Aanbiedingsbrief Gelders Archief ontwerp-wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling Gelders Archief 2026
Tekst van het document
GELDER - S AR- CHIEF
IB
ontvangen 14 APR 1015
Aan het college van burgemeester en
wethouders van de gemeente Arnhem Postbus 9029 VIII',9115'iq'IW91tlll75'i'IWllp
6800 EL Arnhem
Aanpassing gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum "Gelders Archief' aan de Wgr ( 2022)
Onderwerp
:
Nummer Datum
: :
DB2025 / 3 11 april 2025
Geacht college, Vanwege wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen ( Wgr) die per 1 juli 2022 in werking zijn getreden, is het noodzakelijk de gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum "Gelders Archief" ( GR ) zodanig aan to passen dat deze in overeenstemming is met de genoemde wet. De aanpassing van de GR aan de Wgr heeft vertraging opgelopen omdat aanvankelijk de intentie was om de wijziging samen to laten vallen met het uittreden van het Rijk uit de GR. Vanwege uitstel van de besluitvorming over de nieuwe Archiefwet, waarvan de uittreding van het Rijk uit de GR afhankelijk is, vindt het aanpassen van de GR ( toch ) in twee stappen plaats en ligt nu het aanpassen van de GR vanwege de Wgr ter instemming voor.
Voortgang uittreding R#k en nieuwe Archiefwet In juni 2018 en december 2021 heeft toenmalig Minister Slob schriftelijk aangegeven dat het Rijk gaat uittreden uit de gemeenschappelijke regelingen van de Regionaal Historische Centra ( RHC) . Om uittreding mogelijk to maken client de Archiefwet gewijzigd to worden. Deze wijziging was in eerste instantie voorzien voor 2021, maar is meerdere keren uitgesteld. Op 1 februari 2024 is door het ministerie van OCW en de RHC een bestuursconvenant getekend vanwege deze terugtreding. De Tweede Kamer heeft begin dit jaar de nieuwe Archiefwet goedgekeurd, die in april a.s. in behandeling genomen wordt door de Eerste Kamer. De ingangsdatum van de Archiefwet 20XX is naar verwachting 1 juli 2026. De uittreding van het Rijk is aan de orde per 1 januari 2027 ( en dus niet gelijktijdig met de datum invoering Archiefwet ) . In opdracht van het ministerie van OCW hebben diverse juristen de gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum "Gelders Archief" getoetst aan de nieuwe Wgr. Het algemeen bestuur van het Gelders Archief is tussentijds geinformeerd over de voortgang. Op 20 maart j.l. heeft het algemeen bestuur van het Gelders Archief akkoord gegeven op de gehele inhoud van de voorliggende GR tekst. De belangrijkste wijzigingen in de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum "Gelders ArchiPf" 7ijn :
Westervoortsedijk 67- D 6827 AT Arnhem T +31 ( 0) 26 352 16 00 info@geldersarchief.nl www.geldersarchief.nl
♦O Ak
i
• • •
•
Aan artikel 14 zijn 3 artikelen ingevoegd om to voldoen aan de informatieplicht. Artikel 16 bevat de afspraak dat de jaarstukken met de financiele en operationele cijfers van het Gelders Archief jaarlijks aan de gemeenten worden verstrekt. In artikel 35, artikel 35A en artikel 37, die gaan over de afspraken bij de uittreding, zijn de
implicaties van het bestuursconvenant verwerkt met name ook met betrekking tot de toekomstige financiele zekerheden aan de GR na uittreding van het Rijk. Artikel 38 is uitgebreid en bevat afspraken over evaluatie en bekendmaking van wijzigingen.
Om de wijzigingen door to kunnen voeren is, conform artikel 1 Wgr, toestemming van alle deelnemende partijen aan de regeling nodig. Omdat u een van deze partijen bent, verzoek ik u, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, akkoord to gaan met de wijzigingen die in de bijlagen worden gepresenteerd en toegelicht. Graag ontvang ik, na toestemming van uw Raad, van u het definitieve besluit om de wijzigingen door to voeren.
