Bijlage 2 - Koersnota Van Wijken Weten (december 2015)
Tekst van het document
Koersnota
‘Van Wijken Weten’
2
pagina
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
3
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
december 2015
pagina
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
4
pagina
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
5
pagina
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
Inleiding De wereldwijde ontwikkelingen buitelen over elkaar heen en hebben vaak direct effect in de eigen wijk. De schoksgewijze ontwikkeling van de economie, de informatisering, de culturele diversiteit, toegenomen mobiliteit, enz. geven aan dat de samenleving snel verandert en complexer wordt. Dit heeft zijn weerslag in de beleving van veiligheid en leefbaarheid. Veel inwoners vragen zich af hoe in deze turbulente tijden zij weer invloed kunnen krijgen op hun directe leefomgeving. De overheid en met name de gemeente staat voor de opgave om opnieuw sturing te geven aan het realiseren van het publieke domein. De oude vertrouwde manier van planmatig werken langs strak afgebakende taakvelden is niet meer effectief om tot de beste keuzes te komen in een tijd waarin er minder geld is en de vraagstukken om een brede benadering vragen. Ook is deze werkwijze onvoldoende in staat om in te spelen op initiatieven van burgers die zelf vorm willen geven aan het publieke domein. Kwetsbare inwoners zullen veel meer in hun eigen wijk in verbinding met sociale netwerken zorg en ondersteuning moeten krijgen waarbij professionals niet vooral taakgericht maar gericht op zelfredzaamheid ingezet kunnen worden. De sociale wijkteams zijn daarbij de coach van de individuele inwoners waarbij zij bij zorgaanbieders die zorg kunnen inzetten die nodig is.
Nieuw zijn de wijkteams leefomgeving, ambtenaren in de frontlijn in de wijk die bij de gemeentelijke organisatie de (algemene) voorzieningen en diensten afnemen die passen bij de vraag van inwoners in de wijken. Dit vraagt om een ingrijpende omslag in de verhouding tussen inwoners, overheid en bedrijven. Het vraagt om een wijkgerichte en vraaggerichte benadering die aansluiting vindt bij de leefomgeving. Het vraagt om een overheid die de uitvoering voorop stelt en nieuwe oplossingen, die ontwikkeld worden in de dialoog met inwoners, mogelijk maakt. Deze Koersnota bouwt voort op de Perspectiefnota in de vorm van een document met richtinggevende uitgangspunten voor de herinrichting van de sturing op het publieke domein in 8 gebieden. Deze gebieden omvatten in Arnhem de 24 wijken maar voor de sturing is deze schaal te klein en daarom deze bundeling in 8 gebieden; als hierna wijk geschreven wordt is gebied bedoeld. Het is nadrukkelijk geen (vaststaand) kader wat hier gepresenteerd wordt maar een koers die aangeeft langs welke lijnen de gemeente Arnhem de komende jaren gaat doorontwikkelen op 3 onderdelen: A. de gemeentelijke organisatie op basis van wijksturing B. het sociale domein gebaseerd op een recombinatie van het aanbod naar de vraag C.
het stimuleren van participatie gericht op de versterking van het zelforganiserend vermogen van inwoners Weten we dan al hoe we dit precies moeten realiseren? Nee, want we hebben geen blauwdruk en die willen we ook niet. Het is veel meer een gezamenlijk ontwikkelproces vanuit het perspectief van inwoners waarbij gemeente en maatschappelijke partners zoals verenigingen, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisatie, de politie etc., ieder vanuit een eigen rol en verantwoordelijkheid zich richten op het in samenspraak met inwoners realiseren van publieke waarden vanuit een wijkgerichte benadering.
Leeswijzer Deze notitie is geschreven voor de Raad om richting en ruimte te geven aan het programma Van Wijken Weten. De notitie is uiteraard ook relevant voor betrokken inwoners en ambtenaren, maar is niet speciaal voor hen geschreven. Veel uitwerkingsvragen zullen in deze notitie nog niet beantwoord kunnen worden maar zullen in de uitvoeringsplannen voor de veranderopgaven A, B en C later aan de orde komen.
