CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting op de belastingverordeningen 2023

Politieke Avond 12 oktober 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: 18.45 uur - 20.15 uur: Vaststellen van de Ontwerp-Begroting 2023 (Financiën), de Turap 2 - 2022 en de Belastingsverordeningen 2023 - Portefeuille: wethouder Smeulders2.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: 691048

TOELICHTING OP DE BELASTINGVERORDENINGEN 2023 Inleiding Deze toelichting bestaat uit twee delen. In het eerste deel worden punten genoemd die betrekking hebben op beleidsmatige wijzigingen of afwijkingen van het beleid. In het tweede deel wordt gedetailleerd per verordening aangegeven welke wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de verordeningen 2022. BELEID ALGEMENE PRIJSINDEX De tarieven worden voor 2023 conform de afspraken uit het coalitieakkoord verhoogd. OVERZICHT KOSTENDEKKENDHEID Het overzicht kostendekkendheid wordt niet als bijlage bij de belastingverordeningen opgenomen. Dit overzicht is volgens de voorschriften van het Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in de Paragraaf lokale heffingen van de begroting opgenomen.

WIJZIGINGEN PER VERORDENING TEN OPZICHTE VAN 2022 1. VERORDENING ONROERENDE ZAAK- EN ROERENDE ZAAKBELASTING EN RIOOLHEFFING In het Coalitieakkoord 2022-2026 zijn afspraken gemaakt met betrekking tot een aantal belastingen. Deze worden met ingang van 2023 doorgevoerd. Tarieven OZB, RZB en rioolheffing De opgenomen tarieven onroerende-zaakbelasting (OZB), roerende zaakbelasting (RZB) en rioolheffing zijn gebaseerd op de waarde-ontwikkeling zoals die bij het opstellen van de begroting bekend was. Voor de OZB geldt dat ieder jaar een herwaarderingsjaar is. Dat betekent dat de WOZ-waarden gebaseerd worden op een nieuwe waardepeildatum (voor 2023 is dat 1 januari 2022). De roerende zaakbelasting en rioolheffing zijn ook gebaseerd op de WOZ-waarde als grondslag voor de heffing en volgen daarmee de jaarlijkse herwaardering voor de OZB. Om te voorkomen dat de opbrengsten te hoog of te laag worden, wordt de gemiddelde waardeontwikkeling gecompenseerd door een tariefswijziging. Onroerende-zaakbelasting: De opbrengst van de OZB, exclusief areaalontwikkeling, is sinds 2018 slechts eenmaal met 1,25% (in 2020) verhoogd. Op grond van het coalitieakkoord wordt de belastingopbrengst exclusief areaalontwikkeling voor 2023 nu met 5% verhoogd. Ook wordt de verdeling van de OZB voor nietwoningen gewijzigd van 75%-25% voor respectievelijk eigenaar en gebruiker naar 80%-20%.

Vanuit de solidariteitsgedachte wordt een grotere bijdrage gevraagd van inwoners en ondernemers met meer draagkracht. Daarbij wordt gerealiseerd dat dit in de onderhavige verdeling niet voor iedere ondernemer zal gelden, maar dat er in algemene zin voldoende aanleiding wordt gezien om te 1

Zaaknummer: 691048

veronderstellen dat de draagkracht bij eigenaren groter is dan bij huurders/gebruikers. Vandaar dat er is gekozen voor een verschuiving in de verdeling van de lasten tussen eigenaren en gebruikers. Roerende-zaakbelasting: Voor de roerende-zaakbelasting gelden dezelfde tarieven als voor de onroerende-zaakbelasting. Rioolheffing: In het Coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om de rioolheffing kostendekkend te houden. De aan de rioolheffing toe te rekenen kosten liggen in 2023 licht hoger dan in 2022 en om de tarieven kostendekkend te houden stijgen de gewenste opbrengsten daarom ook. Dat de tarieven voor woningen toch dalen is te verklaren door de aanzienlijke stijging van de WOZwaarde woningen die wordt verwacht (22,55%). Deze waardeontwikkeling wordt gecorrigeerd met een lager tarief. Voor de niet-woningen geldt dat de tarieven voor 2023 hoger liggen dan voor 2022. Bij deze categorie is naar verwachting sprake van een beperkte waardestijging van 1%. Daarnaast is er bij de tariefberekening gewerkt met een meer nauwkeurige inschatting van de objecten zonder aansluiting op het riool (bijvoorbeeld objecten in het buitengebied) en van de objecten die (nog) geen rioolheffing hoeven te betalen (bijvoorbeeld terreinen en objecten in aanbouw). Het aantal objecten waarover naar verwachting rioolheffing wordt geheven is naar beneden bijgesteld.

Om te voorkomen dat de gewenste opbrengsten niet behaald worden heeft dit een tariefstijging tot gevolg. Ook bij de categorie woningen is uitgegaan van een gewijzigde inschatting van het aantal objecten waarover rioolheffing wordt geheven. Echter gezien de totale omvang van het aantal woningen heeft dit op de tarieven nauwelijks effect.

