Bijlage 2 - Bijlagen Koersnota Van Wijken Weten 2023 - 2030
Tekst van het document
1
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Bijlagen 1.
Verslag Inspiratiesessie 7 maart 2023
2.
Verslag Werksessie 18 april 2023
3.
Rapportage Digipanel Onderzoek Juni 2023
4.
Evaluatierapport Van Wijken Weten Mei 2021
5.
Rekenkamerbrief Onderzoek Van Wijken Weten Juli 2021
6.
Raadsbrief Doorontwikkeling Wijksturing September 2022
2
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Verslag inspiratiesessie 7 maart 2023 DE SPREKERS Thalia Verkade sprak over mobiliteit en verkeer naar aanleiding van haar boek “Het recht van de snelste”. Dit boek schreef zij in samenwerking met Marco te Brömmelstroet voor de Correspondent. Spelenderwijs liet zij het publiek zien hoe over de tijd heen de verkeersfunctie voorrang gekregen heeft op alle andere mogelijke functies die de openbare ruimte zou kunnen hebben. Zou een straat naast een plek voor verkeer ook kunnen dienen als plek om te ontmoeten, spelen en leven? Ofwel: we hebben een keuze in wat we eigenlijk willen met onze publieke ruimte. Dat we vaak niet op dit niveau praten, ligt volgens Verkade veelal aan de botsing tussen systeem- en leefwereld die bestaat in het gesprek tussen burger en gemeente. Er is sprake van een duidelijke taalbarrière. Een tweede les die Verkade de luisteraar meegaf was als volgt: we hebben automatisch de onbewuste voorkeur om dingen toe te voegen, in plaats van dingen weg te halen. Na Thalia betrad Reinier van Zutphen het podium. Als bevlogen spreker beaamde de Nationale Ombudsman het belang van de wijken. Want “zelfredzaamheid is een illusie; lang niet iedereen is in staat om helemaal zelfstandig mee te doen. Die hebben dus anderen nodig; de buurt, de overheid, ondersteuning.” Dit betekent volgens van Zutphen niet dat enkel de overheid kan helpen.
De overheid heeft daarbij ook hulp nodig van de inwoner. “We willen een situatie creëren waarin we zeggen: iedereen moet mee kunnen doen, en dat is een opdracht voor overheid én inwoner. Het is een samenspel.” Daarbij benadrukt van Zutphen dat zowel de overheid als de inwoner een verantwoordelijkheid heeft en beide moeten weten wat deze verantwoordelijkheid inhoudt. Inwoners die niet mee willen doen moeten daar de vrijheid in hebben maar dienen dan ook te weten wat hier de consequenties van zijn (en dit accepteren). TALKSHOW Na de twee sprekers werd de talkshow gestart. Verschillende disciplines zaten aan tafel: van een directeur met een sturende rol als de jongerenwerker die met de voeten in de klei in de wijk staat. Vanuit het publiek kwamen handreikingen voor samenwerking, maar ook kritische noten. Zo bood een professional in de zaal spontaan aan om met Willy de samenwerking op te zoeken. En werd bekritiseert dat enkel burgers die het moeilijk hebben hulp krijgen van instanties. De belangen voor mensen waar het relatief goed mee gaat, worden daarmee van tafel geveegd. Na een half uur hierover met elkaar het gesprek te voeren, was de conclusie dat er nog voldoende onderwerpen zijn waarop met elkaar doorgesproken moet worden de komende periode om tot keuzes te komen.
TOT SLOT Door het brede scala aan mensen die aanwezig waren, was dit een vruchtbare bodem voor de uitwisseling van gedachten, contacten en gemeenschapszin. Interessante onderwerpen, mooie vragen van het publiek, en bijdragen in de ideeën box. Na deze mooie avond kijken we uit naar een volgende bijeenkomst, waar we dieper op de materie ingaan en met elkaar aan de slag gaan om bouwstenen voor de nieuwe Koersnota te verzamelen.
VERSLAG INSPIRATIESESSIE VAN WIJKEN WETEN 7 MAART 2023 Als startschot voor het proces om te t tot een nieuwe Koersnota over de doorontwikkeling van wijksturing in Arnhem werd op 7 maart een inspiratiebijeenkomst georganiseerd. De inspiratiesessie had als thema “Grip op je eigen buurt, de toekomst van wijksturing in Arnhem.” In de hal van het Olympuscollege verzamelde zich een divers publiek uit de stad om onder leiding van dagvoorzitter Marcel Bamberg mee te luisteren, denken en praten over dit thema. Sprekers deze avond waren journalist Thalia Verkade en de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen. Beide namen het publiek mee in hun denkwijze omtrent dit thema. Na de sprekers volgde een talkshow met aan tafel: Marco Pastors (Directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid), Jean-Willy Mapinga (Jongerenwerker AM Support), Lineke van Hal (Onderzoeker Rapport ‘Zin in de Wijk’) en wethouder Mark Lauriks. Naderhand was er nog gelegenheid om samen te komen, vragen te stellen en dieper in te gaan op de besproken onderwerpen tijdens een borrel.
3
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Verslag werkbijeenkomst Van Wijken Weten 18 april 2023 VERLOOP VAN DE BIJEENKOMST De bijeenkomst begon met een plenaire start, waarbij alle deelnemers aanwezig waren. Vervolgens zijn de deelnemers in vier workshops aan de slag gegaan. De workshops hadden de thema’s: Regie bij inwoners, Samenwerken in de wijk, Sociale wijkondernemingen en sociaal ondernemen en De rol van de wijkmanager. Uiteindelijk hebben deze workshops veel waardevolle input opgeleverd voor de nieuwe Koersnota. Na de eerste workshopronde was er een maaltijd en konden de deelnemers met elkaar in gesprek gaan. De tweede workshopronde leverde wederom waardevolle input op, waarna de bijeenkomst afgesloten werd een plenaire terugblik. Onderstaand een korte weergave van de belangrijkste input per thema.
ROL VAN DE WIJKMANAGER Tijdens de workshop ‘De rol van een wijkmanager’ zijn verschillende verbeterpunten benoemd die terug moeten komen in de (implementatie van de) Koersnota. Zo is er meer duidelijkheid nodig over de rol van de wijkmanager richting bewoners, de rol die de wijkmanager aanneemt ten opzichte van professionals en moet de zichtbaarheid van de wijkmanager worden verbeterd, zowel online als fysiek. Er is verwarring over de verschillende functies en termen en elk Team Leefomgeving gaat anders te werk. Hierin zou meer lijn moeten komen. Een bewoner vindt één aanspreekpunt per wijk een groot pluspunt. Wijkprogramma’s zijn nu voor één jaar vastgesteld en het idee is om vaste thema’s voor meerdere jaren vast te stellen. Tot slot wordt aangegeven dat het prettig samenwerkt wanneer een wijkmanager voor een langere periode werkzaam is in een bepaalde wijk. SAMENWERKEN IN DE WIJK Tijdens de workshop ‘Samenwerken in de wijk’ zijn vier uitgangspunten benoemd die helpen bij het behalen van gezamenlijke doelen, betere samenwerking in de wijk en meer tevreden inwoners. Het eerste uitgangspunt is dat binnen een goede samenwerking in de wijk transparantie en communicatie van alle partijen nodig is en in gezamenlijkheid gefocust moet worden op de algemene belangen.
Het tweede uitgangspunt is het organiseren en tijd nemen voor open gesprekken en het samen vertalen van ambities naar concrete doelen. Het derde uitgangspunt is het maken van goede werkafspraken, duidelijke kaders te schetsen en alle kennis en expertise hierbij te gebruiken. Het vierde uitgangspunt is het continue aanhaken van bewoners bij iedere stap in de samenwerking. Daarbij hoort dat iedere partij een perspectief te heeft op zowel lange als korte termijn en deze kan vertalen naar inwoners en de wijk. Er werd benadrukt dat geld geen excuus kan zijn om niet met elkaar samen te werken en dat samenwerken geen pijn mag doen. De algemene terugkoppeling was dat er nog veel kansen zijn voor zowel grote als kleine partijen in de wijk om meer en beter met elkaar samen te werken. Heldere en transparante communicatie in combinatie met een goede rolverdeling zijn hiervoor essentieel. Deze elementen zullen met name in de implementatie van de Koersnota verder moeten worden opgepakt.
