CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Chw Rijkerswoerdsestraat 15 - tekst

Politieke Avond 7 februari 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Bestemmingsplan 'Chw Rijkerswoerdsestraat 15'20.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het bestemmingsplan

5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

5

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk2

Beschrijving plangebied

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Historische ontwikkeling

9

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

9

Hoofdstuk3

Wettelijk- en beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Gemeentelijk beleid

13

3.2.1

Structuurvisie Arnhem 2020-2040

13

3.2.2

Omgevingsvisie Arnhem 2040 (ontwerp november 2022)

13

3.2.3

De Arnhemse Woonprincipes 2025

14

3.2.4

Welstandsnota 2015

15

3.2.5

Groenbeleid

15

3.2.6

Gemeentelijk verkeersbeleid

15

3.2.7

Energie en duurzaam bouwen

16

3.3

Rijks- en provinciaal beleid

18

3.3.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

18

3.3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

18

3.3.3

Verkeer en mobiliteitsbeleid

19

3.3.4

Omgevingsvisie Gelderland

19

3.3.5

Omgevingsverordening Gelderland

20

Hoofdstuk4

Ruimtelijke en programmatische aspecten

23

4.1

Inleiding

23

4.2

Ruimtelijke opzet en structuur

23

4.3

Verkeer en mobiliteitsaspecten

25

Hoofdstuk5

Milieu- en omgevingsaspecten

27

5.1

Inleiding

27

5.2

Geluid

27

5.3

Luchtkwaliteit

28

5.4

Hinder- en milieuzonering

29

5.5

Geur

29

5.6

Externe veiligheid

30

5.7

Groen en ecologie

31

5.8

Water

32

5.9

Bodem

34

5.10

Cultuurhistorie

34

2

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

5.11

Archeologie

35

5.12

M.e.r.-toets

36

5.13

Kabels, leidingen en straalpaden

37

Hoofdstuk6

Planbeschrijving en -verantwoording

39

6.1

Inleiding

39

6.2

Opzet van de regels

39

6.2.1

Inleidende regels

39

6.2.2

Bestemmingsregels

40

6.2.3

Hogere waarden Wet geluidhinder

40

6.2.4

Algemene regels

40

6.2.5

Overgangs- en slotbepalingen

40

6.3

Verantwoording van de bestemmingen

40

6.4

Handhaving

41

6.5

Economische uitvoerbaarheid

42

Hoofdstuk7

Procedure

43

7.1

Inleiding

43

7.2

Omgevingsdialoog

43

7.3

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

43

7.4

Ontwerp ter inzage

43

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

3

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

4

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

De initiatiefnemer heeft het voornemen om de bedrijfsbebouwing op de locatie Rijkerswoerdsestraat 15 te Arnhem te slopen en daarvoor in de plaats twee woningen te bouwen. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Waarom een Chw-plan? Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft onze gemeente aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' onder artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisisen herstelwet. In een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen meer regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. In het bestemmingsplan ‘Chw Rijkerswoerdsestraat 15’ maken we gebruik van de mogelijkheden van de Crisis- en herstelwet door regels op te nemen in het kader van natuurinclusief bouwen en de hogere waarden.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Rijkerswoerdsestraat ten zuiden van Arnhem. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

5

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Globale ligging plangebied ten opzichte van de omgeving (bron: openstreetmaps.org)

De begrenzing is op de verbeelding en op onderstaande afbeelding weergegeven.

6

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Begrenzing van het plangebied (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Arnhem Zuid-Oost', vastgesteld op 4 juli 2011. Het plangebied heeft de bestemming 'Bedrijf'. Ook geldt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Met een functieaanduiding is aangegeven dat hier uitsluitend een groothandel in bloemen en planten is toegestaan. Bebouwing is toegestaan binnen het bouwvlak. Er geldt een maximum bouwhoogte van 6 meter. De woning aan de voorzijde van het perceel heeft reeds de bestemming 'Wonen'. Omdat hier niets wijzigt wordt deze niet meegenomen in onderhavig bestemmingsplan. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan.

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

7

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Uitsnede bestemmingsplan 'Arnhem Zuid - Oost' (Bron: ruimtelijkeplannen)

Tevens gelden de volgende facet-bestemmingsplannen: Facetplan woningsplitsing en verkamering, vastgesteld op 28 oktober 2020; Facetplan parkeren, vastgesteld op 30 mei 2018.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied en de omgeving. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het voorgenomen plan. In hoofdstuk 5 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van de relevante milieu- en omgevingsthema's. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op de procedure en de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid).

