CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Zienswijzennota Arnhem Centraal K3-K7 - geanonimiseerd

Politieke Avond 27 september 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan: ‘Chw Arnhem Centraal K3-K78.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Onderdeel uitmakend van het raadsvoorstel Zienswijzennota behorende bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Chw Arnhem Centraal K3-K7'

Geanonimiseerd

1. Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan 'Chw Arnhem Centraal K3-K7'’ heeft zes weken ter inzage gelegen van 29 november 2022 tot en met 9 januari 2023. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn 14 zienswijzen op het bestemmingsplan ingediend. Deze zienswijzennota maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel tot vaststelling van dit bestemmingsplan. Een aantal onderwerpen komt in meerdere zienswijzen terug. Ten behoeve van de leesbaarheid is ervoor gekozen om met name op deze onderwerpen in hoofdstuk 2 een reactie te geven. In de hoofdstuk 3 zijn de individuele zienswijzen samengevat met een reactie van de gemeente.

2. Reactie op hoofdlijnen 2.1 Uitzicht Samenvatting zienswijzen Het plan leidt tot een ingrijpende verandering van het uitzicht. Dit kan leiden tot een lagere verkoopwaarde (planschade). Reactie In het bestemmingsplan ‘Chw Arnhem Centraal K3-K7' wordt de bouwhoogte gewijzigd ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Arnhem Centraal I’. In ‘Chw Arnhem Centraal K3-K7' wordt de maximale bouwhoogte 85m t.o.v. NAP voor het westelijke deel en 62m t.o.v. NAP voor het oostelijke deel van het plangebied. In het bestemmingsplan ‘Arnhem Centraal I’ is de maximale bouwhoogte 90m t.o.v. NAP voor het westelijke deel en 50m t.o.v. NAP voor het oostelijke deel van het plangebied. Zie ook de volgend afbeelding die dit weergeeft:

Voor het westelijke deel wordt de bouwhoogte lager dan het vigerende bestemmingsplan toelaat. Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan vindt er dan geen wijziging ten nadele van het uitzicht plaats. In het bestemmingsplan ‘Arnhem Centraal I’ mag in het oostelijke deel maximaal 50 meter hoog gebouwd worden. In het nieuwe plan is dat is 62 meter hoog. Dat is 12 meter hoger dan in het vigerende bestemmingsplan. In de bijlage “overzicht uitzicht en privacy” is in kaart gebracht wat het verschil in uitzicht is. Telkens is in beeld gebracht wat de huidige situatie is, wat de situatie is als het bouwplan gerealiseerd is, wat het vigerende plan toestaat en wat het nieuwe plan toestaat. Uit dit model blijkt dat de hogere bouwmogelijkheden nauwelijks verandering van het uitzicht met zich meebrengt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. In de zienswijze wordt aangegeven dat de torens vanaf de zuidzijde het zicht op park Sonsbeek belemmeren en vanaf de noordzijde de Eusebiuskerk en de stad. Door de grote hoogteverschillen in Arnhem, in combinatie met de bestaande bebouwing, is vanaf de zuidzijde van de stad park

Sonsbeek niet te zien. Wat verder opvalt is dat als de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan gerealiseerd worden, er zeer beperkt of geen zicht meer is op de Eusebiuskerk (de Eusebiuskerk is weergegeven in geel in de tekeningen). Dit geldt ook voor het nieuwe bestemmingsplan. Bij het bouwplan is te zien dat voor 1 indiener de Eusebius wel zichtbaar is. Op het eerste kaartbeeld van de bijlage “overzicht uitzicht en privacy” zijn de afstanden hemelsbreed weergegeven tussen de eigendommen van de indieners en de beoogde nieuwbouw. De afstand tussen Arnhem Art (K3-K7’) en de eigendommen van de indieners die een zienswijze met beperking uitzicht hebben ingediend, bedraagt hemelsbreed tussen de 105 meter en 235 meter. De beperking van het uitzicht treedt pas op na deze afstand. Het gaat bovendien om een hoogstedelijke locatie die centraal ligt in de stad, niet om een locatie die aan de stadsrand ligt. Uit de jurisprudentie blijkt dat er geen recht bestaat op vrij uitzicht. In een stedelijke omgeving bestaat het risico dat het uitzicht beperkt zal worden. In het vigerende bestemmingsplan zijn ook al bouwmogelijkheden opgenomen die het uitzicht (gedeeltelijk) kunnen beperken. In verband met mogelijke waardedaling (planschade) geldt het volgende: in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijk ordening wordt ingegaan op de tegemoetkoming in schade (voorheen planschade).

Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die, vermogensschade (vermindering waarde onroerend goed) of inkomensschade (omzetdaling) lijdt, op aanvraag tegemoetkoming toe kunnen kennen. Het gaat dan om schade die dan redelijkerwijs, rekening houdend met het normaal maatschappelijk risico, niet voor rekening van aanvrager behoort te blijven. Indien indiener van mening is dat het plan zal leiden tot een waardevermindering van het onroerend goed of omzetderving, kan hiervoor - na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan - afzonderlijk een verzoek om tegemoetkoming in schade worden ingediend.

2.2 Schaduwwerking Samenvatting zienswijzen De nieuwbouw is ca 63 m hoog en komt ten zuiden van de bestaande woningen te staan. De zon zal verdwijnen in oktober t/m maart. De hoogbouw heeft schaduwwerking op de nabijgelegen woningen. Dit tast het woongenot aan. Daarnaast heeft het effect op de zonnepanelen. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Reactie Er is geen nationale wet- en regelgeving voor bezonning. De gemeente Arnhem heeft geen vastgesteld beleid als het gaat om toetsing bezonning. Een bestemmingsplan moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening. Hierin wordt de schaduwwerking meegewogen. In de bezonningsdiagrammen is te zien welke schaduw er valt op 21 maart, 21 juni, 21 oktober en 21 december op de tijdstippen 9:00, 12:00, 15:00 en 18:00 uur. De bezonningsdiagrammen worden als bijlage toegevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan. Te zien is dat er op 21 maart, 21 juni en 21 oktober geen schaduw valt op de eigendommen van de indieners van zienswijzen aan de Amsterdamseweg, Bouriciusstraat en Sweerts de Landasstraat. Op 21 december valt er wel schaduw op de eigendommen van indieners door bestaande bebouwing en door beoogd bouwplan. De schaduw die ontstaat door beoogd bouwplan is vooral in de ochtend aanwezig. Om 9:00 uur valt de Amsterdamseweg in de schaduw.

Op het beeld van 12:00 uur en 15:00 uur is te zien dat er in de middag wel zon valt op de eigendommen van indieners. Later in de middag valt er weer schaduw op

de eigendommen van indieners, als gevolg van de bestaande gebouwen in het stationsgebied. In de winter staat de zon laag en zijn er lange schaduwen. Bovendien zijn er relatief weinig zonuren. Het uitsluiten van schaduwwerking in de wintermaanden op een centrale locatie in de stad is lastig. Alle adressen voldoen aan de lichte norm van TNO voor bezonning. Dat betekent dat er minimaal twee uren bezonning mogelijk is in de periode 19 februari tot en met 21 oktober. Alleen de panden aan de Amsterdamseweg voldoen niet aan de zware TNO-norm. Op de gestelde grensmomenten (21 januari en 22 november) worden (net) niet de voorgeschreven 3 uren zon gehaald. Dat komt onder andere doordat naast de boogde nieuwbouw ook de bestaande torens een rol spelen. Daardoor wordt net niet voldaan aan deze norm. Bij de andere adressen speelt dit niet. Het algemene belang van het realiseren van woningbouw en kantoren op een uitstekend bereikbare locatie is groot. Arnhem heeft een grote verdichtingsopgave. De aantasting van de individuele belangen is beperkt. De zware norm wordt (net) niet gehaald. Er wordt wel voldaan aan de lichte TNO norm. Verdichting binnenstedelijk is een belangrijk uitgangspunt in de Omgevingsvisie Arnhem en een bewuste keuze. Dat levert soms spanning op.

