CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting op de belastingverordeningen 2025

Politieke Avond 13 november 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: 'Belastingverordeningen 2025'2.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: 4298907

TOELICHTING OP DE BELASTINGVERORDENINGEN 2025 Inleiding In deze toelichting wordt gedetailleerd per verordening aangegeven welke wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de verordeningen 2024.

OVERZICHT KOSTENDEKKENDHEID Het overzicht kostendekkendheid wordt niet als bijlage bij de belastingverordeningen opgenomen. Dit overzicht is volgens de voorschriften van het Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in de Paragraaf lokale heffingen van de begroting opgenomen.

WIJZIGINGEN PER VERORDENING TEN OPZICHTE VAN 2024 1. VERORDENING ONROERENDE ZAAK- EN ROERENDE ZAAKBELASTING EN RIOOLHEFFING

Tarieven OZB, RZB en rioolheffing De opgenomen tarieven onroerende-zaakbelasting (OZB), roerende zaakbelasting (RZB) en rioolheffing zijn gebaseerd op de waarde-ontwikkeling zoals die bij het opstellen van de Begroting 2025 bekend was. Voor de OZB geldt dat ieder jaar een herwaarderingsjaar is. Dat betekent dat de WOZ-waarden gebaseerd worden op een nieuwe waardepeildatum (voor 2025 is dat 1 januari 2024). De roerende zaakbelasting en rioolheffing zijn ook gebaseerd op de WOZ-waarde als grondslag voor de heffing en volgen daarmee de jaarlijkse herwaardering voor de OZB. Om te voorkomen dat de opbrengsten te hoog of te laag worden, wordt de gemiddelde waardeontwikkeling jaarlijks gecompenseerd door een tariefswijziging. Onroerende-zaakbelasting: Op basis van de bij het opstellen van de Begroting bekende waardeontwikkeling is uitgegaan van een verwachte waardestijging van woningen van 4,37%. Voor niet-woningen is uitgegaan van een verwachte waardestijging van 2,5%. De OZB-opbrengsten, exclusief areaalontwikkeling, worden jaarlijks met 5 procent verhoogd. In beginsel betekent dit ook jaarlijks een gemiddelde lastenstijging OZB van 5 procent.

Als de daadwerkelijke waardeontwikkeling in jaar t-1 echter afwijkt van de bij de tariefberekening voor jaar t-1 verwachte waardeontwikkeling, vindt er in jaar t een ‘inhaaleffect’ plaats, waardoor de lastenstijging in dat jaar afwijkt van de 5 procent. Bij de tariefberekening 2024 is uitgegaan van een gemiddelde waardestijging van woningen met ongeveer 7 procent (van peildatum 1 januari 2022 naar peildatum 1 januari 2023). Nu blijkt dat de waardeontwikkeling lager uit is gekomen. Een huishouden met een koopwoning heeft in 2024 daarom te maken gehad met een lastenstijging OZB, van gemiddeld 4,5 procent (voor niet-woningen geldt een lastenstijging van gemiddeld 4 procent) in plaats van de afgesproken 5 procent. Omdat we voor de tariefberekening 2025 uitgaan van de actuele, hogere waardes zal er in 2025 een correctie plaatsvinden en is de lastenontwikkeling 2025 ten opzichte van 2024 voor woningen niet 5, maar 5 procent plus 0,5 procent correctie en voor niet-woningen 5 procent plus 1,0 procent correctie. De hoogte van de gemiddelde lasten OZB in 2025 is gelijk aan de hoogte die er zou zijn zonder inhaaleffect en het ‘voordeel’ voor 2024 blijft behouden voor de belastingplichtigen, maar omdat we 1

Zaaknummer: 4298907

voor de lastenontwikkeling vergelijken met de in 2024 lagere lasten, komt de mutatie hoger uit dan 5 procent. Roerende-zaakbelasting: Er zijn een aantal artikelen aangepast aan de tekst van de modelverordening van de VNG (technische wijziging). Voor de roerende-zaakbelasting gelden dezelfde tarieven als voor de onroerende-zaakbelasting. Rioolheffing: Artikel 4 ‘Voorwerp van de belasting’ is aangepast aan de tekst van de modelverordening van de VNG (technische wijziging). De tarieven voor de rioolheffing zijn nagenoeg kostendekkend. Oftewel: de opbrengsten uit rioolheffing zijn (vrijwel) gelijk aan de kosten van het beheer en onderhoud van riolering oftewel de gemeentelijke watertaken voor afval-, hemel- en grondwater. Voor 2025 worden wel hogere kosten voor maatregelen klimaatadaptatie en effecten van prijsontwikkeling doorberekend, maar het door de burger te betalen bedrag aan rioolheffing blijft in euro’s echter (nagenoeg) gelijk. Zie hiervoor ook de paragraaf lokale heffingen van de Begroting.

