CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Vast te stellen BP Chw Mooieweg 23 - Tekst

Politieke Avond 22 december 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan 'Chw Mooieweg 23'23.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Chw Moo 23

Cluster Beleid en Regie, Gemeente Arnhem

Bestemmingsplan Plan

Colofon Plan: Gemeente: Plannummer:

Chw Mooieweg 23 Arnhem 988

IMRO-identificatie: Huidige status: Plantype: Locatie:

NL.IMRO.0202.988-0301 vastgesteld bestemmingsplan

Projectleider: Datum:

10-11-2021

Chw Mooieweg 23

Chw Mooieweg 23

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Situering en begrenzing plangebied

7

1.3

Opzet bestemmingsplan

8

1.4

Geldende plannen

9

Algemeen

9

1.4.1

1.4.2 Bestemmingen en aanduidingen 1.4.2.1 Algemeen 1.4.2.2 Wonen 1.4.2.3 Tuin 1.4.2.4 Waarde - Archeologie 1.4.2.5 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

9

1.4.3

Strijdigheid

10

1.5

Leeswijzer

10

Hoofdstuk2

Beschrijving plangebied

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

11

2.3

Verkeer en parkeren

13

2.4

Groenstructuur

13

2.5

Water

13

2.6

Monumenten en archeologie

13

Hoofdstuk3

Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Uitgangspunten

15

2

3.2.1 Structuurvisie Arnhem 2020-2040 3.2.1.1 Algemeen 3.2.1.2 Wonen 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Arnhem 2020-2040

15

3.2.2 De Arnhemse Woonprincipes 2025 3.2.2.1 Algemeen 3.2.2.2 Woonprincipes 2025 3.2.2.3 Wonen, Welzijn en Zorg versus Langer Zelfstandig Wonen 3.2.2.4 Regionale woondeal 3.2.2.5 Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025

15

3.2.3 Welstandsnota 2015 3.2.3.1 Algemeen 3.2.3.2 Beeldkwaliteitsparagraaf 3.2.3.3 Toetsing aan de Welstandsnota 2015

17

3.2.4 Groenbeleid 3.2.4.1 Groenvisie 2017-2035 3.2.4.2 Bomenplan 2020 3.2.4.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid

18

3.2.5 Gemeentelijk parkeerbeleid 3.2.5.1 Algemeen 3.2.5.2 Fiets

18

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

3.2.5.3 Openbaar vervoer 3.2.5.4 Parkeren 3.2.6 Energie en klimaat 3.2.6.1 Beleid 3.2.6.2 Energievisie

19

3.2.7

20

Stadsklimaat

3.2.8 Ontwikkelingen aan de Mooieweg 3.2.8.1 Algemeen 3.2.8.2 Streefbeelden 3.2.8.3 Randvoorwaarden 3.2.8.4 Toetsing van het initiatief aan de notitie Ontwikkelingen aan de Mooieweg 3.3

20

Ruimtelijke opzet en structuur

22

3.3.1

Ruimtelijke opzet

22

3.3.2

Bijgebouwen en bebouwingsvrije zones

23

3.3.3 Beeldkwaliteitseisen 3.3.3.1 Algemeen 3.3.3.2 Massa en vorm 3.3.3.3 Materiaal en kleurgebruik 3.3.3.4 Erfafscheidingen 3.4

24

Verkeer en mobiliteitsaspecten

25

3.4.1

Parkeren

25

3.4.2

Verkeer

25

3.4.3

Conclusie

25

Rijks- en provinciaal beleid

25

3.5.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.5.1.1 Algemeen 3.5.1.2 Vier prioriteiten 3.5.1.3 Afwegingsprincipes 3.5.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI

25

3.5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) 3.5.2.1 Algemeen 3.5.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking

26

3.5.3 Omgevingsvisie Gelderland 3.5.3.1 Algemeen 3.5.3.2 Stadsregio Arnhem-Nijmegen 3.5.3.3 Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking 3.5.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland

27

3.5.4 Omgevingsverordening Gelderland 3.5.4.1 Algemeen 3.5.4.2 Relevante artikelen 3.5.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland

28

3.5

Hoofdstuk4

Milieu- en omgevingsaspecten

31

4.1

Inleiding

31

4.2

Milieu- en omgevingsaspecten

31

4.2.1 Geluid 4.2.1.1 Wettelijk kader 4.2.1.2 Beleidsplan Geluid 4.2.1.3 Situatie plangebied 4.2.1.4 Conclusie geluid

31

4.2.2

32

Luchtkwaliteit

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

3

Chw Mooieweg 23

4.2.2.1 Beoordelingskader 4.2.2.2 Situatie plangebied 4.2.2.3 Conclusie 4.2.3 Hinder - milieuzonering 4.2.3.1 Algemeen 4.2.3.2 Gebiedstypen 4.2.3.3 Geurhinder van industriële bedrijven 4.2.3.4 Situatie plangebied 4.2.3.5 Conclusie

33

4.2.4 Hinder - geur 4.2.4.1 Algemeen 4.2.4.2 Situatie plangebied

34

4.2.5 Externe veiligheid 4.2.5.1 Wettelijk kader 4.2.5.2 Situatie plangebied 4.2.5.3 Conclusie

35

4.2.6 Groen en ecologie 4.2.6.1 Algemeen 4.2.6.2 Gebiedsbescherming 4.2.6.3 Soortenbescherming 4.2.6.4 Groenbeleid 4.2.6.5 Conclusie

