Bijlage 1 - Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Arnhem - veegbesluit 2026-01 - 0007
Tekst van het document
2 Doel en aanleiding Sinds de komst van de Omgevingswet werken we aan het opbouwen van het omgevingsplan. Dit doen we zoveel mogelijk thematisch: per activiteit en zoveel mogelijk voor de gehele gemeente. Voor een aantal thema's is recent nieuw beleid vastgesteld dat pas volledige werking krijgt als dit ook goed wordt vertaald naar het omgevingsplan. Het gaat over de volgende onderdelen: • Kleinschalige verzamelgebouwen, bedrijfsunits of opslag- en garageboxen op werklocaties, zie de Beleidsuitwerking Bedrijfsunits; • Klimaatadapatief en natuurinclusief bouwen, zie Beleidsregels klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen; • Thuissekswerk. Deze thema's hebben geen onderlinge samenhang, maar krijgen ieder een plek binnen het integrale omgevingsplan om te zorgen dat de beleidsdoelen worden gewaarborgd binnen het omgevingsplan. Kaders die zijn vastgesteld in beleidsstukken vinden pas directe doorwerking voor burgers en bedrijven als deze in de regels zijn vastgelegd. Het beleid bindt onszelf als gemeente, maar tast bestaande planologische rechten uit het omgevingsplan niet aan. De doorwerking van beleid naar regels is met name belangrijk als bestaande planologische rechten niet in lijn zijn met het beleid. Activiteiten die binnen het huidige omgevingsplan passen worden niet aan beleid getoetst als de regels daar geen aanleiding voor geven.
Zo is voor bouwactiviteiten groter dan 50 m2 die binnen het omgevingsplan passen, het niet verplicht om klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen te treffen, terwijl het beleid hiervoor dit wel beoogd. En is het mogelijk op bestaande bedrijventerreinen om grote bedrijfspanden op te splitsen in kleine bedrijfsunits terwijl we dit met beleid tegen willen gaan. Met dit wijzigingsbesluit wordt de bestaande planologische situatie weer gelijkgesteld aan de beleidskaders.
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
Motivering 1 Inleiding 1.1 Wat is een omgevingsplan?
Concept
Een omgevingsplan bestaat uit regels en gaat vergezeld van deze motivering. Iedere regel heeft een zogenaamd 'werkingsgebied'. Dit werkingsgebied geeft aan waar in de gemeente een bepaalde regel geldt. Het omgevingsplan bevat regels die te maken hebben met de fysieke leefomgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld om regels over bouwen (waar, hoe hoog, welke materialen) of het gebruik van gronden (wonen, detailhandel, groen). Maar het kunnen ook regels zijn over monumenten, water, gezondheid, veiligheid et cetera. Het omgevingsplan richt zich op het goed functioneren, beheren en beschermen van onze stad en ons buitengebied.
1.2 Waarom een wijziging van het omgevingsplan? De transitie naar één omgevingsplan is een klus waar we de komende jaren nog even zoet mee zijn. Het betekent dat we onze regels van bijna 150 bestemmingsplannen, zeker 8 verordeningen en een kleine 600 rijksregels gaan samenvoegen in dit plan. De transitie betekent niet alleen dat we regels gaan integreren en harmoniseren, maar ook digitaliseren. Voor deze operatie zijn de komende jaren talloze wijzigingen en toevoegingen van en aan dit omgevingsplan nodig. Om deze overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen heeft de gemeenteraad op 15 maart 2021 het ‘Plan van aanpak Omgevingsplan Arnhem’ vastgesteld. In dit plan van aanpak heeft de raad vastgelegd dat we het omgevingsplan stap voor stap gaan opbouwen door steeds nieuwe thema's toe te voegen. In de toelichting op het omgevingsplan staat hier meer informatie over opgenomen. De regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze wijziging van het omgevingsplan draagt bij aan deze doelstelling.
