Bijlage 1 - Toelichting op de belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
Zaaknummer: 4724772
TOELICHTING OP DE BELASTINGVERORDENINGEN 2026 Inleiding In deze toelichting wordt gedetailleerd per verordening aangegeven welke wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de verordeningen 2025.
OVERZICHT KOSTENDEKKENDHEID Het overzicht kostendekkendheid wordt niet als bijlage bij de belastingverordeningen opgenomen. Dit overzicht is volgens de voorschriften van het Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in de Paragraaf lokale heffingen van de begroting opgenomen.
WIJZIGINGEN PER VERORDENING TEN OPZICHTE VAN 2025 1. VERORDENING ONROERENDE ZAAK- EN ROERENDE ZAAKBELASTING EN RIOOLHEFFING
Tarieven OZB, RZB en rioolheffing De opgenomen tarieven onroerende-zaakbelasting (OZB), roerende zaakbelasting (RZB) en rioolheffing zijn gebaseerd op de waarde-ontwikkeling zoals die bij het opstellen van de Begroting 2026 bekend was. Voor de OZB geldt dat ieder jaar een herwaarderingsjaar is. Dat betekent dat de WOZ-waarden gebaseerd worden op een nieuwe waardepeildatum (voor 2026 is dat 1 januari 2025). De roerende zaakbelasting en rioolheffing zijn ook gebaseerd op de WOZ-waarde als grondslag voor de heffing en volgen daarmee de jaarlijkse herwaardering voor de OZB. Om te voorkomen dat de opbrengsten te hoog of te laag worden, wordt de gemiddelde waardeontwikkeling jaarlijks gecompenseerd door een tariefswijziging. Onroerende-zaakbelasting: Op basis van de bij het opstellen van de Begroting bekende waardeontwikkeling is uitgegaan van een verwachte waardestijging van woningen van 11,7%. Voor niet-woningen is uitgegaan van een verwachte waardestijging van 1,2%. De OZB-opbrengsten, exclusief areaalontwikkeling, worden jaarlijks met 5% verhoogd. In beginsel betekent dit ook jaarlijks een gemiddelde lastenstijging OZB van 5% Als de daadwerkelijke waardeontwikkeling in jaar t-1 echter afwijkt van de bij de tariefberekening voor jaar t-1 verwachte waardeontwikkeling, vindt er in jaar t een ‘inhaaleffect’ plaats, waardoor de lastenstijging in dat jaar afwijkt van de 5%.
Bij woningen is dit voor 2025 het geval. De waardeontwikkeling blijkt net iets hoger uit te komen. Hierdoor hebben eigenaren van een woning in 2025 gemiddeld meer OZB betaald dan waar rekening mee werd gehouden. Dit wordt in 2026 gecorrigeerd, waardoor voor 2026 de verwachte gemiddelde lastenstijging OZB voor woningen uitkomt op 4,6%. Voor niet-woningen wijkt de daadwerkelijke waardeontwikkeling slechts marginaal af van de bij de tariefberekening verwachte waardeontwikkeling, waardoor hier wel een verwachte lastenontwikkeling van gemiddeld 5% geldt. Ook voor 2026 kan de daadwerkelijke waardeontwikkeling afwijken van de waardeontwikkeling waar voor de tariefberekening van uit is gegaan. Met als gevolg dat ook de gemiddelde lastenstijging af kan wijken van wat we nu verwachten. In 2027 zal deze afwijking dan weer gecorrigeerd worden, zodat over een langere periode bezien de lastenontwikkeling OZB gemiddeld 5% per jaar is. 1
Zaaknummer: 4724772
Roerende-zaakbelasting: Voor de roerende-zaakbelasting gelden dezelfde tarieven als voor de onroerende-zaakbelasting. Rioolheffing: De tarieven voor de rioolheffing zijn nagenoeg kostendekkend. Oftewel: de opbrengsten uit rioolheffing zijn (vrijwel) gelijk aan de kosten van het beheer en onderhoud van riolering oftewel de gemeentelijke watertaken voor afval-, hemel- en grondwater. De begrote opbrengsten uit rioolheffing stijgen in 2026, doordat de hogere kosten voor de gemeentelijke taken in de rioolheffing worden doorberekend. Het gaat hierbij voornamelijk om stijgende kapitaallasten als gevolg van actualisatie van de rioolinvesteringen. Net zoals de OZB heeft de rioolheffing met de WOZ-waarde een grondslag met een lasten verdelende werking. De rioolheffing volgt de jaarlijkse herwaardering voor de OZB. Bij objecten met leegstand kan het gebruikersdeel van de rioolheffing niet worden opgelegd, waardoor minderopbrengsten ontstaan. De effecten van leegstand verwerken we in de tarieven, door opbrengstderving als gevolg van leegstand te compenseren met een hoger eigenaarstarief. Het onderzoek naar een brede rioolheffing, waarbij de belastingplicht niet meer afhankelijk is van het aangesloten zijn op dan wel afvoeren via het gemeentelijke rioolstelsel, is nog gaande. Per 2026 verandert de grondslag voor de rioolheffing daarom niet.
