CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Tekst

Politieke Avond 28 september 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Bestemmingsplan 'Kemperbergerweg 221'29.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Kemperbergerweg 221

Kemperbergerweg 221

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Situering en begrenzing plangebied

5

1.3

Opzet bestemmingsplan

6

1.4

Geldende plannen

6

1.5

Leeswijzer

7

Hoofdstuk2

Beschrijving plangebied

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Historische ontwikkeling

9

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

10

2.4

Verkeer en parkeren

10

2.5

Groenstructuur

10

2.6

Water

11

Hoofdstuk3

Relevant beleid en regelgeving

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Ruimtelijk beleid en regelgeving

13

3.2.1 Rijksbeleid 3.2.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimteljike ordening (Barro) 3.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2.1.3 Toetsing van de ontwikkeling aan het rijksbeleid

13

3.2.2 Provinciaal beleid 3.2.2.1 Omgevingsvisie Gelderland 3.2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

14

3.2.3 Gemeentelijk beleid 3.2.3.1 Structuurvisie Arnhem 2020 - 2040 3.2.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Arnhem 2020

15

3.3

Woonbeleid 3.3.1 De Arnhemse Woonprincipes 2025 3.3.1.1 Algemeen 3.3.1.2 Woonprincipes 2025 3.3.1.3 Wonen, Welzijn en Zorg versus Langer Zelfstandig Wonen 3.3.1.4 Toetsing

16

3.3.2

Plan van aanpak woningbouwontwikkeling

17

Welstandsbeleid

18

3.4

3.4.1 Welstandsnota 2015 3.4.1.1 Algemeen 3.4.1.2 Toetsing aan de Welstandsnota 2015 3.5

2

16

18

Verkeersbeleid

20

3.5.1

Rijksbeleid

20

3.5.2

Provinciaal beleid

20

3.5.3

Gemeentelijk beleid

20

3.5.4

Toetsing aan het verkeersbeleid

21 "Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Hoofdstuk4

Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen

23

4.1

Inleiding

23

4.2

Ruimtelijke opzet en structuur

23

4.3

Verkeer en mobiliteitsaspecten

24

4.4

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening)

24

Hoofdstuk5

Milieu- en omgevingsaspecten

27

5.1

Inleiding

27

5.2

Milieu- en omgevingsaspecten

27

5.2.1

Geluid

27

5.2.2

Luchtkwaliteit

27

5.2.3

Hinder

28

5.2.4

Externe veiligheid

29

5.2.5

Groen en ecologie

30

5.2.6

Water

33

5.2.7

Bodem

35

5.2.8

Cultuurhistorie en archeologie

35

5.2.9

Stadsklimaat

37

5.2.10

Energie en duurzaam bouwen

39

5.2.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

40

5.3

Kabels, leidingen en straalpaden

41

5.4

Niet Gesprongen Explosieven

41

Hoofdstuk6

Planbeschrijving en -verantwoording

43

6.1

Inleiding

43

6.2

Opzet van de regels

43

6.2.1

Inleidende regels

43

6.2.2

Bestemmingsregels

43

6.2.3

Algemene regels

44

6.2.4

Overgangs- en slotbepalingen

44

6.3

Verantwoording van de regels

44

6.3.1

Algemeen

44

6.3.2

Afzonderlijke bestemmingen

44

6.3.3

Groen

45

6.3.4

Wonen

45

6.3.5

Waarde - Landschap

45

6.4

Handhaving

46

6.5

Exploitatie

46

Hoofdstuk7

Procedure

47

7.1

Vooroverleg

47

7.2

Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)

47

Bijlagen bij toelichting

49

Bijlage 1

49

Quickscan natuur

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

3

Kemperbergerweg 221

Bijlage 2

Watertoets

70

Hoofdstuk1

Inleidende regels

88

Artikel 1

Begrippen

88

Artikel 2

Wijze van meten

91

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

92

Artikel 3

Groen

92

Artikel 4

Wonen

92

Artikel 5

Waarde - Landschap

93

Hoofdstuk3

Algemene regels

95

Artikel 6

Antidubbeltelregel

95

Artikel 7

Algemene bouwregels

95

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

95

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

95

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

97

Artikel 10

Overgangsrecht

97

Artikel 11

Slotregel

97

Bijlagen bij regels

99

Bijlage 1

100

4

Landschappelijk inpassingsplan

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Toelichting bij het bestemmingsplan 'Kemperbergerweg 221' (plannummer: NL.IMRO.0202.1011-0301)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie Kemperbergerweg 221 is in de huidige situatie een vrijstaande woning en twee aaneengebouwde woningen met bijgebouwen aanwezig. Voor de locatie geldt het bestemmingsplan 'Kemperberg, gedeeltelijke herziening 2012-01'. Op grond van dit bestemmingsplan is in het plangebied woningbouw toegestaan, maar niet op de locatie van de bestaande woningen. De bestaande woningen zijn daarom op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Om de huidige in het plangebied aanwezige bebouwing juridisch-planologisch mogelijk te maken, is de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.

