Bijlage 1 - Arnhemse Aanpak Energiearmoede
Tekst van het document
De Arnhemse Aanpak Energie Armoede (2020-2023)
flyer uit de pilot energiearmoede eind 2019-begin 2020
oktober 2020
1
Inhoud 1. CONTEXT..........................................................................................................................................3 1.1 Energietransitie in Arnhem.......................................................................................................3 1.2 Energie en armoedebeleid........................................................................................................3 1.3 Energie en andere opgaven ......................................................................................................3 2. Definitie en doelgroep.....................................................................................................................4 2.1 Definitie Energiearmoede.........................................................................................................4 2.2 Doelgroep..................................................................................................................................4 3.
Ervaringen MET DE AANPAK VAN ENERGIEARMOEDE ....................................................................6 3.1 Ervaringen in Plymouth, Groot Brittannië ...............................................................................6 3.2 Ervaringen in Nederland...........................................................................................................6 3.3 Ervaringen in Arnhem ...............................................................................................................7 4. aanpak .............................................................................................................................................7 4.1 Doelstellingen ...........................................................................................................................7 4.2 Ondersteuningsaanbod ............................................................................................................8 4.3 Persoonlijke en integrale aanpak .............................................................................................8 4.4 Aansluiten bij wat speelt in de wijk en buurt ..........................................................................8 4.5 Netwerk van samenwerkende partijen....................................................................................9 4.6
Koppelkansen............................................................................................................................9 4.7 Leren en verbeteren ...............................................................................................................10 5. Uitvoering ......................................................................................................................................10 5.1 Aanpak in Aandachtsbuurten en -wijken...............................................................................10 5.2 Aanpak in de Kansrijke buurten en - wijken ..........................................................................11 5.3 Aanpak in de Actieve wijken ..................................................................................................12 5.4 Stadsbreed individueel ...........................................................................................................12 5.5 Uitvoeringsplan.......................................................................................................................12 Bijlage 1: Ervaringen MET AANPAK ENERGIEARMOEDE....................................................................13
2
1. CONTEXT Hoe houden we energie beschikbaar en betaalbaar, juist ook voor een groep Arnhemmers die nu al moeite heeft de energierekening te betalen, huishoudens in energiearmoede. Met de voorliggende 'Arnhemse Aanpak Energie Armoede' wordt de aanpak gepresenteerd voor een inclusieve energietransitie in Arnhem. In dit eerste hoofdstuk bespreken we hoe de aanpak past binnen in ons beleid en ambities met betrekking tot energietransitie en armoede. 1.1 Energietransitie in Arnhem Arnhem wil een actieve regierol bij de energietransitie in de wijken. De concrete inrichting is vormgegeven in het programmaplan 'New energy made in Arnhem 2020-2030' (NemiA 2020-2030). De doelstelling van NemiA 2020-2030 is 61% CO2-reductie ten opzichte van 2017, met als tussendoelstelling 25% in 2023. Binnen de energietransitie is nadrukkelijk oog voor Arnhemmers die nu al moeite hebben hun energierekening te betalen. We willen voorkomen dat zij, door stijgende gasprijzen, een nog groter deel van hun beschikbare inkomen kwijt zijn aan energie. We doen dat door hen te helpen hun energierekening te verlagen door hen bijvoorbeeld te ondersteunen bij het isoleren van hun woning en het omschakelen naar schone energiebronnen. 1.2 Energie en armoedebeleid De ondersteuning van inwoners vanuit de energietransitie wordt integraal ingevuld.
Aanbod en vraag worden goed mogelijk op elkaar afgestemd om toegang van inwoners tot de ondersteuning te vereenvoudigen, het bereik onder de huishoudens die het nodig hebben te vergroten en de effectiviteit van de hulp te verbeteren. Hiervoor wordt vanuit de energietransitie nauw samengewerkt met diverse initiatieven en partners in de stad en worden verbindingen gelegd met beleidsterreinen als armoede en schulddienstverlening. In het Arnhemse armoedebeleid 'Weg uit armoede: werken aan perspectief' van juni 2020 wordt onder andere gesteld dat woonlasten een grote kostenpost zijn voor inwoners met een laag inkomen. Vaak zijn de woonlasten meer dan 50% van het inkomen. Dus wanneer het lukt om deze lasten omlaag te krijgen, of beter te beheersen, ontstaat een blijvend effect. Vanuit het armoedebeleid wordt langs twee sporen ingezet op het beïnvloeden van de woonlasten: via de Woondeal wordt ingezet op meer betaalbare woningen en via de energietransitie wordt ingezet op het verlagen of beter beheersen van de energierekening. 1.3 Energie en andere opgaven Vanuit de energietransitie en de voorliggende aanpak energiearmoede zien wij nadrukkelijk kansen voor andere opgaven in onze stad. We denken hierbij aan de mogelijkheden die de aanpak biedt om aan het werk te gaan in de energietransitie en aan de gevolgen die een lagere energierekening kan hebben voor het welzijn van onze bewoners.
