Beleidsplan geluid Arnhem – versie 2008
Tekst van het document
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
– versie 2008 –
PAGINA
De aanpak van geluidhinder voor de periode 2005-2010
1
Deel I
PAGINA
ONDERWERP
2
Beleidsplan Geluid Arnhem
3
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
Samenvatting Arnhem wil een bruisende, maar óók een leefbare stad zijn. Geluid heeft direct invloed op hoe we ons voelen en onze omgeving beleven. De Wet geluidhinder heeft als doelstelling de mens te beschermen tegen de negatieve effecten van geluid. De beleving van geluid is echter plaats-, tijd- en persoonsgebonden. Daarom krijgen gemeenten in de nieuwe Wet geluidhinder (vastgesteld op 4 juli 2006 door de Eerste Kamer) meer mogelijkheden om voor nieuwe situaties een eigen, gebiedsgerichte, afweging te maken. Het Beleidsplan Geluid maakt het mogelijk geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. De grootste bron van geluidoverlast in Arnhem is het autoverkeer. Verkeer is tevens de belangrijkste lokale bron van luchtverontreiniging. Daarom vindt er bij te nemen maatregelen een afstemming plaats tussen de lucht- en geluideffecten. In de onderhavige versie 2008 van het beleidsplan zijn de consequenties van de recente regelgeving door de EU verwerkt en heeft om die reden een beperkte actualisatie plaatsgevonden. Door Europese harmonisatie gaat de nu geldende Wet geluidhinder uit van L den in plaats van L etmaal. Dit geldt alleen voor de bronnen weg- en railverkeerslawaai. Dit betekent globaal een normverschuiving van 2 dB.
De geldende voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai uitgedrukt in L den bedraagt nu 48 dB in plaats van de 50 dB(A) uitgedrukt in L etmaal. Voor de bronnen berdrijven- en industrielawaai blijft de oude dosismaat L etmaal gelden. Ruimtelijke ontwikkelingen in Arnhem In het centrum en dicht bij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. De beleidslijnen hiervoor zijn opgenomen in het Structuurplan Arnhem 2010. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Het beleidskader voor nieuwe situaties is als volgt samen te vatten: Hier zijn bewust de decibellen (de natuurkundige eenheid voor Ambitie Incidenteel geluid) weggelaten omdat veel mensen hier geen gevoel bij Stadswijk Rustig Redelijk rustig hebben. Achter de gekozen termen gaan wel exacte waarden Centrum Redelijk rustig Zeer onrustig schuil, deze zijn terug te vinden Stedelijke zone/ knooppunt Zeer onrustig Lawaaiig in hoofdstuk 4 van het beleidsplan. Bedrijventerreinen Onrustig Zeer onrustig Natuur
Rustig
Redelijk rustig
Het maximaal toelaatbare geluidniveau is vastgelegd in de Gem. groene zones Rustig Redelijk rustig Wet geluidhinder. Verder is Stedelijk groen Redelijk rustig Onrustig rekening gehouden met de mogelijkheden die de Interimwet Stad en Milieu biedt. Deze wet maakt het mogelijk om een ruimere afweging te maken tussen ruimtelijke plannen en de effecten voor de leefomgeving. Om woningbouw in een zeer lawaaiige omgeving mogelijk te maken moet er een brede toetsing plaatsvinden waarbij de gezondheidsaspecten nadrukkelijk een rol spelen. De contrasten binnen één gebied lijken soms onlogisch. Toch komen ze in de praktijk bijna altijd voor. Ook in het centrum zijn er veel gebieden waar achter hoge bebouwing het gewoon redelijk rustig is. Door in drukke gebieden hoge en redelijk gesloten bouwblokken te realiseren kunnen aantrekkelijke contrasten gecreëerd worden. Naar mate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling toe. Door het hinderaspect al vroeg in de planontwikkeling mee te nemen en als ontwerpcriterium te gebruiken kan de leefbaarheid in de stad, nu en in de toekomst, verbeterd worden. Beperking geluidsoverlast voor bestaande situaties Een deel van de woningen in Arnhem komt, op basis van de geluidbelasting in 1986/1987, in aanmerking voor maatregelen om de geluidbelasting in de woning te beperken (saneringslijsten
4
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
weg- en railverkeerslawaai). Daarnaast wil de gemeente Arnhem ook de toenemende hinder door de groei van het wegverkeer aanpakken voor de overige woningen. Door het toepassen van stille wegdekken kan het geluidniveau van het wegverkeer aanmerkelijk beperkt worden. In combinatie met weg- en/of rioleringswerkzaamheden kan dan voor een beperkte meerprijs de leefkwaliteit aanmerkelijk verbeterd worden. In het Beleidsplan Geluid wordt een overzicht gegeven van de wettelijke taken die de gemeente Arnhem uitvoert op het gebied van geluidhinder en is een uitvoeringsprogramma opgenomen waarin de uit te voeren acties voor de komende jaren zijn opgenomen. Formatie en middelen Centraal uitgangspunt is dat de nieuwe beleidsuitgangspunten binnen de bestaande formatie en organisatie zijn uit te voeren zonder extra middelen. Het gaat veelal niet om extra taken maar om andere werkwijze van bestaande (wettelijke) taken. Opzet van het Beleidsplan Geluid Het Beleidsplan Geluid deel I heeft globaal drie aandachtsgebieden: • Algemene beleidsuitgangspunten (H2); • Hierin staan beleidsuitgangspunten die algemeen van toepassing zijn zoals het algemene uitgangspunt dat maatregelen zo dicht mogelijk bij de bron genomen moeten worden; • Brongerichte beleidsuitgangspunten (H3); • Er is veel wet- en regelgeving van toepassing op b.v. weg- en railverkeerslawaai of bedrijven.
In dit deel van het beleidsplan wordt de regelgeving per bron toegelicht met consequenties voor de Arnhemse situatie; • Gebiedsgerichte beleidsuitgangspunten (H4); • In dit deel van het beleidsplan wordt het ruimtelijk beleidskader voor geluid (zie ook hiervoor) onderbouwd, uitgewerkt en toegelicht. Dit is een invulling van de beleidsvrijheid die geboden wordt in de nieuwe Wet geluidhinder (2006). In deel II van het Beleidsplan Geluid worden de lopende projecten en activiteiten beschreven. In deel III is het uitvoeringsprogramma opgenomen voor de periode 2006-2008. Beleidsuitgangspunten Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opgenomen beleidsuitgangspunten in het Beleidsplan Geluid. De cursief en met groen gemarkeerde items zijn een voorgestelde invulling van beleidsvrijheid zoals die geboden wordt binnen het wettelijk kader. Plek in de het Beleidsplan Algemene beleidsuitgangspunten
Algemene beleidsuitgangspunten Algemene beleidsuitgangspunten
Algemene beleidsuitgangspunten Algemene beleidsuitgangspunten Algemene beleidsuitgangspunten
Algemene beleidsuitgangspunten
Beleidsuitgangspunten
paragraaf
Naast de wettelijk beschermde objecten en functies rekent de gemeente Arnhem ook kinderdagverblijven tot de te beschermen objecten en functies. Bij het treffen van maatregelen wordt de prioriteitsvolgorde “bron-overdracht-ontvanger” in acht genomen. De gemeente Arnhem stelt alleen hogere grenswaarden vast als voldoende aangetoond is dat met alle mogelijke bronmaatregelen niet aan de normale grenswaarden kan worden voldaan. Indien een meldingsplichtig bedrijf zich vestigt in een ’45 dB(A) gebied’, zal structureel een nadere eis worden opgelegd met deze waarde. De gemeente Arnhem hanteert voor de toetsing van nieuwe situaties de criteria uit paragraaf 4.12. Jaarlijks wordt op basis van de RVMK een geluidbelastingkaart opgesteld op basis waarvan de 45 dB(A) gebieden kunnen worden vastgesteld. Daar waar door cumulatie een hogere geluidsbelasting optreedt, wordt bij het ontwerp van de gevelisolatie met deze hogere
2.1
2.3
2.3
2.5
2.5
2.5
2.6
5
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
geluidsbelasting rekening gehouden. Algemene beleidsuitgangspunten
Algemene beleidsuitgangspunten Algemene beleidsuitgangspunten
Algemene beleidsuitgangspunten
Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten
Brongerichte beleidsuitgangspunten
Brongerichte beleidsuitgangspunten
Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten
Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten
In het ontwerpstadium wordt het nadeel van een hoog geluidsniveau beperkt door akoestische compensatie en aanvullend door niet akoestische compensatie. Hoe hoger het geluidsniveau, hoe meer compensatie wordt toegepast. De gemeente Arnhem hanteert voor nieuwe situaties een gebiedsgerichte aanpak gebaseerd op het Structuurplan 2010. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 4 van het beleidsplan. De systematiek en mogelijkheden die de Interimwet Stad&Milieu biedt worden toegepast bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Arnhem. De gemeente Arnhem hanteert voor verkeerslawaai, voor zover zij daar zelf invloed op heeft, het stand-stillbeginsel. De RVMK blijft voor de gemeente een belangrijk instrument voor toetsing, advisering en monitoring. Waar nodig en mogelijk worden bij aanleg en groot onderhoud (vervanging wegdek) van wegen en riolering, rekening houdend met de overige randvoorwaarden, stille wegdekken toegepast. De gemeente Arnhem dringt bij Provincie en Rijkswaterstaat zoveel mogelijk aan op toepassing van stille wegdekken op provinciale respectievelijk rijkswegen.
