Aanvullende bijlage 3 - Toelichting
Tekst van het document
Fluvium Zuid A
Fluvium Zuid A
Inhoudsopgave Hoofdstuk1
Inleiding
5
1.1
Wat is een bestemmingsplan?
5
1.2
Aanleiding
5
1.3
Situering en begrenzing plangebied
5
1.4
Geldende plannen
6
Hoofdstuk2
Beschrijving plangebied
7
2.1
Inleiding
7
2.2
Historische ontwikkeling
7
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
8
2.3.1
Fluvium Zuid
8
2.3.2
Plangebied
9
2.4
Verkeer en parkeren
11
2.5
Groenstructuur
11
2.6
Water
11
2.7
Monumenten en archeologie
12
Hoofdstuk3
Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen
13
3.1
Inleiding
13
3.2
Uitgangspunten
14
3.2.1 Structuurvisie Arnhem 2020-2040 3.2.1.1 Algemeen 3.2.1.2 Oostelijk Centrum Gebied 3.2.1.3 Toetsing
14
3.2.2 Groenbeleid 3.2.2.1 Groenvisie 2017-2035 3.2.2.2 Bomenplan 2020 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid
15
3.2.3 Gemeentelijk parkeerbeleid 3.2.3.1 Algemeen 3.2.3.2 Fiets 3.2.3.3 Openbaar vervoer 3.2.3.4 Parkeren 3.2.3.5 Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk parkeerbeleid
16
3.2.4 Energie en klimaat 3.2.4.1 Beleid 3.2.4.2 Energievisie
17
3.2.5
Stadsklimaat
17
3.3
Verkeer en mobiliteitsaspecten
18
3.4
Toets programma aan Rijks- en provinciaal beleid
18
2
3.4.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.4.1.1 Algemeen 3.4.1.2 Vier prioriteiten 3.4.1.3 Afwegingsprincipes 3.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI
18
3.4.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.4.2.1 Algemeen
19
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
3.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking 3.4.3 Omgevingsvisie Gelderland 3.4.3.1 Algemeen 3.4.3.2 Stadsregio Arnhem/Nijmegen 3.4.3.3 Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking 3.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland
25
3.4.4 Omgevingsverordening Gelderland 3.4.4.1 Algemeen 3.4.4.2 Relevante artikelen 3.4.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland
25
Hoofdstuk4
Milieu- en omgevingsaspecten
27
4.1
Inleiding
27
4.2
Geluid
27
4.2.1
Algemeen
27
4.2.2
Situatie plangebied
27
Luchtkwaliteit
28
4.3.1
Algemeen
28
4.3.2
Situatie plangebied
29
Hinder
29
4.4.1
Algemeen
29
4.4.2
Situatie plangebied
29
Externe veiligheid
31
4.5.1
Algemeen
31
4.5.2
Situatie plangebied
31
Groen en ecologie
32
4.6.1
Groen en ecologie
32
4.6.2
Situatie plangebied
34
Water
35
4.7.1
Algemeen
35
4.7.2
Specifiek op het plangebied
36
Bodem
37
4.8.1
Algemeen
37
4.8.2
Situatie plangebied
37
Cultuurhistorie & archeologie
37
4.9.1
Algemeen
37
4.9.2
Situatie plangebied
39
4.9.3
Conclusie
39
4.3
4.4
4.5
4.6
4.7
4.8
4.9
4.10
Stadsklimaat
39
4.10.1
Algemeen
39
4.10.2
Situatie plangebied
40
M.e.r-besluit
41
4.11.1
Artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming
41
4.11.2
4.11
Drempelwaarde Besluit m.e.r.
41
4.12
Kabels, leidingen en straalpaden
41
Hoofdstuk5
Planbeschrijving en -verantwoording
43
5.1
Inleiding
43
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
3
Fluvium Zuid A
5.2
Opzet van de regels
43
5.2.1
Inleidende regels
43
5.2.2
Bestemmingsregels
43
5.2.3
Algemene regels
44
5.2.4
Overgangs- en slotbepalingen
44
Verantwoording van de regels
44
5.3.1
Algemeen
44
5.3.2
Afzonderlijke bestemmingen
44
5.3.3
Groen
45
5.3.4
Maatschappelijk
45
5.3.5
Verkeer - Verblijfsgebied
45
5.3.6
Dubbelbestemmingen
45
5.3.7
5.3
Gebiedsaanduidingen
45
5.4
Handhaving
46
5.5
Exploitatie
46
Hoofdstuk6
Procedure
47
6.1
Vooroverleg
47
6.2
Terinzagelegging (ontwerpbestemmingsplan)
47
4
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Wat is een bestemmingsplan?
Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. In het bestemmingsplan legt de gemeente vast wat de bestemming van de grond is. Bijvoorbeeld of er op een bepaalde plek een kantoor of een bedrijf mag komen, of uw woning mag worden uitgebreid en zo ja, hoe. In het bestemmingsplan staat ook waar woningen, winkels en wegen zijn toegestaan. Het gaat dan niet alleen om het gebruik van de grond, maar ook over de maximale afmetingen van de gebouwen. Op de kaart zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten.
1.2
Aanleiding
De Islamitische Unie is al jaren op zoek naar een geschiktere locatie voor de Ayasofya moskee. Hun huidige vestiging aan de Sonsbeeksingel in Arnhem voldoet niet meer aan de eisen van de organisatie, aangezien deze locatie te krap is, er onvoldoende parkeergelegenheid is en de uitstraling onvoldoende is. De Unie heeft verschillende locaties in Arnhem onderzocht, telkens met een negatief resultaat. Uiteindelijk is de locatie op Fluvium Zuid gevonden. De wens bestaat de moskee op kavel A te realiseren.