1.3 Waar geldt en waarover gaat deze wijziging van het omgevingsplan? Dit omgevingsplan gaat over: • beperkingen stellen aan kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen, bedrijfsunits en opslag- en garageboxen kleiner dan 200 of 300 m² op werklocaties • het verplichten van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen bij bouwen van gebouwen groter dan 50m2; • het legaliseren van thuissekswerk als beroep aan huis
1.4 Wat wijzigt dit besluit? Een bestemmingsplan kan alleen in het geheel komen te vervallen. Indien het niet mogelijk is om een bestemmingsplan in het geheel te laten vervallen, bijvoorbeeld omdat alleen maar één thema wordt gewijzigd, dan kunnen voorrangsregels worden opgenomen. Vervallen onderdelen Er komen geen bestemmingsplannen te vervallen. De bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan blijven met deze wijziging van het omgevingsplan van kracht. Toegevoegde onderdelen Aan het omgevingsplan worden regels toegevoegd over het geschikt houden van de bodem om op te wonen en te werken. Deze regels hebben voorrang ten opzichte van de regels over thuissekswerk, kleinschalige bedrijfsunits in de bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Indien er al regels in de bestemmingsplannen zijn opgenomen over natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen is de nieuwe regeling voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen uit dit wijzigingsbesluit niet van toepassing en gelden de regels uit de bestemmingsplannen.
1.5 Milieueffectrapportage In de Omgevingswet is opgenomen dat bij wijzigingen van het omgevingsplan die nieuwe kaders stellen het bevoegd gezag moet beoordelen of er aanzienlijke milieueffecten zijn en daarvoor een milieueffectrapportage (M.E.R.) moet worden opgesteld. Het wijzigingsbesluit maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk met een aanzienlijke impact op het milieu. Er wordt geen milieueffectrapportage opgesteld.
24
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
2 Thuissekswerk 2.1 Wat is het thema thuissekswerk?
Concept
Sekswerk is een legaal beroep in Nederland sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000. Volwassen sekswerkers die voor het vak kiezen, zijn geen slachtoffers, maar professionals. Dit raadsvoorstel richt zich daarom op thuissekswerk als volwaardig en normaal beroep, wat ertoe moet leiden dat voor thuissekswerkers dezelfde rechten en plichten gelden als voor beoefenaars van andere beroepen aan huis. Ook voor de zelfstandig werkende escorts gelden deze rechten en plichten. Ondanks dat sekswerk een legaal beroep is, is er een landelijke trend zichtbaar dat het aantal sekswerkers in de vergunde sector afneemt. Deze ontwikkeling doet zich ook voor in Arnhem: de afgelopen jaren zijn er geen nieuwe vergunningaanvragen ingediend. Tegelijkertijd kan op basis van online advertenties geconcludeerd worden dat het aanbod in de onvergunde sector omvangrijk te noemen is. Flexibele vormen van sekswerk – zoals online of thuissekswerk – blijven naar verwachting toenemen. Dit wijst erop dat de vraag naar sekswerk niet afneemt, maar dat er juist behoefte is aan legale werkplekken voor zelfstandig werkende sekswerkers. De gemeenteraad heeft op 25 februari 2026 een principebesluit genomen om thuissekswerk legaal mogelijk te maken als beroep aan huis, waarbij de regels voor beroepen aan huis en stappen voor zelfstandige ondernemers gelden.
In het raadsvoorstel dat hoort bij dit besluit staat een uitgebreide onderbouwing van dit besluit, zie het raadsvoorstel met zaaknummer 4748306.
2.2 Hoe wordt het beleid over thuissekswerk vertaald in de regels? Hoewel sekswerk een legaal beroep is, staat het omgevingsplan momenteel thuissekswerk in Arnhem niet toe als beroep aan huis. De praktijk laat echter zien dat thuissekswerk wel illegaal plaatsvindt. Wanneer sekswerkers vanuit een illegale situatie werken, vergroot dit het risico op gevaarlijke situaties, zoals geweld en uitbuiting. Bovendien bemoeilijkt het hun toegang tot zorg en politie, uit angst voor negatieveconsequenties. Daar komt bij dat sekswerkers vaak te maken krijgen met maatschappelijk stigma, wat niet alleen kan leiden tot ongelijke behandeling en beperkte rechten, maar ook tot negatieve bejegening en psychische klachten. Het toestaan van thuissekswerk versterkt daarentegen de positie van sekswerkers. Het vergroot hun veiligheid wanneer zij, net als andere werkenden, dezelfde rechten en plichten hebben. Ook verlaagt het de drempel tot het zoeken van zorg, hulp of ondersteuning, wanneer dat nodig is. Dit draagt bij aan het doorbreken van het maatschappelijke stigma, omdat thuissekswerkers hun werk niet hoeven te verbergen voor bijvoorbeeld politie of andere instanties. Door thuissekswerk toe te staan, krijgen sekswerkers de mogelijkheid hun beroep als zelfstandige en professioneel uit te oefenen, zonder afhankelijk te zijn van derden. Deze wijziging maakt thuissekswerk als beroep aan huis legaal.