1.2

Situering en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen ten noorden van de woonbuurt Bakenberg, in de wijk Schaarsbergen. Aan de noord- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door woonhuizen met tuin en groenstructuren. Aan de oostzijde bevindt zich de parallel lopende ventweg van de Kemperbergerweg en aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een weiland. De nabije omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een bosrijk en groen landschap. Op de navolgende afbeeldingen zijn globaal de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Figuur 1 Globale ligging plangebied

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

5

Kemperbergerweg 221

Figuur 2 Globale begrenzing

1.3

Opzet bestemmingsplan

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de kaart zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare Bestemmingsplannen) 2012. De SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer, de Huisvestingswet en de Erfgoedwet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.

1.4

Geldende plannen

In het plangebied geldt het vigerende bestemmingsplan 'Kemperberg, gedeeltelijke herziening 2012-01' dat op 24 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Arnhem. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is daarop met een rode belijning weergegeven.

6

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

figuur 3 Uitsnede geldende bestemmingsplan 'Kemperberg, gedeeltelijke herziening 2012-01' Op grond van het bestemmingsplan 'Kemperberg, gedeeltelijke herziening 2012-01' zijn de gronden in het plangebied aangewezen met de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en 'Groen'. Ter plaatse van de bestemming 'Wonen' is een bouwvlak en enkele maatvoeringseisen opgenomen. Ter plaatse van het bouwvlak is woningbouw toegestaan. De maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing (hoofdbebouwing en bijbehorende bouwwerken) bedraagt 287 m2. Volgens de regels behorende bij de bestemming 'Tuin' zijn de gronden bestemd voor groenvoorzieningen ten behoeve van aangrenzende bestemmingen. Volgens de regels, behorende bij de bestemming 'Groen', zijn de gronden bestemd voor bijvoorbeeld groenvoorzieningen, watergerelateerde functieswatergangen, fiets- en wandelpaden, straatmeubilair en speelvoorzieningen. Daarnaast is ter bescherming van eventuele landschappelijke waarden aan het plangebied tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' toegekend. Voor de gronden binnen het plangebied geldt tevens het bestemmingsplan 'Facetplan parkeren'. Dit bestemmingsplan is opgesteld om het gemeentelijk parkeerbeleid integraal te regelen. Ook geldt het bestemmingsplan 'Facetplan woningsplitsing en verkamering' waarin het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningsplitsing en verkamering integraal is geregeld.

De bestaande woningen zijn grotendeels bestemd als 'Groen' op basis van deze bestemming is de bebouwing en het huidige gebruik (wonen) niet toegestaan. Om de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met het huidige gebruik, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld.

1.5

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting bestaat uit zeven hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de toekomstige situatie. In hoofdstuk 5 volgen de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. In hoofdstuk 6 volgen de juridische planaspecten. Het zevende en laatste hoofdstuk is gewijd aan de gevolgde procedure.

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

7

Kemperbergerweg 221

8

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren, groenstructuur en tot slot water.

2.2

Historische ontwikkeling

Omstreeks 1910 is het perceel, waar het plangebied deel van uit maakt, opgesplitst in twee delen. Eén van deze percelen is gelegen ten noorden van het plangebied en is bebouwd met het huis 'Dennenzicht' (huidige locatie: Kemperbergerweg 227, toenmalig bouwjaar 1853). Het achterterrein van het plangebied was destijds bebouwd met een vrijstaande woning en twee aaneengebouwde woningen. Echter, in 1915 zijn de twee aaneengebouwde woningen op het achterterrein gesloopt en vervolgens is de huidige vrijstaande woning 'Funda d'Or' gebouwd. Niet veel later brandde de eerste vrijstaande woning af en bleef alleen 'Funda d'Or' over. Samen met 'Funda d'Or' en de nabijgelegen woningen zoals het huis 'De Schaapskooi' (huidig Kemperbergerweg 219, bouwjaar 1885) en 'Huis Bosch en Heide' (Kemperbergerweg 209, bouwjaar 1927) zijn dit de laatste woningen uit de jaren 1900-1930. Huis 'Dennenzicht' is namelijk circa 15 jaar geleden gesloopt. Hiervoor in de plaats is een soortgelijke nieuwbouw teruggekomen. Begin 20e eeuw trekt de familie Bosman in de woning 'Funda d'Or'. In 1959 begint de heer Bosman op het perceel Kemperbergerweg 221 een kwekerij met kas en buitenverkoop. In 1964 wordt het huis met gepachte grond aangekocht door de heer Bosman en is het in volledig eigendom.

