CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Perspectiefnota 2024-2027

Politieke Avond 17 mei 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: 20.30 uur - 21.45 uur: Perspectiefnota 2024-2027 - Verbonden Arnhem (zonder cultuur) - Portefeuillehouders: Van der Wel, Kundiç, Bouwkamp, Marcouch18.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Perspectiefnota 2024 – 2027

3

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

Inhoud 1.

INLEIDING

5

2. PERSPECTIEF OP HET FINANCIEEL MEERJARENBEELD

9

3. PERSPECTIEF OP AMBITIES EN KNELPUNTEN

17

3.1 3.2 3.3 3.4

17 22 23 28

Een DUURZAAM Arnhem Een GROEN Arnhem Een KANSRIJK Arnhem Een VERBONDEN Arnhem

Locatie foto voorzijde: Presikhaaf University – Presikhaaf

5

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

1. Inleiding Het voorjaar brengt Arnhem weer tot leven en nodigt uit om erop uit te trekken. Te genieten van de flora en fauna in de parken die onze stad rijk is, een terrasje te pakken in onze creatieve binnenstad of een mooie fietstocht te maken langs de Rijn. Ook in een ander opzicht is de lente begonnen. Corona is niet langer de gevreesde ziekte die ervoor zorgde dat de stad op slot ging. Tegelijkertijd leven we in een tijd waarin de onvrede in onze samenleving voelbaar is, de tweedeling in Arnhem steeds opvallender wordt en de bestaanszekerheid voor een groeiend deel van onze inwoners niet vanzelfsprekend is. In Oekraïne woedt nog steeds een gruwelijke oorlog waardoor grote groepen mensen zijn weggevlucht van huis en haard op zoek naar een veilig heenkomen. Ook in Arnhem doen we er alles aan om hen ruimhartig op te vangen. De klimaatcrisis geeft grote zorgen en de stikstofontwikkelingen brengen onzekerheden met zich mee. Betaalbare koop- en huurwoningen zijn helaas vaak onvindbaar en de biodiversiteitscrisis maakt dat we vol moeten inzetten op het vergroten en verbinden van onze natuurgebieden en parken. Op al deze onderwerpen dragen we als stad een grote verantwoordelijkheid.

Financiële duidelijkheid bij meicirculaire Een nieuwe lente betekent ook een nieuwe Perspectiefnota. Het gesternte waarin we deze moeten maken, is nog ongewis. Dit komt met name door het onzekere financiële meerjarenperspectief vanuit de Rijksoverheid. Hoewel we in Arnhem de financiën op orde hebben en de eerste jaren de middelen nog toereikend zijn, worden hierdoor – net als in elke andere Nederlandse gemeente – onze inhoudelijke ambities mogelijk beperkt. Uit deze Perspectiefnota blijkt dat de structurele financiële ruimte die er is, (vrijwel) volledig wordt opgeslokt door de (doorwerking van) indexaties die veel hoger zijn dan eerdere jaren. De Rijksoverheid compenseert gemeenten hier onvoldoende voor. Bovendien worden we in 2027 opnieuw geconfronteerd met het ‘ravijn’ in het gemeentefonds, dat in 2026 ook al was aangekondigd maar op het laatste moment incidenteel is verzacht. We hopen van harte dat het Rijk bij de meicirculaire financiële duidelijkheid biedt en ruimte schept die het mogelijk maakt om financiële knelpunten op te lossen en onze ambities waar te maken. Met deze Perspectiefnota informeren we u als gemeenteraad niet alleen over de stand van de gemeentefinanciën. We nemen u vooral ook mee in de hoofdlijnen van het beleid. Graag gaan we met u in gesprek over de ontwikkelingen die op ons afkomen en horen we uw visie daarop.

Die betrekken we dan vanzelfsprekend bij het opstellen van de begroting 2024.

Staat van de Stad en digipanel De ‘Staat van de Stad’ is belangrijk geweest bij het opstellen van de Perspectiefnota. De cijfers die hierin worden gepresenteerd, laten belangrijke ontwikkelingen zien: bijvoorbeeld de groei van de stad, de armoede die nog in veel wijken aanwezig is en de verschillen in ervaren gezondheid tussen inwoners. Ruim 1.000 Digipanelleden hebben daarnaast aangegeven wat zij belangrijke thema’s vinden. Onderwijs, leefbaarheid, milieu en klimaat staan bovenaan. Ook hebben we ze gevraagd naar hun adviezen over de thema’s die zij belangrijk vinden. Een aantal daarvan vindt u terug in deze Perspectiefnota. Soms ondersteunen ze onze visie, soms laten ze juist een ander geluid horen. Ondanks de onzekerheden die nu uit het financieel meerjarenperspectief blijken, blijven we volop werken aan onze doelen zoals verwoord in de begroting 2023. In deze perspectiefnota beschrijven we op hoofdlijnen onze inspanningen, knelpunten en uitdagingen voor een Duurzaam, Groen, Kansrijk en Verbonden Arnhem. Onze plannen voor en met de stad zijn onverkort ambitieus.

Een DUURZAAM Arnhem Arnhem staat voor een grote woningbouwopgave. In 2040 willen we dat er 16.000 woningen meer zijn dan in 2020. Ondanks forse tegenwind proberen we te versnellen. Om dit mogelijk te maken, pakken we als gemeente een actievere rol. Duurzame verstedelijking in een groene leefomgeving is ons uitgangspunt. Bij het realiseren van deze opgave is Spoorzone Arnhem Oost van vitaal belang. De wooncrisis vraagt om een radicale omslag waarbij voor wonen niet langer het recht van de sterkste geldt. Om dit aan te pakken sturen we in Arnhem op goede volkshuisvesting. Goede, onorthodoxe oplossingen en goed woonbeleid zijn noodzakelijk om meer woningen toe te voegen voor alle doelgroepen en wonen weer betaalbaar te krijgen. Om dit voor elkaar te krijgen stellen we dit jaar samen met de raad en de stad een nieuwe woonvisie op.

De groei van Arnhem en de regio heeft met de onder druk staande bereikbaarheid ook een keerzijde. Om onze stad bereikbaar, gezond en leefbaar te houden zullen we een mobiliteitstransitie moeten doormaken waarbij voetganger, fiets en het openbaar vervoer prioriteit hebben boven de auto. Samen met onze partners in de stad werken we dit jaar deze transitie uit in een nieuw mobiliteitsplan.

Een GROEN Arnhem Samen met wijkbewoners gaan we – onder meer via de wijkgroenagenda’s – aan de slag met het radicaal vergroenen van de stad. We zetten alles op alles om de onder druk staande biodiversiteit te behouden, versterken en verbeteren. Om dit goed te kunnen doen is het belangrijk te weten wat de huidige stand van zaken is. Door middel van een monitoringsprogramma willen we inzicht krijgen in de huidige waarde van de biodiversiteit en de huidige waarde van leefgebieden van diersoorten (bijv. wilde bijen, amfibieën, grote fauna). Zo kunnen we in kaart brengen hoe we de biodiversiteit in het algemeen en de leefgebieden van soorten in het bijzonder kunnen verbeteren en verbinden. In 2023 wordt een nieuwe visie stadslandbouw en regionaal/duurzaam voedsel opgesteld en een daaraan gekoppelde uitvoeringsagenda. In deze agenda geven we niet alleen vorm aan onze ambities op het gebied van natuurinclusieve (stads)landbouw en de eetbare stad, maar geven we ook in bredere zin uitvoering aan onze ambities op het gebied van biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit. We hebben daarvoor de afgelopen jaren ook al veel bomen geplant en zullen de komende jaren zoveel mogelijk en zo divers mogelijk groen toevoegen door bijvoorbeeld minimaal 10.000 bomen te planten. We blijven een klimaatadaptieve koplopersstad.

Ook werken we aan een integrale beleidsvisie gezonde en veilige leefomgeving. We vinden het namelijk van belang dat de ontwikkeling van onze stad hand in hand gaat met het gezonder en veiliger maken van de leefomgeving van mens, dier en milieu. Dit vraagt om een stevige positionering van gezondheid bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Een KANSRIJK Arnhem Als overheid hebben en voelen we de plicht om actief te zorgen voor bestaanszekerheid van onze inwoners. Als mensen ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld om rond te komen, moet die ondersteuning uitgaan van waardigheid en vertrouwen. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is goed toegankelijke voorzieningen en regelingen die eenvoudig zijn en eenvoudig zijn aan te vragen. Daarom gaan we onze inkomensregelingen verbeteren en makkelijker toegankelijk maken.

