Bijlage 2 - Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Tekst van het document
Cultu8ur
Versie 30-09-2025
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................... 2 1.1
Waarom een Nota Parkeernormen ........................................................................................ 2
1.2
Waarom een nieuwe Nota Parkeernormen?.......................................................................... 2
1.3
Opzet van de Nota Parkeernormen ....................................................................................... 2
2
Visie op parkeernormen ............................................................................................................. 3
3
Gebiedsindeling ............................................................................................................................ 4
4
Fietsparkeren ................................................................................................................................ 5
5
6
7
4.1
Fietsparkeernormen woonfuncties ......................................................................................... 5
4.2
Fietsparkeernormen niet-woonfuncties .................................................................................. 6
4.3
Invulling parkeereis fiets ........................................................................................................ 7
4.4
Kwaliteitseisen en -richtlijnen fietsparkeervoorzieningen ....................................................... 8
Parkeernormen Auto ................................................................................................................... 10 5.1
Daadwerkelijk autobezit als basis ........................................................................................ 10
5.2
Woonfuncties ....................................................................................................................... 10
5.3
Niet-woonfuncties ................................................................................................................ 13
Toepassingskader autoparkeren ................................................................................................ 14 6.1
Berekening parkeerbehoefte auto ....................................................................................... 14
6.2
Vergelijking parkeerbehoefte met parkeeraanbod ............................................................... 17
6.3
Afwijkingsmogelijkheden...................................................................................................... 21
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
1
Juridisch kader............................................................................................................................ 23 7.1
Juridische grondslag ............................................................................................................ 23
7.2
Overgangsregeling .............................................................................................................. 23
Bijlagen .............................................................................................................................................. 24
1
Inleiding
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
1.1 Waarom een Nota Parkeernormen Bij (nieuw)bouwontwikkelingen is het belangrijk dat voldoende parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd. Daarmee wordt voorkomen dat parkeeroverlast in of verrommeling van de openbare ruimte optreedt. In deze Nota Parkeernormen Arnhem 2025 is het toetsingskader opgenomen voor ‘voldoende’ parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen in Arnhem. De belangrijkste principes hierbij zijn: Parkeerplaatsen voor auto en fiets worden in principe binnen het plangebied gerealiseerd; Bij sloop/nieuwbouw, verbouw of functiewijziging hoeft alleen parkeeraanbod te worden gerealiseerd voor de ‘extra’ parkeervraag; Bij ontwikkelingen met verschillende type functies kan, onder de voorwaarde dat het parkeeraanbod afwisselend door verschillende doelgroepen te gebruiken is, per saldo worden volstaan met minder parkeerplaatsen dan voor elke functie afzonderlijk benodigd is; Parkeerplaatsen voor bezoekers moeten voor hen toegankelijk zijn.
1.2 Waarom een nieuwe Nota Parkeernormen? De op dit moment geldende parkeernormen zijn vastgelegd in de Beleidsregels parkeren Arnhem 2022. De parkeernormen die hierin zijn opgenomen vinden hun oorsprong in 2003. Daarnaast is door de jaren heen een aantal wijzigingen in ons mobiliteitsgedrag opgetreden die niet in deze parkeernormen zijn verwerkt. Zo is het autobezit en autogebruik niet overal in de stad gelijk, terwijl daar in de beleidsregels uit 2022 wel vanuit is gegaan. Daarnaast is het van belang om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen die effect kunnen hebben op de parkeerbehoefte, zoals een verandering in het bezit en gebruik van auto’s en fietsen en de opkomst van elektrisch aangedreven voertuigen en deelmobiliteit. Daarnaast kiest de gemeente Arnhem in het Duurzaam Mobiliteitsplan 2024-2044 voor een andere wijze om in de mobiliteitsbehoeften van haar inwoners te voorzien (zie hoofdstuk 2). In de voorliggende nieuwe Nota Parkeernormen Arnhem 2025 wordt op deze ontwikkelingen en beleidsmaatregelen ingespeeld, om zo parkeeroverlast en een toenemende druk op de openbare ruimte als gevolg van een ontwikkeling te voorkomen. Maar ook om te voorkomen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd met het oog op de toekomst. De gemeente kiest bij woningbouw voor het nabijheidsprincipe, meer woningbouw in de bestaande stad.
Dat is gunstig voor het kunnen lopen en fietsen naar de verschillende bestemmingen, maar vraagt ons ook extra kritisch te kijken naar het aantal parkeerplaatsen dat nodig is. De ruimte is schaars en willen we ook gebruiken voor groen en verblijven en spelen op straat.
1.3 Opzet van de Nota Parkeernormen 2
Hoofdstuk 2 bevat de visie op parkeernormen, waarna in hoofdstuk 3 de gebiedsindeling is opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de parkeernormen en het toepassingskader voor de fiets en in hoofdstuk 5 en 6 zijn respectievelijk de parkeernormen en het toepassingskader voor autoparkeren toegelicht. Het juridisch kader is opgenomen in hoofdstuk 7.
Visie op parkeernormen
De beschreven maatregelen hebben niet alleen effect op de mobiliteit in de stad, maar ook op bouwontwikkelingen en op welke wijze de parkeerbehoefte, of beter gezegd, mobiliteitsbehoefte wordt opgelost. Een aantal maatregelen uit het Duurzaam Mobiliteitsplan vormen daarom het uitgangspunt voor de parkeernormering. Deze maatregelen zijn: Vermindering afhankelijkheid auto’s: stimuleren en het mogelijk maken van alternatieve vervoerswijzen om zo een mobiliteitstransitie te bewerkstelligen; Het afstemmen van parkeernormen naar gebiedstype (hoofdstuk 3); Lagere parkeernormen rondom OV-haltes en gebieden met een hoog voorzieningenniveau; Beperking in het aantal parkeervergunningen. Een belangrijk element uit het Duurzaam Mobiliteitsplan is de mobiliteitstransitie. Naast de maatregelen om de huidige fietsinfrastructuur en het openbaar vervoer te verbeteren, gaan bij bouwontwikkelingen ook eisen ten aanzien van fietsparkeren gelden. De fiets zal een voor de hand liggender vervoermiddel worden dan de auto. Daarom zijn in deze nota parkeernormen fietsparkeernormen opgenomen. In gebieden met lage autoparkeernormen gelden hogere fietsparkeernormen en stellen we tevens eisen aan de kwaliteit van de fietsparkeervoorziening. Zowel in maatvoering van de rekken, als de locatie, toegankelijkheid en veiligheid van de fietsparkeervoorziening.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Arnhem staat voor een opgave. Zij heeft de ambitie een stad te zijn die uitnodigt om ontdekt te worden, waar iedereen zich thuis voelt en waar de toekomst met open armen wordt ontvangen: een groene, gezonde en leefbare stad. Maar het wegennet kan het groeiende aantal auto's niet meer aan en dat zorgt voor leefbaarheidsproblemen, zoals een slechte luchtkwaliteit en geluidsoverlast. Bovendien staat ook de verkeersveiligheid onder druk en zijn wegen als de centrumring moeilijk over te steken als voetganger of fietser. Er komen 16.000 woningen bij in de stad. Ruim 10.000 hiervan worden voor 2030 gebouwd. De bewoners van deze 10.000 woningen zorgen elke dag voor zo’n 50.000 extra autoritten. Als het vigerende mobiliteitsbeleid zo wordt doorgezet, loopt het verkeer verder vast en wordt de leefbaarheid in de wijken slechter. Daarom zijn maatregelen nodig. Hiervoor heeft de gemeente Arnhem het Duurzaam Mobiliteitsplan 2024-2044 opgesteld. In dit Mobiliteitsplan is beschreven met welke maatregelen van Arnhem de gewenst groene, gezonde en leefbare stad wordt gemaakt.
Voor de hele gemeente Arnhem blijft het uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Eigen terrein betekent in dat geval binnen het plangebied van een ontwikkeling. Dit hoeft daarmee geen parkeergarage onder een gebouw te zijn. Vanwege de mobiliteitstransitie gelden in de binnenstad en schil (A en B gebieden) niet alleen lagere parkeernormen, maar is het eveneens niet toegestaan om meer parkeerplaatsen dan de parkeernorm voorschrijft te realiseren. Daarnaast geldt bij nieuwe ontwikkelingen bewoners en werknemers van deze nieuwe ontwikkelingen niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. De adressen worden op de zogenaamde GROPlijst (Geen Recht op Parkeervergunning) geplaatst. Dit geldt ook voor gebieden waar momenteel (nog) geen betaald parkeren geldt.