3
2. DEFINITIE EN DOELGROEP 2.1 Definitie Energiearmoede Energiequote en betaalrisico Om de kwetsbare doelgroepen in de energietransitie in kaart te brengen, kijken we naar twee graadmeters: energiequote en betaalrisico. We spreken van energiearmoede als een huishouden in energiearmoede als het huishouden meer dan 10% van het besteedbaar inkomen kwijt is aan energiekosten. Dat noemen we een energiequote van meer dan 10%. Energiearmoede is een onderdeel van het bredere armoedeprobleem. We kijken daarom ook naar de graadmeter betaalrisico. Dat is het risico dat een huishouden na het betalen van de woon- en energiekosten, en ook voor hypotheek, huur of ziektekosten, onvoldoende budget overhoudt voor andere minimaal noodzakelijk levensonderhoud. We kiezen voor deze graadmeters op basis van de studie ‘Meten met twee maten’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (2018). Onderverdeling in groepen Op basis van de graadmeters energiequote en betaalrisico delen we huishoudens op in vier groepen (zie figuur 1): A. Huishoudens met een hoge energiequote (meer dan 10%) en een betaalrisico. Dit is onze hoofddoelgroep. Zij ervaren op dit moment energiearmoede. Hier willen we direct mee aan de slag. B. Huishoudens met alleen een hoge energiequote. Dit is een belangrijke risicogroep. Zij lopen de kans om de komende jaren in energiearmoede terecht te komen. C.
Huishoudens met alleen een betaalrisico. Deze groep is een aandachtsgroep. Hun situatie is ook zorgelijk, maar valt niet direct binnen de invloedsfeer van de energietransitie. Energie besparen heeft voor hen minder toegevoegde waarde. Hun energiequote is namelijk al relatief laag. Wel biedt de aanpak energiearmoede ook voor als kans tot kostenbesparing. We houden deze groep in beeld om te voorkomen dat ze in energiearmoede terecht gaan komen door bijvoorbeeld stijgende kosten van de energierekening of veranderend inkomen. D. Huishoudens met een lage energiequote en geen betaalrisico; deze vallen buiten deze aanpak. In de vier groepen hebben we het steeds over zowel huurders van corporaties, huurders van private eigenaren als particuliere huiseigenaren.
Figuur 1 – Schematische weergaven van de groepen op basis van de twee graadmeters energiequote en betaalrisico
2.2 Doelgroep Hoe ziet de doelgroep eruit? De doelgroep bestaat uit huishoudens:
4
met een laag inkomen uit werk of uitkering: tot 120% van het sociaal minimum voor alleenstaanden en tot 130% van het sociaal minimum voor meerpersoonshuishouden. Dit is de groep die ook een Gelrepas kan aanvragen. die wonen in een woning met een laag energielabel (wij gaan hier uit van label E of lager). Vaak is het een woning van voor 1995. Zij geven dus relatief veel geld uit aan energie. Vooral aan het op temperatuur houden van hun huis. Als het om een huiseigenaar gaat: die niet genoeg eigen geld of ruimte heeft in de hypotheek om energiebesparende maatregelen te nemen. We richten ons hierbij op woningen met een WOZ-waarde tot ongeveer 200.000 euro (grens sociale koopwoningen).
De doelgroep blijkt een hele diverse groep Arnhemmers te zijn. Het gaat om: huishoudens die ook op andere terreinen financiële problemen hebben met de betaling van ziektekosten(verzekering) of hypotheek/huur. Ze hebben soms zelfs schulden. huishoudens die vanwege hun sociaal-economische status of gezondheid het moeilijk vindt om juiste beslissingen te nemen om uit hun persoonlijke situatie te komen. huishoudens die door een klein sociaal netwerk niemand hebben die hen helpt om de nodige stappen te nemen. inwoners die vanwege handicap, ziekte of leeftijd noodgedwongen veel thuis zijn en daarom een hoge energierekening hebben. Inwoners met een migratieachtergrond, waaronder ook statushouders, die soms ook de taal niet machtig zijn en weinig zicht hebben waaraan ze energie uitgeven. Zo krijgen ze snel een hoge rekening. Inwoners die hun verwarming uit of heel laag zetten omdat ze de rekening niet kunnen betalen. Dit noemen we ook wel 'verborgen energiearmoede'. starters op de woningmarkt die een hogere huur hebben ten opzichte van huurders die al lang dezelfde woning huren. jongeren met schulden. ouderen die van een minimum inkomen rond moeten komen. De diversiteit maakt het belangrijk om met deze inwoners op een juiste wijze te communiceren. Vooral het in echt contact komen van inwoners met een migratieachtergrond blijkt vaak lastig te zijn.
Grootte van de doelgroep Landelijk gezien valt ongeveer 4% van de huishoudens in onze hoofddoelgroep: hoofddoelgroep A met een hoge energiequote en een betaalrisico. Wij verwachten dat in Arnhem het percentage hoger ligt dan deze 4%. In onze stad hebben we namelijk in verhouding meer mensen met een laag inkomen dan het landelijk gemiddelde. En in verhouding zijn er ook meer mensen die te maken hebben met armoede en schulden. Ook is Arnhem een stad met veel panden van voor 1950. Hierdoor zijn de huizen in Arnhem gemiddeld minder goed geïsoleerd dan in jongere steden. We zien ook dat aantal mensen met een betaalrisico de laatste jaren stijgt. De inschatting is dat we het in Arnhem over 14.000 tot 15.000 huishoudens hebben die te maken hebben met enige vorm van energiearmoede. Dat is zo’n 19% van de Arnhemse huishoudens.
