CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvullende bijlage 1 - Tekst

Politieke Avond 27 september 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan: ‘Chw Arnhem Centraal K3-K77.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleidende regels

4

Artikel 1

Begrippen

4

Artikel 2

Wijze van meten

8

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

10

Artikel 3

Centrum

10

Artikel 4

Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)

11

Artikel 5

Waarde - Archeologie (middelhoge verwachting)

13

Hoofdstuk3

Algemene regels

15

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

15

Artikel 7

Algemene bouwregels

15

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

15

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

15

Artikel 10

Overige regels

16

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

21

Artikel 11

Overgangsrecht

21

Artikel 12

Slotregel

21

2

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Regels

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

3

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Chw Arnhem Centraal K3-K7 met identificatienummer NL.IMRO.0202.995-0201 van de gemeente Arnhem; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 ambachtelijk bedrijven bedrijven gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen; 1.6 bebouwing één of meer gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van een gedeelte van een bestemmingsvlak of gedeelte van een bouwvlak aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.8 bedrijf een onderneming of gedeelte van een onderneming, die een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en is gericht op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten, hieronder begrepen ondernemingen of gedeelten van ondernemingen, die door of vanwege de overheid worden geleid; 1.9 bedrijven uit de creatieve sector bedrijven hoofdzakelijk gericht op: a.

creatieve zakelijke dienstverlening: reclame en grafische bedrijven, architecten en technische adviesbureaus, softwarebedrijven; b. toegepaste kunsten: audiovisuele en fotografiebedrijven, dienstverlenende bedrijven t.b.v. de kunsten, mode en interieurbedrijven; c. autonome kunsten: beeldend kunstenaars, muzikanten, theatermakers en vergelijkbare functies. 1.10 begane grond de bouwlaag ter plaatse van de hoofdtoegang; 1.11 beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem onder de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem wordt verstaan: De 'Beleidsregels Parkeren Arnhem 2022', dan wel zoals deze regels komen te luiden na wijziging van deze regels. 1.12 beroep aan huis een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep of bedrijf dat in een woning wordt uitgeoefend; 1.13 bestaande situatie a. bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van de ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan en bouwwerken die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; b. bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan dat na de inwerkingtreding van het plan niet langer onderbroken is dan een jaar.

4

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bijgebouw een zelfstandig bouwwerk dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. Het bijgebouw wordt via een aparte toegangsdeur worden bereikt. Het kan wel tegen de woning aangebouwd worden. Voorbeeld van een bijgebouw zijn een garage en een schuur; 1.17 bijzondere woonvorm een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding) en daar niet verblijven met het doel om therapeutisch behandeld te worden; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceelgrens; 1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.22 culturele functies voor de werking van dit bestemmingsplan wordt onder culturele functies verstaan musea, expositieruimten, ateliers, muziek- en kunstonderwijs en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen, met uitzondering van muziektheaters, bioscopen en naar aard

vergelijkbare voorzieningen; 1.23 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; dienstverlening door een horecabedrijf, internetverkoop en bezorgservices of bezorgdiensten zoals dark stores wordt hieronder niet begrepen; 1.24 dienstverlenend bedrijf bedrijf met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak, dat naar aard, verschijningsvorm en gevolgen voor de omgeving als verwant aan detailhandel kan worden aangemerkt, zoals een reis- of uitzendbureau, kap- of schoonheidssalon, zonnestudio, hypotheekwinkel, baliefunctie van banken en van andere kantoren, alsmede andere vormen van dienstverlening met een overwegende baliefunctie. Horeca, detailhandel, en bezorgservices of bezorgdiensten zoals dark stores, seksinrichting en garagebedrijven worden hieronder niet begrepen; 1.25 dove gevel a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede, b.

een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. In dit geval wordt onder een geluidsgevoelige ruimte verstaan een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