1.3
Situering en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt op de noordelijke Rijnoever in het zuidwesten van de wijk Arnhemse Broek. De begrenzing is op de verbeelding (plankaart) en in afbeelding 1.1 weergegeven
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
5
Fluvium Zuid A
Afbeelding 1.1 Ligging plangebied
1.4
Geldende plannen
Het bestemmingsplan Fluvium Zuid A is een algehele herziening van de geldende plannen, voor zover van toepassing op dit plangebied. Onderstaand overzicht geeft weer welke bestemmingsplannen (deels) komen te vervallen. Bij elk plan is de datum van vaststelling weergegeven. Bestemmingsplan Fluvium Midden Westervoortsedijk West Facetplan woningsplitsing en verkamering
6
Datum van vaststelling 24 april 2019 28 oktober 2020
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied gegeven. De ontwikkeling die in het plangebied gaat plaatsvinden, betekent een transformatie van een gedeelte van het westelijk deel van het centrum. Functionele en ruimtelijke vernieuwingen zullen resulteren in nieuwe verhoudingen met de bestaande en de te behouden situaties. Voor een goede samenhang is kennis nodig van de bestaande situatie van het plangebied.
2.2
Historische ontwikkeling
Het plangebied is een laaggelegen nat gebied dat in tijden van hoge rivier- en grondwaterstanden regelmatig onderliep. Verschillende beken waterden via de broeklanden af op de rivier. In deze periode (16e-en 17e eeuw) zal ook het tracé van de Broekstraat zijn definitieve plaats in het gebied hebben gekregen. De Broekstraat zal in oorsprong als een soort hooggelegen dijkweg zijn aangelegd. Ook de Westervoortsedijk, onderdeel van de oude Rijndijk, is een sterk element in de oude structuur. De ligging van de Rietgrachtbeek verandert in de loop van de tijd. Uiteindelijk zal deze in de 20e eeuw ondergronds worden gelegd. Kort na 1797 ontstond op de latere Coberco-locatie de eerste industrie, te weten de houtzaagmolen “De Vlijt”. In 1877 presenteerde H. Heuvelink Jr. een uitbreidingsplan voor het zuidoostelijke deel van Arnhem. Deze bebouwing kreeg een min of meer gesloten karakter. De herenhuizen werden in veel gevallen in blokken van twee of zelfs meer gerealiseerd. Naast een beperkte woonfunctie op de Boulevard werd het gebied ook gebruikt voor het aanleggen van nieuwe industrieterreinen. Er was al enige industrie verschenen aan het begin van de Westervoortsedijk in de vorm van de houtzagerij en een gasfabriek.
Afbeelding 2.1: Weergave voormalig industrieterrein Het gebied van de Weerdjes en het gebied zuidelijk van de Westervoortsedijk zijn voormalige uiterwaardengebieden die in de 20e eeuw getransformeerd werden naar stedelijke gebieden. In 1904 presenteerde ir. W.F.C. Schaap een stedenbouwkundig plan voor o.a. het industrieterrein 't Broek, het spoorwegemplacement en een uitgestrekte arbeiderswijk. In 1912 werden de straten aangelegd voor de realisering van de woonbuurt de “Van Verschuerwijk”. In 1915 besloot het bestuur van de stad tot de aanleg van een bedrijventerrein met een spoorwegemplacement aan de oostzijde van de stad, in aansluiting op het bestaande slachthuis en de gasfabriek. Het terrein werd 4 meter opgehoogd. Aan de "Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
7
Fluvium Zuid A
zuidzijde van de Westervoortsedijk werd naast het bedrijventerrein een woonbuurt met arbeiderswoningen aangelegd; de Rijnwijk. Met de realisering van naoorlogse bebouwing halverwege de vorige eeuw en met de bouw van de stadskantoren rond 1990, maakt het gebied een schaalsprong. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw, ontstonden plannen voor de eerste revitalisering van het bedrijventerrein. De nadruk bij de revitalisering ligt op het terrein van de voormalige gasfabriek en de zone ten oosten daarvan. In het plangebied zijn diverse cultuurhistorische onderzoeken uitgevoerd. De panden in de Van Verschuerwijk zijn alle aangewezen als beschermde Rijksmonumenten, evenals gebouwen aan de Van Oldenbarneveldtstraat waar voorheen de gemeentelijke dienst Milieu en Openbare Werken (MOW, later Stadsbeheer) was gevestigd. De arbeiderswoningen aan de Broekstraat en het pakhuis van de architect Wybenga aan de Rijnkade zijn eveneens beschermde rijksmonumenten.
Afbeelding 2.2: Voormalige gasfabriek Op het Fluviumterrein stond tussen 1860 en 1960 de Arnhemse gasfabriek. Met de realisering van de naoorlogse bebouwing halverwege vorige eeuw en de bouw van de stadskantoren rond 1990, maakte het gebied een schaalsprong. Eind jaren 80 van de vorige eeuw onstonden plannen voor een eerste revitalisering van het bedrijventerrein. In 2013 is de Westervoortsedijk volledig nieuw aangelegd. In 2014 is gestart met de realisatie van een nieuw woongebied aan de noordzijde van de Westervoortsedijk, waarmee de transformatie in gang is gezet.
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
2.3.1
Fluvium Zuid
Fluvium Zuid valt binnen het grotere ontwikkelgebied Nieuwe Kade Kwartier (voorheen Centrum-Oost) wat loopt vanaf het Cobercoterrein, Rijnwijk, Mozaïek tot en met het Transformatorplein, Gashouderskwartier en Fluvium Zuid. Fluvium Zuid vormt de overgang tussen het bestaande Industrieterrein aan de Westervoortsedijk en het nog te ontwikkelen woongebied Fluvium Midden. Delen van het gebied zijn al gerealiseerd, andere delen zijn nu in voorbereiding. Het Nieuwe Kade Kwartier 8
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
wordt een gebied met hoofdzakelijk woningen maar ook andere functies hebben er een plaats. Fluvium Zuid grenst aan het Gashouderskwartier waar binnenkort gestart wordt met de bouw van woningen. Er zijn drie nog te ontwikkelen kavels in Fluvium Zuid. Op de kop van het gebied (kavel C) is een kantoor gepland, kavel B is een bedrijfskavel. Kavel A is de beoogde locatie voor de moskee.
