CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvullende bijlage 3 - Toelichting

Politieke Avond 27 september 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan: ‘Chw Arnhem Centraal K3-K731.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Situering en begrenzing plangebied

5

1.3

Opzet bestemmingsplan

6

1.4

Geldend bestemmingsplan

6

1.5

Crisis- en herstelwet

8

Hoofdstuk2

Beschrijving bestaande situatie

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Historie

9

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

9

Hoofdstuk3

Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling

11

3.1

Inleiding

11

3.2

Uitgangspunten

11

3.2.1

Structuurvisie Arnhem 2020-2040

11

3.2.2

Visie Arnhemse binnenstad

11

3.2.3

Omgevingsvisie Arnhem 2040

12

3.2.4

Woonprincipes

13

3.2.5

Kantoren, horeca en detailhandel

15

3.3

Ruimtelijke opzet en structuur

17

3.4

Programma

18

3.5

Groen en water

19

3.6

Verkeer en parkeren

19

3.7

Toets plan aan Rijks- en provinciaal beleid

20

3.7.1

Rijk

20

3.7.2

Provincie

22

Hoofdstuk4

Milieu- en omgevingsaspecten

25

4.1

Inleiding

25

4.2

Geluid

25

4.3

Luchtkwaliteit

26

4.4

Hinder

27

4.5

Externe veiligheid

29

4.6

Natuur

30

4.7

Water

32

4.8

Bodem

36

4.9

Cultuurhistorie en archeologie

37

4.10

Energie en duurzaam bouwen

39

4.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

41

4.12

Trillinghinder

42

4.13

Windhinder

44

4.14

Kabels, leidingen en straalpaden

44

2

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk5

Planbeschrijving en -verantwoording

45

5.1

Inleiding

45

5.2

Opzet van de regels

45

5.2.1

Inleidende regels

45

5.2.2

Bestemmingsregels

45

5.2.3

Algemene regels

46

5.2.4

Overgangs- en slotregels

46

Verantwoording van de regels

46

5.3.1

Algemeen

46

5.3.2

Afzonderlijke bestemmingen

47

5.4

Handhaving

47

5.5

Economische uitvoerbaarheid

48

Hoofdstuk6

Procedure

51

6.1

Vooroverleg

51

6.2

Terinzagelegging (ontwerpbestemmingsplan)

51

5.3

Bijlagen bij toelichting

53

Bijlage 1

parkeerbalans

53

Bijlage 2

verkeerskundige toets

70

Bijlage 3

toets Ladder voor duurzame verstedelijking

86

Bijlage 4

akoestisch onderzoek weg- en railverkeer

111

Bijlage 5

quick scan luchtkwaliteit

208

Bijlage 6

quick scan bedrijven en milieuzonering

214

Bijlage 7

akoestisch onderzoek industrielawaai

223

Bijlage 8

onderzoek externe veiligheid

412

Bijlage 9

quick scan natuur

485

Bijlage 10

onderzoek stikstofdepositie

518

Bijlage 11

digitale watertoets

564

Bijlage 12

waterplan

576

Bijlage 13

bodem- en asbestonderzoek

579

Bijlage 14

archeologisch bureauonderzoek

646

Bijlage 15

vormvrije m.e.r.-beoordeling

702

Bijlage 16

trillinghinderonderzoek

732

Bijlage 17

windhinderonderzoek

767

Bijlage 18

bezonningsdiagrammen

793

Bijlage 19

uitzicht en privacy

800

Bijlage 20

akoestisch onderzoek milieuaspect geluid

810

Bijlage 21

Overwegingen hogere waarden Overwegingen hogere waarden

922

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

3

Chw Arnhem Centraal K3-K7

4

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Het voornemen bestaat om de locatie K3/K7 te ontwikkelen. Het betreft een onbebouwde kavel aan de Nieuwe Stationsstraat te Arnhem. Onder de noemer 'Podium26' is een ontwikkeling beoogd, bestaande uit een multifunctioneel gebouw voor wonen, werken en ontmoeten, dat, met een sterk mode- en designthema, een podium voor de stad zal bieden. Voor wat betreft te realiseren functies wordt gedacht aan woningen, kantoorruimte, horeca en podium-/expositieruimte. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan 'Arnhem Centraal l'. Om de beoogde ontwikkeling alsnog mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend document voorziet hierin.

1.2

Situering en begrenzing plangebied

Het plangebied bevindt zich in het centrum van Arnhem, in de directe nabijheid van het trein- en busstation Arnhem Centraal. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het spoor, aan de oostzijde een verkeersleidingpost van ProRail, aan de zuidzijde de Nieuwe Stationsstraat en aan de (zuid)westzijde de bebouwing van het station. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging in Arnhem en de globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.

Topografische kaart met aanduiding plangebied (rode ster) bron: pdok.nl

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

5

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Globale begrenzing plangebied (rood kader) bron: pdok.nl

1.3

Opzet bestemmingsplan

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de kaart zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare Bestemmingsplannen) 2012. Het SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer, de Huisvestingswet en de Erfgoedwet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.

1.4

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Arnhem Centraal l', zoals vastgesteld op 25 november 1998 door de gemeenteraad van Arnhem. De gronden kennen de enkelbestemming 'Centrumdoeleinden / Verkeersdoeleinden'. Daarnaast gelden de bestemmingsplannen 'Facetplan parkeren' en 'Facetplan woningsplitsing en verkamering', respectievelijk vastgesteld op 30 mei 2018 en 28 oktober 2020.

6

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Globale begrenzing plangebied (rood omkaderd) in huidige bestemmingsplan ' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Centrumdoeleinden/Verkeersdoeleinden De voor 'Centrumdoeleinden/Verkeersdoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor administratieve kantoren, publiekgerichte kantoren, station, woondoeleinden, sociale-culturele doeleinden, winkels, horeca en de aanleg en bouw van wegen, straten en pleinen en daarmee samenhangende voorzieningen. Woondoeleinden zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van vervangende woonruimte, grenzend aan de Utrechtsestraat. Verder geldt dat maximaal 2.500 m2 aan horecafunctie is toegestaan. Er geldt een minimum bouwhoogte van 14 meter ten opzichte van het peil van het aangrenzend spoorwegemplacement. De maximumbouwhoogte is 90m t.o.v. NAP voor het westelijke deel en 50m t.o.v. NAP voor het oostelijke deel van het gebied met de bestemming 'Centrumdoeleinden/Verkeersdoeleinden'. Ten aanzien van de te realiseren kantoorbebouwing geldt een maximale geluidsbelasting van 40 dB(A) binnenniveau. Ten aanzien van de woonebebouwing geldt een geluidsbelasting op de gevel van maximaal 60 db(a) voor railverkeer en 50 db(a) voor wegverkeer. Facetplan parkeren Ter plaatse van het plangebied geldt het 'Facetplan parkeren'. In Arnhem is alleen in de vastgestelde bestemmingsplannen vanaf 2015 een parkeerregeling opgenomen.