5
Buurten met prioriteit In samenwerking met Onderzoek & Statistiek hebben we op basis van onze graadmeters voor energiearmoede een kaart gemaakt van Arnhem waar per buurt is aangegeven in hoeverre er sprake is of dreigt van energiearmoede. Dit is te zien op kaart 1. De rode buurten zijn de buurten waar naar verhouding de meeste energiearmoede dreigt. In de oranje buurten is dat minder en in de donkergroene het minste. De rode buurten hebben onze prioriteit. Op basis van de analyse komen we tot de volgende wijken waar zich de meeste huishoudens met energiearmoede bevinden: Geitenkamp, Presikhaaf, Malburgen-Oost, Arnhemse Broek en Vredenburg.
Kaart 1 - Indicatie buurten waar energiearmoede relatief veel voorkomt
3. ERVARINGEN MET DE AANPAK VAN ENERGIEARMOEDE In het ontwikkelen van deze aanpak konden we profiteren van meerdere ervaringen uit binnen- en buitenland met het verminderen van energiearmoede. De lessen die we hebben geleerd hebben wij verwerkt in deze aanpak. Meer over deze ervaringen leest u in bijlage 1. 3.1 Ervaringen in Plymouth, Groot Brittannië Vooral de ervaringen in Plymouth, Groot Brittannië, hebben ons geïnspireerd. De inzet van energiecoaches in deze stad leidde niet alleen tot een verlaging van de energierekening met gemiddeld zo’n €250, - per jaar. Het gaf een groot deel van de bewoners, die vaak een gestapelde sociale problematiek kennen (armoede, werkeloosheid, gezondheidsproblemen), ook het gevoel dat ze weer meer controle kregen over hun leven. 3.2 Ervaringen in Nederland Huishoudens in (dreigende) energiearmoede zijn vaak gemotiveerd om hun eigen situatie te verbeteren. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek van TNO in 2017. De inzet van energiecoaches bleek daarbij belangrijk. De belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek van TNO/ECN zijn:
6
Focus op de intrinsieke motivatie van de huishoudens: let niet alleen op techniek en geld, maar heb ook oog voor het sociale aspect, sociale problematiek. Een sociaal werker met kennis van energie bereikt wellicht meer dan de technicus die vooral kijkt naar besparing. Bezoek huishoudens meer dan één keer: benut de kracht van herhaling van het bezoek. Bied inzicht in de besparing door monitoring en breng samen met bewoners enkele gratis energiebesparende producten aan. Gebruik bij de opzet van een project voldoende tijd en middelen: besteed voldoende aandacht aan selectie, opleiding en waardering van de energiecoaches. Investeer in het contactmoment achter de voordeur en betrek organisaties bij de aanpak die het vertrouwen hebben van de doelgroep.
3.3 Ervaringen in Arnhem Energiebank Regio Arnhem De Energiebank Regio Arnhem (hierna te noemen Energiebank) biedt al sinds 2015 op drie manieren hulp aan huishoudens in het blijvend verlagen van de energierekening: hulp bij bewustwording, hulp bij besparing en hulp bij het verlagen van de energierekening. Tot nu toe zijn ongeveer 150 huishoudens geholpen in Arnhem. De Energiebank wil de komende drie jaar (2020-2022) gaan opschalen en 450 huishoudens gaan begeleiden in het verlagen van hun energierekening. Pilot Energiearmoede 2019-2020 Op basis van de ervaringen in Plymouth zijn we in september 2019 in Arnhem een pilot gestart. De pilot richtte zich op delen van de wijken Geitenkamp, Arnhemse Broek en Kronenburg/ Vredenburg. In totaal zijn tot en met februari 2020 38 huishoudens twee keer bezocht. Deze huishoudens kregen allemaal gratis advies aan huis en gratis energiebesparende maatregelen. Dit leidde tot een energiebesparing van 200 tot 300 euro per jaar. De bezochte huishoudens waren enthousiast over het aanbod. De pilot bevestigt dat een persoonlijke ondersteuning het beste effect heeft. Een bepaald deel van de doelgroep is goed te bereiken via een mailing en antwoordkaartje. Het bereiken van de meer kwetsbare doelgroepen vraagt een nauwere samenwerking met onze uitvoeringspartners binnen het armoedebeleid.
Aandacht voor laaggeletterdheid en taalproblemen is daarbij heel belangrijk.
4. AANPAK 4.1 Doelstellingen Het totaal aantal huishoudens dat in Arnhem te maken heeft met enige vorm van energiearmoede is groot. Zo groot dat we hen niet allemaal tegelijk kunnen helpen. Om die reden beginnen we met een ondersteuning van minimaal 2.500 huishoudens tot eind 2023. Als het ons lukt aanvullende financiering te vinden schalen we op naar 3.000 huishoudens. Van deze groep: hebben alle huishoudens eind 2023 een lagere energierekening; heeft een groot deel een energiequote van minder dan 10%; heeft het overige deel uitzicht op een energiequote van minder dan 10%. Eind 2023 hebben we daarnaast een aanbod ontwikkeld voor het resterende deel van de totale doelgroep. Dit aanbod is gevormd op basis van de ervaringen van de eerste jaren. Met dit aanbod helpen we vanaf 2024 de overige huishoudens in energiearmoede.
