CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Matrix gegevensuitwisseling

Politieke Avond 17 september 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: 21.15 uur - 23.15 uur: Agenderingsverzoek 'Zorgfraude Wmo en Jeugdwet – Aanpak en toezicht in Arnhem'10.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Naleving

Matrix gegevensuitwisseling bij uitvoering, fraudepreventie en fraudebestrijding Wmo en Jeugdwet

Colofon Dit stappenplan is een product van VNG Naleving. Kijk voor meer publicaties op www.vng.nl/naleving. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VNG. Maart 2019 2

VNG Naleving

Inhoudsopgave 1. Inleiding: waarom gegevensuitwisseling bij uitvoering Wmo 2015 en Jeugdwet?

5

2. Schets wettelijk kader privacy en gegevensuitwisseling

7

3. Gegevensuitwisseling in het kader van het primaire uitvoeringsproces en bij heronderzoek Wmo 2015 en Jeugdwet

10

4. Matrix gegevensuitwisseling (bijzondere) persoonsgegevens Wmo 2015 in het kader van rechtmatige uitvoering

11

5. Gegevensuitwisseling Jeugdwet

16

6. Matrix gegevensuitwisseling (bijzondere) persoonsgegevens Jeugdwet in het kader van fraudepreventie en -bestrijding

18

7. Gegevensuitwisseling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar fraude met Wmo- of Jeugdwetvoorzieningen

21

8. Matrix gegevensuitwisseling (bijzondere) persoonsgegevens Wmo 2015 en Jeugdwet bij strafrechtelijke opsporing van fraude

24

VNG Naleving

3

4

VNG Naleving

1. Inleiding: waarom gegevensuitwisseling bij uitvoering Wmo 2015 en Jeugdwet? Voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet hebben gemeenten veel persoonsgegevens van cliënten nodig. De ondersteuning en jeugdhulp moet immers worden afgestemd op de persoonlijke situatie van die cliënten. Daarom moet de persoonlijke situatie in kaart worden gebracht, en vaak ook het gezin, c.q. het sociale netwerk van de cliënt. Ook financiële gegevens kunnen van belang zijn, bijvoorbeeld voor het vaststellen van een bijdrage in de kosten. Kortom, er moeten nogal wat persoonsgegevens worden verzameld om te kunnen besluiten of cliënten recht hebben op ondersteuning uit de Wmo of op jeugdhulp. De matrix: bestuursrechtelijk (Wmo 2015 en Jeugdwet) en strafrechtelijk Team Zorg van VNG Naleving ontwikkelde de Matrix gegevensuitwisseling bij uitvoering, fraudepreventie en fraudebestrijding Wmo en Jeugdwet. Deze matrix en de toelichting erop geeft een overzicht van de mogelijkheden en beperkingen rond uitwisseling van (bijzondere) persoonsgegevens. Het geheel is gericht op de gemeentelijke uitvoeringspraktijk rond de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gegevensuitwisseling binnen een bestuursrechtelijk kader, namelijk de uitvoering van de Wmo 2015 én Jeugdwet door gemeenten, en binnen een strafrechtelijk kader.

Gegevens uitwisselen met andere partijen Soms moeten gemeenten hun verzamelde gegevens uitwisselen met andere instanties of partijen. Soms is het nodig gegevens op te vragen bij andere partijen; er worden dus gegevens uitgewisseld met derden. Zo zal het Centraal Administratie Kantoor (CAK), dat inkomensafhankelijke bijdragen in de kosten vaststelt en incasseert, gegevens van gemeenten moeten krijgen,

maar ook van de Belastingdienst, om die bijdragen per geval te kunnen vaststellen. Aanbieders van maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp hebben persoonsgegevens die door gemeenten zijn verzameld nodig om hun dienstverlening of voorzieningen te kunnen leveren. Gemeenten hebben soms gegevens nodig van andere instanties ter verificatie van gegevens die ze zelf van cliënten hebben ontvangen. Het doel is immers dat de voorzieningen terechtkomen bij mensen die ze nodig hebben. Misbruik en oneigenlijk gebruik moet zo veel mogelijk worden voorkomen en ook daarvoor is vaak gegevensuitwisseling nodig. De (on)mogelijkheden van gegevensuitwisseling De mogelijkheden tot gegevensuitwisseling tussen al deze betrokken partijen zijn niet onbeperkt, zeker niet als het gaat om bijzondere persoonsgegevens omtrent iemands gezondheid. Daarvoor geldt een zwaarder wettelijk privacybeschermingsregime. Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, oftewel de privacy van burgers, was het opvragen en uitwisselen van persoonsgegevens wettelijk geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Met ingang van 25 mei 2018 geldt de Wbp niet meer en is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat er sinds die datum dezelfde algemene privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie (EU).

Naast de AVG blijven de specifieke bepalingen rond gegevensuitwisseling in de Wmo 2015 en Jeugdwet gewoon van kracht. In het algemeen regelt de privacywetgeving dat persoonsgegevens door overheidsinstanties alleen worden opgevraagd en uitgewisseld als dat wettelijk is geregeld en daarvoor een noodzaak aanwezig is in het kader van het

VNG Naleving

5

uitvoeren van een overheidstaak.

gemeenten, voor wie zij hun diensten aan burgers leveren.

Bij een aantal verstrekkingen in het kader van de Wmo 2015 is bovendien toestemming van de betrokkene nodig voor gegevensverwerking.

Op rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid (bv, nv, stichting, vereniging, coöperatie) is privacywetgeving in beginsel niet van toepassing. Gegevens hieromtrent kunnen dus gewoon worden uitgewisseld, voor zover nodig voor een goede uitvoering van de wet.

Naast uitwisseling van persoonsgegevens zijn soms ook gegevens nodig over aanbieders van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Dat zijn niet altijd natuurlijke personen, maar ook rechtspersonen, zoals stichtingen, bv’s of coöperatieve verenigingen. Ook die kunnen misbruik maken van voorzieningen, persoonsgebonden budgetten of onjuiste facturen sturen aan de

6

VNG Naleving

Op rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid zoals de vof, eenmanszaak en maatschap is privacywetgeving wel weer van toepassing.

2. Schets wettelijk kader privacy en gegevensuitwisseling Regelgeving rond privacybescherming en gegevensuitwisseling is in verschillende wetten en verdragen opgenomen. Hieronder volgt een schets van het wettelijk kader in relatie tot de uitvoering van de Wmo 2015 en Jeugdwet. Internationaal recht Het recht op privacy is onder meer te vinden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (VN). Het is door de VN nader uitgewerkt in het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke rechten (IVBPR) en in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR). Verder is het recht op privacy opgenomen in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Inmenging in het privéleven is volgens het EVRM alleen mogelijk op basis van een wettelijke grondslag en vanwege belangrijke redenen. Dat kunnen zijn het beschermen van veiligheid, gezondheid of vervolging van strafbare feiten. Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Op 25 mei 2018 is de Wbp vervangen door de AVG. Anders dan de EU-privacyrichtlijn van 1995 is deze verordening rechtstreeks en direct toepasbaar in alle lidstaten van de Europese Unie zonder omgezet te hoeven worden in nationale regelgeving. De AVG biedt op een aantal punten ruimte voor landen om zelf nadere de regels te bepalen.