2. AFVALSTOFFENHEFFING De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing wordt voor 2026 verhoogd naar 95%. De begrote opbrengsten uit afvalstoffenheffing stijgen in 2026 ook doordat de hogere kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval in de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Het gaat hierbij voornamelijk om aanvullende kosten uit hoofde van de Uitvoeringsagenda Arnhem Schoner en de effecten van prijs-areaalontwikkeling. Indien de heffing gebaseerd zou zijn op twee categorieën, waren de tarieven voor 2026 als volgt: a. éénpersoonshuishouden € 313,56 b. twee- of meerpersoonshuishouden € 418,20 Naar aanleiding van motie 25M92 ‘Eerlijker heffen’ is er echter een extra categorie voor de tarieven afvalstoffenheffing toegevoegd. Waar eerst alleen de categorieën éénpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden waren opgenomen, is er voor 2026 een extra categorie ‘tweepersoonshuishouden’ bijgekomen. Reden hiervoor is dat het aannemelijk is dat de hoeveelheid afvalstoffen per huishouden verschilt vanwege het aantal leden van een huishouden en de lasten eerlijker verdeeld worden bij het hanteren van drie categorieën. Hiermee wordt een sterkere relatie gelegd tussen de mate van gebruik en hoeveelheid afval en de belasting die iemand betaalt. Uitsplitsing naar meer dan drie categorieën levert niet per se een betere verdeling per categorie op.
Aangezien er een onderbouwing van de verdeling van de kosten moet zijn die juridisch houdbaar is, is er gekozen voor het uitgangspunt dat de kosten voor 70% vast zijn en voor 30% variabel. Het variabele deel wordt verdeeld op basis van de afvalequivalenten 1–1,5–2 (geen lineaire toename). De tariefverhouding tussen de drie categorieën wordt dan 71%-91%-100%.
2
Zaaknummer: 4724772
Hierdoor gaan de eenpersoonshuishoudens vrijwel hetzelfde betalen als in de situatie waarbij twee tariefcategorieën waren gehandhaafd. De tweepersoonshuishoudens profiteren ten laste van de huishoudens met drie personen en meer, wat ook een achterliggende gedachte is van de motie. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden is weliswaar hoger dan bij handhaving van twee tariefcategorieën, maar kennen bij deze kostenverdeling het kleinste verschil in tarief tussen twee- en meerpersoonshuishoudens. Daarbij wordt de onderbouwing op basis van de afvalequivalenten, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de variabele kosten niet lineair per persoon stijgen, de meest logische en daarmee ook fiscaal-juridisch best onderbouwde methode gevonden. De bijbehorende tarieven voor 2026 zijn: a. éénpersoonshuishouden € 312,72 b. tweepersoonshuishouden € 400,80 c. meerpersoonshuishouden € 440,52 Overige tarieven: De tarieven voor het aanbieden van afval bij het afvalbrengstation zijn verhoogd met de consumentenprijsindex van 3,0% (de contracten worden geïndexeerd op basis van de gerealiseerde cpi van het voorgaande jaar). Deze tarieven zijn afgestemd met en uniform aan die van de gemeente Westervoort, die ook gebruik maakt van hetzelfde afvalbrengstation. Onder 2.4 van de tarieventabel zijn de tarieven die gelden voor het plaatsen, omruilen of vervangen van containers opgenomen.
Deze tarieven zijn onderdeel van de verordening, maar waren hierin abusievelijk de laatste jaren niet meer opgenomen en stonden alleen op de website vermeld.