Verkeersreducerende maatregelen uit het stedelijk verkeers- en vervoersplan, die het terugdringen van geluidklachten door verkeer mede tot doel hebben, zoals de stimulering van langzaam verkeer, concentratie van verkeer op hoofdroutes stad/stedelijk gebied en het instellen van geluidsluwe verblijfsgebieden blijven onverminderd van kracht. Dove gevels kunnen worden toegepast bij geluidsniveaus boven de plafondwaarden. De gemeente Arnhem benut alle kansen om bronmaatregelen toe te laten passen door Prorail. Bij nieuwvestiging van AMvB-bedrijven op het gezoneerde bedrijventerrein Arnhem Noord wordt de geluidruimte toegesneden op de bedrijfsvoering. De gemeente Arnhem past bij (herinrichting van bedrijventerreinen) voor nieuwe situaties inwaartse zonering toe. De gemeente Arnhem gaat nieuwe bedrijfswoningen op bedrijventerreinen zo veel mogelijk tegen. De gemeente Arnhem stelt beleidsregels op voor bouw-en slooplawaai. De gemeente Arnhem stelt in sloopvergunningen eisen aan de locatie van mobiele puinbrekers. De gemeente hanteert bij bestemmingsplannen en verkeersbesluiten criteria ter beperking van brommerlawaai.
2.7
2.7 2.8
2.9
3.2
3.2
3.2
3.2
3.2
3.2 3.3
3.4
3.4
3.4
3.6 3.6 3.7
Brongerichte beleidsuitgangspunten
Gebiedsgerichte beleidsuitgangspunten Gebiedsgerichte beleidsuitgangspunten
Gebiedsgerichte beleidsuitgangspunten
Gebiedsgerichte beleidsuitgangspunten
ONDERWERP
Brongerichte beleidsuitgangspunten
Beleidsplan Geluid Arnhem
Brongerichte beleidsuitgangspunten Brongerichte beleidsuitgangspunten
PAGINA
Brongerichte beleidsuitgangspunten
Bouwvergunningen in gebieden waar de geluidbelasting 55 dB(A)/53 dB of hoger is worden getoetst met behulp de praktijkgids Bouwbesluit-Geluid (uitgave NEN) en worden getoetst op de geluidisolatie tussen woninge;. Bij 5 op de 100 nieuwbouwwoningen wordt er op de bouwplaats op toegezien dat de praktijkrichtlijnen correct worden toegepast. Hiervan worden de bevindingen vastgelegd door de bouwinspecteur. Bij één op de honderd nieuwbouwwoningen wordt een controlemeting uitgevoerd. Bij het ontwerp van verkeersdrempels, binnen een afstand van 50 meter van woningen, wordt publicatie 172 van het CROW gehanteerd. De huidige aanpak van klachten over laagfrequent geluid wordt ongewijzigd voortgezet. Rondom het militair luchtvaartterrein Deelen en zweefvliegcentrum Terlet liggen vastgestelde geluidzones ingevolge de Luchtvaartwet. De zonegrenzen zijn aangegeven op de gebiedstypenkaart (zie bijlage 1). Buiten deze zones zouden woonbestemmingen in beginsel geen of beperkte hinder mogen ondervinden. In nieuwe geluidgevoelige situaties wordt het toetsingskader zoals weergegeven H4.12 toegepast. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt een gebiedsgerichte benadering toegepast zoals omschreven in hoofdstuk 4, op basis van het geldende structuurplan. Bij het vaststellen van hogere grenswaarden voor nieuwe geluidgevoelige situaties worden de geluidambities toegepast zoals omschreven in 4.3.
In nieuwe geluidgevoelige situaties wordt het toetsingskader zoals weergegeven H4.12 toegepast.
6
Brongerichte beleidsuitgangspunten
3.8
3.8
3.8 3.9
3.10
3.11
4.12
4.12
4.12
4.12
7
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
Inhoudsopgave Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 1
INLEIDING ...................................................................................................................................... 8 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
2
Waarom het Beleidsplan Geluid? .............................................................................................. 8 Opbouw van het beleidsplan ..................................................................................................... 8 Geluid in de leefomgeving ......................................................................................................... 9 Geluidhinder in Arnhem ........................................................................................................... 11 Juridisch- en beleidskader ....................................................................................................... 14 Totstandkoming van het Beleidsplan Geluid ........................................................................... 15
ALGEMENE BELEIDSUITGANGSPUNTEN ............................................................................... 17 2.1 Inleiding.................................................................................................................................... 17 2.2 Te beschermen leefruimten ..................................................................................................... 17 2.3 Maatregelen zo dicht mogelijk bij de bron ............................................................................... 17 2.4 Wet- en regelgeving om geluidhinder aan te pakken .............................................................. 18 2.5 Wettelijke grenzen ................................................................................................................... 19 2.6 Overlast van meerdere geluidbronnen .................................................................................... 21 2.7 Kwaliteit van de leefomgeving is meer dan het geluidniveau op de gevel .............................. 21 2.8 Gebiedsgerichte aanpak in nieuwe situaties ........................................................................... 22 2.9 Mogelijkheden Interimwet Stad en Milieu ................................................................................
22 2.10 Samenhang met andere beleidsvelden ................................................................................... 23
3
BRONGERICHTE AANPAK......................................................................................................... 24 3.1 Inleiding.................................................................................................................................... 24 3.2 Wegverkeer bestaande situaties ............................................................................................. 24 3.3 Railverkeer bestaande situaties............................................................................................... 26 3.4 Bedrijven bestaande situaties.................................................................................................. 27 3.5 Evenementen........................................................................................................................... 29 3.6 Bouw- en slooplawaai .............................................................................................................. 29 3.7 Brommers ................................................................................................................................ 30 3.8 Burenoverlast........................................................................................................................... 30 3.9 Trillingen ..................................................................................................................................
31 3.10 Laagfrequent geluid ................................................................................................................. 32 3.11 Vliegtuiglawaai ......................................................................................................................... 32
4
GEBIEDSGERICHTE AANPAK NIEUWE SITUATIES................................................................ 34 4.1 Inleiding.................................................................................................................................... 34 4.2 Systematiek gebiedsgerichte aanpak ...................................................................................... 35 4.3 Geluidsambities Arnhem.......................................................................................................... 35 4.4 Stadswijk: overwegend rustig .................................................................................................. 37 4.5 Centrum: plaatselijk lawaaiig ................................................................................................... 38 4.6 Stedelijke zone/ knooppunt: overwegend lawaaiig.................................................................. 39 4.7 HOV-knooppunt: overwegend lawaaiig ................................................................................... 40 4.8 Bedrijventerrein: lawaaiig......................................................................................................... 41 4.9 Natuur: rustig ...........................................................................................................................