In 1972 worden op het achterterrein de huidige twee aaneengebouwde woningen gerealiseerd op de plek waar vanaf 1909 (en waarschijnlijk al eerder) tot 1915 al twee aaneengebouwde woningen aanwezig waren. In de zomer van 1989 wordt de kwekerij verpacht aan de heer Jansen die vervolgens tot zomer 2014 'Tuincentrum Schaarsbergen' in bedrijf had (exact 25 jaar). De vrijstaande woning 'Funda d'Or' behoorde dan niet meer tot het bedrijf. De woningen waren altijd bewoond, waarbij de twee aaneengebouwde woningen verhuurd zijn geweest aan diverse huurders welke allemaal ingeschreven zijn geweest bij de gemeente. Op het perceel heeft daarmee sinds 1915 bewoning plaatsgevonden. De twee aaneengebouwde woningen, gelegen op het achterterrein, zijn dus voortdurend als woning bewoond. In verband met de verkoop van het perceel is in 2013 het bestemmingsplan ter plaatse herzien. Hierbij is de bestemming 'Bedrijf', waarbij een bedrijfswoning was toegestaan, gewijzigd naar de bestemming 'Tuin' aan de Kemperbergerwegzijde, de bestemming 'Wonen' ter plaatse van het centrale deel van het perceel en de bestemming 'Groen' aan de achterzijde van het perceel. Op basis van dat bestemmingsplan is het mogelijk om woningbouw te realiseren met een maximum goot- en bouwhoogte van 3,5 m en 8 m. De locatie van de bestaande bebouwing is grotendeels gewijzigd in de bestemming 'Groen', zonder bouwvlak.

Een klein deel van waar de bestaande vrijstaande woning en de kapschuur zijn gesitueerd, is gelegen binnen de bestemming 'Wonen'. Voor deze gronden zijn echter geen bouwvlak opgenomen. De intentie van de familie Bosman, ten tijde van het opstellen van het thans geldende bestemmingsplan, was om het perceel te verkopen met woningbouwmogelijkheid aan de voorzijde van het perceel. Men had daarbij de gedachte om de bebouwing binnen het plangebied te slopen. Dit heeft echter nooit plaatsgevonden voorafgaande aan de verkoop van het perceel. De huidige eigenaar (de initiatiefnemer) is ook niet voornemens om de drie goed onderhouden, altijd bewoonde, volwaardige woningen, waarvan één historische boerderijwoning, te slopen. Om die reden is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

9

Kemperbergerweg 221

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt in het dorpse Schaarsbergen, te midden van een bosrijk landschap. De wijk Schaarsbergen ligt ten noorden van de Schelmseweg. Vanuit deze weg loopt de Kemperbergerweg richting noordwesten en fungeert structureel gezien als ontsluitingsweg van de wijk. Aan de Kemperbergerweg is veel bebouwing te vinden, vooral in de vorm van vrijstaande woningen die in enkele gevallen een historie hebben. De nabije omgeving van het plangebied kenmerkt zich door zijn groen karakter met tegelijkertijd een aanwezigheid van verschillende stedelijke functies. Het in het noordwesten van Arnhem gelegen buitengebied vervult daarom ook recreatieve en maatschappelijk doeleinden. Het plangebied ligt aan de parallel lopende ventweg van de Kemperbergerweg. De in het plangebied aanwezige bebouwing wordt door een toegangsweg vanuit de genoemde ventweg richting de doorgaande Kemperbergerweg ontsloten. In de huidige situatie zijn er een aantal gebouwen aanwezig die al lange tijd bewoond zijn. Op de gronden van het plangebied was daarnaast tot 2013 bedrijvigheid in vorm van een tuincentrum toegestaan. Het plangebied heeft een omvang van circa 0,26 hectare en omvat een grasveld, een vrijstaande woning met bijhorend tuin en tuinhuis, twee aaneengebouwde woningen met twee bijhorende tuinhuizen en een kapschuur.

2.4

Verkeer en parkeren

De toegangsweg van het plangebied bevindt zich in de huidige situatie aan de oostzijde van het perceel. Dit betreft een ventweg die parallel loopt met de Kemperbergerweg. De Kemperbergerweg ontsluit Schaarsbergen met omliggende wegstructuren waaronder bijvoorbeeld de Schelmseweg en de N311 die verbonden is met de A12. Het parkeren ten behoeve van de woningen vindt plaats op eigen terrein, binnen het plangebied.

2.5

Groenstructuur

Het grootste deel van het plangebied bestaat uit een grasveld. Coniferen vormen een afscheiding van het grasveld met de daar achterliggende bebouwing. Aan de randen van het plangebied bevinden zich struiken, bomen en heggen (onder meer coniferen). De navolgende afbeelding geeft een impressie van de aanwezige groenstructuren in het plangebied.

10

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Figuur 4 de toegangsweg, het grasveld en de coniferen

2.6

Water

Binnen het plangebied komt geen oppervlaktewater voor.

