Bijlage 1 - Plan van aanpak thuiszitters
Tekst van het document
Plan van aanpak Thuiszitters gemeente Arnhem oktober 2024
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Doel 3. Thuiszitters in beeld 3.1 Definitie van ‘thuiszitters’ 3.2 Cijfers 4. Samenwerking in kaart 4.1 Taken, rollen en verantwoordelijkheden 4.2 Samenwerken binnen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 5. Opbrengst van de gesprekken met jongeren en ouders 5.1 Jongeren 5.2 Ouders 6. De huidige aanpak en aandachtspunten 6.1 methode 6.2 aandachtspunten uit de ophaalsessies 7. Actiepunten voor verbetering 8. Uitvoering, tijdpad en financiering 8.1 Uitvoering 8.2 Tijdpad 8.3 Financiering 9. Conclusie
3 3 4 4 4 6 6 8 9 9 10 11 11 11 13 16 16 16 16 16
2
1. Inleiding Elke dag dat een kind thuiszit, is er één te veel. Elk kind verdient passend onderwijs dat aansluit bij zijn of haar unieke behoeften. Leerlingen die thuiszitten, ook wel ‘thuiszitters’ genoemd, missen de kans om te leren, zich optimaal te ontwikkelen en deel uit te maken van de samenleving. Momenteel zien we landelijk gelukkig steeds meer aandacht uitgaan naar thuiszittersproblematiek. Dit is nodig want aantallen lopen op en schrijnende situaties waarin kinderen uitvallen binnen het onderwijs lopen op. Ook in Arnhem maken we ons hard voor deze kinderen en jongeren, samen met diverse betrokken partijen zoals het Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre, de samenwerkingsverbanden Passend Wijs en De Verbinding, scholen van het PO, VO en MBO, sociale wijkteams en de VGGM. De aanpak thuiszitters is opgenomen in het stadsprogramma ‘Perspectief voor de jeugd’, omdat extra aandacht voor deze groep kinderen en jongeren nodig is. Daarnaast heeft de gemeenteraad van Arnhem verzocht om een plan van aanpak thuiszitters te maken voor de zomer van 2024. Dit is door wethouder Kundic toegezegd. De raad verzocht om dit plan, omdat de cijfers voor absoluut en relatief verzuim in Arnhem hoger liggen dan de streefwaarde en omdat zij zien dat initiatieven die thuiszitters helpen met studie- en nadere onderwijsbegeleiding het moeilijk hebben door geld- en ruimtegebrek.
2. Doel Alle kinderen en jongeren in Arnhem moeten de kans krijgen om zich binnen hun mogelijkheden te ontwikkelen en hebben het recht op een toekomst waarin zij kunnen leren en ontwikkelen. Dat recht komt onder druk te staan bij thuiszitten. Door verbeteringen aan te brengen in de aanpak van de problematiek geven we thuiszitters niet alleen onderwijs, maar ook hoop en perspectief en dat is nodig! Elke thuiszitter heeft een unieke reden voor afwezigheid in het onderwijs zoals ook blijkt uit portretten van het NJI1. Er zijn geen oplossingen die de problemen voor grote groepen op kunnen lossen; er is maatwerk nodig om hen terug te laten keren naar school. Het doel van dit plan is om samen met de betrokken partijen een aanpak thuiszitters te realiseren die thuiszitten voorkomt, of eraan bijdraagt dat de thuiszitperiode van kinderen en jongeren wordt verkort. In de toekomst moet dit leiden tot minder (dreigend) thuiszitten.
1 Portretten van het Nederlands Jeugd Instituut van thuiszitters vindt u hier.
3
3. Thuiszitters in beeld Er zijn veel verschillende redenen waarom kinderen en jongeren (tijdelijk) niet naar school gaan. Zo zien we kinderen en jongeren met: - leer- of gedragsproblemen die niet de juiste ondersteuning (kunnen) krijgen op school, - sociaal-emotionele problemen zoals angst of depressie die het moeilijk vinden om naar school te gaan, - chronische ziektes of lichamelijke beperkingen, - een complexe thuissituatie, waarbij er zoveel problemen spelen dat de schoolgang van kinderen en jongeren hieronder lijdt. - hoogbegaafden die onvoldoende passen binnen het reguliere onderwijs en daardoor thuis komen te zitten.