Hierbij wordt verwezen naar de beleidsregels van het Arnhemse parkeerbeleid. Ook in de overige bestemmingsplannen moet een parkeerregeling worden opgenomen. Met het facetplan wordt het gemeentelijk parkeerbeleid van toepassing verklaard op de huidige situatie als op toekomstige aanvragen om omgevingsvergunningen voor het bouwen. Facetplan woningsplitsing en verkamering Ter plaatse van het plangebied geldt het 'Facetplan woningsplitsing en verkamering'. Het doel van het facetbestemmingsplan is het reguleren van het splitsen en verkameren van woningen in heel Arnhem. Ter plaatse van het plangebied gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone - 70 m2' en 'overige zone woningsplitsing en verkamering'. Hiermee worden nadere eisen gesteld aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het mogelijk maken van woningsplitsing, dan wel verkamering. Om ter plaatse een integraal programmatisch planconcept van wonen in combinatie met (het nieuwe) werken en overige functies met de daarbij behorende voorzieningen en interne samenhang te kunnen realiseren is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.

Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan 'Chw Arnhem Centraal K3-K7' wijkt op de volgende manieren af van het vigerende bestemmingsplan: Wonen is toegestaan, met een maximum van 40 woningen; Maatschappelijke functies zijn toegestaan, met een maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 500 m2; Ambachtelijke bedrijven en bedrijven uit de creatieve sector zijn toegestaan; "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

7

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Horeca is gelimiteerd naar horeca van categorie 1 en 3, met een maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 1.500 m2; Voor kantoren geldt een minimale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 8.000 m2 tot en met een maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 9.000 m2; Detailhandel is uitsluitend toegestaan op de bestaande detailhandelslocatie; De bestemming station en winkel komen te vervallen; De maximale bouwhoogte is vastgesteld op 85m t.o.v. NAP voor het westelijke deel en 62m t.o.v. NAP voor het oostelijke deel van het plangebied; Er worden regels gesteld met betrekking tot natuurinclusief bouwen; Er worden hogere geluidswaarden vastgesteld voor de ontwikkeling van de geluidsgevoelige functie wonen conform de mogelijkheden uit de Crisis- en herstelwet (Chw) en de Wet geluidhinder (Wgh). Kantoren zijn geen geluidsgevoelige objecten onder de Wgh. Hier worden geen aparte regels voor gesteld in het plan.

1.5

Crisis- en herstelwet

De kern van de Crisis- en herstelwet (Chw) is dat met nieuwe en/of aangepaste procedures doelgericht wordt gewerkt aan werkgelegenheid en duurzaamheid. Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kent niet alleen een nieuw begrippenkader en nieuwe (afwijkende) wettelijke mogelijkheden, de wijze van totstandkoming is ook anders dan we tot nu toe gewend zijn. In het bestemmingsplan stond het begrip 'goede ruimtelijke ordening' centraal. Alleen regels met een ruimtelijke relevantie konden worden opgenomen. Nu gaat het om het kunnen stellen van regels die strekken ten behoeve van het volledige domein van de fysieke leefomgeving. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de gemeente Arnhem aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' onder artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. In een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen meer regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. In dit bestemmingsplan maken we gebruik van de mogelijkheden van de Crisis- en herstelwet door het hogere waardenbesluit op grond Wet geluidhinder op te nemen in het bestemmingsplan.

8

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving bestaande situatie

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de historie en daarna op de huidige ruimtelijke en functionele structuur van zowel het plangebied als haar omgeving.

2.2

Historie

Voor het stationsgebied Arnhem Centraal is het Masterplan Arnhem Centraal (december 1998) opgesteld. Het Masterplan beschrijft het toekomstige 'Transfergebied' als een hoogwaardige entree naar de stad, waarbij een nieuw stedenbouwkundig knooppunt de grootschalige infrastructurele elementen samenbrengt op een locatie met commerciële functies en een woongebied. Bij het samenbrengen van alle vervoersnetwerken (spoor, auto, fiets, bus, voetgangers) is dankbaar gebruik gemaakt van het voor Arnhem kenmerkende glooiende landschap. De aanwezige hoogteverschillen zijn gebruikt om het stationsgebied te ontwikkelen tot een stedelijk landschap dat de voorzieningen in zich opneemt. Het Masterplan is te verdelen in een oostelijk en een westelijk deel. Het westelijk deel is grootschalig, infrastructureel, hoog dynamisch en openbaar. Het oostelijke deel vormt de overgang naar de oude stad van Arnhem. Die kenmerkt zich door een kleinere schaal, de mix van functies en een lagere dynamiek. Hierna zijn de verschillende deelgebieden in het Masterplan weergegeven. Dit bestemmingsplan omvat de kavels K3 en K7.

Eigenaren NS Stations, Gemeente Arnhem en ProRail hebben in 2016, in een door NS Stations georganiseerde tenderprocedure, marktpartijen gevraagd om een planconcept en grondaanbieding te doen voor de kavels K3 en K7. In de tender is de ambitie verwoord om op de ontwikkelingslocatie een gemengd programma te realiseren, afgestemd op de overige functies in het stationsgebied en passend bij de marktvraag in Arnhem. Kortom; wonen, werken en verblijven op één plek. Dit heeft geleid tot de gunning in 2016 van een integraal programmatisch planconcept van wonen (in het hogere marktsegment) in combinatie met (het nieuwe) werken en overige functies met de daarbij behorende voorzieningen en interne samenhang. Een toekomstbestendig concept gebaseerd op flexibiliteit binnen en tussen de functies. Podium26 is ontstaan als uitwerking van deze ambitie.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de noordzijde van het stationsgebied van Arnhem. Het NS-station in Arnhem is een knooppunt in de internationale railverbinding tussen de Randstad en Duitsland. Het gebied rond het station maakt deel uit van het centrum van de stad. Het gebied ligt direct tegen de oude binnenstad met het belangrijkste regionale winkelcentrum. De afgelopen decennia is er met de komst van het nieuwe station Arnhem Centraal en alle "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

