CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Vast te stellen bestemmingsplan 'Whemedreef' - tekst

Politieke Avond 16 juni 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Whemedreef20.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Whemedreef

Cluster Strategie, Beleid en Regie, Gemeente Arnhem

Bestemmingsplan Vastgesteld Plan

Colofon Plan: Gemeente: Plannummer:

Whemedreef Arnhem 974

IMRO-identificatie: Huidige status: Plantype:

NL.IMRO.0202.974-0201 vastgesteld bestemmingsplan

Datum:

21-1-2021

Whemedreef

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Situering en begrenzing plangebied

5

1.3

Opzet bestemmingsplan

6

1.4

Geldende plannen

6

1.5

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande situatie

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

9

2.3

Verkeer en parkeren

9

2.4

Groenstructuur

10

2.5

Water

10

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen

11

3.1

Inleiding

11

3.2

Ruimtelijke opzet en structuur

11

3.3

3.2.1

Beleidsuitgangspunten

11

3.2.2

Ruimtelijk plan

13

Programma 3.3.1

3.4

3.5

Beleidsuitgangspunten Wonen

Verkeers- en mobiliteitsaspecten

15 15 16

3.4.1

Beleidsuitgangspunten

16

3.4.2

Toetsing aan verkeers- en mobiliteitsbeleid

17

Welstandsaspecten 3.5.1

17

Welstandsnota 2015

17

Ladder voor duurzame verstedelijking

18

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

21

4.1

Inleiding

21

4.2

Geluid

21

3.6

4.3

4.4

4.5

4.2.1

Algemeen

21

4.2.2

Situatie plangebied

21

Luchtkwaliteit 4.3.1

Algemeen

22

4.3.2

Situatie plangebied

23

Hinder

23

4.4.1

Algemeen

23

4.4.2

Situatie plangebied

23

Externe veiligheid 4.5.1

2

22

Algemeen

24 24

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

4.5.2 4.6

4.7

4.8

4.9

4.10

4.11

4.12

Situatie plangebied

Groen en ecologie

24 24

4.6.1

Algemeen

24

4.6.2

Situatie plangebied

26

Water

28

4.7.1

Algemeen

28

4.7.2

Situatie plangebied

29

Bodem

30

4.8.1

Algemeen

30

4.8.2

Situatie plangebied

30

Cultuurhistorie & archeologie

30

4.9.1

Algemeen

30

4.9.2

Situatie plangebied

32

Energie en duurzaam bouwen

33

4.10.1

Algemeen

33

4.10.2

Duurzaamheidsaspecten Whemedreef

34

Stadsklimaat

35

4.11.1

Algemeen

35

4.11.2

Situatie plangebied

35

M.e.r.-besluit

35

4.12.1

Algemeen

35

4.12.2

Situatie plangebied

37

Hoofdstuk 5 Planbeschrijving en -verantwoording

39

5.1

Inleiding

39

5.2

Opzet van de regels

39

5.3

5.2.1

Inleidende regels

39

5.2.2

Bestemmingsregels

39

5.2.3

Algemene regels

40

5.2.4

Overgangs- en slotbepalingen

40

Verantwoording van de regels

40

5.3.1

Algemeen

40

5.3.2

Afzonderlijke bestemmingen

41

5.3.3

Groen

41

5.3.4

Groen - Landschap en Park

41

5.3.5

Verkeer-verblijfsgebied

41

5.3.6

Water

42

5.3.7

Wonen

42

5.4

Handhaving

42

5.5

Exploitatie

43

Hoofdstuk 6 Procedure

45

6.1

Vooroverleg

45

6.2

Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)

45

Regels

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

47

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

47

Artikel 1

Begrippen

47

Artikel 2

Wijze van meten

50

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

51

Artikel 3

Groen

51

Artikel 4

Groen - Landschap en park

51

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

52

Artikel 6

Water

53

Artikel 7

Wonen

53

Hoofdstuk 3 Algemene regels

55

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

55

Artikel 9

Algemene bouwregels

55

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

56

Artikel 11

Anti-dubbeltelregel

56

Artikel 12

Overige regels

56

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

59

Artikel 13

Overgangsrecht

59

Artikel 14

Slotregel

59

Bijlagen

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

Bijlage 3

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 4

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 5

Ontheffing flora- en faunawet

Bijlage 6

Flora- en faunaonderzoek

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek + bijlage

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 9

Duurzaamheid, natuurinclusiviteit en klimaat

Bijlage 10

Overzicht buuroverleg

4

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

Toelichting bij het bestemmingsplan 'Whemedreef' (plannummer: NL.IMRO.0202.974-0201)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Woningbouwcorporatie Volkshuisvesting is voornemens om de herontwikkeling van het gebied De Wheme in Arnhem Zuid af te ronden met de realisatie van het woningbouwproject Whemedreef aan de noordelijke oever van de Whemeplas. Deze ontwikkellocatie is gelegen in het plangebied van het geldende bestemmingsplan 'Malburgen - De Wheme'. Het bestemmingsplan laat hier 7 appartementsgebouwen toe. Oorspronkelijk waren koopappartementen met een ondergrondse parkeergarage gepland. Deze ontwikkeling is financieel niet haalbaar gebleken. Volkshuisvesting heeft een alternatief woonprogramma opgesteld op basis van de woningbouwbehoefte. De gewenste invulling past niet in het geldend bestemmingsplan. Daarom moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. De nu gekozen invulling past niet in het geldend bestemmingsplan. Daarom moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Het plan bestaat nu uit vijf rijen met grondgebonden woningen (totaal 39 woningen) en één gebouw van vier lagen met 21 sociale huurappartementen.