5

Chw Arnhem Centraal K3-K7

1.26 gebouw elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 gebruiksoppervlakte de vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580 met dien verstande dat daarbij aangebouwde bergingen, garages en andere niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld; 1.28

gezondheids- en welzijnszorg

geneeskundige verzorging en verpleging zoals ziekenhuizen; medische, tandheelkundige en paramedische praktijken; apotheken; verpleeg- en verzorgingshuizen; dag- en nachtvoorzieningen voor gehandicapten, psychiatrische patiënten, jongeren en maatschappelijke opvang met (therapeutische) behandeling inclusief overnachting; maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting: dienstverlening gericht op ouderen en gehandicapten, kinderopvang en buitenschoolse opvang, jeugdzorg, maatschappelijk werk en dergelijke. 1.29 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming die bestemming het belangrijkst is; 1.30 horecabedrijf een bedrijf of instelling gericht op het verstrekken van logies, van maaltijden en spijzen of van dranken, alsmede het exploiteren van zaalaccommodatie; detailhandel wordt hier niet onder begrepen; 1.31 horeca - 1 horecabedrijf gericht op het verstrekken van etenswaren, niet zijnde maaltijden, en het schenken van (zwak-alcoholische) dranken, met openingstijden overwegend tijdens de dagperiode, zoals lunchrooms, broodjeszaken, koffiezaken, juicebars, ijssalons; 1.32 horeca - 2 horecabedrijf gericht op het overwegend via counterverkoop verstrekken van etenswaren, zoals fastfood, niet zijnde

maaltijden, en (zwak-alcoholische) dranken met openingstijden tijden dag- en avondperiode, zoals cafetaria's, snackbars, grill-rooms, shoarmaroom, pizzeria, fastfood restaurants en afhaalcentra; 1.33 horeca - 3 horecabedrijf gericht op het serveren van maaltijden en dranken in een restaurant-setting met openingstijden tijdens de namiddag en vroege avond, zoals restaurants, bistro, fastcasual concepten, grand-cafés en café-restaurants; 1.34 hospes/hospita de 100% economisch en juridisch eigenaar die zélf daadwerkelijk in het gebouw woont en minimaal 50% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw gebruikt voor zijn eigen huishouden en maximaal 2 onzelfstandige wooneenheden verhuurt. Kenmerkend voor de hospes/hospita is dat de huurder van een wooneenheid de toiletruimte, badruimte en de keuken deelt met de eigenaar van de woning. De onzelfstandige wooneenheden mogen niet beschikken over eigen voorzieningen, als badgelegenheid, keuken en/of toilet; 1.35 huishouden één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen, met de intentie om zelfstandig, bestendig, voor onbepaalde tijd, in gezinsverband of in een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband te wonen; 1.36 kamergewijze bewoning een gebouw waarin zich 3 of meer onzelfstandige wooneenheden bevinden;

6

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

1.37 internetverkoop detailhandel zonder showroom, waarvan de handel voornamelijk via internet en andere media verloopt; 1.38 kantoor een ruimte, of bij elkaar horende ruimten, die bestemd zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of dienstverlening; 1.39 maatschappelijke functies voor de werking van dit bestemmingsplan wordt onder maatschappelijke functies verstaan functies ten behoeve van onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, politieke-, belangen- en ideële organisaties/verenigingen en hobbyclubs en openbare dienstverlening; 1.40 nutsvoorzieningen een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en telefooncellen; 1.41 onderwijs georganiseerde communicatie van niet-incidentele aard met als doel overdracht van kennis, vermeerdering van inzicht en/of aanleren van vaardigheden zoals primair en speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar (beroeps)onderwijs en educatie, tertiair onderwijs en overig onderwijs en bij onderwijs behorende sportvoorzieningen; 1.42 onzelfstandige wooneenheden een onzelfstandig gedeelte van een gebouw bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

