Bijlage 1 - Tekst
Tekst van het document
Chw Omgevingsplan De Hobbit
Cluster Strategie, Beleid en Regie, Gemeente Arnhem
Bestemmingsplan Vastgesteld Plan
Colofon Plan: Gemeente: Plannummer:
Chw Omgevingsplan De Hobbit Arnhem 991
IMRO-identificatie: Huidige status: Plantype:
NL.IMRO.0202.991-0301 vastgesteld bestemmingsplan
Datum:
31-1-2022
Chw Omgevingsplan De Hobbit
Inhoudsopgave
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Situering en begrenzing plangebied
7
1.3
Wat is een omgevingsplan?
8
1.4
Waarom een omgevingsplan?
8
1.5
Geldende plannen
9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Historische ontwikkeling
11
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
11
2.4
Verkeer en parkeren
13
2.5
Groenstructuur
13
2.6
Water
13
2.7
Monumenten en archeologie
13
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Uitgangspunten
16
3.2.1
Structuurvisie Arnhem 2020-2040
16
3.2.2
Woonprincipes
16
3.2.3
Sport
17
3.2.4
Groenbeleid
18
3.2.5
Gemeentelijk parkeerbeleid
18
3.2.6
Energie en klimaat
19
3.2.7
Stadsklimaat
20
3.3
Beschrijving programma
20
3.4
Verkeer en mobiliteitsaspecten
21
3.5
Toets programma aan Rijks- en provinciaal beleid
21
3.5.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
21
3.5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
23
3.5.3
Omgevingsvisie Gelderland
25
3.5.4
Omgevingsverordening Gelderland
26
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
27
4.1
Inleiding
27
4.2
Geluid
27
4.3
4.2.1
Algemeen
27
4.2.2
Situatie plangebied
27
Luchtkwaliteit 4.3.1
2
Algemeen
28 28
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
4.3.2 4.4
4.5
4.6
4.7
4.8
4.9
4.10
4.11
4.12
Situatie plangebied
Hinder
28 28
4.4.1
Algemeen
28
4.4.2
Situatie plangebied
28
Externe veiligheid
29
4.5.1
Algemeen
29
4.5.2
Situatie plangebied
29
Groen en ecologie
30
4.6.1
Groen en ecologie
30
4.6.2
Situatie plangebied
31
Water
32
4.7.1
Algemeen
32
4.7.2
Specifiek op het plangebied
34
Bodem
34
4.8.1
Algemeen
34
4.8.2
Situatie plangebied
35
Cultuurhistorie & archeologie
35
4.9.1
Algemeen
35
4.9.2
Situatie plangebied
36
4.9.3
Conclusie
37
Stadsklimaat
37
4.10.1
Algemeen
37
4.10.2
Situatie plangebied
38
M.e.r-besluit
38
4.11.1
Artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming
38
4.11.2
Drempelwaarde Besluit m.e.r.
38
Kabels, leidingen en straalpaden
39
Hoofdstuk 5 Uitleg van de regels
41
5.1
41
5.2
5.3
Wat regelt dit omgevingsplan? 5.1.1
Algemeen
41
5.1.2
Functies en activiteiten
41
5.1.3
Focus van dit omgevingsplan
42
5.1.4
Opzet van het omgevingsplan
42
Opzet van de regels
43
5.2.1
Inleidende regels
43
5.2.2
Functies
43
5.2.3
Waarden
43
5.2.4
Activiteiten
43
5.2.5
Bouwen
43
5.2.6
Omgevingsplanactiviteiten
44
5.2.7
Algemene regels
44
5.2.8
Overgangs- en slotregels
44
Functies en Waarden 5.3.1
Gemengd gebied
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
44 44
3
5.3.2
Groengebied
44
5.3.3
Maatschappelijk
45
5.3.4
Parkgebied
45
5.3.5
Waarde - Archeologie
45
5.3.6
Waarde - Landschap
46
5.4
Handhaving
46
5.5
Exploitatie
47
Hoofdstuk 6 Procedure
49
6.1
49
Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)
Regels
51
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
51
Artikel 1
Begrippen
51
Artikel 2
Wijze van meten
56
Hoofdstuk 2 Functies
57
Artikel 3
Gemengd gebied
57
Artikel 4
Groengebied
57
Artikel 5
Maatschappelijk
57
Artikel 6
Parkgebied
57
Hoofdstuk 3 Waarden
59
Artikel 7
Waarde - Archeologie - Verwachting
59
Artikel 8
Waarde - Landschap
59
Hoofdstuk 4 Activiteiten
61
Artikel 9
Algemene regels over activiteiten
61
Artikel 10
Activiteit gezondheids- en welzijnszorg
61
Artikel 11
Activiteit groen
61
Artikel 12
Activiteit levensbeschouwing
61
Artikel 13
Activiteit maatschappelijke organisaties
62
Artikel 14
Activiteit onderwijs en educatie
62
Artikel 15
Activiteit openbare dienstverlening
62
Artikel 16
Activiteit park
62
Artikel 17
Activiteit wonen
63
Hoofdstuk 5 Bouwen
65
Artikel 18
Algemene bouwregels
65
Artikel 19
Bouwregel archeologie middelhoge verwachting
66
Artikel 20
Bouwregel groen
67
Artikel 21
Bouwregel park
67
Hoofdstuk 6 Omgevingsplanactiviteiten
69
Artikel 22
Algemene omgevingsplanactiviteit
69
Artikel 23
Omgevingsplanactiviteit archeologie - middelhoge verwachting
70
Artikel 24
Omgevingsplanactiviteit park
70
4
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
Artikel 25
Omgevingsplanactiviteit verkamering
71
Artikel 26