VERSLAG WERKBIJEENKOMST VAN WIJKEN WETEN 18 APRIL 2023 Als tweede stap voor het proces om te komen tot een nieuwe Koersnota over de doorontwikkeling van wijksturing in Arnhem werd op 18 april 2023 een werkbijeenkomst georganiseerd. De werkbijeenkomst had als thema “Bouwstenen voor de Koersnota”. Het doel van deze bijeenkomst was het ophalen van input voor de nieuwe Koersnota Van Wijken Weten. In de hal van het Olympuscollege verzamelden zich zo’n 100 deelnemers uit de stad. De deelnemerslijst bestond uit inwoners, medewerkers van maatschappelijke partners uit de wijk, raadsleden en medewerkers van de gemeente Arnhem.
ONDERWERP
PLENAIRE AFSLUITING Na alle workshoprondes werd de bijeenkomst afgesloten met een terugblik op alles wat besproken is. Via een digitale peiling werd opgehaald wat de bijeenkomst de deelnemers gebracht heeft. Er kwamen uitspraken als ‘er is veel betrokkenheid en waardering voor bij de aanpak’, ‘men staat open voor verbetering’ en ‘er is nog veel werk te verzetten’ regelmatig voorbij. Centraal tussen alle reacties stonden hier de woorden: Liefde voor Arnhem!
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
Na de presentatie zijn de deelnemers uiteengegaan in groepen en is nagedacht hoe organisaties zoals Broek Omhoog, maar ook andere initiatieven in de wijk meer impact kunnen krijgen in de wijken. Belangrijke input uit deze gesprekken: geef als gemeente meer ruimte en vertrouw aan dergelijke initiatieven en ondernemingen, geef vertrouwen door duurzame financiering, zorg voor persoonlijk contact en korte lijntjes. De initiatiefnemers moeten op hun beurt de effecten van de initiatieven beter in beeld brengen, zodat het voor partners en gemeente eenvoudiger wordt om een duurzame financiering te verantwoorden.
PAGINA
SOCIALE WIJKONDERNEMINGEN EN SOCIAAL ONDERNEMEN IN DE WIJK De workshop begon met een presentatie van Stichting Broek Omhoog uit Arnhem. Broek Omhoog is een sociale wijkonderneming waar zo’n 80 inwoners vanuit verschillende doelgroepen aan het werk kunnen om iets te doen voor de eigen wijk, buurt of leefomgeving. Deze inwoners hebben verschillende achtergronden maar leven door de Stichting veelal samen. Vanuit de Stichting worden verschillende zaken opgepakt. Zo is er een klusbedrijf, zijn er inwoners die zich bezig houden met tuinonderhoud, een naaiatelier, fietsenmaker ect. De kern van Broek Omhoog is dat de deelnemers samen zijn en samen leven. Er heerst een duidelijk familiegevoel.
4
REGIE BIJ INWONERS Tijdens de workshop Regie bij inwoners zijn verschillende stellingen besproken. Er werd onder andere gediscussieerd over de verschillende manieren van participatie en hoe dit werkt bij politiek gevoelige onderwerpen. Er is ook gesproken over de verantwoordelijkheid van de gemeente en de inwoners als het gaat om het bereiken van alle bewoners. Verder werd er benadrukt dat informeren een startpunt is voor participatie, maar het is niet genoeg om als volwaardige deelnemer gezien te worden. Er is overeenstemming dat participatie persoonlijk moet zijn en dat het gesprek aangaan met inwoners belangrijk is om de verschillende perspectieven te begrijpen. Het is belangrijk om te zorgen dat alle inwoners op de hoogte zijn van informatie en er worden verschillende alternatieven aangedragen om dat te bewerkstelligen, zoals het adverteren in de wijkkrant. Ten slotte kwam duidelijk naar voren dat het begint bij het vinden van de juiste manier om de verschillende inwoners te bereiken en dat participatie de betrokkenheid en verbinding van inwoners versterkt.
5
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Rapportage Digipanel Onderzoek Juni 2023 Samenvatting • 1.221 panelleden hebben de vragenlijst ingevuld; een respons van 32,6%.
• G roen, Veiligheid, Rust, Schoon en Voorzieningen zijn de meest genoemde onderwerpen als we de panelleden vragen naar “Waar denkt u aan bij leefbaarheid in uw wijk?”.
• De meeste panelleden weten wel (ongeveer) welke problemen er zijn in de straat en wijk, maar de panelleden zijn verdeeld over de bijdrage die men hier zelf aan wil leveren.
• Bijna de helft van het panel (44%) geeft aan geen idee te hebben welke partners in de wijk aan leefbaarheid werken, maar panelleden zouden dit wel graag willen weten.
• Bijna driekwart (73%) is het ermee eens dat de gemeente meer gebruik moet maken van kennis en vaardigheden van inwoners om de leefbaarheid te verbeteren.
•
eer dan de helft (57%) van de panelleden M is niet of in mindere mate bekend met de Teams Leefomgeving of wijkmanagers.
• Iets minder dan de helft van de panelleden (43%) geeft aan dat er een kloof is ten opzichte van de gemeente Arnhem, maar dat dit niet vervelend is. Zij weten de weg te vinden naar de gemeente. Dan gaat het met name om: in contact komen met de gemeente, open staan voor ideeën en suggesties en het meedenken van de gemeente met inwoners.
• Panelleden zijn minder goed bekend met alle wethouders en raadsleden van de gemeente Arnhem. Ruim 80% heeft ook zelden of nooit contact met wethouders of raadsleden. Panelleden geven overigens wel aan sommige namen van één of enkele wethouders en/of raadsleden te kennen.
• De panelleden vinden de stelling “De gemeente Arnhem is de afgelopen jaren meer bereikbaar, actiever en meer aanwezig in mijn wijk” lastig om te beantwoorden. Meer dan een derde (36%) staat hier neutraal in en 21% weet het niet of heeft geen mening. De panelleden die het wel eens of oneens zijn met de stelling zijn verdeeld.Meer dan twintig procent (21%) is het (helemaal) eens en 21% is het (helemaal) oneens met de stelling.
• We hebben de panelleden gevraagd waar men echt trots op is in Arnhem, in de eigen wijk, buurt of straat. Met name het Groen (in Arnhem) wordt veruit het vaakst genoemd. Arnhem is een groene stad met mooie natuur en parken.
• We hebben tenslotte gevraagd of en zo ja, welke ideeën de panelleden hebben voor het verbeteren van de wijkaanpak. Ruim een kwart (27%) van de panelleden heeft suggesties gegeven. De antwoorden zijn divers. Thema’s die vaker genoemd worden zijn o.a.: Veiligheid, Mobiliteit en Onderhoud. Daarnaast komen ook wel wat opmerkingen terug over het meenemen van inwoners in de plannen, het doorpakken en laten zien dat er iets gebeurd
6
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Inleiding De gemeente Arnhem werkt sinds 2016 volgens een wijkgerichte aanpak met Teams Leefomgeving en wijkmanagers in alle wijken. Deze aanpak heet Van Wijken Weten. Het idee is zo vanuit de wijk beter te sturen op wat er echt nodig is en zo meer inwoners meer invloed te geven op alles wat er speelt in de eigen wijk of buurt. Dit jaar wordt de wijkgerichte aanpak doorontwikkeld. H iervoor zijn ook vragen gesteld aan het Digipanel. De eerste stap is om deze input mee te nemen in een nieuwe Koersnota die wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Uiteindelijk moet de aanpak worden verbeterd zodat deze beter aansluit op de wensen van inwoners. MEER DAN DUIZEND RESPONDENTEN In de periode 12 juni tot en met 27 juni 2023 is het Digipanel via e-mail uitgenodigd voor het onderzoek. Het Digipanel bestaat uit 3.758 leden. 1.221 Digipanelleden hebben de vragenlijst ingevuld, een respons van 32,6%. Alhoewel het Digipanel niet volledig representatief is voor de gemeente Arnhem, geven de resultaten van het onderzoek wel een goed beeld van wat er leeft in de stad en wat belangrijke aandachtspunten zijn.