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

11

Kemperbergerweg 221

12

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Hoofdstuk 3 3.1

Relevant beleid en regelgeving

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het ruimtelijk rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid en de toepasselijke regelgeving. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Deze kaders zijn in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de kaart en in de regels.

3.2

Ruimtelijk beleid en regelgeving

3.2.1

Rijksbeleid

3.2.1.1 Nationale omgevingsvisie(NOVI) en Besluit algemene regels ruimteljike ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en gezonder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, electriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 3.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek is opgenomen. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening.

Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 3.2.1.3 Toetsing van de ontwikkeling aan het rijksbeleid Een nadere toetsing aan de ladder is opgenomen in paragraaf 4.4. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid. "Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

13

Kemperbergerweg 221

3.2.2

Provinciaal beleid

3.2.2.1 OmgevingsvisieGelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij.

Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Stadsregio Arnhem Nijmegen Arnhem-Nijmegen wordt gekenmerkt door: het grootste stedelijke netwerk van Oost-Nederland; hoge kwaliteit van het voorzieningenniveau; kennisinstellingen: universiteit en hogescholen; de strategische ligging halverwege de Randstad en het Ruhrgebied; economische kracht: brede basis en topsectoren; goede bereikbaarheid over weg, water en spoor; de combinatie van stedelijke kwaliteiten en een mooie natuurlijke omgeving. De kwaliteiten van de regio bepalen in belangrijke mate de ontwikkelingsmogelijkheden en daarmee ook de concurrentiepositie van Gelderland in internationaal en nationaal verband.

De innovatieve kwaliteiten bepalen de potenties van de regio. De inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en provincie is nodig om in te kunnen spelen op de opgaven in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. De gezamenlijke inspanningen richten zich op vier speerpunten: Innovatie en economische structuurversterking; Bereikbaar en verbonden; Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking; Gebiedskwaliteiten benutten.

14

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

3.2.2.2 OmgevingsverordeningGelderland De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'wonen' relevant.

Wonen In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma, successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid Met de legalisatie van de bestaande bebouwing en opstallen binnen het plangebied worden drie bestaande, volwaardige woningen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. De bestaande woningen liggen in een dorpse groene omgeving. In de toekomstige situatie wordt deze omgeving versterkt door het landschappelijk inpassen met passende groenstructuren in het plangebied. De landschappelijke inpassing heeft tevens een positief effect op de biodiversiteit ter plaatse. Het initiatief is hiermee in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.2.3

Gemeentelijk beleid

3.2.3.1 StructuurvisieArnhem 2020 - 2040 Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en initiëren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Het plangebied maakt deel uit van een van deze koersgebieden. Koersgebied Buitengebied Noord Het noordelijke buitengebied is vooral één groot natuurgebied met een aantal min of meer stedelijke functies. De belangrijkste knelpunten in dit gebied is de sterke versnippering, zowel van het groen als van de verschillende functies. In de voorzienbare toekomst zal er geen sprake zijn van grootschalige ontwikkelingen of verandering van functies in het gebied. Kleinschalige ontwikkelingen zullen echter nodig blijven om het gebied in economisch en recreatief opzicht vitaal te houden. Daarbij moet wel voorkomen worden dat een veelheid aan kleine ontwikkelingen sluipenderwijs leidt tot verdere verrommeling en versnippering.

Nieuwe ontwikkelingen dienen dus altijd op bestaande functies aan te sluiten en waar mogelijk de bestaande kwaliteiten de versterken. Thema 'Wonen' Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. Voor de periode tot ca. 2030 is sprake van een behoefte aan bruto 12.000 nieuw te bouwen woningen, "Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

15

Kemperbergerweg 221

inclusief vervanging en sloop. De feitelijke realisatie van nieuwbouwwoningen in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt. Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken en mogelijk zal omslaan naar een daling van de bevolking in Arnhem. Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. 3.2.3.2 Toetsing van het initiatief aan de StructuurvisieArnhem 2020 Met de legalisering van de bestaande bebouwing en opstallen worden de functies 'wonen' en 'groen' mogelijk gemaakt. Deze twee functies passen binnen de ruimtelijke structuur in de omgeving. Met het initiatief worden drie volwaardige bestaande woningen toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad van Arnhem, zonder dat er beslag wordt gelegd op onbebouwde ruimte. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid.