In dit geval heeft het algemeen belang de doorslag gegeven gezien het grote algemene belang en de geringe aantasting van het individuele belang. In de bezonningsdiagrammen is uitgegaan van beoogd bouwplan. In het huidige bestemmingsplan is al een grote bouwmassa mogelijk. Zie hiervoor de bijlage “overzicht uitzicht en privacy”. De hoeveelheid bezonning die theoretisch toegenomen is door het nieuwe bestemmingsplan is beperkt In de bezonningsdiagrammen is te zien dat op 21 maart, 21 juni en 21 oktober geen enkele schaduw op de zonnepanelen valt. In de wintermaanden valt schaduw op de zonnepanelen als gevolg van beoogd bouwplan. Hierboven is al beschreven dat de schaduw die op de zonnepanelen valt als gevolg van beoogde nieuwbouw vooral in de ochtend speelt. In de winter wordt overigens relatief weinig energie opgewekt omdat er weinig zonuren zijn. De meeste energie wordt opgewekt in de maanden maart tot en met oktober. In deze maanden valt er geen schaduw op de zonnepanelen als gevolg van beoogd bouwplan. Het effect op de zonnepanelen is dan ook gering.

2.3 Privacy Samenvatting zienswijzen Door de hoogte zal meer inkijk zijn in de omringende woningen. Reactie De afstand tussen Arnhem Art (K3-K7’) en de eigendommen van de indieners van een zienswijze die aan de noordzijde wonen, bedraagt hemelsbreed tussen de 105 meter en 235 meter. Deze afstand is zo groot (de afstand van de lengte van één of twee voetbalvelden) dat de aantasting van de privacy gering is. Het is lastig om duidelijke contouren te onderscheiden op deze afstanden. Het gaat om een hoogstedelijke locatie die centraal in de stad ligt. Normaal gesproken staan gebouwen die zo centraal liggen in de stad veel dichter op elkaar. Overigens kan in het geldende bestemmingsplan een gebouw gerealiseerd worden dat net zo dicht bij de indieners van de zienswijze staat. In de bijlage “overzicht uitzicht en privacy” is in beeld gebracht wat de inkijk is vanuit het allerhoogste appartement uit de beoogde nieuwbouw in de tuin van de indiener aan de Sweerts de Landasstraat. Dit is de enige tuin waarin inkijk is. Alle andere tuinen van indieners zijn niet zichtbaar vanuit de beoogde nieuwbouw. Te zien is dat de inkijk bij de indiener aan de Sweerts de Landasstraat beperkt is, ook al omdat er een wand staat langs de Amsterdamseweg die de inkijk

beperkt. Het gaat om een grote afstand van meer dan 100 meter. Op deze afstand zijn duidelijke contouren niet te onderscheiden.

2.4 Toename verkeersbewegingen Samenvatting zienswijzen De wijziging leidt tot meer verkeersbewegingen. Het onderzoek is niet representatief, want in rustigere coronatijd gedaan. Memo Mobycon is gepubliceerd op 24 september 2021. Lage verkeersdrukte. ANWB publiceerde 31 december 2022 dat het nu drukker is. https://www.anwb.nl/verkeer/nieuws/nederland/2022/december/files-terug-van-weggeweest Toename van verkeersbewegingen leidt tot een verhoogde gevaarzetting. Reactie De publicatie van Mobycon is van 2021. De verkeersbewegingen in de corona-periode zijn inderdaad niet representatief. Bij het onderzoek is daarom uitgegaan van intensiteiten uit het verkeersmodel gebaseerd op pre-coronacijfers. De methode door Mobycon toegepast is een gebruikelijke manier om effecten te bepalen. De wijziging leidt tot meer verkeersbewegingen, zoals opgenomen in de rapportage. De gemeente kijkt als wegbeheerder naar verkeersveiligheid en richt de wegen in volgens de richtlijnen van het CROW. De ontwikkeling mag er niet toe leiden dat het wegennet onevenredig zwaar belast wordt en/of dat aansluitingen onveilig in het ontwerp opgenomen worden. Dat is hier niet het geval. De verkeersgeneratie van dit bestemmingsplan zal niet leiden tot onaanvaardbare verkeershinder. Verder merken we op dat de mogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan leiden tot een vergelijkbare verkeerstoename.

2.5 Hinder en milieu Samenvatting zienswijzen Mogelijk hinder door geluid, stank en gevaar door bedrijven die zich zullen vestigen. Reactie Om een aanvaardbaar woon-en leefklimaat, bij zowel bestaande als de nieuw te bouwen woningen/appartementen te creëren zijn er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een aantal onderzoeken uitgevoerd. Een en ander is uitgewerkt in hoofdstuk 4 milieu- en omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk zijn onder andere de onderdelen, geluid, stank, gevaar luchtkwaliteit, hinder door bedrijven en trillingen beschouwd. Hierbij is gekeken naar de aanwezigheid van de huidige bedrijven/activiteiten ten opzichte van de nieuw te bouwen appartementen en naar de nieuwbouw met bedrijven/activiteiten ten opzichte van de bestaande woningen. Uit deze onderzoeken volgt dat er door de nieuwbouw een aanvaardbaar woon-en leefklimaat bij zowel omwonenden als de nieuwe bewoners kan worden gecreëerd. Van de nieuwe bedrijven/activiteiten die binnen het plangebied zijn toegestaan zal de hinder minimaal zijn waardoor kan worden volstaan met een bouwkundige scheiding tussen wonen en bedrijven/activiteiten.

2.6 Geluid Samenvatting zienswijzen Plan staat hogere geluidsnormen toe, zonder onderbouwing waarom dit toelaatbaar is. Overschrijding zorgt voor overlast bij bewoners, winkeleigenaren en bezoekers.

Reactie De geluidbelastingen als gevolg van weg- en railverkeerslawaai zijn door middel van een akoestisch onderzoek in beeld gebracht en getoetst aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Als gevolg hiervan worden hogere waarden vastgesteld en het realiseren van dove gevels opgenomen in de planregels. Door toepassing van de Chw wordt het mogelijk gemaakt om de hogere waarden op te nemen in het bestemmingsplan zonder dat hiervoor een aparte procedure voor hoeft te worden doorlopen. Er is een integrale afweging gemaakt voor het toepassen van hogere geluidswaarden. Wonen op de stationslocatie is gewenst vanuit het gebied omdat functiemenging zorgt voor levendigheid. Zo is er 24 uur levendigheid en activiteit in het gebied wat zorgt voor een sociale controle en positief bijdraagt aan de leefbaarheid in het gebied. Zonder woningen is het gebied buiten kantoortijden verlaten en nodigt uit tot ongewenst gedrag. Vanuit de woningen gezien is de stationslocatie een prachtige locatie om te wonen. Zeker omdat het wonen op de hogere verdiepingen gevestigd is en er aan de ene zijde van de woning een royaal uitzicht is over Sonsbeekpark en de noordelijke stad en aan de andere zijde van de woning over de Rijn en de zuidzijde van de stad. De woningen grenzen dus aan beide zijden waardoor er gekozen kan worden in de woning om aan de rustigste kant van de woning te verblijven.