37

4.2.7 Water 4.2.7.1 Beleid 4.2.7.2 Situatie plangebied 4.2.7.3 Conclusie

39

4.2.8 Bodem 4.2.8.1 Algemeen 4.2.8.2 Onderzoeksresultaten 4.2.8.3 Conclusie

40

4.2.9 Cultuurhistorie 4.2.9.1 Algemeen 4.2.9.2 Provinciaal beleid 4.2.9.3 Gemeentelijk beleid 4.2.9.4 Situatie plangebied 4.2.9.5 Conclusie

41

4.2.10 Archeologie 4.2.10.1 Algemeen 4.2.10.2 Gemeentelijk beleid 4.2.10.3 Situatie plangebied 4.2.10.4 Conclusie

42

4.2.11

Stadsklimaat

42

4.2.12 M.e.r.- toets 4.2.12.1 Kader 4.2.12.2 Situatie plangebied

42

4.3

Kabels, leidingen en straalpaden

44

Hoofdstuk5

Planbeschrijving en -verantwoording

45

5.1

Inleiding

45

5.2

Opzet van de regels

45

5.2.1

Inleidende regels

45

5.2.2

Bestemmingsregels

45

4

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

5.2.3

Algemene regels

46

5.2.4

Overgangs- en slotbepalingen

46

Verantwoording van de regels

46

5.3.1

Algemeen

46

5.3.2

Afzonderlijke bestemmingen

47

5.3.3

Groen

47

5.3.4

Tuin

47

5.3.5

Wonen

47

5.3.6

Waarde - Landschap

47

5.4

Handhaving

48

5.5

Exploitatie

48

Hoofdstuk6

Procedure

49

6.1

Vooroverleg

49

6.2

Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)

49

Hoofdstuk1

Inleidende regels

52

Artikel 1

Begrippen

52

Artikel 2

Wijze van meten

55

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

56

Artikel 3

Groen

56

Artikel 4

Tuin

56

Artikel 5

Wonen

56

Artikel 6

Waarde - Landschap

58

Hoofdstuk3

Algemene regels

60

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

60

Artikel 8

Algemene bouwregels

60

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

60

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

60

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

61

Artikel 12

Overige regels

62

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

64

Artikel 13

Overgangsrecht

64

Artikel 14

Slotregel

64

5.3

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen

Bijlage 2

Quickscan Flora & Fauna en Boomeffectanalyse

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsparagraaf

Bijlage 4

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

5

Chw Mooieweg 23

Bijlage 5

Watertoets

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

6

Boomeffectanalyse

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

Toelichting bij het bestemmingsplan 'Chw Mooieweg 23' (plannummer: NL.IMRO.0202.988-0301)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Mooieweg 23 in de wijk Rijkerswoerd, in het zuiden van Arnhem, bevindt zich een woonperceel met één vrijstaande woning en bijbehorende bouwwerken. Het voornemen is ter plaatse gefaseerd drie vrijstaande woningen te realiseren. Fase één voorziet hierbij in het realiseren van één vrijstaande woning in het westelijke deel van het plangebied. Fase twee voorziet in de sloop van de bestaande woning en het realiseren van twee nieuwe vrijstaande woningen in het oostelijke deel van het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Bestemmingsplan Arnhem Zuid-Oost", aangezien de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van in totaal drie woningen ontbreken. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd om het voornemen mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening'. Waarom een 'Chw' plan? Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft onze gemeente aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' onder artikel 7g van het 'Besluit uitvoering Crisisen herstelwet'. In een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen meer regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.

In het bestemmingsplan 'Chw Gaardenhage' maken we gebruik van de mogelijkheden van de crisis en herstelwet door regels op te nemen in het kader van natuurinclusief bouwen.

1.2

Situering en begrenzing plangebied

Het plangebied bestaat uit het woonperceel Mooieweg 23 in Arnhem. In afbeelding 1.1 is de situering van het plangebied indicatief met rode cirkel ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

7

Chw Mooieweg 23

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3

Opzet bestemmingsplan

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare Bestemmingsplannen) 2012. De SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer, de Huisvestingswet en de Erfgoedwet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.

8

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

1.4

Geldende plannen

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het "Bestemmingsplan Arnhem Zuid-Oost", dat op 4 juli 2011 door de gemeenteraad van Arnhem is vastgesteld. Daarnaast ligt het plangebied ook in de bestemmingsplannen "Facetplan parkeren" en "Facetplan woningsplitsing en verkamering". Deze facetplannen voorzien in een juridisch-planologische doorvertaling van het gemeentelijke parkeerbeleid en het gemeentelijke beleid ten aanzien van woningsplitsing en verkamering. Relevante regels uit deze facetplannen worden in voorliggend bestemmingsplan overgenomen, maar verder is met name het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Arnhem Zuid-Oost" relevant. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode lijn weergegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding "Bestemmingsplan Arnhem Zuid-Oost" (Bron: ruimtelijke plannen) 1.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Algemeen Op basis van het "Bestemmingsplan Arnhem Zuid-Oost" is het plangebied voorzien van de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en 'Waarde - Archeologie' en de gebiedsaanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'. Binnen de woonbestemming is ter plaatse van de huidige woning de maatvoeringsaanduing 'maximum bouwhoogte: 8 m, maximum goothoogte: 5 m' opgenomen. Daarnaast is een bouwvlak en de bouwaanduiding 'bijgebouwen' opgenomen.