Omgevingsplanactiviteit woningsplitsing
72
Hoofdstuk 7 Algemene regels
73
Artikel 27
Algemene afwijkingsregels activiteiten
73
Artikel 28
Algemene afwijkingsregels bouwen
73
Artikel 29
Anti-dubbeltelregel
74
Artikel 30
Overige regels
74
Artikel 31
Strijdige activiteiten
75
Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotregels
77
Artikel 32
Overgangsrecht
77
Artikel 33
Slotregel
77
Bijlagen bij d e t o e l i c h t i n g
Bijlage 1
Boomeffectanalyse
Bijlage 2
Parkeerbalans
Bijlage 3
Onderzoek geluid en luchtkwaliteit
Bijlage 4
Onderzoek stikstofdepositie
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
5
6
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
Toelichting
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De Hobbit betreft een maatschappelijk perceel waar de Parcivalschool, de Openbare Bassisschool Het Mozaïek, buurthuis De Hobbit en Gymzaal Fluitekruitstraat een plek hebben. Het voornemen is het buurthuis en de gymzaal ter plaatse te slopen en hiervoor in de plaats een nieuw gebouw te realiseren met daarin een nieuw buurthuis, een nieuwe gymzaal en twaalf sociale huurappartementen. De gewenste gebiedsontwikkeling is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een nieuw omgevingsplan worden opgesteld. De Parcivalschool en Openbare Basisschool De Mozaïek blijven in hun huidige staat behouden. Aangezien deze scholen in hetzelfde bestemmingsvlak liggen als het buurthuis en de gymzaal, worden deze ook meegenomen in voorliggend omgevingsplan.
1.2
Situering en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de zuidwestelijke hoek van de wijk Malburgen Oost aan de Zwanebloemlaan. De begrenzing is op de verbeelding (plankaart) en in afbeelding 1.1 weergegeven
Afbeelding 1.1 Ligging plangebied
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
7
1.3
Wat is een omgevingsplan?
Een omgevingsplan is juridisch bindend en zegt iets over welke functies (wonen, winkels, kantoor et cetera) zijn toegestaan en wat de bouwmogelijkheden zijn zoals bouwgrenzen en bouwhoogtes. Een omgevingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van deze toelichting. Op de verbeelding kun je zien welke functies waar zijn toegestaan en welke waarden in het gebied beschermd moeten worden. In de regels staat aangegeven wat er binnen een bepaalde functie mogelijk is en wat de (bouw)regels zijn. In deze toelichting geven we aan wat onze visie is op de binnenstad en hoe de verschillende regels in dit bestemmingsplan bijdragen aan het realiseren van die visie. Dit omgevingsplan is beheersmatig van aard en richt zich op het goed functioneren, beheren en beschermen van onze bestaande binnenstad. In dit omgevingsplan nemen we ook een aantal regels op die normaal gesproken in andere verordeningen of beleidsregels zijn opgenomen. Door de verschillende regels samen te voegen en beter op elkaar af te stemmen geeft dit omgevingsplan meer duidelijkheid over de ontwikkelmogelijkheden van een perceel. Met deze verbetering van onze dienstverlening sluiten we nu al aan op de doelstellingen van de Omgevingswet.
1.4
Waarom een omgevingsplan?
Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet verplicht ons om regelgeving voor de fysieke leefomgeving te bundelen in één omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Dit betekent dat we regels over bijvoorbeeld, bouwen, welstand, erfgoed, milieu, mobiliteit, duurzaamheid en grote delen van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) moeten integreren in onze bestaande bestemmingsplannen. Naast onze eigen bepalingen moeten we regels die het Rijk overhevelt naar gemeenten, zoals bijvoorbeeld vergunningsvrij bouwen en delen van het Activiteitenbesluit, lokaal vertalen in het omgevingsplan. Met het omgevingsplan zorgen we er o.a. voor dat onze inwoners en ondernemers straks op eenvoudige en eenduidige wijze kunnen zien welke ontwikkelmogelijkheden er gelden op een perceel en voor welke activiteiten een vergunning nodig is. Omdat de transitie naar het omgevingsplan een omvangrijke operatie is, willen we niet wachten tot 2021 maar starten we er nu al mee. In dit omgevingsplan zijn de regels over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Dit kunnen we doen omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onze gemeente heeft aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' onder artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.