3.1 Definitie van ‘thuiszitters’ Wanneer spreken we nu van thuiszitten? De wettelijke definitie van ‘thuiszitters’ is als volgt: 1. Leerplichtige leerlingen die ingeschreven staan op een school, maar die langer dan vier weken zonder geldige reden afwezig zijn op school. 2. Leerplichtige kinderen en jongeren die niet staan ingeschreven op een school, zonder een vrijstelling van de Leerplichtwet. Dit zijn de zogenoemde “absoluut verzuimers” 3. Kinderen en jongeren die vrijgesteld zijn op grond van artikel 5 onder a van de Leerplichtwet. Zij worden vrijgesteld wanneer er sprake is van niet kunnen deelnemen aan onderwijs op basis van lichamelijke en/of psychische gronden. In de praktijk merken we dat deze definitie te smal is. Ook andere kinderen en jongeren worden gezien als (dreigend) thuiszitters. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen en jongeren die al langere tijd thuiszitten wegens ziekte (zonder daarvoor vrijgesteld van de leerplichtwet te zijn) of kinderen en jongeren die buiten het onderwijs een programma volgen, maar die niet als thuiszitter geregistreerd staan. Dit maakt dat, hoe we in de gemeente Arnhem naar thuiszitters kijken, vaak verschilt. Hier is meer eenduidigheid in nodig. Om een goede aanpak te realiseren moet duidelijk zijn over welke jongeren we het hebben.
3.2 Cijfers Zoals hierboven omschreven, is er geen eenduidige definitie wanneer er sprake is van thuiszitten. Dit zorgt er ook voor dat er geen sluitend beeld is hoeveel kinderen of jongeren er daadwerkelijk een periode thuiszitten in de gemeente Arnhem én dus ook niet wat deze kinderen en jongeren nodig hebben om weer mee te kunnen doen. De trend van thuiszitters in Nederland vertoont een zorgwekkende stijging. Het aantal thuiszitters steeg van 5.450 in het schooljaar
4
2021-2022 naar 8.311 in 2022-20232. Ook het aantal leerlingen met een vrijstelling van leerplicht op medische of psychische gronden is landelijk toegenomen. Deze aanhoudende stijging wijst op toenemende problemen in het bieden van passend onderwijs en adequate zorg, ondanks inspanningen om dit probleem aan te pakken. De Arnhemse cijfers komen van het RBL Midden-Gelre, waar onze leerplichttaken uitgevoerd worden. Hier zien we dat er in schooljaar 2022-2023 84 jeugdigen geregistreerd waren met een thuiszitperiode. Van deze jeugdigen waren er 27 zonder schoolinschrijving, 44 jeugdigen die langer dan vier weken zonder geldige reden afwezig waren en 13 jeugdigen met een vrijstelling van leerplicht op basis van lichamelijke en/of psychische gronden. Van deze 84 jeugdigen waren er 33 in de basisschoolleeftijd (tot 12 jaar), 28 tussen de 12 en 15 jaar en 23 jeugdigen van 16 of 17 jaar. Kijkend naar de schoolsoort zien we in de gegevens van het RBL dat de meeste jeugdigen een thuiszitperiode kennen in het (speciaal) basisonderwijs (30). Op het voortgezet onderwijs zagen we de meeste jeugdigen met een thuiszittersperiode op het vmbo (10). Er waren 24 jeugdigen bij wie er geen schoolinschrijving was. Vertekend beeld van de cijfers. Opvallend is dat het aantal thuiszitters in Arnhem is gedaald. In schooljaar 2021- 2022 waren dit 90 jeugdigen ten opzichte van 84 in schooljaar 2022-2023.
De daling wordt niet herkend door de leerplichtconsulenten. Wat er gemist wordt in gegevens van het RBL, zijn de kinderen en jongeren die geoorloofd (en dus met geldige reden) vier weken of langer afwezig zijn op school. Ingrado, de branchevereniging van Leerplicht en Doorstroompunt, heeft in opdracht van het Ministerie van OCW hier onderzoek3 naar gedaan. In dit onderzoek komt naar voren dat van de gemeenten die aangeven enigszins beeld te hebben van kinderen en jongeren die geoorloofd thuiszitten, er acht keer zoveel zijn als geregistreerd. Voor Arnhem zou dit betekenen dat er veel meer kinderen geoorloofd thuiszitten. Dit geeft aan dat de urgentie om samen te komen tot een goede afbakening van de doelgroep belangrijk is. Pas dan krijgen we beeld van de orde van grootte binnen de gemeente Arnhem en pas dan kunnen we jeugdigen die geoorloofd of ongeoorloofd thuiszitten écht helpen in wat zij nodig hebben. Maar waarom zitten deze kinderen en jongeren nu een periode thuis? Drie jaar geleden heeft het RBL een diepgaand onderzoek gedaan naar de thuiszitters in de regio Midden-Gelre. Hier is per schoolsoort gekeken naar de redenen van thuiszitten. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat verschillende schoolsoorten soms verschillende redenen van thuiszitten kennen.