3
Gebiedsindeling De locatie van een (nieuw)bouwontwikkeling is van invloed op de parkeervraag. Functies in de binnenstad van Arnhem hebben namelijk over het algemeen een lagere parkeervraag dan dezelfde functies in bijvoorbeeld een buitenwijk in Arnhem-Zuid. Meerdere factoren zoals de nabijheid van OV, de nabijheid van dagelijkse voorzieningen en het stedelijke milieu spelen hierin een rol. Daarom zijn in Arnhem parkeernormen opgesteld voor verschillende deelgebieden.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
De gebiedsindeling volgt grotendeels de ABC-gebiedsindeling zoals gedefinieerd in het Duurzaam Mobiliteitsplan (DMP) van Arnhem. Naast een aantal (geringe) aanpassingen aan de grenzen van de deelgebieden, voegen we een A+ gebied toe. Het A+ gebied wordt globaal gedefinieerd als het gebied tussen de Jansbuitensingel, het Airborneplein, de Betuwestraat en de Rijnkade, en bestaat onder andere uit de binnenstad en het stationsgebied van station Arnhem Centraal. Daarmee is Arnhem opgedeeld in vier deelgebieden: het A+ gebied, de A-gebieden, B gebieden en C gebieden. De gebiedsindeling is weergegeven in bijlage A. De meeste bedrijventerreinen vallen onder gebied C, uitzondering hierop is het gebied bedrijventerrein Het Broek, Nieuwe Haven en Cleantech Park Arnhem. Deze zijn bestempeld als Bgebied.
4
Figuur 3.1: Gebiedsindeling Arnhem
Fietsparkeren De gemeente Arnhem wil het gebruik van de fiets stimuleren en de kwaliteit van de openbare ruimte verbeteren. Bij nieuwbouwplannen en transformatieprojecten moet daarom rekening worden gehouden met het stallen of parkeren van de fiets (waar fiets staat, worden ook brom- en snorfietsen bedoeld). De initiatiefnemer moet daarom bij de vergunningaanvraag ook de fietsparkeerbehoefte en de bijbehorende fietsparkeeroplossing inzichtelijk maken. Het is noodzakelijk dat alle fietsparkeerplaatsen binnen het plangebied worden opgelost, waarbij voor vaste gebruikers de voorzieningen afgesloten en overdekt moeten zijn. Voor bezoekers dienen de fietsparkeerplaatsen vrij toegankelijk te worden aangeboden.
Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Artikel 4.171 – 473) is het bij nieuwbouwwoningen verplicht een afsluitbare bergruimte te realiseren om fietsen of scootmobielen op te bergen voor bewoners. Het voorzien in stallingruimte voor de fiets bij nieuwbouwwoningen is hiermee gewaarborgd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit betekent dat een gemeente geen afwijkende of extra normen kan opleggen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving biedt ruimte voor gelijkwaardige oplossingen, zoals een gezamenlijke fietsenstalling in plaats van de voorgeschreven individuele fietsenberging. De gemeente Arnhem geeft bij appartementencomplexen de voorkeur aan een collectieve fietsenstalling boven individuele fietsenbergingen. Hierbij dient vermeld te worden, dat conform het bouwbesluit een minimale berging voor ieder type woning benodigd is. Collectieve stallingen zijn een gewenste aanvulling, maar een individuele berging blijft vereist.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
4.1 Fietsparkeernormen woonfuncties
Gelijkwaardig alternatief voor eis Besluit bouwwerken leefomgeving Voor het realiseren van een gemeenschappelijke fietsenberging bij appartementen, als gelijkwaardig alternatief voor de eis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, dient voor bewoners per appartement rekening te worden gehouden met het aantal fietsparkeerplaatsen zoals weergegeven in Tabel 4.1. Voor een gemeenschappelijke fietsenberging gelden kwaliteitseisen. Dubbellaags parkeren is toegestaan, maar er moeten per woning (> 50 m2 gbo) altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn. Daarnaast is goede bereikbaarheid vanaf het maaiveld voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging en stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving eisen aan het beheer van de stalling. Volgens de toelichting op het Besluit bouwwerken leefomgeving is de individuele berging ook bedoeld voor andere zaken. Bij de keuze voor een gezamenlijke fietsenberging is het daarom daarnaast verplicht om bij woningen vanaf 50 m2 gbo een individuele berging van minimaal 2,7 m2 in of bij de woning te realiseren. Dit betekent dat volgens artikel 4.172 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (aanwezigheid, bereikbaarheid en afmetingen): 1.
Een woonfunctie heeft als nevengebruiksfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m2 en een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2,3 m. 2. In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 de bergruimte gemeenschappelijk zijn als de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 0,5 – 1,0 m2 per woonfunctie bedraagt.
5
3.
Een bergruimte als bedoeld in dit artikel is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de oppervlakte van de woningen, het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen en de minimale oppervlakte van de individuele berging. omvang woning
aantal fietsparkeerplaatsen
individuele berging
< 50 m2 gbo
2
0,5 – 1,0 m2
50-75 m2 gbo
3
75-100 m2 gbo
4
min. 2,7 m2
100-125 m2 gbo
5
min. 2,7 m2
125-150 m2 gbo
6
Min. 2,7 m2
min. 2,7 m2
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Tabel 4.1: Benodigd aantal fietsparkeerplaatsen voor bewoners in een collectieve stalling
Fietsparkeernormen voor bezoekers van bewoners De invulling van fietsparkeervoorzieningen is verschillend voor grondgebonden woningen tandartsen appartementen. Bij grondgebonden woningen is het uitgangspunt dat bezoekers hun fiets zonder hinder van het overige verkeer (voetgangers) op of grenzend aan het eigen terrein van de woning kunnen parkeren, bijvoorbeeld in de tuin. Bij appartementen parkeren meerdere bezoekers op een kleiner oppervlak, waardoor fietsparkeervoorzieningen als nietjes of rekken benodigd zijn. Om actieve mobiliteit makkelijker te maken is het belangrijk dat bij appartementen voldoende, comfortabele fietsparkeervoorzieningen aanwezig zijn voor bezoekers. Er wordt ingezet op een realistisch aantal voorzieningen voor bezoekers, waarbij rekening wordt gehouden met een groei van fietsgebruik in de toekomst. Daarnaast blijft het voor bewoners aantrekkelijker om in een eigen, afgesloten of bewaakte fietsparkeervoorziening te parkeren. Daarom geldt aanvullend voor bezoekers een norm van 0,25 tot 0,35 fietsparkeerplaats per appartement. Deze waarde is gebaseerd op de Fietsparkeerkencijfers 2025 van CROW. In Tabel 4.2 is opgenomen wanneer welke waarde geldt. Gebied
Aantal fietsparkeerplaatsen voor bezoekers
A-gebied
0,35 per appartement
B-gebied
0,30 per appartement
C-gebied
0,25 per appartement
Tabel 4.2: Bezoekersnorm fietsparkeren voor appartementen
4.2 Fietsparkeernormen niet-woonfuncties
6
Voor niet-woonfuncties is geen verplichting opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor het bepalen van de behoefte aan fietsparkeervoorzieningen voor deze ontwikkelingen worden de meest recente CROW-fietsparkeerkencijfers (Fietsparkeerkencijfers 2025) gehanteerd. Met deze fietsparkeerkencijfers berekent een initiatiefnemer de te verwachten behoefte aan fietsparkeren binnen het plangebied. CROW gaat uit van kencijfers en een bandbreedte voor fietsparkeerkencijfers. Het fietsgebruik in Arnhem blijft enigszins achter op het gemiddelde fietsgebruik in gemeentes met dezelfde stedelijkheidsgraad in Arnhem (zie bijlage B). Omdat Arnhem de groei van het fietsgebruik stimuleert
in de gemeente, wordt verwacht dat het fietsgebruik in de toekomst dichter aansluit bij het gemiddelde fietsgebruik van gemeentes met een vergelijkbare stedelijkheid als Arnhem. Daarom wordt het gemiddelde in de bandbreedte van de fietsparkeerkencijfers aangehouden. De fietsparkeernormen zijn opgenomen in bijlage D. Waar mogelijk, en gewenst, is het realiseren van meer of minder fietsparkeerplaatsen mogelijk. Per functie en ontwikkeling kan de behoefte namelijk variëren. Een beargumenteerde afwijking van de berekende behoefte is dus mogelijk. De onderbouwing hiervan ligt bij de initiatiefnemer en wordt ter toetsing voorgelegd aan de gemeente.