Preventie 12% van de Arnhemse huishoudens heeft problematische schulden. Dit zorgt voor grote stress en andere problemen in veel Arnhemse huishoudens. Wij vinden dat mensen met schulden perspectief op een beter leven verdienen. De komende jaren willen we weer vooroplopen in onze schuldenaanpak: door schulden nog beter te voorkomen met vroegsignalering en financiële educatie, met radicale schuldhulpoplossingen zoals Immerloo Schuldenvrij, en met een Arnhemse schuldhulpverlening in eigen beheer die uitgaat van kortere schuldhulptrajecten met duurzame resultaten. Een kansrijk Arnhem met veerkrachtige wijken en perspectief voor de jeugd draagt bij aan het welzijn en geluk van onze inwoners. Hiervoor is preventie net zo belangrijk als goede zorg en jeugdzorg en onmisbaar voor effectief beleid. Goed welzijnswerk is daarbij de basis, denk aan jongerenwerk 3.0 of opbouwwerk in wijken en buurthuizen. We zetten wijknetwerken preventief in zodat onze inwoners kunnen helpen met onder meer lichte opvoedvragen. In de jeugdzorg zetten we fors in op het terugbrengen van wachtlijsten en zo dicht mogelijk bij huis hulp bieden. We bekijken

ONDERWERP

Ook voor onze bedrijven hebben we een verduurzamingsambitie. Met bedrijventerreinen en sectoren sluiten we green deals waarin we afspraken maken over energietransitie, vergroenen en het klimaatadaptiever worden van bedrijven/ bedrijventerreinen. Ook helpen we bedrijven inzicht te krijgen in hun energieverbruik en hun besparingsmogelijkheden via de ketenaanpak “Arnhem zet de knop om”.

Perspectiefnota 2024–2027

Klimaatverandering tegengaan betekent dat we op alle fronten moeten inzetten, onder andere door te isoleren, met grootschalige opwek, door circulair bouwen en door gedragsverandering. Dit zijn geen keuzes, maar maatregelen die we allemaal moet oppakken.

PAGINA

We werken aan een sterke en duurzame economie die bijdraagt aan het waarborgen van de bestaanszekerheid van onze bewoners en die bedrijven en (jong) talent kansen biedt voor de toekomst. Daarbij streven we naar een circulaire economie, een economisch systeem en samenleving waarin we veel minder grondstoffen, materialen en producten gebruiken. Een economie die klaar is voor de grote transities.

6

We willen voorkomen dat mensen dakloos worden zodat ze volwaardig mee kunnen doen aan onze samenleving. Hier blijven we samen met onze ketenpartners en de regiogemeenten ook in 2024 vol op in zetten. In lijn met het Nationaal Actieplan Dakloosheid proberen we dakloosheid zoveel mogelijk te voorkomen en streven we ernaar om voldoende en kwalitatief goede opvangplekken te creëren. Opvang duurt idealiter zo kort als mogelijk en zo lang als nodig met als resultaat een passende vervolgplek.

7

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

per individueel geval of de hulpvraag met name bij het kind zit of in feite voortkomt uit problemen die zijn of haar ouders betreffen. In die gevallen willen we kijken of we het hele gezin kunnen helpen en ondersteunen.

Integraal Huisvestingsplan en Integraal Accommodatiebeleid Goed onderwijs, fijn wonen, leefbaarheid, veiligheid en welzijn kunnen niet zonder elkaar en versterken elkaar door die aspecten goed met elkaar te verbinden. De school en de sportparken zijn belangrijke plekken in de buurt. Zo zijn scholen veel meer dan de plek waar kinderen onderwijs volgen. De school is ook een plek waar de basis van een gelijkwaardige en kansengelijke stad wordt gelegd. Goede, prettige en toegankelijke schoolgebouwen zijn daarom cruciaal. Momenteel werken we samen met schoolbesturen aan een onderwijsagenda waarin beschreven staat hoe we die kansengelijkheid vormgeven en die agenda gaan we vertalen in een Integraal Huisvestingsplan. Ook werken we aan een Integraal Accommodatiebeleid, zodat we accommodaties voor sport, welzijn cultuur en onderwijsactiviteiten zo passend mogelijk kunnen inzetten bij de vraag uit de stad. We streven ernaar alle Arnhemmers met plezier in beweging te krijgen voor een zo goed en gezond mogelijk leven. We richten de sportparken in als middelpunt van de wijk en zetten alles op alles om te voorkomen dat jongeren aan het eind van hun middelbare schoolperiode hun sportlidmaatschap aan de wilgen hangen vanwege hun veranderende levensfase.

Conform het motto ‘jong geleerd, is oud gedaan’ streven we ernaar dat alle Arnhemse basisschoolleerlingen kunnen profiteren van het Beweegconcept 2+1+2= 5 uur. Hierbij leren kinderen tussen 4 en 12 jaar meer en beter bewegen op school en na schooltijd in hun wijk. Hoewel het de goede kant op gaat zijn we er nog lang niet. Toch willen we ook vast verder kijken door niet alleen vast te houden aan de reeds bestaande norm van vijf uur, maar te kijken of we kinderen meer kunnen laten bewegen.

Arnhem-Oost De tweedeling in onze stad is onacceptabel. Daarom zijn we gestart met het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Dit vereist duidelijke keuzes, anders werken en extra investeringen om jarenlange achterstanden nu weg te werken. Daarvoor is lange adem, en partnerschap nodig van iedereen; in de wijken, in de stad en ook met andere overheden.

Veiligheid en leefbaarheid Veel Arnhemmers ervaren dagelijks overlast en criminaliteit in de directe woonomgeving en in de buurt. De aanpak van de georganiseerde (drugs)criminaliteit door het sluiten van panden, het oprollen van kwekerijen, het beëindigen van overlast door dealers en het opwerpen van (bibob) barrières is daarom noodzaak, evenals het voorkomen van een volgende generatie dealers en verslaafden door de aanpak van Preventie met Gezag in de kwetsbare wijken. Daarnaast moeten wij voortdurend op straat een forse inspanning leveren om de wijken schoon, heel en veilig te maken en te houden en een eind te maken aan verloedering en hufterigheid.

Een VERBONDEN Arnhem In 2024 blijven we ons volop inzetten om onze stad inclusiever te maken. Dat doen we door racisme en discriminatie onverminderd te bestrijden, door pal voor onze LHBTIQ+ gemeenschap te staan en door onze samenleving toegankelijker te maken voor inwoners met een beperking. Hierin hebben we als gemeente een voorbeeldfunctie. We werken hard om onze gemeentelijke organisatie divers en inclusief te maken. En we onderzoeken, in dit Herdenkingsjaar Slavernijverleden, of en zo ja welke rol Arnhem en het Arnhemse stadsbestuur hebben gespeeld in deze periode. De Arnhemse culturele organisaties hebben het de afgelopen tijden zwaar gehad. Voor de meesten geldt dat zij de effecten van corona nog niet te boven zijn. Daarbovenop worden ze vaak geconfronteerd met grote kosten- en loonstijgingen. Het zijn organisaties die evenals kunstenaars en creatieve makers, zorgen voor levendigheid en kleur geven aan onze stad. Dat betekent dat zij – in de beperkte ruimte – ook plek nodig hebben. Op dit moment lukt dat niet voldoende en dat betekent dat de gemeente hier meer op zal gaan sturen en ook zelf keuzes zal maken om dit mogelijk te maken. Kunst en cultuur is van en voor iedereen: we kijken daarom hoe we cultuureducatie en participatie goed verspreid over de stad krijgen en hoe dit betaalbaar blijft.

Juist in deze tijden willen we voorkomen dat mensen door een gebrek aan geld gedwongen worden te stoppen met dat wat hen kan inspireren en verbinden. We willen een rechtvaardige, open en gastvrije stad zijn, die vluchtelingen uit alle delen van de wereld ruimhartig opvangt. Hoewel het COA verantwoordelijk is voor de uitvoering van het opvangbeleid, willen we als gemeente actief ondersteunen bij het realiseren van meer duurzame opvang. Zo is het onze ambitie om permanent 2000 opvangplekken beschikbaar te hebben voor mensen die huis en haard ontvlucht zijn op zoek naar een veilig heenkomen.