Kenmerkend voor de wooneenheid is het gezamenlijk gebruik (met andere wooneenheden) van een toiletruimte, badruimte en/of een keuken. Een wooneenheid kan uit meerdere ruimten bestaan; 1.43 openbare dienstverlening openbaar bestuur en overheidsdiensten zoals een politiebureau, gemeentehuis, gerechtsgebouw, brandweerkazerne, bibliotheek en penitentiaire inrichting; uitvaartverzorging, crematoria en begraafplaatsen. 1.44 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.45 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig- constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.46 peil a. voor een gebouw: het Normaal Amsterdams Peil (N.A.P.), tenzij in de regels anders aangegeven; b.

voor een ander bouwwerk: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw; 1.47 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.48 prostitué(e) degene, die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.49 raamprostitutie een vorm van prostitutie waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostitué(e) die door houding, gebaren, kleding of anderszins, vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden;

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

7

Chw Arnhem Centraal K3-K7

1.50 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte (hieronder wordt mede begrepen een voer- of vaartuig) waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in elk geval verstaan een (raam)prostitutiebedrijf, een seksclub, een privé-huis, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.51 straatmeubilair onverminderd het bepaalde in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht wordt onder straatmeubilair voor de werking van dit bestemmingsplan mede verstaan: papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen; kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen; 1.52 thuisprostitutie vorm van prostitutie waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostitué(e) en waarbij ook alleen door deze prostitué(e) op dit adres gewerkt wordt als prostitué(e); 1.53 verdieping elke bouwlaag boven de begane grond; 1.54 verkameren het gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan als kamergewijze bewoning.

Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van onzelfstandige wooneenheden aan bestaande gevallen van kamergewijze bewoning; 1.55 volumineuze detailhandel detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstraling, zoals de verkoop van tuininrichtingsartikelen, meubelen, keukens, sanitair, (elektrische) fietsen, bromfietsen en scooters; 1.56 werken, werkzaamheden van geringe omvang werken of werkzaamheden die geen wezenlijke verandering van de terreingesteldheid of van een inrichting tot gevolg hebben; 1.57 werkplek een plaats, waar één prostitué(e) zijn of haar werk verricht; 1.58 wijk wijk, zoals gehanteerd wordt in de indeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek; 1.59 winkel een ruimte of bij elkaar behorende ruimten, die bestemd zijn voor de uitoefening van detailhandel, met inbegrip van bijbehorende magazijnruimte of werkruimte; 1.60 woningsplitsing het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning of (een gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan tot twee of meer zelfstandige woningen; 1.61 woning een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één huishouding, een bijzondere woonvorm of een kamerverhuurbedrijf; 1.62 zelfstandige woning een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder minimaal een toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten 8

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

2.1

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.2

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4

De brutovloeroppervlakte van een functie

De oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen, waarbij de oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de netto hoogte kleiner is dan 1,5 meter, niet worden meegerekend.

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

9

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Centrum

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis; b. maatschappelijke en culturele functies, met uitzondering van geluidsgevoelige functies; c. kantoren; d. detailhandel, uitsluitend de bestaande oppervlakte van maximaal 600 m2, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; e. horeca 1 en 3; f. ambachtelijke bedrijven en bedrijven uit de creatieve sector; g. gebouwde (ondergrondse) parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; h. nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, straatmeubilair, groen-, water- en speelvoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de aanduiding 'bouwvlak', zowel boven- als ondergronds; b. de maximum bouwhoogte bedraagt ten hoogste zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m) t.o.v. NAP'; c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag tot een hoogte van 5,5 meter vanaf maaiveld niet worden gebouwd, met uitzondering van ondersteunende bouwdelen zoals pilaren, kolommen en dergelijke. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 6 m. 3.2.3 Voorwaardelijke verplichting trillingen a. Het bouwen van bouwwerken met de functie wonen zoals bedoeld in artikel 3.2.1 is uitsluitend toegestaan wanneer uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden voor wonen voor nieuwe situaties, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. b.