De woningen staan bovenop een OV knooppunt waar ICE treinen stoppen, regionale en lokale treinen, waar lokale en regionale bussen stoppen. Een zeer goed ontsloten woningbouwlocatie. De nabijheid van zowel Sonsbeekpark als de Rijn met de groene uiterwaarden maakt dat de omgeving als kwalitatief hoogwaardig ervaren kan worden. De locatie geeft een hogere geluidswaarde aan maar heeft tegelijkertijd een grote belevingswaarde en een uitzonderlijk goede bereikbaarheid. De totale woonkwaliteit die ervaren wordt is een optelsom van al deze elementen. De hoge belevingswaarde en de goede bereikbaarheid geven in dit geval een positieve balans. Het gebouw herbergt bijzondere buitenruimtes bij de woningen die een extra kwaliteit meegeven. Royale terrassen met groen, soms over twee verdiepingen. Het is correct dat een nadere toelichting van het verlenen van de hogere waarden deels ontbreekt. Als bijlage bij de toelichting bij het bestemmingsplan wordt een nadere onderbouwing van de hogere waarde toegevoegd.

2.7 Wind Samenvatting zienswijzen Bebouwing langs het spoor levert een begrenzing op die de stad en burgermeesterwijk van elkaar scheiden. Dit heeft akoestische gevolgen en zorgt voor een toename van wind over het spoor. Reactie Uit het windhinderonderzoek volgt dat er alleen aan de noordwestkant van het gebouw beperkt risico op het ontstaan van windgevaar is. Verder heerst er ook na de nieuwbouw over het algemeen een matig tot goed windklimaat. Verder zijn we voorzichtig met het plaatsen van details zoals persroosters, spijlen, luchtdichtingen die wind geïnduceerd geluid kunnen veroorzaken. Op basis hiervan concluderen we dat er geen dusdanige toename van windhinder met akoestische gevolgen zal zijn.

2.8 Trilling Samenvatting zienswijzen Het plan is niet uitvoerbaar vanwege trillingsnorm. Reactie Er is een trillingonderzoek uitgevoerd waarin de verwachting van de trillingsterkte is opgenomen. Dit trillingsonderzoek is uitgevoerd door middel van metingen op de 7e verdieping van Pathé. Deze metingen geven richting aan de te verwachten trillingen, maar significante afwijkingen zijn mogelijk voor de ontwikkeling op kavel K3-K7. Het dynamisch gedrag van de draagconstructie (staal) en vloerconstructies van de ontwikkeling kunnen namelijk veel invloed hebben op de uiteindelijk te behalen trillingssterkten. Daarmee is het niet mogelijk om op basis van de nu gedane metingen daarover een finaal oordeel te vellen. De gemeten trillingssterkten op de 7de verdieping van Pathé maken wel duidelijk dat incidenteel goederentreinpassages kunnen voorkomen die de strenge streefwaarde uit de SBR-B voor nieuwe woonfuncties in de nacht kunnen overschrijden. Door de draagconstructie en vloerconstructies van het gebouw aan te passen, is het voor nagenoeg alle treinen mogelijk te voldoen aan de streefwaarde voor nieuwe situaties. Het is echter niet uit te sluiten dat er incidenteel goederentreinen zullen voorkomen, die, ook na de getroffen maatregelen, de strenge streefwaarde voor nieuwe situaties (in de nacht) licht overschrijden.

Er kan dan wel voldaan worden aan de streefwaarden voor bestaande situaties. De daadwerkelijke trillingsterkten zullen moeten blijken uit de definitieve berekeningen door de constructeur en het trillingsonderzoek behorende bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. Met de mogelijke slechts geringe overschrijdingen van de streefwaarde voor nieuwbouw en de zeer beperkte mate waarin dit zal voorkomen zal er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat en is woningbouw op deze locatie als haalbaar te beschouwen. Dit zal in de toelichting duidelijker opgenomen worden.

2.9 Stikstof Samenvatting zienswijzen Stikstof onderzoek onvoldoende. Bouwfase niet meegenomen. Geen rekening gehouden met Afdelingsuitspraak van 2 november 2022 over de bouwvrijstelling. Reactie Er is een nieuw stikstofonderzoek gedaan. Dit onderzoek is als bijlage bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat zowel bij de aanlegfase (bouwfase) als bij de gebruiksfase geen stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen wordt verwacht. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol stikstof/ha/ja op stikstofgevoelige habitattypen. Significant negatieve effecten op natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

2.10 Leegstand Samenvatting zienswijzen Er is veel leegstand langs het Willemsplein. Er zijn verschillende woningbouwprojecten gerealiseerd op het Stationsplein en het Willemsplein. Een deel is verhuurd, maar een deel heeft lange tijd leeg gestaan. Hotel Ibis heeft meer dan een jaar leeggestaan en is nog steeds niet in gebruik. De vraag naar beschikbare woon- en/of winkel- en/of horecaruimte is afgenomen. De gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden hoeven niet te worden vergroot. Meerdere kantoorgebouwen staan leeg, bijv. de gebouwen rondom de John Frostbrug. 26 luxe appartementen past niet in de Arnhemse Woonprincipes, waarin het gaat om duurzame betaalbaarheid.

Reactie Voor het bestemmingsplan is getoetst of er behoefte bestaat aan de stedelijke ontwikkeling. Dit wordt ook wel de toets aan de ‘Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling’ genoemd. Het doel van deze toets is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Door het doorlopen van de toets wordt de kans op leegstand voorkomen. Uit de toets blijkt dat er behoefte bestaat aan woningen en kantoren in het gebied. Arnhem kent een grote kwantitatieve woonopgave. Woningen toevoegen draagt bij aan het oplossen van deze opgave. Het plan voldoet niet aan de regel dat minimaal 30% van de nieuwbouw een sociale huurwoning moet zijn en dat minstens 2/3e van de woningen betaalbaar moeten zijn. De reden hiervoor is dat de ontwikkeling in 2016 is gestart met een tender vanuit de NS. De huidige gemeentelijke beleidseisen zijn pas in 2020 en 2023 vastgesteld. Doordat de kaders voor dit project zijn meegeven bij de tender, zijn de uitgangspunten van dit project meegegeven in een tijd dat we nog niet dwingend aanstuurden op sociale en/of betaalbare woningbouw.

Het is niet gepast, en vaak niet mogelijk, uitgangspunten bij lopende projecten met kaderstelling in een later stadium nog te wijzigen. Hoewel het plan niet voldoet aan de betaalbaarheidseisen, wordt met de ontwikkeling wel voorzien in een vraag waaruit behoefte blijkt uit het meest recente woonbehoefteonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat er vraag is naar woningen in het duurdere koopsegment. Het plan voorziet daarmee ook in een kwalitatieve behoefte. In het centrum- en stationsgebied bestaat behoefte aan nieuwe kantoorruimte. Deze behoefte betreft met name nieuwe kantoorpanden en kantoorpanden met veel faciliteiten, zoals restaurants en vergaderzalen. Deze ontwikkeling voorziet in deze behoefte. De Arnhemse woonprincipes bestaan uit meer principes dan duurzaam betaalbaar. Eén uitgangspunt is bijvoorbeeld ook om in te zetten op een onderscheidend woonmilieu waarbij het woonaanbod het economisch profiel van Arnhem kan versterken. Met de appartementen wordt bijgedragen aan een hoogstedelijk woonmilieu met duurzaamheidsambities die passen bij een stationsgebied. Kleine huishoudensgroepen, waaronder senioren, zullen zich aangetrokken voelen tot de appartementen.

