1c bijlagen BP Bijlage 7 Toelichting Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen
Tekst van het document
Bijlage 2 horende bij Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen van 11 mei 2021, kenmerk 565816
Verblijven voor gebouwbewonende soorten (neststenen)
A1. A2. A3. A4. A5. A6. A7.
Neststeen gierzwaluw - 1 punt Nestplaats huismus - 1 neststeen/kast/pan = 1 punt, 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten, 1 vogelvide = 2 punten Neststeen (gewone dwerg)vleermuis - 1 punt Neststeen zwarte roodstaart - 1 punt Insectensteen - 1 punt. Professioneel insectenhotel - 5 punten Neststeen huiszwaluw - 1 punt per neststeen met 2 kommetjes Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
B.
Opstalgebonden maatregelen
Gevel/dak: B1. Groen plat dak - 15 punten per 50m2 bij sedum, + 3 punten voor toevoeging grassen en kruiden, +3 punten voor toevoeging dwergheesters en/of struiken B2. Hellend sedumdak - 15 punten per 50m2 B3. Groene gevel - 5 punten per gevel B4. Geveltuin - 1 punt per tuintje B5. Beperken verlichting - 1/3/5/10 ptn* B6. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten Tuin: B7. Groene haag als erfafscheiding - per huis met 25% groene erfafscheiding 1 punt (huis met volledige groene erfafscheiding = 4 punten) B8. Egelpassages - alle tuinen egelpasseerbaar d.m.v. groene erfafscheidingen/openingetjes = in totaal 1/3/5/10 punten* B9. 1 inheemse boom van 2e of 3e orde grootte in tuin óf 3 struiken - 3 punten B10. Beperkte verharding - 1/3/5/10 punten* als hier in hele project rekening mee is gehouden B11. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
C. Omgevingsgebonden maatregelen: Verblijven voor niet-gebouwbewonende soorten (nestkasten): C1. Nestkast boomklever - 1 punt C2. Nestkast grote bonte specht - 1 punt C3. Nestkast steenuil - 2 punten C4. Nestkast bosuil - 2 punten C5. Vleermuiskast - 1 punt C6. Nestkast ooievaar - 25 punten C7. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten *Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten).
Versie maart 2021 - contactpersoon Anne Luijten anne.luijten@arnhem.nl
ONDERWERP
A.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
De maatregelen zijn verdeeld in:
PAGINA
In deze Maatregelencatalogus staan maatregelen benoemd die in, aan en om het huis en in de openbaar toegankelijke ruimte kunnen worden toegepast om natuurinclusief te bouwen. Daardoor ontstaat niet alleen een geschikte leefomgeving voor mensen, maar juist ook voor dieren en planten. De basisprincipes zijn eenvoudig: dieren zoeken een plek om te broeden (bijvoorbeeld in een neststeen of, ze zoeken beschutting (bijvoorbeeld in hoog gras of in hagen en struiken), ze moeten eten kunnen vinden (insecten, rupsen, bessen etc.) en het is fijn als er water beschikbaar is. Onderstaande maatregelen leveren, naast het vergroten van de biodiversiteit, vaak ook nog een heleboel andere voordelen op. Ze dragen bijvoorbeeld bij aan natuurbeleving en een klimaatbestendige stad. Samen bouwen we aan een groene stad.
1
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
D1. D2. D3. D4. D5.
Aanleg groene voorbeeldtuin - 3 punten Tuinklaarpakket - 2 punten x aantal bestelde natuurlijke tuinklaarpakketten Faciliteren van tuinontwerpsessies - 1 punt x aantal gegeven tuinontwerpsessies Biodiversiteitspakket aanbieden - 0.5 punt x aantal pakketjes Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
ONDERWERP
Bewustwordingsmaatregelen:
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
D.
PAGINA
Blauwe omgevingsmaatregelen: C21. Natuurvriendelijke oevers - 10 punten C22. Ecologische bodempassage of wadi - 5-10 punten afhankelijk van grootte C23. Amfibieënpoel - 25 punten C24. IJsvogelwand - 15 punten, ijsvogelvriendelijke oever- 10 punten C25. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
2
Groene omgevingsmaatregelen: C8. Toepassen extensief maaibeheer in hele projectgebied - 5 punten C9. Vergroenen en verfraaien van bermen - 5 punten per berm C10. Cluster van 3 inheemse bomen aanplanten of behouden - 3 punten C11. Rij van >10 inheemse bomen aanplanten of behouden - 10 punten C12. Takkenril/ stobbenwal - 2 punten per 10 meter C13. Aanplant vogel- of vlinderbosje - 3 punten per 25m2 inheemse struiken/bomen C14. Hagen aanplanten - 5 punten per haag van minimaal 100 meter C15. Faunapassage - 15/25 punten C16. Pocketpark (minipark) aanplanten - 25 punten C17. Verbinden groenstructuren op zelfgekozen manier - 5-25 punten C18. Beperkte verharding - 10 punten C19. Geen buitenverlichting bij of op groen - 10 punten C20. Eigen initiatief: in overleg - 1 tot 25 punten
ONDERWERP
(bron: Jochem Kühnen).
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Bij een huis in het Waterkwartier in Nijmegen zijn 18 neststenen voor gierzwaluwen (zie maatregel A1) ingebouwd. De neststenen werden in eerste instantie bewoond door huismussen.
PAGINA
Bij nieuw- en herbouw zijn volop kansen voor het creëren van verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten. Neststenen zijn vaak zeer eenvoudig en tegen lage kosten in te passen.