Veel van de Wet bescherming persoonsgegevens komt terug in de AVG, maar er zijn verschillen.

overheid. De overheid mag zich daarom niet onnodig mengen in het privéleven van de burger en zal - in het verlengde daarvan - ook voorzichtig moeten omgaan met de gegevens die zij van de burgers heeft. Met name persoonsgegevens, en specifiek de zogenaamde bijzondere persoonsgegevens, kunnen daarom niet onbeperkt worden uitgewisseld tussen overheidsinstanties. De AVG en Uitvoeringswet AVG zijn het algemene wettelijke kader voor privacybescherming. Daarnaast geven bijzondere wetten, zoals de Wmo 2015, specifieke regels. De AVG regelt waarvoor persoonsgegevens mogen worden verwerkt (de zogenaamde doelbinding) en welke rechten de betrokkenen daarbij hebben. Ook worden in de AVG zorgvuldigheidseisen voor de verwerking van persoonsgegevens gesteld. In de Rijksbeleidsvisie Zorgvuldig en bewust - Gegevensverwerking en Privacy in een gedecentraliseerd sociaal domein: is de relatie tussen de voormalige Wbp (sinds 25 mei 2018 de AVG) en de specifieke wetten op pagina 4 als volgt verwoord:

“1. De Wbp is leidend De wijze van gegevensverwerking is vastgelegd in de sectorwetgeving. Hierin zijn de wettelijke grondslagen vastgelegd op basis waarvan gemeenten gegevens kunnen verwerken. In die wetten wordt ook een wettelijke basis gelegd voor integrale dienstverlening en de daarvoor noodzakelijke gegevensverwerking. Hiermee wordt in het overgrote deel van de gegevensverwerking voorzien.

Uitgangspunt in de wetgeving is dat de burger in beginsel recht op privacy heeft, oftewel bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Dat recht geldt ten opzichte van andere burgers, bedrijven en ook ten opzichte van de

VNG Naleving

7

Gemeenten staan voor de uitdaging om de wettelijke kaders toe te passen in de praktijk. Bij toepassing van die kaders, en voor situaties waarin de materiewetten geen specifieke aanvullende regels geven, is de Wbp (AVG) leidend. De Wbp (AVG) biedt voldoende mogelijkheden om, indien noodzakelijk, gegevens te verwerken ten behoeve van het oplossen van probleemsituaties. Het is veeleer daar waar de Wbp (AVG) met algemeen geformuleerde normen ruimte biedt voor maatwerk, waar de discussie en interpretatieverschillen ontstaan. In het algemeen roept de AVG op tot terughoudendheid bij gegevensverwerking. De Wbp (AVG) dwingt daar tot zorgvuldige afwegingen met betrekking tot noodzaak, subsidiariteit en proportionaliteit van de gegevensverwerking.” Enkele begrippen uit de AVG zijn daarom van belang en worden ook in andere wetten, zoals de Wmo 2015, gebruikt. Om die reden worden ze hieronder nader toegelicht:

Persoonsgegeven (artikel 4, onder 1. AVG) Alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon. Bijzondere categorieën van persoonsgegevens (artikel 9 AVG) Bijzondere persoonsgegevens worden extra beschermd via de wet, omdat ze extra privacygevoelig zijn. Het kan gaan om persoonsgegevens over iemands gezondheid, ras, godsdienst, politieke voorkeur, etc. Verwerking van deze bijzondere persoonsgegevens is in principe verboden, tenzij de wet het expliciet toestaat. In de Jeugdwet en de Wmo 2015

8

VNG Naleving

spelen bijzondere persoonsgegevens omtrent iemands (geestelijke en/of lichamelijke) gezondheid vaak een rol. Verwerking (artikel 4, onder 2. AVG) Een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens; Betrokkene (artikel 4, onder 1. AVG) Alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); Toestemming van de betrokkene (artikel 4, onder 11. AVG) Elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de betrokkene door middel van een verklaring of een ondubbelzinnige actieve handeling hem betreffende verwerking van persoonsgegevens aanvaardt; N.B. Met het begrip “uitdrukkelijke” toestemming is een aanscherping beoogd ten opzichte van de hierboven omschreven “ondubbelzinnige“ toestemming. In geval de verwerkingsverantwoordelijke de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene dient te verkrijgen, dient de betrokkene expliciet zijn wil omtrent de verwerking te hebben geuit.

Middels een verwerkersovereenkomst is het overigens mogelijk dat een andere instantie namens de gemeente (verwerkingsverantwoordelijke ) persoonsgegevens verwerkt. Een voorbeeld is VNG KCHN BV, dat namens de deelnemende gemeenten aan het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) persoonsgegevens ontvangt. Zonder deze verwerkersovereenkomst tussen de gemeenten en VNG KCHN BV zou daarvoor

geen wettelijke grondslag zijn (artikel 4 onder 8. AVG). De verwerker verwerkt de gegevens overeenkomstig de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke en onder diens uitdrukkelijke verantwoordelijkheid.

Voor zover bijzondere wetten geen specifieke regels geven over gegevensbewerking (waaronder uitwisseling van gegevens), gelden de algemene regels uit de AVG. Wmo 2015, Jeugdwet en strafrechtelijk optreden In de Wmo 2015 is hoofdstuk 5 grotendeels gewijd aan gegevensverwerking en gegevensverstrekking door bij de uitvoering betrokken instanties. Daarbij wordt heel precies aangegeven welke instanties onder welke voorwaarden c.q. voor welk doel (bijzondere) persoonsgegevens mogen verwerken. De Jeugdwet geeft minder specifieke regels voor gegevensuitwisseling tussen instanties dan de Wmo 2015 en leunt daarom meer op de AVG en voorheen de Wbp.