Goede dienstverlening Onze inwoners en ondernemers moeten kunnen rekenen op een goede dienstverlening van hun gemeente. Of het nu gaat om het verstrekken van een paspoort, het doorgeven van een verhuizing of een verzoek om een vergunning, als gemeentelijke overheid staan wij in dienst van onze inwoners en ondernemers. Om onze dienstverlening te ver­­ beteren is een visie met duidelijke uitgangspunten hiervoor onontbeerlijk. Die visie, waarin aspecten als communicatie, participatie en digitalisering een voorname rol spelen, gaan we in 2024 opstellen.

8

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

Ook een sterke en weerbare democratie vinden we van groot belang. Al jaren zien we dat de opkomst bij verkiezingen in Arnhem achterblijft bij het landelijk gemiddelde. Zowel op de praktische organisatie van als de opkomstbevordering bij de verschillende verkiezingen zetten we de komende jaren dan ook nog sterker in.

We presenteren in dit hoofdstuk een concrete doorkijk op de autonome en overige financiële ontwikkelingen. Wanneer we de autonome en overige financiële ontwikkelingen in de begroting verwerken, ontstaat voor het ­begrotingsjaar 2024 net als in de huidige Begroting een fors positief structureel sluitende begroting. Hierop wordt de gemeente door de provincie beoordeeld. Ook de ontwikkeling van de weerstandsfactor laat een flink positieve ontwikkeling zien: in alle jaren van 2023 tot en met 2027 ligt deze (fors) boven de norm van 1,4. Dit komt door de aanwezige incidentele ruimte. Benodigd versus beschikbare weerstandscapaciteit

2023

2024

2025

2026

2027

Weerstandsfactor in Begroting 2023-2026

1,4

1,7

2,3

2,0

2,0

Weerstandsfactor na autonome en overige fin. ontwikkelingen

1,6

1,7

2,2

2,1

1,8

Het verwerken van deze autonome en overige financiële ontwikkelingen leidt er binnen de momenteel bekende kaders echter ook toe dat de totale onttrekking aan de algemene reserve in 2027 ruim € 10 miljoen bedraagt, die grotendeels structureel zou zijn. Mogelijk wordt dit tekort verlaagd naar circa € 4 miljoen, indien de invoering van het nieuwe verdeelmodel Beschermd Wonen een jaar uitgesteld wordt (zie verderop onder gemeentefonds). We beschouwen dit structurele tekort vanaf 2027 als een onwenselijke situatie die, zoals gezegd, het gevolg is van de huidige financiële kaders waarbinnen gemeenten moeten opereren. Zoals hiervoor geschetst, verwachten we in aanloop naar de Begroting 2024 meer duidelijkheid vanuit het Rijk te ontvangen. Daarbij gaan we uit van een verruiming van de middelen die gemeenten nodig hebben om tenminste de autonome en overige financiële ontwikkelingen ook structureel het hoofd te bieden, maar die daarnaast ook nood­ zakelijk zijn om de knelpunten en ambities in (lopend) beleid en uitvoering te kunnen realiseren. Hieronder vallen ook de in de Begroting 2023 noodgedwongen incidenteel gedekte ambities, die we eigenlijk een meer structurele dekking

ONDERWERP

Wanneer we de septembercirculaire en decembercirculaire 2022 volgen, is in 2024 nog steeds sprake van een sluitend beeld en zijn er meer dan voldoende incidentele middelen, maar komen we geld te kort vanaf 2027 om de autonome en overige, in meer of mindere mate onvermijdelijke, financiële ontwikkelingen vanaf 2027 structureel te kunnen dekken. In de toelichting op het gemeentefonds verderop wordt dit nader toegelicht. Aan de andere kant heeft het kabinet door laten schemeren wel ergens mee te komen. Naast deze mogelijke aanvullende compensatie in de komende mei­­ circulaire, zijn er meer scenario’s die in aanloop naar de Begroting 2024 de structurele ruimte zouden kunnen vergroten. Ook dit is verderop bij het gemeentefonds nader toegelicht.

Perspectiefnota 2024–2027

Net als in de afgelopen jaren is het ook in dit voorjaar onzeker hoe de financiële vooruitzichten voor de komende jaren zullen zijn. Twee jaar geleden was er onzekerheid omdat er nog geen nieuw kabinet was. Vorig jaar ontstond onzekerheid vanwege de onduidelijkheid in het regeerakkoord van het kabinet over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. De door gemeenten dringend gewenste duidelijkheid over het structurele financiële perspectief is helaas tot op heden nog altijd niet geboden. In de septembercirculaire 2022 is wel een incidentele tegemoetkoming in het gemeentefonds voor het jaar 2026 toegekend. Daardoor is het ‘ravijn’ in 2026 enigszins gedempt en in volle omvang verschoven naar 2027. Het Rijk belooft duidelijkheid aan gemeenten in de meicirculaire van dit jaar, waarbij het afwachten is hoe duidelijk deze circulaire gaat zijn. Komt er bijvoorbeeld een (aanvullende) compensatie? En is deze compensatie dan incidenteel of structureel? Of komt er ook een nieuwe systematiek voor de berekening van het gemeentefonds? En hoe ziet die systematiek er dan uit? De meicirculaire 2023 komt voor alle gemeenten te laat in het proces van het opstellen van kadernota’s, waardoor ook het financiële meerjarenperspectief in deze Arnhemse Perspectiefnota 2024 onzekerheid kent.

Gemeenten gaan hier ieder naar eigen inzicht mee om en de Provincie worstelt hier vanuit haar toezichthoudende rol (ook) mee.

PAGINA

Het financieel meerjarenbeeld in deze Perspectiefnota bouwt verder op het financiële beeld dat in de Begroting 2023 is vastgesteld. Deze Begroting gaf voor de komende jaren de mogelijkheid om de belangrijke investeringen in de stad te kunnen doen, deels op basis van de forse incidentele ruimte die beschikbaar is voor de jaren 2023 tot en met 2025. Inmiddels is het jaar 2022 afgesloten en de jaarrekening 2022 laat een voordeel voor de algemene reserve zien dat hoger ligt dan vorig jaar bij de Begroting 2023 is ingeschat. Dit heeft als gevolg dat de incidentele ruimte verder is verruimd. In de Begroting 2023 is echter ook al aangegeven dat het meerjarenperspectief vanaf 2026 vanwege de onzekerheid over de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten onder druk staat.

9

2. Perspectief op het financieel meerjarenbeeld

2024

2025

2026

2027

I/S

Gemeentefonds

23.118

24.662

36.162

18.838

S

OZB indexatie (inkomsten)

1.489

1.489

1.489

1.489

S

Areaalontwikkeling OZB

233

233

233

233

S

OZB indexatie (lasten voor panden in eigen gebruik)

-214

-333

-456

-566

S

Actualisatie MIP

1.583

2.042

1.439

365

S

Indexering MIP

-2.038

-2.625

-2.226

-1.402

S

Planningsrealisme MIP

12

387

1.265

Nominaal: Cao

-7.032

-6.956

-6.923

-6.788

S

Nominaal: Zorgcontracten

-6.600

-6.600

-6.600

-6.600

S

Nominaal: Subsidies

-4.000

-4.000

-4.000

-4.000

S

Nominaal: Gemeenschappelijke regelingen

-3.200

-3.200

-3.200

-3.200

S

Nominaal: Overige

-5.200

-5.200

-5.200

-5.200

S

Areaalontwikkeling

-2.051

-2.051

-2.051

-2.051

S

Zorg: Aanvullende indexering zorgtarieven

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

S

Zorg: kostprijsdekkende tarieven huishoudelijke ondersteuning

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

S

Zorg: verhoging vergoeding/tarief pleegzorg

-300

-300

-300

-300

S

Zorg (wmo): PGB in verhouding tot uitstroom WLZ

1.200

600

600

600

S

Indexatie contracten parkeergarages

-282

-282

-282

-282

S

Extra loon- en prijsstijgingen 2023 ev bij VGGM

I

-1.203

-1.203

-1.203

-1.203

S

VGGM: Basis op orde JGZ / AGZ

-600

pm

pm

pm

I

VGGM: Programma Beter Bedrijfsvoeren

-493

pm

pm

pm

I

Actualisatie BUIG

1.718

1.670

1.677

1.633

S

Verschil huurindexatie en lasten gemeentelijk vastgoed

527

527

527

527

S

Onderwijshuisvesting verbouwing Spiekmanlaan

-76

-75

-74

-73

S

Dekking Spiekmanlaan uit onderwijsmiddelen Begroting 2023

76

75

74

73

S

-57

-57

S S

Uitbreiding school Confetti Aanvullend investeringskrediet MFC De Salamander

-99

-98

-97

-96

Vervanging ondergrondse containers (OC's)