ONDERWERPEN De vragen zijn geformuleerd in stellingen en hebben betrekking op de volgende onderwerpen: • Leefbaarheid • Regie door inwoners • Rol van de teams Leefomgeving • Contact met gemeente, raadsleden en wethouders Na elke stelling kregen de panelleden de mogelijkheid om toelichting geven op hun antwoord
LEEFBAARHEID Als eerste hebben we de panelleden open gevraagd: ‘Waar denkt u aan bij leefbaarheid in uw wijk?’ We hebben de panelleden gevraagd dit zoveel mogelijk in steekwoorden te benoemen De uitkomsten zijn samengevat in bovenstaan wordcloud De meest genoemde onderwerpen waar panelleden het eerste aan denken zijn: 1. Groen 2. Veilig(heid) 3. Schoon 4. Rust 5. Voorzieningen (winkels e.d.) Verder worden zaken genoemd die te maken hebben met sociaal contact (goed met elkaar omgaan, contacten buurtbewoners), natuur, wonen, ruimte, parkeren vaker genoemd. Ook de verbeterpunten van de leefbaarheid komen vaker terug, zoals overlast (geluidsoverlast), verkeer (te harden rijden) en criminaliteit. Vervolgens hebben we twee stellingen voorgelegd die betrekking hebben op de leefbaarheid in de wijk. De resultaten staan op de volgende pagina’s.
7
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Ik weet wat er qua leefbaarheid speelt in mijn wijk 35%
35%
30% 25%
28%
0 5 10 15 20 25 30 35
20% 15% 10%
13%
11%
11%
5%
3%
0% Ik heb geen idee Ik weet ongeveer welke leefbaarwat er speelt in heidsproblemen of mijn straat, maar uitdagingen dit in meer dan dat mijn wijk zouden weet ik niet moeten zijn
Ik ken de belangrijkste problemen qua leefbaarheid in mijn wijk, maar doe hier verder niets mee en ben dit ook niet van plan
Uiteraard ken ik die problemen en ik draag er graag aan bij aan een meer leefbare wijk
Anders, namelijk...
Weet niet, geen mening
In de grafiek valt op dat de meeste panelleden wel (ongeveer) weten welke problemen er zijn in de straat en wijk, maar de panelleden zijn verdeeld over de bijdrage die men hier aan wil leveren. Ruim een derde (35%) weet ongeveer wat er speelt in de straat qua leefbaarheid, maar niet meer dan dat. Bijna dertig procent (28%) zegt juist dat ze goed bekend zijn met de problemen en graag bijdragen aan een meer leefbare wijk, terwijl 13% bekend is met de problemen, maar niet van plan is hier iets mee te doen. Een minderheid heeft geen idee welke leefbaarheidsproblemen er zijn (11%). ANDERS, NAMELIJK Bij anders namelijk komen de volgende punten vaker terug:
• Het gaat eigenlijk wel goed hier. • Veel mensen weten ongeveer wat er speelt; met name in hun directe omgeving/ buurt/straat, niet altijd voor de hele wijk. • Sommigen willen wel, maar weten niet zo goed wat of hoe. • Ligt niet in mijn macht (leegstand, luchtkwaliteit, oplossen is moeilijk).
• Een aantal keer wordt de gemeente genoemd: “Bijdragen leveren aan een leefbare wijk ja, maar dan is het wel belangrijk dat er een goede communicatie met de gemeente is.” • Soms wordt er ook een melding gemaakt bij de gemeente, maar is onduidelijk of en wat ermee wordt gedaan. • Een aantal mensen noemen concrete zaken die (lokaal) spelen.
8
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
kende departners partnersdie diein in mijn mijn wijk werken IkIkken werken aan aanleefbaarheid leefbaarheid 50
44%
40
30
22%
20
10
11% 7%
4%
0 Ik heb hier geen Ik heb hier interesse in en geen interesse ken de partners indus en ook kenniet de
partners dus ook niet
Ik heb geen idee Ik heb geen welke partners in idee mijn wijkwelke hieraan werken, maar partners in zou dit wel mijn wijk willen weten
hieraan werken, maar zou dit wel willen weten
Ik heb een goed Ik heb een beeld van de goed die beeld partners aan de leefbaarheid van de werken
werk zelf IkIk werk zelf samen met één samen met van deze partners de één vanaan deze leefbaarheid in partners de wijk
partners die aan de aan de leefbaarheid leefbaarheid werken in de wijk
5%
6%
Ik ben actief bij Anders, namelijk Weet niet, Ik ben actief Anders, Weet niet, bij één van deze geen mening bijpartners bij ééndie van namelijk... geen mening werken aan aan deze partners leefbaarheid in diedewerken wijk
aan aan leefbaarheid in de wijk
In de grafiek valt op dat bijna de helft van het panel (44%) aangeeft geen idee te hebben welke partners in de wijk hieraan werken, maar men dit wel graag zouden willen weten. Bijna een kwart (23%) heeft wel een goed beeld welke partners aan leefbaarheid werken in de wijk. Een minderheid heeft geen interesse in (7%) en een minderheid werkt samen met één van de partners (4%) of is actief bij één van de partners die werken aan leefbaarheid in de wijk. ANDERS, NAMELIJK Bij anders, namelijk wordt genoemd:
• Meeste antwoorden: ik heb een vaag tot redelijk beeld, sommigen kennen bv één partner, maar weten lang niet altijd wat de partner precies doet. • Sommige panelleden hebben er wel eens van gehoord, maar hebben hier geen of weinig interesse in. • Sommige panelleden zijn wel geïnteresseerd om meer te weten te komen.
TOELICHTING OP HET ANTWOORD Panelleden konden ook hun antwoord toelichten. De rode draad is toch wel dat het woord ‘partners’ wat te vaag lijkt zijn voor mensen. Een aantal noemt wel lokale partners als de wijkagent, TLO/wijkmanager, wijkvereniging, De Helling. Enkele quotes uit de toelichtingen:
• “In Klarendal is de laatste jaren heel veel veranderd in positieve zin vind ik. De wijk bruist, veel meer ondernemers, evenementen maar ook Sportpunt, Talenthuis voor jongeren en Gezondheidscentrum enz.” • “Ik zou graag meer willen weten. Heb zelf ook interesse om voor de gemeente te werken in de wijk om ideeën te geven, met inwoners praten en gerust te stellen. Helaas niet de juiste diploma... dus je komt niet verder...” • “Ik weet dat er een wijkagent/-coach is, dat er veel vanuit werkgroepen van onze wijk wordt gedaan. Maar meer?”
20
13%
10
8%
2%
6%
0 Ik zie hier de toegevoegde waarde niet van in, de gemeente is hier het beste in
Ik twijfel, want ik denk dat het weinig op zal leveren
Mee eens, de Absoluut, de gemeente moet gemeente meer gebruik moet dit actief maken van aanjagen, want dit de kennis en is de sleutel om vaardigheden de leefbaarheid van bewoners in mijn wijk te verbeteren
Anders, namelijk...
Weet niet, geen mening
ONDERWERP
27%
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
30
PAGINA
43%
40
9
50
De gemeente Arnhem zou, meer dan nu, gebruik moeten maken van de kennis en vaardigheden van inwoners uit de wijk om de leefbaarheid te verbeteren
10
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Regie door inwoners In bovenstaande grafiek is te zien hoe de houding van de panelleden is tegenover het meer gebruik maken van de kennis en vaardigheden van inwoners door de gemeente Arnhem. In de grafiek valt op dat bijna driekwart (73%) het ermee eens is dat de gemeente Arnhem meer gebruik moet maken van kennis en vaardigheden van inwoners om de leefbaarheid te verbeteren. 43% geeft aan dat de gemeente meer gebruik moet maken van kennis en vaardigheden van inwoners en ruim een kwart (27%) vindt dat de gemeente dit actief moet aanjagen, want dit is de sleutel om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. Een minderheid twijfelt het levert denk ik te weinig op – 14%) en/of ziet er geen toegevoegde waarde in (2%) ANDERS, NAMELIJK De open antwoorden bij ‘anders namelijk’ hebben een brede range van alles oppakken door de burger tot alles oppakken door de gemeente:
• “De gemeente moet het aan de inwoners overlaten” • “De gemeente moet weten wat er leeft in een wijk” • Het wordt al gedaan: “Bewoners al erg gehoord en betrokken” • “Dit is gewoon een kostenbezuiniging als je vaardigheden en kennis binnen de gemeente niet hebt lekker goedkoop profiteren van de bewoners. MAAR OOK GENUANCEERDER
• “De gemeente is er voor om dit te regelen. Ik kan me voorstellen dat er af en toe gebruik wordt gemaakt van expertise van buurtbewoners, maar daar mag het niet van afhangen.” • De antwoorden zijn steeds net niet voor mij van toepassing. Ik ben het dichtste eens, de gemeente MAG meer gebruik maken van de kennis en vaardigheden van bewoners. Tegelijkertijd snap ik ook dat het complex is om de kennis en vaardigheden in kaart te brengen en om bewoners zo ver te krijgen dat ze hier voor open staan.” • “Bewoners betrekken maar verantwoordelijkheid niet uitbesteden”. • “Ik twijfel want dat betekent dat de mondigste mensen gehoord worden en niet de anderen.” TOELICHTING OP ANTWOORD Enkele punten die vaker terug komen zijn:
• De inwoner weet het beste wat er speelt in een wijk. • Men ziet ook dat de inwoner zelf verantwoordelijkheid (zou) moet(en) dragen. • Men voelt zich regelmatig voor een voldongen feit gezet of niet op de hoogte door de gemeente. • Het zit hem vooral in de uitwisseling van informatie, verwachtingsmanagement, op de hoogte houden (niet alleen input burger, dan stilte).