3.3

Woonbeleid

3.3.1

De Arnhemse Woonprincipes 2025

3.3.1.1 Algemeen De Arnhemse Woonprincipes 2025 (de Arnhemse woonvisie, vastgesteld in 2015) zijn met brede participatie uit de stad tot stand gekomen. Deze Woonprincipes vormen tezamen de actualisering van de Woonvisie 2015 en de strategische koers die er voor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken en te leven. Bij het opstellen van de Woonprincipes is rekening gehouden met wet- en regelgeving en beleidskaders van andere overheden. Met instrumenten als het Volkshuisvestelijk kader, de Uitvoeringsagenda en het Procesplan (langer) Zelfstandig wonen, stuurt de gemeente in het woonprogramma op een kwalitatieve en gedifferentieerde woningvoorraad dat nu en in de toekomst kan voldoen aan de vraag en behoefte van alle woningzoekenden. Het fundament voor het Wonen in Arnhem ligt in de bestaande woningvoorraad, de transformatiemogelijkheden van gebouwen, en een aanvullende nieuwbouwopgave. Hiermee kan meer aanbod gecreëerd worden aan levensloopgeschikte woningen en woonvormen in verschillende prijsklassen, in koop en huur. Daarbij wordt gestreefd naar een gezonde mix aan diverse bevolkings- en inkomensgroepen naar prettige, veilige en toegankelijke woon-en leefomgevingen in wijken en buurten.

3.3.1.2 Woonprincipes 2025 De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Woonprincipes: 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij wordt gezorgd dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij wordt niet alleen op aantallen gestuurd, maar wordt gestreefd naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kan de gemeente Arnhem mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners.

Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Deze vier pijlers van de woonprincipes zijn onlosmakelijk verbonden aan het overkoepelende thema 16

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Duurzaamheid. Tezamen vormen ze de ruggengraat van de Arnhemse Woonprincipes 2025. 3.3.1.3 Wonen, Welzijn en Zorg versusLanger Zelfstandig Wonen Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Naast het vergroten van de voorraad ligt er de opgave om voor bijzondere doelgroepen en met name voor mensen in kwetsbare posities, meer geschikt en passend kleinschalig aanbod aan woonvormen of (beschutte, beschermde) woonconcepten te realiseren en te faciliteren dat het (langer) zelfstandig wonen, aangevuld wordt met arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of toezicht en andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen in de directe of nabije woonomgeving kan worden geboden. 3.3.1.4 Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van een vrijstaande woning, twee aaneengebouwde woningen. Deze woningen zijn in de huidige situatie reeds aanwezig. Met het positief bestemmen van de woningen, worden deze volwaardige, reeds bewoonde woningen, behouden voor de toekomst. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met de Arnhemse Woonprincipes 2025. 3.3.2

Plan van aanpak woningbouwontwikkeling

Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. Het vergt een inspanning van de gemeente om samen met de ontwikkelaars en corporaties te zorgen voor een evenwichtig aanbod dat enerzijds aansluit bij de woningbehoefte de komende jaren en anderzijds aansluit bij het streefbeleid en de gewenste ruimtelijke kwaliteiten uit de omgevingsvisie. In november 2019 is het regionale woningbehoefteonderzoek Arnhem Nijmegen opgeleverd. Dit onderzoek geeft een actueel beeld van het functioneren van de woningmarkt. De in het woningbehoefteonderzoek beschreven (mis)matches op de woningmarkt zijn niet 1-op-1 te vertalen naar een woningbouwprogramma. Dit vraagt om keuzes, op welke vraag wil je je richten als gemeente? En deze keuzes hebben betekenis voor het te realiseren programma. Met het woningbehoefteonderzoek als basis komen is de gemeente tot een plan van aanpak gekomen voor de Arnhemse woningbouwontwikkeling voor de komende jaren (18 december 2019). De belangrijkste conclusie uit het woningbehoefte onderzoek zijn: 1.

Tempoversnelling in productie: De woningbehoefte is dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. 2. Waarderen woonmilieus: Binnen de woonmilieus ligt er een gevarieerde opgave naar marktsegmenten, van stedelijk wonen tot wonen in een groene omgeving, van hoogbouw tot eengezinswoning. 3. Mismatch in vraag en aanbod: Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is het gevolg van de groeiende aantal kleine huishoudens. 4. Instrumentarium nodig bij oplossen deel mismatch: Bij een deel van de geconstateerde mismatches zullen marktpartijen en consumenten ervoor zorgen dat deze opgelost worden. Dat is niet bij alle segmenten even makkelijk. Bij sociale huur, middenhuur, goedkope koop en bijzondere woonvormen is inzet van aanvullend instrumentarium nodig om realisatie te borgen. 5. Inzet bestaand bezit: Meer dan 90% van de woningen van 2030 staat er nu al. Het is waardevol te onderzoeken waar extra inzet wenselijk is om deze woningvoorraad te verbeteren op het gebied van verduurzaming, kwaliteitsverbetering, sociale veiligheid en leefbaarheid in de wijken. 6. Buy-to-let: Aankoop van goedkope koopwoningen door (particuliere) beleggers om te verhuren (Buy-to-let) vergroot het tekort in de goedkope koop. Mensen zoeken dan noodgedwongen een woning in de middenhuur. Arnhem heeft een woningbehoeftetoevoeging van ruim 7.000 woningen tot 2030.