Het toepassen van fietsparkeernormen leidt tot een fietsparkeereis. Deze parkeereis staat voor het aantal fietsparkeerplaatsen dat in een ruimtelijke ontwikkeling beschikbaar moet worden gesteld. In de basis geldt dat fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd. Daarbij maken we onderscheid in de fietsparkeervoorziening voor vaste gebruikers en de fietsparkeervoorziening voor bezoekers. Vaste gebruikers parkeren hun fiets in een overdekte voorziening die afgesloten dan wel bewaakt is. Bezoekers parkeren hun fiets in een openbaar toegankelijke voorziening. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een initiatiefnemer in overleg treden met de gemeente, bijvoorbeeld als een centrale collectieve fietsenstalling meerwaarde zou bieden boven een oplossing binnen het plangebied. In alle gevallen dient er een onderbouwing gegeven te worden, zodat dit volwaardig getoetst kan worden door de gemeente.
Afronding aantal fietsparkeerplaatsen De berekende fietsparkeereis wordt tussentijds niet afgerond. Pas bij het bepalen van de parkeeroplossing ten behoeve van het indienen van de aanvraag wordt het aantal fietsparkeerplaatsen afgerond op hele fietsparkeerplaatsen naar boven. Een berekende fietsparkeereis van 14,25 fietsparkeerplaatsen wordt dus afgerond naar 15 fietsparkeerplaatsen. Bij fietsparkeerplaatsen die worden toegewezen aan een woning wordt het aantal fietsparkeerplaatsen per woning naar boven afgerond.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
4.3 Invulling parkeereis fiets
Dubbelgebruik van parkeerplaatsen (fiets) Indien binnen een ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd, is het mogelijk rekening te houden met dubbelgebruik van fietsparkeerplaatsen. Voorwaarde is wel dat de entrees van de voorzieningen niet verder uit elkaar liggen dan 25 meter loopafstand. Daarnaast is dubbelgebruik alleen mogelijk als ook wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in paragraaf 4.4. In praktijk zullen de mogelijkheden voor dubbelgebruik hierdoor beperkt worden. Dubbelgebruik van fietsparkeerplaatsen wordt met dezelfde aanwezigheidspercentages als voor de auto berekend (bijlage E).
Vrijstelling bezoekersparkeren bij kleine ontwikkelingen Bij kleine ontwikkelingen waar de fietsparkeerbehoefte voor bezoekers niet groter is dan 2 extra fietsparkeerplaatsen, is het niet nodig deze fietsparkeerplaatsen te realiseren. Het uitgangspunt is dat bezoekers hun fiets zonder hinder van het overige verkeer (voetgangers) op of grenzend aan het eigen terrein van de bestemming kunnen parkeren. Uitgangspunt hierbij is dat voor hetzelfde adres in de afgelopen 5 jaar niet eerder van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt. Deze vrijstelling is niet van toepassing op de parkeerbehoefte van vaste gebruikers (bewoners, personeel en/of scholieren).
7
Vrijstelling bezoekersparkeren A+ gebied In A+ gebied parkeren bezoekers de fiets zoveel mogelijk in de collectieve fietsenstallingen. Deze fietsparkeerplaatsen hoeven daarom niet door de ontwikkelende partij gerealiseerd te worden. De gemeente Arnhem zorgt ervoor dat voor bezoekers voldoende fietsparkeerplaatsen in het A+ gebied beschikbaar zijn. Wanneer een ontwikkelende partij van deze vrijstelling gebruik maakt, betekent dit dat voor bezoekers de loopafstand tot de collectieve fietsenstalling groter is dan wanneer dit op eigen terrein wordt opgelost.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
4.4 Kwaliteitseisen en -richtlijnen fietsparkeervoorzieningen Om goed te kunnen functioneren moeten fiets- en scooterstallingen voldoende kwaliteit hebben. In Bijlage F zijn op het gebied van toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid richtlijnen voor voldoende kwaliteit weergegeven. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.171 – 4.173), CROW-publicatie 741 (Leidraad fietsparkeren, 2023) en Fietsparkeur1. In de richtlijnen voor fietsparkeren is speciale aandacht voor fietsen met afwijkende maten. Ook brom- en snorfietsen, fatbikes, speedpedelecs, driewielers, bakfietsen en dergelijke moeten op een goede manier kunnen worden geparkeerd. Hiervoor moet in de voorziening zogeheten vrije ruimte worden gereserveerd. Dit zijn gemarkeerde vakken waar een brom- of snorfiets of bakfiets geparkeerd kan worden. Daarom gelden eisen aan het formaat van de fietsparkeerplaatsen. Deze eisen zijn per doelgroep en gebied verschillend. In Tabel 4.3 is een overzicht opgenomen van het aandeel fietsparkeerplaatsen dat geschikt dient te zijn voor 1) buitenmodel fietsen en 2) fietsen met een sterk afwijkende maat.
Deze begrippen worden als volgt gedefinieerd: Buitenmodelfietsen: geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-ophart afstand minimaal 500 mm); Sterk afwijkende maat: geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1.000 mm breed). Vaste gebruikers type fietsparkeerplaats
A+/A-gebied
B-gebied
C-gebied
buitenmodel fietsen
15%
15%
15%
sterk afwijkende maat
5%
5%
5%
A+/A-gebied
B-gebied
C-gebied
buitenmodel fietsen
25%
25%
15%
sterk afwijkende maat
10%
10%
5%
Bezoekers type fietsparkeerplaats
Tabel 4.3: aandeel fietsparkeerplaatsen voor fietsen met afwijkende maten
8
Laadinfrastructuur voor elektrische fietsen Naast de elektrische auto is ook het aantal elektrische fietsen of elektrische brom- en snorfietsen de afgelopen jaren sterk gestegen. Bij elektrische fietsen is de accu over het algemeen draagbaar, voor
1
Fietsparkeur is het keurmerk voor fietsparkeervoorzieningen.
de fietsen met sterk afwijkende maten geldt dat niet altijd. Het is van belang om in een voorziening bij de stallingsplaatsen voor fietsen met sterk afwijkende maten te kijken of er ook laadinfrastructuur aan aangebracht kan worden.
Ontwerprichtlijnen kwaliteitseisen fietsparkeervoorzieningen De gemeente hanteert ontwerprichtlijnen voor de kwaliteit en goede inpassing van fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein. Deze ontwerprichtlijnen zijn leidend voor het ontwerp en de inrichting van de fietsparkeervoorziening. De richtlijnen zorgen ervoor dat de fietsparkeerplaatsen ook daadwerkelijk gebruikt worden.
In bijlage F staat toegelicht hoe deze principes kunnen worden ingevuld.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Voor het ontwerp van fietsparkeervoorzieningen gelden de volgende basisontwerpprincipes: De fiets staat op de best mogelijke locatie; Een eenvoudig toegankelijke voorziening voor alle doelgroepen; Passende, kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen voor iedereen; Een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening.