2. AFVALSTOFFENHEFFING In het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken dat de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing stapsgewijs wordt verhoogd naar 95% in 2026. Voor 2023 wordt de stijging beperkt gehouden en wordt de kostendekkendheid verhoogd naar 85% (2022: 84%). De toename van de mate van kostendekkendheid heeft een beperkt stijgend effect op de tarieven voor 2023. Dit effect wordt gedempt door de toename in het aantal (eenpersoons-) huishoudens. Hierdoor kunnen de totaal gewenste opbrengsten over een groter aantal belastingplichtigen worden verdeeld. Vanaf 2024 zal de mate van kostendekkendheid met grotere stappen worden verhoogd.

3. LEGESVERORDENING (TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE LEGESVERORDENING)

Verordening In de verordening en de tarieventabel is de verwijzing naar de NEN-normen komen te vervallen en is de tekst van de modelverordening van de VNG gevolgd. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat indien in een belastingverordening wordt verwezen naar een normblad NEN, deze moet worden gepubliceerd en ter inzage worden gelegd zoals in de Gemeentewet is voorgeschreven en desgevraagd ook tegen betaling een papieren afschrift hiervan moet worden verstrekt. Maar dit verhoudt zich niet met het

2

Zaaknummer: 691048

auteursrecht dat op de NEN-normen rust. Vandaar dat de VNG al eerder in de modelverordening de verwijzing naar de NEN-normen heeft geschrapt. Dit wordt nu gevolgd. Tarieventabel In de legesverordening worden nu alleen de tarieven voor de verklaringen, ontheffingen en vergunningen voor parkeren in het kader van de kostendekkendheid verhoogd van € 11 naar € 14,70. Op dit moment is het nog niet zeker dat de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking zal treden. Indien dat geval is, zal de legesverordening daarop nog in december worden aangepast. De maximum-tarieven voor 2023 voor de identiteitskaart, paspoort en rijbewijs zijn op dit moment nog niet bekend, deze worden in oktober vastgesteld door het Rijk. Deze tarieven zullen daarom later dit jaar worden aangepast.

4. VERORDENING PARKEREN EN PARKEERBELASTINGEN Verordening In de verordening zijn een paar kleine technische aanpassingen doorgevoerd: - in artikel 1 is het begrip ‘autodate’ gewijzigd in ‘autodelen’; - in artikel 1 is bij het begrip ‘motorvoertuig’ is de verwijzing naar het artikel in de RVV aangepast; - in artikel 20 is ‘2021’ vervangen door ‘2022’. Tarieventabel De uurtarieven voor het (straat)parkeren en het tarief voor de kosten van de naheffingsaanslag (parkeerboete) zijn sinds 2018 niet meer verhoogd. De tarieven worden nu aangepast aan de tariefsverhoging zoals opgenomen in het coalitieakkoord: - de tarieven voor het (straat)parkeren worden verhoogd met € 0,50 per uur. - de naheffingsaanslag (parkeerboete) wordt verhoogd naar het maximale tarief dat het Rijk voor 2023 heeft vastgesteld. Aangezien het Arnhemse tarief de afgelopen jaren niet is verhoogd en het maximale tarief wel, betekent dit een ‘sprong’ van € 61,- naar € 72,90. - de kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem, het overbrengen van het voertuig en de kosten van bewaren van het voertuig zijn verhoogd en aangepast naar de tarieven zoals die ook in de Wegsleepverordening 2023 komen te staan. Het parkeertarief is daarmee in lijn met de tarieven in vergelijkbare gemeenten.

Daarnaast sluit deze verhoging aan op de ambitie om mensen meer lopend, fietsend of met het openbaar vervoer naar de binnenstad te laten reizen in plaats van met de auto. Het tarief voor de kosten van de naheffingsaanslag (parkeerboete) bedraagt voor 2023 € 72,90, zijnde het maximale door het rijk vastgestelde bedrag. De totale geraamde kosten per naheffingsaanslag bedragen voor 2023 € 83,51. Het wordt belangrijk geacht dat de kosten (zo veel mogelijk) worden verhaald, vandaar dat het tarief voor de kosten van de naheffing nu het maximale tarief bedraagt. Voor het totaalbedrag van de ‘parkeerboete’ die wordt opgelegd wordt bij het tarief van de naheffingsaanslag (€72,90) het uurtarief voor het parkeren (€ 3,40 of € 2,25) nog opgeteld.

