Bijlage 1c - 1c Vast te stellen bestemmingsplan 'Chw Mooieweg 23' - bijlagen
Tekst van het document
Chw Moo 23
Cluster Beleid en Regie, Gemeente Arnhem
Bestemmingsplan Bijlagen
Colofon Plan: Gemeente: Plannummer:
Chw Mooieweg 23 Arnhem 988
IMRO-identificatie: Huidige status: Plantype: Locatie:
NL.IMRO.0202.988-0301 vastgesteld bestemmingsplan
Projectleider: Datum:
10-11-2021
Chw Mooieweg 23
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen
Bijlage 2
Quickscan Flora & Fauna en Boomeffectanalyse
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsparagraaf
Bijlage 4
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 5
Watertoets
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Boomeffectanalyse
"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)
1
GEMEENTEBLAD
Nr. 151393 17 mei 2021
Officiële uitgave van de gemeente Arnhem
BELEIDSREGELS NATUURINCLUSIEF BOUWEN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM; gelezen / overwegende dat: • we het mogelijk willen maken dat bij nieuwe bestemmingsplannen natuurinclusief bouwen verplicht kan worden gesteld; • de gemeenteraad hiertoe kan besluiten door de open norm 'voldoende natuurinclusieve maatregelen' op te nemen in een bestemmingsplan. • aan de open norm invulling wordt gegeven door het 'Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen'; • deze open norm via een beleidsregel moet worden uitgelegd gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht ; BESLUIT: vast te stellen de BELEIDSREGELS NATUURINCLUSIEF BOUWEN
In Arnhem zijn we omgeven door prachtige natuur. Rondom de stad én in de stad zelf. Door de natuur een volwaardige plek te geven in bouwprojecten ontstaat een aantrekkelijke, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. Elk project(gebied) kan een bijdrage leveren aan een gezond functionerend stedelijk ecosysteem. Dit 'Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen in Arnhem' (en het bijbehorende Invulformulier en de Maatregelencatalogus) wordt ingezet als middel om dat te bereiken. De eerste bouwsteen van natuurinclusief bouwen is natuur in het gebouw: het inbouwen van verblijfsplaatsen in woningen, bijvoorbeeld via neststenen. Dit is noodzakelijk voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. De tweede bouwsteen is natuur aan, op en om de woning: groene daken en gevels en natuurlijke tuinen met egeldoorgangetjes en groene erfafscheidingen. De derde bouwsteen is natuur in de buurt: het toepassen van meer groen en blauw in de directe woonomgeving en het aanleggen van groene en blauwe verbindingen met andere delen van de stad of het buitengebied, zoals via hagen, bomen of natuurvriendelijke oevers,. Alle drie de bouwstenen vergroten de biodiversiteit, leefbaarheid en natuurbeleving; de laatste twee bouwstenen vergroten ook de klimaatbestendigheid van het gebied.
Ambitie en reikwijdte Met dit puntensysteem streven we in Arnhem in eerste instantie naar: A) de instandhouding en versterking van het leefgebied van gebouwgebonden diersoorten. Dit doen we door verblijfsmogelijkheden te creëren in gebouwen en de omgeving geschikt te maken. B) het behouden en versterken van de biodiversiteit in het algemeen, aan de hand van de doelsoorten benoemd in de Groenvisie (2017). Dit doen we door bijvoorbeeld het aanleggen van groene daken en gevels, het planten van bomen of het creëren van amfibieënpoelen. De gekozen doelsoorten zijn nadrukkelijk niet alleen bedreigde of beschermde soorten. We willen als gemeente vooral de grote rijkdom aan soorten in stand houden en gezonde ecosystemen creëren. De doelsoorten staan symbool voor een bepaalde kwaliteit van het gebied en vormen dus een referentie voor het hele ecosysteem van dat gebied. Daarnaast dragen de maatregelen in het puntensysteem ook bij aan: C) de klimaatbestendigheid van het gebied. De aanleg van groen gaat hittestress en droogte tegen en helpt bij wateroverlast. D) gezonde bewoners. Natuurinclusief bouwen vergroot de levenskwaliteit van mensen, die gezonder en gelukkiger zijn wanneer ze omringd zijn door natuur. Het puntensysteem geeft initiatiefnemers kaders voor natuurinclusief bouwen bij ruimtelijke projecten in Arnhem.
Er is gekozen voor een puntensysteem om de creativiteit en keuzevrijheid van ontwerpers te bevorderen. Er moet altijd een minimaal aantal punten gehaald worden door verblijfsplaatsen in te bouwen én door groene maatregelen op, aan en om de woning(en) toe te passen. In sommige gevallen zijn ook maatregelen in de buitenruimte vereist. Welke maatregelen precies worden gekozen om de punten te behalen is aan de initiatiefnemer, in overleg met de gemeente.
1
Gemeenteblad 2021 nr. 151393
17 mei 2021
Borging Het is van groot belang om de natuurinclusieve maatregelen vroegtijdig in de projecten mee te nemen. Om het kiezen van maatregelen zo gemakkelijk mogelijk te maken is het 'Invulformulier Natuurinclusief Bouwen in Arnhem' ontwikkeld (zie aparte bijlage). Dit formulier dient ingevuld te worden door de ontwikkelende partij(en), in overleg met de gemeentelijk stedenbouwkundige/landschapsontwerper/ecoloog. Het invulformulier is een leidraad: elk gebied heeft zijn eigen kenmerken en mogelijkheden. Om maatwerk te leveren is ecologische kennis nodig. Daarom is het bij alle projecten belangrijk en bij grotere projecten noodzakelijk dat er een ecologisch adviseur betrokken is. Globale opzet puntensysteem In het puntensysteem wordt onderscheid gemaakt tussen twee categorieën: verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten en 'groene' maatregelen. De groene maatregelen zijn onderverdeeld in opstalgebonden maatregelen (op/aan/om het huis), omgevingsgebonden maatregelen en bewustwordingsmaatregelen. De verblijfsplaatsen en opstalgebonden maatregelen zijn altijd van toepassing; omgevingsgebonden maatregelen alleen als het project ook buitenruimte bevat; en de bewustwordingsmaatregelen alleen bij bepaalde grootschalige projecten waarbij het lastig is via de andere, fysieke maatregelen voldoende punten te behalen (zoals bij hoogbouw).
Aan het puntensysteem is een 'Maatregelencatalogus' gekoppeld (Bijlage 2). Deze catalogus bevat een uitwerking van de maatregelen waarmee punten kunnen worden behaald, zoals eisen en randvoorwaarden per maatregel. Bijvoorbeeld op welke richting en op welke hoogte neststenen moeten worden ingebouwd of welke soort planten het best gebruikt kan worden voor een groene gevel. Initiatiefnemers kunnen ook maatregelen nemen die niet in de Maatregelencatalogus staan. In dat geval wordt in overleg met de gemeente bepaald hoeveel punten de maatregel waard is. Stappenplan Het Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen volgt de volgende stappen om tot geschikte en voldoende natuurinclusieve maatregelen te komen. Met dit stappenplan bij de hand kan de initiatiefnemer het Invulformulier in de bijlage invullen. Stap 1. Punten bepalen In de tabel staat hoe de initiatiefnemer het minimale aantal punten kan bepalen dat in het project behaald dient te worden. Dit hangt af van (1) de hoeveelheid woningen, (2) het soort woningen (van woningen in het midden- of topsegment worden meer natuurinclusieve maatregelen verwacht dan bij sociale woningbouw) en (3) of er wel of niet buitenruimte ingericht moet worden. Daarnaast geldt het volgende: • Als er alleen sprake is van opstalgebonden groene maatregelen dient 25% van het totaal aantal punten uit 'groene' maatregelen te komen.
Dat is het geval als de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het bouwen van de woningen, maar niet voor het inrichten van de buitenruimte. Als er wel buitenruimte wordt ingericht dienen er ook omgevingsgebonden groene maatregelen te worden genomen en dient niet 25% maar 50% van het totaal aantal punten uit groene maatregelen te komen. De overige punten kunnen behaald worden door het inbouwen van voorzieningen voor gebouwbewonende soorten. • Om te zorgen voor een gevarieerd aanbod van nestvoorzieningen en andere soortgroep-gebonden maatregelen geldt dat er voor meerdere soortgroepen maatregelen moeten worden genomen. Het minimum aantal is afhankelijk van het soort woningen dat gebouwd wordt (zie tabel).
