Bijlage 1 bij e-mail aan burgemeester - Was-Wordt-tabel wijzigen APV, d.d. 17-06-2024
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging APV, HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE, Afdeling 5, Verbod vuur te stoken. Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt en – als de bestaande tekst al vet was gedrukt ook onderstreept. Huidige tekst APV
Voorgestelde nieuwe tekst APV
Artikel 5.5.1 Verbod vuur te stoken
Artikel 5.5.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het college kan van het in het eerste lid genoemde verbod ontheffing verlenen voor: a. Kerstboomverbranding in de maand januari van elk kalenderjaar; b. Kampvuren, in daarvoor aangelegde stookplaatsen, ten behoeve van scoutingactiviteiten; c. Evenementen als bedoeld in artikel 5.7.1, eerste lid. 3. Tot de door het college aan de in het tweede lid genoemde ontheffing te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat de verbranding slechts op een door het college te bepalen plaats en tijdstip mag plaatsvinden. 4. Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en veiligheid, ter bescherming van de woonen leefomgeving, ter bescherming van flora en fauna of ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank. 5. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor zover: a. op de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gebaseerde voorschriften van toepassing zijn; b. de provinciale omgevingsverordening van
1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
toepassing is; c. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van Strafrecht van toepassing is; d. het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke of het betreft het stoken van vuur in een vuurkorf met een maximale inhoud van 25 liter of het betreft vuur voor koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar of hinder oplevert voor de omgeving en niet plaatsvindt in parken of buitengebieden van de gemeente Arnhem; e. het betreft het barbecueën op daarvoor door het college aangewezen plaatsen. 6. Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.