3

Zaaknummer: 691048

5. VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN Verordening Wijzigingen: - in artikel 1 Begripsomschrijvingen is bij begrip ‘1. Doorvaart: het vrachtschip of overig vaartuig verblijft in de haven of aan de kade uitsluitend om te overnachten met een maximum van 4 dagen’ de tekst ‘of ander vaartuig’ komen te vervallen, omdat alleen bij vrachtschepen wordt gesproken van doorvaart. - aan artikel 3 is een lid 5 toegevoegd: ‘Vrachtschepen die gereserveerd hebben en toestemming hebben gekregen van de havendienst Arnhem en alle relevante gegevens hebben verstrekt via de voorgeschreven procedure voor facturering komen in aanmerking voor een korting van 10% op het havengeld. Deze korting geldt alleen voor laden en lossen.’ In de praktijk wordt deze korting al toegepast. Als de belastingplichtige alle relevante gegevens volgens de procedure volledig en op tijd aanlevert, levert dat minder werk en kosten op voor de gemeente. Daarom wordt er in die gevallen als ‘beloning’ deze korting gegeven. - aan lid 2 van artikel 8 is toegevoegd dat de belastingplichtige bij de berekening van de rechten de keus heeft om naast per keer of per jaar ook te kiezen voor een berekening per half jaar. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de belastingplichtigen. - in artikel 9. Vrijstellingen wordt aan ‘c. hospitaalschepen’ toegevoegd: indien zorgbehoeftige mensen aan boord zijn.

Deze toevoeging is gedaan, omdat de vrijstelling alleen geldt alleen als hospitaalschip ook in die hoedanigheid een ligplaats inneemt. Hierbij wordt de landelijke lijn gevolgd; - in artikel 9.Vrijstelligen onderdeel g wordt ‘op zaterdag na 12.00 uur’ vervangen door ‘op vrijdag na 16.00 uur’. De tijd is gewijzigd om de binnenvaart tegemoet te komen met betrekking tot het weekend dat nu eerder start; - aan artikel 9. Vrijstellingen is een onderdeel h toegevoegd: ‘h. vrachtschepen die voor één (1) overnachting gereserveerd hebben en daarvoor toestemming hebben gekregen van de havendienst zijn voor die ene overnachting liggen geen havengeld verschuldigd.’ Dit is gedaan om de vrachtvaart tegemoet te komen. Tarieventabel De tarieven worden voor 2023 niet aangepast. De wijziging van de totale opbrengsten op grond van de aanpassingen is zeer beperkt.

6. VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING De tarieven zijn sinds 2018 niet meer verhoogd en worden nu aangepast aan de tariefsverhoging zoals opgenomen in het coalitieakkoord: - Het reguliere tarief wordt verhoogd met € 0,50 en stijgt daarmee van € 2,00 naar € 2,50 per persoon per overnachting; - de verlaagde tarieven worden verhoogd met € 0,25 en stijgen daarmee van € 0,75 naar € 1,00. Deze tarieven zijn (meer) in lijn met de omliggende gemeenten en andere qua grootte vergelijkbare gemeenten. Uit onderzoek blijkt dat toeristen hun keuze voor een bestemming zelden laten bepalen door de hoogte van de toeristenbelasting. De concurrentiepositie zal dan ook niet of nauwelijks door deze verhoging worden geschaad.

4

Zaaknummer: 691048

7. VERORDENING OP HET REINIGINGSRECHT Verordening Wijzigingen: - in artikel 1 ‘Definities’ is de omschrijving van het begrip ‘aanbieding’ aangepast, omdat de ondergrondse afvalcontainers sinds het openzetten hiervan niet meer met een afvalpas geopend hoeven te worden; - artikel 4 ‘Maatstaf van heffing en tarief’ is ook tekstueel aangepast in verband met het niet meer met een afvalpas te hoeven openen van de ondergrondse afvalcontainers; - in artikel 4 is het lid over de kosten van een duplicaat afvalpas komen te vervallen; - de tarieven van artikel 4 zijn verhoogd: 1 tot en met 5 aanbiedingen per week bedraagt € 635,40 per belastingjaar (2022: € 605,20) en 6 tot en met 10 aanbiedingen per week bedraagt € 1072,20 per belastingjaar (2022: € 1021,20). Met ingang van 1 januari 2020 is in de binnenstad een reinigingsrecht ingevoerd voor kleinere ondernemers. Ondernemers kunnen zelf de afweging maken of ze gebruik gaan maken van afval aanbieden via reinigingsrecht of dat zij een contract met een commerciële afvalinzamelaar aangaan. Het reinigingsrecht is een retributie, dit betekent dat het te hanteren tarief (maximaal) kostendekkend mag zijn. De tarieven zijn gebaseerd op de integrale kostprijs voor reinigingsrecht conform de Wet markt en overheid. Op dit moment maken 75 bedrijven in de binnenstad gebruik van reinigingsrecht.

Voor 2023 gaan we ervan uit dat dit aantal gebruikers stabiel blijft. Door het openstellen van de ondergrondse containers, ook in de binnenstad, is het aantal gebruikers maar lichtelijk gedaald (van 80 naar 75). De verwachting is dat er niet meer bedrijven gebruik zullen gaan maken van reinigingsrecht, maar er zijn op dit moment echter ook geen signalen op basis waarvan een afname zou moeten worden verwacht. Voor 2023 wordt voorgesteld om de huidige twee staffels: 1 tot 5 en 6 tot 10 zakken per week te handhaven. De tarieven worden met 5% verhoogd vanwege verhoogde kosten voor inzamelen en verwerken. De tarieven zijn dusdanig afgerond dat ze deelbaar zijn door 12 (maanden) en zijn daarmee kostendekkend en marktconform

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=b641797e-cae0-4902-bb81-cd1dc6e3203e