• “Belangrijk dat bewoners betrokken worden in de voorbereiding door goede informatie over het waarom en hoe van een gekozen aanpak en het scheppen van mogelijkheden hierover vragen te stellen, opmerkingen te maken en/of mee te denken.” • “De bewoners van de wijk weten heel goed wat ze wel en niet willen, als er meer geluisterd wordt en dat er echt zichtbaar is van wat ermee gedaan wordt, levert het veel meer op.”
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
30%
25% 0 5 10 15 20 25 30 35
22%
20% 15% 10%
PAGINA
30%
11
Als ik een idee heb voor het verbeteren van mijn wijk, buurt of straat, dan weet ik waar ik met mijn idee naar toe kan
15%
13%
10%
10%
5% 0% Als ik een idee Ik heb wel Ik weet waar heb, dan doe ik eens een idee, ik met mijn er niets mee. Ik maar heb geen idee naar toe heb geen tijd/ idee waar ik kan, maar energie om hier vervolgens met verwacht dat de iets mee te doen mijn idee naar gemeente dit toe kan verder oppakt
Ik weet waar ik terecht kan met mijn idee en kan en wil me inspannen om het idee ook te realiseren
Anders, namelijk
Weet niet, geen mening
In bovenstaande grafiek staan de resultaten over ideeën van panelleden over het verbeteren van de wijk, buurt of straat.In de grafiek valt op dat panelleden bij bovenstaande stelling verdeeld zijn. Bijna een derde (30%) heeft wel eens een idee, maar heeft geen idee waar zij vervolgens met hun idee naar toe kunnen, gevolgd door ‘Ik weet waar ik met mijn idee naar toe kan, maar verwacht dat de gemeente dit verder oppakt’ (22%). In mindere mate geeft 15% van de panelleden aan dat ze weten waar ze met een idee terecht kunnen en zich daarbij willen inspannen om het idee te realiseren. Eén op de tien (10%) heeft geen tijd/energie om iets met een idee te doen en 10% weet het niet ANDERS, NAMELIJK Antwoorden die bij anders, namelijk vaker terugkomen, zijn:
TOELICHTING OP HET ANTWOORD Panelleden konden hun antwoord ook toelichten. Antwoorden die vaker terug komen:
• Men denkt het wel te weten, of zoekt zijn
• Ideeën die men heeft ingebracht worden niet
(eigen) weg • Deel weet niet waar ze moeten zijn • Men verwacht en ervaart dat de gemeente er weinig mee doet • “Ik heb wel eens een idee, soms voer ik het zelf uit, soms weet ik niet welke kant ik er mee op moet.” • “Ik kom er wel achter, maar erg duidelijk is het niet. En ik vraag me ook af of er wel iets mee gebeurt.”
opgepakt. Zelf doen is erg ingewikkeld (over veel schijven). “ik heb een keer aangekaart om bloembakken aan de lantaarnpalen te hangen (zoals elders in Arnhem), maar ik werd van het kastje naar de muur gestuurd en het was allemaal zo stroperig dat het hele idee verzandt is”. • De reactie van de gemeente ontbreekt nogal eens.
12
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Rol van de teams leefomgeving In onderstaande grafiek is te zien hoe de houding van de panelleden over de rol van Team Leefomgeving en de wijkmanagers.
De rol van Team Leefomgeving en de wijkmanagers in mijn wijk is duidelijke voor mij als inwoner
35% 30%
29%
28%
25%
0 5 10 15 20 25 30 35
20% 15%
15%
15%
10%
9% 5% 0%
2% Team Leefomgeving of wijkmanagers? Daar heb ik nog nooit van gehoord
Wel eens van Wel eens gehoord, contact maar nog mee gehad, nooit contact maar de mee gehad rol van het en zal dit team is mij waarschijnniet helder. lijk ook niet Ik ben wel zoeken benieuwd!
Ik ken het Ik heb Team Leefregelmatig omgeving en contact met ken ook de de wijkmanarol van het gers om met team binnen hen samen mijn wijk de wijk te verbeteren
2% Anders, namelijk
Weet niet, geen mening
In de grafiek valt op dat meer dan de helft (57%) van de panelleden niet of in mindere bekend is met de Teams Leefomgeving of wijkmanagers. Bijna dertig procent (29%) heeft nog nooit van Teams Leefomgeving of wijkmanagers gehoord, gevolgd door 28% van de panelleden die aangeven er wel eens van gehoord te hebben, maar er nooit contact mee hebben gehad (en dit ook waarschijnlijk niet zullen doen). Bijna 15% geeft aan wel eens contact te hebben gehad met Teams Leefomgeving en wijkmanagers, maar dat de rol niet helemaal duidelijk is. Iets meer dan 15% geeft aan Teams leefomgeving wél goed te kennen en ook de rol van het team binnen de eigen wijk. Een minderheid (2%) heeft regelmatig contact met de wijkmanagers om met hen samen de wijk te verbeteren. ANDERS, NAMELIJK Antwoorden die bij anders, namelijk vaker terugkomen, zijn:
TOELICHTING OP HET ANTWOORD
• Meeste antwoorden: wel van gehoord, nooit
• Onzichtbaar • Wisselend beeld over de Teams Leefomgeving.
• Meeste wel gehoord/ dat ze bestaan, maar ken ze niet / merk het niet
contact mee gehad.
• Veel onduidelijkheid wat ze precies doen: “Ik heb regelmatig contact met TLO. Maar het is me niet altijd duidelijk waar ze wel en waar ze niet voor zijn.” • “Ik ken het maar ik vind dat ze niet genoeg naar buiten treden. Ik vind ze soms een eigen kliekje • “Ik weet dat ze er zijn, maar heb geen idee wie het zijn en hoe ze te bereiken zijn”
Soms positief, soms negatief.
30
20
10
22% 15% 11%
4%
5%
0 Ik zie geen kloof tussen mij en de gemeente Arnhem
Er is een afstand, maar dat vind ik niet vervelend. Ik weet mijn weg te vinden naar de gemeente Arnhem
Ik ervaar inderdaad een afstand en de gemeente zou meer kunnen doen om die kloof te overbruggen
Ik ervaar de gemeente Arnhem als een organisatie op grote afstand
Anders, namelijk
Weet niet, geen mening
In de bovenstaande grafiek staat hoe panelleden de nabijheid van de gemeente Arnhem ervaren. Met deze stelling wordt bedoeld of het makkelijk is om in contact kan komen met de gemeente, de gemeente meedenkt met inwoners en open staat voor ideeën en suggesties. In de grafiek is te zien dat iets minder dan de helft van de panelleden (43%) aangeeft dat er een afstand is, maar dat dit niet vervelend is. Ze weten de weg te vinden naar de gemeente Arnhem. Eén op de tien panelleden (11%) ervaart helemaal geen kloof tussen hen zelf en de gemeente. Ruim twintig procent (22%) ervaart wel een afstand en de gemeente zou meer kunnen doen om die kloof te overbruggen en 15% geeft aan de gemeente Arnhem te ervaren als een organisatie op grote afstand. Anders, namelijk en weet niet/geen mening wordt door een minderheid van het panel aangevinkt. TOELICHTING OP HET ANTWOORD In de toelichting die panelleden komt een wisselend beeld naar voren over het contact met de gemeente. Wat punten die vaker terugkomen (ter verbetering) zijn:
•
Lastig om de juiste persoon te vinden (kastje naar de muur). • Weinig betrokkenheid voor de burger of in de wijk (te vaak achter het bureau). • Naast in contact komen wordt er te lang gewacht op een antwoord, concrete oplossing of een luisterend oor wat de burger echt nodig heeft.