9
Parkeernormen Auto In dit hoofdstuk zijn de parkeernormen voor autoparkeren passend binnen de gemeente Arnhem toegelicht. Bijlage C bevat een totaaloverzicht van alle parkeernormen voor niet-woonfuncties. De parkeernormen zijn een weergave van de veel voorkomende praktijk. Soms hebben dezelfde functies toch een heel ander mobiliteitsgedrag. De parkeernorm kan dan niet passen bij die specifieke functie. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de mogelijkheden om af te wijken van de gemeentelijke parkeernormen.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
5.1 Daadwerkelijk autobezit als basis De parkeernormen uit de Beleidsregels parkeren Arnhem 2022 zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW. Deze parkeerkencijfers zijn gebaseerd op (literatuur)onderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers geven een gemiddeld beeld van de situatie die tijdens een onderzoek is aangetroffen. In de parkeerkencijfers wordt geen rekening gehouden met mogelijke toekomstige ontwikkelingen. In deze nota wordt voor woonfuncties afgeweken van het uitgangspunt dat de autoparkeernormen worden gebaseerd op de parkeerkencijfers van CROW. De parkeernormen voor woonfuncties sluiten aan bij het daadwerkelijke autobezit in Arnhem.
5.2 Woonfuncties De parkeernormen voor de functie wonen zijn gebaseerd op het daadwerkelijke autobezit in Arnhem. Vanwege de mobiliteitstransitie, zoals opgenomen in het Duurzaam Mobiliteitsplan, gelden in A en B gebieden lagere parkeernormen dan wat op basis van het actuele autobezit aan parkeerplaatsen nu nodig zou zijn. In A gebieden ligt de parkeernorm 20% onder het huidig autobezit en in B gebieden 10%. Deze reducties zijn al doorgevoerd op de parkeernormen opgenomen in tabel 5.1 en hoeven dus niet extra te worden toegepast. De parkeernormen zijn gerelateerd aan de gebruiksvloeroppervlakte van de woning (m2 gbo). Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen sociale huurwoningen en woningen in de vrije sector (huur en koop). Een parkeernorm is opgebouwd uit een gebruikers- en een bezoekersdeel, die tezamen de parkeernorm vormen. Voor een aantal bijzondere woonfuncties, waarvan geen gegevens beschikbaar zijn wat betreft autobezit, zijn parkeernormen overgenomen uit CROWpublicatie 744. Hier is eveneens de verlaging voor A en B gebieden ten opzichte van de gemiddelde waarde doorgevoerd. De parkeernormen zijn opgenomen in Tabel 5.1. Bij (nieuwe) woonvormen die niet passen bij een van de onderstaande categorieën, zoals flexwoningen of friendswoningen dient de aanvrager te onderbouwen welke parkeernorm passend is (zie hiervoor ook ‘Doelgroepanalyse’ in paragraaf 6.3).
10
Toelichting bij tabel 5.1 (*) Aanleunwoning Een aanleunwoning is een gelijkvloerse woning die vooral geschikt is voor bewoners die zorg nodig hebben maar toch zelfstandig willen wonen. De woningen zijn ruim en goed toegankelijk en geschikt voor bewoners die afhankelijk zijn van een rollator of rolstoel. De badkamer in deze woningen is ruim en passend ingericht voor minder mobiele bewoners. Aanleunwoningen liggen nabij (200 meter) of zijn verbonden met een (wijk)zorgcentrum, waardoor de bewoners gemakkelijk gebruik kunnen maken van de voorzieningen daar, zoals een restaurant, het activiteitenaanbod en ruimtehuur.
(**) Intramurale zorgwoning
Gebruikersdeel en bezoekersdeel De parkeereis is opgebouwd uit een gebruikersdeel (bewoners) en een bezoekersdeel. De parkeernorm voor het bezoekersdeel is overgenomen uit CROW-publicatie 744, tabel; 10. Kencijfers voor bezoekersparkeren worden hier gegeven per stedelijke zone. De kencijfers zijn in Arnhem overgenomen voor zeer sterk stedelijk en sterk stedellijk en afgerond op één decimaal.
Minimum en maximum In de Beleidsregels parkeren Arnhem 2022 zijn de parkeernormen minimale parkeernormen. Vanwege de ingezette mobiliteitstransitie worden de A en B gebieden meteen ook gemaximeerd. Het is niet de bedoeling dat daar meer parkeerplaatsen aangelegd worden. We willen ontwikkelingen faciliteren maar ook voorkomen dat er veel meer autoverkeer naar deze bestemmingen gaat rijden. Vooral in het centrum koersen we op minder autoverkeer. Dit gebied is als A+ aangemerkt en kent de mogelijkheid tot een vrijstelling van het aanleggen van parkeerplaatsen mits voldoende alternatieven, met name fietsparkeerplaatsen gerealiseerd worden. Mocht de parkeerbehoefte groter zijn dan kan gekeken worden of de parkeerbehoefte gereduceerd kan worden bijvoorbeeld door het toepassen van Mobiliteitsmanagement bij bedrijven. Is dat nog onvoldoende, dan kan gekeken worden naar parkeeroplossingen op afstand. In een van de parkeerhubs of via P+R op grotere afstand van Arnhem. C gebieden hebben over het algemeen een wat slechtere bereikbaarheid per OV en fiets, daarom geldt daar alleen een minimumnorm.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Intramurale zorgwoningen voor mensen met een zwaardere zorgindicatie. Meestal hebben de bewoners geen eigen auto. De parkeernorm die staat opgenomen bij bewoner is bedoeld voor het personeel dat op de locatie aanwezig is. De aanwezigheidspercentages van deze doelgroep sluit aan bij de categorie verpleeg/verzorgingstehuis (zie bijlage C);
11
categorieën woningen
A-gebied
parkeernorm geldt als minimum of maximum parkeereis bewoner/bezoek
zowel minimum als maximum (voor A+ geldt alleen een maximum) bewoner bezoek
B-gebied
C-gebied
zowel minimum als maximum
eenheid
minimum
bewoner
bezoek
bewoner
bezoek
appartementen sociale huur kleiner dan 50 m² gbo
0,3
0,1
0,4
0,2
0,5
0,2
woning
50 tot 75 m² gbo
0,4
0,1
0,5
0,2
0,6
0,2
woning
75 tot 100 m² gbo
0,5
0,1
0,6
0,2
0,7
0,2
woning
100 m² gbo en groter
0,6
0,1
0,7
0,2
0,8
0,2
woning woning
vrije huur kleiner dan 50 m² gbo
0,4
0,1
0,5
0,2
0,7
0,2
50 tot 75 m² gbo
0,6
0,1
0,7
0,2
0,9
0,2
woning
75 tot 100 m² gbo
0,7
0,1
0,9
0,2
1,1
0,2
woning
100 tot 125 m² gbo
0,8
0,1
0,9
0,2
1,1
0,2
woning
125 m² gbo en groter
0,9
0,1
1,0
0,2
1,2
0,2
woning
kleiner dan 50 m² gbo
0,7
0,1
0,8
0,2
1,0
0,2
woning
50 tot 75 m² gbo
0,8
0,1
0,8
0,2
1,0
0,2
woning
75 tot 100 m² gbo
0,9
0,1
1,0
0,2
1,1
0,2
woning
100 tot 125 m² gbo
1,0
0,1
1,1
0,2
1,1
0,2
woning
125 m² gbo en groter
1,1
0,1
1,3
0,2
1,4
0,2
woning
kleiner dan 75 m² gbo
0,5
0,1
0,6
0,2
0,7
0,2
woning
75 tot 100 m² gbo
0,6
0,1
0,7
0,2
0,9
0,2
woning
100 tot 125 m² gbo
0,8
0,1
0,9
0,2
1,1
0,2
woning
125 m² gbo en groter
0,9
0,1
1,0
0,2
1,2
0,2
woning
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
koop
grondgebonden woningen sociale huur
vrije huur kleiner dan 75 m² gbo
0,6
0,1
0,8
0,2
1,0
0,2
woning
75 tot 100 m² gbo
0,7
0,1
0,9
0,2
1,1
0,2
woning
100 tot 125 m² gbo
0,8
0,1
1,0
0,2
1,2
0,2
woning
125 m² gbo en groter
1,0
0,1
1,2
0,2
1,4
0,2
woning
kleiner dan 75 m² gbo
0,9
0,1
1,1
0,2
1,2
0,2
woning
75 tot 100 m² gbo
1,0
0,1
1,2
0,2
1,3
0,2
woning
100 tot 125 m² gbo
1,1
0,1
1,3
0,2
1,3
0,2
woning
125 m² gbo en groter
1,2
0,1
1,5
0,2
1,6
0,2
woning
studio of tiny house < 30 m2 aanleunwoning/ extramurale zorgwoning (*) intramurale zorgwoning (**)
0,2
0,1
0,2
0,2
0,3
0,2
0,1
0,1
0,1
0,2
0,4
0,2
0,3
0,1
0,3
0,2
0,4
0,2
huisvesting arbeidsmigranten
0,2
0,1
0,2
0,1
0,2
0,1
wooneenh eid wooneenh eid wooneenh eid slaapplaats
studentenhuisvesting
0
0,1
0
0,1
0,1
0,1
kamer
Koop
bijzondere woonfuncties
tabel 5.1 Parkeernormen wonen (in parkeerplaatsen per eenheid)
12
De parkeerplaatsen die voor bezoekers binnen het plangebied worden gerealiseerd, moeten toegankelijk zijn voor deze bezoekers. Een parkeeroplossing met een slagboom die voor iedereen opengaat valt hier onder, eveneens als een parkeeroplossing waarbij bezoekers zich eerst moeten aanmelden voordat zij toegang krijgen om binnen het plangebied te parkeren.