Naast de regels uit de AVG, Wmo 2015 en Jeugdwet spelen ook andere wetten een rol, bijvoorbeeld voor situaties waarin sprake is van strafrechtrechtelijk optreden tegen fraude of misbruik van voorzieningen. Voorbeelden zijn de Wet Politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke (Wjsg) gegevens. (Samenwerkende) gemeenten Gemeenten maken zelf ook regels over het omgaan met persoonsgegevens en andere privacygevoelige aspecten, bijvoorbeeld via een gemeentelijk privacy-protocol of huisbezoekprotocollen. Deze regels zijn bedoeld als interpretatie van de wettelijke regels voor het eigen werkterrein en mogen niet zo ver gaan dat ze landelijke privacyregels verruimen of zelfs buiten werking stellen. In de uitvoering van de Wmo 2015 en Jeugdwet zijn gemeenten dus ook aan verschillende soorten privacywetgeving gebonden, zowel in de eerstelijnsuitvoering als bij heronderzoeken, controles en toezichthouden, als bij strafrechtelijke fraudeonderzoeken door bijvoorbeeld een sociaal rechercheur. Dat wordt soms als lastig ervaren bij de uitvoering, maar de privacywetgeving heeft wel een duidelijk doel. In een rechtsstaat is immers ook de overheid aan de wet gebonden.

VNG Naleving

9

3. Gegevensuitwisseling in het kader van het primaire uitvoeringsproces en bij heronderzoek Wmo 2015 en Jeugdwet Deze handreiking is gericht op gegevensuitwisseling in het kader van fraudepreventie en – bestrijding bij de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. In alle fasen van de uitvoering kan gegevensuitwisseling in dat kader nodig zijn. Melding/aanvraag hulp en ondersteuning Het begint bij de melding c.q. de aanvraag voor maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) of ondersteuning in het kader van de Jeugdwet. Dan ontstaan er al wederzijdse verplichtingen tussen burger en overheid. Zo zal de burger die een aanvraag of melding doet, relevante (persoons)gegevens moeten verstrekken, zodat de gemeente de aanvraag kan beoordelen. De gemeente mag daarbij niet meer vragen dan nodig is voor de beoordeling van de aanvraag. Ook kan een gemeente, al dan niet met toestemming van de betrokkene, gegevens bij derden opvragen. Zo kan bijvoorbeeld bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) worden nagegaan of de cliënt een indicatie in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz) heeft. Na de toekenning Na toekenning van een voorziening - al dan niet in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) - heeft de burger een verplichting om gegevens aan te leveren als er wijzigingen zijn in diens situatie dan wel ter verantwoording van de besteding van het pgb.

Ook in dat stadium kan een gemeente, bijvoorbeeld in het kader van de Wmo 2015, gegevens bij derden opvragen. Ook moeten, naar aanleiding van een toekenning, gegevens worden

10

VNG Naleving

uitgewisseld met andere instanties, bijvoorbeeld voor het opleggen van een bijdrage in de kosten. Daarbij spelen de Belastingdienst en het CAK een rol. Bij het uitbetalen en beheren van een pgb in het kader van de Jeugdwet en de Wmo 2015 moeten persoonsgegevens worden uitgewisseld tussen gemeenten en de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Toezicht op naleving Wmo 2015 Hetzelfde geldt voor het houden van toezicht op de naleving van de regelgeving in het kader van de Wmo 2015. Ook dan kunnen gemeentelijke toezichthouders onder voorwaarden (persoons-) gegevens opvragen en uitwisselen. Verdenking van fraude Bij een verdenking van fraude met Wmo- of Jeugdwetvoorzieningen kan een strafrechtelijk fraudeonderzoek nodig zijn, en ook in dat verband speelt gegevensuitwisseling een belangrijke rol. De matrices gegevensuitwisseling geven de relaties weer tussen de gegevensuitwisseling van de instanties die betrokken zijn bij de eerstelijnsuitvoering van Wmo 2015 en Jeugdwet, voor zover deze uitwisseling van belang is voor een rechtmatige uitvoering.

4. Matrix gegevensuitwisseling (bijzondere) persoonsgegevens Wmo 2015 in het kader van rechtmatige uitvoering Leesinstructie matrix: • horizontaal staan de ontvangende partijen/instanties vermeld, verticaal staan de verstrekkende partijen/instanties vermeld; • de letter verwijst naar de wettelijke bepaling op grond waarvan de gegevens kunnen worden verstrekt. Deze wettelijke bepalingen vindt u op de pagina’s na de matrix. N.B. de artikelen geven ook aan met welk doel welke en onder welke voorwaarden (bijvoorbeeld toestemming betrokkene) de gegevens mogen worden verstrekt, zie de toelichtingen onder de matrix; • Gegevens omtrent rechtspersonen die niet te herleiden zijn tot natuurlijke personen vallen niet onder de reikwijdte van privacywetgeving en kunnen t.b.v. de taken van onderstaande partijen wel uitgewisseld worden.

VNG Naleving

11

Ontvangende partijen / instanties COLLEGE VAN B&W*

Verstrekkende partijen / instanties

COLLEGE VAN B&W*

GEMEENTELIJKE SVB TOEZICHTHOUDER WMO 2015

AANBIEDER MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

CAK

A B C

A B C

A B C

A B C

E M

E

GEMEENTELIJKE TOEZICHTHOUDER WMO 2015

I

SVB

H

AANBIEDER MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

E

CAK

G

ZORGVERZEKERAAR (ZVW)

J

CIZ

D

ZORGAANBIEDER (ZVW)

J

BELASTINGDIENST

F

ZORGVERLENER PGB-HH/ PGB-BG

E

E

UITVOERDER (WLZ)

L

M

ZORGVERZEKERAAR (ZVW) J (K)

CIZ

ZORGAANBIEDER (ZVW) J (K)

BELASTINGDIENST

ZORGAANBIEDER PGB-HH/ PGB-BG

UITVOERDER (WLZ) L

E

M F E

E

* Bij beschermd wonen/opvang in het kader van de Wmo 2015 zijn via mandatering centrumgemeenten aangewezen voor delen van de uitvoering. Mandaatbesluit geeft in de regel aan wat is overgedragen.

12

VNG Naleving

A

B

Artikel 5.2.1 lid 1 onder a. Wmo 2015: Het college mag (bijzondere) persoonsgegevens uit onderzoek na melding verkregen (art. 2.3.2 Wmo 2015), van cliënten of uit authentieke registraties verkregen (art. 2.3.8 Wmo 2015), uit heronderzoek verkregen (art. 2.3.9 Wmo 2015) of verkregen van aanbieders of van personen die uit een pgb betaald worden (art. 5.2.2 Wmo 2015) alleen verstrekken aan: 1. aanbieders (zie art. 1.1.1 Wmo 2015), voor zover die gegevens voor de aanbieder nodig zijn om ondersteuning in de vorm van de maatwerkvoorziening te leveren (artikel 5.2.1 lid 1 onder a. Wmo 2015); 2. Het CAK (of andere organisatie), voor zover nodig voor de uitvoering van de bijdrageregeling uit art. 2.1.4 en 2.1.5 Wmo 2015 (artikel 5.2.1 lid 1 onder b. Wmo 2015); 3. De SVB, voor zover nodig voor het beheer en de uitbetaling van persoonsgebonden budgetten zoals bedoeld in art. 2.6.2 Wmo 2015 (artikel 5.2.1 lid 1 onder c. Wmo 2015); 4. toezichthouders (art. 4.3.1, 6.1 en 6.2 Wmo 2016), voor zover nodig voor het uitoefenen van het toezicht of het nemen van maatregelen ter handhaving van wettelijke voorschriften (artikel 5.2.1 lid 1 onder d. Wmo 2015). Artikel 5.2.1 lid 1 onder b.