In afwijking van het gestelde onder a is het bouwen van bouwwerken met de functie wonen zoals bedoeld in artikel 3.2.1 ook toegestaan op voorwaarde dat alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen én uit een dynamische berekening blijkt dat tenminste de streefwaarden voor wonen bestaande situaties, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. 3.2.4 Voorwaardelijke verplichting natuurinclusief bouwen a. Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt uitsluitend verleend indien voldoende natuurinclusieve maatregelen worden getroffen. b. Aan het bepaalde onder a wordt geacht te zijn voldaan indien er voldoende punten worden gehaald door de genomen maatregelen zoals opgenomen in het puntensysteem zoals opgenomen in de 'Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen' van de gemeente Arnhem. c. Voor zover de beleidsregels voor natuurinclusief bouwen zoals bedoeld onder b. van dit artikel gedurende de planperiode worden gewijzigd, gelden deze wijzigingen vanaf het tijdstip van bekendmaking van de wijziging. d. Het is verboden een woning te gebruiken of laten gebruiken zonder de natuurinclusieve maatregelen die genomen zijn in het kader van de vergunningverlening als bedoeld onder a aan te brengen en in stand te houden. 10

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

e. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a. indien het voldoen aan de bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. f. Burgemeester en wethouders passen deze regels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het natuurinclusief bouwen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a. 3.3

Specifieke gebruiksregels

a. horeca als bedoeld in artikel 3.1 onder e. is toegestaan tot en met een maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 1.500 m2; b. detailhandel in de vorm van volumineuze detailhandel is niet toegestaan; c. kantoren als bedoeld in artikel 3.1 onder c. zijn toegestaan met een minimale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 8.000 m2 tot en met een maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 9.000 m2; d. maatschappelijke functies als bedoeld in artikel 3.1 onder b. zijn toegestaan tot en met een maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 500 m2; e. ten aanzien van wonen gelden de volgende regels: 1. wonen is uitsluitend vanaf de 9e verdieping toegestaan; 2. maximaal 40 woningen zijn toegestaan; f. een beroep aan huis is toegestaan, mits: 1. het beroep wordt uitgeoefend door de bewoner; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning; 3. van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse geen sprake is; 4. er geen onevenredige parkeerdruk ontstaat; 5. het geen detailhandel (internetverkoop hiervan uitgezonderd), prostitutie of horeca betreft. g. onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in elk geval gerekend: 1. internetverkoop; 2.

het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gebouwen overeenkomstig de bestemming, zonder de aanleg en instandhouding van een waterbergingsvoorziening met een minimum opvangcapaciteit van 100 m3.

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)' aangewezen gronden zijn naast de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 4.2

Bouwregels

a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden aangewezen bestemmingen zijn op de in artikel 4.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid of 2. een bouwwerk waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte ten hoogste 30 m2 bedraagt of 3. bouwwerken waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte meer dan 30 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaan bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en dat zonder heiwerkzaamheden kan worden gebouwd. 4.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 4.2 sub a met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

11

Chw Arnhem Centraal K3-K7

b. Afwijken als bedoeld in artikel 4.3 sub a. kan, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologische deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. c. Afwijken als bedoeld in artikel 4.3 sub a. kan voorts, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken regels te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van artikel 4.4.1 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad of mogelijk schade kan worden voorkomen door aan de vergunning regels te verbinden gericht op: a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. het doen van opgravingen; c. begeleiding van de aanlegwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 4.4.3 Uitzonderingen Het verbod, als bedoeld in artikel 4.4.1 sub a, is niet van toepassing indien: a.

de werken die, voor zover deze zijn gelegen binnen deze bestemming, een oppervlakte hebben tot ten hoogste 50 m2 of een omvang van 50 m2; b. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingvergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 4.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

Het is verboden binnen de voor 'Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning) reeds aanwezige bouwwerken te slopen indien het oppervlak groter is dan 30 m2, de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt en deze liggen in een beschermd stadsgezicht.