ENKELE VOORBEELDEN VAN TEGENGESTELDE REACTIES ZIJN:
• “Ik heb goede ervaringen met gemeente Arnhem. Gemeente Arnhem is via meerdere kanalen makkelijk te benaderen.” • “Moeilijk met de juiste personen in contact te komen. Veel verwijzingen naar een andere persoon. Dan geef je het wel op.” • “Op fiximeldingen krijgen we per mail antwoord dat het wordt opgepakt. De gemeente salons op de hoogte houden. Vervolgens gaan er maanden overheen en horen of zien niets van de gemeente. Fiximeldingen zijn zoethoudertjes voor de burgers.” • “De afstand is prima. De gemeente hoeft niet mijn buurman te zijn. Ik kan ze prima bereiken via internet en mail of bijvoorbeeld Fixi als er iets stuk is. Daar wordt heel snel en adequaat op gereageerd.
ONDERWERP
43%
40
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
Hoe ervaart u de nabijheid van de gemeente Arnhem?
PAGINA
50
13
Contact met gemeente, raadsleden en wethouders en betrokkenheid raadsleden en wethouders
14
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
We hebben de panelleden ook twee stellingen voorgelegd. De resultaten staan in onderstaande grafiek.
Ik ken de wethouders en raadsleden van de gemeente Arnhem
12%
De gemeente Arnhem is de afgelopen jaren meer bereikbaar, actiever en meer aanwezig in mijn wijk
22%
20%
0
10
35%
36%
20
30
40
50
27%
12% 9%
21%
70
90
60
Helemaal mee eens
Helemaal mee oneens
Mee eens
Mee oneens
Niet mee eens
Weet niet / geen mening
80
100
In de grafiek valt op dat panelleden minder goed bekend zijn met de wethouders en raadsleden van de gemeente Arnhem. 62% is het (helemaal) oneens met de stelling “Ik ken de wethouders en raadsleden van de gemeente Arnhem”. Iets minder dan een kwart (22%) staat er neutraal in en een minderheid (13%) is het (helemaal) eens met de stelling. De vervolgvraag op deze stelling was: “Heeft u wel eens contact met de wethouders en raadsleden van de gemeente Arnhem?”. Hier antwoordde 83% met ‘zelden of nooit’ en 13% gaf aan ‘af en toe’. TOELICHTING OP HET ANTWOORD In de toelichting op bovenstaande stelling, geven veruit de meeste panelleden het volgende aan:
• Ik ken er een paar / sommige weet ik wie het zijn / ik ken ze niet allemaal / lees van een aantal wel iets via de (social) media. De panelleden vinden de stelling “De gemeente Arnhem is de afgelopen jaren meer bereikbaar, actiever en meer aanwezig in mijn wijk” lastig om te beantwoorden met ‘(helemaal) eens’ of ‘(helemaal) oneens’. Meer dan een derde (36%) staat hier neutraal in en 21% weet het niet of heeft geen mening. De panelleden die het wel eens of oneens zijn met de stelling zijn verdeeld. Meer dan twintig procent (21%) is het (helemaal) eens en 21% is het (helemaal) oneens met de stelling. TOELICHTING OP HET ANTWOORD In de toelichting op deze stelling hebben de meeste opmerkingen betrekking op het volgende:
• • •
Panelleden merken er niks van / geen verschil t.o.v. andere jaren Ook de vraag: “Hoe moet je dat merken”? Zelf minder contact met gemeente / Ik woon er (net) en meer niet / In mijn wijk niet nodig
ENKELE QUOTES VAN PANELLEDEN, ZOWEL POSITIEF ALS NEGATIEF:
• “In mijn directe leefomgeving veranderen een aantal zaken ten goede. De straat is wat groener heringericht. Het vuil rond de afvalcontainer wordt regelmatig verwijderd.”
• “Via Bakermat en in contacten met wijkvereniging en met Park Sonswijck zijn gemeenteambtenaren meer actief de laatste jaren.”
• “Ik krijg geen feedback. Dus weet ook niet wat de gemeente doet. In ieder geval zijn diverse problemen niet opgelost.”
• “Bereikbaarder: ja. Actiever: wel in het overleg, maar niet in de uitvoering (onderhoud, handhaving - ook toezicht op zonnepanelen zonder vergunning , reiniging en (zwerf)vuil,) aanwezig : wisselend.”
30%
20%
21% 9%
10%
0%
8%
5% Ik vind dat wethouders en raadsleden voldoende betrokkenheid laten zien bij mijn wijk
Wethouders en raadsleden tonen betrokkenheid, maar dat zou nog meer kunnen.
Ik merk helaas geen betrokkenheid bij mijn wijk
Ik heb geen belangstelling voor wethouders en raadsleden
In de grafiek valt op dat de uitkomsten in het verlengde liggen van het antwoord op de vorige stelling over de bekendheid van de wethouders en raadsleden. Bijna de helft (46%) merkt helaas geen betrokkenheid bij de wijk en 21% weet het niet. Dit heeft ook met de onbekendheid met de raadsleden en wethouders te maken. OOK BIJ ANDERS NAMELIJK KOMT HET VOLGENDE VAKER TERUG: • Ik ken ze niet / ik weet niet of ze betrokken zijn / geen ervaring mee / merk er niets van.
7% Anders, namelijk
Weet niet, geen mening
ONDERWERP
46% 40%
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
50%
De volgende vraag gaat over de betrokkenheid van wethouders en raadsleden van de gemeente bij uw wijk. Wat is uw ervaring hiermee?
PAGINA
We hebben tenslotte nog een stelling voorgelegd over de betrokkenheid van wethouders en raadsleden bij de wijk. De resultaten staan in onderstaande grafiek.
15
Betrokkenheid wethouders en raadsleden van de gemeente bij uw wijk
• “Trots op het groen, de parken in Arnhem. Dat maakt Arnhem wat mij betreft uniek.” • “Jazeker, ik voel me verbonden met Arnhem , met name de prachtige natuur de weilanden de koeien en de schapen. De rust en schoonheid. En de prachtige monumentale panden, die voor mij deze stad uitstraalt daardoor.”
• “Ik ben trots op de ontwikkelingen in de stad van de afgelopen 15 jaar dat ik hier nu woon. En op de representatie door onze burgemeester. “ • “De parken en het groen rondom de stad. Stadse voorzieningen (binnenstad, theaters, bioscopen, uitgaansgelegenheden) en toch overzichtelijk en met fiets bereikbaar. Substantieel aantal evenementen. Zichtbare en duidelijke burgemeester. “
ONDERWERP
• “Wat mooi is in Arnhem, is dat de natuur tot vlak bij het centrum komt.”
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
Wat opvalt is met name het Groen (in Arnhem). Dit wordt veruit het vaakst genoemd. Arnhem als groene stad met mooie natuur en parken. Enkele quotes van panelleden:
PAGINA
We hebben de panelleden tenslotte voorgelegd waar men echt trots op is in Arnhem, in de eigen wijk, buurt of straat. Iets waardoor men zich verbonden voelt met de eigen omgeving. Dit kan iemand zijn, meerdere mensen, een gebouw of kunstwerk of iets totaal anders. In onderstaande wordcloud staan de woorden die het vaakst voorkomen.
16
Trots op…
17
PAGINA
Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030
ONDERWERP
Verbeteren wijkaanpak De belangrijkste doelen van onze aanpak in de wijken zijn: de bewoners meer invloed te geven en ons beleid beter aan te laten sluiten op wat wijkbewoners en wijken nodig hebben. We hebben gevraagd of en zo ja, welke ideeën de panelleden hebben voor het verbeteren van de wijkaanpak. In de grafiek valt op dat iets minder dan de helft (43%)van de panelleden nu geen concrete ideeën heeft over het verbeteren van de wijkaanpak. Zij ontvangen graag een conceptversie, zodat ze hier nog op kunnen reageren. De panelleden hebben hiervoor hun e-mailadres achter gelaten. Bijna een derde (30%) heeft geen concrete ideeën. Iets meer dan een kwart (27%) heef dit wel en heeft hier suggesties voor gegeven.