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

9

Chw Mooieweg 23

1.4.2.2 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor het wonen en daaraan ondergeschikt voor groen- en speelvoorzieningen, buurtwegen, woonstraten en andere voorzieningen ten behoeve van het verkeer en verblijfsgebieden. Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen, met inachtneming van de aangegeven maximumbouwhoogten en voor zover aangegeven de maximumgoothoogten uitsluitend de in de gegeven bestemming passende hoofdbebouwing, aan- of uitbouwen, bijgebouwen en andere binnen de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen aan- en uitbouwen aan de hoofdbebouwing en bijgebouwen worden gebouwd. De oppervlakte aan aan- en uitbouwen aan de hoofdbebouwing en aan bijgebouwen is afhankelijk van de oppervlakte van het gebied met de aanduiding 'bijgebouwen'. In de algemene regels is bepaald dat, indien er een bouwvlak aanwezig is, uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd mag worden. 1.4.2.3 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen ten behoeve van aangrenzende (woon)bestemmingen. De gronden mogen niet worden bebouwd. 1.4.2.4 Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.

1.4.2.5 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Ter plaatse van de aanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied zijn de gronden naast de overige aangegeven bestemmingen tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Ter plaatse mogen geen bouwwerken dieper dan 4 meter worden gebouwd. Opgemerkt wordt dat de procincie het grondwaterbeschermingsgebied in haar verordening heeft aangepast, waardoor het plangebied niet meer binnen het grondwaterbeschermingsgebied ligt. Deze gebiedsaanduiding wordt dan ook niet overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van drie vrijstaande woningen is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. In deze toelichting zal aangetoond worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke onderbouwing.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 op de bestaande situatie van het plangebied ingegaan. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de uitgangspunten, de ruimtelijke en programmatische aspecten van de gewenste ontwikkeling en het rijks- en provinciaal beleid. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsthema's aan bod. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de plansystematiek. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 op de procedure ingegaan.

10

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren, monumenten en archeologie, groenstructuur en tot slot water.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt in de wijk Rijkerswoerd aan de Mooieweg 23. Rijkerswoerd is gebouwd als de laatste wijk binnen de grenzen van de compacte stad in Arnhem-Zuid, ten oosten van de Nijmeegseweg en ten zuiden van Vredenburg. Het is een multifunctionele woonwijk, met scholen, een sportcomplex, een veelzijdig voorzieningencentrum, scholen, groen, recreatieve voorzieningen en een bedrijventerrein. De wijk is aangesloten op de zich langs de Burgemeester Matsersingel uitstrekkende stedelijke zone van het zuidelijke stadsdeel en wordt, net als andere wijken van Arnhem, omgeven door groen. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving van het plangebied kenmerk zich vooral door woonbebouwing en groenpercelen. Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde door woonpercelen begrensd. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt het plangebied door de Mooieweg begrensd. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4.150 m2 en bestaat qua bebouwing uit een woning met aanbouw en twee bijgebouwen met een oppervlakte van circa 180 m2. De bebouwing bevindt zich in het oostelijke deel van het plangebied. Alle aanwezige bebouwing bestaat uit een bouwlaag met een kap. Rondom de aanwezige bebouwing is erfverharding aanwezig. Het plangebied wordt door middel van één in- en uitrit op de Mooieweg ontsloten. Het westelijke deel van het plangebied bestaat uit gazon.

Verder is het bestaande erf ruim voorzien van bomen en overig opgaand groen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. Afbeelding 2.2 bevat een vogelvlucht. Afbeelding 2.3 bevat een straatbeeld vanaf de Mooieweg.

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

11

Chw Mooieweg 23

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.2: Vogelvlucht plangebied (Bron: Buro Hofstede)

12

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

Afbeelding 2.3: Straatbeeld Mooieweg (Bron: Google Streetview)

2.3

Verkeer en parkeren

Het plangebied ligt aan de Mooieweg, een rustige woonstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur. Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich de ontsluitingsweg van het gebied, de Erasmussingel. Dit betreft een woonstraat zonder aangewezen voet-, fiets- en parkeervoorzieningen. De weg heeft het van oudsher landelijk karakter behouden met een smal wegprofiel met bermen en sloten.

2.4

Groenstructuur

Binnen het plangebied zijn bomen en ander opgaand groen aanwezig. Ten behoeve van het voornemen is een boomeffectanalyse, als onderdeel van de quickscan flora en fauna uitgevoerd, waarin is ingegaan op de bestaande bomen en de kwaliteit van de bomen. Zie hiervoor hoofdstuk 9 van de als bijlage 2 bijgevoegde Quickscan flora & fauna en Boomeffectanalyse. In de huidige situatie is circa 1440 m2 van de gronden voorzien van een tuinbestemming.

2.5

Water

Er bevindt zich in en direct rondom het plangebied geen oppervlaktewater. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 9,5 meter +NAP. Het grondwater bevindt zich op circa 88 centimeter beneden maaiveld. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.

2.6

Monumenten en archeologie

De bestaande bebouwing in het plangebied is niet aangemerkt als rijks- of gemeentelijke monumenten en zijn niet karakteristiek of anderszins beschermingswaardig. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.2.9 en 4.2.10.