1.2

Situering en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de noordzijde van de Whemeplas en wordt begrensd door De Whemedreef in het noorden en de Immerloodijk in het zuiden De begrenzing is op de verbeelding (plankaart) weergegeven en indicatief aangegeven in figuur 1.

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

5

Afbeelding 1.1 Begrenzing plangebied

1.3

Opzet bestemmingsplan

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de kaart zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare Bestemmingsplannen) 2012. De SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens, zowel digitaal als analoog) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer en de Huisvestingswet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.

1.4

Geldende plannen

Het bestemmingsplan Whemedreef is een algehele herziening van het bestemmingsplan De Wheme, vastgesteld op 30 mei 2011, voor zover van toepassing op dit plangebied.

6

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

Afbeelding 1.2 Geldend bestemmingsplan

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie in het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 omvat de ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. In de hoofdstukken 5 en 6 wordt achtereenvolgens ingegaan op de juridische aspecten en de procedure.

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

7

8

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving bestaande situatie

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren, groenstructuur en tot slot water.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

De ruimtelijke structuur in de omgeving van het plangebied wordt gevormd door de hier aanwezige Whemedreef, die aan de noordzijde wordt begrensd door de bebouwing van Malburgen Oost- zuid. Aan de zuidzijde bevindt zich de Whemeplas, die van het plangebied wordt afgescheiden door een dijklichaam. De functionele structuur in het plangebied en de omgeving van het plangebied worden gekenmerkt door het wonen met de daarbijbehorende openbare groen- en watervoorzieningen en ontsluitingswegen. Het plangebied kenmerkt zich door een oost-west gerichtheid. Ten noorden van het plangebied ligt de bebouwing van Malburgen Noord Oost- zuid en ten zuiden ligt de Whemeplas.

Afbeelding 2.1 :Luchtfoto huidige situatie in plangebied

2.3

Verkeer en parkeren

Het plangebied wordt via noordzijde, via de wijk Immerloo, ontsloten op de hoofdstructuur, de Huissensestraat. Deze ontsluiting loopt via de bestaande woonstraten, de Waterleliestraat of de Lisdoddelaan naar de Huissensestraat. De Huissensestraat is een gebiedsontsluitingsweg (50 km/h), op deze route loopt een hoogwaardige openbaar-vervoerroute. De Huissensestraat vormt met de Koppelstraat, de Sint Laurentiuslaan, het Sint Gangulphusplein en de Zeegsingel de belangrijkste ontsluiting van Malburgen-Oost richting de Nijmeegseweg, de Burgemeester Matsersingel, de Ir. Molsweg, de Pleijroute (N325) en de rest van Arnhem. De Whemedreef ligt tegen het watergebied De Wheme en ligt in een 30km/u zone. Richting het oosten en westen loopt de Whemedreef voor het autoverkeer dood, maar is wel toegankelijk per fiets en te voet

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

9

in de richting van de Zeegsingel en de Eimersingel-Oost. Parkeren De bewoners van het plangebied parkeren in de openbare parkeervoorzieningen. Deze parkeerplekken liggen in de woonstraat de Whemedreef of op aangrenzende parkeerterreinen. Bij de ruimtelijke ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van de Arnhemse parkeernormen waarnaar wordt verwezen in de planregels

2.4

Groenstructuur

Het plangebied was en is onbebouwd en had van oorsprong een groene inrichting van kruiden en struiken. In de huidige situatie zijn er geen bomen en struiken aanwezig. Dit sluit aan op het groengebied De Wheme en de landschappelijke en ecologische zone langs de Zeegsingel.

2.5

Water

De ontwikkeling van het plan De Whemedreef vindt plaats in de voormalige uiterwaarden van de Rijn waar na de inpoldering van de Stadswaarden ruimte ontstond voor de bouw van o.a. Malburgen. De Rijn heeft in de eeuwen daarvoor veel verschillende materialen in de uiterwaarden afgezet; van zware klei en veen tot grof zand en grind. De bodemopbouw is dan ook zeer divers en heeft geen goede aaneengesloten bodemlagen. De locatie Whemedreef ligt tegen een oude ontgronding aan. Na stopzetting van de ontgronding bleef onder meer de plas De Wheme over. Deze plas staat via het grondwater in verbinding met het watersysteem van de Rijn. Die relatie is goed te zien bij forse stijging of daling van de waterstanden op de rivier. De verandering in waterstanden is snel en goed terug te zien in de waterstanden van de plas. Maar ook het omliggend stedelijk gebied heeft daarmee te maken. Het maaiveld loopt af vanaf de straat de Whemedreef (10,7 m.+N.A.P.) naar de watergang op 9,2 m.+N.A.P. Oppervlaktewater Langs de zuidwestelijke rand ligt een watergang van het waterschap Rivierenland dat onderdeel uitmaakt van het watersysteem van Arnhem-Zuid. Het waterschap hanteert een streefpeil van 9,2 m.+N.A.P. Grondwater De grondwaterstroming is op regionale schaal globaal zuid-zuidwestelijk gericht; dat wil zeggen van de Veluwe richting de Linge.

Op het niveau van het plangebied zal de grondwaterstroming in grote lijnen hetzelfde zijn. De diepte van het freatisch grondwater ligt ongeveer tussen de 8,1 en 8,6 m. + N.A.P. met, als gevolg van de waterstanden op de rivier, uitschieters naar 7,7 en 9,2 m.+N.A.P. In de ondergrond van Malburgen ontbreken dikke aaneengesloten kleilagen die zorgen voor afscheiding van de verschillende watervoerende bodemlagen. Daardoor kunnen diepere grondwaterlagen soms zorgen voor een groter probleem dan de bovenste laag grondwater. Ook in dit geval. Het diepere grondwater, het 2e watervoerende pakket, kan zelf een hoogte bereiken van 9,8 m.+N.A.P. Voor de ontwikkeling moet hier dan ook rekening gehouden worden. In extremis kan de grondwaterstand in Malburgen nog veel hoger worden. Bij de hoogwaters in de jaren 90 zijn waterstanden in Malburgen gemeten van 11 m.+N.A.P. Dit zijn echter extremen. De woningbouwlocatie zelf ligt in de Boringsvrije zone en een Koude-Warmteopslagvrije zone. Dat betekent dat vanuit de Provinciale Omgevingsverordening voorwaarden worden gesteld aan ontwikkelingen. Riolering De ontwikkellocatie zelf is een nog niet eerder ontwikkeld en is daarmee ook niet aangesloten op een riooIsysteem. In de straat de Whemedreef ligt alleen een vuilwaterriool.