9

Chw Arnhem Centraal K3-K7

ontwikkelingen die daarbij horen: het nieuwe stationsplein, de oversteek naar het centrum, de kantoortorens van het WTC en de aanleg van de Willemstunnel, veel veranderd in het stationsgebied. Een inventarisatie van plannen en visies laat zien dat hier op korte- en middellange termijn nog meer ontwikkelingen op diverse schaalniveaus spelen, waaronder de onderhavige ontwikkeling van de kavels K3/K7 onder de noemer Podium26. Het plangebied zelf betreft in de huidige situatie een braakliggend terrein direct aan het spoor, dat ten noorden van het plangebied is gesitueerd. Ten oosten van het plangebied is een verkeersleidingpost van ProRail gesitueerd. Ten zuiden en westen van het plangebied loopt de Nieuwe Stationsstraat. Vervolgens bevindt zich daarachter de bebouwing van het station en bijbehorende voorzieningen. Er is sprake van een fysieke barrière ten opzichte van de rest van het stationsgebied, aangezien het spoor, en daarmee ook het plangebied, op een talud ligt. Dit talud omvat één bouwlaag en is in gebruik als commerciële plint op de route naar het trein- en busstation. Navolgende afbeeldingen tonen de huidige situatie van het plangebied en het zicht vanuit het plangebied op het lager gelegen deel van het stationsgebied.

Impressie huidige situatie plangebied (bron: Google Maps)

Weergave hoogteverschil met links het stationsgebied, centraal de commerciële plint in het talud en uiterst rechts het plangebied (bron: Google Maps)

10

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling 3.1

Inleiding

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie in en om het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete ontwikkeling binnen het plangebied.

3.2

Uitgangspunten

3.2.1

Structuurvisie Arnhem 2020-2040

In december 2012 heeft de gemeenteraad de structuurvisie Arnhem 2020 met een doorkijk naar 2040 vastgesteld. Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde koersgebieden. Toetsing In de structuurvisie wordt specifiek ingegaan op het stationsgebied. De locatie wordt aangewezen als onderscheidende kantoorlocaties, gelet op de uitstekende ov-bereikbaarheid, de redelijke autobereikbaarheid, de parkeergelegenheid en het marktaandeel. Ten tijde van het opstellen van de structuurvisie was het stationsgebied volop in ontwikkeling. De bouw van het nieuwe Centraal Station was in volle gang en het gebied 'Arnhem Centraal Oost' (aangrenzend aan de zuidzijde van onderhavig plan) was nog niet ontwikkeld. Er werd gezocht naar een intensief publieksgericht programma dat zoveel mogelijk de voordelen van het bijzondere locatie- en bereikbaarheidsprofiel benut, aansluitend bij de programmavraag van de stad. Er werd gedacht aan detailhandel, leisure en zakelijke onderdelen.

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt het gedachtegoed dat leefde ten tijde van het opstellen van de Structuurvisie Arnhem 2020-2040 voortgezet. Er is sprake van een ontwikkeling met een gemixt (hoog)stedelijk programma, waarmee een passende aanvulling wordt gecreëerd op het dynamische stationsgebied. 3.2.2

Visie Arnhemse binnenstad

Met de Visie op de Arnhemse binnenstad geeft de gemeente Arnhem haar ambities voor de binnenstad aan. De inzet is om de Arnhemse binnenstad een plek van ontmoeting te laten blijven. Ook de stad van de kinderen van de huidige generatie zal een hart nodig hebben. Maar wel een binnenstad die er heel anders uitziet dan in 2007.

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

11

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Toetsing Het plangebied maakt binnen de visie onderdeel uit van één van de vier aangewezen 'rode lopers'. De rode lopers zijn de entreegebieden van de binnenstad, waardoor de eerste indruk van bezoekers goed moet zijn. Daarbij spelen de kwaliteit van de openbare ruimte en een creatieve en aantrekkelijke programmering een rol. Op de rode lopers van de binnenstad ontstaat een nieuw tussenmilieu waar initiatieven als Coming Soon, Pop-up stores, woon-werkcombinaties en ambachtelijke concepten een plek kunnen krijgen. Het bestrijden van leegstand en het stimuleren van transformatie wordt in deze gebieden dan ook actief gefaciliteerd. Aangezien met voorliggend plan een braakliggend perceel wordt ontwikkeld tot een woon-, werk- en ontmoetingsplek wordt impuls gegeven aan één van de rode lopers van Arnhem en dus een actieve bijdrage geleverd aan de ambities uit de Visie op de Arnhemse binnenstad. Ook wordt met dit project een creatieve en aantrekkelijke programmering beoogd. Dit plan sluit dan ook aan op de visie op de binnenstad. 3.2.3

Omgevingsvisie Arnhem 2040

Om te zorgen dat Arnhem zichzelf blijft op weg naar de toekomst, is samen met de stad de omgevingsvisie 'Arnhem 2040' opgesteld. Op naar 2040: waar ligt onze focus? Arnhem is in trek bij bewoners, bedrijven en bezoekers en groeit. In de komende twintig jaar neemt de behoefte aan woningen naar verwachting met 16.000 toe. Deze groei willen we benutten om de stad aantrekkelijker, socialer en vitaler te maken. Het gewenste toekomstbeeld voor Arnhem 2040 is een stad als onderdeel van een sterke regio met een veelzijdig landschap, waardevolle wijken en krachtige knooppunten. 12

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Er wordt rekening gehouden met wat er in heel Nederland speelt en daarbij worden bij het maken van keuzes de drie criteria uit de nationale omgevingsvisie gehanteerd: we combineren op één plek liefst meerdere functies, we gaan uit van de kenmerken van een gebied en we lossen onze eigen problemen hier en nu op. In Arnhem worden nog vier aanvullende 'afwegingsprincipes' onderscheiden, bij het maken van keuzes. De volgende voorwaarden worden aan het ruimtegebruik in een groeiende stad gesteld: 1. De Arnhemse identiteit versterken; 2. Duurzaam en gezond ontwikkelen; 3. Wijken versterken waarin iedereen mee kan doen; 4. Slim omgaan met ruimtegebruik. De Arnhemse binnenstad is een economische monitor van de stad en regio. De aanwezige straten, pleinen, groen en blauw met voorzieningen krijgt steeds meer economische betekenis. De aanwezige functies vloeien steeds meer in en door elkaar, waarbij ontmoeten en beleven centraal staan. Richting 2040 wordt een vergroting van de binnenstad in de richting van Arnhem Centraal Stations, de Steenstraat en omgeving, Centrum West en Centrum Oost gezien. Om de landschapen, parken en polderlinten in het groenblauwe netwerk te kunnen koesteren, wordt ingezet in het bouwen op plekken in of direct aan de bestaande stad. Bij voorkeur gaat het om goed bereikbare plekken in en rond het centrum, de omgeving van treinstations en (winkel)centra.