Zo was er bij kinderen die een thuiszitperiode kennen in het basisonderwijs vaak sprake van complexe problematiek waarbij er sprake was van handelingsverlegenheid van school. Dit houdt in dat een school niet weet hoe ze adequaat moet reageren op de specifieke onderwijs- of zorgbehoeften van een leerling. Dit kan ontstaan door een gebrek aan kennis, middelen of mogelijkheden om passende ondersteuning te bieden. In het voortgezet onderwijs zagen zij dat er vaak (een combinatie was) van problemen op school (op cognitief/sociaal niveau of een gebrek aan een passende plek), problemen thuis/in de gezinssituatie of problemen bij de jongere zelf. In een heel enkel geval was er sprake 2 Deze cijfers komen uit de leerplichttelling 2022-2023. Deze vindt u hier. Op pagina 16 ziet u het verloop van het aantal thuiszitters. 3 Het onderzoek vindt u hier, pagina 8-10.
5
van motivatieproblemen. Bij jongeren die deelnemen aan het voortgezet speciaal onderwijs viel op dat de absoluut verzuimers op het vso vaak een zeer complexe problematiek kenden waar het vso ook handelingsverlegen was. Ten slotte zien we op het mbo dat thuiszitten vaak veroorzaakt wordt door de kwetsbare periode in de overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo. Langdurig verzuim ziet het RBL op het mbo wanneer er sprake is van de verkeerde studiekeuze of van complexe problematiek.
4. Samenwerking in kaart 4.1. Taken, rollen en verantwoordelijkheden Bij de aanpak van thuiszitten zijn meerdere partijen betrokken. Het onderwijs heeft de taak passend onderwijs te bieden voor leerlingen. De gemeente heeft een taak in de uitvoering van de leerplichtwet via het RBL Midden-Gelre, in de jeugdhulp via de sociale wijkteams en in de jeugdgezondheidszorg via de jeugdartsen op school (VGGM). Deze partijen streven er samen met het onderwijs naar om thuiszitten te voorkomen en, als dit toch gebeurt, de periode zo kort mogelijk te houden. In Figuur 1 leest u welke partijen er directe betrokkenheid hebben bij kinderen en jongeren die thuiszitten. Hierin is opgenomen welke rol zij hebben in relatie tot thuiszitters.
6
Figuur 1: Rol en taken bij thuiszitters
THUISZITTERS: WIE HEEFT WELKE ROL EN OPDRACHT?
Samenwerkingsverbanden passend onderwijs Dekkend aanbod voor passend onderwijs in de regio Thuiszitter: meedenken en mede faciliteren passend onderwijs
RBL Midden-Gelre Toezichthouder op leerplichtwet en gids op gebied van leren en ontwikkelen (van leerplicht naar leerrecht).
Jeugdartsen samen een plan van aanpak maken, uitvoeren en monitoren, totdat de onderwijskansen en gezondheid van de leerling geoptimaliseerd zijn en het ziekteverzuim is afgenomen. Ook gericht op welbevinden, ontwikkeling, welzijn, gezondheid. Het ziek- zijn voert niet de boventoon.
Het kind / de jongere Vanaf 12 jaar zelf medeverantwoordelijk voor schoolbezoek (leerplicht) De jongere geeft bij de start van het mbo aan dat er sprake is van een ondersteuningsbehoefte. Dit helpt om een goede start te maken binnen het mbo.