In de komende jaren voegen we stap voor stap steeds meer regels over de fysieke leefomgeving toe aan dit plan.
De transitie van bestemmingsplannen, lokale verordeningen en Rijksregels naar een Omgevingsplan
8
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
1.5
Geldende plannen
Het Chw Omgevingsplan De Hobbit is een algehele herziening van de geldende plannen, voor zover van toepassing op dit plangebied. Onderstaand overzicht geeft weer welke bestemmingsplannen (deels) komen te vervallen. Bij elk plan is de datum van vaststelling weergegeven. Bestemmingsplan Malburgen - Oost Facetplan parkeren Facetplan woningsplitsing en verkamering
Datum van vaststelling 2 september 2009 30 mei 2018 28 oktober 2020
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
9
10
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied gegeven. De ontwikkeling die in het plangebied gaat plaatsvinden, betekent een transformatie van een gedeelte van het westelijk deel van het centrum. Functionele en ruimtelijke vernieuwingen zullen resulteren in nieuwe verhoudingen met de bestaande en de te behouden situaties. Voor een goede samenhang is kennis nodig van de bestaande situatie van het plangebied.
2.2
Historische ontwikkeling
De wijk Malburgen is in de jaren dertig als tuinstadwijk ontworpen. Malburgen zou de eerste, maar ook de enige uitbreidingswijk van Arnhem zijn aan de overkant van de Rijn, omringd door groen. Het moest een tuindorp worden met veel groen en kleinschalige eengezinshuizen. Een patroon van waaiervormige straten en singels moest het groen van buiten tot diep in de wijk brengen. Op belangrijke plekken waren kerken en pleinen gedacht. In Malburgen verrezen uiteindelijk 7.000 woningen, waarvan zo'n 80% in de sociale sector. Bedrijven en voorzieningen kwamen vaak op overgebleven locaties aan de rand van de wijk. Deze ontwikkeling is bepalend geweest voor de ruimtelijke structuur van de wijk. Groene assen werden bebouwd terwijl de nieuwbouw, die in de jaren '60 aan de randen van de wijk verrees, de open verbindingen met het buitengebied blokkeerde. Het gevolg was een versnippering van het groen in de woonbuurten, een aantal achterkanten van woningen die georiënteerd zijn op openbaar gebied en woonbuurten die door bebouwing afgesloten zijn van het groen dat buiten de wijk ligt. Van de eens bedoelde samenhang in de wijk en van de openheid naar het omringende landschap is weinig terecht gekomen. Met de uitvoering van het ontwikkelingsplan Malburgen is voor een verbetering van de stedenbouwkundige structuur gezordg, waarbij de wijk eveneens beter aansluit om het omringende landschap.
Vanwege de ligging in het buitendijkse uiterwaardengebied is destijds een nieuwe dijk aangelegd. De nieuwe dijk van Malburgen is na aanleg beplant met populieren. De eerste oude foto's laten een open dijkzone zien. Inmiddels is dit beeld sterk veranderd. Er is sprake van een zeer dichte en hoge groene zoom gedragen door het ritme van populieren. Meer naar het oosten verandert dit beeld naar een open dijkzone. Het beeld is karakteristiek maar niet typisch voor een dijkzone van de Betuwe. In de afgelopen decennia is een aantal nieuwe woonbuurten gerealiseerd aan de oost- en westflank van de wijk. Deze nieuwbouw ging gepaard met de realisatie van nieuwe parken aan de flanken van de wijk.
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
De ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving van het plangebied kenmerkt zich veelal door woonbebouwing, groenstructuren en de Whemeplas. Het plangebied wordt begrensd door de Watermuntstraat aan de oostzijde, de Whemedreef aan de zuidzijde, de Fluitekruidstraat met naastgelegen watergang aan de westzijde en de Zwanebloemlaan aan de noordzijde. Het plangebied zelf bestaat uit verschillende maatschappelijke functies. Het gaat om de Parcivalschool, de Openbare Basisschool De Mozaïek, buurthuis De Hobbit en de Gymzaal Fluitekruitstraat. De twee scholen bevinden zich in het noordelijke deel van het plangebied. Het buurthuis en de gymzaal bevinden zich in het zuidwestelijke deel. De bestaande bebouwing van het buurthuis en de gymzaal en het omliggende terrein verkeren in vervallen staat. Het terrein is bovendien onoverzichtelijk met veel verborgen hoekjes, waardoor criminaliteit wordt aangetrokken. Er is hierdoor sprake van een onveilige situatie, waardoor het buurthuis haar maatschappelijke functie niet meer goed uit kan voeren.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
11
Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie
Afbeelding 2.2 Tekening huidige situatie
12
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
2.4
Verkeer en parkeren
Het plangebied ligt aan en wordt ontsloten op de Zwanebloemlaan en de Watermuntstraat, woonstraten met een 30 kilometer per uur snelheidsregime. Daarnaast is er een voetgangersbrug aan de westzijde van het plangebied aanwezig. Aan de Zwanebloemstraat zijn langsparkeerplaatsen aanwezig. Aan de Watermuntstraat bevinden zich haaksparkeerplaatsen (aan de westzijde) en langsparkeerplaatsen (aan de oostzijde).