Daarbij geldt dat maatwerk altijd aan de orde is en er specifieke uitdagingen voor iedere locatie zullen gelden. Daarom wordt gewerkt aan een integraal kwaliteitskader waarin wordt aangegeven welke kwaliteiten versterkt moeten worden en waar verdichting kan bijdragen aan de karakteristiek van het gebied. Toetsing De omgevingsvisie beschrijft dat de stationsomgeving van Arnhem Centraal Station als ICE-station een uniek vestigingsmilieu voor kantoren en dienstverlening heeft. Er wordt hier door middel van verdichting ingezet op kansen voor nieuwe werkmilieus, eventueel in combinatie met wonen. In voorliggend plan wordt met Podium26 invulling gegeven aan deze ambities uit de Arnhemse omgevingsvisie. 3.2.4

Woonprincipes

De Arnhemse Woonprincipes 2025 De Arnhemse Woonprincipes 2025 (de Arnhemse woonvisie) is met brede participatie uit de stad tot stand gekomen. Deze Woonprincipes vormen tezamen de actualisering van de Woonvisie 2015 en de strategische koers die er voor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken en te leven. Bij het opstellen van de Woonprincipes is rekening gehouden met wet- en regelgeving en beleidskaders van andere overheden. Met instrumenten als het Volkshuisvestelijk kader, de Uitvoeringsagenda en het Procesplan (langer) Zelfstandig wonen, stuurt de gemeente in het woonprogramma op een kwalitatieve en gedifferentieerde woningvoorraad dat nu en in de toekomst kan voldoen aan de vraag en behoefte van alle woningzoekenden. Het fundament voor het Wonen in Arnhem ligt in de bestaande woningvoorraad, de transformatiemogelijkheden van gebouwen, en een aanvullende nieuwbouwopgave. Hiermee kan meer aanbod gecreëerd worden aan levensloopgeschikte woningen en woonvormen in verschillende prijsklassen, in koop en huur. Daarbij streeft Arnhem met een gezonde mix aan diverse bevolkings- en inkomensgroepen naar prettige, veilige en toegankelijke woon-en leefomgevingen in wijken en buurten.

De nieuwe Arnhemse Woonprincipes 2025, zijn door de gemeenteraad vastgesteld op 14 december 2015 en vervangen de Arnhemse Woonvisie 2015 en bijbehorende Arnhemse Woonagenda 2011-2015. De vier pijlers van de Woonprincipes zijn: 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgt de gemeente Arnhem dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij stuurt de gemeente niet alleen op aantallen, maar streeft het ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

13

Chw Arnhem Centraal K3-K7

én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kan de gemeente mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Deze vier pijlers van de woonprincipes zijn onlosmakelijk verbonden aan het overkoepelde thema Duurzaamheid. Tezamen vormen ze de ruggengraat van de Arnhemse Woonprincipes 2025. Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave.

Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen preventief aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden. Daarnaast ligt er de opgave om voor bijzondere doelgroepen en met name voor mensen in kwetsbare posities meer geschikt en passend kleinschalig aanbod aan woonvormen of (beschutte, beschermde) woonconcepten te realiseren en te faciliteren dat het (langer) zelfstandig wonen, aangevuld wordt met arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of toezicht en andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen in de directe of nabije woonomgeving kan worden geboden. Toetsing In de stationsomgeving van Arnhem wordt ingezet op een hoogstedelijk woon-, werk- en verblijfsgebied. Het voornemen bestaat om het plangebied in te richten met een multifunctioneel gebouw voor wonen, werken en ontmoeten. Door de combinatie van woon-, werk- en ontmoetingsfuncties wordt ervoor gezorgd dat op ieder moment van de dag een zekere mate van levendigheid in en rondom het plangebied aanwezig zal zijn. Deze levendigheid past bij het stationsgebied van Arnhem en draagt ook bij aan het realiseren van een aantrekkelijk woon-, werk- en verblijfsgebied.

Het voorgenomen woonprogramma bestaat uit appartementen, die bereikbaar zullen zijn via een lift, waarmee met name wordt bijgedragen aan de tweede pijler van de Arnhemse Woonprincipes. Het meest recente bouwplan gaat uit van 26 luxe koopappartementen, variërend in grootte van circa 135 m2 tot 350 m2. Verder wordt voorzien in een hoog-stedelijk woonmilieu met hoge duurzaamheidsambities, passend bij de karakteristieken van het dynamisch stationsgebied. Zodoende wordt eveneens bijgedragen aan de overige pijlers. Daarmee draagt dit bouwplan bij aan een kwalitatieve toevoeging voor de Arnhemse woningvoorraad. Tot slot wordt een bijdrage geleverd aan de kwantitatieve opgave van de gemeente Arnhem. De ontwikkeling is daarom in overeenstemming met de gemeentelijke woonvisie. Plan van aanpak woningbouwontwikkeling Arnhem Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment.

Het vergt een inspanning van de gemeente om samen met de ontwikkelaars en corporaties te zorgen voor een evenwichtig aanbod dat enerzijds aansluit bij de woningbehoefte de komende jaren en anderzijds aansluit bij het streefbeleid en de gewenste ruimtelijke kwaliteiten uit de omgevingsvisie. In november 2019 is het regionale woningbehoefteonderzoek Arnhem Nijmegen opgeleverd. Dit 14

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

onderzoek geeft een actueel beeld van het functioneren van de woningmarkt. De in het woningbehoefteonderzoek beschreven (mis)matches op de woningmarkt zijn niet 1-op-1 te vertalen naar een woningbouwprogramma. Dit vraagt om keuzes, op welke vraag wil je je richten als gemeente? En deze keuzes hebben betekenis voor het te realiseren programma. Met het woningbehoefteonderzoek als basis komen is de gemeente tot een plan van aanpak gekomen voor de Arnhemse woningbouwontwikkeling voor de komende jaren (18 december 2019). De belangrijkste conclusie uit het woningbehoefte onderzoek zijn: 1. Tempoversnelling in productie: De woningbehoefte is dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. 2. Waarderen woonmilieus: Binnen de woonmilieus ligt er een gevarieerde opgave naar marktsegmenten, van stedelijk wonen tot wonen in een groene omgeving, van hoogbouw tot eengezinswoning. 3. Mismatch in vraag en aanbod: Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is het gevolg van de groeiende aantal kleine huishoudens. 4. Instrumentarium nodig bij oplossen deel mismatch: Bij een deel van de geconstateerde mismatches zullen marktpartijen en consumenten ervoor zorgen dat deze opgelost worden. Dat is niet bij alle segmenten even makkelijk.