Nadat de wijzigingen zijn ondertekend door alle burgermeesters en secretarissen van de deelnemende gemeenten en het ministerie van OCW het besluit voorgehangen heeft bij de Tweede Kamer ter goedkeuring, tekent de minister het besluit en wordt het gepubliceerd in de Staatscourant. Vanaf dat moment treedt de regeling in werking. Namens het dagelijks bestuur van het Gelders Archief, De directeur,
Voor deze,
Mw. drs. A. Ollefers
Manager Bedrijfsvoering
Bijlagen: 1. het voorstel tot wijzigen van de GR met een toelichting 2. de integrale concepttekst van de gewijzigde GR
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal,
Gelet op de hoofdstukken I en VIII van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Nemen in aanmerking : dat zij een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen tot de instelling van een openbaar lichaam dat de archiefbescheiden en collecties beheert die berusten in de gemeentelijke arch iefbewaarplaatsen van de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal en in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Gelderland; dat deze Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief moet worden aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen ( Stb. 2022, 18 ) ; Besluiten : De Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief wordt als
volgt gewijzigd :
Artikel I A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd 1. In onderdeel a en d wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 2. In onderdeel e vervalt', en'. B
1.In artikel 2 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 2. In het derde lid wordt 'in het derde lid' vervangen door'artikel 2b'. 3. In het vierde lid wordt "gemeenten" vervangen door "colleges".
C
1
In artikel 2b, aanhef, en onderdeel c, d en e, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. D
In artikel 3 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt 'voor het Nationaal Archief' vervangen door 'voor de archiefbescheiden van het Rijk'. E
In artikel 4, tweede, vijfde en achtste lid, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. F
In artikel 6, vierde lid, wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. G
In artikel 7 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. H
In artikel 8, eerste en derde lid, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. I In artikel 9 wordt De Minister' vervangen door 'De minister'.
J
In artikel 14, tweede lid, wordt 'dat is aangewezen de Minister' vervangen door 'dat is aangewezen door de minister'. K Na artikel 14 worden drie artikelen ingevoegd, luidende :
Arti kel 14a 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de
gemeenten of de minister schriftelijk alle inlichtingen die de raden of de minister nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
2
2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de
gemeenten of de minister op verzoek van de raden of een of meer leden daarvan, onderscheidenlijk op verzoek van de minister zo spoedig mogelijk, dock in ieder geval binnen 45 dagen, schriftelijk de door hen gevraagde inlichtingen. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat hem heeft aangewezen of de minister schriftelijk alle inlichtingen die worden verlangd door het college of een of meer leden daarvan, onderscheidenlijk door de minister. 4. De minister en ieder college zijn bevoegd een door hen aangewezen lid in het algemeen bestuur ontslag to verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de minister of de raad niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14b De minister en de colleges en de raden van de gemeenten kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn
verstrekt of dienden to zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
Artikel 14c Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. L
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd : 1. In het eerste tot en met vierde en zevende lid, wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 2. In het eerste lid vervalt de laatste volzin. 3. In het vierde lid wordt'tweede lid' vervangen door'derde lid'. M
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd 1. In het derde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende : De minister en de raden worden vervolgens gedurende twaalf weken in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter kennis van het algemeen bestuur to brengen. 2. In het vierde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. :
N
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd :
3
1. In het eerste lid wordt '15 april' vervangen door '30 april' en wordt 'de Minister' vervangen
door 'de minister'. 2. In het tweede lid wordt 'acht weken' vervangen door 'twaalf weken' en wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 3. In het vijfde en zesde lid wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. 4. In het vijfde lid wordt 'de verkrijgbaarstelling' vervangen door 'het verkrijgbaar stellen' 5. Cr wordt een lid toegevoegd, luidende : 7. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten en de minister voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zesde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. O
Artikel 18a wordt als volgt gewijzigd 1. In het tweede lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 2. In het derde lid wordt '1 augustus' vervangen door '15 september'. :
p
In artikel 20 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. Q
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd : 1. In het tweede lid wordt '15 april' vervangen door '30 april' en wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 2. In het derde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. 3. In het vierde lid wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt '15 april' vervangen door '30 april'. 4. In het vijfde lid wordt '15 juli' vervangen door '15 september' en wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. R
In artikel 22 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. S
In artikel 23 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. T
In artikel 25 wordt 'De Minister' vervangen door De minister'.
