Aanvullende bijlage 20 - Aanmeldingsnotitie vorm vrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie Onderwerp: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Cobercokwartier Arnhem Projectnummer: 375754 Datum:14-07-2021
1
Inleiding
Het voormalig fabriekscomplex van de Coberco langs de Rijn in Arnhem moet een transformatie ondergaan naar een stedelijk woonmilieu. Het planvoornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Voor de realisatie van het woongebied is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage 1 nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de informatie die nodig is voor de m.e.r.-beoordeling opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 2), de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).
2
Voornemen
Aan de noordzijde van de Rijn ligt tegen het centrum van Arnhem het voormalig fabrieksterrein van Coberco. Het voornemen is om dit terrein te transformeren naar een stedelijk woongebied met ruimte voor studentenwoningen, appartementen, lofts en (grondgebonden) woningen met tuin. Daarnaast is er ruimte voor stedelijke functies zoals horeca, hotel, creativiteit, ambacht, leisure en onderwijs. Het plan biedt ruimte aan circa 310 woningen en circa 7.450 m2 aan stedelijke niet-woonfuncties. Het plangebied is goed bereikbaar via openbaar vervoer en fiets. Ook met de auto is het terrein goed bereikbaar via de Westervoortsedijk en de Rijnkade. Binnen het plangebied wordt (geclusterd) voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
1 Milieueffectrapportage wordt afgekort als m.e.r. als het om de procedure gaat en als MER als het om het rapport
gaat.
nl_notitie.docx 20161201
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Matthijs Vrij Peerdeman Adviseur Milieueffectrapportage/Planstudies T +31 88 811 60 03 M +31 6 12 95 93 58 matthijs.vrijpeerdeman@sweco.nl
1 (14)
Figuur 2.1: Ligging plangebied (rood omkaderd) aan de Rijn in Arnhem (Bron: Cobercokwartier, Stedenbouwkundig plan).
Figuur 2.2: Indicatieve inrichting van het woongebied (Bron: Cobercokwartier, Stedenbouwkundig plan)
2 (14)
3
Toets aan het Besluit m.e.r.
3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling betreft de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject, wat als activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D11.2 (zie tabel 3.1). Tabel 3.1: Activiteit D11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 28-04-2021) Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten D11.2 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de De De vaststelling van of uitbreiding van activiteit betrekking heeft structuurvisie, het plan, bedoeld in een stedelijk op: bedoeld in de artikel 3.6, eerste ontwikkelingsproject 1°.
een oppervlakte van artikelen 2.1, 2.2 lid, onderdelen a en met inbegrip van de 100 hectare of meer, en 2.3 van de b, van de Wet bouw van 2°. een aaneengesloten Wet ruimtelijke ruimtelijke ordening winkelcentra of gebied en 2000 of meer ordening, en het dan wel bij het parkeerterreinen. woningen omvat, of plan, bedoeld in ontbreken daarvan 3°. een artikel 3.1, van het plan, bedrijfsvloeroppervlakte eerste lid, van bedoeld in artikel van 200.000 m2 of meer. die wet. 3.1, eerste lid, van die wet.
Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de ontwikkeling van het Cobercokwartier worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden (oppervlakte is circa 2,9 ha, aantal woningen is 310, en het bedrijfsvloeroppervlak is circa 7.450 m2). Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen m.e.r.- plicht. Voor de ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ geldt nagenoeg dezelfde beoordelingsprocedure als voor de m.e.r.-beoordeling van activiteiten die boven de drempelwaarde zitten (zie verder onder paragraaf 3.2).
3 (14)
3.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (college van B&W van de gemeente Arnhem) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag een beslissing of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing. Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. 3.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.r-procedure nodig is.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. • Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r.-(beoordeling) nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a. Omvang van het project b. Cumulatie met andere projecten c. Gebruik natuurlijke hulpbronnen d. Productie afvalstoffen e. Verontreiniging en hinder f. Risico op ongevallen g. Risico voor de menselijke gezondheid 2. Plaats van de activiteit a. Bestaand grondgebruik b. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied
4 (14)
c. Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a. Bereik van het effect b. De aard van het effect c. Grensoverschrijdend karakter d. Orde van grootte en complexiteit effect e. Waarschijnlijkheid effect f. Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect g. De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h. De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er sprake is mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.