Bij sociale huur, middenhuur, goedkope koop en bijzondere woonvormen is inzet van aanvullend instrumentarium nodig om realisatie te borgen. 5. Inzet bestaand bezit: Meer dan 90% van de woningen van 2030 staat er nu al. Het is waardevol te onderzoeken waar extra inzet wenselijk is om deze woningvoorraad te verbeteren op het gebied van verduurzaming, kwaliteitsverbetering, sociale veiligheid en leefbaarheid in de wijken. 6. Buy-to-let: Aankoop van goedkope koopwoningen door (particuliere) beleggers om te verhuren (Buy-to-let) vergroot het tekort in de goedkope koop. Mensen zoeken dan noodgedwongen een woning in de middenhuur. Arnhem heeft een woningbehoeftetoevoeging van ruim 7000 woningen tot 2030. Tot 2028 staan 7235 woningen in de harde en zachte plancapaciteit ingepland. Ervaring leert dat plannen regelmatig niet doorgaan of op zich laten wachten. Doorprogrammeren is daarom nodig om uiteindelijk op de gerealiseerde aantallen uit te komen. De woningbehoefte tot 2025 is bovendien dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. Het zwaartepunt voor de korte termijn (tot 2025) ligt op het zorgen van voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Tot 2025 moeten er 5100 woningen worden toegevoegd. Toetsing Voorliggend plan levert een bijdrage aan de Arnhem woningbouwopgave.

De ontwikkeling is in 2016 gestart vanuit een tender vanuit NS, waar de gemeente ook partij in was. Dat maakt dat de start van de planvorming van voorliggend plan vóór de vaststelling van het plan van aanpak was, waardoor het verplichte programma van minimaal 30% sociaal niet van toepassing is op voorliggende ontwikkeling. 3.2.5

Kantoren, horeca en detailhandel

Nota Herijking Kantorenbeleid Arnhem 2008-2020 In de Nota Herijking Kantorenbeleid Arnhem 2008-2020 staat het herstel van het evenwicht in de kantorenmarkt centraal. Hiertoe wordt ingezet op hergebruik/transformatie van langdurig leegstaande kantorenpanden, alsmede het prioriteren, beperken en faseren van nieuwbouwplannen. Nieuw kantorenprogramma wordt beperkt tot een gelimiteerd aantal strategische locaties in het centrum van de stad (onder andere Arnhem Centraal). Ontwikkeling van kantoren buiten deze locaties is in principe ongewenst. Toetsing Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe kantoorfuncties. Het gemeentelijk kantorenbeleid is in een andere economische tijd opgesteld dan momenteel het geval is. In het Regionaal Programma Werklocaties voor de regio Arnhem-Nijmegen staat vermeld dat de centrale stationsgebieden van Arnhem en Nijmegen zijn aangewezen als locaties voor nieuwe en herontwikkelingen ten behoeve van kantoorruimte. Daarbij wordt genoemd dat in het gebied rondom Arnhem CS niet voldoende potentie is om in de kantoorvraag te kunnen voorzien. Onder meer vanwege woningbouwontwikkelingen worden niet alle potentiele (her)ontwikkelingslocaties per definitie benut voor kantoorruimte. Dit leidt tot de noodzaak "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

15

Chw Arnhem Centraal K3-K7

om buiten de centraal stationsgebieden op zoek te gaan naar geschikte overlooplocaties. Omdat voorliggend plan wel voorziet in een kantoorfunctie in het stationsgebied van Arnhem CS wordt gesteld dat de ontwikkeling in lijn is met het (gemeentelijk) kantorenbeleid. In voorliggend bestemmingsplan is vastgelegd dat er minimaal 8.000 m2 bvo en maximaal 9.000 m2 bvo kantoorfunctie wordt gerealiseerd. DetailhandelsvisieArnhem 2016 - 2021 Met de Detailhandelsvisie Arnhem 2016 - 2021 is het beleid voor detailhandel geactualiseerd. Centraal in de nota staat hoe het beste bijgedragen kan worden aan het versterken van een evenwichtige en duurzame detailhandelsstructuur met hoogwaardige, gevarieerde en uitgebreide detailhandelsvoorzieningen voor de (boven-) regionale consument.

De belangrijkste uitgangspunten uit de detailhandelsvisie zijn als volgt: Goede aansluiting van het detailhandelsaanbod op de wensen en behoeften van de consument Een evenwichtige structuur van winkelgebieden, afgestemd op het winkelgedrag Een verdere concentratie van winkelvoorzieningen in of aansluitend aan de aangewezen winkelgebieden, mogelijk in combinatie met andersoortige voorzieningen Dynamiek faciliteren Door regievoering de organisatiekracht en organisatiegraad in de detailhandel verbeteren Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vooral beoordelen op aansluiting bij consumentenbehoeften, innovatief karakter en onderscheidend vermogen. Ondergeschikte detailhandel (nevenactiviteit) Detailhandel als nevenactiviteit bij een bedrijf met een andere hoofdactiviteit wordt toegestaan als de detailhandel een relatie heeft met de productie gebonden bedrijvigheid. Deze detailhandel moet bovendien ondergeschikt zijn qua benutte bedrijfsruimte. Toetsing Binnen het plangebied worden geen nieuwe detailhandelsmogelijkheden toegestaan. Uitsluitend de bestaande detailhandel ter plaatse van de Oude Stationsstraat wordt in de ontwikkeling ingepast. Mise-en-Place:de Arnhemse horecavisie 2017 In Mise-en-Place: de Arnhemse horecavisie 2017 is het beleid voor horeca geactualiseerd. Horeca is steeds belangrijker als drager van verblijfskwaliteit en beleving in de stad.