Sociale woningbouw Middensegment (commercieel huur/koop: Topsegment (woningbouw- coöpera- rijtjeswoningen, grondgebonden woningen, (2-kapper, vrijstaande ties) appartementen) woning, penthouse) Aantal woningen x 4; Aantal woningen x 6; Totaal aantal punten (bij opstalge- Aantal woningen x 2; bonden projecten) minstens 25% van het totaal aantal punten bestaat uit groene maatregelen Totaal aantal punten (bij projecten waar ook (een deel van) de buitenruimte wordt ingericht)
Aantal woningen x 3;
Aantal woningen x 6;
Aantal woningen x 9;
Minimum # groene maatregelen
1
2
3
Minimum # soortgroepen
1
2
3
minstens 50% van het totaal aantal punten bestaat uit groene maatregelen
Stap 2. Maatregelen kiezen Wanneer duidelijk is hoeveel punten er behaald dienen te worden, kan de initiatiefnemer gaan kijken welke maatregelen hij/zij wil treffen om het desbetreffende aantal punten te behalen. Het aantal punten per maatregel is te vinden in het Invulformulier (Bijlage 1) en de Maatregelencatalogus (Bijlage 2).
2
Gemeenteblad 2021 nr. 151393
17 mei 2021
Categorie A: verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten Zoals bij Stap 1 al is benoemd moet een deel van de punten worden behaald door verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten te creëren, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen. • Er kan gekozen worden voor neststenen voor de volgende doelsoorten: gierzwaluw, huiszwaluw, huismus, zwarte roodstaart, gewone dwergvleermuis, vlinders en bijen. De meeste neststenen zijn 1 punt waard. Voor een deel van deze diersoorten (gierzwaluw, huismus, gewone dwergvleermuis) ligt soms al een verplichting om vervangende nestplaatsen aan te leggen vanuit de Wet natuurbescherming. Het gaat hier echter om extra maatregelen, bovenop wat verplicht is. Categorie B/C/D: groene maatregelen De biodiversiteit wordt het meest vergroot als neststenen en groene maatregelen aan, in en om het huis op de juiste manier met elkaar gecombineerd worden. Huismussen hebben bijvoorbeeld verblijfsplaatsen nodig in gebouwen, maar ook groene hagen om zich in te kunnen verstoppen. Naast de gebouwgebonden doelsoorten profiteren ook veel andere dieren van deze maatregelen en tevens zorgen groene maatregelen voor een betere klimaatbestendigheid van het gebied. Daarom moet een deel van de punten altijd uit groene maatregelen komen.
De groene maatregelen zijn onderverdeeld in subcategorieën: • Voor opstalontwikkelaars gaat het primair om groene maatregelen op, aan en om de woning; aan de gevel, op het dak, en/of in de tuin (categorie B). Bijvoorbeeld het aanleggen van groene gevels via het plaatsen van spandraden aan de muur en het aanbrengen van de juiste grond (5 punten per gevel van tenminste 2 meter hoog en 3 meter breed), het plaatsen van een groen plat of hellend dak (15 punten per 50m2, bonuspunten als er naast sedum ook struiken of (dwerg)heesters worden aangeplant) of het aanleggen van geveltuintjes (1 punt per tuintje). • Initiatieven die zich ook deels in de buitenruimte afspelen, moeten ook omgevingsgebonden maatregelen nemen (categorie C). Bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers (10 punten), bomen (5 punten voor het aanplanten of behouden van 3 inheemse bomen van 1e grootte), nestkasten voor niet-gebouwbewonende soorten (meestal 1 punt) of het aanleggen van een amfibieënpoel (25 punten per poel van minimaal 30m2) of ecologische wadi (alleen in delen van Arnhem-Noord, waar goed doorlatende bodems zijn) (5 punten voor een kleine wadi, 10 punten voor een grote). • Met maatregelen die de bewustwording van de (toekomstige) bewoners op het gebied van biodiversiteit en klimaatadaptatie vergroten, kunnen bij grotere projecten ook nog een beperkt aantal punten worden verdiend (categorie D).
Deze categorie is vooral relevant voor bepaalde grotere projecten waarvoor het moeilijk kan zijn om genoeg groene maatregelen te implementeren om de noodzakelijke punten te halen (bijvoorbeeld door ruimtegebrek). Denk aan het uitdelen van biodiversiteitspakketjes, het opleveren van tuinen met zwarte aarde, het aanleggen van huizen inclusief natuurlijke tuin die meegefinancierd kan worden in de hypotheek, etc. Hoe dichterbij openbaar groen zoals stadsparken en andere grotere groenstroken, hoe belangrijker het is dat er niet alleen voor de gebouwgebonden soorten maatregelen worden getroffen maar ook voor de andere doelsoorten in dat specifieke gebied. Per gebied dragen natuurinclusieve maatregelen bij aan een groter leefgebied van de volgende doelsoorten: Veluws Plateau: havik, das, ree, groene en zwarte specht, nachtzwaluw, adder, zandhagedis, gladde slang, vleermuizen, edelhert, wild zwijn, inclusief inheemse vegetatie. Veluws Gradiënt: das, ree, groene, grote bonte en zwarte specht, eekhoorn, bosuil, ijsvogel, heikikker, beekprik, bermpje en sleedoornpage, inclusief inheemse vegetatie. Rivierengebied: ijsvogel, (zwarte) ooievaar, patrijs, steenuil, kwartelkoning, bever, otter en ringslang, kamsalamander, inclusief inheemse vegetatie.
Poldergebied: groene specht, ringslang, boomklever, kamsalamander, rietzanger, steenuil, patrijs, kwartelkoning, waterspitsmuis, kleine karekiet, rugstreeppad, ringslang, hermelijn en ijsvogelvlinder, oranjetipje, inclusief inheemse vegetatie. De gemeentelijke ecoloog kan aangeven of deze doelsoorten ook inderdaad in de omgeving van het project aanwezig zijn. Een ecologisch adviesbureau kan helpen de juiste maatregelen te kiezen. Alle mogelijke maatregelen en het aantal punten dat elke maatregel waard is, zijn te vinden in het bijgevoegde Invulformulier en zijn nader toegelicht in de Maatregelencatalogus. Om de creativiteit en keuzevrijheid van ontwerpers te bevorderen, kunnen in elke categorie ook maatregelen worden voorgesteld die niet in de Maatregelencatalogus vermeld staan, mits ze op overtuigende wijze bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit en/of klimaatadaptatie in het gebied. In overleg met de gemeente wordt dan het aantal punten bepaald. Voor alle maatregelen geldt dat ze aantoonbaar: • realiseerbaar zijn binnen de invloedsfeer van de uitvoerende partij; • op deskundige wijze worden uitgevoerd; • in goede staat moeten blijven en niet in een later stadium mogen worden weggehaald;
3
Gemeenteblad 2021 nr. 151393
17 mei 2021
• zijn goedgekeurd door de gemeente Arnhem. Stap 3. Registratie en presentatie maatregelen Gekozen maatregelen worden geregistreerd via het 'Invulformulier Natuurinclusief Bouwen in Arnhem' (Bijlage 1). Dit formulier dient de volgende doelen: • Het formulier kan voor het betreffende project gebruikt worden om een keuze te maken voor bepaalde maatregelen en gemakkelijk uit te rekenen hoeveel punten dat oplevert. • De gemeente heeft een overzicht van de gekozen maatregelen en kan die vergelijken met de uiteindelijk getroffen maatregelen. • Het geeft de mogelijkheid om projecten als voorbeeld en inspiratiebron te gebruiken voor andere projecten in Arnhem. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 11 mei 2021, Het college van burgemeester en wethouders voornoemd, de secretaris, de burgemeester,
4
Gemeenteblad 2021 nr. 151393
17 mei 2021
BIJLAGE 1 horende bij de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen Invulformulier Natuurinclusief Bouwen in Arnhem
5
Gemeenteblad 2021 nr. 151393
17 mei 2021
Bijlage 1 horende bij de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen van 11 mei 2021, kenmerk 565816 Invulformulier Natuurinclusief Bouwen in Arnhem Neem dit formulier mee bij afspraken met de gemeente Stap 1. Kruis het soort woning(en) aan dat u gaat bouwen en vul het aantal in Zo weet u direct het aantal punten dat u in totaal moet behalen, hoeveel daarvan uit groene maatregelen moeten komen en voor hoeveel soortgroepen u minstens maatregelen moet nemen.