8

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. De ontwikkeling die in het plangebied gaat plaatsvinden houdt een herinrichting van de bestaande stedenbouwkundige structuur in. Ruimtelijke vernieuwingen zullen resulteren in een nieuwe verhouding met de bestaande en de te behouden situatie. Voor een goede samenhang is kennis nodig van de bestaande situatie van het plangebied.

2.2

Historische ontwikkeling

De Rijkerswoerdsestraat is een oud wegtracé met historisch gegroeide lintbebouwing. De Rijkerswoerdsestraat was onderdeel van een van oorsprong kleinschalig agrarisch landschap met smalle verharde wegen met laanbeplanting met daarlangs compacte erven van boerderijen, fruitboomgaarden en weitjes. Het landschap is in de loop der tijd grootschaliger geworden, maar de historische structuur is goed herkenbaar door de vrije ligging van de Rijkerswoerdsestraat ten opzichte van de woonwijken in Arnhem-Zuid en de vrijliggende bouwpercelen, van oudsher aan de noordzijde van de weg. Langs de Rijkerswoerdsestraat liggen diverse functies, waaronder wonen, bedrijvigheid en een manege, afgewisseld met agrarische percelen.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de Rijkerswoerdsestraat 15, ten zuiden van de bebouwing van Arnhem-Zuid. Het perceel ligt in een kleine enclave van (agrarische) erven. Aan de voorzijde van het perceel is een woning aanwezig met daarachter een bedrijfsloods (600 m2). Met uitzondering van een tuin bij de woning is het erf geheel verhard (stelconplaten, grond en granulaat, circa 1.400 m2). De oppervlakte van het perceel bedraagt circa 6.600 m2. Westelijk wordt het erf besloten door een siertuin en hoogstam fruitboomgaard langs het RijnWaalpad, de snelfietsroute tussen Arnhem en Nijmegen. Oostelijk wordt het erf begrens door een tweetal woonerven, Rijkerswoerdseweg 17 en 17a. Het landschap is vrij open van karakter en wordt aan de noordzijde ruimtelijk begrensd door de woonwijken van Arnhem, de snelweg A325 met opgaande groenstructuren in het westen en kassencomplexen in het oosten. Met name naar het zuiden is er een vergezicht door het landschap.

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

9

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Ligging van het plangebied in de omgeving (luchtfoto: Google maps)

Rond het plangebied wordt de openheid van het landschap doorbroken door de clusters van erven langs de Rijkerswoerdsestraat. Deze liggen op een 'woerd', een hogere zandrug in het landschap die is ontstaan onder invloed van de rivier. Dit waren de eerst bewoonde plekken in het gebied. In de huidige situatie zijn de erven vaak voorzien van grote bijgebouwen waarbij gebouwen ten behoeve opslag van de oogst vaak een hogere nok hebben dan de hoofdwoning. Erven zijn afwisselend van erfbeplanting voorzien waardoor er zichtlijnen tussen de erven door ontstaan. Binnen het plangebied bestaat de erfbeplanting onder andere uit gebiedseigen hoogstamfruitbomen maar ook uit uitheems plantmateriaal zoals een brede coniferenhaag. Verder zijn er in de zone van erfclusters ook enkele landschappelijke groenstructuren, zoals landelijke hagen, houtsingels en struweelhangen (langs het RijnWaalpad).

10

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Luchtfoto van het plangebied (bron: Google Maps).

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

11

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

12

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Hoofdstuk 3 3.1

Wettelijk- en beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het gemeentelijke en rijks- en provinciale beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. De beoogde ontwikkeling wordt getoetst aan dit beleid.

3.2

Gemeentelijk beleid

3.2.1

Structuurvisie Arnhem 2020-2040

Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Het plangebied maakt geen deel uit van een 'koersgebied'. Het plangebied ligt in het 'polderlandschap'. De cultuurhistorische kenmerken zijn kader en inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen. Karakteristiek in de omgeving van het plangebied zijn de historische wegen en zegen (waterlopen), boerenerven met boomgaarden en woerden (huisterpen). Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Arnhem De voorgenomen ontwikkeling voorziet in transformatie van een bedrijfsperceel naar twee woningen. In het kader van de ontwikkeling is een Landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie bijlage 1). Hierin is beschreven hoe de handvatten die in de Structuurvisie zijn gegeven als uitgangspunt dienen voor het inpassingsplan.