4
U
In artikel 27 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. V
In artikel 28 wordt 'de Minister' telkens vervangen door 'de minister'. W
In artikel 34 wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister' en wordt toegevoegd ', met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen'. X
Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd 1. Het eerste, tweede en derde lid komen to luiden : 1. Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van het betreffende bestuursorgaan of de betreffende rechtspersoon. Het college van een uittredende gemeente overlegt daarbij ook het besluit tot toestemming van de raad van de :
gemeente. 2. Het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van een jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, die worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast to stellen uittredingsplan. 2. Er worden drie leden toegevoegd, luidende : 4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin omschreven financiele verplichtingen zijn bindend. 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon gehouden om binnen zes maanden de daarin omschreven financiele verplichtingen aan het Gelders Archief to voldoen. 6. In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de minister besluit tot uittreden het uittredingsplan uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar van uittreding vastgesteld en moet de minister binnen een half jaar na de uittreding aan zijn verplichtingen voortvloeiende uit het vijfde lid voldoen. Y
Na artikel 35 wordt een artikel ingevoegd, luidende :
5
Artikel 35a bevat de financiele, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon. 2. De uittreedsom wordt als volgt bepaald : de uittreder betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de jaarlijks? bijdrage. 3. Voor wat betreft de juridische, personele en organisatorische consequenties geldt dat het algemeen bestuur met uittreder de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten onderzoekt. Het voorgaande behoeft echter niet to leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding, bedoeld in artikel 35, eerste lid. 4. Als uittreding door de minister plaatsvindt onder gelijktijdige voortzetting van de financiering van het beheer van het rijksarchief, is het tweede lid niet van toepassing op de uittreding door de minister. 1. Het in artikel 35, derde lid, bedoelde uittredingsplan
z In artikel 36, eerste lid, wordt 'de Minister' vervangen door 'de minister'. AA
Artikel 37 komt to luiden :
Artikel 37 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij gezamenlijk besluit van de minister en alle
colleges minus 66n. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college to brengen. 2. Indien wordt besloten tot opheffing van de regeling, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de minister en van de gemeenten om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de minister en de gemeenten to verdelen op een in het plan to bepalen wijze. AB
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd 1. Het tweede lid wordt vervangen door drie leden, die luiden : 2. De werking van deze regeling zal geevalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers :
voorleggen.
6
3. Besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling worden door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomst artikel 26,
tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. AC De financiele bijlage vervalt.
Artikel II Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Eppo Bruins
7
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, de burgemeester,
de secretaris,
8
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, de burgemeester,
de secretaris,
9
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders vari de gemeente Rheden, de burgemeester,
de secretaris,
10
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders vaii de gemeente Rozendaal, de burgemeester,
de secretaris,
11
Toelichting Algemeen Op 1 juli 2022 is een aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen ( verder : Wgr ) in werking getreden. Uit deze wijziging volgen voor alle samenwerkingsverbanden op basis van de Wgr verplichte wijzigingen, waarvoor elk samenwerkingsverband twee jaar de tijd heeft om haar regelingen daarop aan to passen. Op 1 juli 2024 dieriden alle RI IC's zodocnde hun gemeenschappelijke regelingen to hebben aangepast, waar deze regeling met enige vertraging in voorziet. De wijzigingen die volgen uit de aangepaste Wgr hebben als doel de vertegenwoordigende organen ( i.c. de gemeenteraden ) beter in positie to brengen. Het betreft onder meer de facultatieve zienswijzeprocedure voor besluiten, participatie van ingezetenen en belanghebbenden, actieve informatieplicht, wijziging van de termijnen voor toezenden ontwerpbegroting aan raden, verplichte reactie dagelijks bestuur op ingediende zienswijzen, evaluatiebepaling en aanscherping uittredingsregeling.
Artikelsgewijs Artikel 14a - 14c Deze artikelen zijn toegevoegd vanwege de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr en hebben betrekking op de informatieplicht.
Artikel 16 In artikel 16, eerste lid, is de verwijzing naar de financiele bijlage vervallen. Tevens is in deze wijzigingsregeling bepaald dat de bijlage, die niet meer actueel was, zelf vervalt.
Artikel 17 Dit artikel is aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr. De termijn voor zienswijzen is opgerekt naar twaalf weken.
Artikel 18 De termijnen in lid 1 en 2 ten aanzien van de ontwerpbegroting zijn aangepast vanwege de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr. Schriftelijke reactie van het dagelijks bestuur voorafgaande aan het vaststellen van de begroting op zienswijze is toegevoegd in lid 7.
Artikel 18a De termijn in lid 3 ten aanzien van de aanleverdatum van de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten van de provincie is aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr.