Tot 2028 staan 7.235 woningen in de harde en zachte plancapaciteit ingepland. Ervaring leert dat plannen regelmatig niet doorgaan of op zich laten wachten. Doorprogrammeren is daarom nodig om uiteindelijk op de "Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

17

Kemperbergerweg 221

gerealiseerde aantallen uit te komen. De woningbehoefte tot 2025 is bovendien dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. Het zwaartepunt voor de korte termijn (tot 2025) ligt op het zorgen van voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Tot 2025 moeten er 5.100 woningen worden toegevoegd. Er is tevens sprake van een bestaand en geprogrammeerd tekort in de sociale huursector. Om dit tekort op te lossen, geldt de voorwaarde dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met een woonprogramma groter dan 30 woningen, tenminste 30% uit sociale huurwoningen bestaat en dat deze worden afgenomen door een Arnhemse toegelaten instelling / woningcorporatie. Toetsing Met onderhavig plan wordt invulling gegeven aan de woningbehoefte van de gemeente Arnhem. Het plangebied biedt ruimte aan drie woningen, waardoor de 30% sociale huur eis niet van toepassing is. De initiatief is in lijn met het Plan van aanpak Woningbouwontwikkeling.

3.4

Welstandsbeleid

3.4.1

Welstandsnota 2015

3.4.1.1 Algemeen De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Hierna is een kaart met de onderverdeling van de gebieden opgenomen.

18

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

figuur 5 Welstandskaart 2015 Gelet op de welstandskaart geldt voor dit plangebied geen welstandstoets. Gebieden zonder welstandstoets In wijken met veel variatie in bouwstijl, in type woningen, oriëntatie van gebouwen op de openbare ruimte en dergelijke, worden aanvragen voor omgevingsvergunning voor het bouwen niet meer vooraf getoetst. Als een vergunning nodig is voor (ver)bouw dan blijven altijd de regels gelden die in het bestemmingsplan staan, zoals regels over grootte, bouwhoogte e.d. Maar de keuze voor materiaal, vorm en kleur is in deze gebieden vrij. De verantwoordelijkheid voor de invulling ligt bij de bewoners en eigenaren. 3.4.1.2 Toetsing aan de Welstandsnota2015 Gelet op de welstandskaart geldt voor dit plangebied geen welstandstoets. Daarnaast geldt dat de woningen reeds gerealiseerd zijn. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met de Welstandsnota 2015.

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

19

Kemperbergerweg 221

3.5

Verkeersbeleid

3.5.1

Rijksbeleid

Op rijksniveau geeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 'Nederland concurrerend, bereikbaar leefbaar en veilig' (SVIR, 2012) de hoofdlijnen van het nationale verkeers- en vervoersbeleid voor de komende decennia. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Het mobiliteitssysteem moet robuust en samenhangend worden, meer keuzemogelijkheden bieden en voldoende capaciteit hebben om de groei van de mobiliteit op de middellange (2028) en lange (2040) termijn op te vangen. De ambitie is dat gebruikers in 2040 beschikken over optimale ketenmobiliteit door een goede verbinding van de verschillende mobiliteitsnetwerken via multimodale knooppunten (voor personen en goederen) en door een goede afstemming van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling. De regio Arnhem Nijmegen is aangeduid als stedelijke regio met een concentratie van topsectoren. Voor Arnhem is samenwerking tussen Rijk, decentrale overheden en bedrijfsleven relevant om een robuust hoofdwegennet en spoorwegennet, binnen de regio, tussen regio's en met het achterland te realiseren. 3.5.2

Provinciaal beleid

In de provinciale Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' uit 2018, beschrijft de provincie hoe zij de komende tien jaar om wil gaan met onder meer bereikbaarheid. Een van de kerntaken van de provincie is namelijk te zorgen voor een goede regionale bereikbaarheid en een goed regionaal openbaar vervoer. De provincie geeft veel aandacht aan mobiliteitsbehoefte van inwoners en bedrijven in Gelderland, kijkt daarbij naar toekomstige ontwikkelingen als het digitale werken en kijkt ook over de grenzen van de provincie. En er is veel oog voor duurzaamheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De provincie wil een goede bereikbaarheid voor wonen, werken en recreëren en de mobiliteit daarbij afstemmen op de economische ontwikkelingen. Daarom zet Gelderland in op het beter gebruik van (internationale) corridors. Daarnaast wordt samen met de andere wegbeheerders in de stedelijke gebieden aan een beter gebruik van de infrastructuur gewerkt om files te voorkomen, de doorstroming te bevorderen en alternatieven voor de auto te bevorderen. De toegang tot bedrijventerreinen is ook een speerpunt van het provinciale beleid. Een andere ontwikkeling is de verschuiving van mobiliteitsvragen in het landelijk gebied door krimp en vergrijzing. Hier moet de aansluiting met de stedelijke gebieden gewaarborgd blijven.