Arnhem-Zuid vraagt om een vervlechting van stad en landschap, onder meer door de lijnen van de Betuwe door te zetten in de stad. De zuidzijde van de stad vraagt om een vorm van transparante verstedelijking die de verwevenheid met het polderlandschap en het contrast met de openheid van de polder zichtbaar maakt. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij door de ontwikkeling van het erf met een samenhang tussen bebouwing en beplanting. De ontwikkeling vindt plaats op 'de woerd', waarmee het contrast tussen deze hogere rug en het open polderlandschap wordt versterkt. Het plangebied ligt in de centrale parkzone van Park Lingezegen, dat voor een deel in de gemeente Arnhem ligt. In de parkzone is ruimte voor landschappelijk wonen. Dat is met de beoogde ontwikkeling het geval. Versterking van transparante groene en blauwe lijnen in de centrale parkzone van Park Lingezegen. Het plangebied levert hieraan een bijdrage door een robuuste gebiedseigen groenstructuur. Geconcludeerd wordt dat het plan past in de ambities van de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. 3.2.2

Omgevingsvisie Arnhem 2040 (ontwerp november 2022)

Door snelle ontwikkelingen in met name verstedelijking en klimaatverandering is de Structuurvisie Arnhem voor een deel verouderd. Dat was aanleiding om de nieuwe Omgevingsvisie Arnhem 2040 op te stellen. De Omgevingsvisie schetst een beeld voor de fysieke leefomgeving op de langere termijn, in dit geval 2040. De Omgevingsvisie gaat niet alleen over 'klassieke' ruimtelijke ordeningsthema's als bouwen, verkeer, water en infrastructuur, maar ook over ecologie, gezondheid, sociale samenhang, veiligheid en duurzaamheid. Naast thematische uitwerkingen bevat de Omgevingsvisie ook gebiedsuitwerkingen voor verschillende delen van de stad. In de gebiedsuitwerking voor Arnhem Zuid wordt de robuuste groenblauwe hoofdstructuur, die de wijken omzoomt en door de wijken verweven is, als een belangrijke basiskwaliteit gezien. De groenblauwe zone aan de zuidkant van Rijkerswoerd is aangegeven als een onderzoeksgebied waar mogelijk een mix van landschappelijk wonen en/of maatschappelijke functies een plek kan hebben. "Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

13

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

De Omgevingsvisie ligt ter besluitvorming bij de gemeenteraad (stand van zaken mei 2023). Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Arnhem 2040 Voorliggend plan omvat de bouw van twee woningen op een voormalige bedrijfslocatie. Onderdeel van het plan is de landschappelijke inpassing met onder meer een boomgaard. Dit sluit goed aan bij het landschappelijk wonen in de groenblauwe zone. Geconcludeerd wordt dat het plan past in de ambities van de Omgevingsvisie Arnhem 2040. 3.2.3

De Arnhemse Woonprincipes 2025

Algemeen In 'De Arnhemse Woonprincipes 2025' en het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling is opgenomen welke strategische koers we volgen die er zorg voor moet dragen dat Arnhem ook in de toekomst een aantrekkelijke woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen. Het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling bevat de marsroute over hoe we de komende jaren de woningbouw vorm willen geven. Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. Woonprincipes 2025 De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Arnhemse Woonprincipes: 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2.

Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Wonen, Welzijn en Zorg versus Langer Zelfstandig Wonen Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave.

Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen preventief aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden. We faciliteren het (langer) zelfstandig wonen, door in de directe of nabije woonomgeving mogelijkheden te scheppen dat arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen kunnen worden geboden. Regionale woondeal Het Rijk, de provincie Gelderland en 18 gemeenten hebben afspraken gemaakt om samen snel meer woningen te bouwen in de regio Arnhem-Nijmegen. De afgelopen jaren is de regio als geheel en de steden Arnhem en Nijmegen in het bijzonder, snel gegroeid. De prognoses tot 2030 en 2040 laten zien 14

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

dat deze groei doorzet en dat de woningtekorten oplopen. Ook zijn de complexe leefbaarheidsopgaven, de strategische ligging en de groene ambities van de regio mede aanleiding geweest voor het sluiten van een Woondeal. De Woondeal moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen worden bijgebouwd. Het versterken van het groene profiel en ook het bereikbaar houden van de regio zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid. Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om binnen het plangebied twee nieuwe woningen te realiseren. Met het voornemen worden geschikte woningen voor een brede doelgroep gerealiseerd. Het plan draagt daarnaast bij aan het tot stand brengen van een doorstroming op de woningmarkt, waardoor andere woningen weer vrijkomen voor andere doelgroepen. De woningen worden conform de meest actuele duurzaamheidseisen gerealiseerd en zijn levensloopbestendig. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Arnhemse Woonprincipes 2025. 3.2.4

Welstandsnota 2015

Algemeen De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in de Welstandsnota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Het plangebied ligt in het 'Polderlandschap'. Dit een gebied waar geen toetsing op welstand hoeft plaats te vinden. 3.2.5

Groenbeleid

Groenvisie 2017-2025 De Groenvisie gaat over het Groen-blauwe raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauwe raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het Groen-Blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen.