Artikel 21 De termijnen in lid 2, 4 en 5 ten aanzien van de jaarrekening zijn aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr.
Artikel 34, 35, 35a, 36 en 37 Deze artikelen zijn aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr en betreffcn de toetreding, uittreding, wijziging en opheffing van de regeling. Voor de uittreding van de
minister is een uitzondering op de bepalingen over de ( financiele ) gevolgen van de uittreding gemaakt. Reden hiervoor is dat de minister heeft aangekondigd ook na uittreding de
12
financiering aan het Gelders Archief in stand to houden op het niveau van het laatste jaar van deelname aan deze gemeenschappelijke regeling. De afspraken over de samenwerking en ondersteuning van het Gelders Archief zijn opgenomen in het "Bestuursconvenant duurzame samenwerking ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de regionale historische centra" d.d. 1 februari 20241. Het tweede lid van artikel 35a is om deze reden niet van toepassing op de uittreding van de minister. Wel zal de minister bij zijn uittreding met het Gelders Archief in gesprek gaan over kosten die mogelijk alsnog met de uittreding samenhangen.
Artikel 38 Dit artikel is aangepast aan de per 1 juli 2022 ingetreden aangepaste Wgr waardoor de mogelijkheid tot evaluatie van de regeling is opgenomen. Tevens is de registratie in het register Gemeenschappelijke regelingen opgenomen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Eppo Bruins
1
Stcrt 2024, 6919
13
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, de burgemeester,
de secretaris,
14
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders van de gerneente Renkum, de burgemeester,
de secretaris,
15
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, de burgemeester,
de secretaris,
16
Toelichting bij de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief
Burgemeester en wethouders van do gemeente Rozendaal, de burgemeester,
de secretaris,
17
Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum `Gelders Archief' ( na
inwerkingtreding wijzigingsbesluit ) Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder : de minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; a. de gemeenten de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal; b. archiefbescheiden archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de C. Archiefwet 1995; collecties : de verzameling historische voorwerpen, boeken en overige schriftelijke en d. elektronische bescheiden in de meest ruime zin des woords, niet zijnde archiefbescheiden, in eigendom van of beheer bij de minister en de gemeenten voor /- over het betreft voorwerpen of bescheiden bij de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarplaats van de gemeenten; e. colleges de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; f. provincie : de provincie Gelderland. :
:
:
Artikel 2 1.
2. 3.
4.
De regeling wordt getroffen met het doel de belangen van de minister en de colleges bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden, collecties, individuele documenten en dergelijke die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten, in gezamenlijkheid to behartigen. Het Gelders Archief voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, het archiefbeleid van de minister en de gemeenten mede uit. De minister en de gemeenten kunnen met het Gelders Archief afspraken maken over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de in artikel 2b genoemde taken en bevoegdheden. De minister en de colleges kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop het Gelders Archief de belangen, bedoeld in het eerste lid, behartigt.
Arti kel 2a 1.
2.
Er is een openbaar lichaam genaamd Gelders Archief. Het Gelders Archief is gevestigd to Arnhem.
Artikel 2b Aan het bestuur van het Gelders Archief zijn de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de colleges en de minister overgedragen : a. de beheerstaken, to onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden die berusten in de in artikel 2 genoemde archiefbewaarplaatsen; b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 17, 18, 19, 20, 31 en 32, eerste en derde lid, van de Archiefwet 1995; de C. bevoegdheid van de minister om op grond van de artikelen 25 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie to benoemen, to schorsen en to ontslaan; het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister en de colleges van de d. gemeenten over de taken en bevoegdheden, die door de minister of de colleges van de gemeenten worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30 en 32, tweede lid, van de Archiefwet 1995, en het verrichten van door de minister of de colleges opgedragen andere taken die verband e. houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2.
Artikel 3
1
Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de kosten, bedoeld in artikel 19 Archiefwet 1995, vast bij unanimiteit en volgt daarbij zoveel mogelijk de regels die de minister op grond van artikel 19 Archiefwet 1995 heeft vastgesteld voor de archiefbescheiden van het Rijk.
Artikel 4 1.
2. 3. 4. 5.
6. 7. 8.
9.