Afbeelding 2.3: Te ontwikkelen kavels 2.3.2
Plangebied
Het plangebied zelf bestaat uit een braakliggend terrein. Ten noorden bevindt zich een onbebouwd perceel dat momenteel herontwikkeld wordt voor woningbouw. Ten oosten bevindt zich een gasontvangststation, een bedrijfsperceel en de Van Oldenbarneveldtstraat. Ten zuiden bevindt zich een tijdelijk parkeerterrein. Ten westen bevindt zich de Westenvoortsedijk. In afbeelding 2.4 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. Afbeelding 2.5 bevat een vogelvlucht.
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
9
Fluvium Zuid A
Afbeelding 2.4: Luchtfoto huidige situatie
10
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Afbeelding 2.5: Vogelvlucht huidige situatie
2.4
Verkeer en parkeren
Het plangebied ligt aan de Westervoortsedijk, Jacob van Deventerstraat, Van Oldenbarneveldtstraat en de nieuw aan te leggen Stokerstraat. De Westervoortsedijk en Van Oldenbarneveldtstraat betreffen wegen met een 50 kilometer per uursnelheidsregime. De Jacob van Deventerstraat en nieuw aan te leggen Stokerstraat hebben (of krijgen) een 30 kilometer per uur snelheidsregime.
2.5
Groenstructuur
Binnen het plangebied zijn geen bomen en ander opgaand groen aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen gronden voorzien van een 'groene' bestemming.
2.6
Water
Grondwater De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings-, attentiegebied of boringsvrijezone. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen water aanwezig. Op de leggerkaart van waterschap Rijn en IJssel zijn in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. De watergang aan de noordzijde van het rangeerterrein betreft de eindsloot van het polderbemalingsgebied en heeft tevens een belangrijke ontwaterende functie. Het water wordt op de kop van de Broeksloot, via de ondergrondse watergang onder de Van Oldenbarneveldtstraat, afgemalen en verpompt naar de Rijn. Circa 150 meter ten zuiden van de planlocatie is de Neder-Rijn gelegen. De waterstanden in de Rijn kunnen de grondwaterstanden op de planlocatie beïnvloeden.
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
11
Fluvium Zuid A
Riolering In de zuidelijk gelegen Jacob van Deventerstraat is een hemelwaterriool gelegen. Daarnaast ligt er een leiding van de (voormalige) AKZO. De AKZO leiding staat overigens als gemengd riool in het beheersysteem.
2.7
Monumenten en archeologie
Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Daarnaast zijn er geen archeologische verwachtingen aanwezig binnen het plangebied.
12
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 3.1
Inleiding
Het voornemen is een nieuwe moskee met bijbehorende (parkeer)voorzieningen te realiseren. De belangrijkste functie in het gebouw zijn de gebedsruimtes. Het gebouw krijgt dan ook een levensbeschouwelijke hoofdfunctie, waarbij ondermeer ceremonies rondom rouw en trouw kunnen plaatsvinden. Er zullen daarnaast ook een diverse andere ruimtes komen, waarvan de algemene ontmoetingsruimte het grootste is. Deze ruimte zal onder meer gebruikt worden voor ledenvergaderingen, het organiseren van lezingen, het suikerfeest en het offerfeest. De ruimten zullen bovendien worden gebruikt voor het vervullen van een maatschappelijke functie en het maken van verbindingen met de wijk. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan de volgende activiteiten: open dagen, informatieavonden, lezingen, Bazaar en themamiddagen. Verder zullen er zes leslokalen worden gerealiseerd. De lokalen zullen worden ingezet op zaterdag en zondag waarbij kinderen in groepen o.a. koranles zullen krijgen. Als laatste is de wens een mortuarium van circa 15 m2 te realiseren. Het aantal bezoekers voor de nieuwe moskee wordt geschat op 300 tot 350 op een reguliere gebedsdag (vrijdag). Op speciale dagen (2x per jaar) kan dat oplopen tot 450 tot 500. Het ontwerp van het gebouw is nog niet bekend. Het moskee bestuur is voornemens om na vaststelling van het bestemmingsplan hievoor een ontwerp wedstrijd uit te schrijven.
De massa waarbinnen de nieuwe moskee moet worden ontworpen wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. In het huidige bestemmingsplan is een bouwhoogte mogelijk van 20 meter. Deze bouwhoogte wordt daarom overgenomen. Naast de bestaande bouwhoogte wordt het mogelijk om één minaret te realiseren binnen het bouwvlak met een maxiumum bouwhoogte van 38 meter. Afbeelding 3.1 geeft een eerste idee van de massa van de toekomstige moskee.
Afbeelding 3.1 Eerste opzet massa toekomstige moskee "Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
13
Fluvium Zuid A
Op het eigen terrein worden parkeerplaatsen aangelegd en komen er ook fietsenrekken. De voorgestelde ontsluiting van het parkeerterrein is vanaf de Van Oldenbarneveldtstraat. De nieuwe situatie is weergegeven in afbeelding 3.2
Afbeelding 3.2 Toekomstige situatie
3.2
Uitgangspunten
3.2.1
Structuurvisie Arnhem 2020-2040
3.2.1.1 Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Het plangebied maakt deel uit van het koersgebied 'Oostelijk Centrum Gebied'. 3.2.1.2 Oostelijk Centrum Gebied Het gebied is van oorsprong een stedelijke rand waar moeilijk plaatsbare functies, zoals de voormalig gasfabriek en de houtzagerij, een plek kregen. Tegenwoordig maakt het gebied geografisch onderdeel uit van het hart van de stad, gezien de ligging tegen de binnenstad. Het gebied maakt een transformatie door van een grotendeels verlaten bedrijventerrein naar een nieuw en onderscheidend verblijfsgebied met wonen, werken en voorzieningen. Het wordt hiermee een overgangsgebied tussen de binnenstad en het bedrijventerreinencomplex aan de oostzijde. Streefbeeld is een creatief woon/werkmilieu in een nieuw levendig stedelijk gebied, dat inspeelt op de industriële historie van de plek.