3
A. VERBLIJVEN VOOR GEBOUWBEWONENDE SOORTEN
PAGINA
4
A1. Neststeen gierzwaluw 1 punt
Baten: Biodiversiteit • gierzwaluw en gastbewoners (vooral huismussen en spreeuwen maar ook koolmezen, zwarte roodstaartjes en zelfs boomkruipers) Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats meerdere stenen (liefst 6-20 stuks) vlak bij elkaar. Oriëntatie Invliegopening op oostelijke of noordelijke richting Hoogte/lengte: Plaats de neststeen zo hoog mogelijk, minimaal op 4 meter hoog. De gierzwaluw broedt graag hoog, dus nesten kunnen tot 40 meter hoog worden ingemetseld. Overige: De invliegopeningen moeten minimaal 40 cm van elkaar verwijderd zijn. Blinde, monotone zijkanten van gebouwen zijn het meest geschikt. Aanvliegroute van 2-4m onder de steen vrijhouden van obstakels (bomen, gebouwen, schoorstenen, vlaggenstokken, elektriciteitsdraden, naar buiten opendraaiende ramen, balkons, gevelbegroeiing). Aanbevelingen
Gierzwaluwen geven geen overlast. Ze gebruiken weinig nestmateriaal en maken ook geen vieze strepen op de gevel. De inbouwstenen hoeven niet schoon gemaakt te worden. Naast neststenen zijn er ook nestkasten. Hang ze bij elkaar en onder een dakgoot of overstek, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Foto’s links: Vivara Pro, Jochem Kühnen Bron tekst: o.a. Mourmans-Leinders, M. (2004). Gierzwaluwen en nestkasten; (2005). Bouwen voor gierzwaluwen.
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 28,- per neststeen
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Het kan jaren duren voordat een gierzwaluw een neststeen bezet. Tot het zover is vormt de neststeen een welkome broedplaats voor andere soorten. En als er eenmaal één steen door een gierzwaluw bezet raakt, zullen er snel meer volgen. Gierzwaluwen zijn immers koloniebroeders. Ze zijn erg trouw en keren generaties lang terug naar hetzelfde nest. De omgeving rondom de nestplaats is minder relevant, omdat de gierzwaluw zijn voedsel in de lucht vangt. Wel moeten er voldoende insecten zijn. Insecten worden aangetrokken door verschillende soorten inheemse planten te plaatsen die afwisselend bloeien.
5
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
A2. Nestplaats huismus 1 neststeen/kast/pan = 1 punt, 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten, 1 vogelvide = 2 punten
De huismus is een honkvaste en sociale vogel die jaarrond in groepen leeft. Er moet voldoende nestgelegenheid zijn voor een hele groep. De nestgelegenheden zijn alleen functioneel als in de nabije omgeving voldoende leefgebied aanwezig is en/of wordt gerealiseerd. Het is essentieel dat er binnen een afstand van vijf meter van de nestlocatie ten minste drie meter hoog opstaand groen aanwezig is. Bijvoorbeeld gevelgroen en/of een haag of (stekelige) struik. Ideaal zijn groene tuinen met hoge hagen of heesters, dichte struiken, rommel- en onkruidhoekjes, water en zanderige grond om een zandbad te nemen. Combineer dus het liefst met andere maatregelen die ten gunste zijn van het leefgebied van de huismus zoals ‘groene gevels’ (B3), ‘geveltuintjes’ (B4) of ‘groene erfafscheiding’ (B7). Baten: Biodiversiteit • huismus Optie 1: Vogelschroot verplaatsen. Gebouw met minimaal 5 meter verplaatste vogelschroot = 2 punten Breng vogelschroot aan bij de panlat waar de tweede pan aanhaakt. Zo kunnen de eerste twee panlatten dienen als broedlocatie voor huismussen. Let op! Maatregel is alleen zinvol bij dakpannen waar dakbeschot toegankelijk is bij de eerste rij dakpannen (bijvoorbeeld holle pannen). Geschatte kosten geen extra kosten Eisen en randvoorwaarden Eis: Bij minimaal 5 meter lengte dak toepassen, maar bij voorkeur over de hele breedte van het huis.
Oriëntatie: Noorden of oosten, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: Hoogte tussen dakbeschot en dakpan (bij bolling) dient minimaal 7,5 centimeter te zijn. Aanbevelingen Om beschadiging van dampfolie te voorkomen, houten platen aanbrengen boven de gootplank. Optie 2: Vogelvide(s). 1 vogelvide = 2 punten Vogelvides zijn speciaal ontwikkelde mussennestkasten die onder de eerste rij dakpannen kunnen worden geplaatst in plaats van vogelschroot. De vogelvide kan over het algemeen zonder bouwkundige aanpassingen worden gemonteerd. Hij past onder vrijwel alle soorten dakpannen en op vrijwel alle soorten pannendaken.
De MONIER Vogelvide
Geschatte kosten (excl. btw): een vogelvide van 1 meter kost vanaf e 24,50. Eisen en randvoorwaarden Eis: Oriëntatie: Noorden of oosten, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: 1 vogelvide is een meter lang.
PAGINA
6
Optie 3: Mussenstenen. 1 neststeen = 1 punt Inmetselen van neststenen in de gevel of als dat niet mogelijk is plaatsen van mussenkasten aan de buitenmuur onder een overstek of dakgoot. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 24,- per neststeen
De nesten hoeven niet schoongemaakt te worden.
Optie 4: Nestpannen. 1 nestpan = 1 punt Aanbrengen van nestpannen voor huismus op het dak. Let op! Daken met dakisolatie zijn niet geschikt, het wordt onder de dakpannen te heet. Op niet-geïsoleerde daken van met name historische gebouwen kunnen nestpannen doorgaans wel worden toegepast. Geschatte kosten onbekend Eisen en randvoorwaarden Eis: Mussen broeden in kolonies, dus plaats bij voorkeur clusters van 6-20 nestpannen vlak bij elkaar. Oriëntatie: Noorden of oosten Hoogte/lengte: Minimaal op 2 en maximaal op 15 meter hoog Aanbevelingen Aanbevolen wordt om te inventariseren of in plaats van het plaatsen van nestpannen, het vogelschroot verplaatst kan worden of neststenen ingebouwd kunnen worden. Het vogelschroot verplaatsen is namelijk eenvoudiger en levert meer nestruimte op. Neststenen inbouwen in de gevel is vaak ook beter, omdat het onder de pannen te heet kan worden voor de mussen.