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

13

Chw Mooieweg 23

14

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 3.1

Inleiding

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie in en om het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete ontwikkeling binnen het plangebied en de uitgangspunten die naar aanleiding van de analyse zijn opgesteld.

3.2

Uitgangspunten

3.2.1

Structuurvisie Arnhem 2020-2040

3.2.1.1 Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Het plangebied maakt geen deel uit van een 'koersgebied'. In voorliggend geval is met name het thema 'Wonen' relevant. 3.2.1.2 Wonen Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. Demografische ontwikkelingen treden niet overal in gelijke mate op. De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. De gemeentelijke bevolkingsprognoses en de gegevens van het Woningbouw Kompas laten het volgende beeld zien. Voor de periode tot circa 2030 is sprake van een behoefte aan bruto 12.000 nieuw te bouwen woningen, inclusief vervanging en sloop. De feitelijke realisatie in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt.

Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken en mogelijk zal omslaan naar een daling van de bevolking in Arnhem. Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. Dit zijn geen harde getallen. Het geeft de verwachting weer naar huidige inzichten met een inschatting van het bouwvolume dat gedurende deze periode afgezet kan worden op de Arnhemse woningmarkt. Er zal regelmatig worden herijkt. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de StructuurvisieArnhem 2020-2040 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toevoegen van 2 woningen op een bestaand woonperceel. Hiermee wordt enerzijds tegemoetgekomen aan de kwantitatieve woningbouwbehoefte. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in het realiseren van twee extra vrijstaande woningen die voor doorstroming op de woningmarkt zorgen, waardoor andere bestaande woningen weer vrij komen voor andere doelgroepen (bijvoorbeeld starters en (jonge) gezinnen). Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de 'Structuurvisie Arnhem 2020-2040'. 3.2.2

De Arnhemse Woonprincipes 2025

3.2.2.1 Algemeen In 'De Arnhemse Woonprincipes 2025' en het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling is opgenomen welke strategische koers we volgen die er zorg voor moet dragen dat Arnhem ook in de toekomst een aantrekkelijke woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen. Het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling bevat de marsroute over hoe we de komende jaren de woningbouw vorm willen geven. Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de "Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

15

Chw Mooieweg 23

middenhuurcategorie en het hogere segment. 3.2.2.2 Woonprincipes 2025 De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Arnhemse Woonprincipes: 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners.

Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad 3.2.2.3 Wonen, Welzijn en Zorg versusLanger Zelfstandig Wonen Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen preventief aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden.. We faciliteren het (langer) zelfstandig wonen, door in de directe of nabije woonomgeving mogelijkheden te scheppen dat arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen kunnen worden geboden. 3.2.2.4 Regionale woondeal Het Rijk, de provincie Gelderland en 18 gemeenten hebben afspraken gemaakt om samen snel meer woningen te bouwen in de regio Arnhem-Nijmegen. De afgelopen jaren is de regio als geheel en de steden Arnhem en Nijmegen in het bijzonder, snel gegroeid. De prognoses tot 2030 en 2040 laten zien dat deze groei doorzet en dat de woningtekorten oplopen.

Ook zijn de complexe leefbaarheidsopgaven, de strategische ligging en de groene ambities van de regio mede aanleiding geweest voor het sluiten van een Woondeal. De Woondeal moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen worden bijgebouwd. Het versterken van het groene profiel en ook het bereikbaar houden van de regio zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid. 3.2.2.5 Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025 Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om binnen het plangebied twee extra vrijstaande woningen te realiseren. Met het voornemen worden geschikte woningen voor een brede doelgroep gerealiseerd. Het plan draagt daarnaast bij aan het tot stand brengen van doorstroming op de woningmarkt, waardoor andere woningen weer vrijkomen voor andere doelgroepen. De woningen voldoen aan de geldende duurzaamheidscriteria en zijn daarnaast levensloopbestendig te maken. Al met al wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de Arnhemse Woonprincipes 2025.

16

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

3.2.3

Welstandsnota 2015

3.2.3.1 Algemeen D

e Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. 3.2.3.2 Beeldkwaliteitsparagraaf Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld die als aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota zal dienen. De beeldkwaliteitsparagraaf is als bijlage 2 bijgevoegd. 3.2.3.3 Toetsing aan de Welstandsnota2015 Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal het ontwerp van de bebouwing worden getoetst aan de opgestelde beeldkwaliteitsparagraaf. Op voorhand wordt geen belemmering verwacht, aangezien het plan zich qua maat en schaal in de omgeving voegt.

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

17

Chw Mooieweg 23

3.2.4

Groenbeleid

3.2.4.1 Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen.

De visie zorgt voor een actualisatie van de Arnhemse regels met betrekking tot groencompensatie. In de Groenvisie zijn nu de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. 3.2.4.2 Bomenplan 2020 Het bomenplan is een uitwerking van de Groenvisie. Onderdeel van dit plan is het jaarlijks aanplanten van nieuwe bomen en bos. Deze nieuwe bomen leveren een belangrijke bijdrage aan het klimaatbestendiger maken van Arnhem. 3.2.4.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid In voorliggend geval worden de landschappelijke waarden beschermd door het opnemen van de dubbelbestemming Waarde - Landschap. Hierdoor worden onder meer de gebiedseigen bomen die in goede staat verkeren beschermd en is een vergunningstelsel opgenomen om deze bomen te kappen. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijke groenbeleid. 3.2.5