2.11 Participatie Samenvatting zienswijzen De omwonenden zijn niet betrokken bij de buurtparticipatie. Reactie Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van het project Arnhem Centraal. Dit is een langlopend project. In dit project is participatie op de toen gebruikelijke wijze toegepast. Voor o.a. de verschillende bestemmingsplannen en het masterplan zijn informatiebijeenkomsten gehouden. Ook is er in de beginfase van het project een klankbordgroep ingesteld. Tijdens de uitvoeringsfase van de verschillende bouwactiviteiten is de omgeving geïnformeerd door inloopbijeenkomsten en informatiebrieven. Verder is in de periode 1994 – 2005 regelmatig een nieuwsbrief verschenen. Voor deze ontwikkeling hanteert ABC Vastgoed voor het participatieproces de handreiking ‘betrek de buurt bij uw bouwplan’. De omwonenden participeren op level 2, gemiddelde participatie. Onder dit level wordt verstaan: betrokkenen laten meepraten, belangen van betrokkenen meewegen door middel van bijvoorbeeld een informatieavond, (online) enquête of website. De ontwikkelaar heeft

hier invulling aan gegeven door op 9 maart 2022 een inloopavond te organiseren voor alle omwonenden en belanghebbenden. Op deze avond zijn de plannen gepresenteerd en was er gelegenheid met de architect en ontwikkelaar in gesprek te gaan en te reageren op de plannen. Naast een inloopbijeenkomst worden middelen zoals een online enquête en een omgevingswebsite ingezet. Ten behoeve van het ter inzage leggen van het bestemmingsplan heeft de ontwikkelaar een nieuwsbrief aan 1405 geadresseerden in het gebied gestuurd. De communicatie over het plan ART Podium 26 wordt gedaan door de ontwikkelaar en wordt afgestemd met de gemeente. Zij zullen vooruitlopend op de publicatie van het bestemmingsplan belangstellenden en de direct omliggende bedrijven en bewoners informeren. De ontwikkelaar heeft een website in het leven geroepen voor omwonenden en toekomstig geïnteresseerde bewoners: www.arnhemtoren.nl.

3. Overzicht ingediende zienswijzen 3.1. Naam en adressen van de indieners zienswijzen Naam

Straat/Postbus

Postcode

Plaats

1.

Arnhem

2.

Arnhem

3.

Arnhem

4.

Arnhem

5.

Arnhem

6.

Arnhem

7.

Arnhem

8.

Arnhem

9.

Arnhem

10.

Arnhem

11.

Arnhem

12

Arnhem

13.

Gelrepark

Horst

14

ProRail

Utrecht

3.2 Overzicht ingediende zienswijzen

Zienswijze #1-6

Gronden 1. Beperking uitzicht Het plan leidt tot een ingrijpende verandering van het uitzicht. Dit kan leiden tot een lagere verkoopwaarde (planschade). 2. Toename schaduwwerking De nieuwbouw is ca 63 m hoog en komt ten zuiden van de bestaande

Reactie gemeente Zie beantwoording 2.1 Uitzicht

Zie beantwoording 2.2 Schaduwwerking

woningen te staan. De zon zal verdwijnen in oktober t/m maart. 3. Beperking privacy Door de hoogte zal meer inkijk zijn in de omringende woningen. 4. Toename verkeersbewegingen De wijziging leidt tot meer verkeersbewegingen. Het onderzoek is niet representatief, want in rustigere coronatijd gedaan.

Zie beantwoording 2.3 Privacy

Zie beantwoording 2.4 Verkeersbewegingen Geluid Voor wat betreft de verkeersgegevens is er uitgegaan van de RVMK prognosejaar 2029, waarbij de intensiteiten zijn gecorrigeerd met een groeipercentage van 1% per jaar voor het prognosejaar 2032. Deze prognosejaren zijn gebaseerd op het basisjaar 2019. Voor het bepalen van het basisjaar zijn effecten van de coronapandemie buiten beschouwing gelaten. In het akoestisch onderzoek is onderbouwd dat de verkeersaantrekkende werking van het plan ondergeschikt is aan de hoge verkeersintensiteiten die in de omgeving aanwezig zijn. Toename van geluidbelastingen als gevolg van toenemend verkeer zijn relatief ten opzichte van de bestaande verkeersintensiteiten. Gezien de hoge aanwezige verkeersintensiteiten zal de geluidbelasting door de verkeersaantrekkende werking van het plan niet significant toenemen.

5. Hinder en milieu Mogelijk hinder door geluid, stank en gevaar door bedrijven die zich zullen vestigen. 6. Karakter gebied, uitzicht Toren belemmert uitzicht.

Zie beantwoording 2.5 Hinder en milieu

7. Trilling Plan niet uitvoerbaar vanwege trillingsnorm. 8. Stikstof

Zie beantwoording 2.8 Trilling

Zie beantwoording 2.1 Uitzicht

Zie beantwoording 2.9 Stikstof

Zienswijze #7

Stikstof onderzoek onvoldoende. Bouwfase niet meegenomen. 9. Participatie Omwonende niet betrokken bij participatie. 1. Beperking uitzicht Het plan leidt tot een ingrijpende verandering van het uitzicht. Dit kan leiden tot een lagere verkoopwaarde (planschade). 2. Naamvoering Podium en Art Naamvoering suggereert een artistieke bestemming, maar hier is niets van terug te zien.

3. Windhinder Bebouwing langs het spoor levert een begrenzing op die de stad en burgermeesterwijk van elkaar scheiden. Dit heeft akoestische gevolgen en zorgt voor een toename van wind over het spoor. 4. Leegstand Er is veel leegstand tot langs het Willemsplein. Veel criminaliteit in het stationsgebied.

Zie beantwoording 2.11 Participatie

Zie beantwoording 2.1 Uitzicht

In het bestemmingsplan worden de ruimtelijke en planologische mogelijkheden voor een locatie opgenomen. Het bestemmingsplan geeft aan wat mogelijk is op een bepaalde locatie. De naamgeving van een pand wordt hiermee niet gereguleerd. De ontwikkelaar is vrij om het pand een naam te geven. Zie beantwoording 2.7 Wind

Zie beantwoording 2.10 Leegstand Een bestemmingsplan voorziet in de ruimtelijke en planologische mogelijkheden in een gebied. Het doel van een bestemmingsplan is niet (en kan niet zijn) het tegengaan van criminaliteit. Een omgeving waar toezicht is en waar 24 uur per dag activiteiten zijn, is over het algemeen wel minder aantrekkelijk voor criminele activiteiten. Door de realisatie van het bouwplan worden woningen en werkfuncties toegevoegd waardoor 24 uur toezicht en activiteiten in het gebied zijn en het gebied niet meer als een restgebied ervaren wordt. De open gebouwplint maakt ook het rondhangen of crimineel