Sociale wijkteams Bieden van ondersteuning bij hulpvragen vanuit inwoners en zorgdragen voor inzet jeugdhulp wanneer nodig
School School heeft de zorgplicht in het bieden en faciliteren van passend onderwijs (elders). Ook signaleren en handelen van/op (dreigend) thuiszitten en op tijd opschalen
Ouders Zorg dragen voor hun kind zodat het zo goed en veilig mogelijk opgroeit en dat het deelneemt aan onderwijs (leerplicht)
7
4.2 Samenwerken binnen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Het goed in beeld brengen van thuiszitters begint bij een goede registratie op scholen. Zowel het RBL als het samenwerkingsverband hebben de wettelijke taak om een thuiszittersregistratie bij te houden. De manier waarop thuiszitters bij hen bekend worden, verschilt echter. Zo krijgt het RBL thuiszitters in beeld doordat scholen melden bij DUO. Het komt ook voor dat ouders zelf contact opnemen met het RBL. Het samenwerkingsverband wordt door scholen middels hun eigen verzuimbeleid geïnformeerd. Idealiter zijn de aantallen van het RBL en het samenwerkingsverband hetzelfde, zodat alle kinderen en jongeren met een thuiszitperiode goed in beeld zijn. In de praktijk blijkt echter dat deze aantallen verschillen. Op dit moment stelt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) dat samenwerkingsverbanden en het RBL hierover geen gegevens met elkaar kunnen delen. Dit delen van gegevens is wel nodig, omdat we op deze manier de doelgroep voor wie we een oplossing zoeken completer in beeld krijgen en dus ook beter weten naar welke soort oplossingen we moeten zoeken.
Het is mogelijk om gegevens wél te delen als daar een wettelijke basis voor is, zoals toestemming van de betrokkenen of als het noodzakelijk is voor de uitvoering van taken van openbaar belang, zoals het ondersteunen van thuiszitters in de dreiging vast te lopen in hun ontwikkeling. Er moeten concrete afspraken gemaakt worden over o.a. het zorgdragen voor adequate beveiliging van de gegevens, het informeren van betrokkenen over het gebruik van hun gegevens, en het beperken van de gegevensuitwisseling tot wat strikt noodzakelijk is voor het specifieke doel. Er zijn gemeenten en regio’s waar dit soort afspraken al zijn gemaakt om wel samen te kunnen werken door middel van een samenwerkingsconvenant. Dit wordt in onze regio momenteel onderzocht door het RBL Midden-Gelre en de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs.
"Doordat we niet weten of we samen alle thuiszitters goed in beeld hebben, weten we niet zeker of alle thuiszittende kinderen en jongeren de juiste ondersteuning krijgen. Gegevensdeling zorgt ervoor dat we deze kinderen en jongeren sneller in beeld hebben en maakt de samenwerking sterker" — Samenwerkingspartner RBL
8
5. Opbrengst van de gesprekken met jongeren en ouders. 5.1 Jongeren In de gesprekken die gevoerd zijn met diverse jongeren zijn schrijnende voorbeelden naar voren gekomen van de situatie waarin zij zaten toen zij een thuiszitperiode kenden, waarbij de redenen voor hun situatie zeer divers zijn. Er bestaat geen stereotype beeld van 'de thuiszitter'. We hebben jongeren gesproken met uiteenlopende achtergronden, variërend van kansarme en kansrijke omgevingen. Wat opviel was dat elke jongere die wij gesproken hebben een label had, zoals ADHD, PTSS, autisme, depressie, hoogbegaafdheid of een angststoornis. Geen van allen heeft de intentie gehad om het onderwijs te verlaten en thuis te gaan zitten. Het begrip thuiszitten insinueert ook dat jongeren hier bewust voor kiezen, omdat dit makkelijker of prettiger zou zijn dan naar school gaan en je best doen. Dit voelt wrang voor de jongeren die we gesproken hebben omdat het juist hun wens is naar school te kunnen gaan. Alleen hoe? En naar welke school dan? Het effect van thuiszitten was echter voor al deze jongeren gelijk: ze voelden zich 'anders' en 'niet normaal' en ervoeren een sterk gevoel van falen. Alle jongeren gaven aan een strijd te ervaren met het onderwijssysteem, de jeugdzorg en de gemeente. Een aantal jongeren sprak zich uit over het sociaal isolement door verlies van contact met leeftijds-/ klasgenoten.