Het algemeen bestuur bestaat uit 6 leden. De minister wijst 3 leden aan. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wijst uit zijn midden 2 leden aan. De colleges van burgemeester en wethouders van Renkum, Rheden en Rozendaal, wijzen uit hun midden gezamenlijk 1 lid aan. De minister en de colleges kunnen voor ieder, al dan niet gezamenlijk, lid tevens 66n plaatsvervangend lid, voor het college uit zijn midden, aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college van de betreffende gemeente afloopt. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zesde lid is geeindigd, kan opnieuw
worden aangewezen. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de minister of het betreffende college van burgemeester en wethouders dan wel de betreffende colleges van burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
Arti kel 5 1.
Ieder lid van het algemeen bestuur heeft 66n stem.
2.
Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger in een andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenspanning speelt of de integ riteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. Het vierde lid is niet van toepassing : a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende b. vergadering aan de orde waren gesteld. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, voor zover de regeling niet anders bepaalt. Bij een schrittelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.
3. 4.
5.
6.
7.
Artikel 6 1.
Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan het Gelders Archief toeyekende taak alle bevoegdheden die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.
2
2.
3.
4.
Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 29, tot rijksarchivaris in de provincie Gelderland en tot gemeentearchivaris van Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal benoemen. Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur worden geen beperkingen opgelegd ingevolge artikel 31 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, mits het totaal van de aangegane verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde begroting geldt de procedure van artikel 18, 18a en 19. Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, cooperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee to dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan raden van de gemeenten en de minister in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur to brengen. Het besluit wordt genomen bij unanimiteit.
Artikel 7 Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de minister, de raden van de gemeenten en de colleges de door hen gevraagde inlichtingen.
Artikel 8 1.
2.
3.
Een lid van het algemeen bestuur dat door de minister is aangewezen verstrekt aan de minister zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door de minister
gevraagde inlichtingen. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het betreffende college van burgemeester en wethouders of de colleges van burgemeester en wethouders die hem in gezamenlijkheid hebben aangewezen en aan de betreffende raad of raden van de gemeenten zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. De colleges en de minister kunnen een lid van het algemeen bestuur dat zij hebben aangewezen, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden to zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
Artikel 9 De minister en de colleges kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslag verlenen.
Artikel 10 1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere door het algemeen bestuur uit zijn midden aan to wijzen leden.
2.
Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid to zijn van het algemeen bestuur. Artikel 4, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft een stem. Besluitvorming vindt plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen, voor zover niet anders bepaald in de regeling. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering.
3. 4. 5. 6.
Artikel 11
3
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als 66n of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.
Artikel 12 Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.
Artikel 13 Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met : het voeren van het dagelijks bestuur van het Gelders Archief; beslissingen van het algemeen bestuur voorbereiden en uitvoeren; C. regels vaststellen over de ambtelijke organisatie van het Gelders Archief; ambtenaren benoemen, schorsen en ontslaan; d. besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het Gelders Archief, met uitzondering e. van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 6, vierde lid; besluiten namens het Gelders Archief, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur f. rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures to voeren of handelingen ter voorbereiding daarop to verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van g. alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit; het beheer van de activa en passiva van het Gelders Archief, en h. de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het i. geldelijk beheer en de boekhouding van het Gelders Archief. a. b.
Artikel 14 1.
2.
De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. In aanvulling op het eerste lid wijst het algemeen bestuur als voorzitter bij toerbeurt voor een periode van twee jaar een lid aan dat is aangewezen door het college respectievelijk het lid dat is aangewezen door de minister. Het algemeen bestuur stelt hiertoe een rooster op.
3. 4. 5. 6.
Uit de overige leden van het dagelijks bestuur, bedoeld in artikel 10, eerste lid, worden een of meerdere plaatsvervangend voorzitters aangewezen. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij aan de directeur het tekenen van bepaalde stukken heeft opgedragen. De voorzitter vertegenwoordigt het Gelders archief in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan to wijzen gevolmachtigde.
Arti kel 14a 1.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de gemeenten of de minister schriftelijk alle inlichtingen die de raden of de minister nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
2.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de gemeenten of de minister op verzoek van de raden of 66n of meer leden daarvan, onderscheidenlijk op verzoek van de minister zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 45 dagen, schriftelijk de door hen gevraagde inlichtingen.
3.
Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat hem heeft aangewezen of de minister schriftelijk alle inlichtingen die worden verlangd door het college of een of meer leden daarvan, onderscheidenlijk de minister.
4
4.
De minister en ieder college zijn bevoegd een door hen aangewezen lid in het algemeen bestuur ontslag to verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de minister of de raad niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 14b De minister en de colleges en de raden van de gemeenten kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden to zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur
gevoerde beleid.