5. Bebouwing en groen, hitte Veel bebouwing in verhouding tot groen. Hittestress

6. Invulling locatie Meer wonen toestaan zou beter zijn. Wel mogelijk overlast voor bewoners Ibis complex.

7. Trilling Plan niet uitvoerbaar vanwege trillingsnorm. 8. Stikstof Stikstof onderzoek onvoldoende. Bouwfase niet meegenomen.

gedrag in de omgeving onaantrekkelijker. In het vigerende bestemmingsplan Arnhem Centraal I hebben de gronden de bestemming Centrumdoeleinden/Verkeersdoeleinde n. Dit bestemmingsplan maakt hetzelfde oppervlakte bebouwing mogelijk. Er wordt geen groen verwijderd. Bij het gebouw wordt rekening gehouden met het voorkomen van hittestress. Het effect van hitte wordt bijvoorbeeld verminderd door het toevoegen van bomen en het realiseren van groene daken en groenbakken op diverse verdiepingen. Ook wordt aandacht besteed aan hitte door toepassing van licht kleurgebruik en wordt er gekeken naar mogelijkheden voor gevelbeplanting en de toepassing van zonwerend glas. Zie paragraaf 4.10 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Een gemengde bestemming is belangrijk omdat er zowel behoefte is aan werklocaties als aan wonen. De gemengde bestemming is flexibeler naar de toekomst toe en biedt 24 uur per dag activiteit in het gebied wat belangrijk is voor de levendigheid en leefbaarheid voor het gebeid. Alleen wonen is niet mogelijk. Dat heeft te maken met de milieu-eisen die gesteld worden aan woningen (bijvoorbeeld afstand tot spoor en geluid). Woningen kunnen daarom pas vanaf een bepaalde hoogte gerealiseerd worden. Dit is geborgd in het bestemmingsplan. Zie beantwoording 2.8 Trilling

Zie beantwoording 2.9 Stikstof

Zienswijze #8

Zienswijze #9

9. Participatie Omwonende niet betrokken bij participatie. 1. Schaduwwerking De hoogbouw heeft schaduwwerking op de nabijgelegen woningen. Dit tast het woongenot aan. Daarnaast heeft het effect op de zonnepanelen. Strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. 2. Toename verkeersbewegingen De wijziging leidt tot meer verkeersbewegingen. Het onderzoek is niet representatief, want in rustigere coronatijd gedaan. 1. Participatie Omwonende niet betrokken bij participatie. 2. Uitzicht Het plan leidt tot een ingrijpende verandering van het uitzicht. 3. Schaduwwerking De hoogbouw heeft schaduwwerking op de nabijgelegen woningen. Dit tast het woongenot aan. Daarnaast heeft het effect op de zonnepanelen. Strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. 4. Privacy Inkijk op woning en tuin door hoogbouw. 5. Verkeersbewegingen De wijziging leidt tot meer verkeersbewegingen. Het onderzoek is niet representatief, want in rustigere coronatijd gedaan. 6. Hinder en milieu Toename van wind en geluid.

Zie beantwoording 2.11 Participatie

Zie beantwoording 2.2 Schaduwwerking

Zie beantwoording 2.4 Verkeersbewegingen

Zie beantwoording 2.11 Participatie

Zie beantwoording 2.1 Uitzicht

Zie beantwoording 2.2 Schaduwwerking

Zie beantwoording 2.3 Privacy

Zie beantwoording 2.4 Verkeersbewegingen

Zie beantwoording 2.5 Hinder en milieu Zie beantwoording 2.7 Wind

7. Karakter gebied, uitzicht Belemmering uitzicht. 8. Trilling

Zie beantwoording 2.6 Geluid Zie beantwoording 2.1 Uitzicht Zie beantwoording 2.8 Trilling

Plan niet uitvoerbaar vanwege trillingsnorm. 9. Stikstof Stikstof onderzoek onvoldoende. Bouwfase niet meegenomen. 10. Planschade Mogelijk wordt een planschadeverzoek ingediend.

Zienswijze #10

Zie beantwoording 2.9 Stikstof

In verband met mogelijke waardedaling (planschade) geldt het volgende: in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijk ordening wordt ingegaan op de tegemoetkoming in schade (voorheen planschade). Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die, vermogensschade (vermindering waarde onroerend goed) of inkomensschade (omzetdaling) lijdt, op aanvraag tegemoetkoming toe kunnen kennen. Het gaat dan om schade die dan redelijkerwijs, rekening houdend met het normaal maatschappelijk risico, niet voor rekening van aanvrager behoort te blijven. Indien indiener van mening is dat het plan zal leiden tot een waardevermindering van het onroerend goed of omzetderving, kan hiervoor - na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan afzonderlijk een verzoek om tegemoetkoming in schade worden ingediend. Zie beantwoording 2.2 Schaduwwerking

1. Schaduwwerking De hoogbouw heeft schaduwwerking op de nabijgelegen woningen. Dit tast het woongenot aan. Daarnaast heeft het effect op de zonnepanelen. 2. Toename verkeersbewegingen Zie beantwoording 2.4 De wijziging leidt tot meer Verkeersbewegingen verkeersbewegingen. Het onderzoek is niet representatief, want in rustigere coronatijd gedaan. Memo Mobycon is gepubliceerd op 24 september 2021. Lage verkeersdrukte. ANWB publiceerde 31 december 2022 dat het nu drukker is.

Zienswijze #11

https://www.anwb.nl/verkeer/nieu ws/nederland/2022/december/files -terug-van-weggeweest 3. Participatie, bewoners Amsterdamse Heeren niet uitgenodigd Voor de informatieavond Q1 2022 zijn eigenaren van de woningen van project Arnhemse Heeren niet uitgenodigd en niet goed geïnformeerd. 4. Beperking uitzicht Het plan leidt tot een ingrijpende verandering van het uitzicht. Dit kan leiden tot een lagere verkoopwaarde (planschade). 5. Trilling Plan niet uitvoerbaar vanwege trillingsnorm. 1. Leegstand, vraag niet aangetoond Er zijn verschillende woningbouwprojecten gerealiseerd op het Stationsplein en het Willemsplein. Een deel is verhuurd, maar een deel heeft lange tijd leeg gestaan. Hotel Ibis heeft meer dan een jaar leeggestaan en is nog steeds niet in gebruik. De vraag naar beschikbare woonen/of winkel- en/of horecaruimte is afgenomen. De gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden hoeven niet te worden vergroot. Meerdere kantoorgebouwen staan leeg, bijv. de gebouwen rondom de John Frostbrug. 26 luxe appartementen past niet in de Arnhemse Woonprincipes, waarin het gaat om duurzame betaalbaarheid. 2. Geluidshinder Plan staat hogere geluidsnormen toe, zonder onderbouwing waarom dit toelaatbaar is.

Zie beantwoording 2.11 Participatie

Zie beantwoording 2.1 Uitzicht

Zie beantwoording 2.8 Trilling

Zie beantwoording 2.10 Leegstand

Zie beantwoording 2.6 Geluid

Overschrijding zorgt voor overlast bij bewoners, winkeleigenaren en bezoekers. 3. Stikstof Geen rekening gehouden met Afdelingsuitspraak van 2 november 2022 over de bouwvrijstelling. 4. Verkeersveiligheid De verkeersanalyse is onvoldoende onderbouwd. Er zou een week lang geobserveerd moeten worden, zodat duidelijk wordt dat elke factor die verkeersdrukte laat toenemen zal leiden tot een verkeersonveilige situatie. De verkeersrisico's zijn onvoldoende in kaart gebracht.