Foto: Checklist Groen Bouwen Bron tekst: gemeente Ede
ONDERWERP
Aanbevelingen
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats meerdere stenen (bij voorkeur clusters van 6-20 nestgelegenheden, met invliegopening 34mm bij elkaar. Mussen broeden in kolonies. Oriëntatie: Noorden of oosten of in schaduw van dakgoot/overstek van 30cm, zodat de temperatuur niet te ver kan oplopen. Hoogte/lengte: Minimaal op 2 en maximaal op 15 meter hoog
7
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
A3. Neststeen / open stootvoeg / entreesteen (gewone dwerg)vleermuis 1 punt De gewone dwergvleermuis komt vooral voor in gebieden met bebouwing nabij een groene omgeving. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Het plaatsen van inmetselstenen of andere vleermuisvoorzieningen is van groot belang om deze en andere vleermuissoorten te helpen bij het bieden van een verblijfplaats. Let op! Het punt is ook te behalen door op een andere manier ruimtes in het gebouw vrij te laten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen (minimaal 1,5cm breed en 4cm hoog) of entreestenen om een niet-geïsoleerde spouwmuur of tussenspouw (ruimte tussen twee nieuwbouwwoningen) toegankelijk te maken. Of door ruimte achter de gevelbetimmering te laten of onder of in (dubbele) daklijsten ruimte te maken. Alle maatregelen t.b.v. vleermuizen genoemd op https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/ tellen. Let op! Rond verblijfplaatsen dient voldoende beschut en insectenrijk habitat aanwezig te zijn: voedsel voor de vleermuizen! Plant binnen het project dus ook inheemse bomen, struiken en bloemen waarin ook insecten voedsel zoeken en zich voortplanten. Geschatte kosten (excl.
btw): per inbouwsteen vanaf e 28,- per entreesteen (om vleermuizen toegang te geven tot een spouwmuur) vanaf e 16,Baten: Biodiversiteit • (gewone dwerg) vleermuis Eisen en randvoorwaarden Eis: Meerdere stenen per locatie heeft de voorkeur, eventueel aan elkaar geschakeld. Oriëntatie: Voorkeur voor de zonnige zuidwestzijde Hoogte/lengte: Tussen de vier meter (ondergrens) en vijftig meter (bovengrens) hoogte. Overige: De aanvliegroute naar de kast vrij houden, dus niet boven ramen inbouwen, geen bomen of struiken voor de muur laten groeien en geen zonwering of iets dergelijks. De kasten moeten vrij zijn van lichtverstoring.
Aanbevelingen
Foto 1: Deze inbouwsteen kan gebruikt worden in de spouw als schuilplaats voor één of enkele exemplaren of als paarplek. De inbouwsteen is ook geschikt als kraamverblijf, hiervoor moeten wel meerdere stenen aan elkaar geschakeld worden zodat er een grotere ruimte ontstaat. Hiervoor kan men links en/of rechts het houten schot wegnemen. De vleermuizen kunnen op deze manier van de ene naar de andere steen kruipen. Foto 2: Deze entreesteen is gemaakt om vleermuizen toegang te geven tot een spouwmuur. Waar vleermuizen zitten kan men uitwerpselen vinden. De inbouwstenen dus beter niet boven een deur, raam of balkon plaatsen. Bron: Vivara Pro
PAGINA
8
A4. Neststeen zwarte roodstaart 1 punt
Baten: Biodiversiteit • zwarte roodstaart e.a. (bijvoorbeeld kwikstaart, roodborst, winterkoning, grauwe vliegenvanger) Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: Noorden of oosten Hoogte/lengte: Plaats de nestkast of -steen boven de 3 meter hoogte
Aanbevelingen De zwarte roodstaart is een insecteneter. Door deze maatregel te combineren met maatregelen die insecten trekken (zoals het planten van inheemse hagen, heesters, bloemen en planten), kan het succes van de nestkasten worden vergroot. De zwarte roodstaart mijdt natte gebieden en gebieden met dichte en hoge gewassen.
Foto’s: Vivara Pro Bron Factsheet Zwarte Roodstaart, Vogelbescherming (2018)
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 20,- per inbouwsteen/kast
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
De zwarte roodstaart leeft het grootste deel van het jaar solitair of in paren en zingt vanaf een hoge zangpost. Het is cruciaal voor de zwarte roodstaart dat er in de omgeving van het nest open, zonnige, droge, niet ingerichte terreinen aanwezig zijn. De zwarte roodstaart heeft een voorkeur voor grootschalige nieuwbouw en houdt niet zo van een groene en begroeide omgeving. Behoud dus kleine stukjes braakland met korte vegetatie.
9
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
A5. Insectensteen 1 punt. Professioneel insectenhotel - 5 punten
Inbouwstenen dragen bij aan een gezonde wilde bijen- en vlinderpopulatie in de stad. Bijen en vlinders zijn een belangrijke schakel in de voedselketen. Bij grotere projecten mag er als alternatief ook een groot insectenhotel met een oppervlakte van minimaal 1 m2. worden geplaatst op een zonnige, beschutte plek in de omgeving. Combineer met bijvoorbeeld ‘groene gevels’ (B3) of ‘geveltuintjes’ (B4). Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 28,- per neststeen Baten: Biodiversiteit • wilde bijen, hommels, vlinders en allerlei andere insecten zoals spinnen, lieveheersbeestjes en oorwormen. Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: Zonzijde: zuid, zuidoost, zuidwest, west. Beschut tegen regen en wind. Hoogte/lengte: Plaats stenen op minimaal 50 cm en maximaal 2m hoogte. Beplantingseisen: Dichtbij inheemse nectar- en stuifmeeldragende bloemen, planten en/of struiken. Overige: De neststenen kunnen zowel groepsgewijs als afzonderlijk aangebracht worden.