Er is een woonprogramma voorzien van circa 2.350 woningen. Hierbij 14
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
worden combinaties nagestreefd met lichte, kleinschalige bedrijfsruimten voor met name creatieve beroepen en initiatieven in de zakelijke dienstverlening. 3.2.1.3 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een moskee met bijbehorende voorzieningen. Ten aanzien van het oostelijke centrumgebied wordt aangegeven dat op basis van de verschillen in leefstijlen invulling moet worden gegeven aan specifieke behoeftes aan woningen, woonwerkmilieus, woonomgeving en voorzieningen. Het realiseren van een moskee sluit hier bij aan. Het initiatief is in overeenstemming met de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. 3.2.2
Groenbeleid
3.2.2.1 Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen.
De visie zorgt voor een actualisatie van de Arnhemse regels met betrekking tot groencompensatie. In de Groenvisie zijn nu de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. 3.2.2.2 Bomenplan 2020 Het bomenplan is een uitwerking van de Groenvisie. Onderdeel van dit plan is het jaarlijks aanplanten van nieuwe bomen en bos. Deze nieuwe bomen leveren een belangrijke bijdrage aan het klimaatbestendiger maken van Arnhem. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid In de huidige situatie zijn er geen gronden in het plangebied als 'Groen' bestemd. In de nieuwe situatie is circa 400 m2 als 'Groen' bestemd. De juridische groenbalans is daarmee positief. De feitelijke groenbalans is positief, omdat er in de huidige situatie geen sprake is van meerjarig groen in de vorm van bomen en struiken.
In de gewenste situatie wordt een bomenrij aan de Stokersstraat aangelegd.
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
15
Fluvium Zuid A
3.2.3
Gemeentelijk parkeerbeleid
3.2.3.1 Algemeen De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. 3.2.3.2 Fiets De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkeld, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven.
De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. 3.2.3.3 Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. 3.2.3.4 Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden beleidsregels en het bestemmingsplan Facetplan Parkeren parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de 'Beleidsregels Parkeren Arnhem 2022'. In paragraaf 3.2.3.5 wordt getoetst aan het beleid en daarbij behorende parkeernormen.
3.2.3.5 Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk parkeerbeleid In het gemeentelijk parkeerbeleid zijn voor verschillende functies parkeernormen opgenomen. In Bijlage 9 Verkeersonderzoek wordt ook ingegaan op het aspect parkeren. In dit onderzoek wordt ook ingegaan op de te hanteren parkeernorm. In voorliggend geval zijn de volgende functies met bijbehorende parkeernormen relevant: Functie Kerk, moskee, religiegebouw
Parkeernorm 0,15 / zitplaats
In voorliggend geval wordt een moskee gerealiseerd die op een reguliere gebedsdag maximaal 350 bezoekers heeft. Dit betekent een parkeerbehoefte van 350*,15= 52,5, afgerond 53 parkeerplaatsen. In afbeelding 3.2 is een inrichtingstekening van het plangebied opgenomen, waaruit blijkt dat er 53 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Op maximaal twee dagen per kalenderjaar kan het aantal bezoekers maximaal 500 bedragen. Dit komt dus slechts incidenteel voor en is dus niet maatgevend. Op deze piekmomenten kunnen bezoekers in 16
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
de openbare ruimte parkeren. Voor de piekmomenten zijn 150*0,15= 22,5, afgerond 23 parkeerplaatsen benodigd. Uit het Verkeersonderzoek blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig om de parkeerbehoefte op piekmomenten op te vangen. Er worden daarnaast 124 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd, zodat voor bezoekers die met de fiets komen ook voldoende parkeergelegenheid is. Hiermee wordt bijgedragen aan de ambitie voor meer fietsgebruik. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijke parkeerbeleid. 3.2.4
Energie en klimaat
3.2.4.1 Beleid Nieuwe gebouwen en woningen moeten volgens landelijke regelgeving voldoen aan het Bouwbesluit. In het bouwbesluit worden de energieprestaties voor nieuwe gebouwen en woningen fasegewijs aangescherpt. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen en woningen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Verder geldt er per 1 juli 2018 voor nieuwbouw van alle soort gebouwen een verbod voor het aansluiten op het aardgasnet. De gemeente Arnhem heeft hoge ambities op het gebied van energie en duurzaamheid. De ambities, koers en actieprogramma zijn vastgesteld in het programma 'New Energy made in Arnhem 2020- 2030' (vastgesteld op 29 januari 2020). Arnhem wil een actieve regierol innemen bij de energietransitie in de wijken. De uitgangspunten en aanpak zijn vastgesteld in 'De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie' (vastgesteld op 17 april 2019). 3.2.4.2 Energievisie Arnhem verplicht ontwikkelaars tot het opstellen van een energievisie bij nieuwbouw van meer dan 50 woningequivalenten. Er zijn vele opties voor duurzame energie. Vanwege de wetswijziging per 1 juli 2018 moeten al deze opties zonder aardgas worden gerealiseerd. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde inzake de ambities voor nieuwbouw: 1. Energieneutraal 2.