Dit alles resulteerde in aanzienlijke psychologische stress, waarbij sommigen zelfs aangaven momenten te hebben gehad waarop ze het leven niet meer zagen zitten. Bewonderingswaardig is dat alle jongeren, ondanks vele tegenslagen, nog steeds de wens hebben om zich te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Velen willen graag onderwijs volgen, maar stuiten op wet- en regelgeving of het gebrek aan een passende onderwijsplek. Enkele uitspraken van de jongeren die we gesproken hebben:
"Iedereen lijkt te denken dat thuiszitten mijn keuze was, maar ze begrijpen niet dat ik geen andere optie had." — Anoniem "Ik wil wel weer naar school, maar niet naar een plek waar ik me voortdurend onbegrepen en ongewenst voel." — Anoniem "Er waren zoveel hulpverleners betrokken bij mijn situatie, maar het voelde alsof niemand werkelijk begreep wat er nodig was om me te helpen." — Anoniem
9
“Had ik eindelijk een plek gevonden waar ik kansen zag om me te ontwikkelen en een diploma te halen, wordt toch vanuit de school gezegd dat ik weg moet omdat ik niet pas in het profiel. ” — Anoniem 5.2. Ouders Voor ouders en het gezin van een kind of jongere die uitvalt op school zijn de gevolgen diepgaand en emotioneel zwaarwegend. Het begint vaak met een gevoel van machteloosheid en bezorgdheid wanneer ze zien dat hun kind worstelt binnen het onderwijssysteem. Wanneer een passende oplossing binnen de school niet gevonden lijkt te worden, begint een zoektocht in een complex speelveld van professionals die proberen te helpen. Ondanks de vele betrokken professionals hebben ouders vaak het gevoel niet op de juiste manier te zijn ondersteund. Zij missen regelmatig een regisseur die naast hen staat. Wanneer er hulpverlening nodig was, kwam deze traag op gang en was het afhankelijk van welke professional ze toevallig troffen. Ouders geven aan hierbij het gevoel te hebben zelf veel te moesten investeren in het coördineren van alle betrokkenen en het bewaken van gemaakte afspraken. Regelmatig voelden ouders zich overweldigd en niet gehoord in hun situatie. In de gezinssituatie leidt de dagelijkse zorg voor een thuiszitter vaak tot voortdurende stress en spanning, soms met financiële druk door verlies van werk of extra kosten voor specialistische ondersteuning.
Ouders vertelden dat ze zich regelmatig verscheurd voelen tussen hun rol als ouder en ondersteuner, en als pleitbezorger voor hun kind. Sociale isolatie is ook een realiteit, omdat gezinsactiviteiten en contacten met andere ouders en kinderen vaak worden beperkt door de zorgbehoeften van hun kind dat thuiszit. De impact op ouders en het gezin is groot. Alle ouders die wij spraken, benadrukten dat ze strijden voor erkenning, ondersteuning en een pad naar een betere toekomst voor hun kind en voor alle andere kinderen en jongeren die hiermee te maken kunnen krijgen. Enkele uitspraken van de ouders die we gesproken hebben:
“Toen mijn kind thuis kwam te zitten, had ik graag een boekje gehad met wat ik aan wie kon vragen. Ik moest alles zelf uitzoeken” — Anoniem “Voor mij is de stip op de horizon ook dat mijn kind weer terug gaat naar school, dat is in al die jaren zo gebleven” — Anoniem “Voor mijn kind komt dit plan te laat, maar ik hoop echt dat het beter gaat in de toekomst zodat niemand dit hoeft mee te maken” — Anoniem “We moesten zo lang wachten op jeugdhulp. Kreeg hij na maanden eindelijk een intake, bleek dat de problematiek toch de complex was en de instantie niet de juiste ondersteuning kon bieden. Toen moesten we weer opnieuw beginnen en wéér maanden wachten. Maar al die tijd zat mijn kind thuis en zag ik hem steeds verder zakken”— Anoniem "Het is een constante strijd tussen hoop en wanhoop, terwijl we blijven streven naar de beste kansen en ondersteuning voor onze zoon." — Anoniem
10
"Soms voelt het alsof we verdrinken in bureaucratie en onbegrip, we hebben zoveel moeten vechten voor elk beetje hulp en begrip, maar soms lijkt het alsof we alleen staan in deze strijd." — Anoniem
6. De huidige aanpak en aandachtspunten
6.1 Methode In de afgelopen maanden hebben we ophaalsessies georganiseerd om de problematiek en de huidige aanpak rondom thuiszitters in kaart te brengen. Jongeren, ouders, vertegenwoordigers uit het onderwijs (PO, VO, MBO), samenwerkingsverbanden, jeugdartsen, wijkcoaches, en leerplichtambtenaren hebben waardevolle inzichten gedeeld. Zij hebben aangegeven wat er goed gaat in de aanpak en waar het nog beter kan. De opbrengsten zijn gebundeld en samengebracht tot een aantal rode draden die de aandachtspunten in beeld brengen. Deze rode draden zijn in vervolgsessies met de betrokken professionals op uitvoerend-/beleidsniveau en tactisch niveau doorgenomen en vertaald naar concrete verbeterpunten. Ten slotte is er in overleg met de betrokkenen een prioritering aangebracht in de verbeterpunten. Er is voor gekozen om in dit plan van aanpak de punten op te pakken die specifiek betrekking hebben op thuiszitters. Overige waardevolle input wordt binnen andere gremia gedeeld en opgepakt.