Heeft u ideeen over het verbeteren van de wijkaanpak?
30%
27%
De antwoorden zijn divers. De thema’s die je vaker terug ziet komen in de antwoorden zijn:
43%
• Veiligheid (handhaving, boa’s, minder overlast) • Mobiliteit (verkeersveiligheid, parkeren, drempels e.d.) • Onderhoud / Afval (meer prullenbakken, onderhoud groen, rommel opruimen) Daarnaast komen ook wel wat opmerkingen terug over het meenemen van inwoners in de plannen, het doorpakken en laten zien dat er iets gebeurd. ENKELE QUOTES HIEROVER: • “Samen met wijkbewoners iets aangaan en niet de grote lijnen uitzetten en wijkbewoners hun mening hierover vragen. Vanaf begin bewoners betrekken.” • “Maak in elk geval duidelijk waar iemand terecht kan als die een idee of een opmerking heeft. En ook met wat voor soort van ideeën er daadwerkelijk wat wordt gedaan en welke niet.” • “Maak duidelijk wat er loopt en waar over mee gedacht of beslist kan worden. En de zichtbaarheid van de wijkaanpak, mag best meer uitgedragen worden.”
Nee
Ja
Op dit moment niet, maar ik ontvang graag een conceptversie, zodat ik hier nog op zou kunnen reageren
Evaluatierapport Van Wijken Weten Mei 2021
Evaluatie Van Wijken Weten
Evaluatie Van Wijken Weten
- EINDRAPPORT -
Auteurs Melissa van der Grift, MSc Wiebe Korf, MSc Drs. Frank Kriek
Amsterdam, 19 mei 2021 Publicatienr. 20009
© 2021 Regioplan, in opdracht van de gemeente Arnhem Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
Inhoudsopgave 1 De wijksturing in Arnhem geëvalueerd Inleiding Doel en vraagstelling Aanpak en methodiek
1 1 1 2
2 Wijksturing De beleidsinhoudelijke uitgangspunten van Van Wijken Weten De organisatorische invulling van Van Wijken Weten Projecten in de wijk: een omschrijving van acht casussen Projecten in de wijk: de bevindingen uit de acht casussen
5 5 6 8 11
3 Beantwoording onderzoeksvragen, conclusies en aanbevelingen Beantwoording onderzoeksvragen Conclusies Aanbevelingen
15 15 21 22
Bijlage 1 – Het functioneren van het concept TLO in de wijken Capaciteit van TLO’s Intermediaire functie van TLO’s Samenwerking in de wijken
25 25 26 28
Bijlage 2 – Samenwerking TLO’s, kernorganisatie en wijkteams Positie TLO’s richting kernorganisatie Positie kernorganisatie richting TLO’s en wijken Samenwerking tussen TLO's en sociale wijkteams
32 32 33 37
Bijlage 3 – Sturen vanuit het perspectief van de inwoners Vraaggestuurd werken Invloed van inwoners op wijkprogramma’s Inwonerparticipatie Resultaten van wijksturing
39 39 40 42 44
Bijlage 4 – De financiering van het programma Van Wijken Weten Ondermandatering Financieel overzicht Effectiviteit bepalen Beeld van het rendement
45 45 45 46 47
Evaluatie Van Wijken Weten
1 De wijksturing in Arnhem geëvalueerd Inleiding Voor u ligt het verslag van de evaluatie van het wijkgericht werken in Arnhem. Deze evaluatie is uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van de gemeente Arnhem, startte in maart 2020 en is in april 2021 afgerond. Het concept wijksturing is nader ingevuld via het programma Van Wijken Weten. In de Koersnota Van Wijken Weten is de grondgedachte achter het wijkgericht werken als volgt verwoord: “….Wijksturing is de ambitie van de gemeente Arnhem om te willen sturen vanuit de leefwereld van de inwoners. Niet alleen om burgers (meer) invloed te geven op hun directe leefomgeving, maar ook om effectiever als gemeente de goede keuzes te maken in de uitvoering. Wijksturing vindt plaats ‘van buiten naar binnen’: vraaggericht. Dat is de essentie van Van Wijken Weten. De manier waarop we dat willen doen, heet frontlijnsturing. De 24 wijken van Arnhem zijn geclusterd in acht gebieden die elk een eigen wijkprogramma hebben. De teams leefomgeving (TLO’s) vormen de schakel tussen het stedelijk bestuur en het wijkbestuur: zij halen de agenda’s op bij inwoners en andere stakeholders en vertalen deze naar wijkprogramma’s, daarbij rekening houdend met de stedelijke programma’s en hun consequenties voor de wijken….”.
Medio 2020 is inmiddels drie jaar ervaring opgedaan met het wijkgericht werken en vond de gemeente Arnhem het tijd om een tussenbalans op te maken. Niet met de bedoeling om een besluit te nemen over het wel of niet continueren van het wijkgericht werken, maar met als doel om te leren van de afgelopen jaren door de plussen en de minnen op te halen, vanuit het perspectief van de inwoners en andere stakeholders en vanuit het perspectief van het bestuur en de ambtenarij, en deze leermomenten te vertalen naar verbetermogelijkheden en de doorontwikkeling van het concept wijksturing.
Doel en vraagstelling De evaluatie had tot doel om zicht te krijgen op: • de mate waarin en de wijze waarop er daadwerkelijk wordt gestuurd vanuit de leefwereld van de inwoners; • de (ervaren) effecten en resultaten van die sturing; • de bijdrage van de wijze waarop het programma is georganiseerd aan de wijksturing. De volgende vragen stonden centraal in de evaluatie: 1. Op welke wijze hebben inwoners en stakeholders (professionals en vertegenwoordigers van inwoners) in de wijken invloed gekregen op de wijkprogramma's en de uitvoering ervan? 2. Wordt de gemeente, en worden in het bijzonder de aanspreekpunten van de gemeente in de wijken, in de beleving van inwoners als ‘meer nabij’ ervaren? 3. Is het voor de wijk en voor inwoners transparant hoe de keuzes gemaakt worden? 4. Hoe is nu de rol van de wijkplatforms en andere bewonersoverleggen? Hoe verhoudt hun rol zich tot die van de TLO’s? 5. Hoe verloopt de samenwerking tussen de TLO’s en de kernorganisatie? 6. Hoe verloopt de samenwerking tussen de TLO’s en de sociale wijkteams? 7. Hoe zijn budgetten belegd en wat is het effect van de keuzes die hierin gemaakt zijn? 8. Welk effect heeft de verdeling van de budgetten over de wijken op organisaties die stadsbreed werken? En op de kleine(re) organisaties die op wijkniveau werkzaam zijn? 9. Hoe is de verhouding tussen wijksturing, programmasturing en lijnsturing? 10.
Hoe verhoudt de rol van wethouder ‘Wijksturing en wijkzaken’ zich tot de rol van de ‘wijkwethouders’?
1
Aanpak en methodiek Stuurgroep De evaluatie is begeleid door de Stuurgroep Van Wijken Weten waarin de volgende personen zitting hadden: de wethouders Martien Louwers en Jan van Dellen, concerndirecteur Stef Schuit en Hans Niemeijer, senior businesscontroller financieel strategisch beleid. De stuurgroep heeft gefunctioneerd als bestuurlijk opdrachtgever van de evaluatie en de gemeentesecretaris als ambtelijk opdrachtgever. Het evaluatieteam en de stuurgroep hebben periodiek overleg gehad over de tussentijdse bevindingen en de voortgang van de evaluatie. De volgende beslissingen zijn in samenspraak met de stuurgroep genomen: - de criteria voor de casusselectie; - de vraagstelling voor de extra brede enquête; - de insteek en de opzet van de toegevoegde toetsende gesprekken - de insteek en de opzet van de toegevoegde toetsende eindgesprekken De conceptbevindingen van de evaluatie zijn doorgesproken met de stuurgroep, waarna vervolgens het voorliggende eindverslag van de evaluatie is opgesteld. Evaluatieopdracht De oorspronkelijke evaluatieopdracht omvatte een analyse van acht casussen waarbij we in gesprek gaan met medewerkers van de TLO´s, bewoners en externe stakeholders.