7
Met de aanpak energiearmoede willen wij ook een actieve bijdrage leveren aan het opleiden en omscholen van Arnhemmers voor een bijdrage aan de energietransitie. Ook gaan we actief op zoek naar hoe we verwachte positieve effecten van de aanpak op gezondheid en welzijn kunnen benutten. 4.2 Ondersteuningsaanbod Kernpunten Hoe bieden we de huishoudens ondersteunen in het verlagen van hun energierekening. De Arnhemse aanpak energiearmoede heeft drie kernpunten: 1. Een persoonlijke en integrale aanpak, 2. Die aansluit bij wat er speelt in de wijk en buurt, en 3. Aangeboden vanuit een netwerk van samenwerkende private en publieke partijen. We lichten deze punten één voor één toe in de volgende 3 paragrafen. 4.3 Persoonlijke en integrale aanpak Echt contact Voor een goede aanpak is het dus van belang dat we in contact komen met de bewoners. Ervaringen in Europa, Nederland, bij de Energiebank en uit onze eigen pilot laten zien dat het cruciaal is om oog te hebben voor de specifieke leefsituatie van elk huishouden. En daarmee dus oog voor hun sociale problematiek en financiële situatie. Het eerste contact met het huishouden vindt daarbij plaats door de organisatie of instelling die daarvoor het meest geschikt is en bij voorkeur al contact heeft met het huishouden, dus 'achter de voordeur' komt.
Uit de praktijk blijkt het vooral effectief als huishoudens stap voor stap worden meegenomen door de ondersteuning. Advies en hulp Er is een hoofdrol weggelegd voor de energiecoach. Een energiecoach komt bij de huishoudens thuis en kijkt met de bewoner naar mogelijke besparingen. De energiecoach brengt in elk geval 2 bezoeken en nemen de huishoudens stap voor stap mee in energiebesparing en energiekostenverlaging. Het ondersteuningsaanbod aan de huishoudens bestaat uit 3 onderdelen, modules. Het huishouden wordt zich bewust van hun energieverbruik (module A). En ze krijgen tips om hier meer grip op te krijgen. Ook krijgen ze hulp bij het installeren van energiebesparende maatregelen (module B). Dit kan variëren van eenvoudige maatregelen als radiatorfolie, ledlampen en tochtstrips Particuliere woningeigenaren krijgen het aanbod van een persoonlijk financieel advies voor verdere verduurzaming van hun woning (module C). Integrale aanpak Integraal betekent ook dat we verder kijken dan alleen energie. In overleg met de bewoner kan een coach de bewoner in contact brengen met bijvoorbeeld het sociale wijkteam om andere ondersteuning aan te bieden. Of is een bewoner geïnteresseerd in een baan in de energietransitie? Dan leggen we een verbinding naar onze partners op het terrein van Werk & Inkomen.
4.4 Aansluiten bij wat speelt in de wijk en buurt Het tweede kernpunt van de aanpak is dat we aansluiten bij wat er speelt in de wijk. Er wordt al van alles ondernomen in de wijken waarbij wij kunnen aansluiten. Dat gaat van fysieke projecten op het gebied van duurzaamheid tot alles wat wordt gedaan op gebied van armoede, gezondheid en werk. We kijken hierbij ook naar de kansen die de Woondeal en de Arnhem-Oost aanpak. Met de aanpak van energiearmoede versterken we zo het hele aanbod. We maken onderscheid tussen drie soorten wijken en buurten:
8
a. b.
c.
Aandachtsbuurten/-wijken: Hier heeft het verbeteren van de leefbaarheid de focus. We sluiten aan bij lopende projecten. Zo sluiten we aan bij verduurzamingsprojecten en groot onderhoud van met name de woningcorporaties. Maar we houden ook oog voor individuele gevallen. Kansrijke buurten/-wijken: Hier nemen de gemeente en andere partijen het initiatief om de woningen voor 2030 van het aardgas af te halen. Vanuit het programma NemiA zijn hier een aantal projecten opgezet. Eén van de resultaten die we hier willen behalen is het verminderen van energiearmoede. Actieve buurten/-wijken: Hier zijn bewonersgroepen actief. Zij nemen initiatief om met andere bewoners energie te besparen en energie op te wekken. Voorbeelden hiervan zijn de vier huidige Arnhemse 'Wijken van de Toekomst'. In deze wijken willen we meeliften op de (sociale) energie van wijkinitiatieven.
Naast de bovengenoemde projectmatige aanpak kunnen individuele huishoudens elders in de stad altijd gebruik maken van een ondersteuning in het verlagen van hun energierekening. 4.5 Netwerk van samenwerkende partijen Het derde kernpunt in onze aanpak is dat we gaan samenwerken met een netwerk aan partijen. De aanpak energiearmoede biedt kansen voor meer domeinen. De aanpak vraagt daarom samenwerking met verschillende publieke en private partners. Samenwerking zorgt voor draagvlak en eigenaarschap bij alle partners. Samen bepalen we welke organisatie het beste het eerste contact met een huishouden kan leggen en per module welke partner daarvoor het meest geschikt is. Het netwerk zal zich zeker verder uitbreiden als we aan de slag gaan. Er zijn gesprekken gevoerd met veel van onze partners waaronder de woningcorporaties en de Energiebank. Zij herkennen allemaal het probleem van energiearmoede. Zij hebben vertrouwen in de aanpak die wij voorstellen en willen actief deelnemen aan de uitvoering en verdere ontwikkeling van de aanpak. Dit vraagt nog uitwerking en nadere afspraken. Sociaal ecosysteem Door gebruik maken van elkaars kennis en vaardigheden zullen alle partners in het netwerk voordeel hebben van de gezamenlijke aanpak. Zo versterken we elkaar en vullen elkaar aan. We gaan met andere woorden een ‘sociaal ecosysteem’ ontwikkelen.