2. AFVALSTOFFENHEFFING De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing wordt stapsgewijs verhoogd naar 95% in 2026. Voor 2025 geldt dat het (geraamde) percentage kostendekkendheid verhoogd wordt naar 94%. Daarnaast stijgen de begrote opbrengsten uit afvalstoffenheffing voor 2025 doordat de hogere kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval in de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Het gaat hierbij om de effecten van prijsontwikkeling, maar ook om kosten voor de verwerking van lachgascilinders, voor het ruimen van fietsen en voor toegankelijkere containers voor GFT bij hoogbouw. De tarieven voor het aanbieden van afval bij het afvalbrengstation zijn verhoogd met de consumentenprijsindex van 2022 op 2023, zijnde 3,8% (de contracten worden geïndexeerd op basis van de gerealiseerde cpi van het voorgaande jaar). De tarieven voor het afgeven van isolatiemateriaal en kunstgras zijn meer dan met de cpi verhoogd, omdat de kosten voor inzameling en verwerking hiervan beduidend hoger zijn. Ook is de maatstaf bij isolatiemateriaal gewijzigd van ‘een zak’ naar ‘kwart kuub/m3, zoals ook bij de overige onderdelen de maatstaf is. Een zak kan namelijk heel groot of heel klein zijn en over een kwart kuub/m3 bestaat geen discussie. Verder zijn de tarieven afgestemd met en uniform aan die van de gemeente Westervoort, die ook gebruik maakt van hetzelfde afvalbrengstation.

3. LEGESVERORDENING (TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE LEGESVERORDENING) Verordening Paragraaf 4.14 ‘Teruggaaf’ is uit de tarieventabel gehaald en weer, net als tot en met 2023 het geval was, geplaatst in artikel 9 van de verordening zelf. Hierdoor is het duidelijk dat deze teruggaaf-regeling geldt voor de gehele verordening en niet alleen op bepaalde onderdelen van de verordening van toepassing is. (artikel 9, leden 2 t/m 4, van de verordening)

2

Zaaknummer: 4298907

Tarieventabel Op alle tarieven van de legesverordening, behalve waar een wettelijk maximum voor geldt, is een verhoging van het consumentenprijsindexcijfer (cpi) van 3,45% toegepast. Alle bedragen zijn daarna rekenkundig op 5 cent afgerond (bijvoorbeeld € 649,67 wordt € 649,65 en € 728,29 wordt € 728,30). A. Paspoort en identiteitskaart: De voorlopige maximum-tarieven voor 2025 voor paspoort en identiteitskaart zijn bekend gemaakt. De definitieve maximum-tarieven zullen in oktober of november door het Rijk worden vastgesteld. Aangezien de voorlopige maximum-tarieven voor paspoort en identiteitskaart de afgelopen jaren niet afweken van de definitieve tarieven, zijn deze nu alvast in de voorliggende verordening opgenomen. Zie voor de oude en nieuwe tarieven de bijlage ‘Vergelijkingstabel’. (2.3.1 van de tarieventabel) Er is een tarief voor een vervangende identiteitskaart bij een uitreisverbod toegevoegd. Hier is in de afgelopen jaren geen aanvraag voor ingediend. Desalniettemin is dit nu toch opgenomen met tegen het wettelijk maximumtarief voor 2025: ‘Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon € 38,25.’ (2.3.1 van de tarieventabel) B.

Rijbewijs: Waarschijnlijk zal in oktober het tarief voor het rijbewijs bekend gemaakt worden. Indien het maximumtarief van het rijbewijs voor 2025 stijgt, zal dit later dit jaar nog worden aangepast. (2.4.1 van de tarieventabel) C. Dienstverlening (artikel 2.1.1 van de tarieventabel): ▪ Aan de tekst over omzetting geregistreerd partnerschap wordt naar voorbeeld van de modelverordening toegevoegd ‘dan wel in een bijzonder huis’, zodat de tekst als volgt komt te luiden: ‘i. voor de omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk, aan de balie van het stadhuis dan wel in een bijzonder huis’ (2.1.1.1 onderdeel i van de tarieventabel) ▪

De tekst met betrekking tot het aanwijzen van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) is aangepast aan de tekst van de modelverordening. (technische wijziging van 2.1.1.2 van de tarieventabel)