Bijna energieneutraal (BENG) 3. Confrom eisen bouwbesluit De gemeente Arnhem vraagt de ontwikkelende partij om samen met andere eigenaren (bestaande en toekomstige) in het (aangrenzende) gebied te onderzoeken of een collectieve warmteoplossing tot de mogelijkheid behoort. Dit met als doel een deel van de omliggende bestaande gebouwen ook van het aardgas af te halen. 3.2.5
Stadsklimaat
In de Structuurvisie 2020-2040 (vastgesteld december 2012) is de gemeentelijke ambitie verwoord om Arnhem klimaatbestendig te maken onder alle weersomstandigheden. Voor nu en in de toekomst, onder invloed van de klimaatverandering, wordt tenminste gestreefd naar prettig toeven binnen- en buitenshuis en het vermijden van ongewenste gezondheidsrisico's. Voor hitte ligt de nadruk op de toename in de toekomst van het aantal zomerse en zelfs tropische dagen. In het realiseren van een prettig stadsklimaat wil de gemeente optimaal gebruik maken van de (huidige) gunstige uitgangssituatie van natuurlijke luchtstromen die van de hoger gelegen stadsranden en vanuit de rivierzone de stad in stromen en zorgen voor koeling en tevens een goede luchtkwaliteit. Ook het groene karakter van de stad draagt daaraan in grote mate bij. De opwarming van de stad tijdens warme, tropische dagen doet zich voor in de dichtbebouwde stenige gebieden met veel gebouwvolume, verharding en weinig groen. In de Hittekaart van Arnhem is de gevoeligheid van de stad voor opwarming weergegeven. Bepaalde delen van de stad hebben een verhoogde kans op opwarming (stedelijke hitte-eilanden), wat ongewenste gevolgen voor het woon- en leefmilieu en het functioneren van deze gebieden kan hebben. De Arnhemse binnenstad en directe omgeving is zo'n gebied (zie klimaatkaart rode gebieden).
Het plangebied ligt op de Hittekaart van Arnhem in dat deel van de stad dat gevoelig is voor opwarming tijdens langdurige perioden van hitte (oranje tot rood gebied op de Hittekaart). De locatie is daarmee een gebied met een hoge prioriteit om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. De gemeente Arnhem "Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
17
Fluvium Zuid A
streeft bij ontwikkelingen in deze gebieden naar anticiperende maatregelen om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. Het stadsbestuur heeft deze ambitie in 2014 aangescherpt door te bepalen dat hitteplekken moeten worden bestreden door een effectieve inzet van groen op daken en gevels van gebouwen maar ook op de grond als (bv) bomen. Wordt bij herontwikkeling hiermee geen rekening gehouden dan is de kans groot dat het (locale) stadsklimaat op de locatie verslechterd met gevolgen voor de toekomstige gebruikers en bewoners van het gebied.
3.3
Verkeer en mobiliteitsaspecten
Het verkeersonderzoek 'Verkeersonderzoek Arnhem - Ayasofya Moskee Westervoortsedijk' (25 oktober 2022) brengt de effecten van de ontwikkeling van de moskee op de verkeersafwikkeling in de omgeving in beeld (zie Bijlage 9 ). In het onderzoek zijn worst case aannames gemaakt over het 'piekmoment' (het vrijdagmiddaggebed gecombineerd met de avondspits) van het verkeer van en naar de moskee. Dit treedt in de werkelijkheid niet op, maar dit geeft wel de maximaal mogelijke zekerheid dat de verkeerseffecten niet worden onderschat. In het onderzoek is gekeken naar dee verkeersintensiteit van de Van Oldenbarneveldstraat, het kruispunt met de Jacob van Deventerstraat en het VRI kruispunt Westervoortsedijk – Van Oldenbarneveldstraat. De conclusie dat er in de worstcase situatie (het vrijdagmiddaggebed gecombineerd met de avondspits) een acceptabele verkeersafwikkeling is.
3.4
Toets programma aan Rijks- en provinciaal beleid
3.4.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.4.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.4.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's 18
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.4.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.
Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De voorgenomen ontwikkeling is ruimtelijk en functioneel passend in de omgeving.
Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.4.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. De tekst van de ladder (artikel 3.1.6, lid 2 Bro) luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
19
Fluvium Zuid A
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 3.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking De Islamitische Unie wil haar bezoekers beter faciliteren. Ze heeft de behoefte om door te ontwikkelen naar een Islamitisch centrum waar meerdere functies een plek krijgen. Het gaat dan om ruimte voor gebed maar ook volwaardige ruimtes voor onderwijs, een mortuarium en overige bijeenkomsten. Het huidige pand van de Ayasofya moskee aan de Sonsbeeksingel 110/West-Peterstraat 8 is niet geschikt om te voorzien in de behoeften van de gemeenschap. Realisatie van het islamitische centrum op die plek is dan ook niet mogelijk (de betreffende locatie is feitelijk ongeschikt en te klein).
Daarom is de Islamitische Unie al jaren op zoek naar een andere huisvestingslocatie. De afgelopen jaar zijn een tiental locaties in beeld geweest. Deze locaties bleken om diverse redenen niet haalbaar en/of realistisch. De Islamitische Unie is daarom voornemens om te verhuizen naar een nieuw-bouwlocatie op kavel A in Fluvium Zuid in Arnhem.
Afbeelding 3.3 Hoofdentree huidige pand van de Ayasofya moskee aan de Sonsbeeksingel 110
20
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Afbeelding 3.4 Nooduitgang huidige pand van de Ayasofya moskee aan de West-Peterstraat 8 Stedelijke ontwikkeling Uit jurisprudentie blijkt dat een functiewijziging groter dan 500 m2 bvo kan worden gezien als stedelijke ontwikkeling. Indien dit het geval is, dan moet de behoefte aan deze ontwikkeling worden beschreven. De huidige percelen (AHM01-R-5038 en 5039) van de Ayasofya moskee aan de Sonsbeeksingel 110 / West-Peterstraat 8 hebben in totaal een oppervlakte van 486m2 en een gebruiksoppervlakte van 1.116 m2 (bron: Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG). Er is fysiek ruimte voor 225 mensen. Op het beoogde kavel aan de Westervoortsestraat aan de rand van bedrijventerrein Fluvium Zuid wordt op een perceel van circa 2.540 m2 een maatschappelijk bouwvlak van 1.060 m2 bvo met een maximale bouwhoogte van 20 meter mogelijk gemaakt. Het theoretische bruto vloeroppervlak van het gebouw is circa 3.180 m2. De overige ruimte wordt gebruikt voor parkeren, verkeers-ruimte en groen. Op de maatschappelijke gronden mogen maximaal 350 personen tegelijkertijd aanwezig zijn en gedurende twee dagen per kalenderjaar (in de praktijk ten behoeve van het offerfeest en het suikerfeest) mogen maximaal 500 personen tegelijkertijd aanwezig zijn.