6.2 Aandachtspunten uit de ophaalsessies De volgende aandachtspunten zijn uit de ophaalsessies met professionals naar voren gekomen: Samenwerking en Communicatie • • • • • • •
Onvoldoende duidelijke verwachtingen tussen organisaties. Te late signalering en melding van verzuim. Gebrek aan snelle, integrale samenwerking en er is een te grote afhankelijkheid van individuen. Partijen werken nu vaak na elkaar in plaats van met elkaar. Verschillende manieren van werken van professionals bemoeilijken samenwerking. Gebrek aan GGZ-expertise tijdens casuïstiekbespreking. Onvoldoende afspraken over regie, doelen, evaluatie en bekostiging.
11
Beleid en Definitie • • • •
Onduidelijke definitie van thuiszitters leidt tot verwarring. Privacywetgeving (AVG) bemoeilijkt samenwerking en informatie-uitwisseling. Verschillen in verzuimbeleid tussen PO-scholen en gebrek aan eenduidig verzuimbeleid in het MBO. Onduidelijkheid over financiële verantwoordelijkheden tussen onderwijs en jeugdzorg en het ontbreken van afspraken over ‘het grijze gebied’ tussen de onderwijs- en jeugdwet.
Aanbod en Voorzieningen • •
Onduidelijkheid over beschikbaar aanbod onderwijszorgarrangementen, waarbij tevens niet helder is wat nu precies nodig is aan aanbod. Tekort aan professionals en lange wachtlijsten binnen het speciaal onderwijs en voor inzet van de jeugdhulp belemmeren tijdige ondersteuning.
Overgangen en Continuïteit • • • •
Onvoldoende begeleiding bij overgangen tussen verschillende onderwijssoorten. Beperkt aantal instroommomenten in MBO leidt tot vertragingen. Hiaten in bekostigingssystemen MBO belemmeren tussentijdse doorstroming naar andere opleidingen. Het proces om tot een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) en plaatsing in het speciaal onderwijs (S(B)O of VSO) te komen duurt lang, waardoor kinderen onnodig lang thuiszitten.
12
7. Actiepunten voor verbetering De hierboven genoemde aandachtspunten zijn geanalyseerd, gebundeld en geprioriteerd. Er zijn 7 actiepunten benoemd die volgens de betrokken partijen essentieel zijn om de aanpak rondom thuiszitters te verbeteren. Dat wil niet zeggen dat de andere punten onbelangrijk zijn. Een aantal aandachtspunten wordt in een andere (bredere) context dan ‘thuiszitters’ opgepakt. Andere punten volgen later of zijn mogelijk al opgelost door de te volgen aanpak. De actiepunten zijn: 1. Definieer een eenduidige definitie voor thuiszitters; 2. Breng de doelgroepen/trajecten van thuiszitters in beeld; 3. Richt ‘thuiszitterstafels’ in voor het PO, VO en MBO; 4. Regel de gegevensdeling tussen RBL en Samenwerkingsverbanden; 5. Betrek de GGZ voor consultatie bij (dreigend) thuiszitten; 6. Zorg ervoor dat het onderwerp ‘verzuim’ hoger op de agenda’s bij het onderwijs komt; 7. Verken de behoefte aan onderwijs – zorgarrangementen. We voegen er een 8e actiepunt aan toe: 8. Breng in beeld wat er aan aanbod is in de stad voor thuiszittende kinderen en jongeren. Onderzoek of er behoefte is aan nieuw/ander aanbod of aanpassing van het bestaande aanbod. De punten variëren in ‘grootte’ en in ‘reikwijdte’. Punt 1 bijvoorbeeld lijkt wellicht marginaal, maar het is essentieel om met alle partijen over dezelfde kinderen en jongeren te praten.