Toetsing van het initiatief aan de Groenvisie In de huidige situatie is er geen groen aanwezig in het plangebied. Het terrein is bebouwd en geheel verhard. Door de transformatie krijgt het perceel een veel groenere inrichting, die voorwaardelijk verplicht gesteld is in de regels van dit bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijke groenbeleid. 3.2.6

Gemeentelijk verkeersbeleid

Algemeen "Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

15

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Fiets De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkeld, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven.

De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomst vast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden beleidsregels en het bestemmingsplan Facetplan Parkeren parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003.

Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk verkeersbeleid In paragraaf Verkeer en mobiliteitsaspecten wordt getoetst aan het beleid en daarbij behorende parkeernormen. 3.2.7

Energie en duurzaam bouwen

New energy made in Arnhem 2020 - 2030 Het gemeentelijke beleid op het gebied van energie is vastgelegd in het 'Programmaplan New energy made in Arnhem 2020 - 2030' (vastgesteld door de raad op 29 januari 2020). Arnhem wil een actieve regierol innemen bij de energietransitie in de wijken. De uitgangspunten en aanpak zijn vastgesteld in ‘De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie’ (vastgesteld op 17 april 2019). Twee belangrijke uitgangspunten uit dit beleidskader voor deze ontwikkeling zijn: de Trias Energetica is leidend: eerst besparen; de meest duurzame warmtebron heeft de voorkeur: minder duurzame bronnen zijn tijdelijk en decentrale bronnen gaan voor. Ruimte bieden voor Arnhemse innovaties In het programma NemiA 2020-2030 is ook aandacht voor energie innovaties. Waar in de komende jaren gewerkt wordt aan de gebouwde omgeving vragen wij om, waar mogelijk, (Arnhemse) innovatieve bedrijven mee te laten denken en mee te doen. 16

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Temperatuurregime vereiste - TVW Bij nieuwbouw wordt alleen LT- verwarming (lage temperatuur verwarming) toegestaan. Individueel dan wel collectief. Hieronder verstaan we: 35 tot 50 graden Celsius. Deze vereiste is in de Transitievisie Warmte opgenomen die op 17 februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. Onderzoek naar mogelijkheden omgeving aardgasvrij maken - TVW Voor wat betreft de warmteoplossing vragen wij de initiatiefnemer verder te gaan dan alleen hun eigen ontwikkeling en onderzoek te doen naar de mogelijkheden om een deel van de omliggende gebouwde omgeving tevens van het aardgas af te halen. Het doel is om het momentum van de ruimtelijke ontwikkeling te benutten om ook (een deel van de) omliggende bestaande bebouwing van het aardgas af te halen. Dit loopt vooruit op de integrale benadering vanuit de omgevingswet. Deze doelstelling is vastgelegd in de Transitievisie Warmte opgenomen die op 17 februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. Energievisie De gemeente eist vanuit de structuurvisie bij gebiedsontwikkelingen van meer dan 50 woningequivalenten een energievisie van de initiatiefnemer. Energieneutraliteit is hierbij het streven. Met behulp van een energievisie kan een geschikte combinatie van energieconcepten gekozen worden. De energievisie brengt verschillende energieopties voor het besluitgebied in beeld en beschrijft de consequenties daarvan.

De visie kan uitgebreid worden tot een duurzaamheidsvisie door bijvoorbeeld ook thema's als duurzaam bouwen, afval, groen, water, mobiliteit en openbare ruimte mee te nemen. Circulair ontwikkelen In de woondeal regio Arnhem-Nijmegen van 4 maart 2020 staat dat in de nieuwe woningbouwplannen partijen zich samen moeten inspannen om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. In het maken van plannen leggen partijen het accent onder andere op ketenbenaderingen, het sluiten van kringlopen en het benutten van hernieuwbare bronnen. Partijen stimuleren adaptief, biobased, modulair en aanpasbaar bouwen, circulair renoveren en nemen natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit als verplicht onderdeel mee in de ontwerpopgaven. Hiermee wordt de groeiopgave met de groenopgave verbonden. Biobased bouwen heeft een grote impact op klimaat ten opzichte van cement en beton en biedt kansen voor regionale agro forestry en opleidingen. Het percentage circulaire bouwmaterialen toetsen we in de eenheid kilogram (kg). De gemeente heeft de circulaire impactladder beschikbaar voor het toetsen van het percentage circulariteit in projecten. Deze impactladder maakt het mogelijk de mate van circulariteit in een woningbouwplan te meten.