Arti kel 14c Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Artikel 15 1.
2.
3.
Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden van het algemeen of dagelijks bestuur, voor zover zij niet de functie vervullen van burgemeester of wethouder van de gemeente, of als ambtenaar in rijks- of gemeentedienst werkzaam zijn, een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van Gelders Archief. De leden van de besturen, bedoeld in het eerste lid, ontvangen een tegemoetkoming in de kosten, waartoe worden gerekend reis - en verblijfkosten ten behoeve van het bijwonen van de vergaderingen van het algemeen bestuur. De in de voorgaande leden bedoelde vergoeding en tegemoetkoming worden door het algemeen bestuur vastgesteld en opgenomen in de jaarlijkse begroting.
Artikel 16 1.
2.
3.
4.
5.
6. 7.
De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking to stellen middelen worden verschaft door de minister en de gemeenten, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van de begroting. De minister en de colleges dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam to allen tijde
beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen to voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid. De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De gemeenten volgen in deze de minister in de aanpassing van zijn bijdrage. Het Gelders Archief kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de minister en de colleges vast to stellen percentage als bedoeld in het derde lid. Bij de start van het Gelders Archief en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4 : 34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Indien de minister of de gemeenten een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2b, onder d, waarvan de kosten niet zijn op to vangen in de begroting, wordt daarvoor door de minister of de gemeente opdrachtgever in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoreii overeengekomen vergoeding betaald.
Artikel 17
5
1.
2. 3.
4.
Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan en een meerjarenbegroting op. Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de ontwerpmeerjarenbegroting aan het algemeen bestuur. De minister en de raden worden vervolgens gedurende twaalf weken in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter kennis van het algemeen bestuur to brengen. Het algemeen bestuur stelt ze vast. Dertien maanden voorafgaand aan de periode waarop het beleidsplan en de meerjarenbegroting betrekking hebben, worden deze toegezonden aan de minister en de raden van de gemeenten. De minister en de colleges maken, binnen twee maanden na ontvangst van de in het derde lid genoemde stukken, gezamenlijk afspraken met het Gelders Archief over to behalen resultaten voor de komende vier jaren.
Arti kel 18 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting client, de algemene financiele en beleidsmatige kaders aan de raden van de gemeenten en de minister. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste twaalf weken voor de in artikel 18a, eerste lid, bedoelde vaststelling, de raden van de gemeenten en de minister een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Gelders Archief en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het algemeen bestuur het archiefbeleid en het cultuurbeleid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, vierde lid in acht en daarnaast de afspraken, bedoeld in artikel 17, vierde lid. In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Gelders Archief met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.
Van de terinzagelegging en het verkrijgbaar stellen geschiedt openbare kennisgeving. De raden van de gemeenten en de minister kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten en de minister voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zesde lid, het alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 18a 1.
2.
3.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij client. De begroting wordt vastgesteld bij unanimiteit. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de gemeenten en de minister, die ter zake bij gedeputeerde staten van de provincie hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval v66r 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting client, aan gedeputeerde staten van de provincie.
Artikel 19
6
1.
2.
Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. De artikelen 18 en 18a, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van die wijzigingen, waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen, bedoeld in artikel 16, eerste lid. Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen vier weken na de vaststelling aan gedeputeerde staten van de provincie.
Arti ke120 1.
De gemeenten en de minister voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in
twaalf maandelijkse termijnen. 2.
In afwijking van het eerste lid kunnen de gemeenten en de minister de bijdragen bij wijze van voorschot voldoen in door hcn nader to bepalen termijnen.
Arti ke 121 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de minister en de raden van de gemeenten. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant ( s ) van de minister en de gemeenten in to stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte ( controle ) werkzaamheden. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de minister en de raden van de gemeenten voor 30 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval v66r 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van de provincie. Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken algemeen
verkrijgbaar.
Artikel 22 1.
2.
Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve, of kan worden uitbetaald. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de minister en de raden van de gemeenten. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de minister en de gemeenten. De reserve in enig jaar bedraagt niet meer dan tien procent van de gezamenlijke bijdragen van de minister en de gemeenten van dat jaar.
Arti kel 23 Bij het jaarverslag stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de minister en de gcmccntcn vast.
Arti kel 24 1.