Bij een beroep of bedrijf aan huis, waar wonen de hoofdfunctie betreft, geldt voor het bedrijf of kantoor alleen het bezoekersdeel van de norm. De werknemer is namelijk ook de bewoner van het pand en is dus al opgenomen in de norm voor de woning.
5.3 Niet-woonfuncties
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
In bijlage C zijn de parkeernormen voor niet-woonfuncties opgenomen. De parkeernormen voor nietwoonfuncties zijn overgenomen uit de Beleidsregels Parkeren 2022, waarbij er minder onderscheid is gemaakt tussen kantoren en bedrijfsruimte. Net als bij de woonfuncties is de verlaging voor A gebieden (-20%) en B gebieden (-10%) doorgevoerd.
13
Toepassingskader autoparkeren Bij de toepassing van de parkeernormering worden de volgende stappen doorlopen: 1. Berekening parkeerbehoefte auto; 2. Vergelijking parkeerbehoefte met gepland parkeeraanbod; 3. Afwijkingsmogelijkheden als de parkeerbehoefte groter is dan het parkeeraanbod; 4. Indienen vergunningaanvraag; 5. Toetsing aanvraag en (juridisch) vastleggen van afspraken.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Het doorlopen van deze stappen heeft als doel te komen tot een ontwikkeling met een passende parkeeroplossing, zonder dat dit leidt tot parkeeroverlast in de omgeving. Het doel van de Nota Parkeernormen is dan ook het ontwikkelen van een eenduidige en transparante werkwijze. In bijlage G is een stroomschema opgenomen waarin het doorlopen van alle stappen is gevisualiseerd.
6.1 Berekening parkeerbehoefte auto De parkeernormen worden gebruikt om de parkeerbehoefte voor auto -per te ontwikkelen functie- te berekenen. Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de parkeernorm. Wanneer meerdere, zelfstandig functionerende functies binnen een ontwikkeling worden gerealiseerd (bijvoorbeeld een woongebouw met commerciële plint), wordt de parkeer-behoefte van de gehele ontwikkeling bepaald door de parkeerbehoefte van de losse functies bij elkaar op te tellen. Voor niet-zelfstandig functionerende functies geldt de parkeernorm van de hoofdfunctie. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij een kantine van een sportcomplex, deze kantine hoeft niet als bar of restaurant te worden beschouwd. Dit geldt ook bij andere hoofdfuncties waar een vorm van ondergeschikte horeca wordt aangeboden, zoals bij een bakkerij waar klanten aan enkele tafels kunnen worden bediend.
Afronding aantal parkeerplaatsen De berekende parkeerbehoefte wordt tussentijds niet afgerond. Pas bij het bepalen van de parkeeroplossing ten behoeve van het indienen van de aanvraag wordt het aantal parkeerplaatsen afgerond op hele parkeerplaatsen naar boven. Een berekende parkeerbehoefte van 32,25 parkeerplaatsen wordt dus afgerond naar 33 parkeerplaatsen.
Dubbelgebruik van parkeerplaatsen (auto)
14
Indien binnen de ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd, is het mogelijk rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen waardoor per saldo minder parkeerplaatsen benodigd zijn dan voor elke functie afzonderlijk wordt berekend. Dit geldt bijvoorbeeld als parkeerplaatsen overdag door werkenden en ’s avonds door bewoners kunnen worden gebruikt. Daarnaast is het mogelijk om bij woningbouwontwikkelingen rekening te houden met het dubbelgebruik van parkeerplaatsen door bewoners en hun bezoek. Voorwaarde is wel dat de initiatiefnemer binnen het plan vastlegt dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit door alle gebruikers van het plan te gebruiken zijn. Dat betekent dat exclusief voor functies of doelgroepen gereserveerde parkeerplaatsen daarvan geen deel uitmaken, bijvoorbeeld parkeerplaatsen voor deelauto’s of parkeerplaatsen die worden meeverkocht met de woning. Bij gereserveerde parkeerplaatsen voor specifieke doelgroepen verminderen de mogelijkheden voor dubbelgebruik van de te realiseren parkeercapaciteit en moeten per saldo mogelijk meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
Dubbelgebruik wordt berekend volgens de methodiek van CROW (publicatie 744). Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden aanwezigheidspercentages gehanteerd. Deze zijn opgenomen in bijlage E. Voorbeeld: toepassing dubbelgebruik bij woningen
functie bewoners bezoek totaal
parkeer behoefte 50 (100%) 10 (100%)
werkdag ochtend 30 (60%) 4 (40%)
werkdag middag 30 (60%) 5 (50%)
werkdag avond 45 (90%) 7,5 (75%)
werkdag nacht 50 (100%) 0 (0%)
koop avond 40 (80%) 7 (70%)
vrijdag middag 35 (70%) 6 (60%)
vrijdag avond 35 (70%) 10 (100%)
zaterdag middag 37,5 (75%) 10 (100%)
zaterdag avond 40 (80%) 10 (100%)
zondag middag 37,5 (75%) 9 (90%)
60
34
35
53
50
47
41
45
48
50
47
Conform de aanwezigheidspercentages uit bijlage E zijn op het drukste moment (de werkdagavond) afgerond 53 parkeerplaatsen benodigd (90% van 50 + 75% van 10). Door uit te gaan van dubbelgebruik zijn in dit voorbeeld 7 parkeerplaatsen minder nodig.
Rekening houden met bestaande situatie (salderen) Bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen mag rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte van de bestaande situatie wanneer deze (deels) in de openbare ruimte is opgelost. Dit betekent dat in het geval van sloop/nieuwbouw, verbouw en/of functiewijziging ook de parkeerbehoefte van de feitelijke bestaande, te vervallen functies wordt bepaald op basis van de parkeernormen in deze nota. Deze parkeerbehoefte mag vervolgens worden afgetrokken van de parkeerbehoefte van de nieuwbouw. Zodoende dat alleen het verschil aan parkeerplaatsen moet worden gerealiseerd. Het rekening houden met de bestaande situatie zoals beschreven wordt ook wel salderen genoemd. Wanneer wordt gekozen om te salderen gelden de volgende regels: Er wordt rekening gehouden met de aanwezigheidspercentages uit bijlage E.
De parkeerbehoefte van bijvoorbeeld een kantoor kan immers niet zonder meer worden afgetrokken van de parkeerbehoefte van een appartementencomplex, omdat deze functies op verschillende momenten functioneren; Wanneer rekening wordt gehouden met bestaande, te vervallen functies moet ook rekening worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van parkeercapaciteit op eigen terrein; Indien als gevolg van de (nieuw)bouwontwikkeling een deel van de bestaande openbare parkeercapaciteit komt te vervallen, moeten deze parkeerplaatsen worden gecompenseerd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de realisatie van een inritconstructie of een andere maatregel ter bevordering van de ontsluiting van het bouwplan;
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
In een gebied worden 50 koopappartementen gerealiseerd. Conform de parkeernorm zijn 50 x 1,0 = 50 parkeerplaatsen voor bewoners en 50 x 0,2 = 10 parkeerplaatsen voor bezoekers benodigd. Binnen het plan wordt een openbaar toegankelijk parkeerhof gerealiseerd waar zowel door de bewoners als door de bezoekers geparkeerd kan worden. De bewoners hebben geen exclusieve parkeerplaats en daarom is dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk. Op basis van de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages is de parkeerbalans als volgt:
15
Uitgangspunt bij salderen is dat wordt uitgegaan van de parkeerbehoefte van het meest recente legale gebruik, tenzij het pand langer dan vijf jaar leeg staat. In dat geval kan geen rekening meer worden gehouden met de bestaande situatie.