In het 'Koersdocument Duurzame Mobiliteit' uit 2018 heeft Provincie Gelderland uitgewerkt hoe het mobiliteitssysteem binnen de provincie zich moet ontwikkelen naar een volledig klimaatneutraal systeem in 2050. Electrificatie van het voertuigpark, zowel openbaar vervoer als particulier personen- en goederenvervoer en bevordering van fietsgebruik zijn sleutelbegrippen in dit proces. 3.5.3

Gemeentelijk beleid

De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Fiets De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe 20

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkeld, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden beleidsregels en het bestemmingsplan Facetplan Parkeren parkeernormen.

Deze zijn opgenomen in de Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003'. 3.5.4

Toetsing aan het verkeersbeleid

In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren.

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

21

Kemperbergerweg 221

22

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Hoofdstuk 4 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 4.1

Inleiding

Voor het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit inpassingsplan is als Bijlage 1 bij de regels toegevoegd. Het inpassingsplan gaat in op de landschappelijke inpassing van de toekomstige situatie en de landschappelijke kenmerken van de nabije omgeving.

4.2

Ruimtelijke opzet en structuur

In 2.3 is de huidige ruimtelijke opzet en structuur beschreven. In de toekomstige situatie blijft deze grotendeels gehandhaafd. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt de kapschuur verkleind, zodat de oppervlakte aan toegestane bebouwing overeenkomt met de bebouwingsmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan. Op basis van het geldende bestemmingsplan is 287 m2 aan bebouwing toegestaan. In de huidige situatie hebben de bestaande woningen een gezamenlijk oppervlakte van 163 m2, waardoor er nog 124 m2 aan bebouwing ten behoeve van bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) kan worden gebruikt. In de navolgende tabel is een overzicht opgenomen van de toekomstige oppervlaktes aan bebouwing in het plangebied. De bestaande kapschuur wordt verkleind van 120 m2 tot 104,6 m2.

Om de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het plangebied te verbeteren, wordt het plangebied landschappelijk ingepast. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie.

figuur 6 Landschappelijke inpassing

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

23

Kemperbergerweg 221

De ontsluiting van de bestaande woningen vindt plaats via de huidige inrit met karrespoor. Deze sluit aan op de ventweg naast de Kemperbergerweg. De inrit wordt begeleid door een nieuw aan te planten beukenhaag en aan het einde van de inrit wordt een erfboom aangeplant. Aan de noordelijke kavelgrens wordt de groenstructuur versterkt zoals ook bij omliggende percelen het geval is. Hierlangs worden enkele boomvormers aangeplant welke bessen of vruchten dragen. Deze soorten bieden een waardevolle toevoeging voor de ecologische waarden. Het bestaande grasveld zal worden doorgezaaid met een bloemrijk grasmengsel welke bijdraagt aan een grotere biodiversiteit voor onder andere bijen en vlinders. Aan weerszijden worden kleine insectenhotels geplaatst. Vanaf de inrit komt men bij vier parkeerplaatsen. Deze worden uitgevoerd met grasbetontegels. De overige verharding op het perceel blijft bestaan. Daarnaast bevinden zich nog twee parkeerplaatsen op de bestaande verhardingen bij de twee-aaneengebouwde woningen.

4.3

Verkeer en mobiliteitsaspecten

Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van het document 'Bijlage parkeernormen' van de gemeente Arnhem. Voor de bestaande woningen geldt een parkeernorm van 1,8 per woning (categorie 'Half vrijstaande, vrijstaande woning'). Dit komt neer op een parkeerbehoefte van 5,4 parkeerplaatsen. Naar boven afgerond komt dit neer op zes parkeerplaatsen. Op de inrichtingstekening in paragraaf 4.2 zijn zes parkeerplaatsen voorzien. Verkeer Aangezien de bestaande situatie behouden blijft neemt het aantal verkeersbewegingen neemt, ten opzichte van de bestaande situatie, niet toe. Ontsluiting De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de bestaande inrit. Deze sluit aan op de ventweg naast de Kemperbergerweg.

4.4 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) 1. Algemeen In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 2. Toetsing initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.

Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Voorliggende ontwikkeling zou kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar grotere woningbouwplannen wel. Voorliggend plan voorziet in de legalisering van de bebouwing en opstallen die aanwezig zijn in het plangebied. Vanwege de kleinschaligheid van dit initiatief zijn met het juridisch-planologisch mogelijk 24

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

maken van de bestaande bebouwing en opstallen geen rijksbelangen gemoeid. Aangezien uit jurisprudentie volgt dat dit initiatief niet aangemerkt dient te worden als woningbouwlocatie, kan de Ladder voor duurzame verstedelijking buiten beschouwing worden gelaten. Wel dient de behoefte aan de woningen te worden aangetoond. De woningen in het plangebied zijn reeds bewoond, daarmee is ook de behoefte aan de woningen aangetoond.