Hemelwater vanuit de vorige ontwikkeling, ten noorden van deze staat, stroomt oppervlakkig af naar de groenstrook die straks ontwikkelt gaat worden. Daarnaast liggen er nog een paar doorsteken van het hemelwaterstelsel van de oude bebouwing. Deze moeten ingepast, dan wel aangepast worden.

10

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 3.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie. Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke opzet voor de ontwikkeling en hoe deze programmatisch wordt vormgegeven.

3.2

Ruimtelijke opzet en structuur

3.2.1

Beleidsuitgangspunten

3.2.1.1 Provincie De provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving en geeft richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid op het vlak van ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. De provincie Gelderland legt in de omgevingsvisie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Daarin wordt geïnvesteerd, waardoor meerwaarde ontstaat. Dit gebeurt door zeven met elkaar samenhangende ambities na te streven voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland. Daarnaast wordt de provinciale Omgevingsverordening Gelderland als instrument ingezet om de doorwerking van het provinciaal beleid uit de Omgevingsvisie af te dwingen. De werking van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in de bouw van 39 grondgebonden woningen en één woongebouw met 21 appartementen. Met deze ontwikkeling wordt aangesloten op de actuele vraag vanuit de markt en wordt bijgedragen aan het realiseren van voldoende woningen in Arnhem.

Zoals in de volgende paragrafen wordt aangegeven, is de ontwikkeling passend in de regionale woningbouw afspraken. Hiermee wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Dit bestemmingsplan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij woningen worden gerealiseerd. Daarnaast is het plangebied gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied en een intrekgebied (grondwaterwinning). Met name de artikelen 2.2 en 2.37 en 2.38 zijn in dit kader van belang. Hierna wordt het initiatief per artikel getoetst. Artikel 2.2: Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De ontwikkeling 'Whemedreef' voldoet aan meerdere van de kwalitatieve toetsingscriteria uit de subregionale Woonagenda Arnhem e.o. 2017-2027. Ook qua aantal woningen past de ontwikkeling binnen subregionale afspraken. Toetsing aan de subregionale woonagenda De behoefte Het plan speelt in op geconstateerde mismatches. Woningen in het duurdere en middensegment vormen een aanvulling op het bestaande aanbod, dat veelal bestaat uit sociale huurwoningen.

Er is een behoefte aan verschillende typologieën grondgebonden woningen die bijdragen aan een gevarieerd woningaanbod in Malburgen. Versterken verzorgingsstructuur, bijdrage aan gevarieerde wijkopbouw De ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsplan Malburgen uit 1998. Eén van de doelen van de Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

11

ontwikkeling het bijdragen een gevarieerdere wijkopbouw. Inbreiding gaat voor uitbreiding Het betreft een ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied. Artikel 2.37 Instructieregel bestemmingsplan Grondwaterbeschermingsgebied Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Grondwaterbeschermingsgebied geen bestemming mogelijk die een groter risico kan vormen voor de kwaliteit van het grondwater dan de vigerende bestemming, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat een groter risico niet kan worden voorkomen en compensatie van het mogelijk grotere risico wordt verankerd in hetzelfde of een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan is voor de locatie in kwestie eveneens een woonbestemming voorzien, waarbij maximaal 120 woningen kunnen worden gerealiseerd. De onderhavige ontwikkeling maakt maximaal 60 woningen mogelijk. Gelet hierop vormt het onderhavig plan geen groter risico voor de kwaliteit van het grondwater dan de geldende bestemming. Er wordt dus voldaan aan het bepaalde in artikel 2.37. Artikel 2.38: Instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de planologische kaders om binnen het plangebied fossiele energie te winnen.

Voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 2.38 3.2.1.2 Gemeente De gemeentelijke Structuurvisie Arnhem 2020-2040 bevat de kaders voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Thema: Wonen Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. De feitelijke realisatie van nieuwbouwwoningen in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt. Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken en mogelijk zal omslaan naar een daling van de bevolking in Arnhem. Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. De woningbouwontwikkeling in het plangebied maakt onderdeel uit van het thema "Woonlandschappen Malburgen Oost en West" en wordt expliciet genoemd als een te ontwikkelen woonbuurt. Dit bestemmingsplan voorziet in de stedenbouwkundige invulling van dit gebied.

De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de structuurvisie Koersgebied: Woonlandschappen Het plangebied van dit bestemmingsplan maakt deel uit van het koersgebied "Woonlandschappen" en dan specifiek in het gebied "Malburgen Oost en West, de tuinstad opnieuw uitgevonden". In dit gebied staat het afmaken van de in gang gezette herstructurering voorop. Een overige belangrijke ontwikkeling is voltooien van woonbuurten rondom de Immerlooplas (project de Wheme) en het beter beleefbaar maken van de plas en (omringend) landschap. De locatie Whemedreef maakt hier onderdeel van uit.