12

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

4.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie (middelhoge verwachting)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie (middelhoge verwachting)' aangewezen gronden zijn naast de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 5.2

Bouwregels

a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden aangewezen bestemmingen zijn op de in artikel 5.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid of 2. een bouwwerk waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte ten hoogste 500 m2 bedraagt of 3. bouwwerken waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte meer dan 500 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaan bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en dat zonder heiwerkzaamheden kan worden gebouwd. 5.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 5.2 sub a met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Afwijken als bedoeld in artikel 5.3 sub a. kan, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologische deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. c. Afwijken als bedoeld in artikel 5.3 sub a. kan voorts, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken regels te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (middelhoge verwachting)' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

13

Chw Arnhem Centraal K3-K7

b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.4.2 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van artikel 5.4.1 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad of mogelijk schade kan worden voorkomen door aan de vergunning regels te verbinden gericht op: a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. het doen van opgravingen; c. begeleiding van de aanlegwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 5.4.3 Uitzonderingen Het verbod, als bedoeld in artikel 5.4.1 sub a, is niet van toepassing indien: a. de werken die, voor zover deze zijn gelegen binnen deze bestemming, een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m2 of een omvang van 500 m2; b. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingvergunning; c.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 5.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

Het is verboden binnen de voor 'Waarde - Archeologie (middelhoge verwachting)' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning) reeds aanwezige bouwwerken te slopen indien het oppervlak groter is dan 500 m2, de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt en deze liggen in een beschermd stadsgezicht. 5.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (middelhoge verwachting)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

14

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Bouwen binnen bouwvlak

a. Indien binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven mag, behoudens andersluidende bepalingen in deze regels, uitsluitend worden gebouwd binnen dit bouwvlak. b. Indien in een bestemmingsvlak geen bouwvlak is aangegeven, mag uitsluitend worden gebouwd voor zover daartoe in de betreffende bestemmingsregel uitdrukkelijk mogelijkheden zijn opgenomen. 7.2

Bebouwingspercentage

a. Indien in een bouwvlak geen bebouwingspercentage is aangegeven, mag dit vlak geheel worden bebouwd. b. Indien binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak en een bebouwingspercentage zijn aangegeven is het bebouwingspercentage van toepassing op de gronden binnen het bouwvlak. c. Indien in een bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak slechts één bebouwingspercentage is aangegeven geldt dit percentage voor het gehele bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak. d. Indien in een bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak meerdere bebouwingspercentages zijn aangegeven, gelden deze percentages voor die delen van het bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak waarin ze zijn aangegeven.

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

Onder gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van thuisprostitutie, raamprostitutie en seksinrichtingen.

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in deze regels opgenomen bebouwingsregels, voor zover betreffende de maximum bouwhoogte, de maximum goothoogte, het maximum vloeroppervlak en de maximum inhoud, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in de regels vastgelegde maten; b. de verplichting tot het bouwen binnen het bouwvlak, mits: 1. de overschrijding van het bouwvlak niet meer bedraagt dan twee meter, de bestemmingsgrens niet wordt overschreden en het de bouw betreft van erkers, luifels, balkons of galerijen; 2. het de bouw van volledig beneden peil gelegen bouwwerken betreft, mits: a. een diepte van 6 meter niet wordt overschreden; b. het maaiveld wordt afgewerkt op een wijze die past binnen de bestemming; c. geen onevenredige toename van de parkeerdruk plaatsvindt; d. de bestemmingsgrens niet wordt overschreden; c. de bestemmingsbepalingen voor het oprichten van: 1. kunstobjecten en niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals transformatorstations, rioolgemalen, schakelhuisjes, telefooncellen met een inhoud groter dan 3 m3, en haltes van vervoersdiensten, alle met een inhoud van maximaal 75 m3; 2. sirenemasten met een hoogte van maximaal 18 m; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van (tele)communicatie: a.