Zo kunnen we samen onze kwetsbare huishoudens op de beste manier helpen. Sommige van de bovengenoemde organisaties zijn hier al mee bezig. 4.6 Koppelkansen In de voorliggende aanpak zien wij kansen om een bijdrage leveren aan andere stedelijke opgaven. Werk & Inkomen De aanpak energiearmoede vraagt bijvoorbeeld om de inzet van energiecoaches en medewerkers met een technische achtergrond voor het installeren van de kleinschalige bewustwordings- en energie besparingsmaatregelen. Wij willen hiervoor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt opleiden en inzetten en hen enthousiast maken voor betaald werk in de bredere energietransitie. Gezondheid & Welzijn Langdurige armoede heeft serieuze gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid. Een lagere energierekening kan veel huishoudens wat lucht geven in hun persoonlijke situatie. Dat blijkt uit de ervaringen van het energiearmoede project in Plymouth, Engeland. Er is ook een koppelkans met het thema levensloopbestendigheid, in het aanpassen van de woning, en de aanpak van schimmel in woningen. Het idee is dat als we met energiemaatregelen aan de slag gaan, wij signaleren of andere aanpassingen in de woning gewenst, verstandig en zinvol zijn.
9
4.7 Leren en verbeteren Belangrijk onderdeel van de aanpak is continu verbeteren. Daardoor leren we voortdurend hoe we onze huishoudens in energiearmoede zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. We hebben vijf onderzoeks- en leerdoelen opgesteld voor de komende drie jaar. Hiervoor werken we samen met onder andere Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN). De onderwerpen zijn 1) inzicht in de doelgroep (grootte, diversiteit), 2) een passend en flexibel, stadsbreed ondersteuningsaanbod, 3) schakelen van individueel naar collectief niveau en andersom, 4) netwerkontwikkeling en 5) kennis delen. Deze leerdoelen gaan ons helpen om voor eind 2023 een aanbod gereed te hebben voor de ondersteuning van alle overige huishoudens in de doelgroep die nog geen ondersteuning hebben ontvangen. In de komende periode zullen we dan ook intensief gaan monitoren, waarbij we ook kijken naar de effecten van de aanpak op gebieden als armoede, schulden, gezondheid en werk.
5. UITVOERING Op basis van de hierboven beschreven aanpak zien we de volgende verdeling van de huishoudens over de 3 wijktypen en individueel stadsbreed. Tabel 1 - Overzicht ondersteuningsaanbod Wijk- en buurttypen
Wat
Hoe
Aantal Huishoudens t/m 2023 *)
1. Aandachtswijken en buurten
Projecten verhuurders
Aansluiten op de verduurzamingsprojecten van de verhuurders.
Individuele huishoudens (huurders en woningeigenaren)
Vanuit de verduurzamingsprojecten van de verhuurders gaan we huishoudens in aangrenzende delen van de buurten een ondersteuningsaanbod doen. We kiezen hierbij voor woningen die voorlopig niet op de planning staan voor verduurzaming vanuit de verhuurders.
1.100 tot 1.350
2. Kansrijke wijken en buurten
Projecten gemeente Aansluiten op aardgasvrije en project. en verhuurders
750 tot 1.000
3. Actieve wijken
Wijkinitiatieven energietransitie
Ondersteunen wijkinitiatieven in de actieve wijken met onze aanpak energiearmoede
200
4. Stadsbreed individueel
Huurders en private In de delen van de stad waar we geen projectmatige aanpak eigenaren. hebben (1, 2 of 3) zijn we alert op huishoudens die meest baat hebben bij individueel ondersteuningsaanbod.
450
totaal
2.500-3.000
*) de range laat het minimum aantal huishoudens zien dat we gaan ondersteunen en het maximum haalbare met extra cofinanciering. De Energiebank zal van de genoemde huishoudens 450 huishoudens ondersteunen met modules A en B. Zij heeft hiervoor reeds een gemeentelijke subsidie ontvangen.
Niet elk huishouden zal elke module nodig hebben. Dit zal duidelijk worden als we stilstaan bij de uitvoering in het volgende hoofdstuk. 5.1 Aanpak in Aandachtsbuurten en -wijken Het grootste gedeelte van onze doelgroep woont in de Aandachtsbuurten en -wijken. De wijken waar de meeste mensen met energiearmoede zijn: Geitenkamp, Arnhemse Broek, Presikhaaf en Malburgen. In deze buurten en -wijken gaan wij als volgt aan de slag:
10
Aansluiten bij projecten verhuurders We sluiten aan bij projecten van woningcorporaties en andere verhuurders waar dat mogelijk is. Woningcorporaties gaan op de komende jaren een flink aantal woningen verduurzamen. Zij nemen die kosten voor hun rekening. Wij sluiten daar op aan vanuit de voorliggende aanpak energiearmoede. Per verduurzamingsproject bekijken hoe de rol van de energiecoach eruit komt te zien. De eerste stap zal zijn module A: bewustwording. We beginnen met huishoudens zoveel mogelijk bewust maken van hun mogelijkheden. Ook met veranderingen in gedrag kan je namelijk veel energie besparen. Deze module zullen we niet individueel maar projectgewijs aanbieden, dus aan alle huishoudens binnen de verhuurdersprojecten. In elke woning zal een energiecoach in principe een aantal kleine energiebesparende maatregelen installeren; module B. We bekijken voor welke maatregelen het zinvol is die bovenop de verduurzamingsmaatregelen van de verhuurders te installeren. Kijk voor de modules nog eens naar tabel 1 in paragraaf 3.2. Binnen een project zullen soms niet alle huishoudens binnen de doelgroep van de aanpak energiearmoede vallen. Als de inschatting is dat het overgrote deel van de huishoudens binnen de doelgroep valt, dan gaan we alle huishoudens de gratis ondersteuning aanbieden. Bij een groot gedeelte denken we aan 80% of meer.