12

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

3.2.1.3 Ontwikkelingsplan Malburgen De basis voor de herontwikkeling van Malburgen zijn de door de gemeenteraad vastgestelde Ontwikkelingsplan Malburgen (uit 1998) en de Nota Bouwstenen (uit 2000). In het Ontwikkelingsplan Malburgen werd de toekomstvisie voor de wijk Malburgen geschetst en deze is verder uitgewerkt in de Nota Bouwstenen. Zij vormen nu nog de basis van de ontwikkeling van het gebied Whemedreef. Het Ontwikkelingsplan Malburgen werd en wordt ingezet op het doorbreken van de destijds eenzijdig opgebouwde bevolkingssamenstelling. Het streven is gericht op een naar inkomen meer evenwichtige bevolkingssamenstelling. Woningbouwprogrammering wordt als middel ingezet om de aanvullende inkomensgroepen (midden en hogere inkomens) te verleiden om te komen wonen in de wijk Malburgen. Naast het toevoegen van koopwoningen kan ook het toevoegen van huurwoningen met een huurprijs (ruim) boven de huurliberalisatiegrens tot het gewenste resultaat leiden. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsplan Malburgen en de Nota Bouwstenen Met de voorgenomen ontwikkeling, zoals verwoord en verbeeld in dir hoofdstuk is rekening gehouden met hetgeen is opgenomen in het ontwikkelingsplan en de nota. Geconcludeerd wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het Ontwikkelingsplan Malburgen en de Nota Bouwstenen. 3.2.2

Ruimtelijk plan

Uitgangspunt bij het plan is de het versterken van de relatie van het bestaande woongebied met de Wheme. De gehele zone tussen de bestaande weg, de Whemedreef, en de nieuwe ontwikkeling vormt een schakel tussen de bestaande buurt en de landschappelijke, grootse ruimte van De Wheme. Bovendien is ze een schakel tussen de Zeegsingelzone het oostelijke deel van Malburgen. De opgave is het verbeteren van die belangrijke relaties voor Malburgen en dat te combineren met een fraai, landschappelijk woonmilieu. Landschap De Whemedreef is een prachtige, traag buigende lijn die als structuurdager fungeert voor dit deel van Malburgen. De gehele nieuwbouwstrook vormt in de toekomst een onlosmakelijk onderdeel van De Wheme, met zijn ruige riet, spontane wilgen en elzen groei en zijn heerlijk weidse vergezichten over het water. In de groenzone aan de Whemedreef bevindt zich een bodempassage. Het beeld is dat van een bermachtige begroeiing met hierin losse bomen. De Whemedreef krijgt geen laanbeplanting. De noord-zuid richting is een belangrijker element. Die sfeer en die zichten wordt zover mogelijk de aangrenzende woonbuurt ingehaald, tot over de Whemedreef. De zichtlijnen die vanuit de straten haaks op de plas staan, blijven intact. Dit gebeurt door hier de straten van de buurt als het ware door te zetten.

Ze worden beëindigd met een vlonder, een openbare plek waar het water te zien en te bereiken is. Zo is en blijft het water, de tussengelegen watergang en verderop De Wheme, zichtbaar en goed bereikbaar vanuit de bestaande buurt. Het doortrekken van de straat (met dezelfde verhardingsmaterialen) en de vlonder zijn samen een garantie dat het ook echt open blijft. Zonder deze middelen zou het waarschijnlijk snel dichtgroeien met riet, wilgen en elzen. Het profiel is zo landschappelijk mogelijk ingericht onder andere door het symmetrisch te maken: aan de noordzijde van de weg liggen langsparkeervakken en driehoekige grasvelden tussen het orthogonale patroon van de straten en de Whemedreef. Dit herhaalt zich aan de zuidzijde. Samen geeft dit een rustig vanzelfsprekend profiel. Op inrichtingsniveau zal het ruige oeverlandschap zover mogelijk naar de bestaande woonbuurt worden gehaald. Ingezet wordt op riet (waar mogelijk) en op een 'lookalike' ervan waar het minder drassig is: een relatief laagblijvende Miscanthus (olifantengras, sierriet). Beide zijn zodenvormend en ogen weelderig en landschappelijk. Verder worden elzen en wilgen toegepast als losgestrooide bomen en bij het parkeren aan de Whemedreef. Aan de oostzijde van het plangebied blijft een gedeelte onbebouwd. Hier wordt de grond afgegraven waardoor het water de woonbuurt bereikt.

De vrijkomende grond wordt gebruikt voor het ophogen van de kavels (aansluiting op straatniveau van de driehoekige ruimtes en extra goed zicht vanuit de woning). Stedenbouwkundig plan Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

13

De grondgebonden woningen worden gerealiseerd in korte rijen, alsmede een appartementenblok, die in hetzelfde orthogonale patroon staan als de bestaande woningen. Daarmee zijn ze onderdeel van de bestaande wijk en zorgen ze ervoor dat de Whemedreef een gevarieerde, verspringende zuidwand krijgt, met extra aandacht voor de kopwoningen. De bestaande driehoekige restruimte bestaande uit grasveldjes aan de noordzijde van de Whemedreef krijgen door de verkavelingsopzet een contravorm aan de zuidzijde van de weg. Ook hiermee vindt verweving met de bestaande omgeving plaats. Deze repeterende driehoekige ruimtes aan weerszijden van de weg worden het best ingericht met kruidenrijk grasland. Zo komt de 'prettige ruigte' van De Wheme verder de buurt binnen, vindt aansluiting plaats met de heringerichte Singelzone in het westen en zijn de grasvelden ecologisch gezien veel waardevoller. Geheel aan de westzijde van de nieuwbouwstrook komt een vierlaags, alzijdig appartementenblok. Dit is, afhankelijk van het standpunt, het begin of het einde van de nieuwbouwlocatie; de blikvanger van de nieuwbouw. Het staat relatief los, en vrij in de (vooral landschappelijke) ruimte. De Immerloodijk is een prachtige, vrij in het water gelegen, dijk met een openbaar pad erop. Het zicht vanaf de Immerloodijk naar de woningen dient zo landschappelijk mogelijk te worden en blijven.