Soort woning (vink aan) Opstalgebonden of ook buitenruimte? (vink aan) Aantal woningen (vul getal in) Totaal aantal te behalen punten Waarvan groene maatregelen Overige eisen
Middensegment
Sociale woningbouw Opstalgebonden
Ook buitenruimte
Opstalgebonden
Topsegment
Ook buitenruimte
Opstalgebonden
Ook buitenruimte
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Minstens 1 diersoort en 1 groene maatregel
Minstens 2 diersoorten en 2 verschillende groene maatregelen
Minstens 3 diersoorten en 3 verschillende groene maatregelen
Als u stap 2-4 heeft doorlopen, wordt onderstaande tabel automatisch ingevuld: Soort maatregel Verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten
Categorie Categorie A
Punten
Opmerkingen?
0
Categorie B (opstalgebonden) 0
Groene maatregelen
Categorie C (omgevingsgebonden - mits van toepassing) Categorie D (bewustwording mits van toepassing - overleg met gemeente)
0
0
Totaal punten uit groene maatregelen
0
Totaal
0
Stap 2. Punten halen uit verblijfsplaatsen (Categorie A) Het kiezen van verblijfsplaatsen gaat als volgt: o Kruis in de meest linker kolom aan welke doelsoorten u kiest. U kunt uw keuze bijvoorbeeld laten bepalen door welke soorten er in het gebied al veel voorkomen (maar dat hoeft niet!). Zie daarvoor www.waarneming.nl. Check ook altijd de Maatregelencatalogus. Daarin staat meer informatie over specifieke eisen en randvoorwaarden per soort/maatregel. Niet alle soorten zijn namelijk voor elk project geschikt. Dit hangt bijvoorbeeld af van de oriëntatie van de gevel en of het om hoogbouw of laagbouw gaat. o In de tweede kolom staat hoeveel punten een verblijfsplaats voor die soort waard is. o In de derde kolom ziet u welke belangrijkste gebieds-specifieke voorwaarden er zijn voor deze soort (voor een uitgebreidere toelichting, zie de Maatregelencatalogus). o Bij sommige soorten wordt een minimum aantal verblijfsplaatsen per woning geadviseerd omdat deze dieren leven in groepen (kolom 4). o In kolom 5 staat welke groene opstalgebonden maatregelen u in stap 3 (Categorie B) zou kunnen kiezen om naast het aanbieden van nestgelegenheid ook de juiste leefomgeving voor deze soort te creëren binnen uw project. Dit verhoogt de effectiviteit van de maatregel. o In de meest rechter kolommen geeft u het aantal neststenen aan dat u per soort gaat inbouwen.
Dan verschijnt het daaraan gekoppelde aantal punten. o Onderaan ziet u het toaal aantal punten in Categorie A en eventueel kunt u een toelichting geven.
Keuze (vink aan)
Punten
A1. Gierzwaluw*
(1 neststeen = 1 punt)
A2. Huismus*
1 vogelvide of 5m verplaatste vogelschroot = 2 punten)
(1 neststeen/pan = 1 punt
Gebieds-specifieke eisen Plaats in hoge blinde gevel op noorden/oosten. Vrije aanvliegroute. I.c.m. groene omgeving met hoge hagen/heesters. Aanwezigheid vrije aanvliegroute
A3. Gewone Dwergvleermuis*
(1 neststeen = 1 punt)
A4. Zwarte roodstaart
(1 neststeen = 1 punt)
A5. Bijen en vlinders
(1 neststeen = 1 punt; 1 groot bijenhotel = 5 punten)
A6. Huiszwaluw
A7. Vrije maatregel: ………………….**
Totaal Categorie A
(1 neststeen met 2 kommetjes= 1 punt)
(1 tot 25 punten - ntb))
Voorkeur voor bedrijventerreinen of grootschalige nieuwbouw Dichtbij nectar- en stuifmeeldragende planten
Minimum #
Advies voor Categorie B
Aantal (vul in)
Punten
Koloniebroeder: minstens 6 stenen bij elkaar
B4. Geveltuintje
0
0
B3. Groene gevel en/of B8. Groene erfafscheiding
0
0
0
0
Liefst meerdere kasten bij elkaar, deels geschakeld
B5. Geen lichtuitstraling
0
0
Leeft solitair: geen minimum aantal nodig
B1-2. Groene daken
0
0
B1-2. Groene daken B4. Geveltuintje
0
0
0
0
0
0
Koloniebroeder: minstens 6 stenen bij elkaar
In open gebied, in de buurt van Plaats meerdere nestkommetjes waterrijke plekken en al bij elkaar bestaande nesten Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit
ntb
0
*In bepaalde gebieden is toepassing van verblijfsmaatregelen voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen verplicht. **Vrije keuze: er kan een eigen maatregel worden geformuleerd. Hierbij moet een onderbouwing worden gegeven op welke wijze de maatregel bijdraagt aan biodiversiteit. Het aantal punten wordt in overleg met gemeente bepaald.
Toelichting (eventueel)
Stap 3. Punten uit groene opstalgebonden maatregelen (Categorie B) Selecteer in de onderstaande tabel welke opstalgebonden maatregelen u kiest. Houd daarbij rekening met de soorten die u in stap 2 heeft gekozen. Bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus. Keuze (vink aan)
Punten
T.b.v.
Advies
Aantal (vul in)
Punten
0 0 0
0 0 0
0
0
GEVEL/DAK B1. Groen plat dak
B2. Hellend sedumdak
B3. Groene gevel
B4. Geveltuin
B5. Vleermuisvriendelijke/geen verlichting (bij alle woningen rekening houden met beperkte lichtuitstraling)
B6. Vrije maatregel: ………………….**
Sedum: 15 punten per 50m2 (sedum) & grassen+kruiden? 18 punten &(dwerg)heesters/struiken? 21 pnt 15 punten per 50m2
Liefst op woning, niet op schuurtjes, en met BIO (vlinder, vogel, wilde bij), KA, zo veel mogelijk verschillende soorten NB sedum (bij plat dak liefst ook kruiden, (dwerg)heesters) BIO (huismus, vlinder, wilde bij), KA, NB
Klimop (hedera), bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, clematis, kamperfoelie, leifruit
0
0
1 punt per grondgebonden woning met geveltuintje (minstens BIO (huismus, vlinder, wilde bij), 1m breed) KA, NB
Inheemse vogel- en insectvriendelijke planten (veel bessen, nectar, stuifmeel)
0
0
0 0 0 0
0 0 0 0
0
0
0 0
0 0
0
0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
bv. krentenboompje, gele kornoelje, kersappel, zwarte kers, sierpeer, mispel
0
0
bv. meidoorn, vuilboom, hazelaar, sleedoorn
0
0 0 0 0 0 0
5 punten per gevel (tenminste 2m hoog en 3m breed)
1 punt bij project met 1-10 woningen 3 punten bij project met 11-50 woningen 5 punten bij project met 51-100 woningen 10 punten bij project met >100 woningen
BIO (vleermuis, vogel)
ntb
BIO en/of KA en/of NB
Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit/ klimaatadaptatie.
1 punt per huis met >25% groene hagen 2 punten per huis met volledige groene hagen 2 punten per huis met >25% gemengde hagen (3 of meer soorten) 4 punten per huis met volledige gemengde hagen
BIO (huismus, vlinder, wilde bij), KA, NB
Klimop, liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, (haag)beuk of andere vrucht- en besdragende of nectarproducerende soort
1 punt bij project met 1-10 woningen 3 punten bij project met 11-50 woningen 5 punten bij project met 51-100 woningen 10 punten bij project met >100 woningen
BIO (egel), NB
TUIN B7. Groene erfafscheiding
B8. Egelpassages ('egelsnelweg' - alle tuinen egelpasseerbaar d.m. v. groene erfafscheidingen / openingetjes )
B9. Inheemse boom 2e/3e grootte of 3 struiken aanplanten in tuin
B10. Binnen hele project alleen noodzakelijke verharding in bv. (voor)tuinen, oprit
B11. Vrije maatregel:…………….**
3 punten per boom(pje) BIO (vogels, insecten), KA, NB 1 punt per struik
opening van min. 13x13cm.