Voorbeeld: berekening parkeerbehoefte transformatie kantoor naar woningen
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Een bestaand kantoor in een C gebied van 750 m2 bvo wordt getransformeerd tot appartementen. In totaal worden 10 sociale huurappartementen van circa 65 m2 gbo gerealiseerd. Het kantoor heeft geen eigen parkeergelegenheid (dus geen parkeerplaatsen binnen het plangebied). De parkeeroplossing van het winkelpand was gelegen in de openbare ruimte. De berekening van het aantal te realiseren parkeerplaatsen is dan als volgt: Parkeerbehoefte woningen 10 sociale huurappartementen (65 m2 gbo) x parkeernorm bewoners (0,6) = 6 parkeerplaatsen voor bewoners; 10 sociale huurappartementen × parkeernorm bezoek (0,2) = 2 parkeerplaatsen voor bezoekers. Bestaande situatie Parkeerbehoefte kantoor: 750 m2 bvo kantoor × parkeernorm (0,8/100) = 6 parkeerplaatsen. Omdat de parkeeroplossing in de openbare ruimte is gelegen moet eveneens worden gekeken naar de aanwezigheidspercentages. De parkeerplaatsen die door gebruikers van het kantoor worden gebruikt, worden op andere momenten gebruikt. functie bewoners bezoek totaal woningen kantoor totaal
parkeer behoefte 6 (100%) 2 (100%) 8
werkdag ochtend 3,6 (60%) 0,8 (40%) 4,4
werkdag middag 3,6 (60%) 1 (50%) 4,6
werkdag avond 5,4 (90%) 1,5 (75%) 6,9
werkdag nacht 6 (100%) 0 (0%) 6
koop avond 4,8 (80%) 1,4 (70%) 6,2
vrijdag middag 4,2 (70%) 1,2 (60%) 5,4
vrijdag avond 4,2 (70%) 2 (100%) 6,2
zaterdag middag 4,5 (75%) 2 (100%) 6,5
zaterdag avond 4,8 (80%) 2 (100%) 6,8
zondag middag 4,5 (75%) 1,8 (90%) 6,3
-6 (100%)
-6 (100%)
-6 (100%)
-0,3 (5%)
0 (0%)
-0,3 (5%)
-3,6 (60%)
0 (0%)
0 (0%)
0 (0%)
0 (0%)
2
-1
-1
7
6
6
2
7
7
7
7
In de tabel is inzichtelijk dat de parkeerbehoefte van de woningen hoger ligt dan de parkeerbehoefte van het kantoor. Echter, de momenten dat deze parkeerbehoefte optreedt zijn verschillend. Daarom zijn voor deze transformatie 7 parkeerplaatsen extra benodigd. Via saldering -bestaand gebruik in de openbare ruimte- blijft er nog 1 parkeerplaats over om toe te voegen. Via onderstaande mogelijkheid “Vrijstelling bij kleine ontwikkelingen” is het zelfs mogelijk deze functiewijziging zonder toevoeging van parkeerplaatsen mogelijk te maken.
Vrijstelling bij kleine ontwikkelingen Bij uitbreiding, verbouw of functiewijzigingen, waarbij de extra parkeerbehoefte niet groter is dan 2 parkeerplaatsen, is het niet strikt noodzakelijk deze parkeerplaatsen te realiseren. Hierdoor zijn kleine ontwikkelingen eenvoudiger te realiseren. Deze ontwikkelingen worden wel uitgesloten van een (toekomstige) parkeervergunning en dit wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.
16
Voor de vrijstellingen bij uitbreiding, verbouw of functiewijzigingen geldt het uitgangspunt dat voor dezelfde locatie in de afgelopen 5 jaar niet eerder van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt. Om dit uitgangspunt te waarborgen moet in de Omgevingsvergunning worden opgenomen dat op deze locatie gebruik is gemaakt van de vrijstelling bij kleine ontwikkelingen.
Vrijstelling A+ gebied In het centrum van Arnhem (A+ gebied) is het niet altijd nodig de parkeerplaatsen te realiseren. Bewoners en bezoekers kunnen gebruik maken van de openbare parkeergarages of de parkeerlocaties op afstand ((P+R en hubs). Dit geldt voor de volgende situaties: Bij verbouw of functiewijziging van bestaande gebouwen. Bij nieuwbouw van woningen. Bij nieuwbouw of uitbreiding van niet-woonfuncties tot een omvang tot 1.500 m2 bvo. Voor deze vrijstellingen/ontwikkelingen worden eveneens geen parkeervergunningen verstrekt.
Na de berekening van de parkeerbehoefte wordt deze parkeerbehoefte geconfronteerd met het geplande parkeeraanbod. Wanneer het geplande parkeeraanbod gelijk is aan de gestelde parkeerbehoefte, kan de vergunning voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit worden ingediend. Voor C gebieden geldt dat het geplande parkeeraanbod ook hoger mag zijn dan de gestelde parkeerbehoefte. Wanneer dit niet het geval is, wordt gekeken of het bouwplan zodanig kan worden aangepast dat het geplande parkeeraanbod voldoende is. Is dit niet mogelijk of wenselijk, kan worden overwogen om af te wijken van het uitgangspunt dat er voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied moet worden gerealiseerd. In paragraaf 6.3 wordt ingegaan op de voorwaarden.
Parkeerplaatsen binnen het plangebied In deze Nota is het uitgangspunt dat de parkeerbehoefte voor auto en fiets binnen het plangebied wordt opgelost. Binnen het plangebied is hierbij gedefinieerd als grond waarover de initiatiefnemer beschikt ter plaatse van de ruimtelijke activiteit. Indien hier niet voldoende plek is mag een deel in de directe nabijheid binnen de maximaal acceptabele loopafstand gerealiseerd worden, zie tabel 6.1. Dit mag niet ten koste gaan van de toegankelijkheid en inclusiviteit. Het is de initiatiefnemer niet toegestaan parkeerplaatsen in erfpacht te ontvangen of te huren. Gebied
woonfuncties
Niet-woonfuncties
A+-gebied
n.v.t.
n.v.t.
A-gebied
300 meter
600 meter
B-gebied
200 meter
400 meter
C-gebied
100 meter
200 meter
buitengebied
50 meter
50 meter
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
6.2 Vergelijking parkeerbehoefte met parkeeraanbod
tabel 6.1: Maximale loopafstand vanaf parkeerplaats per gebied en functie Uitzondering is als er in de planontwikkeling vooraf met de gemeente afgesproken is gebruik te gaan maken van een (gezamenlijke) hub. Op het bedrijventerrein Cleantech Park (naast de Westervoortsedijk) is dit principe al toegepast. Ook bij het omgevingsplan Schaapsdrift is hetzelfde principe met parkeren op afstand in een hub opgenomen.
17
Maatvoering parkeerplaatsen (auto)
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Naast het minimaal aantal te realiseren parkeerplaatsen, wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door de gemeente beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. Voor de toetsing van de maatvoering van nieuw te realiseren individuele parkeerplaatsen hanteert de gemeente de gemeentelijke HIOR en de meest recente versie van de CROW-publicatie 'ASVV: aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom'2. Voor de toetsing op parkeerplaatsen in nieuw te realiseren (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen hanteert de gemeente de meeste recente versie van de NEN-normering 2443: 'Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages'3. Uiteraard dienen de parkeerplaatsen ook bereikbaar te zijn en mogen deuren en vluchtwegen niet worden geblokkeerd. Bij twijfel moet dit met behulp van rijcurves en/of rijcurvesimulaties inzichtelijk worden gemaakt. Een dergelijke analyse wordt in opdracht van een initiatiefnemer/gemachtigde uitgevoerd, bij voorkeur door een deskundig adviesbureau. Ook daarbij gelden de richtlijnen uit de gemeentelijke HIOR, de ASVV en de NEN2443.