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

25

Kemperbergerweg 221

26

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd. Opgemerkt wordt dat er sprake is van de legalisatie van een bestaande situatie. Er is met het initiatief geen sprake van bodemingrepen of het toevoegen van verhard oppervlak. Daarom zijn aspecten als archeologie, bodemkwaliteit, water en stadsklimaat minder van belang. Om die reden is de toetsing in deze paragrafen beperkt gehouden.

5.2

Milieu- en omgevingsaspecten

5.2.1

Geluid

Algemeen De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten.naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota 'uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde' van de gemeente Arnhem van toepassing.

Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. Toetsing |n het plangebied zijn drie geluidsgevoelige objecten aanwezig in de vorm van de bestaande woningen. Deze woningen blijven op de bestaande locatie gehandhaafd en komen niet dichter bij omliggende (spoor)wegen te liggen. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. 5.2.2

Luchtkwaliteit

Algemeen "Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

27

Kemperbergerweg 221

De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.

In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling. Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool1 uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het besluitgebied tussen 2020 en 2030.

De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het besluitgebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 5.2.3

Hinder

Algemeen In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van inrichtingen op hun omgeving (gevoelige bestemmingen, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel 28

"Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

Kemperbergerweg 221

hinder veroorzaakt. Geurhinder van industriële bedrijven Het beleidsplan Geur uit 2010 gaat in op geur afkomstig van industriële bedrijven waarvoor de gemeente Arnhem het bevoegde gezag is. Milieubeleid kan een positieve bijdrage leveren aan maatschappelijke thema's als gezondheid, veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Geur is een milieuaspect dat een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid. Het geurbeleid van de gemeente Arnhem sluit, voor zover dat mogelijk is, aan op het geurbeleid van de provincie Gelderland. Het doel van het geurbeleid is dat inwoners van Arnhem nu en in de toekomst niet worden blootgesteld aan geuroverlast door industriële bedrijven. Toetsing Bedrijvigheid in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functie in het plangebied hinder ondervindt van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. Het plangebied is gelegen binnen het gebiedstype 'rustig buitengebied'. In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven of functies gelegen die een belemmering vormen voor het onderhavige initiatief. Conclusie Het aspect hinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 5.2.4

Externe veiligheid

Algemeen Met externe veiligheid wordt bedoeld de kans op overlijden van mensen buiten de grenzen van een bedrijf of transportmedium, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen binnen de grenzen van het bedrijf dan wel het transportmedium. In de externe veiligheid worden twee risicobegrippen gehanteerd het PR (Plaatsgebonden Risico) en het GR (Groepsrisico). Landelijk regelgeving Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi worden milieukwaliteitseisen vastgelegd die in de ruimtelijke planvorming moeten doorwerken. In het Bevi wordt een onderscheid gemaakt tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De 10-6 PR contour geldt ten opzichte van kwetsbare objecten als grenswaarde en ten opzichte van beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Het beoordelingskader voor het GR is een oriënterende waarde. Voor ondergrondse (aardgas)leidingen is er het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor de transportroutes (weg, water, spoor) het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). In het Btev en Bevb zijn de milieukwaliteitseisen vastgelegd die in de ruimtelijke planvorming moeten doorwerken. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleidsplan Externe Veiligheid beschrijft de mate van gewenste externe veiligheid in Arnhem. Uitgangspunt hierbij zijn de landelijke normen voor het PR en het GR.

In een groot gedeelte van de stad streven we naar het niet doen toenemen van de risico's. Op sommige plekken in de stad, op bedrijventerreinen voor zware industrie en stedelijke zones accepteren we een hoger risico dan op andere plaatsen. Wel moet daar extra aandacht zijn voor de beschikbare mogelijkheden voor rampenbestrijding, de zelfredzaamheid van mensen en de hulpverlening. Toetsing De risicokaart Nederland laat zien dat er geen inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied gelegen zijn die vallen onder het Besluit externe veiligheid. Ten noordoosten ligt op 1,1 km afstand de snelweg A50. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van het groepsrisico voor voorgenoemde weg. Een nadere beoordeling van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de risicokaart Nederland weergegeven met daarop het plangebied binnen rode contouren. "Kemperbergerweg 221" (vastgesteld)

29

Kemperbergerweg 221

Figuur 7 Uitsnede risicokaart Nederland Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 5.2.5

Groen en ecologie

Algemeen Wet natuurbescherming (Regels ter bescherming van de natuur) De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 2017 het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming zoals dat was neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, door één integraal en vereenvoudigd kader. De Wnb neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden aanvullende nationale beschermingsvoorschriften verankerd. De wet gaat over de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden, als onderdeel van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd. Bescherming van gebieden Voor de instandhouding van gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitat-richtlijn (Natura 2000-gebieden) stelt de Wnb specifieke kaders. De Natura 2000-gebieden in Arnhem zijn Veluwe en Rijntakken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=0a912c4b-1c08-4e08-83f3-889ebad9f7ef