In algemene zin hanteren we bij circulair bouwen de volgende uitgangspunten: Het verminderen van materiaal & grondstoffengebruik, bijvoorbeeld door verdichting en renovatie i.p.v. nieuwbouw (R1 & R2). Het vergroten van het aandeel hergebruikte en gerecyclede materialen, in plaats van nieuwe materialen (R3, R4, R5). Wanneer er tóch nieuwe materialen nodig zijn, het inzetten op biobased materialen zoals hout. Ontwerp toekomstbestendig: zorg ervoor dat componenten in de toekomst kunnen worden gedemonteerd zodat ze opnieuw te gebruiken zijn en zorg dat er materiaalpaspoorten en/of een gebouwpaspoort is waardoor informatie hierover te ontsluiten is. Toetsing van het initiatief aan het beleid voor Energie en duurzaam bouwen Voorliggend plan voorziet in de bouw van twee woningen. De woningen worden gasloos en energetisch duurzaam gebouwd. Dit wordt verder uitgewerkt in de omgevingsvergunning voor het bouwen.

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

17

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

3.3

Rijks- en provinciaal beleid

3.3.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro zijn regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. 3.3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, 18

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking Met voorliggend plan worden twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Uit jurisprudentie blijkt dat er pas vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet nodig. 3.3.3

Verkeer en mobiliteitsbeleid

Rijksbeleid Op rijksniveau geeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig' (SVIR, 2012) de hoofdlijnen van het nationale verkeers- en vervoersbeleid voor de komende decennia. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Het mobiliteitssysteem moet robuust en samenhangend worden, meer keuzemogelijkheden bieden en voldoende capaciteit hebben om de groei van de mobiliteit op de middellange (2028) en lange (2040) termijn op te vangen. De ambitie is dat gebruikers in 2040 beschikken over optimale ketenmobiliteit door een goede verbinding van de verschillende mobiliteitsnetwerken via multimodale knooppunten (voor personen en goederen) en door een goede afstemming van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling. De regio Arnhem Nijmegen is aangeduid als stedelijke regio met een concentratie van topsectoren.

Voor Arnhem is samenwerking tussen Rijk, decentrale overheden en bedrijfsleven relevant om een robuust hoofdwegennet en spoorwegennet, binnen de regio, tussen regio's en met het achterland te realiseren Provinciaal beleid In de provinciale Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland" uit 2018, beschrijft de provincie hoe zij de komende tien jaar om wil gaan met onder meer bereikbaarheid. Een van de kerntaken van de provincie is namelijk te zorgen voor een goede regionale bereikbaarheid en een goed regionaal openbaar vervoer. De provincie geeft veel aandacht aan mobiliteitsbehoefte van inwoners en bedrijven in Gelderland, kijkt daarbij naar toekomstige ontwikkelingen als het digitale werken en kijkt ook over de grenzen van de provincie. En er is veel oog voor duurzaamheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De provincie wil een goede bereikbaarheid voor wonen, werken en recreëren en de mobiliteit daarbij afstemmen op de economische ontwikkelingen. Daarom zet Gelderland in op het beter gebruik van (internationale) corridors. Daarnaast wordt samen met de andere wegbeheerders in de stedelijke gebieden aan een beter gebruik van de infrastructuur gewerkt om files te voorkomen, de doorstroming te bevorderen en alternatieven voor de auto te bevorderen. De toegang tot bedrijventerreinen is ook een speerpunt van het provinciale beleid.

Een andere ontwikkeling is de verschuiving van mobiliteitsvragen in het landelijk gebied door krimp en vergrijzing. Hier moet de aansluiting met de stedelijke gebieden gewaarborgd blijven. In het "Koersdocument Duurzame Mobiliteit" uit 2018 heeft Provincie Gelderland uitgewerkt hoe het mobiliteitssysteem binnen de Provincie zich moet ontwikkelen naar een volledig klimaatneutraal systeem in 2050. Electrificatie van het voertuigpark, zowel openbaar vervoer als particulier personen- en goederenvervoer en bevordering van fietsgebruik zijn sleutelbegrippen in dit proces. Toetsing van het initiatief aan het Verkeer- en mobiliteitsbeleid Het plan is van een dermate kleinschalige omvang (bouw van twee woningen op de plek van een voormalig bedrijf) dat het niet raakt aan het Verkeer- en mobiliteitsbeleid van Rijk en provincie. 3.3.4

Omgevingsvisie Gelderland

Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is voor het laatst op 21 december 2022 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van "Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

19

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden.

Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. 3.3.5

Omgevingsverordening Gelderland

De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Volgens de provinciale Omgevingsverordening ligt het plangebied in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het beleid met betrekking tot de GO is gericht op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van ecologische verbindingszones. De ontwikkelingsdoelstelling is tweeledig: ontwikkeling van functies in combinatie met versterking van de kernkwaliteiten natuur en landschap. Artikel 2.52 zegt het volgende over het beschermen van Groene ontwikkelingszone: 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. 2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken.

Volgens het document Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ligt het plangebied in deelgebied 58 Overbetuwe. De kernkwaliteiten die zijn benoemd betreffen: variabel, agrarisch cultuurlandschap met snelle stedelijke ontwikkelingen en glastuinbouw ecologische verbindingszone KAN, tevens Park Lingezegen; groenelementen binnen Park Lingezegen en bij Schuytgraaf vormen samen een groene verbinding tussen Veluwe, Nijmeegse stuwwal en Gelderse Poort en vormen de hoofdstructuur van de natuurkwaliteit in het gebied cultuurhistorische waarden van de Limes, o.a. bij Elst A-locatie bos Oosterhoutse bos: droog essen-iepenbos op oude standplaats A-locatie bos Kasteel Loenen: droog essen-iepenbos met in het noordwesten een deel fraai elzenrijk essen-iepenbos plaatselijk kleinschalige landschappen (bijv. Ressen, Eimeren) met vroegere strangen en stroomruggen, ook enkele landgoederen: Oosterhout, Loenen en Kasteel Doornenburg leefgebied das 20

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

leefgebied kamsalamander zeer rijk leefgebied steenuil cultuurhistorische waarden van de stroomruggen en landgoederen, oude kavelpatronen (Slijk-Ewijk) doorbraakkolken, waterstaatswerken (o.a. zegen en weteringen, Linge) abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir ecosysteemdiensten: recreatie, waterwinning Ontwikkelingsdoelen voor de Groene Ontwikkelingszone zijn: ontwikkeling ecologische verbinding Overbetuwe - KAN: parkachtige structuren met water en moeraszones vermindering barrièrewerking A325, A15, A50, N836, N837 en Betuweroute ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen Toetsing aan de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland Voorliggend plan voorziet in een landschappelijke inpassing en versterking van de groene kwaliteiten. In de huidige situatie is er in het plangebied geen substantieel groen aanwezig, het bedrijfsterrein is bebouwd en geheel verhard. In de toekomstige situatie wordt de bedrijfsbebouwing vervangen door twee woningen en wordt ten noorden van de nieuwbouw een hoogstamboomgaard aangelegd met een ondergroei van kruidenrijke akkervegetatie.

Enkele erfbomen passen het erf verder in en zorgen voor een ruimtelijke verdeling tussen voor- en achtererf, en er worden inheemse singels en struweelhagen aangelegd. Hiermee wordt het mozaïek van boerderijen, erven, boomgaarden, agrarische percelen en beplantingen die van oudsher op de hogere ruggen aanwezig waren versterkt. Dit sluit aan op het ontwikkelingsdoel 'cultuurhistorische patronen en beheersvormen'. Het contrast tussen woerd en omliggend komgebied wordt versterkt. De aanleg van groene elementen is bovendien gunstig voor onder meer insecten, vlinders en vogels van cultuurlandschappen. Voor het plan is met behulp van de rekenmodellen van de provincie een berekening gemaakt om de impact van de nieuwe functie en de versterking van de GO te bepalen. Deze berekening is met een toelichting daarbij opgenomen in bijlage 5 Onderbouwing versterkingsmaatregelen. De balans komt uit op +371 punten. Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan een duidelijke bijdrage levert aan de versterking van de kernkwaliteiten. De uitvoering van de genoemde maatregelen is als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit plan opgenomen, waarmee de versterking ook planologisch is verankerd.

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

21

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

22

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijke en programmatische aspecten

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft het voorgenomen initiatief voor de bouw van twee woningen aan de Rijkerswoerdsestraat 15.

4.2

Ruimtelijke opzet en structuur

Ontwerp In de toekomstige situatie wordt de voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt (ca. 600 m2 aan bebouwing) en worden er twee aan-een-gebouwde woningen teruggebouwd. De nieuwe erfinrichting wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen groenstructuren. De woning aan de voorzijde van het perceel blijft ongewijzigd. Op onderstaande afbeelding is de beoogde inrichting van het plangebied weergegeven. Aan het ontwerp ligt een historische en landschappelijke analyse ten grondslag, dit staat beschreven in bijlage zie hiervoor bijlage 1.