Om verrommeling door particulieren te voorkomen zijn diverse middelen ingezet: er komt geen achterpad, er komen meeontworpen bergingskasten en korte schuttingen, er worden hagen geplant tussen de percelen, er komt een afscheiding (schapenhek) als erfafscheiding tussen de waterschapszone en de tuinen. En als laatste: een 2m zone van het Waterschap met een plasberm waar vanzelf riet zal groeien. Verder wordt deze zijde in het bestemmingsplan als 'Groen - Landschap en Park bestemd, waardoor er geen sprake is van erf en dus vergunningsvrije bouwwerken zoals schuttingen en stallingen niet zijn toegelaten. Het stedenbouwkundig plan is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting.

Figuur 4.1 Stedenbouwkundig plan Whemedreef (uit De Kijkers, landschappelijk wonen in de Wheme, Stedenbouwkundig Plan, 11 juni 2020

14

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

3.3

Programma

Het programma bestaat uit 39 koopwoningen en 21 sociale huurappartementen De appartementen vormen ruimtelijk een beëindiging van de bebouwingsstrip. Op de begane grond zijn drie woningen geprojecteerd om de sociale veiligheid van de langzaamverkeersroute te verbeteren. Het betreft een alzijdig georiënteerd gebouw waardoor er op deze wijze geen blinde gevels ontstaan. De eengezinsbebouwing bestaat uit riante woningen met een groot vloeroppervlak. Realisering van deze woningen levert een bijdrage aan het versterken van de gemêleerdheid van de wijk. Binnen het gebied zijn naast de eengezinswoningen in drie lagen ook nog eens twee blokken in vier lagen geprojecteerd. De hoeken worden hier geaccentueerd door drielaagse bebouwing, waardoor een interessant en afwisselden gevelbeeld kan ontstaan Indien nodig kunnen de vierlaagsblokken echter ook drielaags worden gerealiseerd. 3.3.1

Beleidsuitgangspunten Wonen

De Arnhemse Woonprincipes 2025 (de Arnhemse woonvisie, vastgesteld in 2015) zijn met brede participatie uit de stad tot stand gekomen. Deze Woonprincipes vormen tezamen de actualisering van de Woonvisie 2015 en de strategische koers die er voor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken en te leven. Bij het opstellen van de Woonprincipes is rekening gehouden met wet- en regelgeving en beleidskaders van andere overheden. Met instrumenten als het Volkshuisvestelijk kader, de Uitvoeringsagenda en het Procesplan (langer) Zelfstandig wonen, stuurt de gemeente in het woonprogramma op een kwalitatieve en gedifferentieerde woningvoorraad dat nu en in de toekomst kan voldoen aan de vraag en behoefte van alle woningzoekenden. Het fundament voor het Wonen in Arnhem ligt in de bestaande woningvoorraad, de transformatiemogelijkheden van gebouwen, en een aanvullende nieuwbouwopgave. Hiermee kan meer aanbod gecreëerd worden aan levensloopgeschikte woningen en woonvormen in verschillende prijsklassen, in koop en huur. Daarbij streven we met een gezonde mix aan diverse bevolkings-en inkomensgroepen naar prettige, veilige en toegankelijke woon-en leefomgevingen in wijken en buurten. De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Woonprincipes: 1.

Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen.

Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Deze vier pijlers van de woonprincipes zijn onlosmakelijk verbonden aan het overkoepelde thema Duurzaamheid. Tezamen vormen ze de ruggengraat van de Arnhemse Woonprincipes 2025. Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025 De ontwikkeling raakt aan de vier pijlers van de Arnhemse Woonprincipes. Er is een behoefte aan zowel grondgebonden woningen als aan appartementen en de woningen dragen bij aan een gevarieerd woningaanbod in Malburgen. Naast de meerwaarde voor de wijkidentiteit van Malburgen, biedt de ontwikkeling een aantrekkelijk en levendig woonmilieu voor hogere midden en hogere inkomens. Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

15

3.4

Verkeers- en mobiliteitsaspecten

3.4.1

Beleidsuitgangspunten

Gemeentelijk beleid De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Fiets De 'Accentnota Fiets, Fietsambitie 2019-2024' (vastgesteld in januari 2020) bevat de Arnhemse fietsambitie voor de periode 2019-2024, met een doorkijk naar 2030. De nota is de start van een nieuwe aanpak waarin fietsvriendelijkheid centraal staat en meer tempo wordt gemaakt met uitvoering. Op basis van hoe de stad zich ontwikkelt en de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst, wordt bepaald wat er nodig is om bewoners en forenzen te overtuigen om meer met de fiets te gaan. Daarin is de substantiële verbetering van de Arnhemse fietsinfrastructuur belangrijk, door de aanleg van meer stedelijke doorfietsroutes.

De Accentnota sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe regionale fietsambitie 'Samenwerkingsagenda fiets, regio Arnhem Nijmegen'. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik; betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; schone lucht en verminderen van CO2 uitstoot; inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. Openbaar vervoer De Arnhemse beleidsnota openbaar vervoer 'De reiziger centraal' (2014) heeft als doel het in stand houden van betaalbaar en kwalitatief goed openbaar vervoer en het doorgroeien naar emissieloos openbaar vervoer. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een hoogwaardig openbaar vervoernetwerk; de reiziger centraal stellen; een mobiliteit bieden voor iedereen; een emissieloos openbaar vervoer. Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden de regels van dit bestemmingsplan en daaraan gekoppelde regels, opgenomen in de 'Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003'. Hieronder wordt getoetst aan het beleid en daarbij behorende parkeernormen.