Gemeentelijk parkeerbeleid

3.2.5.1 Algemeen De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. 3.2.5.2 Fiets De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkeld, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven. 18

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. 3.2.5.3 Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. 3.2.5.4 Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden beleidsregels en het bestemmingsplan Facetplan Parkeren parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003' In paragraaf 3.4.1 wordt getoetst aan het beleid en daarbij behorende parkeernormen. 3.2.6

Energie en klimaat

3.2.6.1 Beleid Nieuwe gebouwen en woningen moeten volgens landelijke regelgeving voldoen aan het Bouwbesluit. In het bouwbesluit worden de energieprestaties voor nieuwe gebouwen en woningen fasegewijs aangescherpt. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen en woningen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Verder geldt er per 1 juli 2018 voor nieuwbouw van alle soort gebouwen een verbod voor het aansluiten op het aardgasnet. De gemeente Arnhem heeft hoge ambities op het gebied van energie en duurzaamheid. De ambities, koers en actieprogramma zijn vastgesteld in het programma ‘New Energy made in Arnhem 20202030’ (vastgesteld op 29 januari 2020). Arnhem wil een actieve regierol innemen bij de energietransitie in de wijken. De uitgangspunten en aanpak zijn vastgesteld in ‘De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie’ (vastgesteld op 17 april 2019). 3.2.6.2 Energievisie Arnhem verplicht ontwikkelaars tot het opstellen van een energievisie bij nieuwbouw van meer dan 50 woningequivalenten. Er zijn vele opties voor duurzame energie. Vanwege de wetswijziging per 1 juli 2018 moeten al deze opties zonder aardgas worden gerealiseerd. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde inzake de ambities voor nieuwbouw. 1. Energieneutraal; 2.

Bijna energieneutraal (BENG); 3. Conform eisen bouwbesluit. De gemeente Arnhem vraagt de ontwikkelende partij om samen met andere eigenaren (bestaande en toekomstige) in het (aangrenzende) gebied te onderzoeken of een collectieve warmteoplossing tot de mogelijkheid behoort. Dit met als doel een deel van de omliggende bestaande gebouwen ook van het aardgas af te halen.

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

19

Chw Mooieweg 23

3.2.7

Stadsklimaat

In de Structuurvisie 2020-2040 (vastgesteld december 2012) is de gemeentelijke ambitie verwoord om Arnhem klimaatbestendig te maken onder alle weersomstandigheden. Voor nu en in de toekomst, onder invloed van de klimaatverandering, wordt tenminste gestreefd naar prettig toeven binnen- en buitenshuis en het vermijden van ongewenste gezondheidsrisico's. Voor hitte ligt de nadruk op de toename in de toekomst van het aantal zomerse en zelfs tropische dagen. In het realiseren van een prettig stadsklimaat wil de gemeente optimaal gebruik maken van de (huidige) gunstige uitgangssituatie van natuurlijke luchtstromen die van de hoger gelegen stadsranden en vanuit de rivierzone de stad in stromen en zorgen voor koeling en tevens een goede luchtkwaliteit. Ook het groene karakter van de stad draagt daaraan in grote mate bij. De opwarming van de stad tijdens warme, tropische dagen doet zich voor in de dichtbebouwde stenige gebieden met veel gebouwvolume, verharding en weinig groen. In de Hittekaart van Arnhem is de gevoeligheid van de stad voor opwarming weergegeven. Bepaalde delen van de stad hebben een verhoogde kans op opwarming (stedelijke hitte-eilanden), wat ongewenste gevolgen voor het woon- en leefmilieu en het functioneren van deze gebieden kan hebben. De Arnhemse binnenstad en directe omgeving is zo'n gebied (zie klimaatkaart rode gebieden).

Het plangebied ligt op de Hittekaart van Arnhem in dat deel van de stad dat gevoelig is voor opwarming tijdens langdurige perioden van hitte (oranje tot rood gebied op de Hittekaart). De locatie is daarmee een gebied met een hoge prioriteit om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. De gemeente Arnhem streeft bij ontwikkelingen in deze gebieden naar anticiperende maatregelen om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. Het stadsbestuur heeft deze ambitie in 2014 aangescherpt door te bepalen dat hitteplekken moeten worden bestreden door een effectieve inzet van groen op daken en gevels van gebouwen maar ook op de grond als (bv) bomen. Wordt bij herontwikkeling hiermee geen rekening gehouden dan is de kans groot dat het (locale) stadsklimaat op de locatie verslechterd met gevolgen voor de toekomstige gebruikers en bewoners van het gebied. 3.2.8

Ontwikkelingen aan de Mooieweg

3.2.8.1 Algemeen De verdichtingsdruk, onder andere door kavel-splitsing, aan de Mooieweg is een zorgpunt voor het behoudvan deze karakteristieke lintbebouwing. Hierdoor slibt de open bufferzone geleidelijk aan dicht, en blijven de karakteristieke ruimtelijke structuren niet meer herkenbaar. 3.2.8.2 Streefbeelden De linten zijn smalle verharde wegen met één- of tweezijdige agrarische laanbeplanting (met name knotwilgen en fruitbomen), bloemrijke bermen en smalle sloten met steile oevers. Door het oorspronkelijke beeld van wegen met erven van boerderijen, fruitboomgaarden en weitjes, is het karakter intiem en kleinschalig. De lange rechte wegen vormen zichtassen en doorkijken tot buiten de stad. Meestal hebben ze een langzaam-verkeersfunctie als doorgaande fietsroute. Behalve de oude wegen naar het voormalige dorp Elden: deze hebben hun ontsluitingsfunctie voor het dorp behouden. Langs de linten liggen wijk- en buurtparken en concentratiepunten van voorzieningen als buurtcentra, scholen en winkelcentra. Het streven is herkenbaarheid van het oorspronkelijke karakter en een goede inpassing in het stedelijk weefsel. Dat wil zeggen dat zoveel mogelijk voorkanten en landschappelijke ruimtes gericht zijn naar de linten. De linten hebben een ecologische functie als corridor. Waternatuur is een kenmerkend onderdeel. Langs een aantal linten liggen poelen.