Grondgedachten achter het programma Van Wijken Weten Wijksturing is de ambitie van de gemeente Arnhem om te willen sturen vanuit de leefwereld van de inwoners. Niet alleen om burgers (meer) invloed te geven op hun directe leefomgeving maar ook om effectiever als gemeente de goede keuzes te maken in de uitvoering. Wijksturing vindt plaats “van buiten naar binnen”: vraaggericht. Dat is de essentie van Van Wijken Weten. De manier waarop we dat willen doen heet frontlijnsturing: wijkteams kunnen samen met burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven tot een aanpak en prioriteitstelling komen op basis van de opgave in de wijken. Zij worden inhoudelijk, technisch en financieel in staat gesteld om die aanpak efficiënt uit te (laten) voeren. Daardoor krijgen burgers en organisaties in de stad (hierna allebei steeds aangeduid met inwoners) meer invloed op alle zaken in hun wijk die voor hen van
Uitgangspunten: wijksturing
4. Wijkteams leefomgeving de opdracht geven om integraal vorm te geven aan de gemeentelijke taken in gebieden en wijken in samenspraak met inwoners per 1-1-17. Wijkteams leefomgeving beslissen over de besteding van het wijkbudget en geven opdracht aan de backoffice wat ook kan betekenen dat specifieke taken minder of helemaal niet meer worden uitgevoerd.
onderwerp
Toelichting Wijksturing is wat we in Arnhem willen om burgers (meer) invloed te geven op hun directe leefomgeving: sturen op zaken in de wijk die direct van invloed zijn op het dagelijks leven van iedereen in Arnhem. Bovenstaande uitgangspunten benadrukken dat het een ontwikkelproces is dat vraagt om een meerjarige benadering. Gekozen wordt voor drie jaar om te kunnen experimenteren en doorlopend te evalueren waarbij elke betrokken actor, in samenhang met andere actoren, in die periode beziet of de invloed die zij kan uitoefenen werkbaar en voldoende is om Van Wijken Weten tot een succes te maken. Dit is tevens voldoende ruim om na drie jaar (door de nieuwe Raad en College) de balans op te maken en te beslissen in welke mate deze ontwikkeling moet worden doorgezet of bijgesteld. Drie jaar ook om de uitvoerders in de wijken is samenspraak met de backoffice de ruimte te geven om inhoud te geven aan dit nieuwe sturingsconcept. Cruciaal is dat de Raad dit proces nauwgezet monitort. Uitgangspunt 3 verwijst naar een vorm van monitoring die de focus legt op het gesprek van raadsleden met inwoners en wijkteams. Doordat de raad wijkbudgetten vaststelt betekent wijksturing tevens dat de raad zich informeert over de mate waarin deze beleidskoers wordt gerealiseerd.
We spreken van beleidskoers omdat een beleidskader (met te realiseren kengetallen en daarvoor ter beschikking gestelde budgetten) vooral gericht is op inspanningen en middelen. De koers focust op wat we gezamenlijk in Arnhem als geheel en in de Arnhemse wijken willen bereiken. Dat geeft ruimte aan inwoners en wijkteams om op wijkniveau vorm te geven aan de beleidskoers en daarmee de bestuurlijke doelen te realiseren. In deze ontwikkelfase kan de raad er voor kiezen om bijvoorbeeld 2 x per jaar de resultaten van de wijkteams inhoudelijk te bespreken. Deze notitie vult de rol van de raad expres verder niet tot in detail in. Bij de bespreking van deze notitie door de raad, en expliciet in het eerste kwartaal van 2016, zal dit nu nog blanco deel door de raad gevuld kunnen worden.
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
1. Het besluit voor de werkwijze volgens Van Wijken Weten wordt genomen voor tenminste de jaren 2017, 2018 en 2019 waarmee meerjarig ruimte gegeven wordt voor invulling van deze koers en de mogelijkheid gecreëerd wordt om tussentijds bij te sturen. 2. De begroting wordt voor een substantieel deel omgevormd in wijkbudgetten. De raad kan die binnen Van Wijken Weten vervolgens op het niveau van de wijk beïnvloeden, niet (meer) op functioneel niveau. 3. De gemeenteraad wordt gefaciliteerd om het proces van invoering van Van Wijken Weten goed te volgen en bij te kunnen sturen. Hierbij ligt de nadruk op het zicht krijgen op het samen met de inwoners realiseren van de resultaten in de uitvoeringsplannen en de wijkactieplannen.