3. LEGESVERORDENING (TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE LEGESVERORDENING) Verordening Aan artikel 10 ‘Overdracht van bevoegdheden’ is onder b een vijfde onderdeel toegevoegd, te weten de tarieven met betrekking tot de Wet op de kansspelen. Dit zijn wettelijk gemaximeerde tarieven, net als de in dat onderdeel genoemde tarieven voor paspoorten, identiteitskaarten en rijbewijs. Mocht het Rijk de tarieven voor de Wet op de kansspelen nog aanpassen, dan kan het college deze aanpassing regelen in de legesverordening. Tarieventabel Op de legestarieven is een verhoging van het consumentenprijsindexcijfer (cpi) van 2,6% toegepast, met uitzondering van een aantal tarieven met betrekking tot huwelijken en geregistreerde partnerschappen die kostendekkend zijn gemaakt, de tarieven waarvoor een wettelijk maximum geldt of waar door verhoging de 100% kostendekkendheid wordt overschreden wat voor die betreffende tarieven niet is toegestaan (tarieven die vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn). Alle bedragen zijn daarna rekenkundig op 5 cent afgerond (bijvoorbeeld € 649,67 wordt € 649,65 en € 728,29 wordt € 728,30). Paspoort en identiteitskaart: De voorlopige maximum-tarieven voor 2026 voor paspoort en identiteitskaart zijn bekend gemaakt. De definitieve maximum-tarieven zullen in oktober of november door het Rijk worden vastgesteld.
Aangezien de voorlopige maximum-tarieven voor paspoort en identiteitskaart de afgelopen jaren niet afweken van de definitieve tarieven, zijn deze nu alvast in de voorliggende verordening opgenomen. Zie voor de oude en nieuwe tarieven de bijlage ‘Vergelijkingstabel’. (2.3.1 van de tarieventabel)
3
Zaaknummer: 4724772
Rijbewijs: • Het tarief voor het rijbewijs zal waarschijnlijk in oktober bekend gemaakt worden. Indien het maximumtarief van het rijbewijs voor 2026 stijgt, zal dit later dit jaar nog worden aangepast. (2.4.1 van de tarieventabel) •
De vermissingsleges bij rijbewijzen komen te vervallen. Een inwoner moest bij de aanvraag van een rijbewijs in geval van vermissing hiervoor een schriftelijke verklaring invullen. Dit is een kleine extra handeling binnen de afspraak en wordt soms vooraf al door de inwoner via de RDW gedaan. Het is niet uitlegbaar aan de inwoner dat we hiervoor ruim € 35,- in rekening brachten. Veel andere gemeenten hebben deze vermissingskosten ook niet (meer) opgenomen in de legesverordening.
Dienstverlening (huwelijken): • Voor huwelijken/geregistreerde partnerschappen gelden verschillende tarieven. Voor het merendeel van de diensten hanteren we meer dan kostendekkende tarieven en voor enkele zitten we onder de kostprijs. Deze laatstbedoelde tarieven worden nu verhoogd naar een kostendekkend tarief. Uitzondering is het tarief voor huwelijk/geregistreerd partnerschap in een bijzonder huis. Dit wordt gelijkgetrokken met het tarief voor een huwelijk in de spreekkamer. Daarmee wordt het tarief verhoogd, maar blijft het nog onder het kostendekkende niveau. Argument voor deze keuze is dat het gaat om een niet gekozen situatie, zoals een huwelijk in het ziekenhuis. Het tarief voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap in de spreekkamer is het laagste reguliere tarief; zou het koppel buiten de bestaande situatie trouwen of een partnerschap laten registreren, dan zouden zij ook minimaal dit tarief betalen (met uitzondering van het gratis huwelijk waaraan specifieke voorwaarden zijn verbonden). De overige tarieven worden verhoogd met 2,6%. Zie voor de tarieven de bijgevoegde vergelijkingstabel leges. (2.1.1 van de tarieventabel) Gegevensverstrekking en verklaringen • Er is een tekstuele aanpassing gedaan in onderdeel 2.2.2: ‘ten name van meer dan één persoon´ is vervangen door ‘inclusief persoonsgegevens van gerelateerde personen’.