1 punt bij project met 1-10 woningen 3 punten bij project met 11-50 woningen 5 punten bij project met 51-100 woningen 10 punten bij project met >100 woningen
BIO, KA, NB
Waar verharding noodzakelijk is, zet in op halfverharding of waterdoorlatende verharding
0 0 0 0
ntb
BIO en/of KA
Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit/ klimaatadaptatie.
0
Totaal Categorie B
0
BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving. ** Hierbij moet een onderbouwing worden gegeven op welke wijze de maatregel bijdraagt aan biodiversiteit/klimaatadaptatie. Punten in overleg met gemeente bepaald. Toelichting (eventueel)
Stap 4. Punten uit groene omgevingsgebonden maatregelen (Categorie C) - mits van toepassing Speelt uw initiatief zich ook af in de buitenruimte? Kies dan tevens uit de onderstaande maatregelen. Ook voor deze stap geldt: bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus. Aantal Punten T.b.v. Advies Punten Keuze (vink aan) (vul in) NESTEN VOOR NIET-GEBOUWBEWONENDE SOORTEN C1. Nestkast voor de boomklever
1 nestkast = 1 punt
BIO (boomklever)
Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel (oude loof)bomen
0
0
C2. Nestkast grote bonte specht
1 nestkast = 1 punt
BIO (grote bonte specht, boomklever)
Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel bomen
0
0
C3. Nestkast voor steenuil
1 nestkast = 2 punten
BIO (steenuil)
Plaats bij voorkeur op (boeren)erven. Max. 1 per 100m2
0
0
C4. Nestkast voor bosuil
1 nestkast = 2 punten
BIO (bosuil)
Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel bomen
0
0
C5. Vleermuiskast
1 nestkast = 1 punt
BIO (verschillende soorten vleermuizen)
Eén vleermuiskast is goed, twee of meer is beter. Geen lichtverstoring.
0
0
C6. Nest voor ooievaar
1 nest = 25 punten
BIO (ooievaar)
Dichtbij extensief beheerde weilanden en/of uiterwaarden.
0
0
ntb
BIO en/of KA
Maatregel draagt overtuigend bij aan vergroten biodiversiteit/ klimaatadaptatie.
0
0
C7. Vrije maatregel:………………….*
GROENE BUITENRUIMTE C8. Extensief maaibeheer
5 punten als het overal in het projectgebied toegepast is behalve op plekken waar dit niet kan/wenselijk is
C9. Vergroenen en verfraaien van bermen
3 punten per berm
C10. Cluster van 3 inheemse bomen van 1e grootte aanplanten of behouden
BIO (hermelijn, waterspitsmuis, patrijs, rietzanger, kwartelkoning, vlinders, bijen), KA, NB
1-3x maaien en afvoeren per jaar, steeds 25% laten staan.
BIO (vlinders, bijen), KA
A. verharde bermen vergroenen of; B. groene bermen geschikt maken voor afwatering
5 punten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijvoorbeeld wilg, zomer-/wintereik, linde, zachte/ruwe berk, zwarte els, zoete kers
BIO (vogels), KA, NB C11. Rij van >10 inheemse bomen van 1e grootte aanplanten of behouden
15 punten
C12. Takkenril/ stobbenwal aanleggen
2 punten per takkenril van minstens 10m
BIO (hermelijn, rugstreeppad, ringslang, kamsalamander), NB
C13. Vogel- of vlinderbosje aanleggen
3 punten per cluster van 25m2
BIO (huismus, vlinders), KA, NB
Bijvoorbeeld meidoorn, vuilboom, hazelaar, sleedoorn
0
0
5 punten per haag
BIO (huismus), KA, NB
Klimop (hedera), liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, (haag)beuk, sleedoorn
0
0
15 punten voor een passage onder de grond 25 punten voor een passage voor grote zoogdieren over de weg
BIO, NB
0
0
0
0
0
0
C14. Aanleg haag (minimale lengte 100 meter)
C15. Faunapassage
Inheemse en klimaatbestendige soorten, liefst deels eetbaar
C16. Pocketpark (minipark van min. 250m2)
25 punten
BIO, KA, NB
C17. Verbinden groenstructuren op zelf gekozen manier
5-25 punten, ntb
BIO, NB
0
0
10 punten als hier in het hele projectgebied aantoonbaar rekening mee wordt gehouden (bij bv. parkeervakken)
BIO, KA, NB
0
0
C19. Geen buitenverlichting bij of op groen
10 punten
BIO (vleermuizen, vogels)
0
0
C20. Vrije maatregel:………………….*
1 tot 25 punten, ntb
BIO en/of KA
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
C18. Beperken verharding
BLAUWE BUITENRUIMTE C21. Natuurvriendelijke oever
C22. Ecologische wadi of bodempassage
10 punten als dit standaard wordt toegepast bij alle oevers in het projectgebied (tenzij goed beargumenteerd is waarom dit niet kan/niet wenselijk 5 punten voor kleine wadi/bodempassage 10 punten voor grote wadi/bodempassage
C23. Amfibieënpoel (minimaal 30 m2)
BIO (rugstreeppad, ringslang, kamsalamander, patrijs, rietzanger, kleine karekiet, hermelijn, waterspitsmuis, bever, otter), NB
In overleg met Waterschap
BIO (vlinders, bijen), KA, NB
Natuurlijke inrichting met kruiden en planten
BIO (rugstreeppad, ringslang, kamsalamander), KA, NB
25 punten per poel 1 ijsvogelwand = 15 punten
C24. IJsvogelwand- of oever
1 ijsvogelvriendelijke oever = 10 punten
C25. Vrije maatregel:………………….*
1 tot 25 punten, ntb
BIO (ijsvogel)
BIO en/of KA
Totaal Categorie C
0
BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving * Vrije keuze: in overleg met gemeente Toelichting (eventueel)
Stap 5. Punten uit bewustwordingsmaatregelen (Categorie D) - mits van toepassing, bespreek met gemeente Voor bepaalde grootschalige projecten, zoals hoogbouw, kan het moeilijk worden om met bovenstaande maatregelen te voldoen aan het minimum aantal punten. Kies dan tevens uit de onderstaande maatregelen. Ook voor deze stap geldt: bekijk voordat u een keuze maakt altijd eerst de specifieke eisen en randvoorwaarden in de Maatregelencatalogus. Keuze (vink aan)
Punten
T.b.v.
Advies
Aantal (vul in)
Punten
I.s.m. Arnhem Zoemt
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
NESTEN VOOR NIET-GEBOUWBEWONENDE SOORTEN D1. Aanleg groene voorbeeldtuin D2. Tuinklaarpakket
3 punten per tuin
BIO, KA, NB
2 punten
BIO, KA, NB
D3. Faciliteren van tuinontwerpsessies
1 punt x aantal gegeven tuinontwerpsessies
BIO, KA, NB
D4. Biodiversiteitspakket aanbieden
0.5 punt x aantal pakketjes
BIO, NB
ntb
BIO, KA
D5. Eigen initiatief: in overleg
Totaal Categorie D BIO = biodiversiteit, KA = klimaatadaptatie NB = natuurbeleving * Vrije keuze: in overleg met gemeente
Ontwikkelaar geeft de nieuwe bewoner de optie een groene tuin mee te kopen en dit (tuinontwerp, - ontwikkeling en - aanleg) ook onderdeel te laten zijn van de hypotheek. I.s.m. Arnhem Klimaatbestendig Per huishouden een tuinontwerpsessie aanbieden van minstens 1 uur. Gericht op een groene tuininrichting met minimale verharding, aantrekkelijk voor insecten en vogels. I.s.m. Arnhem Klimaatbestendig Vogelhuisje gevuld met o.a. inheems bloemmengsel en brochure over biodiversiteit; verkrijgbaarbij Natuurcentrum, informeer bij gemeente
0
BIJLAGE 2 horende bij de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen in Arnhem
6
Gemeenteblad 2021 nr. 151393
17 mei 2021
Bijlage 2 horende bij Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen van 11 mei 2021, kenmerk 565816
Verblijven voor gebouwbewonende soorten (neststenen)
A1. A2. A3. A4. A5. A6. A7.