Het perceel heeft nu grotendeels de bestemming 'Bedrijventerrein' met een maximale bouwhoogte van 20 meter en deels de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied'. Omdat de nieuwe maatschappelijke ontwikkeling van een islamitisch centrum een functiewijziging betreft die groter is dan 500 m2, is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarom is hierna de behoefte beschreven. Behoefte en vestigingsvoorwaarden nieuw gebedshuis De Islamitische Unie wil haar bezoekers beter faciliteren. Ze heeft de behoefte om door te ontwikkelen naar een Islamitisch cen-trum waar meerdere functies een plek krijgen. Het gaat om ruimte voor gebed, volwaardige ruimtes voor onderwijs, een mortua-rium en overige bijeenkomsten. Hiervoor is een perceel met een oppervlakte van circa 2.500 m2 en circa 2.500 m2 bvo bebouwing noodzakelijk. Het huidige gebouw en perceel is hier feitelijk niet voor geschikt en om die reden kunnen zij de gewenste ontwikkeling niet op die plek realiseren. Het huidige pand van de Ayasofya moskee aan de Sonsbeeksingel/West-Peterstraat voldoet al langere tijd niet meer aan de eisen die aan een dergelijke voorziening worden gesteld. Daarom is de Islamitische Unie al jaren op zoek naar een andere huisvestings-locatie. Een nieuwe locatie voor een islamitisch centrum moet kwantitatief en kwalitatief gezien voldoen aan een aantal belangrijke "Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
21
Fluvium Zuid A
vestigingseisen: Het gebed in de moskee vindt plaats richting de Kaäba in Mekka. Het huidige pand is niet correct georiënteerd op de Kaäba. Vanwege de onjuiste oriëntatie van het huidige pand vindt het gebed op dit moment schuin plaats in de bestaande gebedsruimte. Een correcte oriëntatie op Mekka is voor de gebedsgangers een belangrijke eis. Het huidige pand biedt ruimte aan 225 bezoekers. De bestaande moskee wordt echter al door meer dan 250 actieve bezoekers bezocht. Naast deze bezoekers die de moskee bezoeken voor het gebed, zijn er nog aanvullend bezoekers die regelmatig deelnemen aan de overige activiteiten die vanuit de moskee geïnitieerd worden. Het huidige pand is een te klein, gebruiksonvriendelijk en gedateerd gebouw. De huidige ruimte is te krap voor feestgebeden en bijzondere gelegenheden. Een betere inrichting is noodzakelijk voor de activiteiten van de gelovigen. Er zijn meer ruimtes nodig voor activiteiten voor vrouwen en jongeren, zodat zij zich beter kunnen organiseren en ontplooien. Naast leslokalen is ook een mortuarium noodzakelijk.Het huidige pand heeft niet uitstraling van een islamitisch gemeenschapscentrum en is ook nooit voor dat doel gebouwd. Nieuwbouw kan deze identiteit en gebruiksfunctionaliteit van het betreffende gebouw beter uitstralen. Dit is mogelijk door het gebruik van islamitische architectuur en de toevoeging van een minaret.
Een verbeterde uitstraling is volgens de Islamitische Unie een belangrijk onderdeel van de acceptatie en participatie van de gemeenschap in Arnhem. De verwachting is dat hierdoor het aantal bezoekers toeneemt. Bij de huidige locatie is een aanzienlijk tekort aan parkeerplaatsen. Er zijn geen parkeervoorzieningen op eigen terrein. Tijdens bijeenkomsten in de moskee zorgt dit voor een grote parkeerdruk op de omliggende wijk. Verhuizing naar een nieuwe locatie moet zorgen voor een aanzienlijke verbetering van het huidige parkeerprobleem. De parkeeroverlast aan de Sons-beeksingel zal na verhuizing afnemen en bij het nieuwe islamitische centrum moeten conform de parkeernorm voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Er is ook ruimte nodig voor fietsparkeerplekken. Die ruimte is er op de huidige locatie niet. Toekomstverwachting vraag naar gebedsruimte De verwachting is dat de behoefte aan het aantal islamitische gebedsplaatsen in de gemeente Arnhem toeneemt. Arnhem heeft een vrij grote Turkse en Marokkaanse gemeenschap. De behoefte aan een islamitisch centrum komt echter niet alleen vanuit de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Door maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de instroom van asielzoekers uit bijvoorbeeld Syrië en Afghanistan zijn er in Arnhem steeds meer mensen die het islamitische geloof aanhangen. Arnhem heeft op 1 januari 2022 163.885 inwoners.
Als gekeken wordt naar de ontwikkeling van de Turkse en Marokkaanse mos-limgemeenschap in Arnhem, dan is een redelijk stabiel beeld te zien. Zo'n 5,3% van de inwoners van Arnhem heeft een Turkse achtergrond en 2,4% heeft een Marokkaanse achtergrond (bron: Arnhem in Cijfers, 2022). Het aantal inwoners met een Turkse of Marokkaanse achtergrond groeit al jaren mee met het totaal aantal inwoners in Arnhem. Op 1 januari 2022 zijn er 8.620 mensen met een Turkse achtergrond, een toename van circa 430 in de afgelopen 10 jaar. Het aantal mensen met een Marokkaanse achtergrond is de afgelopen 10 jaar met 672 toegenomen.
22
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Afbeelding 3.5 Bevolkingsontwikkeling inwoners met Turkse en Marokkaanse achtergrond gemeente Arnhem (bron: Arnhem in Cijfers, 2022) De bevolkingsprognose gaat uit van een groei naar 173.660 inwoners op 1 januari 2032 (een groei van bijna 6% in de komende bestemmingsplanperiode) en een verdere doorgroei naar 177.630 inwoners in 2040.