De oude tekst was onduidelijk; het gaf ten onrechte de indruk dat dit tarief gold voor meerdere uittreksels in één aanvraag. (2.2.2 van de tarieventabel) •
Het zogenaamde ‘Postkamertarief’ is een landelijk gemaximeerd tarief. Het maximale tarief staat al een aantal jaren op € 7,50, maar vorig jaar is er in de legesverordening abusievelijk een indexatie op het tarief toegepast. Het tarief wordt nu weer verlaagd van € 7,75 naar € 7,50. (2.2.3 van de tarieventabel)
•
In 2.2.5 is ‘per handtekening’ vervangen door ‘per gelegaliseerd document’. Als het gaat om meerdere handtekeningen per document, zit daar niet zoveel werk extra in, dat dit dubbele leges verantwoord. Daarom is de beschrijving nu aangepast en worden de leges per legalisatie en niet meer per handtekening geheven. (2.2.5 van de tarieventabel)
4
Zaaknummer: 4724772
•
Het tarief voor een VOG is een wettelijk bepaald tarief. Dit tarief voor 2026 is nog niet bekend gemaakt. Indien dit bedrag wijzigt, zal dit later dit jaar nog worden aangepast. (2.2.6 van de tarieventabel)
•
De onderdelen met betrekking tot de Laissez-Passer en de tarieven voor stukken op grond van artikel 2 Wet burgerlijke stand zijn verplaatst van ‘Dienstverlening’ naar ‘Gegevensverstrekkingen en verklaringen’. Daar past het beter, omdat onder Dienstverlening de huwelijken en geregistreerde partnerschappen zijn geregeld en dit daar niets mee van doen heeft. (2.2.12 en 2.2.13 van de tarieventabel)
Parkeren: • De onderdelen 5.10.2, 5.10.3 en 5.13.1 (‘overige verklaringen, ontheffingen en vergunningen’ en ‘reglement verkeerregels en verkeertekens’) zijn verplaatst naar hoofdstuk 3 ‘Parkeren’, waarbij de titel van hoofdstuk 3 is gewijzigd in ‘Parkeren en verblijfsrechten’. •
Aan de titel van het onderdeel ‘reglement verkeerregels en verkeerstekens’ is toegevoegd ‘en milieuzone’, zodat duidelijk is dat in dit onderdeel ook de tarieven milieuzone zijn opgenomen. Bij 3.2.1 is toegevoegd dat het een aanvragen betreft ‘vallend onder de Beleidsregels ontheffingen milieuzone Arnhem 2022’ om het onderscheid met de volgend jaar in te voeren nul-emissiezone en de daarbij behorende beleidsregels en legestarieven te maken. Voor deze ontheffingen nulemissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s wordt een aparte legesverordening voorgelegd. In 3.2.1.1 is de tekst aangepast op de nieuw in te voeren nul-emissiezone door aan te geven dat het daar geregelde voor vrachtverkeer geldt tot 1 juni 2026.
•
Reden om deze onderdelen nu bij elkaar te plaatsen is dat deze allemaal betrekking hebben op parkeren en deze diensten allemaal worden uitgevoerd door het externe bureau P1.
(3.1.1, 3.1.2 en 3.2.1 van de tarieventabel)
Huisvesting: Onder het kopje Huisvestingsverordening was alleen een tarief voor noodurgentieverklaringen opgenomen. In de Huisvestingsverordening bestaat een onderscheid tussen ‘reguliere’ urgenties en noodurgenties. Aangezien voor beide urgenties leges betaald moeten worden, wordt ‘noodurgentieverklaring’ nu vervangen door ‘urgentieverklaring’, zodat beide soorten vergunningen onder het tarief vallen. Daarmee is ook de verwijzing naar een lid uit een artikel van de Huisvestingsverordening vervangen door een verwijzing naar dat hele artikel. (4.0.1.1 van de tarieventabel) Europese Dienstenrichtlijn • In de vorige verordening was na de wijziging, waarbij het tarief voor de Verhuurvergunning Wet goed verhuurderschap was opgenomen, de nummering incorrect. Hierdoor waren er twee artikelen met nummer 5.7.1. Dit is nu gecorrigeerd door het nieuwe artikel over de Verhuurvergunning om te nummeren naar 5.6A.1. •
De tarieven voor het onderdeel Prostitutiebedrijven en Verhuurvergunning Wet goed verhuurderschap zijn gelijk gehouden aan het tarief van 2025. Verhoging van het tarief met 2,6% leidt tot een tarief dat meer dan 100% kostendekkend is wat niet is toegestaan. Deze vergunningaanvragen vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn, waardoor de maximale
5
Zaaknummer: 4724772
kostendekkendheid van 100% voor het individuele tarief geldt. (5.3.1 en 5.6A.1 van de tarieventabel) Algemene Plaatselijke Verordening (APV): De tarieven met betrekking op de Wet op de Kansspelen opgenomen in 5.12.1.1 en 5.12.1.2 zijn door wetgeving gemaximeerd (Speelautomatenbesluit). Deze tarieven zijn in de wetgeving niet aangepast en daarom in de legesverordening niet geïndexeerd. Bijlage 1: De Bijlage bij de legesverordening, de zogenaamde ROEB-lijst, op grond waarvan de bouwkosten kunnen worden getoetst, is geactualiseerd.