In het geval de verhouding anders ligt, is maatwerk nodig en zullen Arnhemmers die buiten de doelgroep vallen bij het Energieloket Midden Gelderland terecht kunnen voor een woonwensencoach. Een optie kan zijn dat een huishouden een kleine vergoeding betaalt voor het ondersteuningsaanbod. Dit zal van project tot project besproken worden tussen gemeente en verhuurder. Initiëren Verminderen energiearmoede in aangrenzende straten en buurten Naast de aansluiting op de verduurzamingsprojecten van de verhuurders gaan we in aangrenzende delen van de buurt of wijk ook huishoudens het ondersteuningsaanbod aanbieden. Hiervoor kiezen we een groep woningen, huizenblok of straat, die voorlopig niet op de planning staan om verduurzaamt te worden door de verhuurders. Op die manier kunnen we bewoners in energiearmoede direct al laten profiteren van een lagere energierekening. Gespikkeld particulier bezit In sommige buurten waar we op deze manier te werk gaan zit wat we noemen ‘gespikkeld bezit’. Dit zijn woningen die door de corporaties zijn verkocht. In deze buurten krijgen de woningeigenaren aanvullend op de huurders module B: het toepassen van kleine maatregelen. Als huishoudens ervoor openstaan, dan kunnen zij advies over vervolgstappen ontvangen (module C). Op basis van gesprekken met de woningcorporaties, denken we tot en met 2023 zo'n 1.100 tot 1.350 huishoudens te kunnen helpen.
5.2 Aanpak in de Kansrijke buurten en - wijken De aanpak in de Kansrijke buurten en wijken komen voor het grootste gedeelte overeen met de projectmatige aanpak in de Aandachtsbuurten en -wijken. We gaan beginnen met het aanbieden van het ondersteuningsaanbod in de Kansrijke wijken Kronenburg/Vredenburg (project SmartPolder), Elderveld-Noord (aanvraag ingediend voor subsidie vanuit PAW) en Groen-West. We denken tot eind 2023 750 tot 1.000 huishoudens te gaan bereiken. Hiervan is een deel, zo'n 10%, particuliere eigenaar. Voorbeeld van de aanpak: Het project SmartPolder in Kronenburg, Vredenburg richt zich op huurders van corporatiewoningen (circa 90% van de woningvoorraad), eigenaren van voormalige corporatiewoningen (zogenaamd gespikkeld bezit) en overige particuliere eigenaren. Wij bieden hen allemaal module A en B; de eigenaren ook module C. In samenwerking met het projectteam én de bewoners wordt maatwerk geboden. Module A (bewustwording) wordt in groepsverband op één of meer informatieve bijeenkomsten aangeboden. Daarna komt een
11
energiecoach bij de huishoudens langs. Afhankelijk van de aard van de verduurzamingsmaatregelen van de verhuurders wordt module B wel, niet of deels aangeboden. Het moet namelijk wel zinvol zijn om de maatregelen te installeren. Eigenaren krijgen module C aangeboden.
5.3 Aanpak in de Actieve wijken In de actieve wijken betrekken we de aanwezige wijkinitiatieven. Zij zijn al enige tijd actief rond het thema energietransitie. We stemmen met hen af hoe we het beste het ondersteuningsaanbod kunnen aanbieden. We gaan beginnen met de initiatieven in het Spijkerkwartier en Arnhem-West. We gaan bespreken hoe we in hun activiteiten de aanpak een plek kunnen geven en wie daarin welke rol op zich neemt. Dat kan zijn door informatieve communicatiecampagne te organiseren, een informatiebijeenkomst of huishoudens direct benaderen We schatten in dat we in de genoemde wijken in de komende 3 jaar 200 huishoudens kunnen gaan ondersteunen; huurders en particuliere woningeigenaren. 5.4 Stadsbreed individueel Naast de aanpak in de drie typen wijken, zie de drie paragrafen hierboven, helpen we individuele huishoudens ook vraaggericht. Met vraaggericht bedoelen we dat we een huishouden helpen als zij er via ons als gemeente of één van onze partners om vraagt. Dit kan bijvoorbeeld gaan via de sociale wijkteams, Werk & Inkomen of een woningcorporatie. Voorbeeld van de aanpak: Een huishouden in het centrum dreigt betalingsachterstand op te lopen. Via een verwijzing van het sociaal wijkteam legt een energiecoach contact en biedt (naast het ondersteuningsaanbod van het sociaal wijkteam) in elk geval module A aan en indien gewenst module B aan.
Mocht het gaan om een particuliere eigenaar dan wordt, rekening houdende met de financiële situatie van het huishouden, een advies op maat opgesteld voor de verdere verduurzaming van de woning (module C).