▪

Aan de tekst over de kosten voor het annuleren van een huwelijk dan wel registratie partnerschap is in de tekst ingevoegd ‘wijzigen of’, zodat de tekst als volgt komt te luiden: ‘Voor het op verzoek van het bruidspaar wijzigen of annuleren van een huwelijksvoltrekking, alsmede voor het laten registreren van het partnerschap, binnen door de leidinggevende te bepalen grenzen van redelijkheid en billijkheid, binnen 3 maanden voor de datum van de huwelijksvoltrekking dan wel de partnerregistratie. Indien de leges voor de huwelijksvoltrekking of partnerregistratie lager zijn dan het voornoemde bedrag, zijn de kosten voor het wijzigen of annuleren van de huwelijksvoltrekking of partnerregistratie gelijk aan de in rekening gebrachte leges.’ (2.1.1.3 van de tarieventabel)

3

Zaaknummer: 4298907

D. Omgevingswet: ▪ Aan het begrip ‘concept-verzoek’ uit artikel 4.2.1 ‘Omgevingsoverleg’ wordt toegevoegd de term ‘verken uw idee’. Naar alle waarschijnlijkheid zal de rijksoverheid de term ‘verken uw idee’ per 2025 gaan hanteren. Om geen onduidelijkheid te hebben welk tarief dan voor dat overleg geldt, is er voor gekozen om deze nieuwe benaming toe te voegen. (4.2.1.1 onder a van de tarieventabel) ▪

Aan artikel 4.3.1 ‘Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel)’ wordt een lid toegevoegd. In het geval het ruimtelijk deel en het bouwtechnische deel beide wordt opgelegd, blijft het lage tarief gelden voor het bouwtechnische deel (2024: 0,37% van de bouwsom, 2025: 0,38% van de bouwsom). Voor 2025 wordt aangepast, dat indien alleen het bouwtechnisch deel wordt opgelegd, dit percentage wordt verhoogd naar het tarief dat ook geldt voor het ruimtelijk deel, namelijk 2,34% van de bouwsom met een minimum van € 300. (4.3.1.2 van de tarieventabel)

▪

Het minimumbedrag bij het ruimtelijk deel is verlaagd naar € 300, omdat dat meer in lijn ligt met de bouwkosten bij kleine (ver)bouw. (4.3.2 van de tarieventabel)

▪

In de vorige verordening was de nummering incorrect: na 4.3.1 kwam 4.3.3. Deze nummering is nu aangepast. (4.3.1, 4.3.2, 4.3.3 en 4.3.4 van de tarieventabel)

▪

Door de Omgevingswet is de kleine buitenplanse afwijking vervallen. Hiervoor is nu een extra staffel toegevoegd: voor bouwkosten tot € 25.000 geldt nu een tarief van € 500. (4.3.2 onder d van de tarieventabel)

▪

Het artikel ‘wijziging tenaamstelling’ was door de aanpassing aan de Omgevingswet op meerdere plekken in de tarieventabel terecht gekomen. Deze worden nu samengevoegd tot één artikel over de leges voor wijziging tenaamstelling in een nieuw hoofdstuk 6 ‘Overige bepalingen’. (6.1 van de tarieventabel)

E. Algemene Plaatselijke Verordening (APV): Het onderdeel ‘afvalstoffen’ is vervallen. De grondslag hiervoor lag in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), maar die grondslag is verdwenen. Om die reden is nu ook de daarbij behorende tekst uit de legesverordening geschrapt. (technische wijziging) F.

Bijlage 1: De Bijlage bij de legesverordening, de zogenaamde ROEB-lijst, op grond waarvan de bouwkosten kunnen worden getoetst, is geactualiseerd.

4. VERORDENING PARKEREN EN PARKEERBELASTINGEN Verordening In artikel 8 onder f is een vrijstelling toegevoegd voor ‘als zodanig herkenbare gemeentelijke handhaving voertuigen’.

4

Zaaknummer: 4298907

Er gold al een vrijstelling voor herkenbare voertuigen van de drie hulpdiensten (politie – brandweer – ambulance) van het betalen van parkeerbelasting. Deze vrijstelling is opgenomen, zodat ze tijdens het opvolgen van meldingen of directe uitvoering van hun werkzaamheden niet eerst aan de betalingsverplichting hoeven te voldoen, omdat vaak haast is geboden. Daarnaast komt dit het straatbeeld in zijn algemeenheid ten goede, deze voertuigen staan keurig in een parkeervak terwijl ze anders in veel gevallen op een trottoir of in een verbod-zone zouden parkeren. Hetzelfde is van toepassing op de voertuigen van de gemeentelijke handhavers openbare ruimte. Dit is alleen niet eerder in de verordening opgenomen, omdat deze voertuigen niet eenduidig als handhavingsvoertuigen herkenbaar waren. Dat is nu wel het geval, waardoor deze vrijstelling nu ook opgenomen kan worden. Tarieventabel De tarieven voor het straatparkeren worden verhoogd van € 3,50 naar € 4,50 en van € 2,35 naar € 3,00. Het nieuwe dagtarief wordt € 23. De prijzen van abonnementen en vergunningen blijven ongewijzigd. Het tarief is verhoogd met 28%. Dit is een behoorlijke verhoging voor individuele parkeerders. Het hogere parkeertarief is echter in lijn met de tarieven in vergelijkbare gemeenten.