42 4.10 Gemengde groene zone: rustig ............................................................................................... 43 4.11 stedelijk groen: overwegend rustig .......................................................................................... 44 4.12 Toepassing gebiedsgerichte aanpak bij ruimtelijke ontwikkelingen ........................................ 44
5
UITVOERING ................................................................................................................................ 46 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Inleiding.................................................................................................................................... 46 Wie doet wat ? ......................................................................................................................... 46 Communicatie .......................................................................................................................... 47 Monitoring en rapportage......................................................................................................... 48 Financiën ................................................................................................................................. 49
BIJLAGEN Beeld geluidbelasting wegverkeerslawaai 2010
De wijziging van de Wet geluidhinder en de vele ruimtelijke ontwikkelingen in Arnhem zijn de belangrijkste aanleidingen voor dit nieuwe Arnhemse geluidbeleid. Arnhem wil zich verder ontwikkelen; Arnhem wil een bruisende, maar óók een leefbare stad zijn. Deze geluidnota moet er voor zorgen dat het één niet ten koste gaat van het andere. Geluid werkt door in veel beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Vrijwel elke ruimtelijke ontwikkeling heeft consequenties voor het geluid, terwijl omgekeerd, geluidswetgeving consequenties heeft voor veel ruimtelijke ontwikkelingen. Geluid moet al vroeg in de planontwikkeling worden beschouwd als een ontwerpvariabele in plaats van een belemmering. Alleen zó voorkomen we dat er nieuwe geluidknelpunten ontstaan of dat ruimtelijke plannen achteraf moeten worden bijgesteld of afgeblazen. Uit de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer (Wm), de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), de Woningwet en de APV volgen gemeentelijke taken die tot doel hebben geluidhinder te voorkomen. Bij de uitvoering van deze taken moet de gemeente vaak een belangenafweging maken. Deze nota biedt het kader voor deze belangenafweging: welk geluidsniveau vinden wij waar en wanneer nog acceptabel. Deze nota laat duidelijk zien hoe Arnhem afhankelijk van het soort geluid, het tijdstip en de plaats met geluid omgaat.
Proces en inspraak Bij de totstandkoming van het Beleidsplan Geluid is op verschillende momenten overlegd met de sector Vergunningen en Handhaving van de dienst Stadsbeheer en met de afdelingen Ruimtelijke Ordening, Verkeer en Economische zaken van de dienst Stadsontwikkeling. Bij de start van het proces is tijdens een workshop door vertegenwoordigers van de genoemde afdelingen gewerkt met de systematiek voor gebiedsgerichte benadering die in het beleidsplan is opgenomen. Op 25 oktober 2005 heeft B&W het concept Beleidsplan Geluid vrijgegeven voor inspraak. Op 7 november 2005 heeft de raadscommissie VROM kennisgenomen van het concept Beleidsplan. Tijdens de inspraakperiode en de bijbehorende inloopavond zijn 14 reacties ontvangen. In bijgevoegde inspraaknota is de inhoud van deze inspraakreacties weergegeven, alsmede de reactie daarop en in hoeverre dit heeft geleid tot aanpassing van het beleidsplan. Het Beleidsplan Geluid is op een beperkt aantal punten aangepast zoals vermeld in de inspraaknota. Een aantal inspraakreacties heeft betrekking op evenementen en horeca. Deze onderwerpen worden als afzonderlijke beleidsstukken behandeld en geëvalueerd. Een aantal insprekers is van mening dat de gemeente Arnhem meer moet doen om geluidsoverlast in bestaande situaties actief tegen te gaan.
1.2
Opbouw van het beleidsplan
Het beleidsplan is uit de delen I, II en III opgebouwd. Deel I, is als volgt opgebouwd: •
Hoofdstuk 1 legt uit waarom het beleidplan is geschreven, wat geluidhinder doet met mensen, hoe geluidhinder in Arnhem wordt ervaren en wat de wettelijke kaders zijn;
•
Hoofdstuk 2 bevat alle algemene beleidsuitgangspunten voor het Arnhemse geluidbeleid; dit zijn als het ware de principes waarop het geluidbeleid is gebaseerd;
•
Hoofdstuk 3 bevat naast de brongerichte beleidskaders de uitgewerkte aanpak voor de verschillende relevante geluidbronnen;
•
Hoofdstuk 4 bevat de gebiedsgerichte aanpak die voor de verschillende gebiedstypes is uitgewerkt;
ONDERWERP
Waarom het Beleidsplan Geluid?
Beleidsplan Geluid Arnhem
1.1
PAGINA
Inleiding
8
1
ONDERWERP
De bijlagen bevatten kaartmateriaal met geprognosticeerde geluidbelastingen en nog te saneren situaties.
Beleidsplan Geluid Arnhem
•
PAGINA
Hoofdstuk 5 gaat in op de organisatie van de uitvoering, communicatie, monitoring en financiën;
9
•
Deel II geeft de huidige stand van zaken van de belangrijkste lopende activiteiten en projecten weer. Het bevat veel kaartmateriaal met reeds gerealiseerde geluidwerende voorzieningen als gevelsanering, geluidsschermen en stille wegdekken. Dit deel wordt tweejaarlijks geactualiseerd. Deel III bevat het uitvoeringsprogramma voor geluid voor de periode 2006-2008. Ook dit deel wordt tweejaarlijks geactualiseerd.
1.3
Geluid in de leefomgeving
Geluid hoort bij het leven en is zelfs onmisbaar bij de communicatie tussen mensen. De acceptatie van geluid is vaak subjectief; de één geniet van een metalconcert en de ander ervaart het als een aanslag op het gehoor. In alle gevallen geldt echter: overdaad schaadt. Door wetenschappelijk onderzoek is de laatste jaren meer bekend geworden over de gevolgen van geluid voor de gezondheid. Geluidsoverlast kan slaapverstoring, stress en ergernis veroorzaken, kan het vegetatieve zenuwstelsel aantasten en het gehoororgaan beschadigen. De Gezondheidsraad heeft in 1994 vijf categorieën effecten onderscheiden waarbij de relatie tussen blootstelling aan geluid en nadelige gezondheidseffecten wetenschappelijk is aangetoond: • • • • •
Hinder; Slaapverstoring; Aan stress gerelateerde ziekten; Functionele effecten; Gehoorschade.
De onderstaande figuur laat de verschillende geluidbronnen en -effecten zien.
Op de, voor de gemeente Arnhem meest relevante, aspecten hinder en slaapverstoring wordt hierna verder ingegaan. 1.3.1
Hinder
Wanneer geluid hinderlijk is noemen we dit meestal lawaai. Lawaai werkt verstorend, is ongewenst, en is daarom een probleem. De belangrijkste geluidhinderfactoren zijn: •
Geluidniveau. Hoe hoger het geluidniveau hoe meer verstoring van onze gesprekken en hoe meer irritatie en stress. Het geluid eist te veel aandacht op en dat gaat ten koste van andere taken;
men vindt geluid onnodig en/of niet nuttig; men vindt dat de geluidveroorzakers zich niets aantrekken van anderen; men denkt dat het geluid schadelijk is voor de gezondheid; men associeert het geluid met gevaar; men is ontevreden over andere aspecten uit de omgeving.