-194

-340

-484

-626

S

Dekking kosten OC's uit afvalstoffenheffing

194

340

484

626

S S

Hogere beheerkosten transferhal Arnhem Centraal Totaal autonome en overige financiële ontwikkelingen

-280

-280

-280

-280

-5.712

-3.518

8.517

-10.340

ONDERWERP

Autonome en overige financiële ontwikkelingen

Perspectiefnota 2024–2027

Autonome en overige financiële ontwikkelingen Het financiële meerjarenbeeld in deze Perspectiefnota wordt grotendeels bepaald door jaarlijkse autonome ontwik­ kelingen met nauwelijks keuzevrijheid en door overige financiële ontwikkelingen, waarin op onderdelen nog keuzes te maken zijn. Onderstaande tabel geeft inzicht in de meerjarige ontwikkeling van de autonome en overige financiële ontwikkelingen gevolgd door een toelichting waaruit blijkt in hoeverre er een keuzevrijheid is:

PAGINA

In dit hoofdstuk worden de autonome en overige financiële ontwikkelingen voor de komende jaren concreet geduid en toegelicht. Zoals aangegeven zijn hierop op onderdelen eventueel keuzes te maken om in de Begroting 2024 het beslag op de structurele ruimte te beperken. In het volgende hoofdstuk lichten we in meer beschrijvende zin toe welke ambities en knelpunten in (lopend) beleid en uitvoering daarnaast voorzien worden. Zodra er zicht is op verruiming van de structurele middelen door aanvullende compensatie vanuit het Rijk, eventueel aangevuld met andere keuzes binnen de overige financiële ontwikkelingen, kan de ontstane ruimte in aanloop naar de Begroting 2024 ingezet worden om deze ambities en knelpunten mogelijk van dekking te voorzien. Naar verwachting is op dat moment ook duidelijk in hoeverre het Rijk gemeenten tegemoet komt in het meerjarenperspectief en hoe de Provincie vanuit haar toezichthoudende rol hierin staat. In een aantal gevallen is er voor deze ambities en knelpunten wel dekking aanwezig vanuit bestemmingsreserves of bestaande budgetten, dit is dan expliciet aangegeven.

10

zouden willen geven. Gelet op de in de meicirculaire beloofde duidelijkheid uit Den Haag, vinden we het niet opportuun om nu al concrete ombuigingen in gang te zetten. Indien de structurele ruimte in aanloop naar de Begroting 2024 onverhoopt niet of niet in voldoende mate wordt geboden, dan vindt binnen de VNG overleg plaats over hoe hiermee om te gaan, omdat alle gemeenten dan met hetzelfde probleem kampen. Indien nodig bekijken we bij het opstellen van de Begroting 2024 welke mogelijkheden er zijn om ook vanaf 2027 een sluitende begroting te kunnen realiseren. Hoewel we dit ongewenst vinden, voorzien we binnen de in deze Perspectiefnota gepresenteerde financiële ontwikkelingen wel aanknopingspunten om in aanloop naar de Begroting 2024 andere keuzes te maken, bijvoorbeeld door de indexaties niet (volledig) toe te kennen.

11

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

Gemeentefonds

,2

Gemeentefondsuitkering

,9

57

60,00

5,82

,8

4,28

41

50,00

49

× € 1.000.000

De raming van het gemeentefonds is gebaseerd op de september- en decembercirculaire 2022. Hierbij is rekening gehouden met een verwachte accresstijging voor loon- en prijsontwikkelingen (op basis van het CEP van 9 maart) en met het verwachte Arnhemse aandeel in de door het Rijk aangekondigde extra compensatie voor nominale effecten voor de doorwerking van de hogere loon- en prijsindexatie over 2022 (nabetaling). In het verloop van de reeks van het gemeentefonds is te zien dat het accres in 2026 incidenteel hoger uitkomt, vanwege de eenmalige rijksbijdrage die in de septembercirculaire 2022 is toegekend. Voor Arnhem is dit € 10,2 miljoen. Vervolgens daalt de bijdrage uit het gemeentefonds vanaf 2027 fors als gevolg van het ravijn waar alle gemeenten op basis van de huidige landelijke kaders in belanden, maar specifiek in Arnhem ook door het effect van het verdeelmodel Beschermd Wonen. In onderstaande figuur wordt het verloop van de mutatie van het gemeentefonds inzichtelijk gemaakt:

40,00

26,91 21,10

Incidenteel PPN 17,32

Incidenteel B2023

24

,5

30,00

Structureel PPN Structureel B2023

20,00 18,84

18,84

18,84

18,84

5,73

5,73

5,73

5,73

2024

2025

2026

2027

10,00 0,00

Dit plaatje laat het verschil zien tussen het structurele deel van het gemeentefonds (€ 5,7 miljoen uit de Begroting 2023 en € 18,8 miljoen vanuit deze Perspectiefnota) en het incidentele deel van het gemeentefonds (€ 21,1 miljoen en € 26,9 miljoen uit de Begroting 2023 en respectievelijk € 4,3 miljoen, € 5,8 miljoen en € 17,3 miljoen in deze Perspectiefnota). Hieruit blijkt ook dat de incidentele stijging van € 10,2 miljoen (als onderdeel van de € 17,3 miljoen) in 2026 ons ravijn in 2026 eigenlijk maar gedeeltelijk opvult. Naast dit negatieve scenario waarin het ‘ravijn’ praktijk wordt, voorzien we een aantal alternatieve scenario’s in het verloop van het gemeentefonds. Op de eerste plaats bestaat de mogelijkheid dat het Rijk de incidentele bijdrage van ruim € 10 miljoen in 2026 structureel toekent. In dit scenario ontstaat direct ook op langere termijn een ­sluitend beeld. Daarnaast is het mogelijk dat het Rijk gemeenten nog verder compenseert en het gehele ravijn vanaf 2026/2027 terugdraait. Een andere optie is de vraag of en wanneer het Rijk en de VNG overeenstemming bereiken over het schrappen van de opschalingskorting, incidenteel dan wel structureel. De oploop van de opschalings­korting is reeds geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode tot en met 2025.

Vanaf het jaar 2026 is in de Arnhemse begroting met een totale korting van bijna € 10 miljoen rekening gehouden (de oploop in 2026 is circa € 6,8 miljoen). Ook wordt er tussen Rijk en VNG nog steeds gesproken over de Hervormingsagenda Jeugd om hierover tot een bestuurlijk akkoord te komen. Mogelijk wordt alleen overeenstemming bereikt voor het komende begrotingsjaar 2024. Daarmee blijft er onzekerheid bestaan over de middelen waar gemeenten op de langere termijn op kunnen rekenen en over het feit of het Rijk de taakstelling van ruim € 500 miljoen op jeugd daadwerkelijk voor haar rekening neemt. Tot slot houdt Arnhem rekening met de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen per 2024. In de huidige Begroting 2023 is dit in de jaren 2024, 2025 en 2026 verwerkt met als gevolg dat rekening is gehouden met lagere inkomsten op het gemeentefonds van respectievelijk € 2,8 miljoen, € 7,4 miljoen en € 14,7 miljoen over deze jaren. In de nieuwe Begroting betekent dit in de nieuwe jaarschijf 2027 een extra nadeel van ruim € 6 miljoen in vergelijking met 2026, waardoor het nadeel in 2027 uitkomt op € 20,9 miljoen. De verwachting is echter reëel dat de invoering van het verdeelmodel (opnieuw) met een jaar wordt uitgesteld.

In dat geval schuift deze gehele negatieve reeks een jaar op en ontstaat incidentele ruimte van ruim € 14 miljoen over de jaren 2024 tot en met 2026 en struc­ turele ruimte vanaf 2027 van € 6 miljoen. Pas bij de meicirculaire 2023 bestaat hierover duidelijkheid.

OZB Afgesproken is dat de opbrengsten OZB, exclusief areaalontwikkeling, in de komende jaren jaarlijks met 5% stijgen ter dekking van de stijging van lonen en prijzen en andere bestedingsdoelen. De aanvullende indexatie bovenop de inflatie­correctie is in de Begroting 2023 reeds cumulatief verwerkt voor de jaarschijven 2023-2026. Het deel dat specifiek is bedoeld voor inflatiecorrectie wordt jaarlijks met een gelijkblijvende reeks in de begroting opgenomen.