Daarmee wordt ingespeeld op de behoefte aan legale werkplekken voor zelfstandig werkende sekswerkers, en levert Arnhem een bijdrage aan het normaliseren en destigmatiseren van sekswerk. Het stelt thuissekswerkers in staat om hun beroep als zelfstandig ondernemer vanuit hun woning uit te oefenen, waarbij de regels voor beroepen aan huis en stappen voor zelfstandige ondernemers gelden. Zo geldt onder meer dat: • het bedrijf maximaal een derde van de vloeroppervlakte mag beslaan; • dit door de bewoner wordt uitgeoefend; • dit geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse tot gevolg heeft. • Het karakter van de woonbuurt moet behouden blijven. Dit betekent onder andere dat er geen overmatige toeloop van klanten mag zijn, geen geluidsoverlast ontstaat en geen verkeers- of
•
parkeerproblemen worden veroorzaakt; er beperkingen zijn voor reclame;
Naast deze wijziging van het omgevingsplan is er een wijziging nodig van hoofdstuk 3 van de APV. Zodat vastgelegd wordt wat de gemeente Arnhem verstaat onder ‘thuissekswerker’ en zodat geregeld wordt dat 1) voor de thuissekswerker geen vergunningplicht gaat gelden zoals die wel geldt voor een seksinrichting en 2) er maximaal twee gelijkwaardige thuissekswerkers per woning zijn toegestaan om bordeelvorming/onvergunde seksinrichtingen te voorkomen. Tevens dient in de toelichting bij de definitie van ‘thuissekswerker’ te worden opgenomen dat de thuissekswerker volgens de BRP moet zijn ingeschreven op het adres waar thuissekswerk wordt aangeboden.
25
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
3 Kleinschalige bedrijfsunits, bedrijfsverzamelgebouwen, en opslag- en garageboxen op werklocaties 3.1 Wat is het thema Kleinschalige verzamelgebouwen, bedrijfsunits of opslag- en garageboxen op werklocaties?
Concept
Het is een landelijke trend dat er op bedrijventerreinen steeds meer kleine bedrijfsunits en garageboxen worden gerealiseerd. Uit een publicatie van adviesbureau Stec Groep van juni 2024 blijkt dat het aantal bedrijfsunits sinds 2018 explosief is toegenomen, met name bedrijfsunits tot 100 m2. De regio ArnhemNijmegen is een van de regio’s die de grootste stijging laat zien in zowel absolute als relatieve groei. We willen voorkomen dat er in Arnhem nog meer van dit soort gebouwen op bedrijventerreinen komen. De gemeente Arnhem streeft ernaar om werkgelegenheid te bevorderen die aansluit bij de Arnhemse beroepsbevolking en bedrijvigheid te stimuleren die past bij het DNA van de stad. Hiervoor is het nodig om de bedrijfskavels op de Arnhemse bedrijventerreinen zorgvuldig en efficiënt te benutten en om ruimte voor (doorgroeiende) bedrijven en circulaire activiteiten in een hogere milieucategorie te behouden en verrommeling en verloedering te voorkomen. Om dit te bereiken is beleid uitgewerkt om sturing te kunnen geven aan het behoud van (milieu)ruimte, het juiste bedrijf op de juiste plek en het borgen van (betaalbare) ruimte voor werk. De Visie Werklocaties Arnhem 2040 vormde daarvoor het basiskader, omdat in deze visie is opgenomen dat we streven naar ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’. De Beleidsuitwerking bedrijfsunits is in 2024 vastgesteld.
Vanuit het kernprincipe ‘beschermen van (milieu)ruimte voor reguliere bedrijfsruimtegebruikers’ willen we het instrumentarium uit de Omgevingswet inzetten om invulling te geven aan een evenwichtige toedeling van functies op bedrijventerreinen. Het reguleren van kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen, bedrijfsunits en opslag- en garageboxen op bedrijventerreinen is daar een voorbeeld van. In de beleidsuitwerking is opgenomen dat implementatie in het omgevingsplan volgt. In de meeste gevallen is de realisatie van kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen, bedrijfsunits en opslagen garageboxen op bedrijventerreinen nu nog toegestaan. In 2024 is de beleidsuitwerking met spelregels voor kleinschalige bedrijfsunits en bedrijfsverzamelgebouwen vastgesteld om richting marktpartijen een signaal af te geven dat we bepaalde functies op bedrijventerreinen onwenselijk vinden. Deze beleidsuitwerking is uitgedragen richting marktpartijen en is in vooroverleg als adviesrichting meegegeven (indien er sprake was van strijdig gebruik). Om deze beleidsuitwerking juridisch afdwingbaar te kunnen maken wordt het omgevingsplan gewijzigd. Voor de werklocaties worden beperkingen voor kleinschalige bedrijfsunits, bedrijfsverzamelgebouwen, en opslag- en garageboxen opgelegd.