Strikt genomen heeft alleen het geluidniveau direct met het geluid zelf te maken; de andere zijn zogenaamde “niet akoestische” factoren. Daarom speelt communicatie zo’n belangrijke rol bij de beheersing van het geluidklimaat. Als geluidveroorzakers aan hun omgeving duidelijk maken wat ze doen en waarom, dan draagt dit bij tot acceptatie en het kunnen verdragen van geluid. 1.3.2
Slaapverstoring
Mensen kunnen door geluid moeilijker in slaap vallen en ‘s nachts vaker wakker worden. De Gezondheidsraad heeft in 2004 een advies uitgebracht over de effecten van geluid op slaap en gezondheid. Hiervoor is gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek. De figuur hieronder laat de omvang van de slaapverstoring die Nederlanders ondervinden van diverse omgevingsgeluiden
zien. Belangrijke effecten van omgevingsgeluiden tijdens de slaap zijn: • • • • •
ONDERWERP
Soort geluid. Ruisende bomen of een bulderende branding, ze zijn natuurlijk en niemand kan er iets aan veranderen de acceptatie is daarom groot ondanks de hoge geluidsniveaus. Een zeer laag geluidniveau housemuziek, afkomstig van walkman van een andere passagier, in een rustige treincoupé kan echter als zeer hinderlijk worden ervaren. Voorspelbaarheid. Onvoorspelbare en onregelmatige geluiden zijn vaak hinderlijker dan voorspelbare en constante geluiden. Hoe onvoorspelbaarder een geluid hoe meer irritatie en stress er kan ontstaan. Gevoel van beheersbaarheid. Als er geen gevoel van beheersbaarheid is dan ontstaat er ook steeds meer prikkeling en stress.
Daarnaast neemt de geluidhinderbeleving toe als er sprake is van één of meer van de volgende, meer subjectieve, factoren: • • • • •
Beleidsplan Geluid Arnhem
•
PAGINA
•
10
•
verminderde slaapkwaliteit; verminderd algemeen welbevinden; hogere prikkelbaarheid; verminderde concentratie en prestatie; voortijdige sterfte door hartziekten en verhoogde bloeddruk.
11
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
1.3.3 Geluidhinder landelijk Het deel van de Nederlandse bevolking dat hinder ondervindt van geluid door verkeer en/of industrie stabiliseert zich net boven 40%.
Geluidhinder per bron Verkeer en/of
w.v.
industrie
Vliegverkeer
Railverkeer Wegverkeer Industrie
% 2000 2001 2002 2003 2004
43 42 43 44 43
Bron:
19 18 19 18 18
7 6 7 6 6
29 30 32 33 31
4 3 4 4 3
CBS (2005).
N.B. Geluidhinder bij personen van 18 jaar of ouder.
In 2004 gaf 43% van de bevolking aan 'last' of 'soms last' te hebben van geluid van verkeer (vlieg-, rail- en/of wegverkeer) en/of industrie of bedrijven. Hierbij zijn personen die van beide bronnen hinder ondervinden maar één keer meegeteld. Het percentage personen dat geluidhinder van wegverkeer ondervindt, lijkt de laatste jaren enigszins toe te nemen.
1.4
Geluidhinder in Arnhem
Noot vooraf: Bij het vergelijken van hinderenquêtes moet rekening gehouden worden met de niet eenduidige definities van het begrip hinder en de invloed van de wijze waarop geënquêteerd is. Aan de vergelijking en beoordeling kan daarom slechts een indicatieve waarde worden toegekend. 1.4.1
Wegverkeer
De geluidsbelasting in de woonomgeving door wegverkeer varieert van verwaarloosbaar tot > 68 dB. Bijlage 1 van deel I laat de geluidsbelasting door wegverkeer in Arnhem zien. In 2002 heeft Hulpverlening Gelderland Midden (HGM) onderzoek gedaan naar geluidhinder in verschillende Arnhemse gebiedstypen. Dit onderzoek is vergeleken met de te verwachten hinder op basis van dosis-effectrelatie zoals vastgesteld TNO. Hieruit kwamen twee hoofdconclusies naar voren: • •
Het percentage ernstig gehinderden door wegverkeerslawaai in Arnhem is groter dan te verwachten is op basis van dosis-effectrelatie zoals vastgesteld door TNO (zie onderstaande figuur). De relatie tussen het geluidniveau en geluidhinder hangt niet af van het gebiedstype waarin men woont.
Door Arnhem lopen spoorlijnen naar Nijmegen, Utrecht, Deventer en Zevenaar. De geluidsbelasting hiervan is maximaal 74 dB, 6 dB hoger dan de wettelijk toegestane grenswaarde voor nieuwe situaties. Ook voor railverkeerslawaai geldt dat het percentage ernstig gehinderden in Arnhem groter is dan op basis van landelijke cijfers werd verwacht. Percentage ernstig gehinderden in Arnhem door railverkeer (HGM, juli 2002)
1.4.3
Bedrijven
De geluidsbelasting door bedrijven verschilt sterk per bedrijf en is begrensd door individueel vastgestelde en algemeen geldende geluidnormen in respectievelijk milieuvergunning en AMvB. Akoestisch onderzoek bij bedrijven is altijd maatwerk. Bedrijven komen overal voor in de stad en er zijn bedrijventerreinen zoals de Overmaat in Arnhem Zuid en het bedrijventerrein Arnhem Noord. Bedrijventerrein Arnhem Noord, bestaand uit Het Broek en Kleefsche waard en na het volgen van de procedures ook Koningspleij, is gezoneerd. Rond dit terrein ligt een zonegrens waarbinnen de geluidbelasting door alle bedrijven tezamen maximaal 50 dB(A) mag bedragen. Om dit te kunnen handhaven moeten bedrijven bij hun milieuvergunningaanvraag een akoestisch onderzoek laten
ONDERWERP
Railverkeer
Beleidsplan Geluid Arnhem
1.4.2
PAGINA
Uit de stadsenquête 2004 door de afdeling Informatie en bevolkingsonderzoek gemeente Arnhem (IBO) blijkt dat 66% van de Arnhemse bevolking soms of vaak overlast heeft van verkeerslawaai. De relatief hoge hinderscore is ook te verklaren omdat Arnhem een relatief compacte stedelijk gebied betreft met de aanwezigheid van spoor- en snelwegen.
12
Percentage ernstig gehinderden in Arnhem door wegverkeer (HGM, juli 2002)
13
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
uitvoeren. Ook voor bedrijfslawaai geldt dat het percentage ernstig gehinderden in Arnhem groter is dan op basis van landelijke cijfers werd verwacht. Percentage ernstig gehinderden in Arnhem door bedrijven (HGM, juli 2002).
% ernstig gehinderden
16 12 8 A rn h e m V e rw a c h t
4 0 5 0 -5 5
5 5 -6 0
G e lu id n iv e a u b e d r ijv e n (d B (A ))
Tenslotte laat het aantal klachten over geluidhinder door bedrijven (inclusief horeca), geregistreerd door de servicelijn van de dienst Stadsbeheer, een sterk stijgende trend zien.
Klachten over geluidhinder in Arnhem
Geluidsoverlast door bedrijven en buitenactiviteiten 300 250 200 150
klachten per jaar
100 50 0 1996 1.4.4
1998
2000
2002
2004
Overlast van de buren
Uit de stadsenquête blijkt dat 47% van de Arnhemse bevolking soms of vaak overlast heeft van omwonenden (Statistisch Bulletin, Leefbaarheid, veiligheid en maatschappelijke participatie, afdeling IBO, maart 2004). Uit het onderzoek van de Hulpverlening Gelderland Midden (HGM) in 2002 is gebleken dat burenlawaai in Arnhem na verkeerslawaai en treinlawaai de meest genoemde hinderbron is. 1.4.5 Vliegtuigen Over klachten als gevolg van vliegtuiglawaai is bekend dat er in 2003 twaalf keer geklaagd is bij Defensie over vliegverkeer afkomstig van de luchtmachtbasis Deelen.
14
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
1.5
Juridisch- en beleidskader
Het beperken en voorkomen van geluidsoverlast is grotendeels een gemeentelijke taak. De gemeente beschikt hiervoor over een complex juridisch- en beleidskader: • • •
Rijksniveau: wetten, algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s)en circulaires; Provinciaal niveau: Provinciale Milieuverordening Gelderland (PmG); Gemeentelijk niveau: Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Geluidsbeleid.