2.5
Groenstructuur
Binnen het plangebied zijn bomen en ander opgaand groen aanwezig. Ten behoeve van het voornemen is een boomeffectanalyse uitgevoerd, waarin is ingegaan op de bestaande bomen en de kwaliteit van de bomen. Deze is als Bijlage 1 bijgevoegd. In de huidige situatie is ongeveer 4.000 m2 als 'Groen' bestemd.
2.6
Water
Binnen het plangebied is geen water aanwezig. Ten westen van het plangebied bevindt zich een watergang. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Immerlooplas.
2.7
Monumenten en archeologie
De bestaande bebouwing in het plangebied is niet aangemerkt als rijks- of gemeentelijke monumenten en zijn niet karakteristiek of anderszins beschermingswaardig.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
13
14
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 3.1
Inleiding
In de wijk Malburgen bevindt zich het buurthuis De Hobbit met omliggend terrein, een gymzaal en enkele andere opstallen. Zowel het terrein als de gebouwen zijn aan vervanging toe. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop en nieuwbouw van het buurthuis en de gymzaal. Ter plaatse wordt een nieuw gebouw gerealiseerd met daarin een nieuw buurthuis een nieuwe gymzaal en twaalf sociale huurappartementen. Het gebied wordt hiermee herontwikkeld naar een veilige en verbindende ontmoetingsplek voor jong en oud. Daarnaast wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht, waarmee er een kwalitatief hoogwaardig groen en duurzaam terrein wordt gerealiseerd.
Afbeelding 3.1
Met de nieuwe inrichting van de openbare ruimte wordt onder meer voorzien in: Goede ontsluiting van het gebied in combinatie met voldoende parkeergelegenheid. Het gebouw is goed te bereiken zowel te voet als per fiets en auto. Gemotoriseerd verkeer kan via een lus keren en hoeft niet achteruit terug te rijden; Het realiseren van zichtlijnen ten behoeve van de sociale veiligheid. De belangrijkste zichtlijnen zijn de zicht vanaf de toegangsweg op het water en vanaf de voetgangersbrug op de voetbalcourt; Versterken ecologische zone langs de singel van de Fluitekruidstraat, wat onder meer een belangrijk jachtgebied is voor vleermuizen. Hiermee wordt het leef- en foerageergebied versterkt; Optimale beleving van het water van de Whemeplas; Vergroting van de watergang biedt extra waterberging, onder andere ter compensatie van de toename van verhard oppervlak.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
15
3.2
Uitgangspunten
3.2.1
Structuurvisie Arnhem 2020-2040
3.2.1.1 Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Het plangebied maakt deel uit van het koersgebied 'Woonlandschappen Malburgen Oost en West'. In voorliggend geval is met name de het thema 'Wonen' relevant. 3.2.1.2 Woonlandschappen Malburgen Oost en West Malburgen is de oudste wijk ten zuiden van de Rijn en heeft een centrale positie in de stad. Malburgen is één van de Arnhemse ‘Krachtwijken’. In nauwe samenwerking tussen de corporatie Volkshuisvesting, de bewoners en de gemeente wordt gewerkt aan wijkvernieuwing. Voorop staat het afmaken van de in gang gezette herstructurering van Malburgen op basis van het Ontwikkelingsplan Malburgen (maart 1998). Het ontwikkelingsplan bestaat uit een vlekkenplan en een bijbehorende nota Bouwstenen met een looptijd van 15 jaar.
3.2.1.3 Wonen Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. Demografische ontwikkelingen treden niet overal in gelijke mate op. De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. De gemeentelijke bevolkingsprognoses en de gegevens van het Woningbouw Kompas laten het volgende beeld zien. Voor de periode tot circa 2030 is sprake van een behoefte aan bruto 12.000 nieuw te bouwen woningen, inclusief vervanging en sloop. De feitelijke realisatie in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt. Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken en mogelijk zal omslaan naar een daling van de bevolking in Arnhem. Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. Dit zijn geen harde getallen. Het geeft de verwachting weer naar huidige inzichten met een inschatting van het bouwvolume dat gedurende deze periode afgezet kan worden op de Arnhemse woningmarkt. Er zal regelmatig worden herijkt. Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Voorliggend initiatief voorziet in de sloop en nieuwbouw van het buurthuis en de gymzaal. Het huidige buurthuis en de huidige gymzaal en het omliggende terrein zijn versleten.