Aanbevelingen
Plaats insectenhotels op luwe, zonnige en bloemrijke plek (dus niet in de schaduw van een gebouw of boom!). Bijenhotels kunnen ook op het dak worden geplaatst. Afbeeldingen: Vivara / Veldshop
PAGINA
10
A6. Neststeen huiszwaluw 1 punt per neststeen met 2 kommetjes
Baten: Biodiversiteit • huiszwaluw Eisen en randvoorwaarden Oriëntatie: De huiszwaluw heeft geen duidelijke voorkeur voor nestplekken op een bepaalde windrichting, maar gevels op het noordwesten zijn het minst favoriet. Hoogte: Plaats op minstens 4 en maximaal 10 meter hoog. Overige: Plaats onder een overstekende, liefst witte / wit geverfde dakrand. Plaats in ieder geval een deel van de nestkommetjes bij elkaar. Zorg voor een vrije aanvliegroute voor de zwaluwen naar het nest, dus geen hoge struiken of andere bebouwing vlakbij de nesten. Voor de huiszwaluw moet er water en klei in de buurt van de nestlocatie zijn. Aanbevelingen Plaats de nesten in combinatie met een mestplankje. Dit voorkomt overlast door uitwerpselen. Een waterrijke omgeving en insectenrijk grasland binnen 500m van het nest heeft de voorkeur. Binnen die afstand wordt namelijk naar voedsel gezocht. En rond het water houden de grootste aantallen vliegende insecten (muggen) zich op. Een modderpoel binnen een straal van 200 meter van de nestgelegenheid zorgt ervoor dat de huiszwaluwen zelf aanvullende nesten kunnen bouwen.
Foto’s: Vivara Bron: Vogelbescherming (2018), Factsheet Huiszwaluw
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 19,- per steen met 2 kommetjes
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
De huiszwaluw is een sociale vogel die in kolonies broedt. Vooral nabij open en waterrijk gebied, in de omgeving van allerlei typen gebouwen en bruggen, die voor de huiszwaluw als alternatieve rotspartijen kunnen dienen.
11
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
A7. Eigen initiatief: in overleg 1 punt
Er kan ook een eigen maatregel worden geformuleerd - voor één van bovenstaande soorten of voor een andere gebouw-bewonende soort. Zo zijn gebouwen hoger dan tachtig meter geschikt als broedplaats voor de slechtvalk. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
PAGINA
12
ONDERWERP
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Bij grotere projecten kunnen er ook punten gehaald worden met het bewust maken van toekomstige bewoners, zoals door als ontwikkelaar de nieuwe bewoner de mogelijkheid te geven een groene tuin mee te kopen (tuinontwerp, -ontwikkeling en -aanleg) en zo onderdeel te laten zijn van de hypotheek (zie categorie C). Volop mogelijkheden dus! In de openbaar toegankelijke ruimte is ook van alles mogelijk, zoals de aanleg van nestkasten voor nietgebouwbewonende soorten, het toepassen van extensief maaibeheer, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en nog veel meer (zie maatregelen in categorie D).
ONDERWERP
Ook in de tuin zijn volop opties: bijvoorbeeld groene hagen als erfafscheiding (B7), het realiseren van kleine openingetjes in die erfafscheiding voor de egel (B8), inheemse boompjes of struiken planten (B9) en de verharding beperken (B10).
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Een groen dak in Arnhem Groen West AAN / Een net aangelegde geveltuin in het Spijkerkwartier © Marleen Michels
PAGINA
Met alleen het creëren van verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten zijn we er nog niet! Om dieren voldoende leefgebied te geven moeten er ook groene maatregelen worden getroffen in de directe omgeving van het gebouw.
13
B. OPSTALGEBONDEN MAATREGELEN
Eisen en randvoorwaarden Eis: De 50 m2 moet bij voorkeur aaneengesloten te zijn (dus liever op het dak dan op schuurtjes). Hoogte/lengte: Hoe dikker de substraatlaag, hoe beter. Bij 5-7cm kan alleen sedum geplaatst worden, bij 7-15cm ook grassen/kruiden, bij 15-30cm ook dwergheesters en bij 30-50 cm ook struiken. Wel aanpassen op de draagkracht van het dak. Beplantingseisen: Het dak dient aangeplant te worden met zo veel mogelijk verschillende soorten inheemse sedum, kruiden e.d. met variatie in bloeitijd. Overige: Een groendakopbouw bestaat uit een vegetatiemat met daaronder een substraat- en drainagelaag. Aanbevelingen
Extensieve groene daken hebben nauwelijks onderhoud nodig. Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
ONDERWERP
Baten: Biodiversiteit • Leefgebied voor wilde bijen, vlinders en vogels. Klimaatverandering • Een groen dak draagt flink bij aan infiltratie. Een win-win dus. Want ontwikkelaars zijn wettelijk verplicht om hemelwater op eigen terrein te verwerken. • Verkoeling in en om het huis door verdamping • Energiebesparing: in de zomer blijft het langer koel in huis, in de winter zorgt het groene dak er juist voor dat warmte in huis niet ontsnapt via het dak • CO2-vastlegging Natuurbeleving • Het groene dak creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit (een groen dak bindt 1 kg fijnstof/m2) • Zonnepanelen leveren een hoger rendement doordat ze minder heet worden • Verdubbeling levensduur dak: de begroeiing beschermt het dakbedekkingsmateriaal tegen UV en zoninvloeden.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Geschatte kosten (excl. btw): E 35,- tot E 80,- per m² voor een groen sedumdak tot E 50,- tot E 100, - per m² voor een meer intensief groen dak met struiken, planten en bomen. Bij een gemiddeld dakoppervlak (50 m2) kost een groen sedumdak dus tot E 4.000,-.
PAGINA
15 punten per 50m2 bij sedum, + 3 punten voor toevoeging grassen en kruiden, +3 punten voor toevoeging dwergheesters en/of struiken. Groene daken met inheemse grassen en kruiden bieden een prima plek voor allerlei dieren en planten en hebben legio andere voordelen.
14
B. Gevel/Dak B1. Groen plat dak
15
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
B2. Hellend sedumdak 15 punten per 50m2
Groen dak met leefgebied voor insecten. Extensieve groendaken zijn geschikt voor daken met een helling van soms wel 35°. Bij een hellingsgraad van meer dan 35° moeten speciale verankeringen worden voorzien. Geschatte kosten (excl. btw): E 35,- tot E 80,- per m² voor een groen sedumdak. Bij een gemiddeld dakoppervlak (50 m²) dus tot E 4.000,-. Baten: Biodiversiteit • Leefgebied voor wilde bijen, vlinders en vogels. Klimaatverandering • Een groen dak draagt flink bij aan infiltratie. Een win-win dus. Want ontwikkelaars zijn wettelijk verplicht om hemelwater op eigen terrein te verwerken. • Verkoeling in en om het huis door verdamping Energiebesparing: in de zomer blijft het langer koel in huis, in de winter zorgt het groene dak er juist voor dat de warmte in huis niet ontsnapt via het dak • CO2-vastlegging Natuurbeleving • Het groene dak creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit (een groen dak bindt 1 kg fijnstof/m2) • Zonnepanelen leveren een hoger rendement doordat ze minder heet worden • Verdubbeling levensduur dak: de begroeiing beschermt het dakbedekkingsmateriaal tegen UV en zoninvloeden.