1.5.1
Rijksniveau
Wetten en AMvB’s werken rechtstreeks en binden burgers en gemeenten. Wet geluidhinder (Wgh) De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Daarin staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen (zware bedrijven). Een belangrijk principe uit de wet is dat maatregelen zo dicht mogelijk bij de geluidbron moeten worden genomen (zie ook § 2.3). De wet werkt verder met zones: aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Modernisering Instrumentarium Geluidsbeleid (MIG) De invoering van de wet MIG was aanvankelijk een belangrijke aanleiding voor het opstellen van het Beleidsplan Geluid. De wet zou de gemeente Arnhem beleidsruimte bieden om af te wijken van de wettelijke geluidsnormen uit de Wet geluidhinder. Het oorspronkelijke wetsvoorstel MIG is na kritiek van de Raad van State en door de financiële consequenties in 2002 afgewezen. Besloten is toen om de huidige Wet geluidhinder aan te passen. Op 4 juli 2006 is de nieuwe Wet geluidhinder vastgesteld door de Eerste Kamer. Hiermee krijgen gemeenten meer eigen verantwoordelijkheid voor het te voeren geluidbeleid. Hoe de gemeente Arnhem om zal gaan met deze bevoegdheid is beschreven in dit Beleidsplan Geluid.
Richtlijn omgevingslawaai De Europese richtlijn omgevingslawaai is voor de Nederlandse situatie omgezet in de Richtlijn omgevingslawaai. Voor Arnhem betekent dit dat vanaf 2012 er een kaart gemaakt moet zijn waarop alle gebieden staan aangegeven met een geluidsbelasting groter dan Lden 55 dB (zie paragraaf 2.5). Vervolgens moet er een actieplan gemaakt worden. In het actieplan moeten concrete maatregelen opgenomen worden om omgevingslawaai bij woningen te beperken. In deze versie 2 van het beleidsplan geluid zijn de consequenties van de Richtlijn op het Arnhems geluidbeleid verwerkt. Voor de volledigheid moet worden opgemerkt dat de Richtlijn omgevingslawaai geldt voor weg- en railverkeer en niet van toepassing is op industrielawaai. Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) De WRO bepaalt dat de ruimtelijke inrichting van Arnhem moet voldoen aan de eis van een “goede ruimtelijke ordening”. Verschillende functies mogen elkaar niet onaanvaardbaar negatief beïnvloeden en moeten op elkaar worden afgestemd. Door milieuzonering worden milieubelastende en milieugevoelige functies gescheiden. De WRO bepaalt verder dat de gemeente de geluidszonering uit de Wet geluidhinder in acht moet nemen door een koppeling tussen beide wetten. Een voorbeeld: de gemeente Arnhem wil, via een bestemmingsplanwijziging, een geluidsgevoelige bestemming in de zone van een weg mogelijk maken.
Dit kan alleen maar als de geluidsbelasting, bepaald door middel van een akoestisch onderzoek, wordt getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder. Wet milieubeheer (Wm) Bijna alle bedrijven vallen onder de regels van de Wet milieubeheer. Dit betekent dat er geluidnormen van toepassing zijn om de woonomgeving te beschermen tegen geluidhinder. Vergunningplichtige bedrijven hebben te maken met op maat gesneden geluidvoorschriften en geluidnormen (grenswaarden) die gebaseerd zijn op de Circulaire Industrielawaai van VROM. Voor een aantal bedrijfstakken gelden algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) met algemene geluidvoorschriften en standaardgrenswaarden. De gemeente heeft als taak om overtreding van geluidvoorschriften, bij voorbeeld na klachten, te handhaven.
Beheer, aanleg en onderhoud van provinciale wegen; Verlening en handhaving Wm-milieuvergunningen voor enkele grote Arnhemse bedrijven; Vaststelling van streekplannen; ruimtelijk kader WRO; Goedkeuring van bestemmingsplannen WRO.
In het Gelders Milieuplan (GMP-3, 2004) is een visie opgenomen hoe de provincie Gelderland met deze taken om wil gaan. Behoud of herstel van de kwaliteit van de leefomgeving staat daarbij centraal. De sectorale aanpak van individuele bronnen wordt niet langer toereikend geacht. De maatregelen in het GMP-3 zijn gericht op het bereiken van een bepaalde basiskwaliteit in 2010. Voor de stad Arnhem betekent dat vooral gezond en veilig wonen. 1.5.3
Gemeentelijk niveau
Algemene Plaatselijke Verordening (APV) In de APV van Arnhem zijn voor een aantal situaties regels opgenomen om overlast te beperken. Het gaat hierbij om de volgende zaken: • •
Een verbod om overlast te veroorzaken zonder ontheffing; Een regeling op grond waarvan horecabedrijven, éénmaal per jaar individueel en zes maal per jaar collectief, niet gehouden zijn aan de reguliere geluidsnormen.
Op basis hiervan worden er evenementenvergunning verleend en moet er bij bouw- en sloopactiviteiten rekening worden gehouden met de effecten op de omgeving. Ook wordt de APV als vangnet gebruikt indien er overlast optreedt waarin andere regelingen niet voorzien zoals bij burenlawaai. Deze handhaving ligt vaak in het verlengde van het handhaven van de openbare orde.
1.6
Totstandkoming van het Beleidsplan Geluid
Startnotitie Op 27 maart 2001 heeft het college van B&W de Startnotitie Geluid vastgesteld. Alles wees er toen op dat het landelijke geluidbeleid op korte termijn drastisch zou wijzigen. De beleidsvrijheid voor de gemeente zou daarmee aanzienlijk groter worden. Ook moesten de beleidsvoornemens voor geluid uit het Meerjarenontwikkelingsprogramma (MOP) nader worden uitgewerkt. Redenen genoeg dus om te starten met de ontwikkeling van nieuw gemeentelijk geluidbeleid. Het landelijke beleid heeft sindsdien forse vertraging opgelopen. Vooral daarom zit er veel tijd tussen de startnotitie en deze beleidsnota. Regionale modelgeluidnota en handreiking Arnhem neemt deel aan de Milieusamenwerking regio Arnhem (MRA). Omdat in alle 13 MRAgemeenten behoefte was aan goed geluidbeleid, is in 2003 gestart met het ontwikkelen van een model waarmee gemeenten zelf hun eigen geluidnota kunnen opstellen. De modelgeluidnota en de handreiking voor de lokale invulling daarvan waren in november 2004 klaar.
ONDERWERP
• • • •
Beleidsplan Geluid Arnhem
1.5.2 Provinciaal niveau De provincie Gelderland heeft een aantal taken die relevant zijn voor het Beleidsplan Geluid:
PAGINA
• de geluidsisolerende eigenschappen van de gevel voor geluid van buiten; • het beperken van geluidsoverlast tussen woningen; • geluid veroorzaakt door installaties zoals ventilatie en de CV. Ook bij het voldoen aan de eisen van het bouwbesluit is de geluidsisolatie matig. Als er sprake is van ontwerp- of uitvoeringsfouten zal de geluidsisolatie beperkt zijn. Door bouwaanvragen kritisch te beoordelen op de geluidseisen wordt bevorderd dat er een minimumkwaliteit wordt bereikt. Door toezicht tijdens de bouw en een steekproefsgewijze meting van woningen na oplevering wordt gecontroleerd of de doelstelling is gehaald.
15
Woningwet Op basis van de Woningwet worden bouwvergunningen verleend. De prestatie-eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen zijn opgenomen in het Bouwbesluit, geluid is hier een onderdeel van. Bij de toetsing van de bouwaanvraag moet de gemeente er op toezien dat de prestatie-eisen worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om:
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
Projectgroep Ruim vóór het verschijnen van de regionale modelnota is men in Arnhem al begonnen met de formulering van het Arnhemse geluidbeleid waardoor de lokale invulling al voor een groot deel klaar was. Onder begeleiding van de projectgroep Geluid is het Beleidsplan Geluid vervolgens verder afgerond op basis van het regionale model. Bij de totstandkoming van dit beleidsplan zijn via workshops en ingewonnen adviezen ook de sector Vergunningen en Handhaving en de afdelingen Verkeer en Ruimtelijke Ordening betrokken. De gebiedsgerichte benadering (hoofdstuk 4) is door DHV in opdracht van de gemeente Arnhem uitgewerkt.