Wmo 2015: Ook (bijzondere) persoonsgegevens die door het college zijn verkregen in het kader van de uitvoering van de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, mogen voor zover mits de betrokkene ondubbelzinnig toestemming heeft gegeven voor het verwerken van die persoonsgegevens (artikel 5.1.1 lid 4 Wmo 2015) worden verstrekt aan de hierboven onder A 1. tot en met 4. genoemde partijen, instanties en functionarissen. Verwerking van persoonsgegevens houdt in: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens (art. 1, onder b. Wet bescherming persoonsgegevens).

Persoonsgegevens, verkregen via uitvoering Participatiewet of schuldhulpverlening kunnen relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of keuzevrijheid wordt geboden voor een pgb. Schulden- of verslavingsproblematiek kan daarbij bijvoorbeeld relevant zijn, want in zulke gevallen is er een groter risico op misbruik c.q. oneigenlijk gebruik van pgb-gelden. C

D

Artikel 5.2.1 lid 1, onder c. Wmo 2015: Hier is geregeld dat het college (bijzondere) persoonsgegevens die het college van een zorgverzekeraar of zorgaanbieder of van het CIZ heeft ontvangen, voor zover mits daarvoor ondubbelzinnige toestemming door de betrokkene is verleend (zie art. 5.2.5 lid 1 Wmo 2015), kan doorgeven aan respectievelijk een aanbieder, het CAK, de SVB of aan toezichthouders, zoals hiervoor genoemd onder A, onder 1 tot en met 4. Artikel 5.2.1 lid 1, onder c. Wmo 2015: Specifiek voor het CIZ geldt dat het op eigen initiatief kan melden en op verzoek van een gemeente verplicht is, om aan het college te melden dat voor een bepaalde persoon een Wlz- indicatiebesluit is afgegeven (artikel 5.2.5 lid 3 Wmo 2015). Deze gegevensuitwisseling tussen CIZ en gemeente kan voor dit doel plaatsvinden zonder toestemming van de betrokkene.

. Uiteraard kan een gemeente bij een Wmo-melding, -aanvraag of -heronderzoek de cliënt vragen naar waarheid te verklaren of er al dan niet een Wlz-indicatie is afgegeven voor de cliënt. Een toets op aanwezigheid van een Wlz-indicatie bij het CIZ kan dubbele verstrekkingen via Wlz en Wmo 2015 voorkomen. E

Artikel 5.2.2 Wmo 2015: Zowel een aanbieder (zie art. 1.1.1 Wmo 2015) als derden die middels een pgb betaald worden, zijn bevoegd om op eigen initiatief persoonsgegevens en desgevraagd verplicht persoonsgegevens te verstrekken aan: • Artikel 5.2.2, onder a. Wmo 2015: het college van B & W van een gemeente, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikelen 2.1.4, 2.1.5, 2.3.2, 2.3.9, 2.3.10 en 2.4.3 Wmo 2015 (resp. bijdrageregeling, onderzoek na melding, heronderzoek, herziening en verhaal van kosten op aansprakelijke partij);

VNG Naleving

13

•

•

•

Artikel 5.2.2, onder b. Wmo 2015: aan het CAK of andere aangewezen instantie voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikelen 2.1.4 en 2.1.5 Wmo 2015 (vaststelling en incasso bijdragen in de kosten); Artikel 5.2.2, onder c. Wmo 2015: aan de SVB, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikel 2.6.2 (betaling en budgetbeheer pgb); Artikel 5.2.2, onder d. Wmo 2015: toezichthoudende ambtenaren voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van het toezicht.

F

Artikel 5.2.3 Wmo 2015 regelt dat de Belastingdienst bevoegd is om op eigen initiatief en verplicht is om op verzoek persoonsgegevens te verstrekken aan: • het college van B & W voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikelen 2.1.4, 2.1.5 Wmo 2015; • aan het CAK of andere aangewezen instantie voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikelen 2.1.4 en 2.1.5 Wmo 2015 (vaststelling en incasso bijdragen in de kosten).

G

Artikel 5.2.4 lid 1 Wmo 2015: Bevoegdheid CAK en verplichting om desgevraagd (bijzondere) persoonsgegevens aan het college van B & W te verstrekken, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikelen 2.1.4 en 2.1.5 Wmo 2015 (Regeling rond bijdragen in de kosten).

2.1.5, 2.3.6, 2.3.9, 2.3.10 en 2.4.3 Wmo 2015 (resp. bijdrageregeling, vaststelling pgb, heronderzoek, herziening en verhaal van kosten op aansprakelijke partij). Hier kan het gaan om situaties waarin CAK of SVB fraude vermoeden of waarin een toezichthouder via zijn toezichtstaak over gegevens beschikt die nodig kunnen zijn voor uitvoering van de bovengenoemde wetsartikelen. Toestemming van de betrokkene is niet vereist om op basis van dit artikel persoonsgegevens te verstrekken aan het college. Verdedigbaar is dat verstrekkingen van een toezichthouder aan het college van een andere gemeente op basis van dit artikel plaatsvinden. De parlementaire geschiedenis geeft geen duidelijkheid of hier alleen het “eigen college” wordt bedoeld. Als zowel de parlementaire geschiedenis als rechtspraak over de inhoud en de reikwijdte van de wettelijke grondslag hierover geen duidelijkheid bieden, dan kan dit een reden vormen om de verstrekking niet onrechtmatig te achten. Voorwaarde is dan wel dat de uitleg van de wettelijke grondslag niet op voorhand onverdedigbaar is ECLI:NL:CBB:2017:(46). Verder speelt ook mee dat de verstrekking t.b.v. de in het artikel genoemde doelen verenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens oorspronkelijk zijn verwerkt. J