5.5 Uitvoeringsplan Om tot uitvoering van de aanpak over te gaan zijn in elk geval de volgende stappen nodig: werken aan de samenwerking binnen het netwerk van private en particuliere partners, inclusief rolneming. werven van extra energiecoaches inclusief hun opleiding. De aanpak energiearmoede zal worden afgestemd met de communicatiestrategie vanuit ArnhemAan zodat actuele informatie vindbaar is op de website en social media kanalen voor huishoudens uit de doelgroep en betrokken partners. Samen met onze partners zullen wij als gemeente invulling geven aan de communicatie naar en met de huishoudens uit de doelgroep, maar ook onderling in het netwerk over de wijze waarop wij huishoudens met een laag inkomen gaan ondersteunen in het verlagen van hun energierekening.
12
BIJLAGE 1: ERVARINGEN MET AANPAK ENERGIEARMOEDE In het ontwikkelen van deze aanpak konden we profiteren van meerdere ervaringen met de aanpak van energiearmoede. De lessen die we hebben geleerd hebben wij verwerkt in deze aanpak. Dit geeft vertrouwen dat we goed op weg zijn naar een passend aanbod. In dit hoofdstuk kijken we eerst naar lessen uit Europa. Dan kijken we naar de ervaringen in Nederland. We sluiten af met wat we hebben geleerd van de pilot in Arnhem van 2019-2020.
1. Ervaringen in Europa De eerste ervaringen in Arnhem met het tegengaan van energiearmoede zijn opgedaan tijdens het Europese subsidieproject Climate Active Neighbourhoods (kortweg CAN). Arnhem heeft van 2016 tot begin 2020 deelgenomen aan CAN. Hierin werkten we samen met 9 organisaties uit 4 EU-landen. In dit Europese project deden ook de steden Plymouth (Verenigd Koninkrijk) en Brest (Frankrijk) mee. De bewoners werden in beide steden door energiecoaches geholpen om meer energiebewust te worden. In hun woningen werden eenvoudige energiebesparende maatregelen geïnstalleerd. Deze maatregelen werden gratis aangeboden. Ervaringen Plymouth Vooral de ervaringen In Plymouth. Groot Brittannië, hebben ons geïnspireerd. De aanpak leidde niet alleen tot een verlaging van de energierekening met gemiddeld zo’n €250, - per jaar. Het had ook andere positieve effecten. Het gaf een groot deel van de bewoners het gevoel dat ze weer wat meer controle kregen over hun leven. Bewoners die vaak een gestapelde sociale problematiek kennen; armoede, werkloosheid, gezondheidsproblemen, schulden. Uit de monitoring die samen met de NHS (National Health Service) was opgezet bleek dat ongeveer 40% van de deelnemers in Plymouth aangaf zich beter te voelen en dat ongeveer de helft aangaf minder gebruik te maken van gezondheidsvoorzieningen als de huisarts.
Ook de bezoeken aan het ziekenhuis en andere zorgverleners als de fysiotherapeut was met ongeveer 1/3 afgenomen. Een deel gaf aan zich zoveel beter te voelen dat ze ervoor openstonden om hun leven weer wat meer op de rails te krijgen. En dat in wijken waar sprake is van soms zelfs generatielange werkeloosheid. Europese samenwerking Op Europees niveau wordt al sinds enkele jaren kennis verzameld over energiearmoede. Dit gaat van de mate van energiearmoede in de lidstaten tot innovatief beleid en aanpak en ervaringen uit de praktijk. We hebben het dan over het EPOV-project, het Energy Poverty Observatory project. Het project maakt deel uit van de ambitie van de EU om energie armoede in alle lidstaten onder de aandacht te brengen en het zodoende aan te sporen om er actie op te ondernemen1. EPOV heeft een handleiding gemaakt om energiearmoede in de eigen situatie inzichtelijk en bespreekbaar te maken. Daarin wordt voorgesteld om: onderzoek te doen naar waar energiearmoede in de eigen stad of gemeente voorkomt, een gepast ondersteuningsaanbod op te stellen voor ieder huishouden in energiearmoede waarvan onderdeel uitmaken: bewustwording, maatregelen, financieel advies en een informatiepunt of helpdesk.
te bepalen met welke partijen je samen de huishoudens wilt gaan ondersteunen met in elk geval de verhuurders van woningen, huurdersverenigingen en sociaal maatschappelijke organisaties af te spreken wie het ondersteuningsaanbod aan het huishouden aanbiedt.
1 Meer informatie op: http://www.energypoverty.eu.
13
2. Ervaringen in Nederland Huishoudens in dreigende energiearmoede zijn vaak zeer gemotiveerd om hun eigen situatie te verbeteren. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek van TNO in 2017. De inzet van energiecoaches bleek daarbij belangrijk. Het onderzoek toonde eveneens dat een goede voorbereiding niet mag ontbreken. Deze huishoudens leven in zware omstandigheden door armoede, slechte gezondheid en schulden. Dit vraagt meer dan een eenmalige ondersteuning door vrijwilligers voor tips en advies om energie te besparen. Het vraagt om een serieuze investering om deze doelgroep mee te krijgen in de energietransitie. De belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek van TNO/ECN zijn: Focus op de intrinsieke motivatie van de huishoudens: let niet alleen op techniek en geld, maar focus ook op het sociale aspect. Een sociaal werker met kennis van energie bereikt wellicht meer dan de technicus die vooral kijkt naar besparing. Bezoek huishoudens meer dan een keer: benut de kracht van herhaling van het bezoek. Bied inzicht in de besparing door monitoring en breng samen met bewoners enkele gratis besparende producten aan. Gebruik bij de opzet van een project voldoende tijd en middelen: besteed voldoende aandacht aan selectie, opleiding en waardering van de energiecoaches.
