CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Aangenomen amendement "Gebiedsontzegging" (artikel 2.4.3, lid 1 en 2 APV) (22A83) van de fracties SP en VVD

Politieke Avond 23 november 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Wijziging van de APV Hoofdstuk 2, afdelingen 4 en 5940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANGENOMEN

Gemeenteraad Arnhem

Bij elkaar op

23 november 2022

Bij de bespreking van

Wijziging van de APV hoofdstuk 2, afdelingen 4 en 5

Wijzigingsvoorstel van

Sarah Dobbe – SP Hasan Kumas - VVD

Titel van het wijzigingsvoorstel

Gebiedsontzegging (artikel 2.4.3, lid 1 en 2 APV)

Nummer Zaaknummer

22A83 677061

De volgende raadsleden stellen de volgende verandering voor: 1. Het opschrift, het eerste en het tweede lid van het voorgestelde artikel 2.4.3. van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem (APV) te wijzigen en samen met de bijbehorende toelichting als volgt vast te stellen: “Artikel 2.4.3 Gebiedsontzegging 1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde aan een persoon die op een openbare plaats handelingen verricht die de openbare orde verstoren of die strafbare feiten pleegt, het bevel te geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. De burgemeester is bevoegd aan een persoon aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die opnieuw op een openbare plaats handelingen verricht die de openbare orde verstoren of die strafbare feiten pleegt, in het belang van de openbare orde het bevel te geven zich gedurende ten hoogste drie maanden niet in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.” Het komt voor dat dezelfde mensen herhaaldelijk ernstige overlast veroorzaken of overtredingen begaan op dezelfde plek, zoals diefstal, geweld, seksueel overschrijdend gedrag, vernieling of bedreiging. Het kunnen opleggen van een tijdelijk gebiedsverbod bij terugkerende overlast of strafbare feiten is in Arnhem maar beperkt mogelijk.

De politie geeft aan dat dat zij geholpen zouden zijn met het uitbreiden van deze mogelijkheid in het doen van hun werk en dat een tijdelijk opgelegd gebiedsverbod voor hen ook goed te handhaven is. Vaak is het opleggen van boetes, het aanhouden van mensen of geven van waarschuwingen voldoende bij ernstige terugkerende overlast en overtredingen, maar waar dat niet zo is kan het helpen om de mensen die dit herhaaldelijk blijven doen een tijdelijk gebiedsverbod op te leggen om de

overlast tegen te gaan, een gebeid en capaciteit van de politie te ontlasten en om een patroon te doorbreken bij de betreffende persoon. Toelichting artikel 2.4.3 APV: Artikel 2.4.3 Gebiedsontzegging Met deze bepaling in de APV kan een burgemeester in het belang van de openbare orde optreden tegen een persoon die de openbare orde verstoort of een persoon die strafbare feiten pleegt op een openbare plaats in Arnhem. De gebiedsontzegging was in eerste instantie bedoeld voor gebruik bij overlast veroorzaakt door drugshandel en harddrugsgebruik en overlast van personen met steekwapens. Maar het instrument kan op basis van de nieuwe tekst breder worden ingezet, namelijk in het belang van de openbare orde en kan worden opgelegd aan een persoon die op een openbare plaats in Arnhem strafbare feiten pleegt of handelingen verricht die de openbare orde verstoren. Bij toepassing wordt beoogd de overlast in de openbare ruimte te verminderen en om onveiligheidsgevoelens tegen te gaan.

Bij strafbare feiten dient het te gaan om (één van) de navolgende gedragingen die strafbaar zijn gesteld en die verband houden met (het belang van) de openbare orde op openbare plaatsen in Arnhem:  belediging groep mensen (artikel 137c Wetboek van Strafrecht);  openlijke geweldpleging(artikel 141 Wetboek van Strafrecht);  wederspannigheid (artikelen 180-182 Wetboek van Strafrecht);  negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel (artikel 84 Wetboek van Strafrecht)  schennis van de eerbaarheid (artikel 239 Wetboek van strafrecht)  belediging ambtenaar in functie (artikelen 266 en 267 Wetboek van Strafrecht);  bedreiging (artikel 285 Wetboek van Strafrecht);  mishandeling (de artikelen 300-303 Wetboek van Strafrecht);  diefstal op openbare plaatsen, zoals winkelcentra, markten en horecagebieden (artikelen 310 en 311 Wetboek van Strafrecht);  afpersing (art. 317 Wetboek van Strafrecht);  afdreiging (art. 318 Wetboek van Strafrecht);  vernieling (artikelen 350 en 351 Wetboek van Strafrecht);  straatschenderij (artikel 424 Wetboek van Strafrecht;  openbare dronkenschap (artikelen 426 en 453 Wetboek van Strafrecht;  verkopen van drugs in het openbaar (Opiumwet);  overtredingen Wet wapens en munitie (denk aan het (openlijk) bij zich dragen van vuuren steekwapens, wapenstokken, boksbeugels e.d.);  gevaarlijk rijgedrag (artikel 5 Wegenverkeerswet).

22A83/p.2

AANGENOMEN

Bij openbare orde verstorende handelingen gaat het om (één van de) overlastgevende gedragingen als omschreven in de hierna genoemde APV-artikelen:        

Artikel 2.4.2 Overlast door drugshandel op straat; Artikel 2.4.4 Overlast door openlijk drugsgebruik; Artikel 2.4.7 Vervoer inbrekerswerktuigen; Artikel 2.4.7a Verbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen; Artikel 2.4.10 Hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen; Artikel 2.4.10a Verplichte route; Artikel 2.4.11 Verboden drankgebruik; Artikel 2.4.12a Verboden gedrag bij of in gebouwen;

Oplegging van een gebiedsontzegging brengt een beperking van het in verdragen beschermde recht op bewegingsvrijheid met zich mee. Een beperking van dit recht is toegestaan als het belang van de openbare orde hiertoe noodzaakt en de beperking niet verder gaat dan strikt noodzakelijk is. Zo moet de burgemeester bij het opleggen van de bevelen kijken naar de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene, die het noodzakelijk kunnen maken om de bevelen te beperken. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin betrokkene in het beoogde gebied zijn woning heeft of er zijn werk of beroep uitoefent. Net als in de huidige situatie bestaat de mogelijkheid om deze bevoegdheid onder instructies te beleggen bij (te mandateren aan) bepaalde daartoe aangewezen functionarissen van de politie, zodat nog adequater optreden kan plaatsvinden. In een beleidsregel kan de burgemeester uitwerken op welke wijze hij omgaat met deze bevoegdheid. Sarah Dobbe – SP Hasan Kumas - VVD

22A83/p.3

AANGENOMEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=f8c54eda-cfbe-4fd8-a7c5-da2df84b06cc