Bijlage 1 - Toelichting op de belastingverordeningen 2022
Tekst van het document
Zaaknummer: 605452
TOELICHTING OP DE BELASTINGVERORDENINGEN 2022 Inleiding Deze toelichting bestaat uit twee delen. In het eerste deel worden punten genoemd die betrekking hebben op beleidsmatige wijzigingen of afwijkingen van het beleid. In het tweede deel wordt gedetailleerd per verordening aangegeven welke wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de verordeningen 2021. BELEID ALGEMENE PRIJSINDEX De tarieven worden voor 2022 conform het coalitieakkoord niet verhoogd, dus ook niet met de algemene prijsindex. RIJKS- EN GEMEENTETARIEF In het coalitieakkoord is opgenomen dat de tarieven niet worden verhoogd. Voor de legestarieven 2021 is van deze afspraak afgeweken. Ter dekking van de kostenstijgingen van Burgerzaken is de stijging van de kosten die het Rijk ons berekent doorberekend in onze legestarieven 2021. Ook voor de legestarieven 2022 geldt dat, indien van toepassing, de stijging van rijksleges wordt doorberekend in het tarief. OVERZICHT KOSTENDEKKENDHEID Het overzicht kostendekkendheid wordt niet als bijlage bij de belasting- en legesverordening opgenomen. Dit overzicht is volgens de voorschriften van het BBV in de Paragraaf lokale heffingen van de Begroting opgenomen.
WIJZIGINGEN PER VERORDENING TEN OPZICHTE VAN 2021 Deze toelichting is een aanvulling op de punten die zijn opgenomen in het raadsvoorstel. 1. VERORDENING ONROERENDE ZAAK- EN ROERENDE ZAAKBELASTING EN RIOOLHEFFING In het Coalitieakkoord 2018-2022 zijn afspraken gemaakt die met ingang van 2019 zijn doorgevoerd. Als algemene regel is afgesproken dat alle belastingen, heffingen, leges en parkeertarieven niet verhoogd zullen worden. Voor de begroting van 2022 wijzigen deze afspraken niet. Tarieven OZB, RZB en rioolheffing De opgenomen tarieven OZB, RZB en rioolheffing zijn gebaseerd op de waarde-ontwikkeling zoals die bij het opstellen van de Begroting bekend was. Medio oktober vindt de verbijzondering van de verwachte waarde-ontwikkeling plaats ten aanzien van de lokale markt. Indien dit gevolgen heeft voor de opgenomen tarieven, zullen deze tarieven worden bijgesteld. Een wijziging van de tarieven heeft echter geen gevolgen voor de belastingopbrengsten en de te betalen lasten, die blijven ongewijzigd.
1
Zaaknummer: 605452
Onroerende-zaakbelasting: Aanvullend op deze afspraken geldt voor de OZB dat ieder jaar een herwaarderingsjaar is. Dat betekent dat de WOZ-waarden gebaseerd worden op een nieuwe waardepeildatum (voor 2022 is dat 1 januari 2021). Het gemiddelde herwaarderingscijfer leidt tot een tariefaanpassing zodat de herwaardering geen lastenontwikkeling tot gevolg heeft. Om te voorkomen dat de opbrengst OZB te hoog of te laag wordt, wordt de gemiddelde waarde-ontwikkeling gecompenseerd door een tariefswijziging. Uiteraard kan de werkelijke waardestijging per individueel object afwijken van de gemiddelde waardestijging, met als gevolg een andere individuele ontwikkeling van de lasten dan gepresenteerd in de paragraaf lokale heffingen. Op grond hiervan is voor 2022 ten opzichte van 2021 het tarief voor woningen verlaagd met 10,74% en het tarief voor niet-woningen (gebruiker en eigenaar) verlaagd met 1,73% (zie bijlage vergelijkingstabellen). Roerende-zaakbelasting: Voor de roerende-zaakbelasting gelden dezelfde tarieven als voor de onroerende-zaakbelasting. Rioolheffing: In het Coalitieakkoord 2018-2022 is afgesproken om de heffingen kostendekkend te maken. Voor de rioolheffing werd daarbij uitgegaan van een jaarlijkse groei van 1,5%. Voor 2022 geldt dat de kosten van beheer en onderhoud van riolering naar verwachting lager uitvallen dan eerder meerjarig geraamd.