6
Uitgangspunten: invoering van frontlijnsturing in Arnhem
pagina
belang zijn. Gemeente, particulier initiatief en ondernemers geven samen vorm aan de opgave in de wijk. De term wijksturing is eigenlijk een bijzondere vorm van frontlijnsturing. Voor zover het begrip frontlijnsturing wordt gebruikt bedoelen we het in de betekenis van wijksturing in Arnhem. De gemeente wil zich ontwikkelen naar een overheid die de uitvoering veel meer centraal stelt en aan wil sluiten op de ambities en ideeën van inwoners. Niet de regels staan voorop maar dat wat nodig is. Dit vraagt om ruimte voor een andere aanpak, bewust de grenzen opzoeken in het bestaande. Niet meteen nieuwe regels maken als blijkt dat er zich een incident heeft voorgedaan. Dit vraagt van ambtenaren dat zij om kunnen gaan met de aanspraken die vanuit verschillende rollen op de gemeente worden gedaan, zowel direct in de wijken als indirect vanuit het stadskantoor en stadhuis. Dit vraagt van bestuurders om alert en proactief te blijven sturen op resultaten en tegelijkertijd zich niet te vereenzelvigen met specifieke uitvoeringspraktijken en organisaties. Dit vraagt van raadsleden om in hun rol als volksvertegenwoordiger beleidsdoelen te formuleren die ruimte bieden voor de uitvoering in de wijken. Op deze manier kunnen in dialoog met inwoners (nieuwe) oplossingen worden gevonden.
Ook al betekent dit dat er opnieuw gekeken moet worden naar de besteding van de (beperkte) middelen en dat bestaande verworvenheden niet buiten beschouwing kunnen worden gelaten. De volgende uitgangspunten zetten de koers uit voor deze ontwikkeling in Arnhem.
7
pagina
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
5. De wijkteams leefomgeving daarbij de bevoegdheid verlenen om bij de uitvoering van deze taken gemotiveerd af te wijken van geldende beleidskaders. 6. De gemeentelijke organisatie door te ontwikkelen naar een organisatie die zich enerzijds in het kader van het programma “Stad op de Kaart” richt op de stedelijke en regionale vraagstukken en anderzijds in toenemende mate als backoffice de wijkteams faciliteert in hun opdracht. Toelichting Deze 3 uitgangspunten geven aan dat wijksturing gerealiseerd wordt door wijkteams leefomgeving met de taak (en de daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden) om sturing te geven aan de uitvoering van gemeentelijke taken in de wijken. Daarbij wordt aan de wijkteams maximale ruimte geboden om in samenspraak met inwoners te komen tot creatieve oplossingen en voor de wijk meest optimale keuzes. Wanneer deze keuzes afwijken van in het verleden vastgestelde beleidskaders, dan zal het wijkteam leefomgeving dit vooraf motiveren en afstemmen met de backoffice en achteraf verantwoorden. De ratio hierachter is dat de bezuiniging niet anders gerealiseerd kan worden dan door slimme keuzes te maken. Hiertoe worden budgetten ontschot en op wijkniveau samengevoegd. Door taken in de uitvoering te combineren en te prioriteren kan er efficiënter en met minder budget gewerkt worden.
Daarbij kan het vóórkomen dat van geldende beleidskaders afgeweken wordt: door aan de ene kant wat minder te doen, is er budget om aan de andere kant wat meer te doen waardoor het geheel effectiever en efficiënter kan zijn. Uiteraard moeten afwijkingen wel gemotiveerd worden, want de Raad moet inzicht hebben wat dit betekent voor de door haar vastgestelde beleidskaders. De Raad heeft al ingestemd met het principe van wijkbudgetten bij de MJPB en daarom hoeft hierover geen apart uitgangspunt voor te worden opgenomen. Het uitgangspunt van wijkteams leefomgeving betekent dus tegelijk dat er een gemeentelijke organisatie moet worden opgebouwd die als het ware de backoffice vormt voor de wijkteams enerzijds en de stedelijke en regionale vraagstukken anderzijds ter hand neemt. De wijkteams leefomgeving en de backoffice vormen als het ware “mal en contramal”. Het ene kan niet bestaan zonder de ander. Daar waar men er niet uitkomt wordt een escalatieproces (eerst ambtelijk dan bestuurlijk) ingericht. Het is noodzakelijk dat de gemeente een goede balans vindt tussen de wijkgerichte benadering en de verdere ontwikkeling van kansen en mogelijkheden van de stad als geheel. Over de inrichting van de backoffice wordt voor de Raad in deze nota geen apart uitgangspunt opgenomen.