voorzover vrijstaand, met een hoogte van maximaal 20 m; "Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

15

Chw Arnhem Centraal K3-K7

b. voorzover op of aan een ander bouwwerk te plaatsen, met een hoogte van maximaal 8 m boven de aangegeven maximumbouwhoogte; c. geluidwerende voorzieningen voor zover deze noodzakelijk zijn ingevolge de bepalingen van de Wet geluidhinder; d. de in deze regels opgenomen bestemmingsbepalingen en de bebouwingsregels voor het realiseren van bebouwing en voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie in de vorm van warmte-koudeopslag; e. de in deze regels opgenomen bepalingen omtrent de maximum bouwhoogte voor het oprichten van hekwerken ten behoeve van het gebruik van platte daken als dakterras tot een maximum van 1 m boven de maximaal toegestane bouwhoogte mits: 1. dit passend is in het bebouwingsbeeld van de omringende bebouwing en 2. de belangen van omwonenden met betrekking tot privacy, uitzicht en bezonning niet onevenredig worden geschaad. f. het bepaalde in Artikel 8 voor de vestiging van maximaal één seksinrichting per wijk onder voorwaarde dat: 1. het geen raamprostitutie betreft; 2. de aanvraag past binnen de ruimtelijk relevante aspecten van het vestigingsbeleid prostitutie; 3. het aantal seksinrichtingen, niet zijnde raamprostitutiebedrijven, op het grondgebied van de gemeente Arnhem na het verlenen van ontheffing niet meer dan acht zal bedragen; 4. er in de wijk nog geen seksinrichting is; 5.

de seksinrichting niet in een appartementengebouw wordt gevestigd; 6. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast; 7. er geen onevenredige parkeerdruk ontstaat; 8. de afstand tot de dichtstbijzijnde seksinrichting hemelsbreed tenminste 250 m bedraagt; 9. de inrichting niet meer dan acht werkplekken bevat.

Artikel 10 10.1

Overige regels

Hogere waarden nieuwe woningen

a. Met het vaststellen van het voorliggende bestemmingsplan met verbrede reikwijdte wordt, gebruikmakend van artikel 7c, lid 9 van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet, ter plaatse van de volgende aanduidingen op de navolgende afbeeldingen 1 en 2 de daarbij aangeven hogere waarden ingevolge artikel 59, lid 1 en 83, lid 2 van de Wet geluidhinder vastgesteld: Aanduiding

R1 R2 R3 W1 W2

16

Vast te stellen Toegepaste aftrek in hogere dB (art. 110g Wgh) geluidbelasting in dB 68 dB N.v.t. 66 dB N.v.t. 65 dB N.v.t. 52 dB 5 50 dB 5

Geluid afkomstig van : Gevel (naam wegvak/ baanvak) Arnhem-Zevenaar Zie afbeelding 1 Arnhem-Zevenaar Zie afbeelding 1 Arnhem Zevenaar Zie afbeelding 1 Amsterdamseweg Zie afbeelding 2 Centrumring Zie afbeelding 2

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Afbeelding 1;

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

17

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Afbeelding 2; b. de hogere waarden zoals bepaald onder a zijn toelaatbaar mits: 1. voor deze woningen sprake is van minimaal één geluidluwe gevel of een akoestisch gelijkwaardige oplossing; 2. voor een geluidbelaste woning sprake is van minimaal één geluidluwe buitenruimte of een akoestisch gelijkwaardige oplossing; c. de hogere waarden worden voor maximaal 40 woningen vastgesteld. 10.2

Parkeren

10.2.1 Parkeerregeling a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de 18

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. b. Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken - waarvoor een omgevingsvergunning is benodigd - daartoe aanleiding geeft, moet, voor wat betreft de toename in de parkeer- of stallingsbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. c. De onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van personenauto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. d. Aan het bepaalde onder a. wordt geacht te zijn voldaan indien de ruimte voor parkeren of stallen voldoet aan de in de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem daartoe opgenomen normen. 10.2.2 Laden of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, dient, onverminderd het bepaalde elders in de regels van dit plan, in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in, of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