Ter plaatse wordt een nieuw gebouw gerealiseerd met daarin een nieuw buurthuis een nieuwe gymzaal en twaalf sociale huurappartementen en wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. Het voornemen zorgt voor een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering binnen het plangebied en binnen de wijk Malburgen. Daarnaast wordt bijgedragen aan het op peil houden van het voorzieningenniveau en de woningvoorraad in de wijk. Al met al heeft het voornemen een positieve uitwerking op de wijk Malburgen en voldoet het voornemen daarmee aan de ambities uit de Structuurvisie. 3.2.2
Woonprincipes
De Arnhemse Woonprincipes 2025 (de Arnhemse woonvisie, vastgesteld in 2015) vormen tezamen de actualisering van de Woonvisie 2015 en de strategische koers die er voor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken en te leven. Bij het opstellen van de Woonprincipes is rekening gehouden met wet- en regelgeving en beleidskaders van andere overheden. De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Woonprincipes:
16
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen.
Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling In november 2019 is het regionale woningbehoefteonderzoek Arnhem-Nijmegen opgeleverd. Dit onderzoek geeft een actueel beeld van het functioneren van de woningmarkt. De in het woningbehoefteonderzoek beschreven (mis)matches op de woningmarkt zijn niet 1-op-1 te vertalen naar een woningbouwprogramma. Met het woningbehoefteonderzoek als basis is een plan van aanpak voor de Arnhemse woningbouwontwikkeling vastgesteld. Dit plan dient als aanvulling op de Arnhemse woonprincipes. In het plan is uitgewerkt op welke vraag Arnhem zich richt, en hoe zij zorg draagt voor versnelling en doorprogrammeren. Vanuit het Plan van aanpak woningbouwontwikkeling wordt er gestuurd op toevoeging van woningen in het betaalbare segment. Dit houdt in minimaal 30% sociale huur/koop bij voorkeur in samenwerking met een woningcorporatie. Naast sociale huur valt ook midden huur en betaalbare koop (NHG-kostengrens) onder het betaalbare segment. Toetsing woonbeleid Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van twaalf sociale huurwoningen. Het plan past binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio Arnhem en omgeving is afgestemd.
Er wordt voldaan aan de norm om minimaal 30% van de woningen binnen de sociale normen te realiseren, waarmee aan de eerste pijler en aan het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling wordt voldaan. De te realiseren appartementen zijn daarnaast levensloopgeschikt, waarmee aan de tweede pijler wordt voldaan. Als laatste draagt het voornemen bij aan het verbeteren van de leefbaarheid en sociale veiligheid in de wijk. De wijk wordt hierdoor weer aantrekkelijker om in de wonen en verblijven. Hiermee wordt aan de derde pijler van het woonbeleid voldaan. 3.2.3
Sport
Op 19 december 2011 heeft de gemeenteraad 'De Sportvisie 2011-2021' vastgesteld. De sportvisie is opgesteld om onder andere in te spelen op belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, zoals vergrijzing, overgewicht en een veranderende sportbehoefte. Een goede sportinfrastructuur is een harde voorwaarde om de beleidsdoelen voor sport en bewegen te realiseren. Hoewel er de afgelopen jaren flink geïnvesteerd is in kunstgrasvelden voor buitensporten, nieuwe sportaccommodaties en in multifuncitonele centra, blijven er binnen de Arnhemse sport nog veel wensen over voor de sportaccommodaties. Wat er wordt gedaan met en voor de sportaccommodaties is vastgelegd in de sportvisie. In de sportvisie wordt niet ingegaan op specifieke locaties. Toetsing van het initiatief aan de Sportvisie Het voornemen voorziet in de sloop van een bestaande, vervallen gymzaal en de bouw van een nieuwe gymzaal die aan de eisen van deze tijd voldoet. Er is daarmee sprake van een verbetering van de Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
17
sportinfrastructuur in de wijk Malburgen. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met de Sportvisie. 3.2.4
Groenbeleid
3.2.4.1 Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen.
De visie zorgt voor een actualisatie van de Arnhemse regels met betrekking tot groencompensatie. In de Groenvisie zijn nu de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. 3.2.4.2 Bomenplan 2020 Het bomenplan is een uitwerking van de Groenvisie. Onderdeel van dit plan is het jaarlijks aanplanten van nieuwe bomen en bos. Deze nieuwe bomen leveren een belangrijke bijdrage aan het klimaatbestendiger maken van Arnhem. Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid In de huidige situatie is er circa 4.008 m2 als 'Groen' bestemd. In de nieuwe situatie is circa 11.752 m2 als groengebied bestemd en circa 1.738 m2 als parkgebied. Het totaal aan groen bedraagt 13.490 m2, een toename van 337%. De ecologische zone langs de singel van de Fluitekruidstraat wordt versterkt. Dit wordt juridisch planologisch vastgelegd door deze zone als parkgebied te bestemmen.
Al met al is er sprake van een toename van de hoeveelheid groen in het plangebied. 3.2.5
Gemeentelijk parkeerbeleid
3.2.5.1 Algemeen De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden.
18
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
3.2.5.2 Fiets De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkeld, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. 3.2.5.3 Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren.
Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. 3.2.5.4 Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden beleidsregels en het bestemmingsplan Facetplan Parkeren parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003' In paragraaf 3.4.1 wordt getoetst aan het beleid en daarbij behorende parkeernormen. Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk parkeerbeleid In het gemeentelijk parkeerbeleid zijn voor verschillende functies parkeernormen opgenomen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeIing is een parkeerbalans gemaakt. Deze is als Bijlage 2 bijgevoegd. Uit de parkeerbalans blijkt dat er sprake is van een parkeerbehoefte van 40 parkeerplaatsen. Deze worden ook gerealiseerd, zoals ook blijkt uit afbeelding 3.1 Hiermee wordt de parkeerbehoefte binnen het plangebied opgevangen. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijke parkeerbeleid. 3.2.6
Energie en klimaat
3.2.6.1 Beleid Nieuwe gebouwen en woningen moeten volgens landelijke regelgeving voldoen aan het Bouwbesluit. In het bouwbesluit worden de energieprestaties voor nieuwe gebouwen en woningen fasegewijs aangescherpt. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen en woningen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Verder geldt er per 1 juli 2018 voor nieuwbouw van alle soort gebouwen een verbod voor het aansluiten op het aardgasnet. De gemeente Arnhem heeft hoge ambities op het gebied van energie en duurzaamheid. De ambities, koers en actieprogramma zijn vastgesteld in het programma 'New Energy made in Arnhem 2020- 2030' (vastgesteld op 29 januari 2020). Arnhem wil een actieve regierol innemen bij de energietransitie in de wijken. De uitgangspunten en aanpak zijn vastgesteld in 'De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie' (vastgesteld op 17 april 2019).
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
19
3.2.6.2 Energievisie Arnhem verplicht ontwikkelaars tot het opstellen van een energievisie bij nieuwbouw van meer dan 50 woningequivalenten. Er zijn vele opties voor duurzame energie. Vanwege de wetswijziging per 1 juli 2018 moeten al deze opties zonder aardgas worden gerealiseerd. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde inzake de ambities voor nieuwbouw: 1. Energieneutraal 2. Bijna energieneutraal (BENG) 3. Confrom eisen bouwbesluit De gemeente Arnhem vraagt de ontwikkelende partij om samen met andere eigenaren (bestaande en toekomstige) in het (aangrenzende) gebied te onderzoeken of een collectieve warmteoplossing tot de mogelijkheid behoort. Dit met als doel een deel van de omliggende bestaande gebouwen ook van het aardgas af te halen. 3.2.7
Stadsklimaat
In de Structuurvisie 2020-2040 (vastgesteld december 2012) is de gemeentelijke ambitie verwoord om Arnhem klimaatbestendig te maken onder alle weersomstandigheden. Voor nu en in de toekomst, onder invloed van de klimaatverandering, wordt tenminste gestreefd naar prettig toeven binnen- en buitenshuis en het vermijden van ongewenste gezondheidsrisico's. Voor hitte ligt de nadruk op de toename in de toekomst van het aantal zomerse en zelfs tropische dagen. In het realiseren van een prettig stadsklimaat wil de gemeente optimaal gebruik maken van de (huidige) gunstige uitgangssituatie van natuurlijke luchtstromen die van de hoger gelegen stadsranden en vanuit de rivierzone de stad in stromen en zorgen voor koeling en tevens een goede luchtkwaliteit. Ook het groene karakter van de stad draagt daaraan in grote mate bij. De opwarming van de stad tijdens warme, tropische dagen doet zich voor in de dichtbebouwde stenige gebieden met veel gebouwvolume, verharding en weinig groen. In de Hittekaart van Arnhem is de gevoeligheid van de stad voor opwarming weergegeven. Bepaalde delen van de stad hebben een verhoogde kans op opwarming (stedelijke hitte-eilanden), wat ongewenste gevolgen voor het woon- en leefmilieu en het functioneren van deze gebieden kan hebben. De Arnhemse binnenstad en directe omgeving is zo'n gebied (zie klimaatkaart rode gebieden).
Het plangebied ligt op de Hittekaart van Arnhem in dat deel van de stad dat gevoelig is voor opwarming tijdens langdurige perioden van hitte (oranje tot rood gebied op de Hittekaart). De locatie is daarmee een gebied met een hoge prioriteit om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. De gemeente Arnhem streeft bij ontwikkelingen in deze gebieden naar anticiperende maatregelen om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. Het stadsbestuur heeft deze ambitie in 2014 aangescherpt door te bepalen dat hitteplekken moeten worden bestreden door een effectieve inzet van groen op daken en gevels van gebouwen maar ook op de grond als (bv) bomen. Wordt bij herontwikkeling hiermee geen rekening gehouden dan is de kans groot dat het (locale) stadsklimaat op de locatie verslechterd met gevolgen voor de toekomstige gebruikers en bewoners van het gebied.