Dit komt voornamelijk door verlaging van de rentekosten over de investeringen (rekenrente) en door verschuiving van lasten als gevolg van gewijzigd activeringsbeleid (financieel administratief). Aangezien de tarieven voor rioolheffing maximaal kostendekkend mogen zijn, zou dit voor 2022 een verlaging van de tarieven betekenen. Vanaf 2023 wordt echter een toename verwacht van de vervangingsopgave van rioleringen. De hogere investeringen voor herstel en vervanging van het riool zullen nodig zijn om een adequaat rioolstelsel te behouden. Gezien de grote vervangingsopgave in met name de naoorlogse wijken in Arnhem-Zuid wordt voor de verdere toekomst nog een verdere stijging van de rioolinvesteringen verwacht. Schommeling van tarieven is niet wenselijk. Het naar voren halen van investeringen naar 2022 heeft geen effect op het niveau van de kosten in 2022, omdat de stijgende kapitaallasten als gevolg van de extra investeringen pas in latere jaren zichtbaar zijn. Voor een meer gelijkmatige tariefontwikkeling wordt daarom vanaf 2022 een spaarelement opgenomen in het tarief rioolheffing. De inkomsten op grond van dit spaarelement worden toegevoegd aan een voorziening en ingezet bij toekomstige vervangingsinvesteringen riolering. Door het inzetten van deze voorziening kan forse stijging van kapitaallasten in de toekomst worden afgevlakt.
De hoogte van het spaarelement wordt bepaald op basis van een onderliggend investeringsplan. Geraamd wordt dat jaarlijks een spaarbedrag van € 700.000,- nodig is om de extra investeringen op de langere termijn (deels) te kunnen dekken. De geplande investeringen zullen zoals gebruikelijk onderdeel uitmaken van het begrotingsproces. Een deel van de lagere lasten in 2022 wordt wel doorberekend in het tarief. Per saldo betekent dit dat de (gemiddelde) lasten voor de burger in 2022 gelijk zijn aan 2021 en dus wordt afgeweken van de jaarlijkse stijging van 1,5%.
2
Zaaknummer: 605452
2. AFVALSTOFFENHEFFING Het instrument Diftar, waarbij inwoners door middel van een prijsprikkel werden gestimuleerd om minder afval aan te bieden, is per 1 juni 2021 gestopt als gevolg van het respecteren van de uitkomst van het referendum over Diftar in maart 2021. Na de afschaffing van Diftar is per juni 2021 teruggekeerd naar de oude heffingssystematiek van een vast bedrag per perceel, met een onderscheid in het tarief voor een één- en een meerpersoonshuishouden. In de bijgevoegde conceptverordening afvalstoffenheffing 2022 is, net als in 2021, uitgegaan van een onderscheid in een tarief voor een één- en een meerpersoonshuishouden. De structurele effecten in de opbrengsten en kosten als gevolg van de per juni 2021 gewijzigde systematiek van afvalinzameling en tariefstelling zijn conform coalitieakkoord doorberekend in de afvalstoffenheffing. Zowel de begrote kosten als de begrote opbrengsten zijn hierdoor in 2022 hoger dan in 2021. De kostendekkendheid van 84% is gelijk aan die van 2021. Dit geldt voor zowel de periode dat Diftar van kracht was (januari tot en met mei 2021), als voor de periode van juni tot en met december 2021 waarin een vast tarief per huishouden gold.