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

23

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Schetsontwerp toekomstige situatie plangebied (bron: Ontwerpbureau Luijendijk).

Erfensemble De traditionele opzet van het erf, met de woning op de voorgrond en een gebouw op het achtererf, blijft in stand. Op de plek van de loods wordt na de sloop een aan-een-gebouwde woning gerealiseerd met inpandige parkeergelegenheid. De nieuwbouw staat met de nok haaks op de Rijkerswoerdsestraat. De woningen worden vormgegeven als een schuurwoning. De naar de weg gekeerde gevel is duidelijk zichtbaar vanaf de Rijkerswoerdsestraat ten behoeve van een ruimtelijk samenhangend erfensemble. De 24

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

schuurwoning dient in kleur, vorm en materiaalgebruik ondergeschikt te zijn aan de bestaande woning, die binnen het ensemble geldt als 'hoofdgebouw'. De nokhoogte van de nieuwe woningen is om die reden beperkt tot 7 meter. De nieuwe woningen zijn bereikbaar via de bestaande inrit van Rijkerswoerdsestraat 15. De erfverharding rond de schuurwoning wordt zo beperkt mogelijk uitgevoerd. Een halfverharde inrit geeft toegang tot inpandige parkeergelegenheid. Voor bezoekersparkeren en manoeuvreerruimte is er ook aan de kopse kanten van schuurwoning erfverharding. Landschap De ontwikkeling wordt ingepast met een robuuste structuur van inheemse singels en struweelhagen. Deze gelden als structuurdrager en zorgen voor meer samenhang op de woerd en een sterker contrast tussen de woerd en omliggend komgebied. Ten noorden van de nieuwbouw wordt een hoogstamboomgaard aangelegd met een ondergroei van kruidenrijke akkervegetatie. Van oudsher waren er op de woerden veel boomgaarden aanwezig. Enkele erfbomen passen het erf verder in en zorgen voor een ruimtelijke verdeling tussen voor- en achtererf, waarbij het streven is om de woningen in het straatbeeld beleefbaar te laten blijven. De nieuwe kavels binnen het plangebied worden door middel van hagen van elkaar gescheiden. De landschappelijke inrichting is nader uitgewerkt in een beplantingsplan, waarin soorten en aantallen zijn weergegeven.

Het beplantingsplan is opgenomen in bijlage 1 van de regels. De uitvoering ervan is in de regeling van dit bestemmingsplan voorwaardelijk verplicht gesteld. Natuurinclusief bouwen Om het plangebied een meerwaarde te geven voor dieren en planten worden diverse maatregelen genomen voor natuurinclusief bouwen, conform de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen van de gemeente Arnhem. De maatregelen zijn gericht op het bieden van nestgelegenheid voor vogels, het bieden beschutting, voedsel en water. De voorgenomen maatregelen voor onderhavig plan zijn (zie ook bijlage 2): neststeen in de kopgevel voor gierzwaluw bieden van nestgelegenheid voor huismus neststeen voor bijen en vlinders aanleg van een geveltuin aanplant van gemengde hagen bieden van toegang voor de egel in de haag aanplant van bomen aanleg van alleen noodzakelijke verharding. Met deze maatregelen wordt ruimschoots voldaan aan de eisen die de gemeente Arnhem stelt.

4.3

Verkeer en mobiliteitsaspecten

Het plangebied wordt ontsloten via de Rijkerswoerdsestraat. Door de bouw van twee woningen zal het aantal verkeersbewegingen niet wezenlijk toenemen. Bovendien verdwijnt het (zwaardere) bedrijfsverkeer door de beëindiging van de bedrijfsfunctie. Dit komt de leefbaarheid en verkeersveiligheid ten goede. De Rijkerswoerdsestraat en omliggende wegen beschikken over voldoende capaciteit om de nieuwe situatie op te vangen. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de Beleidsregels parkeren Arnhem 2022 van de gemeente Arnhem. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van twee aan-een-gebouwde woningen. Hiervoor wordt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning gehanteerd. In het ontwerp van voorliggend plan zijn 2 parkeerplaatsen per woning opgenomen plus een dubbele garage per woning, zie de tekening in paragraaf 4.2. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. In artikel 12.2 van de regels is geborgd dat voldaan wordt aan de parkeernorm en dat de parkeerplaatsen ook in stand gelaten moeten worden. "Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

25

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.