Er zijn verschillende linten te onderscheiden: type a Oude linten met als functie een doorgaande fietsroute. Deze hebben een smal profiel met een laanbeplanting van knotbomen (kom) of fruitbomen (oeverwal) en worden begeleid door een kruidenrijke berm en een smalle sloot met steile oevers. type b Oude linten die als functie ontsluitingsweg hebben. Deze hebben een profiel van een gewone weg, met een laanbeplanting van bomen van de 1e of de 2e orde, van een landschappelijke soort. Het lint wordt begeleid door smalle sloten met steile oevers en kruidenrijke bermen. De bermen worden vaak gebruikt als trottoir. De voorzijde van de woningen is gericht naar de weg. 20

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

De linten manifesteren zich als herkenbare en ruime groenstructuren in de wijk. Het beeld en beheer is landschappelijk en natuurlijk. Sommige aangrenzende ruimtes hebben nog het oorspronkelijke agrarische karakter en gebruik. De linten hebben ruimtelijke voorrang op de andere lijnen die zij kruisen. Dat wil zeggen dat bij kruisingen de beeldkarakteristiek van de linten leidend is. De linten worden natuurlijk beheerd. De Mooieweg is een lint van zowel type a als type b. 3.2.8.3 Randvoorwaarden Voor het behoud van de ‘leesbaarheid’ van het oorspronkelijke historische landschap, en voor het (relatieve) behoud van de karakteristiek van de Mooieweg als agrarische weg (open losstaande bebouwing op grote percelen), is de ruimtelijke herkenbaarheid van de Mooieweg en de stedelijke woonbebouwing vormgegeven door deze structuren los van elkaar gehouden. Dit door een relatief ‘open’ landschappelijke bufferzone tussen de lintbebouwing van de Mooieweg en de nieuwe woonwijkverkavelingen aan de noord- en zuidzijde van de Mooieweg te behouden. Ruimtelijk is er een verschil tussen de zuid- en noordzijde van de Mooieweg.

Voor ontwikkelingen aan de noordzijde van de Mooieweg geldt het volgende: Bij kavelsplitsing zal de nieuwe kavel en de bestaande kavel elk een minimaal oppervlak van 950 m2 moeten hebben en waarbij op de nieuwe kavel de bebouwing, hoofdgebouw en de aan- en bijgebouwen maximaal 15% van de kavel beslaat (Mooieweg 11). Deze oppervlakte en bebouwingsdichtheid zorgt ervoor dat de kavel niet dichtslibt en in lijn is met de bestaande bebouwingskorrel. De inrichting van de kavel moet zodanig zijn dat het past in in het streefbeeld en de kansen die die aangegeven zijn in het streefbeeld benut. Er zullen doorzichten naar het achterliggende gebied moeten worden gerealiseerd. De woning dient vrij op de kavel te staan zodat er doorzichten blijven bestaan naar het achtergelegen gebied. De ontsluiting van de kavel is vanaf de Mooieweg, eventuele aanwezige kavel-ontsluiting moet gebruikt worden. De kavel krijgt een diepe voortuin in lijn met andere voortuinen lang de Mooieweg Aanwezige toekomstbestendige bomen moeten gehandhaafd blijven. Qua massa en verschijningvorm zal de woning moeten passen binnen het silhouet van de Mooieweg. 3.2.8.4 Toetsing van het initiatief aan de notitie Ontwikkelingen aan de Mooieweg De nieuwe kavels hebben een minimum oppervlakte van 1.200 m2. Ten aanzien van het bebouwingspercentage wordt opgemerkt dat dit circa 16,6% bedraagt.

Zie hiervoor ook onderstaande tabel. Kavel Oppervlakte Oppervlakte Toegestane Toegestane Bebouwings(oppervlakte) hoofdgebouw aanduiding oppervlakte oppervlakte percentage 'bijgebouwen' bijgebouwen bebouwing totaal Kavel 1 (1.200 135 m2 322 m2 65 m2 200 m2 16,7% 2 m) Kavel 2 (1.300 150m2 421 m2 65 m2 215 m2 16,5% 2 m) Kavel 3 (1.600 191 m2 523 m2 75 m2 266 m2 16,6% 2 m) Dit is in voorliggend geval aanvaardbaar, omdat het akkoord op de voorliggende ontwikkeling gegeven is voor het opstellen van het visie 'Ontwikkelingen aan de Mooieweg'. Er is, conform de visie, in ieder geval geregeld dat het niet mogelijk is de gehele kavels vol te bouwen. Door de groene opzet wordt voldaan aan het streefbeeld. Daarnaast zijn bestaande landschappelijk waardevolle structuren (de waardevolle, gebiedseigen bomen onder meer) beschermd door het opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde Landschap'. De doorzichten zijn juridisch planologisch vastgelegd door het opnemen van onbebouwbare zones tussen de kavels. De kavels worden op de Mooieweg ontsloten en zijn voorzien van diepe "Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

21

Chw Mooieweg 23

voortuinen in lijn met de overige kavels aan de Mooieweg. Qua bouwmogelijkheden is aangesloten bij de bouwmogelijkheden voor een woonbestemming zoals deze in het geldende "Bestemmingsplan Arnhem Zuid-Oost" zijn opgenomen.