16

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

3.4.2

Toetsing aan verkeers- en mobiliteitsbeleid

Verkeersontsluiting De nieuwe woningen langs de Whemedreef, 21 appartementen en 39 woningen, worden voor de auto indirect ontsloten via de Waterlelielaan en de Lisdoddelaan op de Huissensestraat. De Whemedreef heeft in noordelijke, oostelijke en westelijke richting een goede ontsluiting voor de fiets. De Openbaar Vervoer haltes liggen binnen 350 meter van het plan langs de Huissensestraat. Door de ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen in de woonwijk Immerloo in beperkte mate toenemen. De omliggende wegen zijn in voldoende mate ingericht om deze beperkte verkeerstoename eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Parkeren Voor de nieuw te bouwen 39 woningen wordt parkeergelegenheid binnen het plangebied gerealiseerd. Voor deze ontwikkeling geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning (rijwoning). De 21 appartementen (tot 75 m2 ) kennen een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per appartement. Ook deze parkeerplekken worden binnen het plangebied gerealiseerd. Het totale aantal parkeerplekken is conform het vigerend parkeerbeleid.

3.5

Welstandsaspecten

3.5.1

Welstandsnota 2015

De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Hierna is een kaart met de onderverdeling van de gebieden opgenomen en worden de gebieden nader toegelicht.

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

17

Afbeelding 3.2. Welstandskaart 2015; Bron: Welstandsnota 2015

Gebied met lichte welstandstoets In gebieden die zich kenmerken door samenhang in het straatbeeld – bijvoorbeeld door een eenheid in dakvormen, architectuur of materiaalgebruik – is het van belang dat dit eigen karakter bewaard blijft. Welstandsregels voor dit niveau zijn beperkt en gaan alleen over het gevelbeeld en de daken die vanaf de straat zichtbaar zijn. Voor de achterkanten van gebouwen gelden geen regels, die zijn dus welstandsvrij. De regels zijn bedoeld om de kenmerken van het gevelbeeld in relatie tot het openbaar gebied op hoofdlijnen in stand te houden. Gelet op de welstandskaart kent de locatie Whemedreef een lichte welstandstoets

3.6

Ladder voor duurzame verstedelijking

1. Algemeen De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Bro in de artikelen 1.1.1 en 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De tekst uit het Bro luidt als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, bevat een beschrijving van de behoefte aan die

18

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien". De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is van toepassing bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro is een stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Op basis van gebiedsspecifieke situatie dient bepaald te worden wat wordt ervaren als stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1 een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied. De provincie Gelderland hanteert in haar Omgevingsverordening dezelfde definitie. De betreffende definitie luidt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. 2. Toetsing initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het bestemmingsplan 'Whemedreef' voorziet in mogelijkheden voor woonfuncties.

Aan de hand van een aantal vragen wordt de laddertoets voor dit initiatief doorlopen. 1. Voorziet het bestemmingsplan in een stedelijke ontwikkeling? De voorziene ontwikkeling moet voldoende substantieel zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Voor woningen geldt ingevolge vaste jurisprudentie dat het voor woningbouwlocaties moet gaan om meer dan 11 woningen. Het bestemmingsplan 'Whemedreef' maakt ongeveer 60 woningen mogelijk. Gelet op het bovenstaande is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. 2. Is er sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling? Een initiatief wordt pas getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking als de stedelijke ontwikkeling nieuw is. Bij het beantwoorden van de vraag of een stedelijke ontwikkeling nieuw is, moet worden gekeken in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in functiewijziging of een groter planologisch beslag op de ruimte in vergelijking met het vorige plan (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Onbenutte planologische mogelijkheden mogen ook worden betrokken bij deze afweging. Bij bestaande gebruiksmogelijkheden is er dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor het plangebied is huidig planologisch kader het bestemmingsplan 'Malburgen - De Wheme'. Op grond van dit bestemmingsplan geldt voor deze locatie voor wat betreft bebouwingsmogelijkheden de bestemming 'Wonen-2'.

Deze bestemming maakt de bouw van maximaal 120 woningen in zeven appartementengebouwen mogelijk. De bouwvlakken voor deze bestemming komen overeen met de oppervlakte aan bebouwing die het huidige bestemmingsplan op deze locatie mogelijk maakt. Er wordt dus geen groter beslag op de ruimte gelegd. Aangezien er ook geen wijziging in functioneel gebruik plaatsvindt én het bestemmingsplan slechts maximaal 60 woningen mogelijk maakt, luidt de conclusie dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3. Conclusie Aangezien er geen sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling behoeft er geen toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking plaats te vinden.

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

19

20

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.

4.2

Geluid

4.2.1

Algemeen

De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota “uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde” van de gemeente Arnhem van toepassing.

Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. 4.2.2

Situatie plangebied

In opdracht van Volkshuisvesting Arnhem is door Tauw een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de ontwikkeling van een woningbouwplan langs de Whemedreef te Arnhem, zie Bijlage 2 bij deze toelichting. De ontwikkeling betreft 39 grondgebonden woningen en 21 appartementen. Het doel van het akoestisch onderzoek is om de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende geluidbronnen inzichtelijk te maken. Akoestisch onderzoek wegverkeer Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de geluidbelastingen ten gevolge van het verkeer op de provinciale weg N325 hoger is dan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar lager dan de maximale toelaatbare waarden van 53 dB. Om het oprichten van woningbouw mogelijk te maken zijn het verkrijgen van hogere grenswaarden noodzakelijk. Bij de uitwerking van de hogere waarden zullen de volgende aspecten in acht genomen moeten worden: indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) treffen; Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

21

indien mogelijk de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(en) vergroten; het stedenbouwkundig ontwerp vorm geven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; indien mogelijk in het overdrachtsgebied een afscherming realiseren; geluidsaspecten worden vanaf eerste ontwerpstadium bij de ontwikkeling betrokken; bij woningen/appartementen wordt er minimaal 1 geluidsluwe buitenruimte gecreëerd (tuin of balkon). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger al benut zijn of geen significant effect hebben op het verminderen van de geluidbelasting. In het kader van het Bouwbesluit zal vervolgens aangetoond moeten worden dat wordt voldaan aan de minimale vereiste gevelwering. Om te voldoen aan het gemeentelijk akoestisch beleid zal een gemeenschappelijke geluidsluwe buitenruimte worden gerealiseerd. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de relevante 30 km/uur wegen meegenomen in het akoestisch onderzoek. De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Fluitekruid en het Immerlooplein is met 25 dB lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Gezien de lage geluidbelasting van beide wegen wordt hiermee voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.