Eisen en randvoorwaarden Eis: Om de volledige 15 punten te scoren moet 50 m2 dak beplant zijn met zo veel mogelijk verschillende soorten sedum Hoogte/lengte: Dakhelling tot maximaal 45 graden. Beplantingseisen: Veel verschillende soorten sedum om een diversiteit in bloeitijd te creëren. Overige: Het draagvermogen van de dakconstructie dient minimaal 100 kg/m2 te bedragen. Aanbevelingen
Hoe meer diversiteit aan soorten worden aangeplant, hoe meer insecten gebruik kunnen maken van het dak. Gaat uitstekend samen met zonnepanelen. Een sedumdak heeft een laag gewicht. Het is onderhoudsarm. Ook op monumenten kan in overleg met een erfgoedadviseur een groen dak worden aangelegd als hiervoor een omgevingsvergunning is afgegeven.
Foto: groene daken in de wijk Nieuw-Monnikenhuizen in Arnhem © Anne Luijten, gemeente Arnhem
PAGINA
16
B3. Groene gevel 5 punten
Geschatte kosten (excl. btw): tussen de E 50,- en E 350,- per vierkante meter (frames en beplanting). Baten: Biodiversiteit • Huismussen en andere vogels (dekking, voedsel, nestgelegenheid), vleermuizen, vlinders, wilde bijen Klimaatverandering • Verbetert wateropvang en infiltratie • Verkoeling in en om het huis door verdamping • Energiebesparing dankzij natuurlijke isolatie • CO2-vastlegging Natuurbeleving • De groene gevel creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving en verfraait het straatbeeld Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit • Minder geluidsoverlast Eisen en randvoorwaarden Eis: De minimale eenheid is 3m breed, 2m hoog. Hoogte/lengte: De groene gevel moet zo worden aangelegd dat planten tot minimaal 2 meter hoog kunnen groeien. Beplantingseisen: De oriëntatie van de gevel (zon/schaduw) bepaalt welke soorten gevelbeplanting geschikt zijn. Gebruik vogel- en vlindervriendelijke klimplanten die bij voorkeur zelfvoorzienend zijn wat betreft water en voeding. Bijvoorbeeld klimop, bosrank, kamperfoelie, wilde hop, bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, of clematis. Zie ook https://www.arnhemklimaatbestendig.nl/maatregelen/groene-gevels/ Aanbevelingen Mussen houden ervan zich te verstoppen in hoog, gesloten gevelgroen. Kies bijvoorbeeld voor klimop (hedera).
Klimop is een makkelijke plant die bijna overal groeit en weinig eisen stelt. In een mum van tijd heb je een groenblijvende gevel en tegelijkertijd een plek waar mussen en andere vogels veilig kunnen schuilen én kunnen eten van de heerlijke besjes. Bovendien kleurt hij het hele jaar door de tuin groen. Deze klimplant doet het overal goed, ook in kleine en schaduwrijke tuinen. Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
ONDERWERP
Een groene gevel (een gevel die groenbedekt is) kan bestaan uit: 1. Zelfhechtende klimplanten, bijvoorbeeld klimop en driedelige wingerd; 2. Klimplanten die een steunconstructie nodig hebben om te groeien en klimmen, zoals blauwe regen, bosrank, kamperfoelie en wilde hop. Een rek voor klimplanten kan het best minimaal 6 cm van de muur worden geplaatst. Dit geeft voldoende ruimte en steun voor vogelnesten én volop groeiruimte voor de planten; 3. Een groene muur: planten groeien vanuit bakken aan de gevel of op een substraat dat aan de gevel is bevestigd. Bijvoorbeeld bitterzoet, heggerank, varen, kruiden. Optie 1 & 2 (grondgebonden) hebben de voorkeur.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Aanplant van beplanting die tegen de gevel groeit (al of niet op een losse constructie) op een muur met weinig of geen ramen.
17
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
B4. Geveltuin 1 punt
Een geveltuin is beplanting die voor de gevel staat: een strook begroeide (openbare) ruimte, die gelegen is voor een bouwblok en onderhouden wordt door een bewoner of eigenaar van het pand. De beplanting is een bron van voedsel zoals nectar, stuifmeel of bessen, biedt nestgelegenheid voor vogels en kan ook functioneren als steppingstone tussen grotere groengebieden. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf E 50 per strekkende meter (grond, planten). Baten: Biodiversiteit • Huismus, egel, vlinders, bijen Klimaatverandering • Verbetert wateropvang en infiltratie • Verkoeling in en om het huis door verdamping • Energiebesparing dankzij natuurlijke isolatie • CO2-vastlegging Natuurbeleving • Zorgt voor een rustgevende en stress-verlagende omgeving en verfraait het straatbeeld Overig • Verhoging waarde onroerend goed • Verbetering luchtkwaliteit • Minder geluidsoverlast Eisen en randvoorwaarden Eis: Hoogte/lengte: Een goed functionerende geveltuin is ongeveer 45cm diep (ca 1,5 stoeptegel) en 120cm breed. Beplantingseisen: Kies voor vogel- en vlindervriendelijke klimmers en planten . Aanbevelingen Een geveltuin is de minst onderhoudsintensieve vorm van verticaal groen: bewatering en bemesting zijn nauwelijks nodig.
Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
PAGINA
18
B5. Geen lichtuitstraling bouwblok dankzij vleermuis vriendelijke verlichting of geen verlichting
1/3/5/10 ptn*
Eisen en randvoorwaarden Eis: Als weglaten van buitenverlichting geen optie is, dan vleermuisvriendelijke verlichting plaatsen. Gebruik van bewegingsmelder. Tegengaan van uitstraling binnenverlichting (afscherming), zeker op plaatsen waar de bouwblokken grenzen aan groene omgeving (openbaar groen). Overige: Vogel- en vleermuisvriendelijke verlichting is verlichting met aangepast armatuur, waardoor geen uitstraling naar boven plaatsvindt, of speciale lampen zoals de LED Batlamp.