3.3
Beschrijving programma
Het voornemen voorziet in de sloop van het bestaande buurthuis en de bestaande gymzaal. Hiervoor in de plaats wordt een nieuw gebouw met de volgende functies gerealiseerd: Gymzaal van 625 m2 bvo; Buurthuis van 670 m2 bvo; Kinderdagverblij van 200 m2 bvo; Twaalf sociale huurappartementen. Daarnaast wordt het buitenterrein geheel nieuw ingericht.
20
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
3.4
Verkeer en mobiliteitsaspecten
De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040 (vastgesteld 2012). Voor mobiliteit biedt het structuurplan een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. In de CROW-uitgave ' Toekomstbestendig parkeren' zijn kencijfers voor de verkeersgeneratie opgenomen. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling uiteengezet. Functie Huur, appartement, midden/ goedkoop (incl. sociale huur) Gymnastiekaccommodatie Buurthuis Peuterspeelzaal/ kinderdagverblijf
Hoeveelheid 12 appartementen
Verkeersgeneratie 3,6 per appartement
Totale verkeersgeneratie 43,2
616 m 2
12,4 per 100 m 2 bvo
76,4
705m2 209 m 2
12 per 100 m 2 bvo* 31,2 per 100 m 2 bvo
84,6 65,2
Totaal
269,2
* Er zijn geen kencijfers van een buurthuis in de CROW-uitgave opgenomen. De verkeersgeneratie is berekend op basis van de gemeentelijke parkeernorm. Uitgaande van twee verkeersbewegingen per geparkeerde auto en een turnover van drie bedraagt de verkeersgeneratie (2*2*3=) 12 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in circa 270 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De verkeersbewegingen van de bestaande gymzaal en het bestaande buurthuis komen echter te vervallen, waardoor de daadwerkelijke toename van het aantal verkeersbewegingen kleiner is. Het plangebied wordt op de Zwanebloemlaan ontsloten. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de toename van het aantal verkeersbewegingen veilig en vlot af te wikkelen.
3.5
Toets programma aan Rijks- en provinciaal beleid
3.5.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.5.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.5.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
21
ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt deruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.5.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.
Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.5.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De voorgenomen ontwikkeling is ruimtelijk en functioneel passend in de omgeving. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling.
22
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
3.5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.5.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. De tekst van de ladder (artikel 3.1.6, lid 2 Bro) luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 3.5.2.2 Toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking Ten opzichte van de bestaande planologische situatie voorziet het voornemen uitsluitend in het realiseren van twaalf appartementen. De te realiseren gymzaal en het te realiseren buurthuis zijn op basis van het geldende bestemmingsplan namelijk al toegestaan. Voorliggende toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking heeft daarom uitsluitend betrekking op de te realiseren appartementen. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving.
Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In voorliggend geval is er sprake van het realiseren van twaalf appartementen. De voorgenomen ontwikkeling is hiermee aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. De laddertoets wordt hierna doorlopen. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor woningbouwontwikkelingen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De 'ladder' verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. Voor woningbouwontwikkelingen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie.
De 'ladder' verplicht niet in alle gevallen tot
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
23
regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. De ontwikkeling van het plan is in de eerste plaats ingegeven om tegemoet te komen aan de lokale vraag naar woningen. Lokaal betekent in dit geval de vraag vanuit de stad Arnhem. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling beperkt zich daarom ook tot de gemeentegrenzen. Omdat het een kleinschalige ontwikkeling betreft die geen significant gemeentegrens overstijgend effect heeft, is er geen bovengemeentelijke afstemming nodig. Wat is de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus.
Uit onderzoek blijkt dat er zowel in de regio Arnhem Nijmegen als in de subregio Arnhem nog veel behoefte is aan nieuwe woningen. Vooral in de grote steden is de behoefte aan woningen groot. Voor de subregio is behoefte voor de periode 2017-2027 naar een netto toevoeging van circa 13.500 te realiseren woningen zoals opgenomen in de Subregionale Woonagenda. In dit aantal zit nieuwbouw maar ook woningen die worden gerealiseerd in bijvoorbeeld bestaande leegstaande panden (transformatie). Het aantal wordt niet gezien als hard maximum. Om de twee jaar wordt dit aantal geactualiseerd naar aanleiding van de meest recente provinciale huishoudens- en bevolkingsprognose. Dit omgevingsplan maakt maximaal twaalf woningen mogelijk. Dit plan staat beschreven in de woningbouwplanningslijst die jaarlijks aan de provincie Gelderland wordt aangeboden. De twaalf woningen passen binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio is afgestemd (circa 13.500 woningen). Vanuit het Plan van Aanpak Woningbouwontwikkeling en de Woondeal moeten er met het oog op de beschikbaarheid en betaalbaarheid meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment.