Werklocatie Het Broek kenmerkt zich door haar relatief grote omvang, relatief grotere bedrijfskavels en de milieuruimte in het omgevingsplan als een terrein voor bedrijven in de hogere milieucategorieën. Om deze redenen is hier gekozen voor een andere maatvoering (300 m2) dan de andere terreinen. Daarnaast werd er in de beleidsuitwerking van uitgegaan om alleen IJsseloord II ‘Binnen’ in het werkingsgebied van de regels te laten vallen. Aangezien er binnen IJsseloord II ‘Rand’ al een complex met opslagboxen is gerealiseerd, er nog onbebouwde kavels zijn én dit bedrijventerrein is ontwikkeld voor grotere bedrijfsruimte- en kantoorgebruikers, is ervoor gekozen om heel IJsseloord II onder het werkingsgebied van de regels te scharen. Voor het bedrijventerrein Rijnpark, dat grotendeels wordt getransformeerd naar een woon-werkgebied, geldt dat alleen het oostelijke deel (aan weerszijden van de Dr. C. Lelyweg) onder het werkingsgebied valt.
3.2 Hoe wordt het beleid over bedrijfsunits vertaald in de regels? Bedrijfsunits als onderdeel van een groter complex of geschakeld in een rij kennen verschillende oppervlaktes, maar zijn meestal kleiner dan 500 m2 bvo per unit of eenheid. Bedrijfsunits hebben bijna altijd een eigen ingang en hebben vaak een tussenvloer voor ondergeschikt kantoor.
26
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
Concept
Bedrijfsunits
Voorbeeld van een gebouw met kleinschalige bedrijfsunits Gemeente Arnhem
Het is niet langer toegestaan om bedrijfskavels en bedrijfspanden in gebruik te nemen of te realiseren voor bedrijfsunits kleiner dan 200 m2 per eenheid of unit op aangewezen werklocaties danwel 300 m2 per eenheid of unit ter plaatse van bedrijventerrein Het Broek. Voor units of eenheden groter dan 200 danwel 300 m2 en kleiner dan 1.000 m2 geldt dat een melding nodig is, waarbij gegevens worden aangeleverd waardoor kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de in de beleidsuitwerking genoemde aspecten. Bij complexen met units van deze omvang speelt verrommeling en verloedering namelijk ook onder andere vanwege de verschillende eigenaren, zij het in mindere mate. Uitgaande van de praktijk en de literatuur (zoals publicaties van onderzoeks- en adviesbureaus) vallen de meeste kleinschalige bedrijfsunits in de categorie tot 500 m2 bvo. Vanwege de intensivering van de bedrijventerreinen en veranderingen op de bedrijventerreinenmarkt zullen er vaker bedrijfsunits in een groter complex of geschakeld in een rij komen die groter zijn dan 500 m2 bvo. De Arnhemse bedrijventerreinen zijn volgens het Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028 allemaal regionale bedrijventerreinen. Een van de kenmerken van regionale bedrijventerreinen is dat de kavels 0,5 ha of groter zijn; hier zijn over het algemeen panden van minimaal 1000 m2 bvo op gerealiseerd.
Bedrijfsunits in een groter complex of geschakeld in een rij en verzamelgebouwen hebben een andere ruimtelijke verschijningsvorm en uitstraling dan de traditionele kavels met zelfstandige bedrijfspanden met buitenruimte eromheen. Vandaar dat wij aanvullende eisen stellen aan bedrijfsunits en verzamelgebouwen tot 1000 m2 bvo per eenheid of unit. Bestaande units kleiner dan bovenstaande afmetingen vallen onder het overgangsrecht.