5 (14)
KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de Dlijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.
6 (14)
4
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
1. Kenmerken van het project
Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)
Cobercokwartier Het project omvat de aanleg van een stedelijk woongebied met voorzieningen. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een herziening van het bestemmingsplan. Het betreft een bestemmingsplan met directe bouwtitel. Daardoor is het een project (kolom 4) in de zin van het besluit m.e.r.. - Activiteit D11.2 uit Besluit m.e.r.. Drempelwaarden zijn: 1°. Een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.; - Dit initiatief omvat: 1°. Circa 2,9 hectare; 2°. 310 woningen; 3°. Voorzieningen met een gebouwoppervlak van ca. 7.450 m2.
Cumulatie met andere projecten
Gebruik natuurlijke hulpbronnen3
Productie afvalstoffen4
Conclusie: het project blijft onder de drempelwaarden. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig. Aangrenzend aan het plangebied ligt het Havenmeesterskwartier, waar een vergelijkbare transformatie wordt voorzien. Hiervoor moet een uitwerkingsplan worden opgesteld en er vindt een gedeeltelijke herziening van het oorspronkelijke moederplan plaats. Inclusief de herziening biedt dat terrein ruimte voor 240 woningen2. De realisatie van beide gebieden vindt niet gelijktijdig plaats. Daarom wordt voor cumulatie alleen gekeken naar de gebruiksfase. Bij de aanleg van het woongebied wordt gebruik gemaakt van vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zoals hout, glas, (bak)steen (voor de gebouwen) en grond. Deze hulpbronnen worden van buiten het plangebied aangevoerd. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de aanleg komt bouwafval vrij en is sprake van emissie van bouwverkeer. Afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase betreft o.a. huishoudelijk afval en horeca-afval. (Bouw)afval wordt conform geldende wet- en regelgeving afgevoerd. Er is geen sprake
2 Bij elkaar opgeteld zouden beide ontwikkelingen nog steeds onder de eerder genoemde drempelwaarden blijven. 3 Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op,
of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 4 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.
7 (14)
Verontreiniging en hinder
van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. Verkeersaantrekkende werking kan ook in de gebruiksfase leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierop wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. De ontwikkeling zal verder niet leiden tot een andere vorm van verontreiniging. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden.
Risico voor ongevallen
Risico op de menselijke gezondheid
2. Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid,
In de gebruiksfase kan de ontwikkeling leiden tot een toename van verkeersbewegingen met als gevolg extra (geluid)hinder voor omwonenden. Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. De beoogde bedrijvigheid in het plangebied beperkt zich tot maximaal milieucategorie 2. Dit zal daardoor niet leiden tot hinder voor de omgeving. Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. Op het terrein wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt niet binnen risicocontouren van transportassen, buisleidingen en/of inrichtingen5. Toename van de geluidbelasting en verslechtering van de luchtkwaliteit kan van invloed zijn op de gezondheid. Op mogelijke effecten op de gezondheid wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'. Het plangebied was tot 2003 in gebruik als zuivelfabriek. Sinds die tijd is het terrein niet meer in gebruik. Een deel van de oorspronkelijke gebouwen is gesloopt en het terrein is gedeeltelijk begroeid met bosschages/bomen. De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Natuur Het gebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is het gebied Rijntakken (1,8 km) en de Veluwe (3,1 km).