26

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

5.2

Geluid

De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Situatie plangebied Voor voorliggend document is het van belang te kijken naar de mogelijke gevolgen van wegverkeerslawaai. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van de Nijmeegseweg (A325) en de Rijkerswoerdsestraat. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3).

De geluidbelasting op de ontwikkeling door wegverkeer op de Nijmeegseweg bedraagt ten hoogste 49 dB na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee met 1 dB overschreden. Voor de geluidbelasting door wegverkeer op de Nijmeegseweg zijn hogere waarden nodig. De geluidbelasting op de ontwikkeling door wegverkeer op de Rijkerswoerdsestraat bedraagt ten hoogste 41 dB na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden. Voor de geluidbelasting door wegverkeer op de Rijkerswoerdsestraat zijn geen hogere waarden nodig. De geluidbelasting door alle wegen samen bedraagt 52 dB zonder aftrek. Bij het verlenen van hogere grenswaarden wordt getoetst de nota Uitvoeringsbeleid hogere grenswaarden. De woningen voldoen aan het criterium dat deze dienen ter vervanging van de bestaande bebouwing. De geluidbelasting door wegverkeer ligt in de klasse “onrustig” (alle wegen samen na aftrek). Aan de eisen die in het gemeentelijk beleid worden gesteld kan worden voldaan doordat het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron niet mogelijk is, omdat de Nijmeegseweg reeds voorzien is van een stil wegdek en andere bronmaatregelen verkeerskundig niet mogelijk zijn. Een scherm met een hoogte van 4,5 meter op het eigen terrein stuit op landschappelijke bezwaren.

De woningen hebben daarnaast een geluidluwe noordgevel dan wel zuidgevel en een geluidluwe oostgevel. De woningen hebben tevens een geluidluwe buitenruimte aan de noordzijde, de zuidzijde en de oostzijde. Voor de westelijke gevels van de woningen is een hogere waarde vastgesteld van 49 dB voor geluid door wegverkeer op Nijmeegseweg conform tabel III.3. Dit is opgenomen in de regels in artikel 12.1. Bij een geluidbelasting van 52 dB bedraagt de benodigde geluidwering GA,k 20 dB. Dit is de minimumwaarde uit het Bouwbesluit. Er zijn voor de gevels van de woningen geen aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid.

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

27

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

5.3

Luchtkwaliteit

De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM).

Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Situatie plangebied Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 15564700 (aan de A325 ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)

NO2 (stikstofdioxide) 25,6 µg/m3

PM10 (fijnstof) 17,2 µg/m3

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 9,7 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (realisatie van twee woningen) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 28

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

5.4

Hinder- en milieuzonering

Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien.

Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Situatie plangebied In de omgeving van het plangebied liggen twee bedrijven. Dit betreft het in de vorige paragraaf genoemde agrarische bedrijf aan de Kruisstraat 11 en een bedrijf aan de Rijkerswoerdsestraat 13. Volgens het bestemmingsplan 'Arnhem Zuid-Oost' is hier een schildersbedrijf toegestaan. Op grond van de publicatie Bedrijven en milieuzonering geldt voor een rundveebedrijf een richtafstand van 30 meter vanwege geluid. Een schildersbedrijf wordt in de publicatie niet specifiek genoemd. Als een schildersbedrijf gelijk wordt gesteld met een klein aannemersbedrijf, dan geldt ook hier een richtafstand van 30 meter vanwege geluid. De feitelijke afstand van het plangebied tot beide locaties bedraagt ca. 100 respectievelijk 160 meter. Aan de genoemde richtafstanden wordt derhalve ruimschoots voldaan. Gesteld kan worden dat er in het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat uit oogpunt van milieuzonering. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering.

5.5

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: geurgevoelig object gelegen in: concentratiegebied binnen bebouwde kom concentratiegebied buiten bebouwde kom niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom

"Chw Rijkerswoerdsestraat 15" (vastgesteld)

maximaal toegestanegeurbelasting (odour units per m3 lucht): 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m³ 2,0 ouE/m3

29

Chw Rijkerswoerdsestraat 15

8,0 ouE/m3

niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom

Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen: binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woonen verblijfklimaat. Situatie plangebied Aan de Kruisstraat 11 ligt een agrarisch bedrijf met melkvee. Dit zijn vaste afstandsdieren waarvoor een minimale afstand van 50 meter tot een geurgevoelig object, zoals een woning, dient te worden aangehouden. De afstand tussen het bedrijf en het plangebied bedraagt ruim 100 meter, waarmee dus aan de afstandseis wordt voldaan. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur.

5.6

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, kampeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=78dc72f5-ac0f-44d1-ab36-541f795b04e4