5. Parkeergelegenheid De parkeertoets is summier. De huidige bewoners van de panden aan het Willemsplein kunnen geen parkeervergunning krijgen. De parkeermogelijkheden moeten uitgebreid worden.

Zie beantwoording 2.9 Stikstof

De gemeente vindt dat de verkeersanalyse voldoende onderbouwing geeft. Het betreft de verkeersproductie en verdeling van het verkeer. De gemeente kijkt als wegbeheerder naar verkeersveiligheid en richt de wegen in volgens de richtlijnen van het CROW. De ontwikkeling mag er niet toe leiden dat het wegennet onevenredig zwaar belast wordt en/of dat aansluitingen onveilig in het ontwerp opgenomen worden. Dat is hier niet het geval. De verkeersgeneratie van dit bestemmingsplan zal niet leiden tot onaanvaardbare verkeershinder. Als gemeente hanteren we de beleidsregels voor parkeren zoals vastgesteld en te vinden via overheid.nl. Beleidsregels parkeren Arnhem 2022 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) De parkeertoets voldoet aan de gestelde regels voor parkeren. Op een aantal plekken verstrekken we inderdaad geen parkeervergunningen. Het plan voorziet in parkeerplaatsen. Hiermee worden de parkeermogelijkheden uitgebreid.

6. Directe noodzaak ontbreekt De directe noodzaak van een nieuwe maatschappelijke invulling ontbreekt. Eerst moeten lege panden in het centrum worden opgevuld.

Zie beantwoording 2.10 Leegstand Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid voor maatschappelijke functies, tot een oppervlakte van 500m2.

Voor het bestemmingsplan is getoetst of er behoefte bestaat aan de stedelijke ontwikkeling. Deze toets is te vinden in bijlage 3 bij de toelichting. Uit de toets blijkt dat het plan voorziet in een behoefte. Een bestemmingsplan hoeft niet te voorzien in de noodzaak van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling. Het is van belang dat de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling wordt onderbouwd. Het tekort is veel groter dan de leegstand in het centrum. Bovendien, als het om werkruimtes gaat, sluit de ruimte in het centrum (kwantitatieve) ruimte niet aan bij de kwalitatieve behoefte. De ruimtes in het centrum zijn klein terwijl behoefte is aan grote kantoren met grote vloervelden. De ruimtes in het centrum bestaat uit kleine kamers. Zienswijze #12

1. Participatie Omwonende niet betrokken bij participatie. 2. Beperking uitzicht Het plan leidt tot een ingrijpende verandering van het uitzicht. 3. Schaduwwerking De hoogbouw heeft schaduwwerking op de nabijgelegen woningen. Dit tast het woongenot aan. Daarnaast heeft het effect op de zonnepanelen. 4. Beperking privacy Inkijk op woning en tuin door hoogbouw. 5. Toename en overlast verkeersbewegingen De wijziging leidt tot meer verkeersbewegingen. Het onderzoek is niet representatief, want in rustigere coronatijd gedaan. 6. Trillingen en stikstof

Zie beantwoording 2.11 Participatie

Zie beantwoording 2.1 Uitzicht

Zie beantwoording 2.2 Schaduwwerking

Zie beantwoording 2.3 Privacy

Zie beantwoording 2.4 Verkeersbewegingen

Zie beantwoording 2.7 Trilling Zie beantwoording 2.8 Stikstof

Plan niet uitvoerbaar vanwege trillingsnorm. Stikstof onderzoek onvoldoende. Bouwfase niet meegenomen. 7. Planschade

Zienswijze #13

Gelrepark BV verhuurt kantoorruimten aan bedrijven in de ‘Gelderse Poort’ in Arnhem-Zuid. 1. Geen behoefte aan extra kantoorruimte Het plan maakt het mogelijk om 9000m2 aan kantoorruimte te realiseren. Er is al een overschot aan kantoorruime in Arnhem. Dit heeft ook negatieve effecten op de verhuur van bestaande kantoorruimte. Uit de Nota Herijking Kantorenbeleid Arnhem 2008-2020 bleek de kantorenmarkt uit evenwicht door toegenomen

In verband met mogelijke waardedaling (planschade) geldt het volgende: in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijk ordening wordt ingegaan op de tegemoetkoming in schade (voorheen planschade). Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die, vermogensschade (vermindering waarde onroerend goed) of inkomensschade (omzetdaling) lijdt, op aanvraag tegemoetkoming toe kunnen kennen. Het gaat dan om schade die dan redelijkerwijs, rekening houdend met het normaal maatschappelijk risico, niet voor rekening van aanvrager behoort te blijven. Indien indiener van mening is dat het plan zal leiden tot een waardevermindering van het onroerend goed of omzetderving, kan hiervoor - na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan afzonderlijk een verzoek om tegemoetkoming in schade worden ingediend. Vraag met bestaande aanbod opvangen Het probleem van de Arnhemse kantorenmarkt is dat er een mismatch is tussen vraag en aanbod. Het kwantitatieve aanbod sluit niet goed aan bij de kwalitatieve vraag. Het is daarom niet zo dat de vraag kan worden ingevuld met het bestaande aanbod. Het stationsgebied Arnhem Centraal is een ander locatietype dan de andere kantoorlocaties in Arnhem. De gebieden kun je niet met elkaar vergelijken.

Binnen het stationsgebied is het belangrijk dat er aanbod is in verschillende segmenten (oppervlaktes, typen gebouwen, etc.), passend bij de verschillende typen kantoorgebruikers.

leegstand. Er was ca 160.000 m2 vrije kantoorruimte beschikbaar. Het doel was terugdringen van de leegstand met 60.000m2. Dit doel was anno 2020 niet bereikt, de leegstand was toen 110.000m2. Uit de Kantorennota Arnhem 20222030 blijkt dat anno 2021 128.000m2 kantoorruimte beschikbaar was. De vraag t/m 2030 zal ongeveer 70.000 tot 106.000m2 bedragen, waarvan 42.000m2 tot 63.500 m2 voor de CS-locatie (60%). Aan de vraag kan dus voldoende worden voldaan met de beschikbare kantoorruimte. Toename is onwenselijk. Verder wordt er vraag gesteld of de cijfers in de Kantorennota 20222030 wel juist zijn. De cijfers zijn overgenomen uit regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen 2021-2024. Ze kunnen niet gelden als deugdelijke onderbouwing. De cijfers van RPW zijn anders dan in de Kantorennota. Er zijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de vraag naar kantoorruimte. Meer thuiswerken, personeelstekort (ook binnen ov). Er zijn nieuwe berekeningen nodig. Opwaardering Gelderse Poort moet prioriteit krijgen.

Het toevoegen van kantoormeters in het stationsgebied blijft daarom van belang. Juistheid van de cijfers De cijfers in de Kantorennota zijn gebaseerd op het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) regio Arnhem-Nijmegen 2021-2024. De prognoses daarvan komen uit 2019. De cijfers zijn bepaald voor de looptijd van het RPW (2021-2024), maar deze zijn gebaseerd op ramingen tot en met 2030. De prognoses in de kantorennota zijn gebaseerd op dezelfde ramingen. De verschillen in cijfers zoals genoemd in de zienswijze zijn er in werkelijkheid niet; de cijfers in het RPW gaan alleen over een kortere periode dan die in de Kantorennota 2022-2030. Actualiteit van de cijfers gezien recente ontwikkelingen In 2022 is er volgens afspraak een monitoring van het RPW uitgevoerd. In de monitoring is onder andere uitgebreid stilgestaan bij de effecten van de coronapandemie. Uit de monitoring is gebleken dat er geen aanleiding is om de ramingen aan te passen. De monitoring wordt naar verwachting in maart 2023 door de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen vastgesteld. Elke tijd kent zijn onzekerheden, ook de huidige. De langetermijneffecten van het hybride werken zijn nog niet bekend. De Kantorennota geeft daarom een doorkijk tot 2030 en werkt met een bandbreedte in de prognoses, zodat (korte) schommelingen minder effect hebben op het gevoerde beleid.