3. LEGESVERORDENING (TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE LEGESVERORDENING)
Tarieventabel De Drank- en Horecawet heet sinds 1 juli 2021 de Alcoholwet. Om die reden is daar waar Drank- en Horecawet stond nu 'Alcoholwet' opgenomen. De tarieven die nu vermeld staan in bijgaande Legesverordening 2022 zijn gebaseerd op de rijksleges zoals die voor 2021 zijn vastgesteld door het college na verhoging van de rijksleges. De rijksleges voor 2022 worden pas in oktober 2021 bekend gemaakt. Indien er sprake is van een stijging van de rijksleges, zullen de tarieven van de paspoorten en identiteitskaarten en de spoedaanvragen daarop alsnog worden aangepast. Dit kan door middel van een besluit van het college van B&W, conform artikel 10, sub b, onder 4 van de Legesverordening. Vorig jaar is abusievelijk alleen bij het nationaal paspoort boven de 18 jaar en onder de 18 jaar het juiste, op rijksleges aangepaste tarief, komen te staan. Dat wordt nu gerectificeerd door ook bij het zakenpaspoort, het faciliteitenpaspoort en het vluchtelingen- en vreemdelingenpaspoort hetzelfde tarief op te nemen als bij het nationale paspoort.
4. VERORDENING PARKEREN EN PARKEERBELASTINGEN Verordening De wijzigingen van het raadsbesluit met betrekking tot het kentekenparkeren van 29 september 2021 zijn opgenomen in voorliggende concept-verordening.
3
Zaaknummer: 605452
5. VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN Verordening Er zijn een aantal begripsomschrijvingen geactualiseerd en de begrippen 'drijvende inrichting' en 'toezichtsgebied' zijn toegevoegd. De begripsomschrijvingen zijn meteen op alfabetische volgorde gezet. Tarieventabel Er is een categorie bij gekomen, zie tarieventabel 1.1.2.8. Deze categorie 'drijvende inrichting' viel voorheen onder categorie 1.1.2.6 'overige vaartuigen'. Aangezien dit niet transparant is, is er een begripsomschrijving gekomen voor deze categorie en daarmee ook een aparte categorie in de tarieventabel. Het tarief voor een drijvende inrichting aan de Nieuwe Kade wordt gelijkgetrokken met het tarief voor de Nieuwe Haven, wat inhoudt dat het tarief voor de Nieuwe Kade met 1 cent stijgt. Het abonnementstarief is iets verhoogd ten opzichte van het abonnementstarief voor de categorie overige vaartuigen, van € 3,05 naar € 5,45 per half jaar, omdat een drijvende inrichting eigenlijk niet als zodanig bedoeld is om in een haven te liggen. De wijziging van de totale opbrengsten die dit tot gevolg heeft, is zeer beperkt.
6. VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING De mogelijkheid van betalen via automatische incasso is komen te vervallen. Deze belastingsoort leent zich niet voor het betalen via automatische incasso, aangezien de belastinggelden alleen hoeven te worden 'doorgesluisd' en niet uit eigen zak betaald hoeven te worden. Daarbij wordt normaal gesproken bij een aanzienlijk deel van de aanslagen een groter bedrag dan € 5.000 opgelegd en vanaf € 5.000 is automatische incasso op grond van de verordening sowieso niet mogelijk.
7. VERORDENING OP HET REINIGINGSRECHT Geen wijzigingen. Met ingang van 1 januari 2020 is in de binnenstad een reinigingsrecht ingevoerd voor kleinere ondernemers. Ondernemers kunnen zelf de afweging maken of ze gebruik gaan maken van afval aanbieden via reinigingsrecht of dat zij een contract met een commerciële afvalinzamelaar aangaan. Het reinigingsrecht is een retributie, dit betekent dat het te hanteren tarief (maximaal) kostendekkend mag zijn. De tarieven zijn gebaseerd op de integrale kostprijs voor reinigingsrecht conform de Wet markt en overheid. Op dit moment maken 80 bedrijven in de binnenstad gebruik van reinigingsrecht. Voor 2022 gaan we ervan uit dat dit aantal gebruikers stabiel blijft. Door het openstellen van de ondergrondse containers, ook in de binnenstad, is de verwachting dat er niet meer bedrijven gebruik zullen gaan maken van reinigingsrecht. Er zijn echter ook geen signalen op basis waarvan een afname zou moeten worden 4
Zaaknummer: 605452
verwacht. De kostentoerekening naar reinigingsrecht is aangepast op de verwachte gebruikersaantallen. Voor 2022 wordt voorgesteld om de huidige twee staffels: 1 tot 5 en 6 tot 10 zakken per week te handhaven. De tarieven handhaven we op het niveau van 2021, deze zijn kostendekkend en marktconform.
5