16
Beide documenten zijn in opdracht van de MRA geschreven door adviesbureau DHV. De bouwstenen daarvoor zijn, in de vorm van visiedocumenten, aangeleverd door drie werkgroepen; Algemeen, Verkeer en Bedrijven.
In dit hoofdstuk worden een aantal principiële algemene beleidskeuzes gemaakt. De keuzes werken door in de hoofdstukken 3 en 4 en in het uitvoeringsprogramma in deel III. Bij elke paragraaf zijn de beleidskeuzes als beleidsuitgangspunt kernachtig bevestigd in een kader. De nieuwe beleidsuitgangspunten zijn daarbij cursief weergegeven.
2.2
Te beschermen leefruimten
Bij geluidbeleid gaat het vooral om de bescherming van burgers in hun leefomgeving. Wet geluidhinder en Wm bepalen dat de gemeente de volgende objecten en functies moet beschermen: • • • • • • • •
Woningen; Overige woongebouwen zoals verzorgingstehuizen; Scholen; Ziekenhuizen en verpleeghuizen; Andere gezondheidszorggebouwen zoals medische centra; Terreinen voor woonwagens; Woonboten; Natuurbeschermingsgebieden.
Jonge kinderen in kinderdagverblijven verdienen in dit kader tevens aandacht. Omdat zij daar overdag vaak slapen is dit vanuit oogpunt van slaapverstoring ook een kwetsbare groep. Daarom worden in Arnhem kinderdagverblijven tot de te beschermen objecten en functies gerekend.
Beleidsuitgangspunten:
•
Naast de wettelijk beschermde objecten en functies rekent de gemeente Arnhem ook kinderdagverblijven tot de te beschermen objecten en functies.
Vanaf hier wordt in het beleidsplan kortheidshalve over “woningen” gesproken daar waar “woningen en/of andere geluidsgevoelige bestemmingen” wordt bedoeld tenzij anders is aangegeven.
2.3
Maatregelen zo dicht mogelijk bij de bron
Geluidhindermaatregelen worden altijd zo dicht mogelijk bij de bron genomen. Dit is een belangrijk leidend principe uit de Wet geluidhinder. Als dit niet of slechts gedeeltelijk kan, komen maatregelen in de overdrachtssfeer (wallen of schermen) in aanmerking. Als laatste komen maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie) in beeld. Zo wordt een zo klein mogelijk gebied aan een hoog geluidsniveau blootgesteld en de ruimte wordt zo efficiënt mogelijk benut. Het principe wordt hierna aan de hand van verkeerslawaai toegelicht.
mogelijke maatregelen
•afstand •intensiteit
•scherm
•isolatie
•samenstelling verkeer
•wal
•‘compensatie’
•maximum snelheid
•verdiepte ligging weg
•wegdek
Bronmaatregelen De gemeente heeft geen invloed op de geluidsemissie van (vracht-)auto’s en treinen. Het Rijk bepaalt, op basis van Europese afspraken, de (geluid)eisen voor de typekeuringen van vervoersmiddelen. De gemeente heeft wél invloed op de volgende bronfactoren: •
de verkeersintensiteit, de functie van een weg en de verkeersstructuur zijn voor een groot deel bepalend voor de geluidsgevolgen;
ONDERWERP
Inleiding
Beleidsplan Geluid Arnhem
2.1
PAGINA
Algemene beleidsuitgangspunten
17
2
18
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
• • •
de maximumsnelheid; de verkeerssamenstelling(vrachtverkeer is vaak bepalend bij de geluidsproductie); het soort wegdek.
Aanpassing van het wegdek is relatief duur en zal daarom als bronmaatregel pas in laatste instantie worden genomen. Met bijvoorbeeld zeer open asfaltbeton (zoab) kan een behoorlijke geluidreductie worden bereikt. De vele ontwikkelingen op dit gebied worden goed gevolgd. Overdrachtsmaatregelen Geluidsschermen of -wallen hebben als voordeel dat de ruimte rond woningen ook is beschermd. Deze voorzieningen vergen echter ruimte die er vaak niet is. Ook als er wel ruimte is bestaat vaak weerstand tegen een scherm of wal omdat die een weg of een wijk door afsluiting minder aantrekkelijk zou maken. Tegenwoordig zijn er echter ook mooie oplossingen voor handen zoals een wallenstelsel in een fraai parklandschap en verdiepte aanleg van de weg. Maatregelen bij de ontvanger Gevelisolatie zorgt voor een goed leefklimaat in woningen. Geluidwerende beglazing wordt hierbij het meest toegepast. Nadeel is dat ramen gesloten moeten blijven en dat suskasten voor ventilatie moeten zorgen. Beleidsuitgangspunten:
• •
2.4
Bij het treffen van maatregelen wordt de prioriteitsvolgorde “bron-overdracht- ontvanger” in acht genomen. De gemeente Arnhem stelt alleen hogere grenswaarden vast (met ingang van de nieuwe Wet geluidhinder) als voldoende aangetoond is dat met alle mogelijke bronmaatregelen niet aan de normale grenswaarden kan worden voldaan.
Wet- en regelgeving om geluidhinder aan te pakken
De gemeente heeft op basis van het wettelijk kader een aantal concrete instrumenten ter beschikking om geluidhinder in Arnhem tegen te gaan. Daarnaast kan ter ondersteuning hiervan communicatie worden ingezet. In het schema hieronder zijn deze instrumenten op een rij gezet. In hoofdstuk 3 zijn deze instrumenten aan de hand van de relevante geluidsbronnen verder uitgewerkt. Wettelijk kader Wet op de ruimtelijke ordening
Woningwet/Bouwbesluit/Bouwverordening
Wet milieubeheer met art. 8.40 AMvB’s
Wet geluidhinder
Wegenverkeerswet Algemene plaatselijke verordening Arnhem
Instrumenten Structuurplannen Gebiedsvisies Bestemmingsplannen Bouwvergunningen Meldingen vergunningvrije bouwwerken Ontheffingen bouw- en slooplawaai Milieuvergunningen Meldingen art. 8.40 AMvB Aanwijzing horecaconcentratiegebieden Ontheffingen grenswaarden (12 dgn-regeling) Zonering industrielawaai Nieuwe woningen: hogere grenswaarden Normen nieuwe situaties weg-en railverkeer Bestaande situaties: stille wegdekken Bestaande situaties: wallen en schermen Bestaande situaties: gevelsanering Reconstructies Verkeersbesluiten Evenementenvergunningen Ontheffingen bouw- en slooplawaai
Beleidsuitgangspunt: • De gemeente Arnhem blijft alle beschikbare instrumenten inzetten ter bestrijding van geluidhinder.
19
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
2.5
Wettelijke grenzen
De beleving van geluid(sterkte) is subjectief. Om het toch meetbaar en toetsbaar te maken heeft men een objectieve maat voor het geluidsniveau, L, geïntroduceerd. De geluidbelasting wordt uitgedrukt in decibellen. Hierbij is rekening gehouden met de gevoeligheid van het menselijk oor voor verschillende frequenties. Er is veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen geluidsniveaus zoals je ze kunt meten en berekenen en de hinder die daardoor wordt ervaren. De europese dosismaat voor geluid: de Lden voor weg- en railverkeerslawaai De ’s avonds en ’s nachts gemeten niveaus moesten volgens de oude Wet geluidhinder worden verhoogd met 5 respectievelijk 10 dB(A) omdat het ’s avonds gemiddeld 5 dB(A) en ’s nachts gemiddeld 10 dB(A) stiller is. Met de etmaalwaarde, L etmaal, kan in één getal worden weergegeven wat de normen voor de dag-, avond- en nachtperiode zijn. L etmaal = hoogste waarde van L dag L avond + 5 dB L nacht +10 dB. Door Europese harmonisatie gaat de nu geldende Wet geluidhinder uit van L den in plaats van L etmaal. Dit geldt alleen voor de bronnen weg- en railverkeerslawaai. Voor de bronnen berdrijven- en industrielawaai blijft de oude dosismaat L etmaal gelden. De toevoeging “den” staat voor day-evening-night.