Het planvoornemen kan hierop effect hebben als gevolg van stikstofdepositie. Het plangebied ligt niet in Natuurnetwerk Gelderland (NNG). Uit een quickscan natuur die is uitgevoerd blijkt dat in het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de
5 Windmill, 12 januari 2018, Quickscan externe veiligheid Cobercoterrein Arnhem
8 (14)
landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
beschermde soorten gewone dwergvleermuis en huismus. Hiervoor is in 2018 een ontheffing aangevraagd en verleend. In 2021 heeft een actualisatie plaatsgevonden van het onderzoek6. Daaruit komt naar voren dat de eerder aangetroffen soorten nog steeds aanwezig zijn. De aanwezigheid van gierzwaluw en steenmarter kon niet worden uitgesloten, hier is nader onderzoek voor nodig. Daarnaast is op een afstand van circa 800 meter een aantal beverburchten aanwezig. Onder '3. Kenmerken van het potentiële effect' wordt nader ingegaan op de effecten voor natuur. Gebieden waar milieunormen worden overschreden Het plangebied bevindt zich niet in een gebied waar milieunormen worden overschreden. Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid Het plangebied ligt binnenstedelijk, op korte afstand van woonwijken. Vooral de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling kan mogelijk effect hebben op de menselijke gezondheid. Hierop wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'.
Cultuurhistorie en archeologie In het plangebied heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden7. Hierbij zijn verscheidene vondsten uit verschillende periodes gedaan. Daarnaast is het Coberco-complex zelf ook een historisch belangrijk relict uit de wederopbouwperiode. Hierop wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: • verontreiniging/hinder als gevolg van verkeersaantrekkende werking; • risico op de menselijke gezondheid; • aantasting van waardevolle gebieden (Natura 2000); • aantasting cultuurhistorische en archeologische waarden. Op deze gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijk nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch Alleen de effecten van stikstofdepositie kunnen optreden tot enkele en grootte getroffen bevolking) kilometers afstand van het plangebied. Daarnaast kunnen heiwerkzaamheden leiden tot trillingen op grotere afstand. In alle andere gevallen zullen potentiële effecten lokaal optreden, in of direct grenzend aan het plangebied. De aard van het effect De effecten van het voornemen zijn beperkt van aard. Grensoverschrijdend karakter Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten.
6 Sweco, 28 mei 2021, Ecologische beoordeling stikstofdepositie - Nieuwe Kade 1 (“Coberco-kwartier”) in Arnhem 7 IVO-P, datum onbekend, Evaluatie- en selectierapport, Proefsleuvenonderzoek Cobercoterrein
9 (14)
Orde van grootte en complexiteit effect
Verkeersaantrekkende werking: De ontwikkeling leidt tot een verkeersaantrekkende werking. In totaal gaat het om 3.803 personenauto’s per werkdag met een maximale intensiteit in de spits van 380. Uit een verkeersanalyse8 in het kader van het bestemmingsplan blijkt dat zowel de wegen als de parkeervoorziening waarin het plan voorziet hierop berekend zijn. In de spits kunnen de wachttijden bij kruispunten iets oplopen, ze blijven (ruim) binnen de maximaal wenselijke cyclustijd vallen. Conclusie: het voornemen leidt niet tot belangrijk nadelige effecten voor de verkeersafwikkeling. Geluidhinder: De verkeersaantrekkende werking kan tevens leiden tot geluidhinder voor omwonenden. Er is een geluidsanalyse uitgevoerd om te berekenen welke veranderingen er optreden in geluidbelasting op bestaande woningen9. In deze analyse is direct gecumuleerd gerekend met het effect als gevolg van Cobercokwartier en die van het Havenmeesterskwartier. Uit de geluidsanalyse blijkt dat de gecumuleerde toename van de verkeersintensiteit niet leidt tot hoorbare verschillen in geluidbelasting. Er is sprake van een geluidtoename van 2 á 3 dB. Daarin zit echter ook de autonome verkeersgroei, die hiervan ongeveer de helft voor zijn rekening neemt. Als gevolg van het planvoornemen zelf is daarmee sprake van een geluidtoename van 1 á 2 dB.