Afbeelding 3.6 Bevolkingsprognose gemeente Arnhem (bron: Arnhem in Cijfers, 2022) De verwachting is dat de Turkse en Marokkaanse islamitische gemeenschap ook meegroeit en het percentage met 5,3% van de totale bevolking ongeveer gelijk blijft. Dat zou betekenen dat er in 2032 circa 7% meer mensen met een Turkse achtergrond in de gemeente Arnhem zijn, wat neerkomt op circa 9.200 inwoners en een toename van zo'n 580 ten opzichte van nu. Door de bevolkingsgroei van de gemeente Arnhem en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de instroom van asielzoekers wordt verwacht dat ook het bezoekersaantal van de moskee meegroeit. Er van uitgaande dat het aantal bezoekers evenredig meegroeit met de toename van de doelgroep, is een groei van circa 7% te verwachten in de komende 10 jaar, exclusief de toename vanuit genoemde maatschappelijke ontwikkelingen (zoals de toestroom van asielzoekers). Dit komt neer op een groei van 250 naar minimaal 267 actieve bezoekers. Ook het aantal bezoekers dat geen lid is, zal meegroeien en de verwachting is dat het aantal bezoe-kers door de verbeterde bereikbaarheid en representatieve uitstraling zal toenemen. Het nieuwe pand moet daarom ruimte bieden aan 300-350 bezoekers, met incidenteel (op feestdagen) 500 bezoekers. Leegstandsaspecten en zorgvuldig ruimtegebruik "Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
23
Fluvium Zuid A
Het belangrijkste doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het voorkomen van (onaanvaardbare) leegstand. Van onaan-vaardbare leegstand zou sprake kunnen zijn als door de ontwikkeling een hele branche/functie wegvalt en daarmee de keuzemo-gelijkheden voor de inwoners worden beperkt. Daar is met het realiseren van een islamitisch centrum geen sprake van. Wel is onderzocht of er in Arnhem - het primaire verzorgingsgebied van de Ayasofya moskee - al geschikte ruimte met de juiste maat-schappelijke bestemming beschikbaar is. In dat geval zou een nieuwe maatschappelijke bestemming niet noodzakelijk zijn. De Islamitische Unie is al jaren op zoek naar een locatie in Arnhem om een islamitisch centrum te realiseren en heeft tot nu toe geen geschikte plek kunnen vinden. Er zijn verschillende locaties onderzocht, telkens met een negatief resultaat. Het betreffen locaties die door de gemeente Arnhem zijn aangedragen en locaties die te koop zijn aangeboden via bijvoorbeeld Funda. De loca-ties bleken om diverse redenen niet haalbaar/realistisch. Op het online Vastgoedplein van de gemeente Arnhem staat het actuele verkoopaanbod aan maatschappelijke kavels en panden.
Hieruit blijkt dat er geen andere geschikte maatschappelijke locatie van voldoende omvang is waar het islamitisch centrum gereali-seerd kan worden, mede gelet op de kwantitatieve en kwalitatieve eisen die aan een dergelijk centrum gesteld worden. De rand van het Fluvium Zuid bedrijventerrein is de enige geschikte locatie voor een nieuwe moskee. Op dit moment is er zowel een tekort aan maatschappelijke locaties in Arnhem. De ontwikkeling van het islamitisch centrum voorziet in een maatschappelijke behoefte in de gemeente. Daarnaast ziet de gemeente Arnhem de maatschappelijke functie van het centrum als een positieve toevoeging aan Fluvium-Zuid en kan een goede overgang van woongebied naar werkgebied worden gerealiseerd in het gebied. Voor de vraag naar bedrijvenlocaties werkt de gemeente aan de herziening van het Regionaal Programma Werklocaties, waarin regionale afspraken worden gemaakt over hoe om te gaan met de toenemende vraag naar bedrijfskavels. Ook is onderzocht wat het risico op leegstand is op de vertreklocatie. Het huidige pand aan de Sonsbeeksingel 110/ West-Peterstraat 8 heeft in het geldende Bestemmingsplan Klarendal - Sint Marten 2012 de bestemming 'Centrum-2'. Het pand mag voor verschillende functies worden gebruikt, zoals wonen, maatschappelijke functies, detailhandel, kantoren, creatieve bedrijven, dienstverlenende bedrijvigheid en horeca (categorie b en c).
Vanwege de grote vraag naar locaties voor dergelijke functies in de gemeente Arnhem is de verwachting dat er geen structurele leegstand op de vertreklocatie zal optreden. Conclusie De Islamitische Unie heeft de behoefte om een Islamitisch centrum te realiseren om de toenemende vraag naar daaraan te facili-teren. In het centrum krijgen meerdere functies een plek. Het gaat dan om ruimte voor gebed maar ook daarmee samenhangende voorzieningen (zoals een mortuarium en bijeenkomstfunctie). Het huidige gebouw, de Ayasofya moskee aan de Sonsbeeksingel 110/West-Peterstraat 8 is hier feitelijk niet voor geschikt en hierdoor kunnen zij de gewenste ontwikkeling niet realiseren. De Islamitische Unie is al jaren op zoek naar een geschikte locatie voor een islamitisch centrum, maar er zijn geen locaties beschikbaar van voldoende omvang en met de juiste bestemming. De Islamitische Unie is daarom voornemens om te verhuizen naar een nieuwbouwlocatie op kavel A aan de rand van bedrijventerrein Fluvium Zuid. Er is behoefte aan ruimte voor een representatief en goed bereikbaar centrum. Er is de komende jaren een groeiende vraag, gelet op de bevolkingsgroei en de groeiende doelgroep die het islamitische geloof aanhangt. Daarmee voldoet deze ontwikkeling in een maatschappelijke behoefte. Hiermee wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
24
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
3.4.3
Omgevingsvisie Gelderland
3.4.3.1 Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 19 december 2018 is samen met de geactualiseerde Omgevingsverordening op 1 maart 2019 in werking getreden. Op 31 maart 2021 is de geactualiseerde versie vastgesteld. 3.4.3.2 Stadsregio Arnhem/Nijmegen Arnhem-Nijmegen wordt gekenmerkt door: het grootste stedelijke netwerk van Oost-Nederland; hoge kwaliteit van het voorzieningenniveau; kennisinstellingen: universiteit en hogescholen; de strategische ligging halverwege de Randstad en het Ruhrgebied; economische kracht: brede basis en topsectoren; goede bereikbaarheid over weg, water en spoor; de combinatie van stedelijke kwaliteiten en een mooie natuurlijke omgeving. De kwaliteiten van de regio bepalen in belangrijke mate de ontwikkelingsmogelijkheden en daarmee ook de concurrentiepositie van Gelderland in internationaal en nationaal verband. De innovatieve kwaliteiten bepalen de potenties van de regio. De inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en provincie is nodig om in te kunnen spelen op de opgaven in de in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. De gezamenlijke inspanningen richten zich op vier speerpunten: Innovatie en economische structuurversterking; Bereikbaar en verbonden; Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking; Gebiedskwaliteiten benutten.
Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan is met name het speerput 'Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking' van belang. 3.4.3.3 Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking Er zijn nog veel nieuwe woningen nodig in de regio. In relatie tot versterking van de stedelijke structuur is het echter van groot belang welke bouwplannen als eerste gerealiseerd worden. Concentratie op de as Nijmegen-Arnhem (het stedelijk kerngebied), in relatie tot de OV-knooppunten, heeft hierbij voor de provincie prioriteit boven ontwikkeling op de flanken, omdat dat het beste bijdraagt aan versterking van de stedelijke structuur (met name afronding van Vinex-locaties in het middengebied). Naast nieuwbouw is de bestaande woningvoorraad minstens zo belangrijk. 3.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de OmgevingsvisieGelderland Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een moskee. Het betreft een binnenstedelijke herontwikkeling die bijdraag aan het speerpunt 'sociaal economische vitaliteit en verstedelijking'. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 3.4.4
Omgevingsverordening Gelderland
3.4.4.1 Algemeen De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
25
Fluvium Zuid A
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. 3.4.4.2 Relevante artikelen Dit bestemmingsplan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij een moskee met bijbehorende voorzieningen wordt gerealiseerd. Het plangebied ligt binnen het Intrekgebied. Hierdoor is artikel 2.38 van belang. Artikel 2.38 (instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied) Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Voorliggend bestemmingsplan maakt geen winning van fossiele energie mogelijk. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met artikel 2.38 van de Omgevingsverordening Gelderland. 3.4.4.3 Toetsing van het initiatief aan de OmgevingsverordeningGelderland De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
26
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.
4.2
Geluid
4.2.1
Algemeen
De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota “uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde” van de gemeente Arnhem van toepassing.
Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. 4.2.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval wordt een moskee gerealiseerd. Ondergeschikt aan de moskee worden daarnaast lokalen voor het geven van Koranonderwijs gerealiseerd. Aangezien de hoofdfunctie van het gebouw een moskee is, is het gebouw daarmee geen onderwijsgebouw. Daarom is het geen ander geluidgevoelig gebouw zoals bedoeld in het Besluit geluidhinder en Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder is daarom niet van toepassing. Wegverkeer In het kader van een goede ruimtelijke ordening is er desondanks een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (Bijlage 1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai). Hierna wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. Getoets is aan de waarde de Wet geluidhinder. Alleen ten gevolge van de Westervoortsedijk treedt een "Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
27
Fluvium Zuid A
overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting en ambitiewaarde van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde en de plafondwaarde van 63 dB worden niet overschreden. Aangezien het geen geluidsgevoelige bestemming betreft zoals deze is opgenomen in artikel 1 van de Wet geluidhinder, kan formeel geen hogere waarde worden vastgelegd. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Echter dient, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, voor de leslokalen het akoestisch klimaat (het zogenaamde binnenniveau) te worden gewaarborgd. In de toekomstige inpandige indeling van de moskee dienen daarom de leslokalen aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd, waardoor een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Indien de lokalen volledig aan de geluidluwe gevel worden gesitueerd, is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk. In de verbeelding is een zone opgenomen aan de zijde van de Westervoortsedijk waarbinnen leslokalen niet zijn toegestaan. Hierdoor wordt voor de leslokalen een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Het plan voldoet aan de ambitiewaarde uit het Beleidsplan Geluid. De moskee ligt in het gebiedstype stedelijke zone. Binnen die zone is voor wegverkeer een maximale ambitie waarde van 58 dB opgenomen. De hoogst berekende waarde is 58 dB.
Gezoneerd industrieterrein In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook gekeken naar de geluidsbelasting op de gevel(s) van de moskee ten gevolge van het gezoneerd industrieterrein 'Arnhem Noord' (Bijlage 3 Akoestisch onderzoek industrielawaai). Een krachtens de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein beschikt normaliter over een bewakingsmodel, waarmee onder andere de totale geluidsbelasting als gevolg van alle afzonderlijke inrichting gelegen op het gezoneerd terrein inzichtelijk kan worden gemaakt. De omgevingsdienst Regio Arnhem acteert als beheerder van dit model. Uit het hierboven genoemd zonebewakingsmodel volgt een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van ten hoogste 40 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van het perceel. Hiermee wordt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting niet overschreden. Cumulatie Bij een relevante blootstelling door meerdere geluidsbronnen dient onderzoek te worden gedaan naar de effecten van de samenloop van verschillende geluidsbronnen (cumulatie). Op de moskee ten gevolge van het wegverkeerslawaai en het gezoneerd industrieterrein vinden geen overschrijdingen plaats van de langtijdgemiddelde niveaus. Derhalve is het niet genoodzaakt de cumulatie inzichtelijk te maken.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen
De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 28
"Fluvium Zuid A" (vastgesteld)
Fluvium Zuid A
1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd. In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling. 4.3.2