Bijlage 1 - Memo toezeggingen Afvalkoers 2022-2026 “Arnhem Schoner”
Tekst van het document
Memo Datum
: 5 april 2022
Aan
: De raad van de gemeente Arnhem
Van
: Wethouder Roelofs
Betreft
: Toezeggingen tijdens de Raadsbehandeling van de “Afvalkoers 2022-2026 Arnhem Schoner”
1. Inleiding In februari 2022 is de “Afvalkoers 2022-2026 Arnhem Schoner” behandeld in de gemeenteraad tot ongeveer halverwege de eerste termijn van de wethouder in de eerste meningsvormende vergadering. Vanwege de verkiezingen en het daarbij horende reces is verdere behandeling nog niet geagendeerd. 2. Toezeggingen Bij de raadsbehandeling van de “Afvalkoers 2022-2026 Arnhem Schoner” op 9 februari 2022 zijn door wethouder Roelofs drie toezeggingen gedaan: ID 1097: Wethouder Roelofs zegt toe met een toelichtende memo te komen over het toegezegde onderzoek over nascheiding. Daarin zullen de keuzes worden meegenomen die andere steden hierin hebben gemaakt. ID 1098: Wethouder Roelofs zegt toe voor de besluitvorming met een planning/tijdslijn naar de raad te komen m.b.t. de uitvoering van de motie 20M260 ‘Diftar plus, voorstel 1: hoogbouw en groenafval’. ID1099: Wethouder Roelofs zegt toe uit te zoeken hoe de opruim- en maaikalender op elkaar af kunnen worden gestemd. In dit memo worden de toezeggingen 1097 en 1098 afgedaan en wordt een toelichting op de status van toezegging 1099 gegeven.
Toezegging 1097, Onderzoek nascheiding Tijdens de raadsvergadering is verwezen naar een eerder aangenomen motie ( 20M104 "Onderzoek afval scheiden achteraf") en is de vraag gesteld waarom op basis van het antwoord op die motie in 2022 alsnog een uitgebreid onderzoek naar nascheiding uitgevoerd moet worden. Waarom kan niet volstaan worden met de destijds uitgevoerde en in het antwoord verwerkte ambtelijke quickscan? Tevens is tijdens de raadsvergadering gevraagd waarom de stad Utrecht wel nascheiding in kon voeren zonder een uitgebreid (extern) onderzoek.
Openbare Ruimte - Beheer
1
Er zijn verschillende factoren die een rol spelen bij eventueel overgaan op nascheiding en die daarom in het onderzoek moeten worden meegenomen: het inzamelsysteem, de scheidingspercentages en het huidige contract. Hieronder een toelichting: Het inzamelsysteem In het antwoord op motie 20M104 dat in januari 2021 verzonden is, wordt een globale inschatting gemaakt van de kosten en baten van zowel het huidige bronscheidingsmodel zoals we dat in Arnhem ingevoerd hebben, als het model van nascheiding. Deze globale berekening beperkt zich tot de operationele kosten van onze inzamelaar PreZero. In het antwoord wordt expliciet beschreven dat de investering en versnelde afschrijving op ons inzamelsysteem van verzamelcontainers en kliko’s, niet meegenomen zijn. Als Arnhem over zou gaan tot nascheiding, zal het inzamelsysteem aangepast moeten worden. De vraag is echter hoe. We staan bij nascheiding namelijk voor een aantal keuzes die in de quickscan niet meegenomen zijn, maar die wel financiële en operationele gevolgen hebben.
Keuzes en gevolgen voor het inzamelsysteem zijn bijvoorbeeld: - Blijven we bij laagbouw de bij nascheiding gecombineerde stroom van restafval en verpakkingsafval (PBD) inzamelen via ondergrondse containers? - Zo ja, hoeveel ondergrondse containers moeten dan extra geplaatst worden en welke investering brengt dit met zich mee en hoe hoog zijn dan de versnelde afschrijvingen op de minicontainers die dan niet meer gebruikt worden? - Zo nee, wat betekent dit dan voor de nu geplaatste ondergrondse containers? Kunnen die nog anders ingezet worden en zo niet, hoe hoog zijn de versnelde afschrijvingen? Wij zijn van mening dat deze kosten eerst goed in beeld moeten zijn en meegenomen moeten worden in besluitvorming rondom het wel of niet invoeren van nascheiding in Arnhem. Scheidingspercentages Binnen het nascheidingsmodel is de hoeveelheid verpakkingsafval die machinaal uit het restafval gescheiden kan worden, sterk afhankelijk van de vervuiling van de afvalstroom met, met name, GFTafval. In de antwoordnotitie op motie 20M104 wordt gesproken over een theoretisch scheidingspercentage van 70%. Met andere woorden, 70% van het verpakkingsafval in de gecombineerde stroom restafval en verpakkingsafval kan gescheiden worden en door naar de volgende verwerkingsinstallatie voor verpakkingsafval.
Die verdere verwerkingsketen is overigens dezelfde keten als waar ons brongescheiden afval nu heen gaat. In de praktijk betekent dit dat in de verdere verwerking nog ongeveer 50% afgekeurd wordt en verbrand. Echter, we zien dat in ons restafval nog een zeer hoog percentage GFT zit (in vergelijking met andere gemeenten): 35%. In het nascheidingsonderzoek moet beoordeeld worden of door dit hoge percentage GFT afval, het theoretische nascheidingsredendement van 70% wel haalbaar is. Als een hoger percentage verpakkingsafval niet met nascheiding uit de stroom gehaald kan worden, of de kwaliteit te slecht voor recycling is, houdt dit in dat het afval verbrand moet worden. Met hogere kosten tot gevolg.