Afbeelding: gemeente Ede
ONDERWERP
Baten: Biodiversiteit • vleermuizen, vogels
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
* Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten). Hoe minder verlichting wordt toegepast aan bebouwing, hoe beter het is voor vogels en vleermuizen. Als het weglaten van verlichting geen optie is moet vogel-en vleermuisvriendelijke verlichting toegepast worden. De volle punten worden verdiend als over het hele project aantoonbaar rekening gehouden is met het bepeerken van de lichtuitstraling.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
Foto’s: Nina Kopp, Marleen Michels, Nanda Sluijsmans
PAGINA
Er kan ook een eigen maatregel worden geformuleerd om gevels en/of daken geschikt te maken voor dieren, mits goed beargumenteerd hoe deze maatregel de biodiversiteit binnen het project vergroot. Bijvoorbeeld een bruin dak, bestaande uit zand met fijn puin, schelpen en steentjes en zeer geschikt als leefgebied voor de zwarte roodstaart en andere vogelsoorten. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
19
B6. Eigen initiatief: in overleg 1 tot 25 punten
PAGINA
20
B. Tuin B7. Groene erfafscheiding per huis met 25% groene hagen als erfafscheiding 1 punt (huis met volledige groene hagen als erfafscheiding = 2 punten)
Baten: Biodiversiteit • Huismussen (schuilplek + voedsel in de vorm van besjes), egels (schuilplek, doorgang), insecten. Klimaatverandering • Een groene haag neemt regenwater op, vangt fijnstof uit de lucht en zorgt voor verkoeling in hete periodes. Eisen en randvoorwaarden Eis: Als er geen ruimte is voor een haag, kan er gekozen worden voor groene klimplanten tegen een omheining. Bijvoorbeeld een hek van betongaas of een natuurlijk tuinscherm (wilgenhout) met begroeiing. Dit levert de helft van de punten van een groene haag op. Een gemengde haag (2 of meer soorten die aantrekkelijk zijn voor vlinders en insecten) is dubbele punten Hoogte/lengte: Hoogte van minsten 80 cm en breedte van minstens 50 cm. Beplantingseisen: Klimop (hedera), liguster, Spaanse aak, zuurbes, hulst, gele kornoelje, meidoorn, sleedoorn, taxus, beuk, haagbeuk of andere soorten die aantrekkelijk zijn voor vlinders en insecten (vrucht- en besdragende of nectarproducerende soorten). Aanbevelingen
Afbeelding: gemeente Ede
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): Bij nieuwbouw is er normaal gesproken geen meerprijs voor natuurlijke erfafscheidingen t.o.v. een hekwerk of muur. De kosten zijn afhankelijk van het soort en de grootte. Volwassen hagen zijn duurder in aanschaf dan kleinere hagen die nog moeten groeien. Een groene erfafscheiding kun je al aanschaffen vanaf E 30 per meter. Zie ook: https://klimaatklaar.nl/jij/leg-groene/ https://www.milieucentraal.nl/in-en-om-het-huis/tuinieren/tuinontwerp/haag-of-schutting-om-je-tuin/ https://www.arnhemklimaatbestendig.nl/maatregelen/groene-grens/
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Nieuwbouw: plant groene hagen aan als erfafscheiding. Herbouw: vervang een ‘harde’ erfscheiding (een schutting, hekwerk of muur) door een groene haag. Als alternatief mogen afscheidingen ook als takkenril worden uitgevoerd. Groene klimplanten tegen omheining ipv haag is helft van de punten. Een gemengde haag (2 of meer soorten) is dubbele punten.
21
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
B8. Egelpassages
alle tuinen egelpasseerbaar d.m.v. groene erfafscheidingen/peningetjes = in totaal 1/3/5/10 punten*
*Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten). Realiseren van minstens één opening in/onderaan schutting/hekwerk/haag per perceelscheiding tussen tuinen of aansluitend op openbaar groen. Om dit punt te halen moet elke perceelscheiding hiervan zijn voorzien. Ook projectgebieden zonder tuinen kunnen dit punt behalen, door het realiseren van openingen in/onderaan schuttingen/hekwerken verspreid over het terrein. Baten: Biodiversiteit • Kleine fauna zoals egels Eisen en randvoorwaarden Eis: Voor alle schuttingen binnen het project geldt: geef dieren een doorgang. Hoogte/lengte: Opening van minimaal 15 x 15 cm. Overige: Een egelsnelweg is van belang in woonwijken en overige projectgebieden waar voornamelijk ‘harde’ perceelscheidingen zijn zoals schuttingen. Aanbevelingen Zie de website van de egelwerkgroep voor meer tips en tricks voor egels: www.egelwerkgroep.com
Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
PAGINA
22
B9. 1 inheemse boom van 2e of 3e orde grootte in tuin óf 3 verschillende soorten struiken 3 punten
Geschatte kosten boom 2e of 3e orde grootte: vanaf € 55 /stuk Eisen en randvoorwaarden Hoogte/lengte: Boom met groeiplaats voor 25 jaar optimale groei Beplantingseisen: Inheemse fruit- of knopbomen of struiken. Bomen van de tweede en derde orde grootte (hoogte 8-15 meter volwasdom) zijn bijvoorbeeld gewone lijsterbes, krentenboompje, rode esdoorn, gele kornoelje, Chinese vernisboom of blazenboom, kersappel, zwarte kers, sierpeer, mispel. Aan te bevelen struiken zijn meidoorn, vuilboom, hazelaar, sleedoorn, Gelderse roos, sporkehout of andere soorten die aantrekkelijk zijn voor vlinders en insecten (vrucht- en besdragende of nectarproducerende soorten). Overig: Aanbevolen wordt om biologisch en duurzaam geteeld plantmateriaal toe te passen.