Hierbij is in het bijzonder afgesproken dat over de nieuwe projecten 30% uit sociale huur bestaat. In de Woondeal wordt er gevraagd om aandacht voor betaalbaarheid over de gehele breedte. Vanuit de Arnhemse woonprincipes 2025 wordt aangestuurd op een mix aan woningtypes en doelgroepen. Voor de toekomstbestendigheid en brede inzet van de woningen is het belangrijk dat deze levensloopgeschikt worden gebouwd. Het plan voorziet uitsluitend in sociale huurwoningen en voldoet daarmee aan de norm van 30%. Al met al wordt geconcludeerd dat zowel kwantitatief als kwalitatief sprake is van vraag naar de te realiseren appartementen. Voor een verdere onderbouwing wordt naar paragraaf 3.2.2 verwezen waar wordt ingegaan op de woonvisie. Vindt de stedelijke ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied plaats? Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie wordt nagenoeg volledig omsloten door het bestaand bebouwd gebied, ligt binnen de bebouwde kom van Arnhem, maakt onderdeel uit van een bestemmingsplan voor het stedelijk gebied en is in de huidige situatie reeds bestemd ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, wat een stedelijke functie is. Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de principes van de ladder voor duurzame verstedelijking.
24
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
3.5.3
Omgevingsvisie Gelderland
3.5.3.1 Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 19 december 2018 is samen met de geactualiseerde Omgevingsverordening op 1 maart 2019 in werking getreden. Op 31 maart 2021 is de geactualiseerde versie vastgesteld. 3.5.3.2 Stadsregio Arnhem/Nijmegen Arnhem-Nijmegen wordt gekenmerkt door: het grootste stedelijke netwerk van Oost-Nederland; hoge kwaliteit van het voorzieningenniveau; kennisinstellingen: universiteit en hogescholen; de strategische ligging halverwege de Randstad en het Ruhrgebied; economische kracht: brede basis en topsectoren; goede bereikbaarheid over weg, water en spoor; de combinatie van stedelijke kwaliteiten en een mooie natuurlijke omgeving. De kwaliteiten van de regio bepalen in belangrijke mate de ontwikkelingsmogelijkheden en daarmee ook de concurrentiepositie van Gelderland in internationaal en nationaal verband. De innovatieve kwaliteiten bepalen de potenties van de regio. De inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en provincie is nodig om in te kunnen spelen op de opgaven in de in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. De gezamenlijke inspanningen richten zich op vier speerpunten: Innovatie en economische structuurversterking; Bereikbaar en verbonden; Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking; Gebiedskwaliteiten benutten.
Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan is met name het speerput 'Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking' van belang. 3.5.3.3 Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking Er zijn nog veel nieuwe woningen nodig in de regio. In relatie tot versterking van de stedelijke structuur is het echter van groot belang welke bouwplannen als eerste gerealiseerd worden. Concentratie op de as Nijmegen-Arnhem (het stedelijk kerngebied), in relatie tot de OV-knooppunten, heeft hierbij voor de provincie prioriteit boven ontwikkeling op de flanken, omdat dat het beste bijdraagt aan versterking van de stedelijke structuur (met name afronding van Vinex-locaties in het middengebied). Naast nieuwbouw is de bestaande woningvoorraad minstens zo belangrijk. 3.5.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een buurthuis, gymzaal en twaalf sociale huurappartementen in de wijk Malburgen. Het betreft een binnenstedelijke herontwikkeling die bijdraag aan het speerpunt 'sociaal economische vitaliteit en verstedelijking'. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
25
3.5.4
Omgevingsverordening Gelderland
3.5.4.1 Algemeen De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. 3.5.4.2 Relevante artikelen Dit bestemmingsplan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij een gymzaal, buurthuis en twaalf sociale huurwoningen worden gerealiseerd. Hierdoor is met name artikel 2.2.1.1 van belang.
Artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Uit onderzoek blijkt dat er zowel in de regio Arnhem Nijmegen als in de subregio Arnhem nog veel behoefte is aan nieuwe woningen. Vooral in de grote steden is de behoefte aan woningen groot. Voor de subregio is behoefte voor de periode 2017-2027 naar een netto toevoeging van circa 13.500 te realiseren woningen zoals opgenomen in de Subregionale Woonagenda. In dit aantal zit nieuwbouw maar ook woningen die worden gerealiseerd in bijvoorbeeld bestaande leegstaande panden (transformatie). Het aantal wordt niet gezien als hard maximum. Om de twee jaar wordt dit aantal geactualiseerd naar aanleiding van de meest recente provinciale huishoudens- en bevolkingsprognose. Dit bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van 12 woningen en past binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio is afgestemd (circa 13.500 woningen).
3.5.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
26
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.
4.2
Geluid
4.2.1
Algemeen
De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota “uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde” van de gemeente Arnhem van toepassing.
Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. 4.2.2
Situatie plangebied
DGMR heeft ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 3 Onderzoek geluid en luchtkwaliteit). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Pleijweg voor alle woningen voldoet aan de voorkeurswaarde. Daarnaast is ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de geluidbelasting van de omliggende 30 km/uur wegen. Onderzoek naar maatregelen is niet benodigd en het is niet nodig een hogere waarde vast te stellen. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan De Hobbit" (vastgesteld)
27
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen
De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.
In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling. 4.3.2