Investeer in het contactmoment achter de voordeur en betrek organisaties bij de aanpak die het vertrouwen hebben van de doelgroep. Community of Practice Zestien Nederlandse gemeenten hebben zich in 2017 verenigd in de CoP (Community of Practice) rond het thema ‘Energietransitie huishoudens met een smalle beurs.’ Binnen deze CoP werken gemeenten samen met netbeheerders, de rijksoverheid en diverse kennisinstellingen. Zij zoeken naar oplossingen voor een energietransitie waarin alle huishoudens worden meegenomen. Inzichten vanuit de CoP waren: De aanpak energiearmoede vraagt een integrale domein overstijgende aanpak; Veel gemeentes beschikken over een deel van de oplossing. Breng dit samen tot één geheel; Landelijk moet er meer aandacht komen voor dit thema. Denk aan een landelijke lobby. In 2019 is Arnhem vanwege de betrokkenheid en ervaringen met de pilot Energiearmoede toegetreden tot de CoP. Op die manier kunnen we snel gebruik maken van de kennis en ervaringen van gemeenten die ook actief zijn in het verminderen van energiearmoede.
3. Ervaringen in Arnhem Energiebank Regio Arnhem In 2015 werd door netbeheerder Alliander het initiatief genomen voor het opstarten van de Energiebank Arnhem. Vanuit een unieke samenwerking met onder meer de gemeente Arnhem, Humanitas, welzijnsorganisatie Rijnstad en de Voedselbank ontstond een stichting. Deze zet zich in voor mensen die te weinig geld hebben om hun energierekening te betalen. Op basis van de lessen en ervaringen in Arnhem zijn inmiddels in vijf gemeenten een Energiebank actief. De missie van de Energiebank is om huishoudens die moeite hebben hun energierekening te betalen op energievlak te helpen. De Energiebank biedt op drie manieren hulp in het blijvend verlagen van de energierekening: hulp bij bewustwording, hulp bij besparing en hulp bij het verlagen van de energierekening. Hiermee zet de Energiebank zich in voor armoedebestrijding, het omlaag brengen 14
van het energiegebruik en het verlagen van de uitstoot van CO2. Tot nu toe zijn 150 huishoudens geholpen in Arnhem. De Energiebank gaat nu opschalen. In 2020 heeft de Energiebank Arnhem het 'Beleidsplan en Plan van Aanpak 2020-2022' opgesteld. Ze wil de komende drie jaar (2020-2022) 450 huishoudens begeleiden in het verlagen van hun energierekening. Om dit waar te maken heeft de Energiebank vanuit de gemeente Arnhem in 2020 subsidie toegewezen gekregen voor deze drie jaar. Voor regionale opschaling is er voor die drie jaar in juli 2020 een extra subsidie toegewezen vanuit de provincie Gelderland. Pilot Energiearmoede 2019-2020 Op basis van de ervaringen in met name Plymouth, Engeland hebben we in Arnhem een kleine pilot uitgevoerd. Deze is gestart in september 2019. De pilot richtte zich op de wijken Geitenkamp, Arnhemse Broek en Kronenburg/Vredenburg. Het doel van de pilot was om te onderzoeken hoe we huishoudens met een laag inkomen goed kunnen ondersteunen bij het verlagen van de energierekening. In totaal konden in de drie wijken 50 huishoudens gebruik maken van de energiecoach. Per wijk werd gekozen voor een andere benadering van de huishoudens, om zo gevoel te krijgen of de manier van benadering effect heeft op de reactie. In Geitenkamp nodigden we huishoudens uit met een geadresseerde brief (en een follow-up actie).
In Arnhemse Broek vroegen we wijkcoaches om het aanbod mee te nemen binnen hun aanbod aan minimaregelingen. In Kronenburg/Vredenburg organiseerden we kleine promotie events op straat. Het aanbod aan maatregelen was voor alle wijken hetzelfde. In totaal zijn tot en met februari 2020 38 huishoudens twee keer bezocht. Deze huishoudens werden voorzien van gratis advies aan huis. Dit bestond uit bewustwording over waar energie aan werd uitgeven en de installatie van een aantal energiebesparende maatregelen. Resultaten Pilot Zowel de bezochte huishoudens als de energiecoaches die zijn ingezet waren enthousiast over het aanbod. De pilot bevestigt dat een persoonlijke ondersteuning concreet bijdraagt aan het verlagen van de energierekening. Maar het heeft ook een serieus positief effect heeft op het gedrag, het binnenklimaat (waaronder ook wooncomfort) en het milieu. De besparingen motiveerden veel huishoudens om te kijken of ze nog meer konden besparen en zelfs energie opwekken (zonnepanelen). Een bepaald deel van de doelgroep is goed te bereiken via een mailing en antwoordkaartje. In Geitenkamp reageerde 32% op basis van een persoonlijke uitnodiging inclusief aanmeldkaartje. Maar als we echter verder inzoomen op meer kwetsbare doelgroepen, dan lopen we tegen de grenzen van het bereik aan. Bij een meer kwetsbare categorie in het Arnhemse Broek bleven de aanmeldingen vrijwel uit.
Het bereiken van de meer kwetsbare doelgroepen vraagt een nauwere samenwerking met de uitvoeringspartners binnen het armoedebeleid. Aandacht voor laaggeletterdheid en taalproblemen moeten serieus worden genomen.
15