Het gaat de consument in toenemende mate om dynamiek, lifestyle, cultuur, beleven en shoppen. Horeca geeft invulling aan deze consumentenbehoefte met als gevolg dat we een toename zien van het horeca aanbod in de stad. Daarom is onderzoek gedaan naar de gewenste horecaontwikkeling in zowel kwalitatieve als kwantitatieve zin. Dit heeft geresulteerd in een ruimtelijk-economische horecavisie die een horecaontwikkeling stimuleert die bijdraagt aan de kwaliteit en identiteit van de stad. De visie is tevens bedoeld als toetsingskader waardoor ondernemers, bewoners en andere belanghebbenden weten waar ze aan toe zijn. Hierin ligt een spanningsveld besloten tussen flexibiliteit en zekerheid. De behoefte om te kunnen innoveren en inspelen op wijzigende marktomstandigheden vraagt om een flexibel beleid. Anderzijds willen bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden juist zoveel mogelijk zekerheid over de ontwikkelingen die ze in hun omgeving kunnen verwachten. In deze visie is juist het midden gezocht tussen flexibiliteit en zekerheid. Dit wordt bereikt door: 1. Per focusgebied in de stad een kwaliteitsbeeld van de gewenste horeca te schetsen; 2. Voor de onderscheiden focusgebieden naast kwalitatieve kaders ook kwantitatieve parameters op te stellen aan de horecaontwikkeling (gedefinieerd in ontwikkelen, consolideren, terugdringen); 3.

Voor innovatieve en bijzondere concepten geen beperkingen op te leggen. Toetsing Het plangebied is gelegen in een focusgebied, namelijk het stationsgebied. In dit focusgebied zet de gemeente in op het ontwikkelen van restaurants. In algemene zin moet het stationsgebied een welkomsfunctie innemen met aandacht voor take-away en fastservice. Een link tussen de architectuur en mode van horeca-ontwikkeling wordt aangemoedigd. Gelet op het feit dat in voorliggend plan ruimte wordt geboden voor horeca in de vorm van restaurants en/of lunchrooms e.d. én er in Podium26 aandacht is voor maatschappelijke en culturele functies, wordt aansloten bij de gemeentelijke ambities 16

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

met betrekking tot horeca in het stationsgebied.

3.3

Ruimtelijke opzet en structuur

Met een nieuw stationsgebouw en versterking van de stedenbouwkundige verbinding naar de binnenstad wordt Arnhem Centraal getransformeerd naar een aantrekkelijk verblijfsgebied. Onderdeel hiervan is een nadere invulling van het braakliggende plangebied. Uit oogpunt van duurzaamheid, het minimaliseren van wegverkeer en het benutten van de goede bereikbaarheid zijn openbaar vervoersknooppunten ideale werklocaties. Daarbij komt dat Arnhem Station als Intercitystation de uitstraling en allure heeft, die past bij een hoogstedelijk woon-, werk- en verblijfsgebied. Het voornemen bestaat om het plangebied in te richten met een multifunctioneel gebouw voor wonen, werken en ontmoeten. Het concept is gericht op functiemenging, openheid en verbindingen (zowel intern als extern), aspecten die goed aansluiten bij de stationsomgeving van Arnhem. Door de combinatie van woon-, werk- en ontmoetingsfuncties wordt ervoor gezorgd dat op ieder moment van de dag een zekere mate van levendigheid in en rondom het plangebied aanwezig zal zijn. Deze levendigheid past bij het stationsgebied van Arnhem en draagt ook bij aan het realiseren van een aantrekkelijk woon-, werk- en verblijfsgebied. Naast voldoende kantoor en werkgelegenheid kenmerkt het plan zich ontwerp zich door levendigheid, sociale veiligheid en 'ogen' op het plein.

Dit wordt bewerkstelligd door middel van een transparante en levendige plint (verdeeld over meerdere bouwlagen) waar ontmoeting en functiemenging plaatsvinden. De transparantie en levendigheid wordt doorgetrokken vanaf het maaiveld tot het hoger gelegen 'podium' (talud), doordat de woonwerkfunctie wordt aangevuld met de dynamiek van een podium voor kunst en cultuur. Naast dat een programmadeel wordt ingericht ten behoeve van kunst, mode en design, bepaald dit ook voor deels het karakter van de ontwikkeling: videowalls, kunstwerken, inrichtingselementen en een (wisselende) aankleding van de openbare ruimtes. Podium26 bestaat uit maximaal 17 bouwlagen, waarvan twee zich onder het maaiveld bevinden. Het grootste deel hiervan is bedoeld voor een gebouwde parkeervoorziening. Onder het maaiveld bevindt zich eveneens een bestaande detailhandelsfunctie met entree aan de Oude Stationsstraat. Grofweg zijn er twee delen te onderscheiden, zowel horizontaal als verticaal. In verticale zin bestaat er een hoger deel (t/m de 14de verdieping; maximaal 85 meter +NAP) en een lager deel (t/m de 8ste verdieping; maximaal 62 meter +NAP). De overgang tussen deze twee delen wordt verzorgd door een podium welke is uitgevoerd als een atrium. De uitstraling van het gebouw wordt grotendeels gekenmerkt door het duurzame karakter. Er wordt gebruik gemaakt van duurzaam materiaal en de toepassing van groen.

Met het beoogde ontwerp wordt voorzien in een stadsvenster aan de zijde van het spoor, waarmee zowel aan de noord- als zuidzijde een representatieve gevel ontstaat. Het uiterste westen van het beoogde gebouw reikt verder dan de Nieuwe Stationsstraat. Hiervoor zal een onderdoorgang worden gecreëerd middels een pilaar. Navolgende afbeelding toont een impressie van het beoogde gebouw.

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

17

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Impressie beoogde situatie Podium26 (bron: VenhoevenCS). Met de voorliggende ontwikkeling wordt voorzien in een hoogwaardig, duurzaam en multifunctioneel gebouw, waarin ruimte is voor wonen, werken, ontmoeting en ontspanning. Het betreft een passende en gewenste aanvulling op het dynamische stationsgebied van Arnhem.

3.4

Programma

Programmatisch is het uitgangspunt dat er maximaal 40 woningen, minimaal 8.000 m2 bvo en maximaal 9.000 m2 kantoorfunctie en maximaal 1.500 m2 bvo horeca in het plangebied gerealiseerd wordt. Tevens is in het plan ruimte voor algemene ruimtes, zoals de entree, (rol)trappen en mogelijkheden voor maatschappelijke en culturele functies, zoals atelier- en expositieruimtes. In het meest recente bouwplan wordt uitgegaan van 26 woningen in het dure koopsegment, 8.200 m2 kantoorfunctie en 2.400 m2 bvo horeca- en verblijfsfunctie. In horizontaal opzicht geldt dat de onderste helft (voornamelijk) is beoogd ten behoeve van de commerciële functies (kantoor, restaurant, bijeenkomstruimte, detailhandel en kunst) daar waar de bovenste helft is gericht op de woonfunctie. Het programma is als volgt opgebouwd. Navolgende afbeelding toont een doorsnede van het beoogde gebouw, met daarop het beoogde programma weergegeven.