Neststeen gierzwaluw - 1 punt Nestplaats huismus - 1 neststeen/kast/pan = 1 punt, 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten, 1 vogelvide = 2 punten Neststeen (gewone dwerg)vleermuis - 1 punt Neststeen zwarte roodstaart - 1 punt Insectensteen - 1 punt. Professioneel insectenhotel - 5 punten Neststeen huiszwaluw - 1 punt per neststeen met 2 kommetjes Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
B.
Opstalgebonden maatregelen
Gevel/dak: B1. Groen plat dak - 15 punten per 50m2 bij sedum, + 3 punten voor toevoeging grassen en kruiden, +3 punten voor toevoeging dwergheesters en/of struiken B2. Hellend sedumdak - 15 punten per 50m2 B3. Groene gevel - 5 punten per gevel B4. Geveltuin - 1 punt per tuintje B5. Beperken verlichting - 1/3/5/10 ptn* B6. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten Tuin: B7. Groene haag als erfafscheiding - per huis met 25% groene erfafscheiding 1 punt (huis met volledige groene erfafscheiding = 4 punten) B8. Egelpassages - alle tuinen egelpasseerbaar d.m.v. groene erfafscheidingen/openingetjes = in totaal 1/3/5/10 punten* B9. 1 inheemse boom van 2e of 3e orde grootte in tuin óf 3 struiken - 3 punten B10. Beperkte verharding - 1/3/5/10 punten* als hier in hele project rekening mee is gehouden B11. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
C. Omgevingsgebonden maatregelen: Verblijven voor niet-gebouwbewonende soorten (nestkasten): C1. Nestkast boomklever - 1 punt C2. Nestkast grote bonte specht - 1 punt C3. Nestkast steenuil - 2 punten C4. Nestkast bosuil - 2 punten C5. Vleermuiskast - 1 punt C6. Nestkast ooievaar - 25 punten C7. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten *Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten).
Versie maart 2021 - contactpersoon Anne Luijten anne.luijten@arnhem.nl
ONDERWERP
A.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
De maatregelen zijn verdeeld in:
PAGINA
In deze Maatregelencatalogus staan maatregelen benoemd die in, aan en om het huis en in de openbaar toegankelijke ruimte kunnen worden toegepast om natuurinclusief te bouwen. Daardoor ontstaat niet alleen een geschikte leefomgeving voor mensen, maar juist ook voor dieren en planten. De basisprincipes zijn eenvoudig: dieren zoeken een plek om te broeden (bijvoorbeeld in een neststeen of, ze zoeken beschutting (bijvoorbeeld in hoog gras of in hagen en struiken), ze moeten eten kunnen vinden (insecten, rupsen, bessen etc.) en het is fijn als er water beschikbaar is. Onderstaande maatregelen leveren, naast het vergroten van de biodiversiteit, vaak ook nog een heleboel andere voordelen op. Ze dragen bijvoorbeeld bij aan natuurbeleving en een klimaatbestendige stad. Samen bouwen we aan een groene stad.
1
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
D1. D2. D3. D4. D5.
Aanleg groene voorbeeldtuin - 3 punten Tuinklaarpakket - 2 punten x aantal bestelde natuurlijke tuinklaarpakketten Faciliteren van tuinontwerpsessies - 1 punt x aantal gegeven tuinontwerpsessies Biodiversiteitspakket aanbieden - 0.5 punt x aantal pakketjes Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
ONDERWERP
Bewustwordingsmaatregelen:
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
D.
PAGINA
Blauwe omgevingsmaatregelen: C21. Natuurvriendelijke oevers - 10 punten C22. Ecologische bodempassage of wadi - 5-10 punten afhankelijk van grootte C23. Amfibieënpoel - 25 punten C24. IJsvogelwand - 15 punten, ijsvogelvriendelijke oever- 10 punten C25. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
2
Groene omgevingsmaatregelen: C8. Toepassen extensief maaibeheer in hele projectgebied - 5 punten C9. Vergroenen en verfraaien van bermen - 5 punten per berm C10. Cluster van 3 inheemse bomen aanplanten of behouden - 3 punten C11. Rij van >10 inheemse bomen aanplanten of behouden - 10 punten C12. Takkenril/ stobbenwal - 2 punten per 10 meter C13. Aanplant vogel- of vlinderbosje - 3 punten per 25m2 inheemse struiken/bomen C14. Hagen aanplanten - 5 punten per haag van minimaal 100 meter C15. Faunapassage - 15/25 punten C16. Pocketpark (minipark) aanplanten - 25 punten C17. Verbinden groenstructuren op zelfgekozen manier - 5-25 punten C18. Beperkte verharding - 10 punten C19. Geen buitenverlichting bij of op groen - 10 punten C20. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
3
A. VERBLIJVEN VOOR GEBOUWBEWONENDE SOORTEN Bij nieuw- en herbouw zijn volop kansen voor het creëren van verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten. Neststenen zijn vaak zeer eenvoudig en tegen lage kosten in te passen.
Bij een huis in het Waterkwartier in Nijmegen zijn 18 neststenen voor gierzwaluwen (zie maatregel A1) ingebouwd. De neststenen werden in eerste instantie bewoond door huismussen. (bron: Jochem Kühnen).
PAGINA
4
A1. Neststeen gierzwaluw 1 punt
Baten: Biodiversiteit • gierzwaluw en gastbewoners (vooral huismussen en spreeuwen maar ook koolmezen, zwarte roodstaartjes en zelfs boomkruipers)
Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats meerdere stenen (liefst 6-20 stuks) vlak bij elkaar. Oriëntatie Invliegopening op oostelijke of noordelijke richting Hoogte/lengte: Plaats de neststeen zo hoog mogelijk, minimaal op 4 meter hoog. De gierzwaluw broedt graag hoog, dus nesten kunnen tot 40 meter hoog worden ingemetseld. Overige: De invliegopeningen moeten minimaal 40 cm van elkaar verwijderd zijn. Blinde, monotone zijkanten van gebouwen zijn het meest geschikt. Aanvliegroute van 2-4m onder de steen vrijhouden van obstakels (bomen, gebouwen, schoorstenen, vlaggenstokken, elektriciteitsdraden, naar buiten opendraaiende ramen, balkons, gevelbegroeiing). Aanbevelingen
Gierzwaluwen geven geen overlast. Ze gebruiken weinig nestmateriaal en maken ook geen vieze strepen op de gevel. De inbouwstenen hoeven niet schoon gemaakt te worden. Naast neststenen zijn er ook nestkasten. Hang ze bij elkaar en onder een dakgoot of overstek, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Foto’s links: Vivara Pro, Jochem Kühnen Bron tekst: o.a. Mourmans-Leinders, M. (2004). Gierzwaluwen en nestkasten; (2005). Bouwen voor gierzwaluwen.
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 28,- per neststeen
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Het kan jaren duren voordat een gierzwaluw een neststeen bezet. Tot het zover is vormt de neststeen een welkome broedplaats voor andere soorten. En als er eenmaal één steen door een gierzwaluw bezet raakt, zullen er snel meer volgen. Gierzwaluwen zijn immers koloniebroeders. Ze zijn erg trouw en keren generaties lang terug naar hetzelfde nest. De omgeving rondom de nestplaats is minder relevant, omdat de gierzwaluw zijn voedsel in de lucht vangt. Wel moeten er voldoende insecten zijn. Insecten worden aangetrokken door verschillende soorten inheemse planten te plaatsen die afwisselend bloeien.
5
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
A2. Nestplaats huismus 1 neststeen/kast/pan = 1 punt, 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten, 1 vogelvide = 2 punten
De huismus is een honkvaste en sociale vogel die jaarrond in groepen leeft. Er moet voldoende nestgelegenheid zijn voor een hele groep. De nestgelegenheden zijn alleen functioneel als in de nabije omgeving voldoende leefgebied aanwezig is en/of wordt gerealiseerd. Het is essentieel dat er binnen een afstand van vijf meter van de nestlocatie ten minste drie meter hoog opstaand groen aanwezig is. Bijvoorbeeld gevelgroen en/of een haag of (stekelige) struik. Ideaal zijn groene tuinen met hoge hagen of heesters, dichte struiken, rommel- en onkruidhoekjes, water en zanderige grond om een zandbad te nemen. Combineer dus het liefst met andere maatregelen die ten gunste zijn van het leefgebied van de huismus zoals ‘groene gevels’ (B3), ‘geveltuintjes’ (B4) of ‘groene erfafscheiding’ (B7). Baten: Biodiversiteit • huismus
Optie 1: Vogelschroot verplaatsen. Gebouw met minimaal 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten Breng vogelschroot aan bij de panlat waar de tweede pan aanhaakt. Zo kunnen de eerste twee panlatten dienen als broedlocatie voor huismussen. Let op! Maatregel is alleen zinvol bij dakpannen waar dakbeschot toegankelijk is bij de eerste rij dakpannen (bijvoorbeeld holle pannen).