3.3

Ruimtelijke opzet en structuur

3.3.1

Ruimtelijke opzet

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de gefaseerde herontwikkeling van het woonperceel Mooieweg 23 naar in totaal drie vrijstaande woningen. In de eerste fase zullen de bestaande woning en bijgebouwen behouden blijven en zal er één vrijstaande woning in het noordwestelijke deel van het plangebied gerealiseerd worden. Fase twee voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing en het realiseren van nog twee vrijstaande woningen. De woningen hebben een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. De woningen krijgen elk een bouwvlak van circa 12 meter breed en 15 meter diep. De Mooieweg in Arnhem is een oude, historische structuur die door de stedelijke uitbreiding met woningbouw onderdeel van de stad is geworden. Dit kleinschalige historische lint vormt een mooi contrast met de aansluitende grootschalige, planmatige uitbreidingsgebieden. Kenmerkend is de individualiteit van de woningbouw aan het lint. De woningen zijn altijd georiënteerd op het lint en elke woning is anders. Die diversiteit komt in de stedenbouwkundige opzet van dit plan tot uiting door de keuze voor drie verschillende vrijstaande woningen. De vrijstaande woningen komen in een gestaffelde rooilijn te staan. Ze verspringen ten opzichte van elkaar hetgeen de individualiteit versterkt. De woningen staan evenwijdig met de dominante landschappelijke kavelrichting.

Daarmee sluit deze opzet aan bij de ruimtelijke compositie van de overzijde. Door te kiezen voor 3 vrijstaande woningen met voldoende onderlinge afstand en voldoende afstand tot de perceelsgrenzen, blijft de stedenbouwkundige lay-out luchtig.Aan de voorzijde van de woningen wordt circa 1000 m2 als tuin bestemd. Aan de noordzijde van het plangebied wordt 660 m2 In afbeelding 3.1 is dit weergegeven.

22

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

Afbeelding 3.1: Indeling percelen (Bron: Buro Hofstede) 3.3.2

Bijgebouwen en bebouwingsvrije zones

Er zijn zones aangewezen waar bijgebouwen gebouwd mogen worden. Daarnaast zijn er ook bebouwingsvrije zones gedefinieerd waar geen bijgebouwen gebouwd mogen worden. Deze bebouwingsvrije zones hebben tot doel om de transparantie en het groene karakter tussen de woningen zoveel mogelijk te behouden en te stimuleren.

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

23

Chw Mooieweg 23

In afbeelding 3.2 zijn de zones voor bijgebouwen (links) en bebouwingsvrije zones (rechts) weergegeven. Afbeelding 3.2: Zones bijgebouwen en bebouwingsvrije zones 3.3.3

Beeldkwaliteitseisen

3.3.3.1 Algemeen Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld. Deze is als bijlage 3 bijgevoegd. Hierna wordt op de beeldkwaliteitseisen ingegaan. 3.3.3.2 Massa en vorm Iedere vrijstaande woning verschilt van de naastgelegen woning en is individueel herkenbaar. De woningen hebben een zadeldak, schilddak of een mansardedak (geknikt dak). Een woning met een plat dak of lessenaarsdak is niet toegestaan. De oriëntatie van de hoofdvorm en de voorgevel zijn op de weg gericht. Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. Toegevoegde elementen, zoals dakkapellen, erkers en aanbouwen, zijn ondergeschikt en vormgegeven in de lijn van de architectuur van het geheel. De situering van bijgebouwen is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Bij een hoeksituatie dienen de naar de openbare weg toegekeerde gevels als voorgevels te worden ontworpen, voorzien van ramen, de entree of een erker. 3.3.3.3 Materiaal en kleurgebruik De detaillering is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur van de woning. Daken moeten een matte dakbedekking hebben. Gevels met toepassing van steenachtige materialen en/of hout in gedekte kleuren. Helder witte accenten zijn toegestaan. Afwijkende materialen zijn mogelijk, maar moeten passen in de omgeving.

3.3.3.4 Erfafscheidingen Erfafscheidingen tussen zij- en achtertuinen moeten een natuurlijke erfafscheiding hebben. Bijvoorbeeld een haag. Houten en betonnen schuttingen zijn hier niet toegestaan. Op de volgende pagina staan referentiebeelden voor de natuurlijke erfafscheiding. Erfafscheidingen aan de voorzijde, die grenzen aan het openbare gebied, zijn uitgevoerd als een lage, geschoren haag van een inheemse, bij voorkeur streekeigen, soort.