Zolang dat niet het geval is komen we niet tot een goede aanpak. Ook punt 4 lijkt betrekkelijk eenvoudig, maar in de praktijk blijkt dat concrete besluitvorming nodig is om tot uitwisseling te komen. Het inrichten van een ‘thuiszitterstafel’ is volgens alle partijen het punt met de grootste kans op succes. Hieronder volgt een korte toelichting. Ad 1: Definieer een eenduidige definitie voor thuiszitters: De betrokken partijen erkennen dat de huidige wettelijke definitie van thuiszitters te smal is. We spreken gezamenlijk een nieuwe definitie af waarmee wij binnen de gemeente Arnhem zullen werken. Dit moet er toe bijdragen dat wij samen goed in beeld hebben voor welke kinderen en jongeren we nu oplossingen moeten zoeken om weer mee te kunnen doen en voor hen het recht op leren en ontwikkelen te bewaken.
13
Ad 2: Breng de doelgroepen/trajecten van thuiszitters in beeld: Als kinderen of jongeren thuis komen te zitten, zijn we al te laat. Het is daarom nodig om de trajecten van kinderen en jongeren die uiteindelijk thuis komen te zitten in beeld te brengen. Welke knelpunten zijn zij in hun schoolloopbaan tegengekomen en waar ging het mis? En zien we hier voor verschillende doelgroepen een gemene deler of zijn alle verhalen op zichzelf uniek? Een doelgroep- en trajectanalyse gaat hierin helpen. Deze analyse geeft input in de grootste knelpunten die kunnen leiden tot thuiszitten en geeft daarmee input voor het verbeteren van de preventieve aanpak waarmee we thuiszitten zoveel mogelijk kunnen voorkomen.
Ad 3: Richt thuiszitterstafels in voor het PO, VO en MBO: Het voorkomen van thuiszitten of het verkorten van de duur van de thuiszitperiode vraagt om een gezamenlijke, integrale aanpak waarin alle betrokken partijen hun krachten bundelen. Er is behoefte aan een eenduidige werkwijze waarin vaste professionals, met uitgebreide expertise op het gebied van thuiszitten, afkomstig van de betrokken organisaties, in een zo vroeg mogelijk stadium samenwerken. Hiervoor richten we thuiszitterstafels op die aansluiten bij de reeds bestaande overleggen binnen het PO, VO en MBO. De betrokken partijen zijn ervan overtuigd dat een thuiszitterstafel bijdraagt aan het ontwikkelen van gezamenlijke expertise over thuiszitten. Hierdoor zullen knelpunten sneller worden gesignaleerd en worden signalen sneller en beter opgeschaald waar nodig. Doordat in een vroeg stadium afspraken worden gemaakt over de regie en helderheid ontstaat over taken en rollen worden ook ouders ontlast. Op diverse plekken in Nederland wordt al gewerkt met thuiszitterstafels. We gaan op zoek naar goede voorbeelden en maken gebruik van de kennis en ervaring elders. Ad 4: Regel de gegevensdeling tussen RBL en Samenwerkingsverbanden Zoals eerder genoemd is het nodig dat de gegevensdeling tussen het RBL Midden-Gelre en de samenwerkingsverbanden voor Passend Onderwijs omtrent thuiszitters formeel geregeld wordt.
Het RBL Midden-Gelre en de samenwerkingsverbanden zijn hier al mee bezig. Wanneer onderzocht is op welke manier dit goed geregeld kan worden, dan wordt een voorstel voorgelegd aan het college aangezien het om een collegebesluit gaat. Ad 5: Betrek de GGZ voor consultatie bij (dreigend) thuiszitten Er is behoefte aan kennis en inbreng vanuit de GGZ wanneer er bij kinderen of jongeren sprake is van psychische of psychiatrische problematiek dat invloed heeft op de schoolgang. Op dit moment kan consultatie soms erg lang duren, bijvoorbeeld door wachttijden bij verschillende partijen. Bij de realisatie van de thuiszitterstafel is het zeer gewenst dat consultatie vanuit de GGZ mogelijk is, zodat er ook vanuit deze expertise snel meegedacht en geschakeld kan worden. Ad 6: Zorg ervoor dat verzuim hoger op de agenda’s bij het onderwijs komt
14
Verzuim hoger op de agenda’s van scholen krijgen, begint bij de scholen zelf. Daarnaast hebben de meeste betrokken partijen ook een duidelijke rol in het hoger op de agenda krijgen van verzuim bij het onderwijs. Zo bespreken het RBL en de VGGM verzuim met de scholen tijdens hun jaarlijkse gesprekken en werken de samenwerkingsverbanden aan en faciliteren in een gezamenlijk verzuimbeleid4. Bestuurlijk zullen wij vanuit de gemeente het belang van een goede verzuimaanpak aankaarten in de Maatschappelijke Educatieve Agenda Arnhem (MEAA). Ad 7: Verken de behoefte aan onderwijszorgarrangementen In Arnhem wordt nog nauwelijks gewerkt met onderwijszorgarrangementen. We kennen GRIP5 voor jongeren die uitgevallen zijn binnen het reguliere VO. Met een programma waarbij zowel onderwijs als jeugdhulp geboden wordt kunnen jongeren weer wennen aan een ritme en zo mogelijk terugkeren naar het onderwijs (regulier of speciaal onderwijs). GRIP is een aanbod voor een specifieke groep jongeren. Mogelijk is er behoefte aan aanbod voor andere specifieke groepen. Vanuit het onderwijs zal deze mogelijke behoefte in kaart moeten worden gebracht. Als de thuiszittertafel operationeel is zal er meer zicht komen op de mogelijke behoefte aan onderwijszorgarrangementen. Dit zal bijdragen aan een constructieve dialoog met onderwijsbesturen.