In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling.

22

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

4.3.2

Situatie plangebied

Het effect voor het project draagt minder dan 1,2 ìg/m3 bij aan de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit wordt daarmee beschouwd als niet 'niet in betekende mate' en vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit wettelijk inpasbaar op basis van artikel 5.16 lid 1c van de Wet milieubeheer. Op basis van de NSL-monitoringstool wordt tevens geconcludeerd dat aan de grenswaarden vanuit de Wet luchtkwaliteit wordt voldaan. Zie hiervoor ook Bijlage 4 bij deze toelichting.

4.4

Hinder

4.4.1

Algemeen

Hinder door bedrijven In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van inrichtingen op hun omgeving (gevoelige bestemmingen, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. Geur Het beleidsplan Geur uit 2010 gaat in op geur afkomstig van industriële bedrijven waarvoor de gemeente Arnhem het bevoegde gezag is. Geur is een milieuaspect dat een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid. Het geurbeleid van de gemeente Arnhem sluit, voor zover dat mogelijk is, aan op het geurbeleid van de provincie Gelderland. Het doel van het geurbeleid is dat inwoners van Arnhem nu en in de toekomst niet worden blootgesteld aan geuroverlast door industriële bedrijven. 4.4.2

Situatie plangebied

Hinder Op basis van de milieucategorie zoals genoemd in de VNG brochure bedrijven en milieuzonering geldt voor inrichtingen een richtafstand ten opzichte van woningen binnen het omgevingstype woongebied of gemengd gebied (gelegen aan de rand van een woonwijk/een drukke weg). Bij ontwikkelingen binnen de richtafstand kan gemotiveerd van deze richtafstand worden afgeweken. Wanneer het gaat om een gemengd gebied, kan de richtafstand worden verkleind zonder dat dit ten koste gaat van het woon-en leefklimaat. Binnen het plangebied is de bestemming naast groen en verkeer wonen. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich speelvelden van jeugdplein "De Hobbit". In verband met mogelijk geluidsoverlast door spelende kinderen/jongeren is er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek "Akoestisch onderzoek ontwikkeling Whemedreef te Arnhem, TAUW, 20 februari 2020" volgt dat de geluidbelasting door spelende kinderen/jongeren bij de nieuw te bouwen woningen/appartementen beneden de 50 dB(A) etmaalwaarde ligt. Het maximale geluidniveau ligt ook beneden de 70 dB(A) etmaalwaarde. Dit betekent dat er vanuit hinder geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan zijn. Geur Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen industriële bedrijven waarbij geur een rol speelt.

Dit betekent dat er vanuit geur geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan zijn.

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

23

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Algemeen

Externe veiligheid Met externe veiligheid wordt bedoeld de kans op overlijden van mensen buiten de grenzen van een bedrijf of transportmedium, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen binnen de grenzen van het bedrijf dan wel het transportmedium. In de externe veiligheid worden twee risicobegrippen gehanteerd het PR (Plaatsgebonden Risico)1 en het GR(Groepsrisico)2. Landelijk beleid Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi wordt een onderscheid gemaakt in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De 10-6 PR contour geldt ten opzichte van kwetsbare objecten als grenswaarde en ten opzichte van beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Het beoordelingskader voor het groepsrisico is een oriënterende waarde. Voor ondergrondse (aardgas)leidingen is er het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor de transportroutes (weg, water, spoor) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Bevi, Bevt en Bevb zijn de milieukwaliteitseisen vastgelegd die in de ruimtelijke planvorming moeten doorwerken. Gemeentelijk beleid Het beleidsplan externe veiligheid van de gemeente Arnhem beschrijft de mate van gewenste externe veiligheid in Arnhem. Uitgangspunt hierbij zijn de landelijke normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

In een groot gedeelte van de stad streven we naar het niet doen toenemen van de risico's. Op sommige plekken in de stad, op bedrijventerreinen voor zware industrie en de volgens het structuurplan stedelijke zone accepteren we een hoger risico dan op andere plaatsen. Wel moet daar extra aandacht zijn voor de beschikbare mogelijkheden voor rampenbestrijding, de zelfredzaamheid van mensen en de hulpverlening. 4.5.2

Situatie plangebied

De locatie ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit betekent dat er vanuit externe veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan zijn.

4.6

Groen en ecologie

4.6.1

Algemeen

Wet natuurbescherming (Regels ter bescherming van de natuur) De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 2017 het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming zoals dat was neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, door één integraal en vereenvoudigd kader. De Wnb neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden aanvullende nationale beschermingsvoorschriften verankerd. De wet gaat over de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden, als onderdeel van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd. Bescherming van gebieden Voor de instandhouding van gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitat-richtlijn (Natura 2000-gebieden) stelt de Wnb specifieke kaders. De Natura 2000-gebieden in Arnhem zijn Veluwe en Rijntakken.

Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien het project afzonderlijk

24

Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, dan moet een passende beoordeling worden gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen. Alleen indien daaruit met zekerheid blijkt dat het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet aantast, wordt de vergunning verleend. Als de zekerheid niet kan worden verkregen, dan kan een vergunning alleen worden verleend als er geen alternatieve oplossingen zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen (de zgn. “ADC-toets“) Op het moment dat een passende beoordeling nodig is, moet voor het kaderstellend plan (zoals een bestemmingsplan) een plan-MER worden gemaakt. De beheerplannen – waarin de uitwerking in omvang, ruimte en tijd van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden plaatsvindt en waarin de voor die gebieden te treffen maatregelen in samenhang worden beschreven – zijn kaderstellende instrumenten. Ingeval overeenkomstig het beheerplan wordt gehandeld is verzekerd dat de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding is. Bescherming van soorten De Wnb sluit aan bij het specifieke beschermingsregime uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de natuurbeschermingsverdragen.

Er wordt voorzien in concrete verboden ten aanzien van onder meer het vangen en doden van in die bronnen genoemde diersoorten, de verstoring van deze soorten en aantasting van hun rust- en voortplantingsplaatsen, alsmede in een verbod op het plukken en vernielen van bepaalde planten. Voorts wordt voorzien in limitatief opgesomde gronden voor ontheffing van deze verboden. Alleen opzettelijk verrichte handelingen zijn strafbaar. Bij vogels zijn bovendien verstoringen niet strafbaar als de staat van instandhouding van die vogelsoorten niet in gevaar komt. Gedeputeerde staten kunnen onder voorwaarden ontheffing verlenen van de verboden. Daarnaast geldt als beschermingsregime voor (nationale) soorten: a. een zorgplicht die van toepassing is op alle natuurwaarden in Nederland; b. een verbod op het opzettelijk doden van de in de bijlage van de wet genoemde dieren, met een ontheffingsregime dat ruimer is dan dat voor internationaal en Europees beschermde soorten (zoogdieren, reptielen, amfibieën en thans op een rode lijst staande vissen, dagvlinders, libellen en kevers) (82 soorten); c. een verbod op het vangen van dieren genoemd in de bijlage en het opzettelijk beschadigen van hun vaste voortplantings-plaatsen of rustplaatsen (zoals de dassenburcht); en d. een verbod op het plukken of opzettelijk vernielen van in de bijlage genoemde vaatplanten (63 soorten, waaronder orchideeën).

Er wordt voorzien in ruimere ontheffingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten gelden (artikel 3.10 lid 2). Voorts wordt het aantal bejaagbare soorten uitgebreid, worden door gedeputeerde staten goedgekeurde faunabeheerplannen sturend bij de schadebestrijding, populatiebeheer en jacht en is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het stelsel van soortenbescherming, met inbegrip van de taken van het (op te heffen) Faunafonds, bij de provincies komen te liggen. Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving.

De Groenvisie legt niet alleen het Groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het Bestemmingsplan "Whemedreef" (vastgesteld)

25

groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen. De visie zorgt voor een actualisatie van de Arnhemse regels met betrekking tot groencompensatie. In de Groenvisie zijn nu de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. 4.6.2

Situatie plangebied

Wet Natuurbescherming - soorten Op 20 maart 2019 heeft de provincie Gelderland ontheffing verleend Herontwikkeling Malburgenwoningonderhoud, sloop en nieuwbouw te Arnhem (zaaknummer 2017-016864). Ook voor dit plangebied. Er is ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren van huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis en opzettelijk vernielen van verblijfsplaatsen (Artikel 3.1 lid 2 en 4 en Artikel 3.5 lid 2 en 4), zie (Bijlage 5 bij deze toelichting) . In de ontheffing zijn voor de herontwikkeling van Malburgen voorschriften opgenomen ten aanzien van de bescherming van de soorten waarvoor ontheffing is verkregen. De Groene Ruimte heeft een flora en fauna onderzoek verricht, zie Bijlage 6 bij deze toelichting. De ontwikkeling in dit plangebied verstoort geen beschermde natuurwaarden. Bij de ontwikkeling zal de zorgplicht worden gevolgd en in dat kader is een ecologisch werkprotocol opgesteld. In het inrichtingsplan zullen voorzieningen voor stadsnatuur in de gevels van de woningen worden aangegeven. Dit geeft invulling aan de voorwaarden uit de ontheffing Malburgen en aan het natuurinclusief bouwen, één van de ambities uit de groenvisie 2017, zie Bijlage 9 bij deze toelichting.

Wet Natuurbescherming - gebieden Om te bepalen of er als gevolg van het realiseren en het gebruik van de geplande woonbebouwing signifcante negatieve effecten kunnen optreden vanwege stikstofdepositie op relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving is een onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 4 bij deze toelichting. Hieruit blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Dat betekent dat er als gevolg van stikstofdepositie zich geen significant negatieve effecten zullen voordoen op Natura 2000-gebieden en er daarom geen sprake is van een vergunningplichtige situatie in het kader van de Wet Natuurbescherming. Hiermee vormt het aspect stikstof geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Groenvisie: Groenstructuur en Groencompensatie In de herontwikkeling van Malburgen is hier bebouwing in een groene zone beoogd. Het huidige plan voorziet daarin. Het plan kent een duurzame openbare groenstructuur rondom de percelen, aansluitend op de De Wheme en de groenstructuur langs de Zeegsingel. Er is gekozen voor een natuurlijke inrichting van kruidenrijk grasland met bomen en een oeverzone met riet, elzen en wilgen. Zo sluit het groen in de woonbuurt zoveel mogelijk aan op het oeverlandschap. De bestaande natuurlijke biotopen worden op deze wijze ook vergroot. Dat verhoogt de biodiversiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=deae83b8-0b15-4eb8-ae89-911700c7ef04