Rekenwaarde parkeerplaatsen (auto bij ontwikkelingen > 15 woningen) Voornamelijk bij grondgebonden woningen blijkt in de praktijk dat soms een individuele garage(box) en opritten niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto. Aangezien hier bij parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Parkeerplaatsen op een oprit bij woningen worden daarom niet als volwaardige parkeerplaats meegeteld. In tabel 6.2 is aangegeven in welke mate parkeervoorzieningen voor de functie wonen meetellen aan de aanbodzijde. De aanof afwezigheid van één of meerdere carports op een oprit heeft geen invloed op de berekeningsaantallen in de tabel. parkeervoorziening
berekeningsaantal 0,8
opmerking
enkele oprit zonder garage(box)
theoretisch aantal 1
lange oprit zonder garage(box) of carport
2
1,5
Oprit min 10 m. lang
dubbele oprit zonder garage(box)
2
1,7
oprit min. 4,5 m breed, 5 m lang
garage(box) zonder oprit (bij woning)
1
0,4
garage(box) niet bij woning
1
0
garage(box) met enkele oprit
2
1,0
garage(box) met lange oprit
3
1,5
garage(box) met dubbele oprit
3
1,7
oprit min. 5 m lang
oprit min. 5 m lang oprit min. 4,5 m breed, 5 m lang
tabel 6.2: Berekeningsaantal parkeervoorzieningen bij woningen (nieuwbouw)
18 2 3
ASVV 2021. NEN2443 – 2013.
De rekenwaarde van de parkeerplaatsen in een parkeervoorziening bij een appartementencomplex is afhankelijk van de wijze waarop de parkeerplaatsen worden toegedeeld aan de bewoners. Wanneer de parkeerplaatsen worden genummerd en (kadastraal) gekoppeld aan een woning, dan geldt voor de parkeerplaats een rekenwaarde van 0,8 (vergelijkbaar met een oprit). In andere gevallen tellen deze parkeerplaatsen volwaardig mee als deze voldoen aan de maatvoering conform de hiervoor toegelichte eisen.
In een C gebied worden 50 koopwoningen van 80 m2 gbo gerealiseerd. Conform de parkeernorm zijn 50 x 1,1 = 55 parkeerplaatsen voor bewoners nodig. Bij 15 van de 50 woningen wordt een enkele oprit zonder garage(box) gerealiseerd (wordt gerekend als 0,8, zie tabel 6.2). De 15 opritten x 0,8 rekenen we als 12 parkeerplaatsen. De resterende parkeereis voor het bewonersdeel is dan 55 - 12 = 43 parkeerplaatsen. Daarnaast zijn conform de parkeernormen 50 x 0,2 = 10 parkeerplaatsen voor bezoekers benodigd. Binnen het plan wordt een openbaar toegankelijk parkeerhof gerealiseerd waar zowel door de bewoners als door de bezoekers geparkeerd kan worden. Wanneer rekening wordt gehouden met de parkeervoorzieningen (opritten) bij de woningen, is de resterende parkeereis op basis van de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages als volgt: functie bewoners bezoek totaal
parkeer behoefte 43 (100%) 10 (100%)
werkdag ochtend 25,8 (60%) 4 (40%)
werkdag middag 25,8 (60%) 5 (50%)
werkdag avond 38,7 (90%) 7,5 (75%)
werkdag nacht 43 (100%) 0 (0%)
koop avond 34,4 (80%) 7 (70%)
vrijdag middag 30,1 (70%) 6 (60%)
vrijdag avond 30,1 (70%) 10 (100%)
zaterdag middag 32,3 (75%) 10 (100%)
zaterdag avond 34,4 (80%) 10 (100%)
zondag middag 32,3 (75%) 9 (90%)
53
30
31
47
43
42
37
41
43
45
42
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Voorbeeld: rekenwaarde parkeervoorzieningen bij woningen
Conform de aanwezigheidspercentages uit bijlage E zijn, naast het realiseren van de opritten bij de woningen, op het drukste moment (de werkdagavond) afgerond 47 parkeerplaatsen benodigd in het parkeerhof.
Doelgroepen Bij de vormgeving van de parkeeroplossing dient altijd rekening te worden gehouden met duurzaamheidsaspecten zoals waterdoorlatendheid, hittebestendigheid en groenvoorzieningen. Daarnaast dient de parkeeroplossing passend te zijn bij de doelgroep die van deze parkeerplaatsen gebruik gaat maken. Hoewel de gemeente Arnhem plannen toetst op voldoende parkeergelegenheid (in aantallen) voor auto’s en fietsen en de bruikbaarheid daarvan, zijn ook andere aspecten van belang die ervoor zorgen dat sprake is van een goede parkeeroplossing. Hierbij kan worden gedacht aan onderstaande onderwerpen.
Mensen met een beperking Er dient voldoende plek te zijn voor mensen met een beperking om te parkeren in de buurt van de bestemming. Bij maatschappelijke voorzieningen is de richtlijn om tenminste 5% van de parkeerplaatsen als gehandicaptenparkeerplaats in te richten. De gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zo dicht
19
mogelijk bij de (hoofd)ingang van een gebouw te liggen. De maximale loopafstand tot de ingang bedraagt 100 meter; Als er sprake is van een groot openbaar parkeerterrein of parkeergarage is de richtlijn om per 50 gewone parkeerplaatsen 1 gehandicaptenparkeerplaats te realiseren (2% van de parkeercapaciteit); Een parkeerplaats die wordt ingericht als algemene gehandicaptenparkeerplaats is onderdeel van de parkeerbehoefte. Het is dus niet nodig om deze parkeerplaats als extra parkeerplaats aan te leggen; Bij gehandicaptenparkeerplaatsen geldt des te meer de eis dat deze parkeerplaatsen bruikbaar en bereikbaar moeten zijn. De parkeerplaatsen liggen dan ook bij voorkeur op maaiveld (voorkeur APCG) en zijn anders bereikbaar via een lift.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Elektrische laadpunten Als de parkeervoorziening openbaar toegankelijk wordt, is het gemeentelijke beleid ten aanzien van elektrische oplaadpunten van toepassing. Dit betekent dat in overleg met de gemeente de voorbereiding voor de laadpunten kan worden getroffen, bijvoorbeeld over de aantallen en locaties. Het realiseren van de laadpunten vindt in dat geval plaats vanuit de contracten met exploitanten die op dat moment van toepassing zijn en wordt niet vereist van de ontwikkelaar. Een parkeerplaats die wordt voorzien van een oplaadpunt is onderdeel van de parkeerbehoefte. Het is dus niet nodig om deze parkeerplaats als extra parkeerplaats aan te leggen.
Laden en lossen
Bij een functie waar laden en lossen noodzakelijk is (bijvoorbeeld bij een appartementencomplex of bedrijfsgebouw), moet rekening worden gehouden met een geschikte laad- en losvoorziening voor het maatgevende (vracht)voertuig waarmee geladen en gelost gaat worden; Bij nieuwbouw vindt laden en lossen volledig binnen het plangebied plaats. Ook het manoeuvreren moet bij voorkeur binnen het plangebied plaatsvinden, om zo de verkeersveiligheid op de openbare weg te waarborgen. Bij uitbreiding en verbouw vindt laden en lossen ook zoveel mogelijk binnen het plangebied plaats.
Bedrijfsvoertuigen, handelsvoorraad en voertuigen voor autoverhuur
Het parkeren van vrachtwagens, bedrijfsvoertuigen, handelsvoorraad en voertuigen voor autoverhuur behoort tot de bedrijfsvoering. Ruimte voor het parkeren van deze voertuigen zal moeten worden gefaciliteerd op eigen terrein. Bij een functie waar een bezorgfunctie tot de mogelijkheden behoort, moet rekening worden gehouden met voldoende (geschikte) ruimte voor het stallen van de bedrijfsvoertuigen tijdens openingstijden.