4. VERORDENING PARKEREN EN PARKEERBELASTINGEN De tarieven voor het straatparkeren worden met het consumentenprijsindexcijfer (cpi) van 2,6% verhoogd van € 4,50 naar € 4,60 en van € 3,00 naar € 3,10. Deze bedragen zijn rekenkundig afgerond op 10 cent, vanwege de mogelijkheid van cash betalingen bij een aantal van de parkeermeters, waarbij 10 cent de minimale munt is die ingeworpen kan worden. Diezelfde afronding is ook om dezelfde reden toegepast op het tarief voor het parkeren met een camper op de Lage Nieuwe Kade. Het nieuwe dagtarief en de tarieven voor de abonnementen en vergunningen worden met 2,6% verhoogd en zijn rekenkundig afgerond op hele euro’s. Het tarief van de naheffingsaanslag (parkeerboete) blijft voor 2026 gehandhaafd op € 78,80. De naheffingsaanslag mag niet meer bedragen dan de geraamde kosten, opgesomd in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen, per aanslag. De totale geraamde kosten per naheffingsaanslag bedragen voor 2026 € 78,96. Zie daarvoor de onderstaande berekening. Daarnaast stelt het Rijk ieder jaar een maximumtarief voor de naheffingsaanslag vast. Dat tarief is voor 2026 € 82,00. Aangezien de kosten per naheffingsaanslag in 2026 lager liggen, kan niet worden uitgegaan van het maximale tarief.
Aangezien de geraamde kosten per naheffingsaanslag bijna gelijk zijn aan het tarief voor de naheffingsaanslag voor 2025, wordt dit tarief voor 2026 gehandhaafd op € 78,80. Kosten naheffingsaanslag 2026 A. Vaste informatieverwerkingskosten B. Variabele informatieverwerkingskosten C. Kosten van afschrijving D. Personeelskosten E. Overheadkosten Totaal Aantal geraamde naheffingsaanslagen Kosten per naheffingsaanslag 2025
€ 596.160 € 349.667 € 201.620 € 1.918.010 € 282.641 € 3.348.097 42.400 € 78,96
5. VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN Geen wijzigingen.
6
Zaaknummer: 4724772
De tarieven in de verordening scheepsvaartrechten zijn dusdanig klein en afgerond op twee cijfers achter de komma dat bij een indexatie van 2,6% er maar bij één regel een verhoging doorgevoerd zou worden. Hierdoor zou alleen de kleine gebruikers getroffen worden door een indexatie. Om die reden wordt er voor 2026 geen indexatie toegepast. Voor belastingjaar 2027 wordt een nieuw tariefstelsel voorgelegd dat is afgestemd met de regiogemeentes die mee participeren in Gelreport.
6. VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING Verordening Er is een vrijstelling opgenomen voor overnachtingen door personen ‘met een officiële topsportstatus van een sportbond die in het kader van een topsportopleiding verblijven in een opleidingscentrum voor topsport’. Op dit moment valt alleen het topsporterscomplex van Papendal hieronder. Hier verblijft men langdurig (woont men op kamers) in het kader van een topsportopleiding die men daar volgt. Hiervoor is nooit toeristenbelasting opgelegd, omdat Arnhem topsport een warm hart toedraagt en de personen die een dergelijke opleiding volgen daar langdurig (tot aan jaren) verblijven wat een hoog bedrag aan toeristenbelasting voor de persoon in de opleiding met zich mee zou brengen. Er is nu een vrijstelling in de verordening opgenomen om dit juridisch te regelen. (artikel 4) De begrippen voorseizoens- en naseizoensarrangement zijn komen te vervallen, omdat deze arrangementen in zijn geheel niet worden aangeboden in Arnhem. (artikel 1 en artikel 6 lid 4) Tarieven Beide tarieven worden verhoogd met 2,6%, waarbij wordt afgerond op 1 cent. Hierdoor gelden de volgende tarieven: 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: € 3,59. 2.