3.3 Hoe wordt het beleid over kleinschalige verzamelgebouwen vertaald in de regels? Verzamelgebouwen zijn panden waarbinnen verschillende bedrijfsruimtegebruikers en/of kantoorgebruikers zelfstandige ruimten huren of kopen. Het is zowel mogelijk dat elke gebruiker zijn eigen ingang heeft als dat er een gezamenlijke ingang wordt gebruikt. Zie hieronder een voorbeeld van een (bedrijfs)verzamelgebouw.
27
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
Concept
Bedrijfsverzamelgebouw
Voorbeeld van een bedrijfsverzamelgebouw Gemeente Arnhem
Het is niet langer toegestaan om bedrijfskavels en bedrijfspanden in gebruik te nemen of te realiseren voor bedrijfsverzamelgebouwen kleiner dan 200 m2 per eenheid of unit op aangewezen werklocaties danwel 300 m2 per eenheid of unit ter plaatse van bedrijventerrein Het Broek. Voor units of eenheden groter dan 200 danwel 300 m2 en kleiner dan 1.000 m2 geldt dat een melding nodig is, waarbij gegevens worden aangeleverd waardoor kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de in de beleidsuitwerking genoemde aspecten. Bij complexen met units van deze omvang speelt verrommeling en verloedering namelijk ook onder andere vanwege de verschillende eigenaren, zij het in mindere mate. Uitgaande van de praktijk en de literatuur (zoals publicaties van onderzoeks- en adviesbureaus) vallen de meeste kleinschalige bedrijfsunits in de categorie tot 500 m2 bvo. Vanwege de intensivering van de bedrijventerreinen en veranderingen op de bedrijventerreinenmarkt zullen er vaker bedrijfsunits in een groter complex of geschakeld in een rij komen die groter zijn dan 500 m2 bvo. De Arnhemse bedrijventerreinen zijn volgens het Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028 allemaal regionale bedrijventerreinen. Een van de kenmerken van regionale bedrijventerreinen is dat de kavels 0,5 ha of groter zijn; hier zijn over het algemeen panden van minimaal 1000 m2 bvo op gerealiseerd.
Bedrijfsunits in een groter complex of geschakeld in een rij en verzamelgebouwen hebben een andere ruimtelijke verschijningsvorm en uitstraling dan de traditionele kavels met zelfstandige bedrijfspanden met buitenruimte eromheen. Vandaar dat wij aanvullende eisen stellen aan bedrijfsunits en verzamelgebouwen tot 1000 m2 bvo per eenheid of unit. Bestaande eenheden kleiner dan bovenstaande afmetingen vallen onder het overgangsrecht.
3.4 Hoe wordt het beleid over opslagboxen vertaald in de regels? Opslagboxen als onderdeel van een groter complex bieden opslagruimten (vaak aangeduid als “selfstorage”) aan als faciliteit, waar partijen persoonlijke bezittingen en (handels)goederen kunnen opslaan. Het zijn meestal complexen tot 5.000 m2 bvo met een gezamenlijke ingang, waarbinnen zich boxen als zelfstandige ruimten bevinden tot circa 50 m2. Bekende concepten in Nederland zijn bijvoorbeeld AllSAFE en Shurgard. Zie hieronder een voorbeeld van een opslagbox.
28
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
Concept
Opslagbox
29
Voorbeeld van een opslagbox Gemeente Arnhem
Deze opslagboxen zijn ongewenst op bedrijventerreinen en leveren geen of nauwelijks (directe) werkgelegenheid op. Deze voorzieningen passen beter binnen stedelijk gebied. Deze worden dus expliciet verboden op de werklocaties. Bestaande opslagboxen vallen onder het overgangsrecht.
3.5 Hoe wordt het beleid over garageboxen vertaald in de regels? Garageboxen zijn oorspronkelijk bedoeld als plek om een voertuig (zoals auto, motor, fiets, caravan) of bezittingen (zoals meubels, goederen) in op te slaan. Garageboxen kennen meestal een omvang tot 50 m2 per box. In de 20e eeuw werden ze vaak gerealiseerd in woonwijken, maar moderne varianten in grotere complexen of geschakeld in een rij zijn tegenwoordig te vinden op bedrijventerreinen. Bekende concepten in Nederland zijn bijvoorbeeld GaragePark en XLBox. Zie hieronder een voorbeeld van een garagebox.
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
Concept
Garageboxen
Voorbeeld van garageboxen Gemeente Arnhem
Deze garageboxen zijn ongewenst op bedrijventerreinen en leveren geen of nauwelijks (directe) werkgelegenheid op. Deze voorzieningen passen beter binnen stedelijk gebied. Deze worden dus expliciet verboden op de werklocaties.