De tussentijdse monitoring van de Kantorennota, voorzien in 2025-2026, biedt ruimte om eventueel nog bij te sturen.

Hoogte vervangingsvraag De kantorenmarkt is een veel dynamischere markt dan die van winkels en bedrijfsruimten, onder andere doordat het grotendeels een huurmarkt is. Veel kantoorgebruikers maken vanwege de huurcontracten elke paar jaar de keuze wat te doen met de huisvesting: blijven, uitbreiden, inkrimpen of verhuizen. Adviesbureau Ecorys stelt dat er geen reden is om te twijfelen aan een percentage van 1-1,5 % voor de vervangingsvraag. De vraag naar duurzame kantoorpanden en de regelgeving over verplichte energielabels voor kantoorpanden (invloed op de aanbodkant) zal het percentage voor de vervangingsvraag eerder verhogen dan verlagen.

Het bestemmingsplan maakt (maximaal) mogelijk: 40 woningen 1.5000 mv bvo horeca 9.000m2 kantoren 500m2 bvo maatschappelijke functies 600m2 detailhandel

Prioriteit geven aan Gelderse Poort De Arnhemse kantorenmarkt is erbij gebaat dat er aanbod is voor verschillende typen gebruikers. Een deel van de kantoorgebruikers zal de voorkeur geven aan een locatie op een formele kantoorlocatie met een goede autobereikbaarheid vanaf de snelweg. We zetten in de Kantorennota in op het versterken van alle toekomstbestendige kantoorlocaties in Arnhem, dus óók op Gelderse Poort. In het bestemmingsplan is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen slechts wordt verleend indien bij de aanvraag van de vergunning aangetoond wordt dat er voldaan wordt aan de parkeernormen die opgenomen zijn in de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem. In de planregels is hiermee geborgd dat er alleen wordt gebouwd indien voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.

In de parkeerbalans wordt uitgegaan van: 26 appartementen 8.183 m2 bvo kantoor

Hoewel de vraag of er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd pas in het kader van de procedure van de omgevingsvergunning voor bouwen

2. Parkeren, berekeningen in strijd met BP

2.442m2 bvo bijeenkomstenruimte In de parkeerbalans worden niet de maximaal planologische mogelijkheden meegenomen, waardoor niet vaststaat dat aan de parkeernormen kan worden voldaan. In de regels is niet opgenomen dat bij splitsen en verkameren ook moet worden voldaan aan de parkeernorm.

Zienswijze #14

ProRail Spoorwegemplacement

aan de orde zal komen, is er een door middel van een parkeerbalans bezien of er kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De parkeerbalans is opgesteld door Spark op basis van het voorlopige ontwerp. De concrete invulling van het plangebied hoeft bij de vaststelling van dit bestemmingsplan (met verbrede reikwijdte) nog niet vast te staan. De beoordeling of er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd om te voorzien in de parkeerbehoefte die als gevolg van de uitvoering van het plan zal ontstaan, zal pas in het kader van de procedure van de omgevingsvergunning voor bouwen van de in het plan voorziene ontwikkelingen aan de orde komen. In de parkeerbalans is zowel aandacht voor het auto- als fietsparkeren. Er zijn geen parkeernormen opgesteld voor het parkeren van fietsen bij kantoren. Het plan voorziet in een fietsenstalling met een capaciteit van maximaal 128 fietsparkeerplekken. Dit komt overeen met 1,56 fietsparkeerplaatsen per 100 m2 bvo kantoor. Voor auto’s worden 64 parkeerplaatsen aangelegd in de onderste twee lagen van de toren. Er is sprake van dubbelgebruik van de parkeercapaciteit. Dit betekent dat dezelfde parkeerplaats overdag gebruikt kan worden ten behoeve van kantoor en s avonds voor wonen. Uit het onderzoek blijkt dat op de drukste momenten sprake is van een overschot van 12 parkeerplaatsen.

Dit betekent dat de parkeercapaciteit hoger is dan de berekende parkeerbehoefte. De capaciteit voorziet in de parkeerbehoefte. Parkeren wordt hiermee op eigen terrein opgelost. Hieruit blijkt dat er kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Op 10 januari 2012 is er een revisievergunning verleend voor het emplacement Arnhem-West. Een akoestisch onderzoek maakt hier

Het bouwplan is gesitueerd vlak bij de sporen van de inrichting van het spoorwegemplacement Arnhem-west. In het voorliggend plan komt onvoldoende naar voren hoe met dit bouwplan voorkomen gaat worden dat het beperkingen gaat opleveren voor het huidige gebruik van het emplacement. Doorgaand treinverkeer zal hier maatgevend zijn ten opzichte van het emplacementsgebruik, de onderbouwing hierover ontbreekt echter.

onderdeel van uit. ProRail wil niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering door de komst van het gebouw Podium 26. Dit gebouw bestaat vanaf de negende verdieping uit appartementen die geluidgevoelig zijn. De onderste verdiepingen zijn kantoren die niet als geluidgevoelig worden gezien. Naar aanleiding van de zienswijze heeft DGMR aanvullend onderzoek gedaan. Uit dit onderzoek volgt dat de overschrijdingen plaatsvinden op de onderste verdiepingen. Vanaf de negende verdieping zijn woningen (geluidgevoelig) opgenomen. Vanaf deze hoogte wordt er voldaan aan 55 dB(A). In de planregels wordt opgenomen dat vanaf de 9e verdieping gewoond mag worden. Dit betekent dat de bouw van Podium 26 past binnen de milieuvergunning van ProRail. ProRail zal door de bouw van Podium 26 niet belemmerd worden in zijn bedrijfsvoering.

Voorstel college: De zienswijzen geven aanleiding om het omgevingsplan gewijzigd vast te stellen ten aanzien van de volgende onderdelen:

Toelichting Afbeelding bij 3.3 is aangepast met actuele impressie. Afbeelding bij 3.4 is aangepast met actuele dwarsdoorsnede beoogde gebouw. De verwijzing in paragraaf 4.2 naar het Actieplan omgevingslawaai wordt verwijderd. Deze is verwarrend en in principe niet van toepassing. In paragraaf 4.2 is opgenomen dat de onderbouwing van de hogere waarden is opgenomen als bijlage bij de toelichting. In paragraaf 4.12 is een nadere onderbouwing met betrekking tot trilling opgenomen.

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 10 onderzoek stikstofdepositie

Het onderzoek van 11 oktober 2021 wordt vervangen door het onderzoek van 21 februari 2023. Bijlage 16 trillinghinderonderzoek De conceptversie van het onderzoek wordt vervangen door de definitieve versie van het onderzoek Bijlage 18 bezonningsdiagrammen wordt toegevoegd. Bijlage 19 uitzicht en privacy wordt toegevoegd. Bijlage 20 akoestisch onderzoek milieuaspect geluid wordt toegevoegd. Bijlage 21 Overwegingen hogere waarden wordt toegevoegd.