Het grote verschil is dat er niet één maatgevende periode is zoals bij de L etmaal (de hoogste waarde van de dag, avond+5 of nacht+10) maar dat alle perioden van het etmaal meetellen in de dosismaat L den. Hierbij wordt de geluidsenergie uit de verschillende etmaalperioden rekenkundig gemiddeld waarbij het geluidsniveau in de avondperiode met 5 dB en de nacht met 10 dB gecorrigeerd wordt. Hierdoor kan in bepaalde gevallen in nachtperiode een relatief hoge geluidbelasting ontstaan die beperkt tot uitdrukking komt in de L den . Daarom is er een aparte dosismaat voor de alleen nachtperiode: de Lnight. Deze dosismaat is de parameter om slaapverstoring in beeld te krijgen. In de volgende overzichten zijn de belangrijkste wettelijke streef- en grenswaarden voor de bronnen weg- en railverkeerslawaai opgenomen. Streef- en grenswaarde geluid wet- en regelgeving in dB: Streefwaarde L den
Grenswaarde L den
Wegverkeer binnen de bebouwde kom
<48 redelijk rustig
63 lawaaiig
Wegverkeer buiten de bebouwde kom en binnen de geluidzone van auto- en snelwegen
<48 redelijk rustig
53 onrustig
Treinverkeer
<55 redelijk rustig
68 lawaaiig
Omgevingslawaai bedrijven Langs een drukke verkeersweg kan in de milieuvergunning meer geluidruimte worden toegestaan dan in een rustige woonwijk. Voor stedelijke woongebieden blijkt een norm van 45 dB(A) etmaalwaarde op de gevel van een woning de meest geschikte waarde. Aan de kant waar woningen grenzen aan drukke wegen, bedrijventerrein en winkel- en uitgaansgebieden geldt een hogere norm van 50 dB(A); aan de achterkant van die woningen en in het binnengebied geldt 45 dB(A). In bijzondere gevallen kan de geluidnorm afgestemd worden op het meettechnisch vastgestelde referentieniveau van het achtergrondgeluid. Conform de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening is een hogere waarde mogelijk tot 55 dB(A).
Grenswaarde L etmaal
Bedrijven
40-45-50 nacht/avond/dag (of maatwerk)
55 (of maatwerk)
APV
Geen algemene normen, maatwerk
Door ons ruimtelijk beleid is de druk op de ruimte soms zo groot dat er de wens ontstaat om heel dicht bij geluidbronnen te wonen. Een creatieve oplossing hiervan was in de jaren 70/80 de integratie van een geluidwal en een woning. Juristen vonden echter dat de zo’n geluidwal een heel brede gevel was waarop de geluidbelasting nog steeds getoetst moeten worden.
veel lawaai
dove gevel
De “dove” gevel: de Wet geluidhinder buitenspel
veel lawaai
De politiek vond dit niet redelijk en heeft de definitie van het begrip gevel aangepast zodat een gevel zonder te openen delen onacceptabele woonkwaliteit niet meer getoetst hoeft te worden aan de Wet geluidhinder. Dit wordt ook wel een ‘dove gevel’ genoemd. De dove gevel is inmiddels op vele plekken in Nederland toegepast. Naast geluidswalwoningen wordt ook regelmatig het concept van een vliesgevel toegepast. Dit is een extra, vaak transparante, gevel voor het gebouw. Dove gevels: De geluidsbelasting op “dove gevels” mag volgens de Wet geluidhinder hoger zijn dan de grenswaarde mits: • • •
het binnenniveau lager blijft dan 33 dB; voldaan is aan ventilatie-eisen uit het Bouwbesluit; de andere woningzijde geluidluw is (cumulatief);
Bij het toepassen van een dove gevel moeten de gevolgen voor het woon- en leefklimaat nadrukkelijk meegewogen worden. Hogere grenswaarden voor nieuwe situaties Wanneer ondanks alle mogelijke maatregelen redelijkerwijs niet aan de landelijk geldende grenswaarden uit de Wet geluidhinder kan worden voldaan mag de gemeente Arnhem zelf hogere grenswaarden vaststellen. Dit gebeurt alleen maar als voldoende aangetoond is dat redelijkerwijs met alle mogelijke maatregelen niet aan de grenswaarden kan worden voldaan. Voor deze toetsing zijn in paragraaf 4.12 praktische criteria als beleidsuitgangspunten opgenomen.
ONDERWERP
Streefwaarde L etmaal
Beleidsplan Geluid Arnhem
Streef- en grenswaarde geluid wet- en regelgeving in dB(A :
PAGINA
In de volgende overzichten zijn de belangrijkste wettelijke streef- en grenswaarden voor de bronnen bedrijven- en industrielawaai opgenomen.
20
Meldingsplichtige bedrijven De artikel 8.40 AMvB’s kennen een standaard grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van woningen. Voor bedrijven die niet aan een doorgaande weg liggen is dit bijna altijd veel meer geluidruimte dan redelijkerwijs noodzakelijk is. De gemeente kan aan een individueel bedrijf door middel van een “nadere eis” een hogere of lagere norm opleggen zolang het binnenniveau in woningen maar onder 35 dB(A) blijft, zo nodig met behulp van extra gevelisolatie. Landelijk wordt de nadere eis met een lagere grenswaarde incidenteel toegepast bij geluidklachten. Dit vergt namelijk veel van de motivering; de ondernemer had immers gerekend op 50 dB(A). Het instrument nadere eis is in Arnhem tot nu toe nog niet ingezet. Voortzetting van dit beleid houdt in dat meldingspichtige bedrijven in het binnengebied van een woongebied 5 dB(A) meer geluidruimte krijgen dan Vergunningplichtige bedrijven in datzelfde gebied. Vanuit oogpunt van geluidhinderbestrijding én gelijke behandeling is gekomen tot nieuw beleid op dit punt. Voortaan wordt bij nieuwvestiging van AMvB-bedrijven in binnengebieden van woonwijken een nadere eis opgelegd van 45 dB(A) etmaalwaarde. Ter ondersteuning hiervan moet eerst een kaart met achtergrondniveaus van Arnhem worden gemaakt. In twijfelgevallen moet het achtergrondniveau ter plaatse worden bepaald.
21
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
Beleidsuitgangspunt
• • •
2.6
Indien een meldingsplichtig bedrijf zich vestigt in een ’45 dB(A) gebied’, zal structureel een nadere eis worden opgelegd met deze waarde; De gemeente Arnhem hanteert voor de toetsing van nieuwe situaties de criteria uit paragraaf 4.12 Jaarlijks wordt op basis van de RVMK een geluidbelastingkaart opgesteld op basis waarvan de 45 dB(A) gebieden kunnen worden vastgesteld.
Overlast van meerdere geluidbronnen
Soms wordt een woning door meerdere bronnen belast, bijvoorbeeld door wegverkeer én railverkeer. De Wet geluidhinder en de Wm bepalen dat de gemeente rekening kan houden met deze zogenaamde cumulatie. Hoe de gemeente dat doet is niet op voorhand aan te geven, daar zijn de mogelijkheden te divers voor. Wel houdt de gemeente in dit soort situaties bij het ontwerpen van de gevelisolatie rekening met de hogere geluidsbelasting.
s p o o r l i jn w e g
w o o n w ijk
Beleidsuitgangspunt
•
2.7
Daar waar door cumulatie een hogere geluidsbelasting optreedt, wordt bij het ontwerp van de gevelisolatie met deze hogere geluidsbelasting rekening gehouden
Kwaliteit van de leefomgeving is meer dan het geluidniveau op de gevel
Hoge geluidsbelasting op de gevel kan worden gecompenseerd door andere akoestische factoren als: • • • •
een geluidsluwe gevel aan de andere zijde van de woning; een “privégebied” als een tuin, balkon of park aan de rustige kant van de woning; een aangepaste indeling van de woning; gevelisolatie met ventilatievoorzieningen.