Het management van de ambtelijke organisatie zal ook voor de backoffice een uitvoeringsplan opstellen waarin taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van wijkteams leefomgeving, individuele ambtenaren, afdelingen en de gehele backoffice worden beschreven. Dit borduurt voort op de weg die ingeslagen is in 2012 met Nieuwe Tijden Anders Werken (NTAW). Daarin is de gemeentelijke organisatie gedefinieerd als een flexibele procesgestuurde netwerkorganisatie: “De organisatie is opgebouwd uit hoofdprocessen die in beginsel beginnen en eindigen bij de burger (het bedrijf of de instelling in Arnhem). De burger staat aan het begin van elk proces en aan het eind van elk proces. Deze (hoofd)processen lopen horizontaal dwars door de lijn organisatie heen”. Dat sluit naadloos aan op wijksturing. De wijkteams leefomgeving zijn primair in dialoog met de inwoners en leveren dus de input voor de processen en krijgen zicht op de resultaten.
8
pagina
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
Uitgangspunten: de transformatie van het sociale domein
7. Ter onderscheid van de wijkteams leefomgeving spreken wij in het vervolg over sociale wijkteams, waarbij geleidelijk aan de specifieke taken op het gebied van de Wmo of jeugdhulp steeds meer verbonden worden met de begeleiding van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt; 8. De sociale wijkteams blijven gedurende de transformatie periode - van 2017 t/m 2019 verantwoordelijk voor coaching van inwoners die zorg of ondersteuning nodig hebben, de toegang tot maatwerk- en specialistische voorzieningen en bieden waar nodig zelf kortdurende ondersteuning. 9. De sociale wijkteams worden geherpositioneerd als opdrachtnemende organisatie van de gemeente onafhankelijk van de aanbieders van maatwerk- en specialistische voorzieningen. 10. De wijkteams leefomgeving en de sociale wijkteams werken samen, naast elkaar en integraal aan taken in de wijk vooral door meer preventieve maatregelen te nemen die (wellicht op termijn) kostenbesparend moeten gaan werken. 11. Activerend werk is een integrale benadering van arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk. Inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kunnen met behoud van uitkering werken aan het opdoen van arbeidsvaardigheden en ervaring in een zo regulier mogelijke arbeidsomgeving. 12.
De wijkbudgetten voor maatwerk- en specialistische voorzieningen worden op basis van objectieve gegevens en ervaringen van inwoners en de sociale wijkteams opgesteld. 13. De sociale wijkteams worden binnen deze budgetten verantwoordelijk voor de inzet van deze voorzieningen bij de inwoners van de wijk met een vraag voor zorg en ondersteuning. 14. Maatwerk- en specialistische voorzieningen worden in de toekomst waar mogelijk in toenemende mate afgerekend op basis van resultaten vastgelegd in het (eigen gezins-)plan van aanpak. Toelichting Van Wijken Weten gaat over het invoeren van wijksturing middels het in het leven roepen van wijkteams leefomgeving. In het kader van de decentralisaties zijn we vanaf 1-1-2015 gestart met de sociale wijkteams en die lijn willen we voortzetten. Sterker nog: zij zullen met de komst van de wijkteams leefomgeving gezamenlijk vorm gaan geven aan wat er in sociaal opzicht nodig is in de wijk. Het wijkteam leefomgeving is daarbij de sturende partij als het gaat om de algemene voorzieningen op sociaal gebied. Het sociale wijkteam is primair de uitvoerende organisatie als het gaat om coaching van inwoners en de toegang tot en inzet van de maatwerkvoorzieningen en/of specialistische hulp.