18

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Dwarsdoorsnede beoogde gebouw (bron: VenhoevenCS)

3.5

Groen en water

Het plangebied heeft in de huidige situatie een bouwrijpe staat. Er zijn geen groene of waterelementen aanwezig. Gelet op het feit dat het plangebied wordt herontwikkeling in een hoogstedelijk milieu is er niet tot nauwelijks ruimte om echte groene en blauwe structuren te realiseren. Dat neemt niet weg dat in het plan aandacht is voor deze aspecten. Zo wordt zowel in het gebouw als aan de buitengevels gekeken naar mogelijkheden voor (gevel)beplanting. Wat betreft vuilwater wordt aangesloten op het gemeentelijk riool. Binnen het project wordt hemelwater geborgen voor gebruik in gevel- en daktuinen en als dynamische retentie. Het dynamische retentiedak in combinatie met de waterberging heeft een capaciteit van in totaal minimaal 66 mm water over de gehele footprint van het gebouw. De waterbergingsvoorziening zal een minimum opvangcapaciteit hebben van 100 m3. Ten behoeve van de dynamische voorziening en extreme regenbuien wordt een overstort voorzien. Deze overstortvoorziening wordt in nader overleg met de gemeente verder uitgewerkt. Bij extreme buiten loopt het teveel aan water via de Nieuwe Stationsstraat naar de keerlus aan het einde van de Nieuwe Stationsstraat. Hemelwater infiltratie op het eigen perceel is niet mogelijk.

3.6

Verkeer en parkeren

Verkeer Voor de onderhavige ontwikkeling is een verkeersonderzoek1 uitgevoerd, welke als bijlage 2 is opgenomen bij de toelichting. In dit onderzoek is aandacht besteed aan de huidige intensiteiten, het berekenen van de verkeersgeneratie, het in kaart brengen van de toekomstige verkeersafwikkeling en het toetsen van de toekomstige verkeersafwikkeling. In de toekomstige situatie wordt de volgende verkeersgeneratie verwacht:

Bron: Mobycon Op basis van bovengenoemde berekende verkeersgeneratie is gekeken hoe het extra verkeer verdeeld zal worden over de verschillende wegen en welke toekomstige verkeersintensiteiten te verwachten zijn

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

19

Chw Arnhem Centraal K3-K7

na realisatie van Podium26. Daarbij is op basis van kengetallen behorende bij wegcategorieën gekeken in hoeverre er (doorstromings-/leefbaarheids)knelpunten zouden kunnen ontstaan. Op een aantal plekken worden (beginnende) knelpunten gesignaleerd. Op de Jansbuitensingel van de Apeldoornseweg naar het Willemsplein ligt de verhouding verkeersintensiteit-maximaal acceptabele intensiteit op 83%. Dit is een beginnend knelpunt, maar daarmee nog geen werkelijk knelpunt. Ook in de situatie zonder de ontwikkeling van Podium26 is sprake van een verhouding van 81% en daarmee een beginnend knelpunt. Op het Stationsplein volgt een verhouding van 164%. Op deze erftoegangsweg rijdt nu al zeer veel verkeer, waardoor in de 2030-situatie zonder de ontwikkeling van Podium26 de verhouding ook al 149% bedraagt en daarmee al een knelpunt is. Ook op het Nieuwe Plein van het Stationsplein naar de Weerdjesstraat geldt een verhouding die hoger ligt dan 100% en daarmee een knelpunt is. In de 2030-situatie zonder ontwikkeling is de verhouding 76%. De stijging is zo groot doordat 80% van het verkeer vanaf de ontwikkeling dat uitrijdend is via deze weg moet, als gevolg van het eenrichtingsverkeer van de binnenring.

In de praktijk zal dit minder zijn, omdat een groot deel van de (auto)verkeersgeneratie afgewikkeld zal worden van en naar de parkeergarage Arnhem Centraal, met de hoofd in- en uitgang in de Willemstunnel. Op de andere wegvakken zijn de verhoudingen lager dan 80%, waardoor hier geen doorstromingsproblemen optreden. Op de kruispunten wordt duidelijk dat voor sommige wegvakken mogelijke doorstromingsproblemen ontstaan. Deze situatie vindt echter volgens de modellen ook plaats wanneer Podium26 niet wordt gerealiseerd, waardoor deze problemen niet toe te schrijven zijn aan de ontwikkeling. Parkeren Op basis van het meest recente bouwplan met bijbehorend programma is een parkeerbalans2 opgesteld, welke als bijlage 1 is opgenomen bij de toelichting. In de parkeerbalans is zowel aandacht voor het auto- als fietsparkeren. Wat betreft het fietsparkeren geldt dat het meest recente bouwplan voorziet in 26 bergingen voor de fietsparkeerbehoefte van de bewoners voor de kantoorfunctie zijn maximaal 128 fietsparkeerplaatsen beschikbaar. Daarmee wordt voldaan aan de eisen. Daarnaast wordt voorzien in 64 parkeerplaatsen voor auto's. Conform het parkeerbeleid van de gemeente Arnhem geldt in het centrum dat het parkeren voor bezoekers gefaciliteerd mag worden op de betaalde parkeerplaatsen in de omgeving.

Voor Arnhem Centraal is namelijk afgesproken dat bezoek op de openbaar toegankelijke plekken een plek zoekt. De bewoners van de woningen komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning. Voor de bijeenkomst- en woonfunctie is in de parkeerbalans gebruik gemaakt van deze reductiemogelijkheid. Voor de kantoorfunctie is dat niet het geval. Zonder toepassing te geven aan dubbelgebruik resulteert dat in een normatieve parkeerbehoefte van 68,5 parkeerplaatsen. Bij toepassing van dubbelgebruik geldt dat het maatgevende parkeermoment een parkeerbehoefte van 52 parkeerplaatsen oplevert. De beoogde parkeercapaciteit is dan ook voldoende om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien.

Parkeerbehoefte auto's bij dubbelgebruik (bron: Spark).

3.7

Toets plan aan Rijks- en provinciaal beleid

3.7.1

Rijk

De Nationale Omgevingsvisie(NOVI) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de

20

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing Het rijk zet in de NOVI onder andere in op meer dichtheid, minder leegstand en verval, en meer groen en water.

Het besluitgebied betreft een inbreidingslocatie binnen Arnhem, waarbij wordt ingezet op functiemenging en waarin de identiteit van de locatie (dynamische stationsomgeving) en de stad als geheel (kunst, mode en design) duidelijk in naar voren komt. Het plan is in lijn met het gestelde in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

21

Chw Arnhem Centraal K3-K7

ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. SAB heeft een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking3 opgesteld, die als bijlage 3 bij deze toelichting is opgenomen. In deze toets wordt geconcludeerd dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Tevens is aangetoond dat deze ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het verzorgingsgebied. Deze behoefte wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het project de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen. Conclusie Voorliggend project is in lijn met het rijksbeleid. 3.7.2

Provincie

Omgevingsvisieen -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.

Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing 22

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Raadpleging van de digitale versie van de Omgevingsvisie en -verordening wijst uit dat de gronden van het plangebied binnen het intrekgebied liggen. De provincie streeft ernaar het grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening te beschermen. Voor een effectieve en duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening maakt de provincie daardoor onder andere gebruik van regelgeving en vergunningverlening. De provincie wil niet dat fossiele energie (aardgas, aardolie, schaliegas of steenkoolgas) gewonnen wordt in de intrekgebieden voor de drinkwatervoorziening. De Omgevingsverordening regelt dan ook dat een bestemmingsplan c.q. ruimtelijke onderbouwing ter plaatse van een intrekgebied niet mag voorzien in een bestemming die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. Aangezien voorliggend plan een dergelijke bestemming niet mogelijk maakt is er geen sprake van de winning van fossiele energie en vormt dit verder geen problemen ten aanzien van de drinkwatervoorziening. Deze ontwikkeling voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij woningen en kantoren worden toegevoegd. Hierdoor zijn artikel 2.2. en 2.9 van belang.

Uit de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat het beoogde woon- en

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

23

Chw Arnhem Centraal K3-K7

kantoorprogramma voorziet in een behoefte. Zo is er in Arnhem nog onvoldoende plancapaciteit voorhanden om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, zoals in de regionale woonagenda afgesproken. Daarnaast geldt dat het Regionaal Programma Werklocaties voor de regio Arnhem-Nijmegen vermeldt dat de centrale stationsgebieden van Arnhem en Nijmegen zijn aangewezen als locaties voor nieuwe en herontwikkelingen ten behoeve van kantoorruimte. Daarbij wordt genoemd dat in het gebied rondom Arnhem CS niet voldoende potentie is om in de kantoorvraag te kunnen voorzien. Onder meer vanwege woningbouwontwikkelingen worden niet alle potentiele (her)ontwikkelingslocaties per definitie benut voor kantoorruimte. Dit leidt tot de noodzaak om buiten de centraal stationsgebieden op zoek te gaan naar geschikte overlooplocaties. Omdat voorliggend plan wel voorziet in een kantoorfunctie in het stationsgebied van Arnhem CS wordt gesteld dat de ontwikkeling in lijn is met het gestelde in de Omgevingsverordening. Daarnaast geldt dat het plangebied zich in een intrekgebied bevindt. Daardoor zijn de artikelen 2.38 en 3.33 van belang.

Omdat met de beoogde ontwikkeling uitsluitend stedelijke functies zijn beoogd, waarbij geen sprake zal zijn van de winning van fossiele energie vormt de ontwikkeling geen belemmering voor het intrekgebied. Conclusie Onderhavig plan is niet in strijd met het provinciaal beleid.

24

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van het initiatief aan te tonen is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht.

4.2

Geluid

Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. De Wet geluidhinder kent een normenstelsel met een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting (voorkeurswaarde en grenswaarden). Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er vanuit de wet geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere grenswaarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de Nota uitvoeringsbeleid hogere grenswaarden van de gemeente Arnhem van toepassing. Hierin zijn regels opgenomen voor geluid van gemeentelijke wegen. Toetsing Omdat met deze ontwikkeling nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, is een akoestisch onderzoek weg- en railverkeer uitgevoerd4, zoals opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting.

Uit het onderzoek volgt dat de geluidsbelasting vanwege het railverkeer op een deel van de noordgevel hoger is dan de maximaal toelaatbare waarde van 68 dB. Ter plaatse van Podium 26 zijn bij de meest dichtbijgelegen sporen wissels aanwezig. Nabij de wissels kunnen geen raildempers geplaatst worden. Als rekening wordt gehouden met deze wissels met raildempers op alle sporen, dan is de benodigde lengte circa 1.180 meter. Door deze raildempers vindt op het lagere deel van het gebouw (het oostelijk deel, nabij wissels) een verlaging van de geluidsbelasting van 1 dB plaats, op het hogere deel van het gebouw (het westelijk deel) maximaal 2 dB. Deze maatregel is doelmatig volgens de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder, echter wordt niet voldaan aan de voorwaarde uit deze regeling van 'raildempers worden aangelegd over een lengte van ten minste twee maal de afstand van het gebouw tot aan het spoor (tweemaal D)'. Ook: in de praktijk wegen de kosten voor de raildempers (de engineering, de aanleg en het onderhoud) niet op tegen de kosten om met gebouwgebonden maatregelen een reductie van 1 dB tot 2 dB te realiseren. Daarbij is een deel van het gebouw waar de hogere geluidsbelastingen plaatsvinden niet geluidgevoelig en hebben de raildempers daar geen gevolg voor verbetering van het woonklimaat.

De gemeente heeft de geluidsbelasting getoetst aan haar geluidbeleid en is akkoord gegaan met het niet toepassen van een bronmaatregel. Een scherm moet minimaal op 4,5 meter vanuit het spoor staan. Het gebouw staat dicht op het spoor waarbij het scherm heel dicht op het nieuwe gebouw komt te staan. Om minimaal op twee bouwlagen het geluid door het spoor te verlagen, moet het scherm minimaal 4 meter hoog worden. Een dergelijk hoog scherm dicht bij het gebouw is niet wenselijk.

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

25

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Wat betreft wegverkeer geldt dat de geluidsbelasting door de Centrumring en de Amsterdamseweg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar wel lager is dan de maximaal toelaatbare waarde van 63 dB. Als gevolg van deze wegen dienen eveneens hogere waarden te worden vastgesteld. Voor andere wegen geldt dat de geluidsbelasting lager is dan 48 dB en sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vanwege de spoorlijn, de Amsterdamseweg en Centrumring zijn hogere waarden nodig. De berekende geluidsbelastingen passen binnen het gemeentelijk beleid. Er wordt voldaan aan de voorwaarde dat iedere woning dient te beschikken over tenminste één verblijfsruimte aan de geluidluwe (<55 dB) zijde. In lijn met de mogelijkheden van de experimenteerruimte van de Chw is het hogere waardenbesluit in de regels opgenomen. De onderbouwing is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Tot slot dient bij de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen (voormalige bouwvergunning) worden aangetoond dat er wordt voldaan aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=2079bda1-6452-42b1-ba85-bf776f236fed