10.2.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in artikel 10.2.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in artikel 10.2.6, zoals die golden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.2.1 onder a en b. 10.2.4 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de artikelen 10.2.1 en 10.2.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 10.2.5 Voorwaarden voor afwijken Afwijken van de regels, als bedoeld in de artikelen 10.2.1 en 10.2.2 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie. 10.2.6 Beleidsregels a.

Burgemeester en wethouders passen deze bouwregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.2.1 onder a en b. b. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 10.3

Woningsplitsing en verkamering

10.3.1 Omgevingsvergunningwoningsplitsing en verkamering Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik) de volgende activiteiten uit te voeren: a. het splitsen van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan naar twee of meerdere zelfstandige woningen; b. het verkameren van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan (vanaf drie onzelfstandige wooneenheden);

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

19

Chw Arnhem Centraal K3-K7

10.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplichthospes/hospita Het onder artikel 10.3.1, onder b, vervatte verbod geldt niet wanneer sprake is van het verkameren door een hospes/hospita. 10.3.3 Voorwaarden woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.3.1 onder a, verlenen indien: a. de gebruiksoppervlakte van de woning gelijk is aan of groter is dan 110 m2, en; b. de gebruiksoppervlakte van elke zelfstandige woning die als gevolg van splitsing ontstaat niet kleiner is dan 70 m2, en; c. de gesplitste woningen over een bergingsruimte met een oppervlakte van ten minste 5 m2 per woning en; d. de gesplitste woningen beschikken over een buitenruimte. 10.3.4 Voorwaarden verkamering a. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.3.1, onder b, verlenen indien: 1. de gebruiksoppervlakte van de woning gelijk is aan of groter is dan 110 m2, en; 2. het gebouw niet opgedeeld wordt in meer dan één onzelfstandige wooneenheid per 18 m2 gebruiksoppervlakte; en; 3. het verkamerde gebouw minimaal beschikt over een bergingsruimte met een oppervlakte van ten minste 3 m2 ten behoeve van de stalling van fietsen, afvalcontainer(s) of afvalzakken. Vanaf 4 onzelfstandige wooneenheden geldt als aanvullende eis dat 1 m2 bergingsruimte per wooneenheid wordt toegevoegd. b.

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.3.1, onder b, wordt in ieder geval niet verleend indien: 1. sprake is van verkameren met als doel het verschaffen van kortdurend verblijf van maximaal 3 maanden, te vergelijken met logies, al dan niet als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden, aan werknemers; of 2. zich door het verkameren een niet-verkamerd gebouw wordt ingesloten door legale kamergewijze bewoning van gebouwen aan dezelfde straat. 3. indien een bijgebouw in gebruik wordt genomen als onzelfstandige wooneenheid. 10.3.5 Strijdig gebruik kamergewijze bewoning Onder gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het bewonen, of laten bewonen, van een kamergewijze bewoning door meer dan één persoon per 18 m2 gebruiksoppervlakte; b. het verschaffen van kortdurend verblijf van maximaal 3 maanden, te vergelijken met logies, al dan niet als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden aan werknemers in een kamergewijze bewoning; c. het gebruik van bijgebouwen als onzelfstandige wooneenheid in een kamergewijze bewoning.

20

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

Chw Arnhem Centraal K3-K7

Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

11.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.1.2 Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 11.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 11.1.1 met maximaal 10%. 11.1.3 Artikel 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2

Overgangsrecht gebruik

11.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.2.4 Artikel 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Chw Arnhem Centraal K3-K7'.

"Chw Arnhem Centraal K3-K7" (vastgesteld)

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=15c2ced6-61b0-4c04-97f8-35ba5a55d7ae