Deze zogenaamde “akoestische compensatie” is wettelijk verankerd. Dit geldt niet voor nietakoestische compenserende factoren zoals: • • • •
veel groen in de omgeving; goed openbaar vervoer; een kinderspeelplaatsen; goede communicatie door de gemeente.
Nieuwe gebieden Voor nieuwe, nog te ontwerpen gebieden, wordt de akoestische kwaliteit bepaald door: • •
ak oe s tische k w aliteit ge bied
het geluidsprofiel van het gebied; de te realiseren compensatie.
Het geluidsprofiel van een gebied is een grafische weergave van de aandelen bewoners in dat gebied dat aan de verschillende geluidsklassen wordt blootgesteld (zie figuur). Hoe hoger de geluidsklasse, hoe meer aandacht er compensatie moet zijn.
zeer rustig rustig redelijk rustig onrustig zeer onrustig law aaiig zeer law aaiig
akoestische kw aliteit
Beleidsuitgangspunt
In het ontwerpstadium wordt het nadeel van een hoog geluidsniveau beperkt door akoestische compensatie en aanvullend door niet akoestische compensatie. Hoe hoger het geluidsniveau, hoe meer compensatie wordt toegepast.
•
2.8
Gebiedsgerichte aanpak in nieuwe situaties
Het geluidbeleid tot nu toe was brongericht omdat de bronnen allemaal hun eigen specifieke problematiek en oplossingen kennen. Daarnaast verschillen het wettelijk kader en de uitvoerings- en subsidieregelingen per bron. Ook in de toekomst blijft een brongerichte aanpak daarom noodzakelijk. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 3. Nieuw is dat, voor nieuwe situaties, naast de brongerichte aanpak nu ook gebiedsgerichte aanpak is ontwikkeld. Het ene stedelijke gebied is het andere niet en de geluidambities voor de verschillende gebieden lopen daarom uiteen. Dit is bij de opstelling van het Structuurplan 2010 reeds onderkend. De gebiedsgerichte aanpak in het beleidsplan moet dan ook als uitwerking van het structuurplan worden gezien. Hierbij wordt vanzelfsprekend ook de gebiedstype indeling van het Structuurplan 2010 aangehouden. Het gebiedsgerichte spoor is voor elk gebiedstype uitgewerkt in hoofdstuk 4. Het gebiedsgerichte spoor vult het brongerichte spoor aan en is daar niet los van te “bewandelen”. Beleidsuitgangspunt:
•
De gemeente Arnhem hanteert voor nieuwe situaties een gebiedsgerichte aanpak gebaseerd op het Structuurplan 2010. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze nota.
2.9
ONDERWERP
b eleving
het geluidsprofiel van het gebied; de al dan niet aanwezige compensatie; de beleving.
•
Beleidsplan Geluid Arnhem
com pen satie
PAGINA
• • •
g eluidsp ro fiel
22
Bestaande gebieden Voor een bestaand gebied liggen de zaken iets gecompliceerder. Daar speelt immers ook de beleving van de bewoners een rol. De akoestische kwaliteit wordt dus bepaald door:
Mogelijkheden Interimwet Stad en Milieu
Er kan spanning optreden tussen het streven naar een zuiniger ruimtegebruik enerzijds en naar een goede leefkwaliteit in het stedelijk gebied anderzijds. Soms zitten milieunormen een zeer gewenste ruimtelijke ontwikkeling in de weg. Al langer leeft het besef dat er een instrument moet zijn om deze spanning in specifieke situaties op te heffen. Met het oog daarop is indertijd de Experimentenwet Stad en Milieu ingevoerd. De Experimentenwet bood de experimenteergemeenten tot 1 januari 2004 de bevoegdheid om voor de, in de bijlage van de wet, aangewezen gebieden af te wijken van de milieukwaliteitsnormen voor bodem, lucht, geluid en externe veiligheid. De Stad en Milieu-systematiek werkt met een 3 stappenbenadering: Stap 1
een zo vroeg mogelijke integratie van milieuaspecten in het ruimtelijk ontwerp van een gebied en het zoveel mogelijk nemen van bronmaatregelen om de negatieve milieueffecten te beperken;
Stap 2
de regelgeving optimaal benutten;
Stap 3
indien noodzakelijk overschrijden van een milieukwaliteiteis waarbij compenserende maatregelen worden toegepast.
23
PAGINA
Beleidsplan Geluid Arnhem
ONDERWERP
De herstructurering van Malburgen is aangewezen als experimentgebied. Het project ‘Bouwen aan de dijk’ heeft voor de locatie Bakenhof geleid tot een stap 3-besluit voor het industrielawaai van het bedrijventerrein Arnhem Noord. Naast Arnhem is er slechts voor één experimentgebied een stap-3 besluit genomen (Schevingen-Haven). Beide stap-3 besluiten hadden betrekking op geluid afkomstig van industrieterreinen. Na evaluatie heeft het kabinet eind 2004 een (ontwerp) Interimwet Stad en Milieu naar de Tweede Kamer gestuurd. De regeling is procedureel iets vereenvoudigd. De provincie moet de aanvraag beoordelen en het voorstel van de gemeente goedkeuren. De normering van luchtkwaliteit en externe veiligheid is uitgesloten van de (ontwerp) Interimwet Stad en Milieu. Beleidsuitgangspunt:
•
De systematiek en mogelijkheden die de Interimwet Stad&Milieu biedt worden toegepast bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Arnhem.
2.10 Samenhang met andere beleidsvelden De bestrijding van geluidhinder staat niet op zichzelf maar raakt vele andere beleidsvelden. Een meer integrale aanpak is daarom noodzakelijk. De relatie met de belangrijkste beleidsterreinen is hierna beknopt weergegeven. Verkeer Wegverkeer veroorzaakt de meeste geluidhinder in Arnhem. Het Stedelijke verkeers- en vervoersplan bevat daarom concrete doelstellingen ter vermindering van het aantal geluidklachten. Nieuwe verkeersontwikkelingen worden doorgerekend op gevolgen voor de geluidhinder. Lucht Verkeer is de belangrijkste bron van zowel luchtverontreiniging als geluidhinder. Een samenhangende aanpak is daarom efficiënt. Maatregelen als een betere doorstroming van het verkeer leveren zowel winst op voor geluid als lucht. De uitvoeringsprogramma’s voor Geluid en Lucht worden daarom volledig op elkaar afgestemd. Ruimtelijke Ordening Uit dit geluidbeleid vloeien randvoorwaarden voort voor de ruimtelijke ordening. Nieuw daarbij is de gebiedsgerichte aanpak waarbij vooraf duidelijker is aan te geven wat de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn. De advisering ten behoeve van bestemmingsplannen e.d. door middel van milieuaspectenstudies wordt ondersteund met hulpmiddelen als de Regionale verkeersmilieukaart.
Riolering en wegonderhoud Vervanging van wegdekken al dan niet in combinatie met rioleringswerkzaamheden biedt kansen om stille wegdekken aan te leggen. Hiermee kan worden bespaard op gevelisolatie en kunnen meer geluidgehinderden worden geholpen. Vergunningverlening en handhaving Voor veel bedrijven en activiteiten is een vergunning nodig. Aan deze vergunningen worden geluidvoorschriften verbonden die vervolgens worden gehandhaafd. In het Beleidsplan Geluid zijn enkele beleidsvoorstellen opgenomen voor de vergunningverlening. Bouwtoezicht De akoestische kwaliteit van gebouwgevels bepaalt het geluidniveau, bijvoorbeeld als gevolg van verkeer, binnen gebouwen. Burenlawaai wordt voorkomen door voldoende geluidwering van woningscheidende wanden. Het bouwtoezicht bevordert de naleving van de algemene regels die hiervoor gelden.