H

I

14

VNG Naleving

Artikel 5.2.4 lid 2 Wmo 2015: Bevoegdheid SVB en verplichting om desgevraagd (bijzondere) persoonsgegevens aan het college van B & W te verstrekken, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikelen 2.1.4 e, 2.1.5, 2.3.6, 2.3.9, 2.3.10 en 2.4.3 Wmo 2015 (resp. bijdrageregeling, vaststelling pgb, heronderzoek, herziening en verhaal van kosten op aansprakelijke partij). Artikel 5.2.4 lid 3 Wmo 2015: Bevoegdheid toezichthoudende ambtenaren en verplichting om desgevraagd (bijzondere) persoonsgegevens, verkregen via toezicht, aan het college van B & W te verstrekken, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de artikelen 2.1.4 en

Artikel 5.2.5 lid 1 Wmo 2015: Zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de zin van de Zorgverzekeringswet (Zvw) kunnen eigen beweging (bijzondere) persoonsgegevens verstrekken aan het college van B & W. Daarnaast zijn die zorgverzekeraars en zorgaanbieders verplicht om op verzoek van een gemeente kosteloos (bijzondere) persoonsgegevens te verstrekken over de verzekerde die zorg op basis van de Zvw ontvangt of heeft ontvangen en in aansluiting daarop is aangewezen of kan zijn aangewezen op een Wmo-maatwerkvoorziening. In beide onder J. genoemde situaties is ondubbelzinnige toestemming

van de betrokkene nodig voor het verstrekken van de (bijzondere) persoonsgegevens aan een gemeente.

M

Artikelen 5:16 en 5:17 en 5:20 Algemene wet bestuursrecht (Awb): Artikel 5:16 Awb

De te verstrekken (bijzondere) persoonsgegevens moeten nodig zijn voor de uitvoering van de artikelen 2.3.2, 2.3.3, 2.3.5, 2.3.6, 2.3.9 of 2.3.10 Wmo 2015 (resp. onderzoek na melding, spoedaanvraag, beslissing op aanvraag maatwerkvoorziening, vaststelling recht op pgb, heronderzoek en herziening). Het gaat hier dus niet om het verstrekken van persoonsgegevens van zorgaanbieders aan het college van B & W. (K)

Artikel 5.2.5 lid 2 Wmo 2015: Dit artikellid is als het ware het spiegelbeeld van 5.2.5 lid 1 Wmo 2015, hiervoor genoemd. Het regelt dat het college, met ondubbelzinnige toestemming van de cliënt, persoonsgegevens mag verstrekken aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de zin van de Zvw. Desgevraagd is het college verplicht die gegevens kosteloos te verstrekken. Ook hier geldt dat de persoonsgegevens noodzakelijk moeten zijn voor het uitvoeren van de taken die zorgverzekeraars en zorgaanbieders in het kader van de Zvw hebben. Het gaat hier dus niet om het verstrekken van persoonsgegevens van zorgaanbieders aan zorgverzekeraars. Dit artikellid staat dus los van fraudepreventie en -bestrijding in het kader van de Wmo 2015, dat is de reden om de (K) tussen haakjes te plaatsen in het schema.

L

Artikel 9.1.3 lid 3 Wlz: Voor zover de verzekerde daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft verleend, verstrekken B & W en de Wlz-uitvoerder elkaar kosteloos de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wbp, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de onderlinge afstemming van deze wet en de Wmo 2015 of Jeugdwet of voor het voorkomen van dubbele verstrekkingen.

Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen. Artikel 5:17 Awb 1. Een toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden. 2. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. 3. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs. Deze 2 bepalingen bieden slechts een grondslag voor het vorderen van zakelijke gegevens. Soms kunnen ook gegevens die opgenomen zijn in persoonsregistraties een zakelijk karakter hebben (Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr 3, blz. 144 en 1994/95, 23700, nr 5, blz. 85). Deze artikelen fungeren niet als vangnet voor gevallen waarin er geen specifieke wettelijke bepaling is om persoonsgegevens te verstrekken. Artikel 5:20 Awb 1. Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 2. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.

VNG Naleving

15

5. Gegevensuitwisseling Jeugdwet De Jeugdwet geeft, zoals eerder vermeld, minder specifieke regels over gegevensverwerking dan de Wmo 2015. Zoals de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel Jeugdwet aangeeft is dan het algemene wettelijk kader voor gegevensverwerking (incl. gegevensuitwisseling) – per 25 mei 2018 – de AVG:

“Het wetsvoorstel bevat op een aantal punten concretiseringen van de algemene normen van de Wbp (AVG). Deze bijzondere regels ten aanzien van de Verwijsindex Risicojongeren (VIR), burgerservicenummer (BSN) en beleidsinformatie zijn daarmee een aanvulling op of nadere uitwerking van de bepalingen van de AVG. Op de gebieden die niet in het onderhavige wetsvoorstel zijn geregeld, geldt de AVG als algemene wet” (bron: MvT Jeugdwet, TK, vergaderjaar 2012-2013, 33 684, nr. 2, pagina 62 e.v.). De AVG geeft algemene bepalingen voor gegevensbewerking van (bijzondere) persoonsgegevens. Een belangrijk artikel in dit verband is artikel 6 AVG:

Artikel 6 AVG 1. De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a) de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden; b) de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen;

c) de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust; d) de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen; e) de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen; f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is. De eerste alinea, punt f), geldt niet voor de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken. N.B: Artikel 6 AVG gaat niet over bijzondere persoonsgegevens (over bijvoorbeeld iemands gezondheid) als bedoeld in artikel 9 AVG. Verwerking daarvan is in beginsel verboden (artikel 9 AVG), tenzij de AVG, de Uitvoeringswet AVG of een sectorspecifieke wet een uitzondering maakt (artikel 9, tweede lid AVG). Overigens zullen in het kader van fraudepreventie- en bestrijding niet altijd bijzondere persoonsgegevens hoeven te worden uitgewisseld.

Artikel 6 AVG verwijst onder a. naar toestemming van de betrokkene.

16

VNG Naleving

Daarnaast wordt onder c. verwezen naar een wettelijke verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke (bijvoorbeeld een college van B & W van een gemeente). Onder e. wordt verwezen naar een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag (hierna ook kortweg: publieke taak) van een bestuursorgaan. Het is duidelijk dat gemeenten een publieke taak hebben, namelijk het uitvoeren

van de Jeugdwet. Daarbij moeten gemeenten zelf onder meer verordeningsregels maken “voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet”, zie artikel 2.9, onder a. Jeugdwet.