Conclusie: het voornemen leidt niet tot belangrijk nadelige effecten als gevolg van geluid. Luchtkwaliteit: De verkeersaantrekkende werking kan leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is een berekening uitgevoerd10 om te berekenen of als gevolg van het plan de luchtkwaliteit 'in betekenende mate' verslechtert. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie CO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Met de NIBM-tool is de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het voornemen op de luchtkwaliteit berekend. Hierbij is uitgegaan van 3.517 extra voertuigbewegingen per dag (weekdaggemiddelde), waarvan 1% vrachtverkeer. Uit de berekening volgt een maximale toename van 2,65 μg/m3 NO2 en een maximale toename van 0,58 μg/m3 PM10. Dat betekent dat de grens van NO2 mogelijk in
8 Sweco, 18 juni 2021, Actualisatie verkeersonderzoek, Cobercokwartier Arnhem 9 Sweco, 8 juli 2021, Planontwikkeling Cobercokwartier in Arnhem, Akoestisch onderzoek wegverkeer 10 Sweco, 4 mei 2021, Cobercokwartier - Luchtkwaliteit
10 (14)
betekende mate wordt overschreden. Voor de toetsing aan de grenswaarden zijn de maximale concentratiebijdragen ten gevolge van de verkeersgeneratie van het plan opgeteld bij de maximale huidige concentraties luchtverontreinigende stoffen in de directe omgeving van het plangebied. Uit de berekening blijkt dat op basis van worst case uitgangspunten er in de directe omgeving geen overschrijdingen zijn van de grenswaarden. Voor luchtkwaliteit is ook gekeken naar cumulatie van effecten als gevolg van het Havenmeesterskwartier. Dat plan kent een ongeveer vergelijkbare woningbouwopgave en zal daarmee een vergelijkbare verkeersgeneratie kennen. Wanneer voor dat plan in lijn daarmee een vergelijkbare toename ontstaat voor NO2, dan zal ook in cumulatie geen sprake zijn van een overschrijding van de grenswaarden. Conclusie: er is geen sprake van belangrijk nadelige effecten voor de luchtkwaliteit. Menselijke gezondheid: Uit de bovenstaande effectanalyse voor geluid blijkt dat er geen noemenswaardige effecten optreden. Voor luchtkwaliteit is er sprake van een toename van met name concentraties CO2, als gevolg van het project worden echter geen mensen blootgesteld aan concentraties boven de grenswaarden. Grote effecten als gevolg van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid kunnen daardoor worden uitgesloten.
Conclusie: er is geen sprake van belangrijk nadelige effecten voor de menselijk gezondheid. Natuur: Om de effecten op de in de buurt gelegen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen is een AERIUS berekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat er als gevolg van het planvoornemen sprake is van stikstofdepositie in de aanlegfase en/of gebruiksfase. Het gaat om een maximale depositie van 0,02 mol N/ha/jaar op het moment dat er een overlap is tussen de aanlegfase en de gebruiksfase. In de gebruiksfase is er sprake van een permanente toename van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar. Om te beoordelen of deze depositie kan leiden tot belangrijke milieueffecten, is een ecologische beoordeling uitgevoerd11. Hierin wordt geconcludeerd dat belangrijk nadelige effecten kunnen worden uitgesloten. Wanneer naar de cumulatieve effecten met het Havenmeesterskwartier wordt gekeken, dan blijkt vanuit dat project een vergelijkbare depositie te ontstaan. Ook in
11 Sweco, 28 mei 2021, Ecologische beoordeling stikstofdepositie - Nieuwe Kade 1 (“Coberco-kwartier”) in Arnhem
11 (14)
cumulatie met elkaar zal er geen sprake zijn van een belangrijk nadelig effect. Voor aanwezige beschermde soorten dwergvleermuis en huismus is reeds een ontheffing voor de Wet natuurbescherming tot 31 december 2023. In het plangebied zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen, de aanwezigheid van gierzwaluw en steenmarter kon echter niet worden uitgesloten. Hiervoor dient nog nader onderzoek te worden uitgevoerd. Indien deze soorten aanwezig blijken te zijn, dient ook daarvoor ontheffing te worden aangevraagd. Op circa 800 meter van het plangebied zijn beverburchten aanwezig. Heiwerkzaamheden kunnen mogelijk leiden tot effecten op deze burchten. Om verstoring van deze burchten met zekerheid te voorkomen, zouden heiwerkzaamheden vervangen kunnen worden boren. Conclusie: door zorgvuldig te handelen en het nemen van enkele preventieve maatregelen kunnen belangrijk nadelige effecten op Natura 2000-gebieden en beschermde soorten worden uitgesloten. Voor enkele soorten is mogelijk een aanvullende ontheffing nodig, deze wordt verleenbaar geacht. Cultuurhistorie en archeologie: In het plangebied zijn verscheidene archeologische resten aangetroffen uit verschillende periodes. Uniek voor Arnhem is de vondst van een watermolen met molengracht-/eiland. Deze waarden moeten insitu (op de plek van vondst) worden bewaard.
