welk rijbewijs bij de aanvraag niet kan worden overgelegd

€ 34,10

2.4.3

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor een spoedlevering van de in het onderdeel 2.4.1 genoemde document, de in dit onderdeel genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

€ 34,10

Rijbewijs 2.4.1

Overige diensten 2.5.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van het op aanvraag doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers voor ieder daaraan besteed uur Onderzoek en statistiek 2.6.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van: 2.6.1.1 een aanvraag tot het nasporen in door of vanwege de gemeente verzameld statistisch werkmateriaal en statistische gegevens en het in opdracht verrichten van onderzoek, per besteed uur

€ 43,00

€106,00

Zaaknummer: 605452

HOOFDSTUK PARKEREN Verklaringen, ontheffingen en vergunningen 3.1.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 3.1.1.1 het afgeven en wijzigen van (gehandicapten) parkeerkaarten

€ 11,00

3.1.1.2

een incidentele ontheffing op basis van de nota Rijden in het voetgangersgebied

€ 11,00

3.1.1.3

een dagontheffing op basis van de nota Rijden in het voetgangersgebied

€ 11,00

3.1.1.4

Een tijdelijke ontheffing op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (dagontheffing)

€ 11,00

Zaaknummer: 605452

HOOFDSTUK EN WABO 4.0

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een wijziging tenaamstelling inzake een verleende vergunning

€ 50,00

Huisvestingswet 2014, Huisvestingsverordening gemeente Arnhem 2020 en Leegstandswet 4.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 4.1.1.1

vervallen

4.1.1.2

vervallen

4.1.1.3

vervallen

4.1.1.4

vervallen

4.1.1.5

tot het verkrijgen van een noodurgentieverklaring als bedoeld in artikel 10 b, lid 3 van de Huisvestingsverordening gemeente Arnhem 2020

€ 56,00

Leegstandswet 4.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 4.1.2.1

tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

€ 93,00

4.1.2.2

tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van de Leegstandwet

€ 58,00

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Begripsomschrijvingen 4.2.1 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: 4.2.1.1

bouwkosten: de aannemingssom inclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012, Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, inclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Met dien verstande dat, indien blijkt dat de opgegeven bouwkosten lager zijn dan de door of namens het college uitgevoerde controleberekeningen, het college van burgemeester en wethouders het bedrag van de bouwkosten ambtshalve vast stelt op het resultaat van de controleberekeningen. Voor het vaststellen van bouwkosten voor nieuwbouw of uitbreiding van bouwwerken zijn voor de controleberekening de basisbedragen bouwkosten volgens bijlage I van deze verordening van toepassing. Voor het vaststellen van bouwkosten voor verbouwingen (exclusief eventuele uitbreidingen waarvoor bijlage I van toepassing is) worden voor de controleberekening marktconforme richtprijzen gehanteerd.

Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze paragraaf onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft exclusief omzetbelasting;

Zaaknummer: 605452

4.2.1.2

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

4.2.1.3

aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UVA 2012, Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft.

4.2.2

In deze paragraaf voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld

4.2.3

In deze paragraaf voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld Het in HOOFDSTUK HUISVESTING EN WABO genoemde normblad NEN 2580 en 2631, welke laatstelijk is vervangen door 2699, en de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) liggen ook ter inzage bij loket BWL Stadhuis, Koningstraat 38. De UAV 2012 is ook te vinden op www.wetten.overheid.nl/BWBR0031190/2012-03-01

4.2.3.1

Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 4.2.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 4.2.4.1

om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is per overleg

4.2.4.2

om beoordeling van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning: 40% van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld

Omgevingsvergunning 4.2.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=56b81659-2277-4773-a1a6-9a64b797b747