VNG Naleving

17

6. Matrix gegevensuitwisseling (bijzondere) persoonsgegevens Jeugdwet in het kader van fraudepreventie en -bestrijding Leesinstructie matrix: • horizontaal staan de ontvangende partijen/instanties vermeld, verticaal staan de verstrekkende partijen/instanties vermeld; • de letter verwijst naar de wettelijke bepaling op grond waarvan de gegevens kunnen worden verstrekt. Deze wettelijke bepalingen vindt u op de pagina’s na de matrix. N.B. de artikelen geven ook aan met welk doel welke gegevens mogen worden verstrekt, zie de toelichtingen na de matrix. Ontvangende partijen/instanties COLLEGE VAN B&W GEMEENTELIJKE TOEZICHTHOUDER A C

Verstrekkende partijen/ instanties

COLLEGE VAN B&W

18

VNG Naleving

GEMEENTELIJKE TOEZICHTHOUDER

A C

SVB

A C D

CAK

A F

AANBIEDER JEUGDHULP

A B C E

A C

ZORGVERLENER PGB-J

A C

A C

UITVOERDER (WLZ)

B C G

SVB

CAK

A D

F

A C D

AANBIEDER JEUGDHULP

ZORGVERLENER PGB-J

UITVOERDER (WLZ) B C G

A

Artikel 6, lid 1 onder e. AVG 1. De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan: e.

B

certificeerde instellingen. F

Besluit aanwijzing CAK als bestuursorgaan (vaststelling en inning ouderbijdrage in het kader van de Jeugdwet) is komen te vervallen. Afschaffen ouderbijdrage Jeugdwet. Het CAK kan de ouderbijdragen die verschuldigd zijn voor de in 2015 verleende jeugdhulp met verblijf, nog wel vaststellen en innen.

G

Artikel 9.1.3 lid 3 Wet langdurige zorg Voor zover de verzekerde daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft verleend, verstrekken het college van burgemeester en wethouders en de Wlz-uitvoerder elkaar kosteloos de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de onderlinge afstemming van deze wet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Jeugdwet of voor het voorkomen van dubbele verstrekkingen.

H

Artikelen 5:16 en 5:17 en 5:20 Algemene wet bestuursrecht:

de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen;

Artikel 6, lid 1 onder c. AVG Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien: c.

C

de verwerking noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;

Artikel 2.9 Jeugdwet De gemeenteraad stelt bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet in ieder geval regels: d.

voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.

D

Artikel 8.1.8 Jeugdwet 1. De Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voert namens de colleges de betalingen ten laste van verstrekte budgetten, alsmede het hiermee verbonden budgetbeheer, uit. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de Sociale verzekeringsbank de taak, bedoeld in het eerste lid, uitvoert.

E

De Regeling Jeugdwet (Artikelen 6b.1-6b.7) geeft gedetailleerde regels over verstrekking persoonsgegevens en (fraude-) onderzoek naar declaraties van jeugdhulpaanbieders, aanbieders van preventie en ge-

Artikel 5:16 Awb Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen. Artikel 5:17 Awb 1. Een toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden. 2. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. 3. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs. Deze 2 bepalingen bieden slechts een grondslag voor het vorderen van zakelijke gegevens. Soms kunnen ook gegevens die opgenomen zijn in persoonsregistraties een zakelijk karakter hebben (Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, blz. 144 en 1994/95, 23700, nr. 5, blz. 85). Deze

VNG Naleving

19

artikelen fungeren niet als vangnet voor gevallen waarin er geen specifieke wettelijke bepaling is om persoonsgegevens te verstrekken. 2. Artikel 5:20 Awb 1. Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze

20

VNG Naleving

redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.

7. Gegevensuitwisseling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar fraude met Wmo- of Jeugdwetvoorzieningen In het kader van de uitvoering van de Wmo 2015 en/of de Jeugdwet zullen burgers aan gemeenten (bijzondere) persoonsgegevens moeten verstrekken, zodat het college kan beoordelen of er recht is op maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp. Zonder dergelijke persoonsgegevens kunnen deze wetten niet worden uitgevoerd. Het opvragen van gegevens zal in alle gevallen zo min mogelijk belastend moeten zijn voor de burger. Dat betekent dat niet wordt gevraagd naar gegevens die al bekend zijn en dat niet meer gegevens worden gevraagd dan nodig zijn voor de uitvoering van de wetgeving.

om dergelijke onderzoeken uit te voeren. Ook kunnen gemeenten ervoor kiezen om in voorkomend geval de politie, FIOD of Inspectie SZW DO (bevoegd op grond van artikel 3 onder d van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten) te verzoeken om ter zake een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

Verder moet de methode van gegevensverzameling de burger niet onnodig belasten. Zo zal alleen een huisbezoek worden afgelegd als dat nodig is. Gemeenten kunnen hun burgers vragen te verklaren dat de door hen aangeleverde gegevens naar waarheid zijn verstrekt, bijvoorbeeld door een ondertekende verklaring op te nemen in het dossier, apart of via bijvoorbeeld een aanvraagformulier. In zo´n verklaring verklaart de burger die een aanvraag doet dat hij of zij de gegevens naar waarheid heeft verstrekt en dat hij of zij begrijpt dat het verstrekken van onjuiste gegevens kan leiden tot weigering van voorzieningen, tot beëindiging van het recht op een voorziening en/of terugvordering ervan, maar ook tot mogelijke strafrechtelijke vervolging.

De essentie daarbij is of een bepaalde handeling van de aanvrager valt aan te merken als een strafbaar feit. Het verstrekken van onjuiste gegevens in het kader van een aanvraag bij de gemeente kan soms een strafbaar feit zijn. Overigens kunnen ook andere betrokken partijen, zoals aanbieders van maatschappelijke ondersteuning of van jeugdhulp, onrechtmatig handelen en kan dit handelen soms als een strafbaar feit worden gekwalificeerd. Zie bijvoorbeeld onderstaande artikelen uit het Wetboek van Strafrecht.

Met het instellen van een strafrechtelijk onderzoek treden strafrechtelijke regels in werking. Deze regels staan op zich los van de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Indien vermoed wordt dat de gegevens niet naar waarheid zijn verstrekt aan de gemeente, kan er sprake zijn van een strafbaar feit en kan daarbij een strafrechtelijk onderzoek worden gestart, bijvoorbeeld door een gemeentelijk sociaal rechercheur, die aangewezen is door het college en bevoegd is

VNG Naleving

21

Artikel 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht 1. Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie. 2 Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik. Artikel 227a Wetboek van Strafrecht Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid gegevens verstrekt aan degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming wordt verleend, wordt, indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met gevangenis straf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 227b Wetboek van Strafrecht Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

22

VNG Naleving

Artikel 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht 1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. Gegevensregime strafrechtelijk onderzoek Organisaties binnen de strafrechtketen wisselen uiteraard ook veel (persoons)gegevens uit in het kader van hun werk. Daarvoor is een apart, van de AVG afwijkend, kader ontwikkeld. Zo is de AVG niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de politietaak van de Nationale Politie, Koninklijke Marechaussee, bijzondere opsporingsdiensten, buitengewoon opsporingsambtenaren en het Openbaar Ministerie. De verwerking van persoonsgegevens door het Openbaar Ministerie valt onder de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). De verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de politietaak door de Nationale Politie, Koninklijke Marechaussee en bijzondere opsporingsdiensten valt onder de Wet politiegegevens (Wpg).