De bevindingen uit die casusanalyses zouden dan voorgelegd, besproken en verdiept/aangevuld worden via een groepsgesprek met een delegatie van de geïnterviewden en aansluitend via een groepsgesprek met de bij de casus betrokken beleidsadviseurs en bestuurders uit de kernorganisatie. In een afrondend gesprek met een delegatie van beide partijen zouden de bevindingen worden doorvertaald naar conclusies en aanbevelingen voor de verdere doorontwikkeling van het concept wijkgericht werken. In overleg met de stuurgroep is de evaluatieopdracht tussentijds uitgebreid met een digitale enquête onder alle TLO-managers, de bestuurders van de acht sociale wijkteams, de bewonersplatforms, en een veertigtal bij de casussen betrokken bestuursadviseurs. Deze uitbreiding werd ingegeven door de wens de bevindingen uit de casussen breder te toetsen alvorens deze te bespreken met de betrokken partijen. Aansluitend op de enquête zijn digitale groepsgesprekken gevoerd met bovengenoemde partijen, én met het management van de gemeente Arnhem alsmede met een vertegenwoordiging van de stedelijke partners. Van die gesprekken zijn geen verslagen gemaakt die zijn gedeeld met onze gesprekspartners; de aantekeningen van de gesprekken waren voor intern gebruik door het onderzoeksbureau.
De evaluatie is afgerond met een digitaal groepsgesprek met een delegatie van de wijkteams, de sociale wijkteams, de bestuursadviseurs uit de kernorganisatie, de bewonersplatforms en de stedelijke partners waarin is gereflecteerd op de belangrijkste bevindingen en conclusies van de evaluatie en de consequenties daarvan voor de toekomst van het concept wijkgericht werken. Ten slotte zijn deze consequenties besproken met enkele managers en de wethouder grondzaken, vastgoed, mobiliteit en zorg. Hieronder zijn de verschillende stappen in de evaluatie nader toegelicht. Casusanalyse In samenspraak met de Stuurgroep is allereerst een achttal casussen geselecteerd die nader onderzocht zijn als voorbeelden van de werkwijze van het programma. Bij de selectie is een thematische invalshoek gekozen: casussen die betrekking hebben op het thema ‘Ontmoeten’, het thema ‘Leefbaarheid’ en het thema ‘Veiligheid’. Vervolgens zijn bij die acht casussen tientallen interviews afgenomen bij wijkmanagers, externe stakeholders en individuele burgers. Voorafgaand aan die gesprekken is de documentatie van de casussen opgevraagd en geanalyseerd. Deze gesprekken hebben geresulteerd in een zogenoemde externe SWOT-analyse (wat wordt als sterk/zwak en als kans/bedreiging ervaren in de casus door de betrokkenen?).
Deze SWOT-analyse is voor elke casus afzonderlijk gemaakt en heeft geresulteerd in een algemene analyse die begin november 2020 besproken is met de Stuurgroep. De acht geselecteerde casussen worden kort beschreven in paragraaf 2.3.
2
Brede enquête De algemene SWOT-analyse hebben we vervolgens breder getoetst in een digitale enquête onder de wijkmanagers, de managers van de sociale wijkteams, de bewonersplatforms en een veertigtal bij de casussen betrokken ambtenaren van de kernorganisatie. In de onderstaande tabel is de respons op deze enquêtes weergegeven. Tabel 1.1 Enquêterespons Respondentgroep Bewonersplatforms TLO’s Kernorganisatie Sociale wijkteams
Aantal respondenten 22 24 23 5
Responspercentage 50% 83% 51% 63%
Toelichtende groepsgesprekken Als voorlaatste stap in het onderzoek zijn digitale groepsgesprekken gevoerd met een delegatie van wijkmanagers, managers van de sociale wijkteams, bij de casussen betrokken ambtenaren, programmamanagers van de gemeente Arnhem, het managementteam Arnhem en enkele stedelijke partners. In deze gesprekken stond een nadere duiding en verklaring van de belangrijkste enquêteresultaten centraal. De gesprekken duurden gemiddeld één tot anderhalf uur. Toetsende eindgesprekken Het onderzoek is besloten met een tweetal reflectiesessies waarin de bevindingen uit de eerdere fasen van het onderzoek zijn gepresenteerd en het draagvlak voor deze bevindingen is getoetst. Aansluitend is in deze gesprekken ingegaan op welke conclusies en aanbevelingen passen bij deze bevindingen. Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden met acht personen die tezamen een brede vertegenwoordiging vormen van alle partijen die hebben geparticipeerd in het onderzoek (wijkmanagers, managers sociale wijkteams, programmamanagement, bestuursadviseurs, bewonersplatforms1). Het tweede afrondende gesprek heeft plaatsgevonden met een wethouder en drie topambtenaren. Ook dit gesprek had tot doel de bevindingen uit het onderzoek te toetsen op draagvlak en door te vertalen naar conclusies en aanbevelingen.
Analyse en eindrapportage De casusanalyses, de enquêtes en de toelichtende en toetsende gesprekken vormden het bronmateriaal voor de integrale eindanalyse en de eindrapportage zoals die thans voor u ligt. Het concept van dit rapport is doorgesproken met de Stuurgroep.
1 De partij die vanuit de stedelijke partners was uitgenodigd was helaas verhinderd om aan deze sessie mee te doen.
3
Van Wijken Weten
2 Wijksturing In dit hoofdstuk staat het concept wijksturing zoals verwoord in Van Wijken Weten centraal. In paragraaf 2.1 beschrijven we de belangrijkste beleidsinhoudelijke uitgangspunten van Van Wijken Weten zoals verwoord in de Koersnota. In paragraaf 2.2 besteden we aandacht aan de nadere (organisatorische) invulling van het concept aan de hand van een aantal documenten (TLO’s, rollen wijkmanagers van juni 2019 en de functiebeschrijving van de wijkmanager) en enkele initiatieven die in de loop der jaren zijn genomen om het concept nader vorm te geven. De in deze documenten vastgelegde uitgangspunten vormen samen met de initiatieven de beleidsmatige achtergrond voor onze evaluatie en zijn daarmee een referentiekader voor onze conclusies en aanbevelingen. In paragraaf 2.3 beschrijven we kort de acht casussen die we hebben geanalyseerd. Deze beschrijvingen dienen als concrete illustratie van de feitelijke uitvoering van het concept wijksturing zoals verwoord in de bovengenoemde documenten en initiatieven.
De beleidsinhoudelijke uitgangspunten van Van Wijken Weten De intentie van de gemeente Arnhem om meer vanuit de wijken en vanuit de burger te gaan werken ontstond vlak na de gemeenteraadsverkiezingen in 2014, toen in het nieuwe college een debat op gang kwam over de vermeende kloof tussen de burger en de politiek. Deze kloof werd gerelateerd aan te lange lijnen tussen de burger en de beslissers in het gemeentehuis. In 2015 werd de gedachte van sturen vanuit de burger en de wijken geconcretiseerd en vastgelegd in een Perspectiefnota. Deze nota verwoordt dat er voortaan gewerkt gaat worden vanuit twee concepten: Stad op de Kaart en Van Wijken Weten. De achterliggende gedachte van het concept wijksturing is verwoord in het document ‘Plan van Aanpak programma Van Wijken Weten/Veranderopgave Wijksturing’ van juni 2015: “De ambitie van het college is om een transformatie te bewerkstelligen in de verhouding tussen burgers en overheid. De ambtelijke organisatie wordt daarom anders gepositioneerd ten opzichte van de wijken. Zij gaat gedeeltelijk in de wijken zitten en de wijken worden anders gepositioneerd ten opzichte van de gemeente. De bewoners hebben daadwerkelijk invloed op de gemeentelijke keuzes t.a.v.
de opgaven in de wijk en de inzet van menskracht en middelen.” De uitgangspunten voor de nieuwe vorm van wijksturing/frontlijnsturing zijn vervolgens verder uitgewerkt in de Koersnota die door de gemeenteraad is vastgesteld op 15 december 2015. In deze Koersnota zijn 22 uitgangspunten opgenomen die nadrukkelijk niet als een in beton gegoten kader zijn gepresenteerd, maar als uitgangspunten/toetsstenen voor de frontlijnsturing van de gemeente Arnhem. Samengevat gaat het om de volgende uitgangspunten: • Over burgerparticipatie: - De wijkparticipatie krijgt een nieuwe impuls door de bestaande bewonersoverleggen te integreren in een nieuwe vorm van wijkparticipatie die een minder formeel karakter zal hebben en vooral gericht zal zijn op het faciliteren van initiatieven, het bespreken van de voortgang van de wijkactieplannen en het betrekken van meer bewoners. - De TLO’s werken daarbij samen met de sociale wijkteams en de wijkplatforms/bewonersoverleggen om een vorm van overleg en samenwerking te vinden die passend is bij de wijk. - Door fysiek in de wijk te zitten kan snel gehandeld worden op de vraag vanuit de wijk. Ook wordt de communicatielijn naar de burger veel korter en duidelijker door het hebben van een aanspreekpunt.