12

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

Dit betreft het bedrag van € 1,5 miljoen in voorgaande tabel. Uitgangspunt is om net als vorig jaar een totale stijging van 5% van de opbrengsten OZB te realiseren. De opbrengsten OZB worden geraamd op het aantal woningen inclusief de groei die hierin in de komende jaren verwacht wordt. Voor deze zogenaamde areaalontwikkeling is meerjarig een extra opbrengst OZB in de begroting opgenomen. Jaarlijks wordt beoordeeld of de geraamde extra opbrengsten naar boven of beneden bijgesteld moeten worden op basis van actuele gegevens over de ontwikkeling van de woningbouwvoorraad. Voor de areaalontwikkeling 2024 worden de geraamde opbrengsten OZB structureel met € 233.000 verhoogd. De indexatie van de OZB heeft ook gevolgen voor de panden die in het bezit zijn van de gemeente zelf. In de meeste gevallen wordt dit gecompenseerd door een verhoging van de door de gemeente te ontvangen huur. Voor een beperkt aantal panden is er echter geen sprake van een huurrelatie waardoor de verhoging van de OZB leidt tot een verhoging van de exploitatielasten. Dit is het geval bij de onderwijspanden en de panden in gebruik voor de eigen ambtelijke organisatie. Dit effect was in de Begroting 2023 nog niet meegenomen bij het invoeren van de 5% indexatie en wordt nu alsnog verwerkt.

Bij de Begroting 2011 is besloten structureel een stelpost meeropbrengsten OZB te begroten van € 860.000, die losstaat van de jaarlijkse tariefberekening. De reden voor het opnemen van deze stelpost was dat destijds elk jaar bleek dat er op de OZB een positief resultaat werd behaald. De afgelopen jaren laten zien dat de realisatie van deze meeropbrengsten onder druk staat. De verschillen tussen de feitelijke waardeontwikkeling en de bij de tariefberekening gehanteerde te verwachten waardeontwikkeling zijn beperkt, waardoor ook afwijkingen op de op basis van de tariefberekening begrote opbrengsten minder te verwachten zijn en de stelpost minder realistisch is. In aanloop naar de Begroting 2024 bekijken we welke mogelijkheden er zijn om deze stelpost af te bouwen.

Actualisatie meerjareninvesteringsplanning (MIP) Op basis van de realisatie over 2022 zijn de planningen van de investeringsprojecten in het MIP geactualiseerd. Hierdoor verschuift de realisatie van een aantal projecten naar een later jaar. Vertragingen kunnen diverse oorzaken hebben. Het is gebruikelijk dat niet alle investeringen hun oorspronkelijk geplande investeringsritme volgen. In de reeks actualisatie MIP zijn geen nieuwe investeringen opgenomen. Voor een tweetal investeringen wordt de investeringssom aangepast: gymzaal Fluitekruid en zwembad Valkenhuizen. Vertraging in de uitvoering in combinatie met sterk gestegen kosten maken deze aanpassing noodzakelijk. Bij gymzaal Fluitekruid stijgen door de vertraging de plankosten en daarnaast speelt een opwaardering van BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen) naar ENG (Energieneutrale Gebouwen) en toegenomen eisen ten aanzien van duurzaamheid (warmtepomp). De afronding van het buitenterrein van zwembad Valkenhuizen is door de aanleg van het waterdepot uitgelopen. In deze periode zijn de aanlegkosten en materiaalprijzen zeer fors gestegen. Deze prijsstijgingen zijn nog niet eerder doorgerekend. Bij dit soort grote lopende projecten doen we dit namelijk niet generiek, maar via maatwerk.

Door de langer dan voorziene technische uitwerking van de waterbuffer is de aanleg hiervan ook uitgelopen, waardoor ook op dit onderdeel een (beperktere) stijging van de investering benodigd is. De totale actualisatie van de bestaande investeringen levert in 2024 een voordeel op van € 1,5 miljoen oplopend tot € 2,0 miljoen in 2025 en weer aflopend naar € 0,4 miljoen in 2027. Voor alle investeringsprojecten wordt een zo realistisch mogelijke planning gemaakt. De ervaring leert dat onvoorziene omstandigheden ervoor zorgen dat in een aantal gevallen deze planning niet wordt gehaald. Vooraf valt niet te zeggen welke projecten dit betreft. Door de vele investeringsprojecten die lopen, is het op basis van ervaring, echter wel een zekerheid dat dit bij een aantal projecten zal gebeuren. Projecten die later dan oorspronkelijk gepland afgerond worden, worden later geactiveerd, waardoor de kapitaallasten in de begroting naar achteren schuiven. Hier wordt rekening mee gehouden door planningsrealisme in te ramen. Dit geeft een voordeel voor het financieel beeld van € 12.000 in 2024, € 0,4 miljoen in 2025 en € 1,3 miljoen in 2026. In lijn met motie 21M247 (Stijging bouwkosten volledig opnemen in begroting) zijn de projectuitgaven geïndexeerd.

Hiervoor zijn drie verschillende indices gebruikt, namelijk de index Schoolgebouwen nieuwbouw (3,4%), grond-, weg- en waterbouw nieuwbouw (5,1%) en bedrijfsgebouwen nieuwbouw (5,1%). Voor de indexering moet in 2024 € 2,0 miljoen gereserveerd worden, in 2025 € 2,6 miljoen, in 2026 € 2,2 miljoen en dit loopt af tot € 1,4 miljoen in 2027. Uiteraard kunnen we niet exact voorspellen hoe de kosten zich in de komende jaren zullen ontwikkelen.

Nominale en areale ontwikkelingen Jaarlijks moet de begroting voor de komende jaren bijgesteld worden voor de loon- en prijsontwikkeling (nominaal) en volumeontwikkeling (areaal). Hiermee worden alle budgetten naar het prijs- en volumepeil van 2024 gebracht. Dit speelt op een aantal onderdelen van de begroting: de ambtelijke organisatie, zorgcontracten (vanaf 2024), ­subsidies, gemeenschappelijke regelingen, overige budgetten, areaalontwikkeling, zorg (doorwerking 2023) en parkeer­garages. Deze worden hierna toegelicht.

Ambtelijke organisatie De loonontwikkeling van de ambtelijke organisatie volgt uit de cao-afspraken. Op 22 februari jl. is een principe­ akkoord gesloten voor de cao van gemeenten. Deze cao loopt tot en met 31 december 2023. Het effect voor 2023 is in Turap-1 verwerkt. Voor 2024 zijn nog geen cao-afspraken gemaakt. Daarom baseren we de raming voor

De indexering van subsidies gebeurt op basis van een gemengd percentage. Dit bestaat voor 58% uit de loonontwikkeling van de sector overheid en voor 42% uit de consumentenprijsindex (cpi). De loonontwikkeling bedraagt voor 2024 5,2% en de cpi 3,1%. Daarmee komt de index voor subsidies voor 2024 uit op 4,3%. Dit betekent dat daar structureel € 4,0 miljoen voor moeten worden gereserveerd. Het onderstaande plaatje maakt inzichtelijk hoe de ­subsidies zijn/worden geïndexeerd:

De subsidiebudgetten zijn in de Begroting 2022 structureel geïndexeerd met 1,5% (1,3 miljoen) (lichtblauw in de figuur). Voor 2023 bedraagt de indexatie 3,1% (€ 2,4 miljoen) (groen in de figuur), welke in de Begroting 2023 is verwerkt. Daarnaast is incidenteel de aanvullende indexatie over 2022, het verschil tussen de raming op basis van het CEP 2022 van 4,7% en de reeds verwerkte 1,5% van 3,2% (€ 2,8 miljoen) in het jaar 2023 (donkerblauw in de figuur) in de Begroting 2023 opgenomen. De totale indexatie van subsidies in 2023 bedraagt dus 3,1% + 3,2% = 6,3% (€ 5,1 miljoen) ten opzichte van 2022. Vanaf de Begroting 2024 komt er 4,3% bij (€ 4,0 miljoen, de roze balk in de figuur). De aanvullende indexatie in 2023 van 3,2% was incidenteel. In aanloop naar de Begroting 2024 wordt bekeken of er noodzaak is om dit structureel te maken en of er aanvullend voor dit jaar aanleiding is om extra compensatie aan subsidiepartners te verstrekken als gevolg van acute problematiek. In dat laatste geval wordt de raad hierover voor de zomer separaat geïnformeerd. Dit hangt ook samen met de wijze waarop we om willen gaan met huurindexaties, die later in het hoofdstuk aan bod komen.