Daarnaast sluit deze verhoging aan op de ambitie om mensen meer lopend, fietsend of met het openbaar vervoer naar de binnenstad te laten reizen in plaats van met de auto. Hiermee vinden wij deze verhoging te rechtvaardigen. Het tarief van de naheffingsaanslag (parkeerboete) wordt voor 2025 verhoogd naar € 78,80. De naheffingsaanslag mag niet meer bedragen dan de geraamde kosten, opgesomd in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen, per aanslag. Het aantal naheffingsaanslagen zal naar verwachting in 2025 dalen vanwege betere betaling van parkeerbelasting door de inzet van scan-auto’s. De totale geraamde kosten per naheffingsaanslag bedragen voor 2025 € 81,18. Zie daarvoor de onderstaande berekening. Daarnaast stelt het Rijk ieder jaar een maximumtarief voor de naheffingsaanslag vast. Dat tarief is voor 2025 € 78,80. Het wordt belangrijk geacht dat de kosten (zo veel mogelijk) worden verhaald, vandaar dat het tarief voor de kosten van de naheffing het maximale tarief bedraagt. Kosten naheffingsaanslag 2025 A. Vaste informatieverwerkingskosten B. Variabele informatieverwerkingskosten C. Kosten van afschrijving D. Personeelskosten E. Overheadkosten Totaal Aantal geraamde naheffingsaanslagen Kosten per naheffingsaanslag 2025

€ 956.179 € 378.996 € 263.869 € 1.722.779 € 249.901 € 3.571.724 44.000 € 81,18

5. VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN Verordening Geen wijzigingen.

5

Zaaknummer: 4298907

Tarieventabel Geen wijzigingen.

6. VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING Verordening Geen wijzigingen. Tarieven Beide tarieven worden verhoogd met € 1,00. Hierdoor gelden de volgende tarieven: 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: € 3,50. 2. In afwijking van het in het eerste lid genoemde tarief bedraagt het tarief per persoon per overnachting bij verblijf in een kampeermiddel, op een vaste standplaats, in een vaartuig op een aanlegplaats in de jachthaven of in een accommodatie waarbij overnacht wordt in een slaapzaal: € 2,00. Het verhoogde tarief ligt in lijn met of is lager dan de tarieven zoals die in andere grote gemeenten worden gehanteerd. Deze verhoging heeft een lastenverzwaring voor belastingplichtigen (de verblijfbieders) tot gevolg, maar dit is te rechtvaardigen omdat het tarief als zodanig niet onredelijk hoog is en wij verwachten dat de toeristen niet afgeschrikt worden door deze verhoging. Hoewel de verhoging voor de verblijfbieder wellicht in totaal wel als fors wordt ervaren, heeft de verblijfbieder de mogelijkheid om de tarieven per overnachting door te belasten aan zijn gast, de verblijfhouder.

7. VERORDENING OP HET REINIGINGSRECHT Verordening en tarieven De tarieven van artikel 4 worden verhoogd: - 1 tot en met 5 aanbiedingen per week bedraagt € 679,20 per belastingjaar (2024: € 666,60); - 6 tot en met 10 aanbiedingen per week bedraagt € 1.176,12 per belastingjaar (2024: € 1.124,40). Ondernemers kunnen zelf de afweging maken of ze gebruik maken van afval aanbieden via reinigingsrecht of dat zij een contract met een commerciële afvalinzamelaar aangaan. Het reinigingsrecht is een retributie, dit betekent dat het te hanteren tarief (maximaal) kostendekkend mag zijn. De tarieven zijn gebaseerd op de integrale kostprijs voor reinigingsrecht conform de Wet markt en overheid. Op dit moment maken 75 bedrijven in de binnenstad gebruik van reinigingsrecht. Voor 2025 gaan we ervan uit dat dit aantal gebruikers licht zal stijgen. De gemeente is in 2023 gestart en gaat ook in 2025 door met het informeren van bedrijven over hun wettelijke zorgplicht voor afval en het bestaan van reinigingsrecht als oplossing voor ondernemers in de binnenstad. Voor 2025 wordt voorgesteld om de huidige twee staffels, 1 tot 5 en 6 tot 10 zakken per week, te handhaven. De tarieven worden verhoogd vanwege stijgende kosten voor inzamelen en verwerken. De tarieven zijn kostendekkend en marktconform.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=0b3f46e9-8899-4fb5-9a02-0dfa5dfad480