24

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

3.4

Verkeer en mobiliteitsaspecten

3.4.1

Parkeren

Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het initiatief voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de parkeernormen van de gemeente Arnhem. In navolgende tabel is de parkeerbehoefte als gevolg van het voornemen uiteengezet. Functie parkeerbehoefte per woning Half vrijstaande, vrijstaande woning 1,8 De parkeerbehoefte bedraagt 1,8 parkeerplaatsen per woning. De te realiseren kavels hebben een omvang van tussen de 1.200 en 1.600 m2 en zijn daarmee van ruim voldoende omvang om in twee parkeerplaatsen per kavel te voorzien. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormering. 3.4.2

Verkeer

Het voornemen voorziet in het realiseren van drie vrijstaande woningen. Per saldo is er daarmee sprake van het toevoegen van twee vrijstaande woningen. Om de verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling te berekenen wordt gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381, december 2018). Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Functie: koop, huis, vrijstaand; Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom. Functie Verkeersgeneratie Aantal extra Totale per woning woningen verkeersgeneratie Koop, huis, vrijstaand 8,2 2 16,4 De voorgenomen ontwikkeling zorgt naar boven afgerond voor een verkeersgeneratie van 17 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Mooieweg en vervolgens de Erasmussingel zijn van voldoende omvang om deze geringe toename in het aantal verkeersbewegingen veilig en goed af te wikkelen. 3.4.3

Conclusie

Verkeers- en mobiliteitsaspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.5

Rijks- en provinciaal beleid

3.5.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.5.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.5.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de "Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

25

Chw Mooieweg 23

ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.5.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.5.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De te realiseren woningen zijn ruimtelijk en functioneel passend in de omgeving. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening)

3.5.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. De tekst van de ladder (artikel 3.1.6, lid 2 Bro) luidt als volgt: 26

"Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

Chw Mooieweg 23

'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 3.5.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro).

Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Toename van het ruimtebeslag is een belangrijke factor en daarnaast heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat bij het realiseren van een dergelijk aantal woningen, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend geval worden twee woningen toegevoegd. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.5.3

Omgevingsvisie Gelderland

3.5.3.1 Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 19 december 2018 is samen met de geactualiseerde Omgevingsverordening op 1 maart 2019 in werking getreden. Op 31 maart 2021 is de geactualiseerde versie vastgesteld. 3.5.3.2 Stadsregio Arnhem-Nijmegen Arnhem-Nijmegen wordt gekenmerkt door: het grootste stedelijke netwerk van Oost-Nederland; hoge kwaliteit van het voorzieningenniveau; kennisinstellingen: universiteit en hogescholen; de strategische ligging halverwege de Randstad en het Ruhrgebied; economische kracht: brede basis en topsectoren; goede bereikbaarheid over weg, water en spoor; de combinatie van stedelijke kwaliteiten en een mooie natuurlijke omgeving. De kwaliteiten van de regio bepalen in belangrijke mate de ontwikkelingsmogelijkheden en daarmee ook de concurrentiepositie van Gelderland in internationaal en nationaal verband. De innovatieve kwaliteiten bepalen de potenties van de regio. De inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en provincie is nodig om in te kunnen spelen op de opgaven in de in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. De gezamenlijke inspanningen richten zich op vier speerpunten: Innovatie en economische structuurversterking; Bereikbaar en verbonden; Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking; "Chw Mooieweg 23" (vastgesteld)

27

Chw Mooieweg 23

Gebiedskwaliteiten benutten. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan is met name het speerput 'Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking' van belang. 3.5.3.3 Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking Er zijn nog veel nieuwe woningen nodig in de regio. In relatie tot versterking van de stedelijke structuur is het echter van groot belang welke bouwplannen als eerste gerealiseerd worden. Concentratie op de as Nijmegen-Arnhem (het stedelijk kerngebied), in relatie tot de OV-knooppunten, heeft hierbij voor de provincie prioriteit boven ontwikkeling op de flanken, omdat dat het beste bijdraagt aan versterking van de stedelijke structuur (met name afronding van Vinex-locaties in het middengebied). Naast nieuwbouw is de bestaande woningvoorraad minstens zo belangrijk. 3.5.3.4 Toetsing van het initiatief aan de OmgevingsvisieGelderland Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van drie vrijstaande woningen in Arnhem. Het betreft een binnenstedelijke herontwikkeling die bijdraag aan het speerpunt 'sociaal economische vitaliteit en verstedelijking'. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 3.5.4

Omgevingsverordening Gelderland

3.5.4.1 Algemeen De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. 3.5.4.2 Relevante artikelen Dit bestemmingsplan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij woningen worden toegevoegd. Hierdoor is met name artikel 2.2.1.1 van belang. Daarnaast is ook artikel 2.38 van relevant.

Artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Uit onderzoek blijkt dat er zowel in de regio Arnhem Nijmegen als in de subregio Arnhem nog veel behoefte is aan nieuwe woningen. Vooral in de grote steden is de behoefte aan woningen groot. Voor de subregio is behoefte voor de periode 2017-2027 naar een netto toevoeging van circa 13.500 te realiseren woningen zoals opgenomen in de Subregionale Woonagenda. In dit aantal zit nieuwbouw maar ook woningen die worden gerealiseerd in bijvoorbeeld bestaande leegstaande panden (transformatie). Het aantal wordt niet gezien als hard maximum. Om de twee jaar wordt dit aantal geactualiseerd naar aanleiding van de meest recente provinciale huishoudens- en bevolkingsprognose. Dit bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van twee woningen en past binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio is afgestemd (circa 13.500 woningen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=c4048ae0-ced6-4161-96b7-304e14b6b890