Gemeenschappelijke regelingen Voor gemeenschappelijke regelingen wordt in de Perspectiefnota een totale raming van de benodigde loon- en prijscompensatie gemaakt, uitgaande van dezelfde indexatie als voor de subsidies. Daarmee komt het bedrag dat gereserveerd moet worden vooralsnog uit op € 3,2 miljoen. Zodra de begrotingen van de verschillende gemeenschappelijke regelingen die in de komende periode worden vastgesteld, ontstaat duidelijkheid over de exacte benodigde middelen en wordt de definitieve indexatie in de Begroting 2024 verwerkt.

Overige budgetten De overige budgetten uit de begroting die voor indexering in aanmerking komen zijn budgetten die gedekt worden door de algemene middelen en gevoelig zijn voor prijsontwikkeling, zoals onderhoud van de openbare ruimte, maar ook bijvoorbeeld de niet-loonkosten bij welzijn en armoede. Onderhoud in de openbare ruimte wordt sinds vorig jaar geïndexeerd met de index voor grond-, weg- en waterbouw onderhoud (GGW OH). Deze bedraagt voor 2024 4,9%. Voor de andere budgetten is de prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) uit het CEP de belangrijkste index. Deze bedraagt voor 2024 3,9%. Voor de indexering van deze overige budgetten is het nodig om, indien de gebruikelijke systematiek gevolgd wordt, € 5,2 miljoen te reserveren.

Areaalontwikkeling Diverse budgetten in de begroting zijn gevoelig voor de groei van de stad, zoals budgetten voor publieke dienst­ verlening en onderhoud van de openbare ruimte. Daarom groeien deze budgetten volgens de gebruikelijke syste­ matiek mee met de areaalontwikkeling met € 2,1 miljoen vanaf 2024.

Zorg (doorwerking vanaf 2023) Jaarlijks worden de zorgtarieven jeugdzorg en Wmo door onze regionale inkooporganisatie geïndexeerd op basis van voorjaarsramingen van het Centraal Planbureau (CPB). Naar aanleiding van de sterk gestegen prijzen in de afgelopen

ONDERWERP

Subsidies

Perspectiefnota 2024–2027

De zorgcontracten moeten jaarlijks worden geïndexeerd met de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA) en de consumentenprijsindex (cpi). De OVA bedraagt 4,7% en de cpi 3,1%. Daarmee bedraagt de indexatie van de zorgcontracten 4,3%. Dit leidt tot structureel hogere uitgaven van € 6,6 miljoen vanaf 2024.

PAGINA

Zorgcontracten (vanaf 2024)

13

de loonontwikkeling in 2024 op het Centraal Economisch Plan 2023 dat 9 maart door het CPB is gepubliceerd. De verwachte loonontwikkeling van de sector overheid bedraagt 5,2%. Dit leidt tot een structurele verhoging van de loonkosten van circa € 7 miljoen vanaf 2024. Formatieve ontwikkelingen binnen de gemeente hebben mogelijk ook gevolgen voor de omvang van de dienstverlening van de Connectie. Zo leidt een uitbreiding van de formatie binnen de gemeente Arnhem tot een toename van het aantal te verstrekken ICT-producten. In aanloop naar de Begroting wordt dit effect nader uitgewerkt en in beeld gebracht.

VGGM: Extra loon- en prijsstijgingen, Basis op orde JGZ/ AGZ en Programma Beter Bedrijfsvoeren Ondanks de reeds opgenomen loon- en prijsindex in de Begroting 2023 ontstaat bij de VGGM een tekort als gevolg van de fors hogere prijsontwikkeling ten opzichte van deze toegekende indexatie over 2023. De impact is niet op te vangen met het weerstandsvermogen van VGGM. Dit leidt tot een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdragen aan de VGGM van in totaal € 1,2 miljoen vanaf 2023, voor de onderdelen gezondheidszorg en brandweer gezamenlijk. De uitvoering van de verschillende GGD-taken staat onder grote druk als gevolg van diverse ontwikkelingen in de algemene gezondheidszorg (AGZ) en jeugdgezondheidszorg (JGZ). Dit blijkt ook uit een extern gehouden onderzoek. Inwoners van Gelderland-Midden ervaren de druk bij de GGD helaas ook. Een voorbeeld hiervan is de afschaling bij de JGZ waardoor minder contactmomenten hebben plaatsgevonden dan minimaal noodzakelijk zijn. Om de dienstverlening qua basis binnen de JGZ en op onderdelen van de AGZ op orde te houden en op een acceptabel niveau te handhaven is een hogere bijdrage van de deelnemende gemeenten noodzakelijk. Voor Arnhem gaat het om een bedrag van circa € 600.000. Vooralsnog is dit alleen in het jaar 2024 opgenomen.

Dit bedrag dient nog nader uitgewerkt te worden en zal op de middellange termijn ook in samenhang worden bezien met de nog te voeren discussie over de reikwijdte en kwaliteit van het takenpakket GGD. Uit een gehouden benchmarkonderzoek en diverse externe rapporten is daarnaast gebleken dat VGGM in vergelijking met andere Veiligheidsregio’s qua bedrijfsvoering ondergemiddeld en kwetsbaar is georganiseerd. Dat hangt mede samen met het feit dat de (wettelijke) taken van VGGM in de afgelopen jaren zijn toegenomen, maar de bedrijfsvoering hierop niet is aangepast en meegegroeid. Hierdoor ontstaat het risico dat de organisatie onvoldoende in staat is om zich aan te passen bij toekomstige ontwikkelingen. VGGM wil daarom structureel groeien van de huidige situatie van 15,5% naar een norm van 18,8% aan personele overhead (= het gemiddelde van alle veiligheidsregio’s). Dit betekent voor alle deelnemende gemeenten een verhoging van de bijdragen. De VGGM ziet zich genoodzaakt voor 2024 uit te gaan van een gemiddelde overhead van 18,8% (gemiddelde van Nederland) en te onderzoeken welk niveau voor bedrijfsvoering structureel nodig is voor 2025 en verder. Voor 2024 betekent het voor de gemeente Arnhem een extra bijdrage van € 493.000.

Het definitieve bedrag voor 2025 en verder dient nog nader uitgewerkt te worden en zal op de middellange termijn ook in samenhang worden bezien met de nog te voeren discussie over de reikwijdte en kwaliteit van het takenpakket GGD.

Actualisatie BUIG In de raadsbrief ‘Gebundelde uitkering BUIG 2022 en 2023’ van 13 december 2022 is vermeld dat de b ­ ijgestelde raming voor 2023 en verder wordt meegenomen in de Turap 1 en de Perspectiefnota 2024. Het voordeel (€ 1,6 miljoen in 2023 en verder), mede ontstaan doordat steeds meer mensen vanuit de bijstand doorstromen naar betaald werk, gaat terug naar de algemene middelen, in overeenstemming met de afgesproken begrotings­ systematiek voor BUIG. Het risico op BUIG wordt hiermee groter, omdat we met een kleiner nadeel in onze ­begroting rekening houden.

Verschil huurindexatie en lasten gemeentelijk vastgoed De gemeente Arnhem hanteert de systematiek van kostprijsdekkende huur. Jaarlijks indexeren wij per 1 mei de huurprijs. Voor de verhuur van onze gebouwen maken wij gebruik van standaard ROZ (Raad Onroerende Zaken)

ONDERWERP

Conform overeenkomsten zijn er prijsindexaties toegepast op bijvoorbeeld de dienstverleningsovereenkomst P1 en de verschillende onderhoudscontracten. Deze indexaties leveren een structureel knelpunt van € 282.000 op. In aanloop naar de Begroting 2024 wordt bekeken of de bestemmingsreserve Bereikbaarheid hiervoor mogelijk ingezet kan worden.

Perspectiefnota 2024–2027

Parkeergarages

PAGINA

Dit geldt ook voor de pleegzorgvergoeding, waarvan het Rijk heeft aangegeven dat deze vergoeding in verband met de hoge inflatie met ingang van 1 januari 2023 met 14,3% verhoogd wordt. Het structureel financieel effect hiervan is € 300.000 per jaar. Tot slot laat het gehele beleidsveld zorg in de afgelopen jaren een daling zien in de kosten voor persoonsgebonden budgetten (PGB’s). Deze daling hangt enerzijds samen met de openstelling van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) voor cliënten met een psychische stoornis sinds 1 januari 2021. Anderzijds is de daling het gevolg van scherpere beoordeling door de Sociale Wijkteams of iemand in staat is de zorg of ondersteuning zelf te regelen. Zo niet, dan is Zorg in natura een beter passende zorgvorm. De kostendaling PGB’s is naar verwachting structureel en komt ten goede aan de algemene middelen.