In het evaluatie- en selectierapport is beschreven hoe dit dient te gebeuren. Deze maatregelen moeten in acht worden genomen. De verwachting is dan dat de waarden goed bewaard blijven. Het Coberco-complex is zelf van cultuurhistorische waarde. Een deel van de gebouwen en de schoorsteen is behouden en wordt geïntegreerd in het woongebied. Daarmee wordt het historische gebruik zichtbaar gemaakt.
Waarschijnlijkheid effect
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
Conclusie: de aanwezige archeologische waarden zijn door de proefsleuven in beeld gebracht. De belangrijkste waarden kunnen insitu worden bewaard. Hiervoor moeten de richtlijnen uit het evaluatie- en selectierapport worden opgevolgd. Het historische gebruik als zuivelfabriek wordt zichtbaar gemaakt in het nieuwe plan. Daarmee worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht op cultuurhistorische of archeologische waarden. Tijdens de aanlegfase zal er voor omwonenden overlast ontstaan door bouwverkeer en aanlegwerkzaamheden. Andere effecten worden niet verwacht. De effecten in de aanlegfase zijn tijdelijk (enkele maanden tot een jaar). Effecten in de gebruiksfase (geluid, luchtkwaliteit) treden
12 (14)
dagelijks op maar zijn omkeerbaar (bijvoorbeeld door verandering verkeersintensiteiten of inzet van schonere vervoersmiddelen). De cumulatie van effecten met de De realisatie van het Cobercokwartier en Havenmeesterskwartier effecten van andere bestaande leiden in de gebruiksfase tot cumulatieve effecten op het gebied van en/of goedgekeurde projecten geluid en luchtkwaliteit. De cumulatie aan effecten zorgt er niet voor dat er belangrijk nadelige effecten ontstaan. De mogelijkheden om de effecten Voor verkeer, natuur en cultuurhistorie en archeologie zijn doeltreffend te verminderen maatregelen voorgesteld om effecten te mitigeren. Hoewel de effecten niet belangrijk nadelig zijn, kunnen deze door het treffen van deze maatregelen worden beperkt/voorkomen. Bij de overige aspecten treden geen/nauwelijks effecten op waardoor mitigatie van effecten niet aan de orde is. De mitigerende maatregelen betreffen: • aanpassing voorrangskruising Westervoortsedijk – Nieuwe kade; • de werkzaamheden uitvoeren volgens een ecologisch werkprotocol; • heiwerkzaamheden worden vervangen door boringen (dit is relevant voor ecologische waarden, maar kan ook bijdragen aan het behoud van archeologische waarden en het beperken van risico’s bij niet gesprongen explosieven); • insitu bewaren archeologische waarden watermolen; • integreren cultuurhistorische waarde Coberco-complex.
Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER is dan ook niet noodzakelijk.
13 (14)
Verantwoording Titel
Aanmeldingsnotitie Vormvrije m.e.r.beoordeling Cobercokwartier Arnhem
Projectnummer
375754
Revisie
D2
Datum
14-07-2021
Auteur
Matthijs Vrij Peerdeman
E-mailadres
matthijs.vrijpeerdeman@sweco.nl
Gecontroleerd door
Claudia Swart
Goedgekeurd door
Lourens Hogenbirk
14 (14)