4 Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen 4.1 Wat is het thema Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen? In heel Nederland, ook in Arnhem, krijgen we steeds vaker te maken met zware buien, langdurige droogte en extreme hitte. Om ons tegen de gevolgen daarvan te beschermen, is het nodig dat we onze omgeving aanpassen. We moeten daarom anders gaan bouwen. In maart 2023 heeft het Rijk de ‘Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving’ gepubliceerd. Deze maatlat maakt duidelijk hoe klimaatadaptief bouwen en inrichten eruitziet. Het Rijk vraagt alle betrokken partijen om de maatlat al zo veel mogelijk toe te passen bij bouwplannen. Uit de ‘Strategie Klimaatadaptatie Arnhem’ en daarbij horende ‘Uitvoeringsagenda Klimaatadaptief Arnhem’ is een actie opgenomen om een vorm van een ‘klimaattoets’ te ontwikkelen. Deze klimaattoets houdt in dat bij ruimtelijke plannen (gebieds- en vastgoedontwikkelingen) klimaatadaptatie een vast onderdeel wordt van gemeentelijke randvoorwaarden en plantoetsen. Daarom is in Arnhem een puntensysteem klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen ontwikkeld inclusief de mogelijkheid om het puntensysteem te verplichten via het omgevingsplan (vanaf 2024 het omgevingsplan). Bij het ontwikkelen van het puntensysteem is zo goed mogelijk aansluiting gezocht bij de nationale maatlat.
Dit puntensysteem is op 14 november 2023 vastgesteld door het college als beleidsregel. Door dit nieuw ontwikkelde puntensysteem te koppelen aan beleidsregels kan klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, via het puntensysteem, verplicht worden gesteld in een bestemmingsplan of wijziging van het omgevingsplan. De ontwikkelaar kan dan pas een omgevingsvergunning krijgen wanneer op alle thema's het minimale punten is behaald. Het zijn algemene beleidsregels die van toepassing kunnen worden verklaard in bestemmingsplannen, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de parkeernorm. Tot nu toe is het puntensysteem juridisch geborgd door in bestemmingsplannen of wijzigingen van het omgevingsplan een bepaling op te nemen over klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen.
30
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
Eerder is aangegeven dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet in januari 2024 zal ook aan het omgevingsplan een (algemene) regel toegevoegd worden dat bij de bouw van een gebouw voldoende klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen genomen moeten worden. Hierbij wordt dan verwezen naar de beleidsregels klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Voor iedere nieuwbouwontwikkeling moet dan
Concept
voldaan worden aan deze regels. Het puntensysteem geldt bij alle nieuw te bouwen gebouwen in Arnhem vanaf 50m2 en de te ontwikkelen buitenruimte die daarbij hoort. Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet hier in. Wanneer een gebouw wordt gerenoveerd of getansformeerd en daarbij niet volledig wordt vervangen door een ander gebouw, geldt het puntensysteem niet. Het geldt ook niet bij werkzaamheden die puur in de openbare ruimte plaatsvinden (bijvoorbeeld groot onderhoud aan het riool). Het borgen van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen bij openbare ruimte projecten kan namelijk via al bestaande instrumenten (bijvoorbeeld door aanpassingen aan het Handboek Inrichting Openbare Ruimte).
4.2 Hoe wordt het beleid over klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen vertaald in de regels? Aan de omgevingsplanactiviteit voor bouwen wordt een aanvullende beoordelingsregel toegevoegd dat bij het bouwen van gebouwen vanaf 50 m2 voldoende klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen moeten worden getroffen. De regeling geldt niet wanneer een gebouw wordt gerenoveerd of getransformeerd en daarbij niet volledig wordt vervangen door een ander gebouw. Ook is de regeling niet van toepassing op lopende projecten waarbij al al contractuele afspraken zijn gemaakt over de ontwikkelkaders met ontwikkelende partijen en/of al kaderstelling in het college of raad heeft plaatsgevonden. In dit geval dient de initiatiefnemer te onderbouwen dat hiervan sprake is bij de vergunningaanvraag. De verplichting om voldoende klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen te treffen geldt dan niet. In die gevallen dat het puntensysteem al juridisch is geborgd in bestemmingsplannen of wijzigingen van het omgevingsplan geldt deze afdeling ook niet. Door middel van een dynamische verwijzing naar de beleidsregels klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen wordt invulling gegeven aan de open norm 'voldoende klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen''. De maatregelen die vanwege de vergunning getroffen dienen te worden moeten in stand worden gehouden.