Het algemeen bestuur stelt repels vast met betrekking tot de organisatie van de financiele administratie en van het kasbeheer en de boekhouding van het Gelders Archief. Bij deze regels wordt bepaald Welke ambtenaren van het Gelders Archief met het doen van ontvangsten en betalingen worden belast.
7
2. 3.
Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de financiele administratie en het kasbeheer. Het algemeen bestuur neemt de besluiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
Artikel 25 De minister en de gemeenten kunnen, binnen het kader van de onderhavige regeling, gezamenlijk nadere repels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting, het financieel verslag, jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole.
Artikel 26 1.
2.
Overeenkomstig door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast to stellen regels, die aan gedeputeerde staten van de provincie worden medegedeeld, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het Gelders Archief. De archiefbescheiden van het Gelders Archief die op grond van de Archiefwet 1995 moeten worden overgebracht, komen to berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie.
Artikel 27 1.
2.
De colleges, de minister en het Gelders Archief verstrekken elkaar desgevraagd inlichtingen en gegevens welke zij nodig achten voor de uitoefening van hun taak. De minister en de colleges kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. Het Gelders Archief stelt de minister en de colleges to allen tijde in de gelegenheid toezicht to houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten.
Artikel 28 1.
2.
De colleges en de minister doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, voor het Gelders archief van belang zijn. De colleges en de minister kunnen, bij de in het eerste lid bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan de gemeenten of minister kenbaar maken.
Artikel 29 Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van het Gelders Archief.
Artikel 30 1.
2.
Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
Artikel 31 1.
2.
De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem. Met inachtneming van artikel 14, vijfdc lid, worden alle stukkeii, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de directeur mede ondertekend.
8
Artikel 32 Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur.
Artikel 33 1.
2. 3.
Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositie - en arbeidsvoorwaardenregeling vast. Het dagelijks bestuur volgt bij de vaststelling van de regelingen, bedoeld in het eerste lid, zoveel mogelijk de rechtspositieregeling van de gemeente Arnhem. Een regeling die afwijkt van de in het tweede lid bedoelde regeling, behoeft de instemming van de regionale vakbondsbestuurders.
Artikel 34 Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkende besluiten van de minister, het college, na verkregen toestemming van de raad van de gemeente, alsmede de toe to treden bestuursorganen of rechtspersonen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Arti kel 35 1.
2.
3.
4. 5.
6.
Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van het betreffende bestuursorgaan of de betreffende rechtspersoon. Het college van een uittredende gemeente overlegt daarbij ook het besluit tot toestemming van de raad van de gemeente. Het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van een jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, die worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast to stellen uittredingsplan. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin omschreven financiele verplichtingen zijn bindend. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon gehouden om binnen zes maanden de daarin omschreven financiele verplichtingen aan het Gelders Archief to voldoen.
In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de minister besluit tot uittreden het uittredingsplan uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar van uittreding vastgesteld en moet de minister binnen een half jaar na de uittreding aan zijn verplichtingen voortvloeiende uit het vijfde lid voldoen.
Artikel 35a 1.
Het in artikel 35, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiele, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door het uittredende bestuursorgaan of de uittredende rechtspersoon.
2.
De uittreedsom wordt als volgt bepaald : de uittreder betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de jaarlijkse
bijdrage. 3.
Voor wat betreft de juridische, personele en organisatorische consequenties geldt dat het algemeen bestuur met de uittreder de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten onderzoekt. Het voorgaande behoeft echter niet to leiden tot wijziging van
9
overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding, bedoeld in artikel 35, eerste lid. 4.
Als uittreding door de minister plaatsvindt onder gelijktijdige voortzetting van de financiering van het beheer van het rijksarchief, is het tweede lid niet van toepassing op de uittreding door de minister.
Artikel 36 1.
2.
Deze regeling kan worden gewijzigd bij besluit van de minister en van de colleges. De colleges hebben voor het besluit tot wijziging van de regeling de toestemming van de
raden van hun gemeenten nodig.
Artikel 37 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij gezamenlijk besluit van alle colleges minus een. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college to brengen. 2. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de minister en van de gemeenten om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de minister en de gemeenten to verdelen op een in het plan to bepalen wijze.
Artikel 38 1.
2.
3. 4.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de bekendmaking in de Staatscourant door de minister. De werking van de regeling zal geevalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers
voorleggen. Besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling worden door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomst artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 39 Deze regeling kan worden aangehaald als : gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'.
10