Ook de verwerking van persoonsgegevens door een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) van een gemeente valt onder de Wpg. Dat is een gevolg van de Richtlijn (EU) 2016/680. Deze richtlijn gaat over bescherming van persoonsgegevens bij opsporing en vervolging van strafbare feiten en is in nationale wetgeving omgezet. Persoonsgegevens worden onder de Wpg overigens politiegegevens genoemd. Verkrijgen persoonsgegevens In het kader van een opsporingsonderzoek verkrijgt een BOA voornamelijk gegevens op grond van het Wetboek van Strafvordering en/of de Wet op de

economische delicten. In dat geval heeft de instantie de wettelijke plicht om de gegevens te verstrekken ten behoeve van het opsporingsonderzoek. De verstrekkende instantie kan zich in dat geval beroepen op artikel 6 lid 1 sub c AVG. Diensten kunnen daarnaast ook op eigen initiatief persoonsgegevens verstrekken aan opsporingsambtenaren. Verstrekkingen op eigen initiatief en vrijwillig kunnen worden gebaseerd op artikel 6 lid 1 sub e AVG. Werkwijze verstrekken persoonsgegevens door BOA Voordat de BOA politiegegevens verstrekt, dient hij zich in alle gevallen de volgende vragen te stellen: • Is er een rechtsgrond om de gegevens te verstrekken? • Is er overleg gevoerd met de officier van justitie omtrent de verstrekking? • Zijn de te verstrekken gegevens nog wel juist en correct? • Voor welk doel worden de gegevens verstrekt? • Zijn de te verstrekken gegevens nodig voor de uitoefening van de taak van degene aan wie gegevens worden verstrekt? Let bij de uitvoering verder op: • Eventuele speciale voorwaarden die op de verstrekking van toepassing zijn.

• •

Het vergewissen van de identiteit van de ontvangstgerechtigde en het vastleggen daarvan. Het vastleggen van de verstrekking (dit is een verplichting; artikel 6:4 lid 4 Besluit politiegegevens). De volgende gegevens dienen te worden vastgelegd: • Een omschrijving van de verstrekte gegevens • Het doel van de verstrekking • De datum waarop de gegevens verstrekt zijn • De identiteit van de verzoeker aan wie de gegevens verstrekt zijn.

Hieronder is – met name voor de BOA – een matrix opgenomen die inzicht biedt in de relevante gegevensuitwisseling tussen de meest voorkomende partijen die betrokken zijn bij de strafrechtelijke opsporing van fraude in het kader van de Wmo 2015 en Jeugdwet. In deze matrix worden niet de gegevensuitwisselingsmogelijkheden weergegeven tussen ‘toezichthouders’ en/ of ‘derden’ onderling, omdat het gaat om uitwisseling van strafrechtelijke gegevens. De AVG of specifieke materiewetten bieden hiervoor eventueel een grondslag.

VNG Naleving

23

8. Matrix gegevensuitwisseling (bijzondere) persoonsgegevens Wmo 2015 en Jeugdwet bij strafrechtelijke opsporing van fraude Leesinstructie matrix: • horizontaal staan de ontvangende partijen/instanties vermeld, verticaal staan de verstrekkende partijen/instanties vermeld; • de letter verwijst naar de wettelijke bepaling op grond waarvan de gegevens kunnen worden verstrekt. Deze wettelijke bepalingen vindt u op de pagina’s na de matrix. N.B. de artikelen geven ook aan met welk doel welke gegevens mogen worden verstrekt, zie de toelichtingen na de matrix.

24

VNG Naleving

Verstrekkende partijen / instanties

Ontvangende partijen / instanties BOA*

BENADEELDEN VAN STRAFBARE FEITEN

OVERIGE TOEZICHT WPG-PART- WMO/JW NERS** ‘EIGEN’ DOMEIN***

TOEZICHT ‘ANDER’ DOMEIN****

DERDEN STRUCTUREEL*****

OM

DERDEN INCIDENTEEL

SAMENFIOD WERKINGSVERBANDEN

INSPECTIE SZW/ DIRECTIE OPSPORING

BOA DOMEIN V*

H

G

H

L

M

K

D

I

J

H

H

FIOD

H

G

H

J

N

D

I

J

H

H

INSPECTIE SZW/DIRECTIE OPSPORING

H

G

H

J

N

D

I

J

H

OVERIGE WPG-PARTNERS**

H

G

H

I

J

D

I

J

H

H

TOEZICHT WMO JW ‘EIGEN’ DOMEIN***

A B C

A B C

A B C

A B C

TOEZICHT ‘ANDER’ DOMEIN****

A B C

A B C

A B C

A B C

DERDEN STRUCTUREEL*****

A B C

A B C

A B C

A B C

BENADEELDEN VAN STRAFBARE FEITEN

A B C

A B C

A B C

A B C

OM

E

F

* **

Bijvoorbeeld een sociaal rechercheur (buitengewoon opsporingsambtenaar in de zin van artikel 142 Wetboek van Strafvordering). Naast de ISZW-DO en FIOD zijn dit de Nationale Politie, Koninklijke Marechaussee, Financial Intelligence Unit deels (FIU), Inspectie Leefomgeving en Transport Inlichtingen- en Opsporingsdienst (ILT-IOD), Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Inlichtingen- en Opsporingsdienst (NVWA-IOD), BOA’s van andere diensten. *** Dit betreft ontvangers binnen het eigen domein, bijvoorbeeld: de BOA werkzaam binnen domein Werk, inkomen en zorg (V) verstrekt politiegegevens aan een toezichthouder werkzaam binnen hetzelfde domein. **** Dit betreft ontvangers binnen een ander domein, bijvoorbeeld: de BOA die werkzaam is binnen domein Werk, inkomen en zorg (V) verstrekt politiegegevens aan een toezichthouder werkzaam binnen bijvoorbeeld het domein Onderwijs of bij de belastingdienst. ***** Bij de BOA’s kan behoefte zijn aan een eigenstandige mogelijkheid tot structurele verstrekking van politiegegevens. Dit hangt samen met het specifieke beleidsterrein waarop een BOA werkzaam is, dat kan nopen tot het verstrekken van politiegegevens aan personen en instanties waarmee door de politie en de Koninklijke Marechaussee in het kader van de uitvoering van de politietaak geen contacten worden onderhouden.