ONDERWERP
Baten: Biodiversiteit • Vogels, vlinders, wilde bijen Klimaatverandering • Verbetert wateropvang en infiltratie • verkoeling door verdamping en meer schaduw • CO2-vastlegging, energiebesparing Natuurbeleving • Het groen creëert een rustgevende en stress-verlagende omgeving Overig • Verbetering luchtkwaliteit
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Plaats minstens één boom of minstens 3 verschillende soorten struiken in de tuin.
23
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
B10. Beperkte verharding 1/3/5/10 punten* als hier in hele project rekening mee is gehouden
*Afhankelijk van grootte project (project met 1-10 woningen = 1 punt, 11-50 woningen = 3 punten, 51-100 woningen = 5 punten, >100 woningen = 10 punten). Beperk de verharding in tuinen bij nieuwbouw. Vervanging van bestrating door inheems groen of waterpasserende verharding bij herbouw. Punten worden gehaald als er over het gehele project aantoonbaar rekening gehouden is met het beperken van de verharding. Geschatte kosten (half-)open verharding: € 64 - 100 /m2 (Provincie Gelderland, 2020). Er zijn weinig meerkosten voor waterpasserende verharding t.o.v. gesloten verharding. Baten: Biodiversiteit • Insecten Klimaatverandering • Verbetert wateropvang en infiltratie • verkoeling door verdamping Aanbevelingen Waar verharding gewenst is, ga voor: open verharding: het toepassen van bestrating met ruimte ertussen. Geschikt voor een terras, oprit of tuinpad (foto 1). halfverharding: grind, schelpen, of olivijn (een steen die CO2 uit de lucht haalt) laat het water door (foto 2).
Door stapstenen (open verharding) kan water beter weglopen © Le Far West / Halfverharding in de vorm van olivijn © Tinka Chabot
PAGINA
24
B11. Eigen initiatief: in overleg 1 tot 25 punten
ONDERWERP
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Er kan ook een eigen maatregel worden geformuleerd om de tuin geschikt te maken voor dieren, mits goed beargumenteerd hoe deze maatregel de biodiversiteit binnen het project vergroot. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
25
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
PAGINA
26
C. OMGEVINGSGEBONDEN MAATREGELEN De omgevingsgebonden maatregelen hebben betrekking op de buitenruimte van een project. We hebben ze verdeeld in verblijfsplaatsen, groene maatregelen en blauwe maatregelen.
Blauwe maatregelen zijn water-gerelateerd. Het nemen van blauwe maatregelen, zoals de aanleg van amfibieënpoelen, draagt flink bij aan het vergroten van de biodiversiteit in een gebied.
ONDERWERP
Bij groene maatregelen gaat het bijvoorbeeld om het aanplanten van bomen, takenrillen, groene hagen of vogelen vlinderbosjes of het aanpassen van het maaibeheer. Als die maatregelen bestaande groenstructuren met elkaar verbinden is dat helemaal mooi.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Bij verblijfsplaatsen gaat het om nesten voor niet-gebouwgebonden soorten.
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 20 per nestkast Baten Biodiversiteit • boomklever e.a. (mussen, mezen, bonte vliegenvanger). Eisen en randvoorwaarden Eis: Alleen nestkasten plaatsen in een omgeving met veel (oude loof)bomen. Oriëntatie: Oosten of noorden, of in ieder geval nooit in de zon. Hoogte/lengte: De nestkast op minimaal 2 meter hoogte op de gewenste plek hangen (boom, schutting, huis). Overige: Boomklevers broeden solitair, dus verspreid de nestgelegenheden. Aanbevelingen
Voorbeeldnestkast boomklever (invliegopening 32mm) (bron: Vivara Pro) Foto boomklever: Pixabay
ONDERWERP
Veel vogelsoorten, waaronder de boomklever, maken hun nest in boomholtes. Soortenrijke oudere bossen met loofbomen zijn uitstekend geschikt voor de boomklever. Boomklevers maken zelf geen holte. Ze zijn afhankelijk van natuurlijke holtes of verlaten spechtengaten, waarin ze hun nestopening precies op maat hakken of metselen met modder zodat grotere soorten er niet in kunnen. Deze zogeheten holenbroeders kunnen echter als alternatief ook gebruik maken van nestkasten. Die kasten moeten dan wel in een bosrijke omgeving hangen.
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
1 punt
PAGINA
C1. Nestkast boomklever
27
C. VERBLIJFSPLAATSEN VOOR NIET GEBOUWGEBONDEN SOORTEN
PAGINA
28
C2. Nestkast grote bonte specht 1 punt
Baten: Biodiversiteit • grote bonte specht (de specht zal waarschijnlijk niet terugkeren naar dezelfde nestkast. De nestkast biedt dan prima broedgelegenheid voor andere vogels zoals boomklevers, spreeuwen en mezen)
Eisen en randvoorwaarden Eis: Alleen nestkasten plaatsen langs een bosrand of in het bos. Oriëntatie Vliegopening niet naar het zuid/westen Hoogte/lengte: De nestkast op minimaal 2 meter hoogte ophangen Aanbevelingen
Voorbeeldnestkast (bron: Vivara Pro)
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 20 per nestkast
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Veel vogelsoorten, waaronder de grote bonte specht, maken hun nest in boomholtes. De grote bonte specht broedt overal waar bomen zijn: in bos, park of tuin. Loofbossen en gemengde bossen met een diverse opbouw (jonge en oude bomen, dicht en open bos) zijn favoriet. Het nest wordt uitgehakt in een wat zachtere boomsoort, vanaf enkele meters hoogte aan te treffen. Deze zogeheten holenbroeders kunnen echter als alternatief ook gebruik maken van nestkasten.