Inwoners worden, door vast te stellen wat de belangrijkste opgaven zijn in hun eigen wijk, in staat gesteld om effectief invloed uit te oefenen en krijgen daartoe een aantal instrumenten in handen (buurtrecht, buurtwetten) om dat in de praktijk waar te maken. • Over de TLO’s: - De TLO’s hebben de opdracht om integraal vorm te geven aan de gemeentelijke taken in gebieden en wijken in samenspraak met de backoffice. 5
-
De TLO’s doen dat door opdrachten te geven aan de backoffice wat ook kan betekenen dat specifieke taken niet meer of minder worden uitgevoerd. De TLO’s hebben daarbij de bevoegdheid om bij de uitvoering van deze taken af te wijken van geldende beleidskaders als er vooraf wordt gemotiveerd en achteraf wordt verantwoord aan de backoffice.
• Over de samenwerking met de kernorganisatie: - De gemeentelijke (kern)organisatie moet worden doorontwikkeld naar een organisatie die zich enerzijds in het kader van het programma ‘Stad op de Kaart’ richt op de stedelijke en regionale vraagstukken en anderzijds in toenemende mate als backoffice de wijkteams faciliteert in hun opdracht. - De TLO’s en de backoffice vormen als het ware ‘mal en contramal’. Het ene kan niet bestaan zonder het ander. Daar waar men er niet uitkomt, wordt een escalatieproces (eerst ambtelijk dan bestuurlijk) ingericht. Het is noodzakelijk dat de gemeente een goede balans vindt tussen de wijkgerichte benadering en de verdere ontwikkeling van kansen en mogelijkheden van de stad als geheel. - Het management van de ambtelijke organisatie zal ook voor de backoffice een uitvoeringsplan opstellen waarin taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van TLO’s, individuele ambtenaren, afdelingen en de gehele backoffice worden beschreven. • Over de samenwerking met de sociale wijkteams: - De sociale wijkteams teams zullen met de komst van de TLO’s gezamenlijk vorm gaan geven aan wat er in sociaal opzicht nodig is in de wijk. Het wijkteam leefomgeving is daarbij de sturende partij als het gaat om de algemene voorzieningen op sociaal gebied.
- Het sociale wijkteam is primair de uitvoerende organisatie als het gaat om coaching van inwoners en de toegang tot de maatwerkvoorzieningen en/of specialistische hulp. - Doordat de algemene sociale voorzieningen, gericht op preventie (en waarvoor dus ook geen indicatie nodig is) worden versterkt kan het beroep op de maatwerkvoorzieningen en specialistische hulp afnemen. De budgetten voor de algemene voorzieningen zijn onderdeel van de wijkbudgetten die onder de sturing vallen van de TLO’s. In het document ’Zo werken we in Arnhem’ van december 2017 omschrijft de gemeente Arnhem zichzelf als regiegemeente: “… We zijn ons bewust dat de gemeentelijke organisatie niet als enige aan de stad bouwt. Daarom kiezen we een rol als regievoerder en netwerker en laten de stad nadrukkelijk aan zet. Samen met de stad verwoorden we ambities in stedelijke veranderopgaven. De wijkteams leefomgeving en de sociale wijkteams zorgen ervoor dat de wijken en hun inwoners zelf meer initiatief kunnen nemen én dat we als overheid nadrukkelijk in de hele stad te vinden zijn…”. De kernwaarden van dit regieconcept zijn: Ken je Stad, Eigenaarschap, Resultaatgericht en Nabij . De gemeente Arnhem moet een ontwikkeling doormaken die getypeerd wordt als een transitie én een transformatie.
De transitie heeft betrekking op de ‘harde’ kant van de organisatieontwikkeling: de structuur, mandaten, functies, fte’s en bevoegdheden. De transformatie heeft betrekking op de ‘zachte’ kant van de organisatie: de cultuur, organisatiewaarden, houding, gedrag, werkwijze en omgangsvormen. Nadrukkelijk presenteert de gemeente Arnhem zich ook als en lerende organisatie in dit transformatieproces. In het bovengenoemde document wordt tevens gerept over de drie sturingsprincipes die de gemeente Arnhem hanteert: de wijksturing, programmasturing en lijnsturing. Letterlijk staat in het document dat “… Wijksturing vindt plaats door de teams Leefomgeving waarbij zij sturen op het realiseren van wijkdoelstellingen, de besteding van de wijkbudgetten en de verantwoording in de P&C cyclus. De uitvoering vindt plaats door de Kernorganisatie…”.
De organisatorische invulling van Van Wijken Weten Arnhem heeft acht gebieden en 24 wijken waarin de teams leefomgeving functioneren. Jaarlijks worden samen met de bewoners en andere (externe) stakeholders zogenoemde wijkprogramma’s opgesteld waarin de prioriteiten voor de TLO’s zijn benoemd en de acties voor het komende jaar zijn vastgelegd. 6
In de beschrijving van het functieprofiel2 van de wijkmanager worden drie resultaatgebieden benoemd: de wijkregie, het programmamanagement, en het relatiebeheer en netwerken. Onder het resultaatgebied ‘wijkregie’ valt onder andere de taak ‘het adviseren van bestuur en directie bij het afsluiten van contracten en het duiden van resultaten’ alsook ‘het zorg dragen voor de bijdrage van het wijkteam aan de begrotingscyclus, het krediet en budgetbeheer en de voortgangsrapportages’. Onder het resultaatgebied ‘programmamanagement’ wordt onder andere de taak ‘opdrachtgever’ geschaard en ‘ondersteuner van de gemeentelijke organisatie in de omslag naar vraaggericht en klantgericht denken en werken’. Het resultaatgebied ‘relatiebeheer en netwerken’ omvat onder andere de taak ‘draagvlak creëren voor gemeentelijke ontwikkelingen’. In een toelichtend document op het functieprofiel is de volgende passage opgenomen: “… Bij de start is aangegeven dat er voor de invoering van wijksturing geen blauwdruk is, het is een kwestie is van al doende ontwikkelen. Daarbij komt dat zo'n fundamentele verandering niet van vandaag op morgen ‘in de steigers staat’, dat kost jaren. Dit maakt dat het kader voor de TLO’s – en ook voor collega's op het stadskantoor – in de loop van de tijd zowel duidelijker wordt als ook kan/zal (blijven) veranderen.
Daarom wordt het kader periodiek herijkt en wordt gewerkt met een jaarlijkse ontwikkelagenda (en maandelijkse ontwikkeldagen/-dagdelen)…” In de afgelopen drie jaar zijn er met name vanuit het programmateam Van Wijken Weten diverse initiatieven ontwikkeld om het wijkgerichte sturen beter in overeenstemming te brengen met het sturen vanuit programma’s en de lijnsturing. De ontwikkeldagen zijn daar een goed voorbeeld van: deze maandelijkse bijeenkomsten zijn bedoeld als intervisie-instrument voor de wijkmanagers, maar worden ook benut om bestuursadviseurs uit de kernorganisatie uit te nodigen en op zoek te gaan naar mogelijkheden om beter samen te werken. Sinds de zomer van 2020 zijn drie bestuursadviseurs aangesteld met als expliciete opdracht om de verbinding te vormen tussen de wijkmanagers en de bestuursadviseurs, met andere woorden: het stedelijk perspectief en het wijkperspectief zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Voorheen functioneerden er al een Loket Leefomgeving en een Schakelteam 2.0 om een betere verbinding te realiseren tussen de TLO’s en de kernorganisatie. Ook functioneert er sinds begin 2020 een ambtelijke werkgroep waarin clustermanagers zitting hebben en die tot taak heeft het concept wijkgericht werken door te ontwikkelen op basis van casuïstiek die besproken wordt.