In afwijking van het in het eerste lid genoemde tarief bedraagt het tarief per persoon per overnachting bij verblijf in een kampeermiddel, op een vaste standplaats, in een vaartuig op een aanlegplaats in de jachthaven of in een accommodatie waarbij overnacht wordt in een slaapzaal: € 2,05.
7. VERORDENING OP HET REINIGINGSRECHT Verordening en tarieven De tarieven van artikel 4 worden verhoogd: - 1 tot en met 5 aanbiedingen per week bedraagt € 718,08 per belastingjaar (2025: € 679,20); - 6 tot en met 10 aanbiedingen per week bedraagt € 1.211,40 per belastingjaar (2025: € 1.176,12). Ondernemers kunnen zelf de afweging maken of ze gebruik maken van afval aanbieden via reinigingsrecht of dat zij een contract met een commerciële afvalinzamelaar aangaan. Het reinigingsrecht is een retributie, dit betekent dat het te hanteren tarief (maximaal) kostendekkend mag zijn. De tarieven zijn gebaseerd op de integrale kostprijs voor reinigingsrecht conform de Wet markt en overheid. Op dit moment maken 74 bedrijven in de binnenstad gebruik van reinigingsrecht. De gemeente is in 2023 gestart en gaat ook in 2026 door met het informeren van bedrijven over hun wettelijke zorgplicht voor afval en het bestaan van reinigingsrecht als oplossing voor ondernemers in de binnenstad. Voor 2026 worden de huidige twee staffels van 1 tot 5 en 6 tot 10 zakken per week gehandhaafd. De tarieven zijn kostendekkend en marktconform. 7
Zaaknummer: 4724772
8. LEGESVERORDENING ONTHEFFINGEN NUL-EMISSIEZONE Er wordt een separate verordening voor de leges voor ontheffingen voor de nul-emissiezone voorgelegd. In meerdere steden in Nederland zijn of komen er Zero Emissiezones (juridisch nul-emissiezones genoemd) voor bestel- en vrachtwagens. Op 1 juni 2026 voert ook de gemeente Arnhem een Zero Emissiezone voor stadslogistiek in. Arnhem volgt hiermee de andere steden die op 1 januari 2025 de zone invoerden. Niet iedereen kan al de overstap maken naar zero emissie vervoer. Daarom is er een (landelijk) ontheffingskader opgesteld voor bijvoorbeeld voertuigen die nog niet zero emissie verkrijgbaar zijn of voor ondernemers die de investering niet kunnen dragen. Het verlenen van ontheffingen voor de Zero emissiezones is een bevoegdheid van de betreffende gemeente. Veel bestel- en vrachtwagens komen echter al snel in meerdere steden. Om te voorkomen dat ondernemers in al deze steden apart een ontheffing moeten aanvragen, hebben de Zero Emissiegemeenten afgesproken één landelijk loket opgericht om daarmee de administratieve lasten van ondernemers te beperken, te weten het Centraal Loket. Hierdoor kunnen ondernemers op een plek voor meerdere steden ontheffingen aanvragen én kunnen bepaalde ontheffingen in één keer voor meerdere steden afgegeven worden.
Er worden door de gemeenten gelijke beleidsregels en gelijke legestarieven gehanteerd, waardoor de voorwaarden in Arnhem hetzelfde zijn als in andere steden met een Zero Emissiezone. Hierdoor kan Arnhem ook aanhaken bij het Centraal Loket van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Op deze manier wordt het voor ondernemers zo eenvoudig mogelijk om een ontheffing aan te vragen. Het Centraal Loket van de RDW voert de verlening van ontheffingen nul-emissiezone uit namens de gemeente. Hiervoor heft het Centraal Loket kostendekkende leges. Voor de begroting van de gemeente is dit in principe kostenneutraal.
8