Doordat de algemene sociale voorzieningen, gericht op preventie en waarvoor dus ook geen indicatie nodig is, worden versterkt kan het beroep op de maatwerkvoorzieningen en specialistische hulp afnemen. Mogelijk kan de toegang tot individuele voorzieningen die nu nog niet onder de sociale wijkteams vallen hierin ondergebracht worden zodat een breder takenpakket ontstaat en de inwoners met een vraag voor zorg en ondersteuning zich primair wenden tot de sociale wijkteams. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de bijzondere bijstand. Naast de toegang kunnen sociale wijkteams inwoners coachen en kortdurend ondersteunen met als doel dat deze zoveel mogelijk vanuit het eigen (gezins-)plan zelf keuzes maken in de vormen van ondersteuning. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat hieruit een langdurige hulpverleningsrelatie ontstaat, want dat moet worden uitgevoerd door de gecontracteerde partijen. De sociale wijkteams hebben ook de taak om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te coachen naar “activerend werk”, wat tevens invulling geeft aan de taakstelling van de gemeente in het kader van de omvorming van Presikhaaf & Bedrijven. Ook hiervoor vormen de sociale wijkteams de toegang tot deze individuele voorzieningen.
Mogelijk kunnen hier in de toekomst ook andere taken gericht op activering van mensen die langdurig een uitkering hebben in het kader van de Participatiewet aan worden toegevoegd. De opdracht aan de sociale wijkteams is om binnen het door de Raad vastgestelde wijkbudget voor maatwerkvoorzieningen en/of specialistische hulp te blijven. Zij hebben tot taak om op basis van een steeds beter inzicht in de populatie in de wijk en de zelfredzaamheid van inwoners die voorzieningen in te zetten zodat cliënten weer zoveel mogelijk zelfstandig functioneren en zelf de regie over het eigen leven voeren. Om te bereiken dat individuele voorzieningen veel meer gericht worden op dit resultaat zal een andere vorm van bekostiging moeten worden ontwikkeld en ingevoerd. Hierbij is het minder van belang hoeveel inzet er in de vorm van bijvoorbeeld professionele inzet van uren is gepleegd maar of het resultaat binnen het voor die cliënten beschikbaar gestelde budget is bereikt. Door met budgetten te werken is tevens de samenwerking tussen diverse disciplines en/of instellingen veel gemakkelijker te faciliteren.
Toelichting Arnhem is zich de laatste decennia meer en meer op de wijken gaan richten. Al in de jaren ‘90 van de vorige eeuw zijn in Arnhem wijkplatforms, wijkverenigingen en andere bewonersoverleggen opgericht, die zijn gaan fungeren als de vaste vensters van de gemeente naar de wijk en andersom.
onderwerp
18. Taken van de gemeente en/of aanbieders kunnen op initiatief van inwoners door hen zelf uitgevoerd worden. Kwaliteit in de uitvoering staat hierbij voorop, maar het kan wel een door inwoners anders gedefinieerde kwaliteit zijn. Kostenbesparing is ook een belangrijk punt maar zal in het totaal van het wijkbudget worden afgewogen. Het eenmalige budget om burgerinitiatieven te stimuleren blijft beschikbaar maar de (structurele) financiering van burgerinitiatieven zal gedaan worden uit het wijkbudget. 19. De participatie van de bestaande bewonersoverleggen zal geïntegreerd worden in een nieuwe vorm van wijkparticipatie die minder een formeel karakter zal hebben en vooral gericht zal zijn op het faciliteren van initiatieven, het bespreken van de voortgang van de wijkactieplannen en het betrekken van meer bewoners. De wijkteams leefomgeving in samenwerking met de sociale wijkteams en de wijkplatforms krijgen hierin de ruimte om een vorm van overleg en samenwerking te vinden die passend is bij de wijk.