Scootmobielen
20
Wanneer bij een woongebouw gebruik wordt gemaakt van een collectieve fietsenstalling als alternatief op de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, dient bij woonfuncties waar mindervalide en/of ouderen verwacht worden tevens rekening te worden gehouden met voldoende (geschikte) ruimte voor het stallen van scootmobielen. Deze stallingsruimte dient te worden voorzien van voldoende oplaadmogelijkheden voor het opladen van scootmobielen. Het inpassen van stallingsruimte voor scootmobielen is altijd een maatwerkoplossing.
6.3 Afwijkingsmogelijkheden Het parkeernormenbeleid van de gemeente is erop gericht dat bij (nieuw)bouwontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd voor fietsen en auto’s , zodat een goede parkeersituatie is geborgd. Parkeernormen kunnen soms een te strak keurslijf opleveren, er moeten dus ook mogelijkheden zijn om af te kunnen wijken. De nabijheid van een OV-halte en de nabijheid van een cluster van voorzieningen zijn van invloed op het gemiddelde autobezit. Het effect hiervan is verwerkt in de gebiedsindeling. Zo zijn de stations en de winkelcentra Presikhaaf en Kronenburg een niveau hoger dan de omliggende gebieden en daarmee de parkeernormen lager. Het centrum en bij het Centraal Station zijn de voorzieningen zo nabij en de bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets zo goed dat daar de parkeereis onder voorwaarden kan vervallen.
Een maatwerkfunctie is een functie waarvoor binnen het beleid geen passende parkeernorm is opgenomen. Wanneer door de initiatiefnemer kwantitatief afdoende kan worden onderbouwd (aantoonbaar op vergelijkbare plekken) dat de parkeerbehoefte van de ontwikkeling voor onbepaalde tijd lager ligt dan berekend met de parkeernorm, kan hiervan worden afgeweken. Hierbij dient de initiatiefnemer te onderbouwen dat: • Een lagere parkeerbehoefte wordt verwacht voor de ontwikkeling. • De lagere parkeerbehoefte gerelateerd is aan het gebouw dat wordt gerealiseerd of verbouwd. Een doelgroep met specifieke kenmerken verbonden aan het ontwerp of de inrichting van het gebouw om zo te garanderen dat de ontwikkeling voor onbepaalde tijd een lagere parkeerbehoefte zal kennen. Bij maatwerkfuncties kan de initiatiefnemer bijvoorbeeld gebruik maken van zijn reeds eerder opgestelde business- of ondernemingsplan. Bij het opstellen van deze plannen is reeds aandacht besteed aan ontwerp en inrichting van de gebouwde voorziening, de specifieke bezoekersdoelgroep, de formule, verwachte bezoekersaantallen en verzorgingsgebied. Deze gegevens worden gebruikt ter aanvulling bij de onderbouwing van de parkeerbehoefte.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Afwijking van de norm
Mobiliteitsconcept Nieuwe mobiliteitsconcepten die aansluiten bij de mobiliteitsbehoefte van de doelgroep, kunnen resulteren in een lager dan gemiddelde parkeerbehoefte. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de inzet van deelauto’s. Voor een verlaging van de parkeereis bij de inzet van mobiliteitsconcepten moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: • Bij de inzet van deelauto’s wordt de parkeereis van het bewonersdeel in gebieden met betaald parkeren maximaal gereduceerd met 20%. In de gebieden buiten betaald parkeren is deze reductie maximaal 5%. • Deelauto’s kunnen niet mee doen in het dubbelgebruik/aanwezigheidspercentages; • Er worden minimaal twee deelauto’s ingezet; • De aanwezigheid van deelmobiliteit moet langdurig (minimaal 10 jaar) worden gegarandeerd of anders jaarlijks een vergoeding uitkeren voor het gebruik van deelmobiliteit. De deelauto(s) dienen bij voorkeur openbaar toegankelijk te worden geplaatst, zodat ook de omgeving er gebruik van kan maken.
21
Zwaarwegend belang (hardheidsclausule)
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Wanneer een initiatiefnemer afdoende onderbouwt dat het benodigde parkeeraanbod niet (volledig) binnen het plangebied gerealiseerd kan worden, wordt conform de Omgevingsvisie afgewogen of het wenselijk en mogelijk is om af te wijken van de eis om binnen het plangebied een parkeeroplossing te bieden voor de gehele parkeerbehoefte. Dit is mogelijk wanneer andere belangen zwaarder wegen dan het verkeers-/parkeerkundige belang, bijvoorbeeld wanneer grote economische of volkshuisvestelijke voordelen verwacht worden van het realiseren van de ontwikkeling.
22
De initiatiefnemer moet zijn aanvraag voor een vergunning voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit in dat geval voorzien van een onderbouwing van de noodzaak om af te wijken en van de effecten die dit (eventueel) heeft op de omgeving. In deze gevallen kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over het realiseren van extra fietsvoorzieningen en parkeerplaatsen in een hub op loopafstand. Omdat het van belang is dat bij afwijkingen de noodzaak en de effecten zorgvuldig worden afgewogen, dienen alle afwijkingen op basis van zwaarwegend belang voldoende gemotiveerd ter besluitvorming te worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders.
Juridisch kader 7.1 Juridische grondslag Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen bij een ontwikkeling benodigd zijn, heeft de gemeente parkeernormen geformuleerd. Parkeren moet in een omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) zijn geregeld. In de omgevings- en bestemmingsplannen van de gemeente Arnhem staat in de planregels een verwijzing naar de parkeernormering.
Na de vaststelling van de Nota Parkeernormen zijn de hierin beschreven parkeernormen en werkwijze van toepassing op alle toekomstige ruimtelijke plannen en projecten die binnen het Facetplan parkeren (vastgesteld 30-05-2018) vallen. Dit Facetplan kent namelijk de verwijzing naar de Beleidsregels Parkeren. Ook de afwijkingsmogelijkheden moeten mogelijk opnieuw beschreven worden. Voor de bestemmingsplannen Schuytgraaf (veegplan 2017), Malburgen Ww4 (2017) en Gebiedsontwikkeling Stadsblokken Meinerswijk (2020) geldt dit niet, omdat in deze bestemmingsplannen specifieke parkeernormering is opgenomen. Dit betekent dat de parkeernormen in deze bestemmingsplannen van kracht zijn. Bij een aantal andere plannen zoals Omgevingsplan Schaapsdrift (2025) is een lijst met parkeernormen opgenomen maar kan ook uitgegaan worden van de dan geldende Nota Parkeernormen.
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Door een aparte Nota Parkeernormen te gebruiken, is het niet noodzakelijk in omgevingsplannen parkeernormering in detail op te nemen. Vanuit het betreffende omgevingsplan kan in de planregels (en de toelichting) naar de Nota Parkeernormen worden verwezen. Inzichtelijk moet zijn dat het parkeren uitvoerbaar is. De Nota Parkeernormen dient ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt te worden, waarvoor een nieuw omgevingsplan wordt opgesteld of waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt aangevraagd.
Het fietsparkeren krijgt pas een juridische grondslag als het omgevingsplan gewijzigd is.
7.2 Overgangsregeling Voor bouwinitiatieven is een overgangsregeling van toepassing. Deze houdt in dat bouwinitiatieven die op het moment van publicatie van de eerste versie van deze Nota Parkeernormen bij de gemeente bekend waren, nog maximaal één jaar na publicatiedatum van deze nota een vergunningsverzoek kunnen indienen op basis van de oude gemeentelijke parkeernormen. Met bekende bouwinitiatieven wordt bedoeld initiatieven die bij vaststelling als principeverzoek of hoger bekend zijn bij de gemeente of de omgevingsdienst regio Arnhem.
23
Nota Parkeernormen Arnhem 2025
Bijlagen
24
A.
Gebiedsindeling ................................................................................................................. 25
B.
Achtergrond bij parkeernormering .................................................................................. 31
C.
Lijst met parkeernormen auto .......................................................................................... 36
D.
Lijst met parkeernormen fiets........................................................................................... 39
E.
Aanwezigheidspercentages .............................................................................................. 43
F.
Richtlijnen kwaliteit stallingen fiets en scooter .............................................................. 44