VNG Naleving

25

A

Artikel 126nd lid 1 Wetboek van Strafvordering 1. In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken. 2. Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De vordering kan niet betrekking hebben op persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging. Artikel 126ne Wetboek van Strafvordering 1. De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat een vordering als bedoeld in artikel 126nd, eerste lid, van degene die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, betrekking kan hebben op gegevens die eerst na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken en kan telkens met maximaal vier weken worden verlengd. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. Artikel 126nd, tweede tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 126nf Wetboek van Strafvordering 1.

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in artikel 126nd, tweede lid, derde volzin, deze gegevens vorderen. NB: Het feit dat een persoon een pgb ontvangt kan al gezien worden als een persoonsgegeven omtrent iemands gezondheid. Een ‘126 nf’ vordering zal al snel vereist zijn!

26

VNG Naleving

Artikel 6 AVG 1. De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan: c. de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust. B

Artikel 161 Wetboek van Strafvordering Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte of klachte te doen. Artikel 6 AVG 1. De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan: e. de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen. Artikel 23 AVG 1. De reikwijdte van de verplichtingen en rechten als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 en artikel 34, alsmede in artikel 5 kan, voor zover de bepalingen van die artikelen overeenstemmen met de rechten en verplichtingen als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 20, worden beperkt door middel van Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepalingen die op de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker van toepassing zijn, op voorwaarde dat die beperking de wezenlijke inhoud van de grondrechten en fundamentele vrijheden onverlet laat en in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter waarborging van: d.

de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid; NB: Aanwijzing opsporingsbevoegdheden (Stcrt. 2014, 24442) par 2.10

•

C

De hoofdregel luidt dat opgeslagen/vastgelegde gegevens moeten worden gevorderd. Uitzondering hierop is: Een bedrijf of instelling kan zonder vordering gegevens verstrekken, indien die verstrekking gepaard gaat met aangifte. Dan is sprake van gegevens die op eigen initiatief zijn verstrekt. Artikel 162 Wetboek van Strafvordering 1. Openbare colleges en ambtenaren die in de uitoefening van hun bediening kennis krijgen van een misdrijf met de opsporing waarvan zij niet zijn belast, zijn verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen, met afgifte van de tot de zaak betrekkelijke stukken, aan de officier van justitie of aan een van zijn hulpofficieren, c. indien door het misdrijf inbreuk op of onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van een regeling waarvan de uitvoering of de zorg voor de naleving aan hen is opgedragen. 2. Zij verschaffen de officier van justitie of de door deze aangewezen hulpofficier desgevraagd alle inlichtingen omtrent strafbare feiten met de opsporing waarvan zij niet zijn belast en die in de uitoefening van hun bediening te hunner kennis zijn gekomen. 3. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de ambtenaar die door het doen van aangifte of het verschaffen van inlichtingen gevaar zou doen ontstaan voor een vervolging van zich zelf of van iemand bij wiens vervolging hij zich van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschonen.

Artikel 6 AVG 1. De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan: c. de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust.

D

Artikel 16 lid 1 sub a Wpg (verstrekking aan gezagsdragers) 1. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt politiegegevens aan: b. leden van het openbaar ministerie voor zover zij deze behoeven: 1°. in verband met hun gezag of zeggenschap over de politie of

over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast, of 2°. voor de uitvoering van andere hun bij of krachtens de wet opgedragen taken; E

Artikel 39e Wjsg 1. Voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, kan het College van procureurs-generaal aan de volgende personen of instanties strafvorderlijke gegevens verstrekken: f. buitengewone opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;

F

Artikel 39f Wjsg 1. Voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, kan het College van procureurs-generaal, onverminderd artikel 39e, aan personen of instanties voor de volgende doeleinden strafvorderlijke gegevens verstrekken: a. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, c. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving, d. het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing, 2. Het College van procureurs-generaal kan slechts strafvorderlijke gegevens aan personen of instanties als bedoeld in het eerste lid verstrekken, voor zover die gegevens voor die personen of instanties: a. noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang of de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, en b. in zodanige vorm worden verstrekt dat herleiding tot andere personen dan betrokkene, redelijkerwijs wordt voorkomen. 3. Artikel 9, eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. NB: Voor het gebruik maken van de bevoegdheid tot toepassing van de artikelen 39 e en f Wjsg zijn beleidsregels gemaakt.

VNG Naleving

27

G

Artikel 4:2 lid 1 onder n Besluit politiegegevens Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan: n. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen;

H

Artikel 15 Wpg (ter beschikking stellen van politiegegevens) De verwerkingsverantwoordelijke stelt politiegegevens ter beschikking aan personen die door hemzelf dan wel door een andere verwerkingsverantwoordelijke overeenkomstig artikel 6, tweede lid, zijn geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover zij deze behoeven voor de uitvoering van hun taak.

NB: V.w.b. informatie-uitwisseling tussen opsporingsambtenaren is er in beginsel een plicht tot het ter beschikking stellen van de politiegegevens. I

28

VNG Naleving

Artikel 19 Wpg (verstrekking aan derden incidenteel) In bijzondere gevallen kan de verwerkingsverantwoordelijke, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 van de Politiewet 2012, beslissen tot het verstrekken van politiegegevens aan personen of instanties voor de volgende doeleinden: a. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten; b. het handhaven van de openbare orde; c. het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven; d. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.

J

Artikel 20 Wpg (verstrekking aan derden structureel voor samenwerkingsverbanden) De verwerkingsverantwoordelijke kan, voor zover dit met het oog op een zwaarwegend algemeen belang noodzakelijk is ten behoeve van een samenwerkingsverband van de bevoegde autoriteiten met personen of instanties, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 van de Politiewet 2012, beslissen tot het verstrekken van politiegegevens aan die personen en instanties voor de volgende doeleinden: a. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten; b. het handhaven van de openbare orde; c. het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven; d. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.

K

Artikel 6 Besluit politiegegevens buitengewone opsporingsambtenaren Verstrekking politiegegevens aan derden structureel 1. De verwerkingsverantwoordelijke kan, voor zover verenigbaar met de opsporingstaak en in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 148 van het Wetboek van Strafvordering, beslissen tot de verstrekking van politiegegevens die door een buitengewoon opsporingsambtenaar zijn verzameld en worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 13 van de wet, aan personen of instanties, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak. 2. De verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 van de wet vindt uitsluitend plaats indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking. 3. In de beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd ten behoeve van welke zwaarwegend algemeen belang de verstrekking noodzakelijk is, de persoon of instantie aan wie de gegevens worden verstrekt, de taak ter uitvoering waarvan de gegevens worden verstrekt, de gegevens die worden verstrekt, de voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt en, indien van toepassing, de motivering van de strikte noodzaak, bedoeld in het tweede lid. De beslissing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=4c03d341-0f78-4782-9ce7-f042e470d87d