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
Uitgangspunten: burgerparticipatie
9
Toelichting Deze uitgangspunten vormen de basis voor een herverdeling van de verhouding tussen maatwerkvoorzieningen en/of specialistische hulp (waarvoor de toegang bij de sociale wijkteams ligt) en de algemene voorzieningen voor inwoners. Opdracht aan de gemeente is om het gebruik van (dure) individuele voorzieningen terug te dringen en dat kan met name als er een verschuiving plaats gaat vinden naar algemene voorzieningen die veel meer gericht zijn op de wijkpopulatie als geheel. Deze voorzieningen moeten worden versterkt. Door nauwe samenwerking van professionele en vrijwillige inzet kan de sociale kracht van wijken toenemen. In de eerste plaats is dat omdat in een participatieve samenleving de inzet van de inwoners voorop staat en de algemene voorzieningen hen hierin kunnen faciliteren. Naast professionele inzet leveren vrijwilligers en mantelzorgers een onmisbare inzet in de wijk. Dit is nodig om tot een meer duurzame en betaalbare sociale infrastructuur te komen waarbij zij moeten kunnen rekenen op faciliteiten en ondersteuning. Dit is niet voor iedere wijk hetzelfde. Daarom worden wijkprofielen gemaakt die een beeld geven van de sociale kracht van wijken. Deze uitgangspunten geven tevens aan dat deze doelen alleen bereikt kunnen worden als er nieuwe vormen van bekostiging worden ontwikkeld voor algemene voorzieningen.
Daarbij heeft het de voorkeur om een vorm van contractering te ontwikkelen die een beoordeling mogelijk maakt van het resultaat en de kwaliteit (effectiviteit en bereik) van de algemene voorzieningen. Het instrumentarium van subsidies voor instellingen lijkt hiervoor niet meer geschikt en zal omgezet moeten worden naar een andere vorm. De kwaliteit van de leefomgeving en de sociale kwaliteit van een wijk worden door inwoners ervaren als één geheel en ook sterk beïnvloed door het gedrag van dezelfde inwoners. Om integraal in te spelen op de vraag worden de algemene sociale voorzieningen onderdeel van de wijkbudgetten die onder de sturing van de wijkteams leefomgeving worden gebracht. Hierbij is de keuzevrijheid van inwoners van groot belang als het gaat om de maatwerkvoorzieningen en de specialistische hulp. Ook voor de algemene voorzieningen geldt dat er vanuit de verschillende levensbeschouwelijke achtergronden keuzevrijheid moet zijn in de wijze waarop men zorg en ondersteuning aangeboden krijgt. Dat vereist diversiteit in de personele samenstelling en het aanbod van de algemene voorzieningen.
pagina
15. De gemeente is verantwoordelijk voor de contractering van een passend aanbod (algemene voorzieningen, maatwerk- en specialistische voorzieningen), mede gebaseerd op ervaringen van de sociale wijkteams en inwoners. 16. Op basis van de ontwikkeling van wijkprofielen contracteert de gemeente voor elk van de wijken een breed pakket aan algemene voorzieningen die preventief van aard zijn en algemeen toegankelijk. Dit betekent ook dat de algemene voorzieningen per wijk kunnen verschillen en dat de huidige subsidiëring van bijvoorbeeld welzijnsvoorzieningen gefaseerd wordt omgezet naar contractering. 17. De budgetten voor de algemene voorzieningen zijn onderdeel van de wijkbudgetten die onder de sturing vallen van de wijkteams leefomgeving.
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
20. De acht wijkbudgetten worden als acht aparte programma’s opgenomen in de MJPB 20172020 en zullen in totaal een volume hebben dat 10 miljoen euro lager is dan in 2016. Hierdoor is er helderheid over de financiële ruimte en flexibiliteit om deze nieuwe vorm van sturing vorm te geven. 21. De verdeling van de beschikbare budgetten over de wijken wordt gebaseerd op een verdeelmodel waarbij, afhankelijk van de aard van het budget, in eerste instantie rekening wordt gehouden met historische uitgaven en specifieke fysieke omstandigheden. Later zal deze verdeling in toenemende mate worden gebaseerd op het profiel van de wijk en de gewenste ontwikkeling. 22. De herkenbaarheid van de inzet van de wijkbudgetten zal plaatsvinden door de door- ontwikkeling van de wijkactieplannen.