2
Huidige contract Prezero De keuze voor nascheiding heeft waarschijnlijk invloed op ons systeem van Omgekeerd Inzamelen. Het contract met onze inzamelaar (PreZero) is gebaseerd op bronscheiding met Omgekeerd Inzamelen. In de aanbesteding in 2019/2020 is nascheiding niet opgenomen als optie, net zoals een wijziging in de inzamelstructuur. De kans is dan ook reëel dat over een grote wijziging in het contract onderhandeld zal moeten worden of dat we de stadsbrede inzameling opnieuw aan moeten besteden. Dit is nog niet eerder onderzocht en niet meegenomen in de quickscan. Utrecht De gemeente Utrecht is in 2019 begonnen met een onderzoek naar het invoeren van nascheiding en is in dat jaar ook een pilot gestart. In november 2020 heeft de gemeenteraad besloten over te gaan op nascheiding. Dit jaar (2022) zal nascheiding in de hele stad uitgerold zijn waarmee de gefaseerde invoering van nascheiding en daarbij horende aanpassing van het inzamelsysteem zo goed als afgerond is. Het inzamelsysteem met ondergrondse containers in Utrecht was nog niet zo fijnmazig als het systeem dat we in Arnhem met Omgekeerd Inzamelen de afgelopen jaren neergezet hebben. Utrecht zat nog in een meer opbouwende fase en extra investeringen waren toch al voorzien. De Utrechtse situatie is niet één op één te kopiëren naar de Arnhemse, maar zal zeker meegenomen worden in ons onderzoek.
Ook zullen de ervaringen die steden die nascheiding volledig hebben ingevoerd, deel zijn van het onderzoek.
Toezegging 1098, GFE en hoogbouw In 2020 is de motie 20M260 ‘Diftar plus, voorstel 1: hoogbouw en groenafval’ aangenomen. De motie verzoekt om bij alle hoogbouw of wooncomplexen waar nu nog geen verzamelcontainer voor groente- en fruitafval en etensresten (GFE-afval) staat, deze te plaatsen. Het standaard inzamelmiddel voor GFEafval bij hoogbouw is de citybin. Bewoners van hoogbouw kunnen collectief het plaatsen van een verzamelcontainer voor GFE-afval aanvragen. Deze wordt bij voldoende belangstelling geplaatst. Inmiddels zijn er zo’n 225 GFE-verzamelcontainers in de stad geplaatst. In de binnenstad zal in de eerste helft van 2022 een goed dekkend netwerk van GFEverzamelcontainers een feit zijn en zal gestopt worden met het inzamelen van dit afval via de citybin. Voor de overige stadsdelen zal in de eerste helft van 2022 geïnventariseerd worden hoeveel GFEverzamelcontainers nodig zijn en op welke locaties, om in de hele stad bij hoogbouw over te kunnen schakelen naar inzameling via GFE-verzamelcontainers. Deze containers dienen vervolgens ingetekend en gepubliceerd te worden. Afhankelijk van levertijden en bezwaren, kan in de tweede helft van 2022 begonnen worden met het plaatsen van de containers. Deze plaatsing zal gefaseerd per wijk of stadsdeel plaatsvinden. Inwoners kunnen op die manier tijdig geïnformeerd en betrokken worden.
Een exacte planning is op dit moment niet te geven, maar de verwachting is dat het project in 2023 afgerond wordt. Vanaf dat moment staat er een dekkend netwerk van GFE-verzamelcontainers en zijn we gestopt met de inzameling van GFE met de citybin.
3
Toezegging 1099 Zwerfafval en maaien Tijdens de raadsbehandeling van Arnhem Schoner zijn opmerkingen gemaakt en vragen gesteld over de relatie tussen het opruimen van zwerfafval en de maaikalender van de aannemers die voor ons het groen onderhouden en maaien. De kern van de discussie is dat het logisch zou zijn eerst het zwerfvuil in bermen en groen op te ruimen voordat er gemaaid wordt. Dit gebeurt in de praktijk echter niet altijd, met versnipperd blik en afval door het maaien als gevolg. Deze snippers zijn onwenselijk en kunnen gevaar opleveren. In februari hebben we het probleem zo goed mogelijk in kaart proberen te brengen om met de door de gemeente gecontracteerde aannemers een oplossing te vinden. Niet al het groen is echter in bezit van de gemeente. Woningcorporaties, de provincie en het waterschap bijvoorbeeld bezitten en onderhouden ook groenstroken. Afstemming met de door de gemeente gecontracteerde aannemers is uiteraard goed mogelijk. Afstemming met andere grondeigenaren is complex en duurt langer. Het streven is om die afstemming in het vierde kwartaal 2022 gepleegd te hebben. Tijdens de raadsbehandeling is ook gesproken over het afstemmen van de inzet van de talrijke zwerfafvalvrijwilligers die onze stad mooier maken, en de maaikalender van de aannemers. Wij koesteren de vrijwilligers en willen heel graag dat zij hun rondes blijven maken in de stad.
Actieve inzet vragen op bepaalde momenten doet voor ons af aan de vrijwilligheid. De zwerfafvalparaplu die op dit moment opgericht wordt, zal op de website een kalender krijgen waarop alle zwerfafvalgroepen hun activiteiten aan kunnen geven. Met de gemeente-aannemers zal dan ook bekeken worden of zij hun kalender af kunnen stemmen op die van de zwerfafvalinitiatieven.
4