Eisen en randvoorwaarden Eis: Bij minimaal 5 meter lengte dak toepassen, maar bij voorkeur over de hele breedte van het huis. Oriëntatie: Noorden of oosten, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: Hoogte tussen dakbeschot en dakpan (bij bolling) dient minimaal 7,5 centimeter te zijn.
Geschatte kosten geen extra kosten
Aanbevelingen Om beschadiging van dampfolie te voorkomen, houten platen aanbrengen boven de gootplank.
Optie 2: Vogelvide(s). 1 vogelvide = 2 punten Vogelvides zijn speciaal ontwikkelde mussennestkasten die onder de eerste rij dakpannen kunnen worden geplaatst in plaats van vogelschroot. De vogelvide kan over het algemeen zonder bouwkundige aanpassingen worden gemonteerd. Hij past onder vrijwel alle soorten dakpannen en op vrijwel alle soorten pannendaken.
De MONIER Vogelvide
Geschatte kosten (excl. btw): een vogelvide van 1 meter kost vanaf e 24,50.
Eisen en randvoorwaarden Eis: Oriëntatie: Noorden of oosten, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: 1 vogelvide is een meter lang.
PAGINA
6
Optie 3: Mussenstenen. 1 neststeen = 1 punt Inmetselen van neststenen in de gevel of als dat niet mogelijk is plaatsen van mussenkasten aan de buitenmuur onder een overstek of dakgoot. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 24,- per neststeen
De nesten hoeven niet schoongemaakt te worden.
Optie 4: Nestpannen. 1 nestpan = 1 punt Aanbrengen van nestpannen voor huismus op het dak. Let op! Daken met dakisolatie zijn niet geschikt, het wordt onder de dakpannen te heet. Op niet-geïsoleerde daken van met name historische gebouwen kunnen nestpannen doorgaans wel worden toegepast. Geschatte kosten onbekend
Eisen en randvoorwaarden Eis: Mussen broeden in kolonies, dus plaats bij voorkeur clusters van 6-20 nestpannen vlak bij elkaar. Oriëntatie: Noorden of oosten Hoogte/lengte: Minimaal op 2 en maximaal op 15 meter hoog Aanbevelingen Aanbevolen wordt om te inventariseren of in plaats van het plaatsen van nestpannen, het vogelschroot verplaatst kan worden of neststenen ingebouwd kunnen worden. Het vogelschroot verplaatsen is namelijk eenvoudiger en levert meer nestruimte op. Neststenen inbouwen in de gevel is vaak ook beter, omdat het onder de pannen te heet kan worden voor de mussen.
Foto: Checklist Groen Bouwen Bron tekst: gemeente Ede
ONDERWERP
Aanbevelingen
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats meerdere stenen (bij voorkeur clusters van 6-20 nestgelegenheden, met invliegopening 34mm bij elkaar. Mussen broeden in kolonies. Oriëntatie: Noorden of oosten of in schaduw van dakgoot/overstek van 30cm, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: Minimaal op 2 en maximaal op 15 meter hoog
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
7
A3. Neststeen / open stootvoeg / entreesteen (gewone dwerg)vleermuis
1 punt
De gewone dwergvleermuis komt vooral voor in gebieden met bebouwing nabij een groene omgeving. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Het plaatsen van inmetselstenen of andere vleermuisvoorzieningen is van groot belang om deze en andere vleermuissoorten te helpen bij het bieden van een verblijfplaats. Let op! Het punt is ook te behalen door op een andere manier ruimtes in het gebouw vrij te laten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen (minimaal 1,5cm breed en 4cm hoog) of entreestenen om een niet-geïsoleerde spouwmuur of tussenspouw (ruimte tussen twee nieuwbouwwoningen) toegankelijk te maken. Of door ruimte achter de gevelbetimmering te laten of onder of in (dubbele) daklijsten ruimte te maken. Alle maatregelen t.b.v. vleermuizen genoemd op https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/ tellen. Let op! Rond verblijfplaatsen dient voldoende beschut en insectenrijk habitat aanwezig te zijn: voedsel voor de vleermuizen! Plant binnen het project dus ook inheemse bomen, struiken en bloemen waarin ook insecten voedsel zoeken en zich voortplanten.
per inbouwsteen vanaf e 28,per entreesteen (om vleermuizen toegang te geven tot een spouwmuur) vanaf e 16,
Geschatte kosten (excl. btw):
Baten: Biodiversiteit • (gewone dwerg) vleermuis
Eisen en randvoorwaarden Eis: Meerdere stenen per locatie heeft de voorkeur, eventueel aan elkaar geschakeld. Oriëntatie: Voorkeur voor de zonnige zuidwestzijde Hoogte/lengte: Tussen de vier meter (ondergrens) en vijftig meter (bovengrens) hoogte. Overige: De aanvliegroute naar de kast vrij houden, dus niet boven ramen inbouwen, geen bomen of struiken voor de muur laten groeien en geen zonwering of iets dergelijks. De kasten moeten vrij zijn van lichtverstoring.
Aanbevelingen
Foto 1: Deze inbouwsteen kan gebruikt worden in de spouw als schuilplaats voor één of enkele exemplaren of als paarplek. De inbouwsteen is ook geschikt als kraamverblijf, hiervoor moeten wel meerdere stenen aan elkaar geschakeld worden zodat er een grotere ruimte ontstaat. Hiervoor kan men links en/of rechts het houten schot wegnemen. De vleermuizen kunnen op deze manier van de ene naar de andere steen kruipen. Foto 2: Deze entreesteen is gemaakt om vleermuizen toegang te geven tot een spouwmuur. Waar vleermuizen zitten kan men uitwerpselen vinden. De inbouwstenen dus beter niet boven een deur, raam of balkon plaatsen. Bron: Vivara Pro
PAGINA
8
A4. Neststeen zwarte roodstaart 1 punt
Baten: Biodiversiteit • zwarte roodstaart e.a. (bijvoorbeeld kwikstaart, roodborst, winterkoning, grauwe vliegenvanger)
Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: Noorden of oosten Hoogte/lengte: Plaats de nestkast of -steen boven de 3 meter hoogte
Aanbevelingen De zwarte roodstaart is een insecteneter. Door deze maatregel te combineren met maatregelen die insecten trekken (zoals het planten van inheemse hagen, heesters, bloemen en planten), kan het succes van de nestkasten worden vergroot. De zwarte roodstaart mijdt natte gebieden en gebieden met dichte en hoge gewassen.
Foto’s: Vivara Pro Bron Factsheet Zwarte Roodstaart, Vogelbescherming (2018)
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 20,- per inbouwsteen/kast
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
De zwarte roodstaart leeft het grootste deel van het jaar solitair of in paren en zingt vanaf een hoge zangpost. Het is cruciaal voor de zwarte roodstaart dat er in de omgeving van het nest open, zonnige, droge, niet ingerichte terreinen aanwezig zijn. De zwarte roodstaart heeft een voorkeur voor grootschalige nieuwbouw en houdt niet zo van een groene en begroeide omgeving. Behoud dus kleine stukjes braakland met korte vegetatie.
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
9
A5. Insectensteen 1 punt. Professioneel insectenhotel - 5 punten
Inbouwstenen dragen bij aan een gezonde wilde bijen- en vlinderpopulatie in de stad. Bijen en vlinders zijn een belangrijke schakel in de voedselketen. Bij grotere projecten mag er als alternatief ook een groot insectenhotel met een oppervlakte van minimaal 1 m2. worden geplaatst op een zonnige, beschutte plek in de omgeving. Combineer met bijvoorbeeld ‘groene gevels’ (B3) of ‘geveltuintjes’ (B4). Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 28,- per neststeen Baten: Biodiversiteit • wilde bijen, hommels, vlinders en allerlei andere insecten zoals spinnen, lieveheersbeestjes en oorwormen.
Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: Zonzijde: zuid, zuidoost, zuidwest, west. Beschut tegen regen en wind. Hoogte/lengte: Plaats stenen op minimaal 50 cm en maximaal 2m hoogte. Beplantingseisen: Dichtbij inheemse nectar- en stuifmeeldragende bloemen, planten en/of struiken. Overige: De neststenen kunnen zowel groepsgewijs als afzonderlijk aangebracht worden.
Aanbevelingen
Plaats insectenhotels op luwe, zonnige en bloemrijke plek (dus niet in de schaduw van een gebouw of boom!). Bijenhotels kunnen ook op het dak worden geplaatst. Afbeeldingen: Vivara / Veldshop
PAGINA
10
A6. Neststeen huiszwaluw
1 punt per neststeen met 2 kommetjes
Baten: Biodiversiteit • huiszwaluw
Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: De huiszwaluw heeft geen duidelijke voorkeur voor nestplekken op een bepaalde windrichting, maar gevels op het noordwesten zijn het minst favoriet. Hoogte: Plaats op minstens 4 en maximaal 10 meter hoog. Overige: Plaats onder een overstekende, liefst witte / wit geverfde dakrand. Plaats in ieder geval een deel van de nestkommetjes bij elkaar. Zorg voor een vrije aanvliegroute voor de zwaluwen naar het nest, dus geen hoge struiken of andere bebouwing vlakbij de nesten. Voor de huiszwaluw moet er water en klei in de buurt van de nestlocatie zijn. Aanbevelingen Plaats de nesten in combinatie met een mestplankje. Dit voorkomt overlast door uitwerpselen. Een waterrijke omgeving en insectenrijk grasland binnen 500m van het nest heeft de voorkeur. Binnen die afstand wordt namelijk naar voedsel gezocht. En rond het water houden de grootste aantallen vliegende insecten (muggen) zich op. Een modderpoel binnen een straal van 200 meter van de nestgelegenheid zorgt ervoor dat de huiszwaluwen zelf aanvullende nesten kunnen bouwen.
Foto’s: Vivara Bron: Vogelbescherming (2018), Factsheet Huiszwaluw
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 19,- per steen met 2 kommetjes
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
De huiszwaluw is een sociale vogel die in kolonies broedt. Vooral nabij open en waterrijk gebied, in de omgeving van allerlei typen gebouwen en bruggen, die voor de huiszwaluw als alternatieve rotspartijen kunnen dienen.
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
11
A7. Eigen initiatief: in overleg 1 punt
Er kan ook een eigen maatregel worden geformuleerd - voor één van bovenstaande soorten of voor een andere gebouw-bewonende soort. Zo zijn gebouwen hoger dan tachtig meter geschikt als broedplaats voor de slechtvalk. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
PAGINA
12
ONDERWERP
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Bij grotere projecten kunnen er ook punten gehaald worden met het bewust maken van toekomstige bewoners, zoals door als ontwikkelaar de nieuwe bewoner de mogelijkheid te geven een groene tuin mee te kopen (tuinontwerp, -ontwikkeling en -aanleg) en zo onderdeel te laten zijn van de hypotheek (zie categorie C). Volop mogelijkheden dus! In de openbaar toegankelijke ruimte is ook van alles mogelijk, zoals de aanleg van nestkasten voor nietgebouwbewonende soorten, het toepassen van extensief maaibeheer, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en nog veel meer (zie maatregelen in categorie D).
ONDERWERP
Ook in de tuin zijn volop opties: bijvoorbeeld groene hagen als erfafscheiding (B7), het realiseren van kleine openingetjes in die erfafscheiding voor de egel (B8), inheemse boompjes of struiken planten (B9) en de verharding beperken (B10).
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Een groen dak in Arnhem Groen West AAN / Een net aangelegde geveltuin in het Spijkerkwartier © Marleen Michels
PAGINA
Met alleen het creëren van verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten zijn we er nog niet! Om dieren voldoende leefgebied te geven moeten er ook groene maatregelen worden getroffen in de directe omgeving van het gebouw.
13
B. OPSTALGEBONDEN MAATREGELEN
Baten: Biodiversiteit • Leefgebied voor wilde bijen, vlinders en vogels. Klimaatverandering • Een groen dak draagt flink bij aan infiltratie. Een win-win dus. Want ontwikkelaars zijn wettelijk verplicht om hemelwater op eigen terrein te verwerken. • Verkoeling in en om het huis door verdamping • Energiebesparing: in de zomer blijft het langer koel in huis, in de winter zorgt het groene dak er juist voor dat warmte in huis niet ontsnapt via het dak • CO2-vastlegging Natuurbeleving • Het groene dak creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit (een groen dak bindt 1 kg fijnstof/m2) • Zonnepanelen leveren een hoger rendement doordat ze minder heet worden • Verdubbeling levensduur dak: de begroeiing beschermt het dakbedekkingsmateriaal tegen UV en zoninvloeden.
Aanbevelingen
Extensieve groene daken hebben nauwelijks onderhoud nodig. Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
Eisen en randvoorwaarden Eis: De 50 m2 moet bij voorkeur aaneengesloten te zijn (dus liever op het dak dan op schuurtjes). Hoogte/lengte: Hoe dikker de substraatlaag, hoe beter. Bij 5-7cm kan alleen sedum geplaatst worden, bij 7-15cm ook grassen/kruiden, bij 15-30cm ook dwergheesters en bij 30-50 cm ook struiken. Wel aanpassen op de draagkracht van het dak. Beplantingseisen: Het dak dient aangeplant te worden met zo veel mogelijk verschillende soorten inheemse sedum, kruiden e.d. met variatie in bloeitijd. Overige: Een groendakopbouw bestaat uit een vegetatiemat met daaronder een substraat- en drainagelaag.
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): E 35,- tot E 80,- per m² voor een groen sedumdak tot E 50,- tot E 100, - per m² voor een meer intensief groen dak met struiken, planten en bomen. Bij een gemiddeld dakoppervlak (50 m2) kost een groen sedumdak dus tot E 4.000,-.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
15 punten per 50m2 bij sedum, + 3 punten voor toevoeging grassen en kruiden, +3 punten voor toevoeging dwergheesters en/of struiken. Groene daken met inheemse grassen en kruiden bieden een prima plek voor allerlei dieren en planten en hebben legio andere voordelen.
PAGINA
14
B. Gevel/Dak B1. Groen plat dak
15
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
B2. Hellend sedumdak
15 punten per 50m2
Groen dak met leefgebied voor insecten. Extensieve groendaken zijn geschikt voor daken met een helling van soms wel 35°. Bij een hellingsgraad van meer dan 35° moeten speciale verankeringen worden voorzien. Geschatte kosten (excl. btw): E 35,- tot E 80,- per m² voor een groen sedumdak. Bij een gemiddeld dakoppervlak (50 m²) dus tot E 4.000,-.
Baten: Biodiversiteit • Leefgebied voor wilde bijen, vlinders en vogels. Klimaatverandering • Een groen dak draagt flink bij aan infiltratie. Een win-win dus. Want ontwikkelaars zijn wettelijk verplicht om hemelwater op eigen terrein te verwerken. • Verkoeling in en om het huis door verdamping Energiebesparing: in de zomer blijft het langer koel in huis, in de winter zorgt het groene dak er juist voor dat de warmte in huis niet ontsnapt via het dak • CO2-vastlegging Natuurbeleving • Het groene dak creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit (een groen dak bindt 1 kg fijnstof/m2) • Zonnepanelen leveren een hoger rendement doordat ze minder heet worden • Verdubbeling levensduur dak: de begroeiing beschermt het dakbedekkingsmateriaal tegen UV en zoninvloeden.
Eisen en randvoorwaarden Eis: Om de volledige 15 punten te scoren moet 50 m2 dak beplant zijn met zo veel mogelijk verschillende soorten sedum Hoogte/lengte: Dakhelling tot maximaal 45 graden. Beplantingseisen: Veel verschillende soorten sedum om een diversiteit in bloeitijd te creëren. Overige: Het draagvermogen van de dakconstructie dient minimaal 100 kg/m2 te bedragen. Aanbevelingen
Hoe meer diversiteit aan soorten worden aangeplant, hoe meer insecten gebruik kunnen maken van het dak. Gaat uitstekend samen met zonnepanelen. Een sedumdak heeft een laag gewicht. Het is onderhoudsarm. Ook op monumenten kan in overleg met een erfgoedadviseur een groen dak worden aangelegd als hiervoor een omgevingsvergunning is afgegeven.