Ad 8: Inventariseer het huidige aanbod Inventariseer van welk aanbod huidige thuiszitters nu gebruik (kunnen) maken. Dit leidt tot een overzicht van mogelijke interventies en geeft ons, naast de input vanuit eerder genoemde actiepunten, meer zicht op welk aanbod er mogelijk mist of welke aanpassingen in aanbod er nodig zouden kunnen zijn om thuiszitters sneller te voorzien van een (tijdelijke) passende plek.
4 Voor het verzuimbeleid van Samenwerkingsverband de Verbinding (voortgezet onderwijs) klikt u hier. 5 Voor meer informatie over Grip, klikt u hier.
15
9. Uitvoering, tijdpad en financiering 8.1 Uitvoering
Het werven van een projectleider is van cruciaal belang voor het slagen van de aanpak rondom thuiszitters. De projectleider krijgt de taak om de doelen uit het plan van aanpak verder uit te werken, met bijzondere aandacht voor het bevorderen van optimale samenwerking tussen de betrokken partijen. Een van de eerste prioriteiten is het opzetten en coördineren van de thuiszitterstafels. Daarnaast wordt er een opdracht verstrekt om te onderzoeken hoe we op korte termijn meer kunnen betekenen voor (dreigend) thuiszitters en hun ouders. Dit omvat een verkenning van de doelgroep en een inventarisatie van bestaande initiatieven in Arnhem die hiervoor geschikt zijn of geschikt gemaakt kunnen worden.
Alle betrokken partijen leveren vanuit hun taak en verantwoordelijkheid hun expertise, tijd en medewerking. De profielen van de projectleider en de professionals die zitting nemen in de thuiszitterstafels worden in overleg met de betrokken partijen uitgewerkt.
8.2 Tijdpad De projectleider wordt voor een periode van één jaar aangesteld. Gedurende dit jaar zal de projectleider een advies opstellen over de voortzetting van het plan van aanpak voor het tweede jaar, inclusief een voorstel voor structurele financiering. Het streven is om de projectleider per 1 oktober 2024 te laten beginnen.
8.3 financiering De projectleider werkt in opdracht van de gemeente. De kosten van het eerste jaar (€ 75.000,--) kunnen worden gedekt met middelen uit het Programma Perspectief voor de Jeugd. De projectleider doet een voorstel voor structurele financiering.
16
10. Conclusie De problematiek rondom kinderen en jongeren die een periode thuiszitten vraagt om een gezamenlijke en integrale aanpak waarin alle betrokken partijen hun krachten bundelen. De uitdagingen op het gebied van samenwerking en communicatie, beleid en definitie, aanbod en voorzieningen, en overgangen en continuïteit kunnen niet door afzonderlijke organisaties worden opgelost. Het is essentieel dat de gemeente samen met scholen, jeugdartsen, samenwerkingsverbanden, wijkcoaches, leerplichtambtenaren, ouders en jongeren gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt en effectief samenwerkt zodat de kinderen en jongeren optimaal gebruik kunnen maken van hun leerrecht. Met het uitvoering geven aan dit plan van aanpak bieden we (dreigend) thuiszittende jongeren de kans zich optimaal te ontwikkelen.
17