14

periode, heeft het CPB deze ramingen in het najaar van 2022 naar boven aangepast. De VNG heeft gemeenten opgeroepen deze najaarsramingen van het CPB te volgen bij de indexering van de zorgtarieven voor 2023. Dit betekent een aanvullende indexering van de zorgtarieven voor 2023. De indexatie komt op basis van de nieuwe gegevens van het CPB uit op een totaal van 4,78% en dit komt neer op € 1 miljoen vanaf 2023. Dit was 4,05%. De raad is hier reeds over geïnformeerd (raadsbrief van 31 januari 2023). Daarnaast ontstaat een knelpunt doordat het tarief, dat de gemeente betaalt aan aanbieders van Huishoudelijke Ondersteuning, vanaf 2023 wordt verhoogd. Het is wettelijk verplicht om een kostendekkend tarief te betalen. Ook dit betekent circa € 1 miljoen extra kosten vanaf 2023.

Ondergrondse afvalcontainers Op 1 januari 2023 is een nieuw contract voor levering en onderhoud van ons areaal ondergrondse afvalcontainers ingegaan. In dat contract is conform de meest recente wet- en regelgeving een verplichte veiligheidskeuring conform TÜV-keuringsprotocol opgenomen. Op basis van de eerste keuringen is al een aantal containers afgekeurd die vervangen moeten worden om de veiligheid en continuïteit van de afvalinzameling te borgen. De verwachting is dat naar aanleiding van de keuringen in 2023 nog een groot aantal containers vervangen moet worden. Reparatie is in veel gevallen niet toegestaan. Ongeacht verdere besluitvorming over de gewenste inzamelingssystematiek is deze aanvullende investering dus noodzakelijk. Vervangingsinvesteringen vanaf 2024 waren voorzien; de eerste ondergrondse containers zijn immers al zo’n 20 jaar geleden geplaatst en de komende jaren zal vanwege einde levensduur gefaseerd vervanging plaats moeten vinden. De noodzakelijke vervangingen in 2023 als gevolg van de veiligheidskeuringen komen eerder dan voorzien. De inschatting is dat hiervoor in 2023 een investeringskrediet van € 1,7 miljoen nodig is (zie ook Turap-1). Hier tegenover staat dat de begrote investering in het afvalbrengstation van € 1,7 miljoen niet in 2023 plaats zal vinden maar pas in 2024 of later.

De kapitaallasten bij de investeringen in 2023 in de ondergrondse afvalcontainers bedragen € 194.000 vanaf 2024, oplopend tot € 626.000 in 2027. Deze jaarlijkse kapitaallasten zullen conform de huidige werkwijze opgenomen worden in de afvalstoffenheffing. Het is momenteel nog niet te zeggen of dit een effect heeft op de tarieven, dat hangt af van wat er met de andere kosten gebeurt. Voor de tarieven heeft een mutatie in het aantal huishoudens daarnaast ook effect. Bij het bepalen van de tarieven in aanloop naar de Begroting wordt dit effect duidelijk.

ONDERWERP

In juli 2021 is de nieuwbouw van de Confetti opgeleverd. De leerlingenprognose toont aan dat het aantal leerlingen in Schuytgraaf nog stijgt. Daardoor blijft de druk voor de scholen in Schuytgraaf onverminderd groot. Een verdere groei van Confetti is onvermijdelijk. Om de toename van het aantal leerlingen op te vangen is een viertal noodlokalen tegenover de Confetti geplaatst en is in 2021 ten behoeve van onderwijsuitbreiding grond aangekocht. Het is de bedoeling op deze grond extra (definitieve) uitbreiding van 420 m2 voor Confetti te realiseren. De inschatting is dat een extra investeringskrediet van € 1,2 miljoen nodig is in 2025 om de uitbreiding van Confetti te realiseren. Ook bij de beide basisscholen in MFC De Salamander is er sprake van een sterke groei van het aantal leerlingen. Een uitbreiding met leslokalen is noodzakelijk. Deze groei was nog niet eerder voorzien. Vooralsnog wordt uitgegaan van een uitbreiding van 700 m2 met een verwachte investering van circa € 2,1 miljoen. Er wordt gekeken naar mogelijkheden om binnen het bouwvlak te blijven door bijvoorbeeld bovenop bestaande lokalen te bouwen. De kapitaallasten van deze investeringen in het primair onderwijs drukken op de algemene middelen.

Perspectiefnota 2024–2027

Het schoolgebouw aan de Spiekmanlaan wordt (deels) gerenoveerd om minimaal voor 15 jaar als wissellocatie voor onderwijs geschikt te zijn. De eerste beoogde gebruiker is Vrijeschool Parcival-Noord, die nu nog tijdelijk is gehuisvest in het gebouw Brugstraat 6. In de loop van de tijd zal worden bezien of dit gebouw nog langer als wissellocatie voor het onderwijs zal worden gebruikt, als definitieve locatie voor een school zal worden ingezet of een andere bestemming zal krijgen. Om dit gebouw voor minimaal 15 jaar geschikt te maken voor het onderwijs, is een flink aantal onvermijdelijke investeringen noodzakelijk. Te denken valt hierbij onder anders aan uitvoering achterstallig onderhoud en het gebouw geschikt maken voor frisse scholen klasse B. De verwachte investeringslast bedraagt € 1,6 miljoen in 2023. De verwachting is dat de werkzaamheden dit jaar zijn afgerond, zodat de kapitaallasten van jaarlijks circa € 76.000 vanaf 2024 op de begroting zullen drukken. De dekking is voorzien uit de reeds beschikbaar gestelde budgetten voor onderwijshuisvesting.

PAGINA

Onderwijshuisvesting

15

huur­contracten. Conform de algemene voorwaarden behorende bij de ROZ contracten, en zoals gebruikelijk in het vastgoed, gebruiken ook wij voor de indexering van huren de CPI (Consumenten Prijs Index) zoals deze wordt gepubliceerd door het CBS. De indexering van de huurbedragen op basis van de CPI-index levert een indexering op per 1 mei 2023 van ongeveer 8% (ten opzichte van ongeveer 2% voorgaande jaren en 4,5% afgelopen jaar). Sinds de start van de CPI index is deze nog nooit zo hoog geweest. In de markt, ook de commerciële verhuurmarkt, wordt opgeroepen tot coulance afspraken. Hoewel CPI de norm is en ook wij te maken hebben met gestegen bouwen beheerkosten van ons vastgoed zien we mogelijkheden om onze huurders enigszins tegemoet te komen. Wij doen door dit door eenmalig van de CPI als index af te wijken en een lager indexpercentage, namelijk de “kerninflatie”, te hanteren voor de huurprijsindexering (vanaf 1 mei 2023). Dit alleen indien de kerninflatie lager is dan de CPI indexatie. De kerninflatie, gepubliceerd als SA20 bij CBS, is nu 6,7%. Hierdoor ontstaat een structureel effect, omdat de indexatie volgens onze systematiek van constante prijzen structureel wordt doorgetrokken. Voorgaande jaren hielden de indexeringen van de huuropbrengsten en de stijging van de kosten van het onderhoud van vastgoed elkaar redelijk in evenwicht.

Met de hogere indexatie van de huren ontstaat echter een verschil ten opzichte van de ontwikkeling van de lasten (een groot deel betreft namelijk kapitaallasten die gelijk blijven). Het positieve resultaat dat hierdoor ontstaat kan ten gunste van de algemene middelen vallen. Uitgaande van de kerninflatie is dit € 527.000 vanaf 2024. Ook bij het toepassen van de lagere kerninflatie in vergelijking met de CPI ontstaat een knelpunt bij gesubsidieerde partners die bij ons vastgoed huren, aangezien de huurindexatie hoger ligt dan de indexatie van de subsidies. We onderzoeken daarom, mede gelet op het genoemde positieve resultaat dat ontstaat door het verschil tussen huurindexatie en werkelijke kostenstijging, op welke wijze we subsidiepartners die bij ons huren kunnen compenseren voor dit verschil en of dit ook breder voor alle subsidiepartners kan gelden. Mochten zich bij partijen acute problemen voordoen nog voordat we dit onderzoek hebben afgerond, maken we tussentijds individuele afwegingen.

16

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

Voor de jaren 2024-2027 is een jaarlijks investeringskrediet van € 1,3 miljoen nodig ter vervanging van ondergrondse containers. Deze investeringen lopen vanaf 2024 mee in de reguliere investeringscyclus en worden opgenomen in het MIP. De keuring zal bepalen of vervanging ook daadwerkelijk nodig is, zodat de technische levensduur van de containers maximaal benut wordt.