10
Uitgangspunten: financieel
pagina
Aan de wijkgesprekken die de afgelopen periode zijn gevoerd, om te komen tot gedragen wijkactieplannen, hebben grote groepen ‘nieuwe’ bewoners deelgenomen. Met de veranderopgave van wijken weten, gaan we nog een stap verder. Door fysiek in de wijk te zitten kan snel geacteerd worden op de vraag vanuit de wijk. Ook wordt de communicatielijn naar de burger veel korter en duidelijker door het hebben van een aanspreekpunt. Inwoners worden, door vast te stellen wat de belangrijkste opgaven zijn in hun eigen wijk, in staat gesteld om effectief invloed uit te oefenen en krijgen daartoe een aantal instrumenten in handen (buurtrecht, buurtwetten) om dat in de praktijk waar te maken. Initiatieven van burgers in het publieke domein die nu van gemeentewege worden uitgevoerd worden zoveel mogelijk gefaciliteerd mits dit niet leidt tot meer kosten en, vanuit de optiek van inwoners en deskundigheid van professionals, een goed resultaat opleveren.
11
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
In de huidige MJPB is een taakstelling van € 10 miljoen verbonden aan de wijksturing. Daarbij is rekening gehouden met € 3 miljoen aan frictiekosten. De bezuiniging moet worden gevonden met de wijk en de principes van de vier D’s: decentraliseren, differentiëren, de-institutionaliseren en daling van het eigen bezit. Voorgesteld wordt dat de Raad in de voorbereiding van de Perspectiefnota 2017-2020 nadere invulling zal geven aan haar rol op het gebied van: - het vaststellen van de hoofdlijnen bij wijksturing - het budgetrecht van de Raad in relatie tot wijksturing - de monitoring en controle op resultaten van wijksturing
pagina
Toelichting Bij wijksturing hoort zeggenschap over de wijze waarop wijkbudgetten worden besteed. Het stelt de wijkteams leefomgeving in de gelegenheid om te prioriteren en keuzes te maken. Hiervoor worden op zinvolle wijze zo veel mogelijk budgetten samengevoegd, zodat de mogelijkheden tot besparingen door middel van slim combineren zo groot mogelijk worden. Meer rendement van publiek geld door meerdere doelen te koppelen aan een budget in samenwerking met inwoners. Het mandaat hiervoor komt te liggen bij de wijkteams leefomgeving. Om het principe echt goed te laten werken is het van belang om de producten die onderdeel uit gaan maken van de wijksturing, onder te brengen in aparte programma’s per wijk. De criteria voor indeling van de budgetten naar wijk of stad worden ontwikkeld en daarnaast getoetst op basis van de ervaringen in de pilots. Dit betreft de producten waarvan het budget in 2017, geheel of deels, naar de 8 wijken wordt overgeheveld: mobiliteit en openbare ruimte; groen en spelen; afvalinzameling en reiniging; handhaving en toezicht; onderwijs; sportontwikkelingen (en voorzieningen); samenlevingsopbouw (o.a. jeugd en ouderen); wijkgericht werken; ondersteuning opgroeien en opvoeden; maatschappelijke ondersteuning; ondersteuning vrijwilligers; integratie; maatschappelijke opvang, OGGz en verslavingszorg; Wmo en jeugd (sociaal deelfonds); en Jeugdgezondheidszorg.
We maken daarbij tevens onderscheid tussen enerzijds de budgetten voor wijkgerichte inzet voor maatwerkvoorzieningen en specialistische hulp en anderzijds de wijkbudgetten. Maatwerkvoorzieningen en specialistische hulp worden op basis van stedelijke contractering verdeeld over de wijken. Deze voorzieningen kunnen worden uitgebreid met andere gemeentelijke budgetten voor individuele voorzieningen in het kader van de participatiewet en/of armoedebeleid. Daarbij hebben de sociale wijkteams met als kerntaak de coaching van (kwetsbare) inwoners de bevoegdheid om, binnen het wijkgerichte budget voor maatwerkvoorzieningen en specialistische hulp, te kiezen voor de oplossing die het beste past bij de vraag naar zorg en ondersteuning voor de individuele inwoner. Hierbij is een nauwe samenwerking tussen de sociale wijkteams en de wijkteams leefomgeving van groot belang zodat er samenhang komt in de keuzes voor individuele ondersteuning en de sociale en fysieke infrastructuur voor de wijk.
12
pagina
Koersnota ‘Van Wijken Weten’
onderwerp
GEMEENTE ARNHEM Postbus 9029 6802 EL Arnhem Tel: 0900-1809 (lokaal tarief) Fax: 026-3774830 E-mail: gemeente@arnhem.nl