Alleen met een vergunning is het mogelijk om hiervan af te wijken.
5 Financiële haalbaarheid 5.1 Financieel economische haalbaarheid De wijziging levert geen aanvullende werkzaamheden op en kan met de huidige ambtelijke capaciteit worden toegepast.
5.2 Kostenverhaal Afdeling 13.6 van de Omgevingswet gaat in over het kostenverhaal bij activiteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Daarin is bepaald dat het niet is toegestaan om aangewezen bouw- of gebruiksactiviteiten te verrichten zonder het kostenverhaal geregeld te hebben. Het kostenverhaal kan daarbij zowel via privaatrechtelijke weg met een overeenkomst als via publiekrechtelijke weg met regels in het omgevingsplan worden vastgelegd. Bij dit wijzigingsbesluit worden er geen aangewezen bouw- of gebruiksactiviteiten geregeld, dus worden er geen kostenverhaalsregels opgenomen.
6 Participatie 6.1 Overleg met de stad en vooroverleg Op grond van artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit wordt bij het vaststellen van een omgevingsplan aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij moet worden aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepassen van eventueel gemeentelijk participatiebeleid. Thuissekswerk
31
Concept
(van 3-6-2026 11:28)
De regels voor thuissekswerk al bij het principebesluit van de gemeenteraad zijn opgenomen zijn in samenwerking met (ervarings)deskundigen tot stand gekomen met verschillende achtergronden, waaronder sekswerkers, Punt26, GGD, Politie, Moveira, Iriszorg, SOA-AIDS Nederland, het CCV en de VNG. De deskundigen zijn geraadpleegd om hun expertise te borgen in de nieuwe regels van het omgevingsplan. Voor het thema thuissekswerk zijn de nieuwe regels al bekend bij de maatschappelijke partners, omdat deze concreet onderdeel was van het principebesluit van de gemeenteraad. Aanvullende participatie is daarvoor niet zinvol. Dat geldt niet voor de andere twee thema’s.
Concept
Kleinschalige verzamelgebouwen, bedrijfsunits of opslag- en garageboxen
32
Bij de totstandkoming van de Beleidsuitwerking Bedrijfsunits is de Stichting Arnhemse Bedrijventerreinen betrokken. De stichting had de gemeente bij de totstandkoming van het Ambitiedocument Het Broek gevraagd om met een beleidsuitwerking voor bedrijfsunits te komen. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met makelaars over de gevolgen van dit beleid voor de uitgifte van bedrijfspercelen. We doen bij de Stichting Arnhemse Bedrijventerreinen voorafgaand aan de ter visie legging van het wijzigingsbesluit een melding dat we de in de beleidsregels vastgestelde kader gaan verwerken in het omgevingsplan zodat zij tijdig op de hoogte zijn. Omdat dit wijzigingsbesluit een vertaling is van beleid dat zo dicht mogelijk bij de beleidsdocumenten zelf blijft, kiezen we voor de lichtste vorm van participatie (informeren). Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen Bij de totstandkoming van het puntensysteem is Woningbouw Platform Arnhem betrokken. Ontwikkelaars konden zich aanmelden om een concrete casus in te dienen. Drie ontwikkelaars, waaronder een woningcorporatie, hebben dit gedaan. Ontwikkelaars en gemeente zijn samen door het puntensysteem gelopen om te kijken of het systeem haalbaar en duidelijk was. Waar nodig is het puntensysteem op de verzamelde feedback aangepast. Bevindingen zijn vervolgens aan het gehele Woningbouw Platform Arnhem teruggekoppeld.
We doen bij de Woningbouw Platform Arnhem voorafgaand aan de ter visie legging van het wijzigingsbesluit een melding dat we de in de beleidsregels vastgestelde kader gaan verwerken in het omgevingsplan zodat zij tijdig op de hoogte zijn. Omdat dit wijzigingsbesluit een vertaling is van beleid dat zo dicht mogelijk bij de beleidsdocumenten zelf blijft, kiezen we voor de lichtste vorm van participatie (informeren).
6.2 Terinzagelegging Het ontwerp-omgevingsplan zal voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage liggen. Eenieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit omgevingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.
Concept
(van 3-6-2026 11:28)