Foto: groene daken in de wijk Nieuw-Monnikenhuizen in Arnhem © Anne Luijten, gemeente Arnhem
5 punten
Geschatte kosten (excl. btw): tussen de E 50,- en E 350,- per vierkante meter (frames en beplanting). Baten: Biodiversiteit • Huismussen en andere vogels (dekking, voedsel, nestgelegenheid), vleermuizen, vlinders, wilde bijen Klimaatverandering • Verbetert wateropvang en infiltratie • Verkoeling in en om het huis door verdamping • Energiebesparing dankzij natuurlijke isolatie • CO2-vastlegging Natuurbeleving • De groene gevel creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving en verfraait het straatbeeld Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit • Minder geluidsoverlast
Eisen en randvoorwaarden Eis: De minimale eenheid is 3m breed, 2m hoog. Hoogte/lengte: De groene gevel moet zo worden aangelegd dat planten tot minimaal 2 meter hoog kunnen groeien. Beplantingseisen: De oriëntatie van de gevel (zon/schaduw) bepaalt welke soorten gevelbeplanting geschikt zijn. Gebruik vogel- en vlindervriendelijke klimplanten die bij voorkeur zelfvoorzienend zijn wat betreft water en voeding. Bijvoorbeeld klimop, bosrank, kamperfoelie, wilde hop, bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, of clematis. Zie ook https://www.arnhemklimaatbestendig.nl/maatregelen/groene-gevels/ Aanbevelingen Mussen houden ervan zich te verstoppen in hoog, gesloten gevelgroen. Kies bijvoorbeeld voor klimop (hedera). Klimop is een makkelijke plant die bijna overal groeit en weinig eisen stelt. In een mum van tijd heb je een groenblijvende gevel en tegelijkertijd een plek waar mussen en andere vogels veilig kunnen schuilen én kunnen eten van de heerlijke besjes. Bovendien kleurt hij het hele jaar door de tuin groen. Deze klimplant doet het overal goed, ook in kleine en schaduwrijke tuinen. Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
ONDERWERP
Een groene gevel (een gevel die groenbedekt is) kan bestaan uit: 1. Zelfhechtende klimplanten, bijvoorbeeld klimop en driedelige wingerd; 2. Klimplanten die een steunconstructie nodig hebben om te groeien en klimmen, zoals blauwe regen, bosrank, kamperfoelie en wilde hop. Een rek voor klimplanten kan het best minimaal 6 cm van de muur worden geplaatst. Dit geeft voldoende ruimte en steun voor vogelnesten én volop groeiruimte voor de planten; 3. Een groene muur: planten groeien vanuit bakken aan de gevel of op een substraat dat aan de gevel is bevestigd. Bijvoorbeeld bitterzoet, heggerank, varen, kruiden. Optie 1 & 2 (grondgebonden) hebben de voorkeur.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Aanplant van beplanting die tegen de gevel groeit (al of niet op een losse constructie) op een muur met weinig of geen ramen.
PAGINA
16
B3. Groene gevel
17
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
B4. Geveltuin
1 punt
Een geveltuin is beplanting die voor de gevel staat: een strook begroeide (openbare) ruimte, die gelegen is voor een bouwblok en onderhouden wordt door een bewoner of eigenaar van het pand. De beplanting is een bron van voedsel zoals nectar, stuifmeel of bessen, biedt nestgelegenheid voor vogels en kan ook functioneren als steppingstone tussen grotere groengebieden. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf E 50 per strekkende meter (grond, planten). Baten: Biodiversiteit • Huismus, egel, vlinders, bijen Klimaatverandering • Verbetert wateropvang en infiltratie • Verkoeling in en om het huis door verdamping • Energiebesparing dankzij natuurlijke isolatie • CO2-vastlegging Natuurbeleving • Zorgt voor een rustgevende en stress-verlagende omgeving en verfraait het straatbeeld Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit • Minder geluidsoverlast
Eisen en randvoorwaarden Eis: Hoogte/lengte: Een goed functionerende geveltuin is ongeveer 45cm diep (ca 1,5 stoeptegel) en 120cm breed. Beplantingseisen: Kies voor vogel- en vlindervriendelijke klimmers en planten . Aanbevelingen
Een geveltuin is de minst onderhoudsintensieve vorm van verticaal groen: bewatering en bemesting zijn nauwelijks nodig.
Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
PAGINA
18
B5. Geen lichtuitstraling bouwblok dankzij vleermuisvriendelijke verlichting of geen verlichting 1/3/5/10 ptn*
Afbeelding: gemeente Ede
Eisen en randvoorwaarden Eis: Als weglaten van buitenverlichting geen optie is, dan vleermuisvriendelijke verlichting plaatsen. Gebruik van bewegingsmelder. Tegengaan van uitstraling binnenverlichting (afscherming), zeker op plaatsen waar de bouwblokken grenzen aan groene omgeving (openbaar groen). Overige: Vogel- en vleermuisvriendelijke verlichting is verlichting met aangepast armatuur, waardoor geen uitstraling naar boven plaatsvindt, of speciale lampen zoals de LED Batlamp.
ONDERWERP
Baten: Biodiversiteit • vleermuizen, vogels
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
* Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten). Hoe minder verlichting wordt toegepast aan bebouwing, hoe beter het is voor vogels en vleermuizen. Als het weglaten van verlichting geen optie is moet vogel-en vleermuisvriendelijke verlichting toegepast worden. De volle punten worden verdiend als over het hele project aantoonbaar rekening gehouden is met het bepeerken van de lichtuitstraling.
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
19
B6. Eigen initiatief: in overleg 1 tot 25 punten
Er kan ook een eigen maatregel worden geformuleerd om gevels en/of daken geschikt te maken voor dieren, mits goed beargumenteerd hoe deze maatregel de biodiversiteit binnen het project vergroot. Bijvoorbeeld een bruin dak, bestaande uit zand met fijn puin, schelpen en steentjes en zeer geschikt als leefgebied voor de zwarte roodstaart en andere vogelsoorten. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
Foto’s: Nina Kopp, Marleen Michels, Nanda Sluijsmans
PAGINA
20
B. Tuin B7. Groene erfafscheiding per huis met 25% groene hagen als erfafscheiding 1 punt (huis met volledige groene hagen als erfafscheiding = 2 punten)
Baten: Biodiversiteit • Huismussen (schuilplek + voedsel in de vorm van besjes), egels (schuilplek, doorgang), insecten. Klimaatverandering • Een groene haag neemt regenwater op, vangt fijnstof uit de lucht en zorgt voor verkoeling in hete periodes.
Aanbevelingen
Afbeelding: gemeente Ede
Eisen en randvoorwaarden Eis: Als er geen ruimte is voor een haag, kan er gekozen worden voor groene klimplanten tegen een omheining. Bijvoorbeeld een hek van betongaas of een natuurlijk tuinscherm (wilgenhout) met begroeiing. Dit levert de helft van de punten van een groene haag op. Een gemengde haag (2 of meer soorten die aantrekkelijk zijn voor vlinders en insecten) is dubbele punten Hoogte/lengte: Hoogte van minsten 80 cm en breedte van minstens 50 cm. Beplantingseisen: Klimop (hedera), liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, sleedoorn, taxus, beuk, haagbeuk of andere soorten die aantrekkelijk zijn voor vlinders en insecten (vrucht- en besdragende of nectarproducerende soorten).
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): Bij nieuwbouw is er normaal gesproken geen meerprijs voor natuurlijke erfafscheidingen t.o.v. een hekwerk of muur. De kosten zijn afhankelijk van het soort en de grootte. Volwassen hagen zijn duurder in aanschaf dan kleinere hagen die nog moeten groeien. Een groene erfafscheiding kun je al aanschaffen vanaf E 30 per meter. Zie ook: https://klimaatklaar.nl/jij/leg-groene/ https://www.milieucentraal.nl/in-en-om-het-huis/tuinieren/tuinontwerp/haag-of-schutting-om-je-tuin/ https://www.arnhemklimaatbestendig.nl/maatregelen/groene-grens/