Beheerkosten transferhal Arnhem Centraal De gemeente onderhoudt samen met Prorail en de NS de transferhal van Arnhem Centraal. De uitvoeringsorganisatie die het beheer uitvoert heeft aangeven dat de kosten van het beheer van de transferhal voor de gemeente met € 280.000 zullen stijgen. De stijging heeft voornamelijk betrekking op energie, schoonmaakkosten en procesmatig onderhoud. In aanloop naar de Begroting 2024 wordt bekeken of de bestemmingsreserve Arnhem Centraal hiervoor mogelijk ingezet kan worden.

Om de klimaatcrisis een halt toe te roepen is een fundamentele verandering noodzakelijk. Voor Arnhem heeft de energie­transitie en het toewerken naar een circulaire economie absolute prioriteit en daarom hebben we het klimaatfonds bij de begroting van 2023 voor de komende jaren aangevuld met in totaal € 15 miljoen. Daarnaast zijn ook rijksmiddelen beschikbaar gesteld, in totaal € 2.8 miljoen. Met dit geld kunnen we de energietransitie mede mogelijk maken en beschikken over voldoende geld voor cofinanciering. Ook nemen we maatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan en de negatieve milieu-impact en afhankelijkheid van primaire grondstoffen te verminderen. We dragen ons deel bij aan de klimaatopgave door te sturen op een duurzaam energiesysteem en circulair gebruik van grondstoffen, materialen en producten. Bij onze duurzame ambities past ook het verminderen van het aantal kilogram restafval per persoon. Dit doen we samen met de stad. Bijvoorbeeld door middel van een burgerberaad zodat inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen kunnen meedenken over maatregelen die ook werken.

Wat zou je doen met een miljoen euro?

Digipanellid: “Ik zou alles uitgeven aan klimaat en duurzaamheid, maar wel op zo’n manier dat andere problemen mee opgelost worden (wijken vergroenen met eetbare planten waardoor iedereen beschikking heeft over gezond eten, huizen isoleren van bewoners die dit niet kunnen betalen, leefbaarheid wordt sowieso beter met vergroening, meer sociale cohesie in buurtmoestuinen, etc.).”

Snelle en effectieve maatregelen zijn nodig om de klimaatcrisis te bestrijden. In de energietransitie is de afgelopen jaren al flink geïnvesteerd en deze zal de komende jaren, met behulp van de aanvulling van het Klimaatfonds, worden geïntensiveerd. Een circulaire economie is ons ideaalbeeld van een economisch systeem en samenleving waarin we veel minder grondstoffen, materialen en producten gebruiken en waarbij we de grondstoffen die we wel nodig hebben, op een veel duurzamere manier gebruiken. De circulaire economie is niet het doel, maar het middel waardoor consumptie minder negatieve impact heeft op de wereld om ons heen. Het is onze ambitie om in 2030 voor 50% en in 2050 volledig circulair te zijn. Dit doen we onder meer door bestaande en nieuwe bedrijven die zich bezighouden met innovatie en circulariteit te stimuleren; door het gebruik van nieuwe grondstoffen te reduceren en door het creëren van extra werkgelegenheid. Hierbij geven we als gemeente uiteraard zelf het goede voorbeeld, bijvoorbeeld bij aanbestedingen. We trekken nauw op met onze ondernemers en met vertegenwoordigende organisaties zoals het Platform Binnenstad Arnhem (PBA). De economische weerbaarheid en leefbaarheid van bijvoorbeeld onze binnenstad vraagt om een aanpak waarbij we integraal kijken naar onze visies over wonen, klimaat, verdichting en hoogbouw.

We willen inkoop gebruiken als middel om de lokale economie te versterken, meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen en inclusiviteits- en diversiteitsafspraken te maken met partners. Ook zetten we het in om circulariteit te ontwikkelen en het reduceren van energiegebruik en CO2. Met andere woorden: we willen meer lokaal, sociaal, duurzaam en circulair inkopen.

ONDERWERP

76% van de Digipanelleden vindt het (heel) belangrijk dat Arnhem de komende jaren in milieu en klimaat investeert.

Perspectiefnota 2024–2027

3.1 EEN DUURZAAM ARNHEM

PAGINA

In dit hoofdstuk schetsen we een aantal belangrijke beleidsontwikkelingen en lichten we in meer beschrijvende zin toe welke knelpunten en ambities in (lopend) beleid en uitvoering daarnaast voorzien worden, maar door het ontbreken van het financiële meerjarenperspectief in deze Perspectiefnota niet van concrete dekking voorzien kunnen worden. In een aantal gevallen is dekking wel mogelijk vanuit een bestemmingsreserve of bestaande middelen, zoals met name bij duurzaamheid.

17

3. Perspectief op ambities en knelpunten

18

PAGINA

Perspectiefnota 2024–2027

ONDERWERP

Er worden op deze maatschappelijke thema’s al goede resultaten geboekt, maar dit gebeurt nog te versnipperd en is onvoldoende in onze werkprocessen geborgd. Om de resultaten op deze maatschappelijke thema’s te vergroten, is het noodzakelijk om een werkwijze in de organisatie te verankeren die ervoor zorgt dat deze thema’s structureel worden.

Digipanellid: "Kijk wat in deze tijd belangrijk is voor de inwoners van Arnhem. Misschien iets minder uitgeven aan het voorop lopen in duurzaamheid maar meer investeren in de mensen die nu moeten overleven met de hoge prijzen. En het belonen van groen in tuinen, wijken, de stad. Denk praktisch na en denk goed na voor je je geld uitgeeft. Misschien zijn er belangen te combineren?"

De energietransitie is primair gericht op het beperken van de opwarming van de aarde. We dragen hieraan bij door de uitstoot van CO2 te reduceren. In 2050 willen we een klimaatneutrale gemeente zijn. Om de doelen van het Klimaatakkoord te behalen forceren we een trendbreuk. Dit doen we door een forse intensivering van alle lopende en reeds geplande inspanningen zoals die staan in het actieplan New Energy made in Arnhem 2020-2030 en door te focussen op vernieuwing en innovatie. Voor de regio Arnhem Nijmegen en voor Arnhem zelf vormen de maatschappelijke opgaven op het gebied van energietransitie, duurzaamheid en circulaire economie niet alleen uitdagingen, maar ook economische kansen. Het cluster – en Arnhem als centrum daarvan – wordt nationaal en internationaal erkend en opgezocht vanwege de samenwerking in toonaangevende projecten rond elektriciteits- en waterstoftechnologie en als vestigingslocatie voor ondernemers of professionals in de energiesector. Wat in onze regio aan innovaties wordt bedacht en gemaakt, wordt breed toegepast: in proeftuinen en ‘smart energy-hubs’ binnen de eigen Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, maar zeker ook op andere plekken in Europa en daarbuiten. Dat maakt Arnhem en de regio tot economische Hotspot Energy binnen Europa.

Arnhem kiest daar binnen Hotspot Energy voor een focus op 3 locaties in de stad, te weten Industriepark Kleefse Waard (IPKW), Businesspark Arnhems Buiten en kenniscampus HAN/Van Hall Larenstein. Op deze locaties zal de komende jaren innovatie, kennisontwikkeling en ondernemerschap in het cluster duurzaam groeien.

Crisisaanpak De afgelopen maanden hebben we voor Arnhemse inwoners de crisisaanpak energiearmoede en bestaanszekerheid opgezet. Voor onze ondernemers is de crisisaanpak “Zet de knop om” ontwikkeld. De komende periode gebruiken we om inwoners en bedrijven die dat nodig hebben, volop te ondersteunen. We intensiveren de aanpak energiearmoede en de campagne Arnhem Aan. Ook gaan we door met de toekomstbestendig wonen-lening en het aanjaagfonds, waarmee inwoners ondersteund worden om (collectief) aan de gang te gaan met verduurzamen. Ook hebben we extra geld vrijgemaakt voor kinderen en jongeren die in armoede leven, zijn we een pilot gestart voor energiezuinig witgoed via de bijzondere bijstand en hebben we extra aandacht voor onze ondernemers. Veel landelijke regelingen lopen dit jaar af. Tegelijkertijd houden we er rekening mee dat de gevolgen van de energiecrisis nog steeds effect zullen hebben op onze inwoners, zeker in de volgende winter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=e46f86a1-8531-4cc4-bbf6-1390004598b4