Regels Artikel 3.1 sub wordt op de volgende wijze aangepast: Artikel 3.1 sub b (voor wijziging) maatschappelijke en culturele functies;

Artikel 3.1 sub b (na wijziging) maatschappelijke en culturele functies, met uitzondering van geluidsgevoelige functies;

Artikel 3.2.4 voorwaardelijke verplichting natuurinclusief bouwen wordt aangepast. De inhoud van de regeling blijft hetzelfde. De aanpassing betreft een verduidelijking van de regels. Artikel 3.2.4 (voor wijziging) 3.2.4

Voorwaardelijke verplichting natuurinclusief bouwen

a. Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt uitsluitend verleend indien voldoende natuurinclusieve maatregelen worden getroffen. b. Aan het bepaalde onder a. wordt geacht te zijn voldaan, indien het bouwen voldoet aan de in het 'Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen' opgenomen puntensysteem. c. Voor zover de beleidsregels voor natuurinclusief bouwen zoals bedoeld onder a. van dit artikel gedurende de planperiode worden gewijzigd, gelden deze wijzigingen vanaf het tijdstip van bekendmaking van de wijziging. d. De genomen maatregelen met betrekking tot natuurinclusief bouwen in het kader van de vergunningverlening moeten in stand worden gehouden. e. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a. indien het voldoen aan de bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Artikel 3.2.4 (na wijziging) 3.2.4

Voorwaardelijke verplichting natuurinclusief bouwen

a. Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt uitsluitend verleend indien voldoende natuurinclusieve maatregelen worden getroffen. b. Aan het bepaalde onder a wordt geacht te zijn voldaan indien er voldoende punten worden gehaald door de genomen maatregelen zoals opgenomen in het puntensysteem zoals opgenomen in de 'Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen' van de gemeente Arnhem. c. Voor zover de beleidsregels voor natuurinclusief bouwen zoals bedoeld onder b. van dit artikel gedurende de planperiode worden gewijzigd, gelden deze wijzigingen vanaf het tijdstip van bekendmaking van de wijziging. d. Het is verboden een woning te gebruiken of laten gebruiken zonder de natuurinclusieve maatregelen die genomen zijn in het kader van de vergunningverlening als bedoeld onder a aan te brengen en in stand te houden. e. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a. indien het voldoen aan de bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. f. Burgemeester en wethouders passen deze regels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het natuurinclusief bouwen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a.

Artikel 3.3 sub e onder 1 wordt aangepast op de volgende wijze: Artikel 3.3 sub e onder 1 (voor wijziging) e. ten aanzien van wonen gelden de volgende regels: 1. wonen is uitsluitend op de verdiepingen toegestaan, met dien verstande dat wonen op de eerste tot en met vierde verdieping aan de zijde van het spoor niet is toegestaan zonder de aanleg en instandhouding van een dove gevel

Artikel 3.3 sub e onder 1 (na wijziging) e. ten aanzien van wonen gelden de volgende regels: 1. wonen is uitsluitend vanaf de 9e verdieping;

De aftrek in de tabel in artikel 10.1 is bij geluid van railverkeer niet van toepassing. De tabel is aangepast. Artikel 10.1 (voor wijziging) Aanduiding

Vast te stellen hogere

Toegepaste aftrek in dB

Geluid afkomstig van : (naam wegvak/ baanvak)

Gevel

geluidbelasting (art. 110g in dB Wgh) R1

68 dB

5

Arnhem-Zevenaar

Zie afbeelding 1

R2

66 dB

5

Arnhem-Zevenaar

Zie afbeelding 1

R3

65 dB

5

Arnhem Zevenaar

Zie afbeelding 1

W1

52 dB

5

Amsterdamseweg

Zie afbeelding 2

W2

50 dB

5

Centrumring

Zie afbeelding 2

Geluid afkomstig van : (naam wegvak/ baanvak)

Gevel

Artikel 10.1 (na wijziging) Vast te stellen hogere Aanduiding geluidbelasting in dB

Toegepaste aftrek in dB (art. 110g Wgh)

R1

68 dB

N.v.t.

Arnhem-Zevenaar

Zie afbeelding 1

R2

66 dB

N.v.t.

Arnhem-Zevenaar

Zie afbeelding 1

R3

65 dB

N.v.t.

Arnhem Zevenaar

Zie afbeelding 1

W1

52 dB

5

Amsterdamseweg

Zie afbeelding 2

W2

50 dB

5

Centrumring

Zie afbeelding 2

Artikel 10.1 sub b wordt aangepast op de volgende wijze: Artikel 10.1 sub b (voor wijziging) bij woningen/appartementen waarvoor een hogere waarde geldt wordt er minimaal één (gezamenlijke) geluidsluwe buitenruimte gecreëerd; Artikel 10.1 sub b (na wijziging) de hogere waarden zoals bepaald onder a zijn toelaatbaar mits: 1. voor deze woningen sprake is van minimaal één geluidluwe gevel of een akoestisch gelijkwaardige oplossing; 2. voor een geluidbelaste woning sprake is van minimaal één geluidluwe buitenruimte of een akoestisch gelijkwaardige oplossing;

Artikel 10.2 parkeren is aangepast op de volgende wijze: Artikel 10.2 (voor wijziging) 10.2 Parkeren 10.2.1 Parkeerregeling a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken - waarvoor

een omgevingsvergunning is benodigd - daartoe aanleiding geeft, moet, voor wat betreft de toename in de parkeer- of stallingsbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. B. De onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van personenauto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. c. Aan het bepaalde onder a. wordt geacht te zijn voldaan indien de ruimte voor parkeren of stallen voldoet aan de in de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem daartoe opgenomen normen. 10.2.2 Laden of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, dient, onverminderd het bepaalde elders in de regels van dit plan, in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in, of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

10.2.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in artikel 10.2.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in artikel 10.2.6. 10.2.4 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de artikelen 10.2.1 en 10.2.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 10.2.5 Voorwaarden voor afwijken Afwijken van de regels, als bedoeld in de artikelen 10.2.1 en 10.2.2 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie. 10.2.6 Beleidsregels Burgemeester en wethouders passen deze bouwregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.

Artikel 10.2 (na wijziging) 10.2

Parkeren

10.2.1 Parkeerregeling a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken - waarvoor een omgevingsvergunning is benodigd - daartoe aanleiding geeft, moet, voor wat betreft de toename in de parkeer- of stallingsbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. b. De onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van personenauto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. c. Aan het bepaalde onder a. wordt geacht te zijn voldaan indien de ruimte voor parkeren of stallen voldoet aan de in de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem daartoe opgenomen normen.

10.2.2 Laden of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, dient, onverminderd het bepaalde elders in de regels van dit plan, in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in, of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 10.2.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in artikel 10.2.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in artikel 10.2.6, zoals die golden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.2.1 onder a. 10.2.4 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de artikelen 10.2.1 en 10.2.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

10.2.5 Voorwaarden voor afwijken Afwijken van de regels, als bedoeld in de artikelen 10.2.1 en 10.2.2 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte;

b. de woon- en leefsituatie. 10.2.6 Beleidsregels a. Burgemeester en wethouders passen deze bouwregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.2.1 onder a. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=9c767175-c1d9-48b1-8320-22790e84104a