29
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C3. Nestkast steenuil 2 punten
Veel vogelsoorten, waaronder de grote bonte specht, maken hun nest in boomholtes. De grote bonte specht broedt overal waar bomen zijn: in bos, park of tuin. Loofbossen en gemengde bossen met een diverse opbouw (jonge en oude bomen, dicht en open bos) zijn favoriet. Het nest wordt uitgehakt in een wat zachtere boomsoort, vanaf enkele meters hoogte aan te treffen. Deze zogeheten holenbroeders kunnen echter als alternatief ook gebruik maken van nestkasten. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 120 per nestkast Baten: Biodiversiteit • steenuil (mees, spreeuw) Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats nestkasten in kleinschalige (half)open cultuurlandschappen, bijvoorbeeld op (boeren) erven. Ophangen langs de bosrand aan een schuur, in een fruitboom of knotwilg of tegen de gevel van een gebouw. Laat een kast indien mogelijk in een boom steunen op een tak, de jonge uilen kunnen dan vanuit de kast de boom in lopen. Oriëntatie Schaduwzijde. Invliegopening dus niet op het zuidwesten/westen. Hoogte/lengte: De nestkast tussen de 1,5 en 6 meter hoogte ophangen Overige: Hang de kast niet boven water (bijv. sloot of kikkerpoel), de jongen zullen al in een vrij vroeg stadium de kast gaan verlaten en kunnen dan verdrinken. Vermijd locaties nabij (drukke) wegen. Leg altijd iets van nestmateriaal (bv. houtsnippers vermengd met turf of tuinaarde) in de nestkast (uilen maken namelijk zelf geen nest).
Aanbevelingen
bron: Vivara Pro
PAGINA
30
C4. Nestkast bosuil 2 punten
Baten: Biodiversiteit • bosuil (kauwen en holenduiven maken ook gebruik van deze nestkast) Eisen en randvoorwaarden Eis: Plaats nestkasten in of aan bosrijk gebied. Oriëntatie Vliegopening niet op het zuiden/westen Hoogte/lengte: De nestkast op minimaal 4 meter hoogte ophangen . Aanbevelingen
bron: Vivara Pro
D5. Vleermuiskast 1 punt
Vleermuizen hebben baat bij jouw kast omdat je hiermee helpt hun netwerk van verblijfplaatsen in stand te houden. In gebieden met weinig groen zal wellicht alleen de gewone dwergvleermuis en mogelijk ook de ruige dwergvleermuis gebruik maken van de vleermuiskast, maar in groenere wijken en/of dichterbij parken of het buitengebied zijn ook soorten als gewone grootoorvleermuis, franjestaart en rosse vleermuis mogelijke gebruikers. Verrassingen (lees: andere soorten) zijn niet uit te sluiten. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 15 per nestkast Baten: Biodiversiteit • Verschillende soorten vleermuizen bron: Vivara Pro Eisen en randvoorwaarden Eis: Meer is beter. Eén vleermuiskast is goed, twee of meer is fantastisch. Oriëntatie: Voorkeur voor de zonnige zuidwestzijde Hoogte/lengte: Bevestig op minimaal 4 meter hoogte. Overige: Zorg voor minimaal 3 meter vliegruimte voor en onder de kast in verband met het aanvliegen. De kasten moeten vrij zijn van lichtverstoring. Aanbevelingen Vleermuizen kiezen graag de kast met de beste klimaatomstandigheden in die periode. In de kraamtijd, van half mei tot begin augustus, gebruiken de vrouwtjes vooral de warme kasten, daarbuiten graag koelere kasten. Hang dus meerdere kasten op verschillende windrichtingen of experimenteer eens met verschillende kleuren [donkere en lichte kasten].
ONDERWERP
Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 55 per nestkast
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Veel vogelsoorten, waaronder de bosuil, maken hun nest in boomholtes. Deze zogeheten holenbroeders kunnen echter als alternatief ook gebruik maken van nestkasten.
31
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C6. Nestkast ooievaar 25 punten
De ooievaar houdt van extensief beheerde weilanden en uiterwaarden. Geschatte kosten (excl. btw): vanaf e 595,- per nest Baten: Biodiversiteit • ooievaar
bron: Pixabay
C7. Eigen initiatief: in overleg 1 tot 25 punten
Er kan ook een eigen maatregel worden geformuleerd die een geschikte verblijfsplaats voor bepaalde vogels creëert binnen het project-terrein, mits goed beargumenteerd hoe deze maatregel de biodiversiteit binnen het project vergroot. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
PAGINA
32
C. Groene maatregelen in de buitenruimte C8. Toepassen extensief maaibeheer 5 punten als het standaard overal in het projectgebied wordt toegepast (tenzij goed beargumenteerd waarom dit op bepaalde plekken niet kan/wenselijk is)
Baten: • Biodiversiteit kleine zoogdieren, vogels, insecten, inheemse vegetatie, • Klimaatadaptatie: verlicht druk op riool, verbetering wateropvang en infiltratie, vertraagde waterafvoer, verkoeling door verdamping, meer schaduw, • Klimaatmitigatie: CO2-vastlegging, energiebesparing • Overig: verhoging waarde onroerend goed, verbetering water- en luchtkwaliteit, geluidsreductie, verhoging sociale cohesie, minder criminaliteit, bijdrage gezond leefklimaat
ONDERWERP
Geschatte kosten van gefaseerd gemaaid bloemrijk grasland: € 1,10 /m2 voor de aanleg, e 0,15/m2 voor jaarlijks onderhoud (Provincie Gelderland, 2020)
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Deze beheermaatregel kan eenvoudig worden gerealiseerd door plekken als grasvelden, bermen, akkerranden en overhoekjes slechts 1-3x per jaar gefaseerd te maaien, het maaisel na enkele dagen af te voeren en spontane plantenontwikkeling zijn gang te laten gaan.
33
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C9. Vergroenen en verfraaien van bermen 5 punten per berm
Veel bermen zijn nu nog onnodig verhard. Er kunnen A) groene bermen aangelegd worden of bestaande verharde bermen kunnen vergroend worden en vervolgens (deels) extensief beheerd. Nog beter is het B) als de berm gelijk geschikt wordt gemaakt voor afwatering. Voor beide maatregelen kunnen 5 punten verdiend worden per berm. Baten: • Biodiversiteit kleine zoogdieren, vogels, insecten, inheemse vegetatie • Klimaatadaptatie: verlicht druk op riool, verbetering wateropvang en infiltratie, vertraagde waterafvoer, verkoeling door verdamping • Klimaatmitigatie: CO2-vastlegging • Overig: verhoging waarde onroerend goed, verbetering water- en luchtkwaliteit, geluidsreductie, verhoging sociale cohesie, minder criminaliteit, bijdrage gezond leefklimaat Geschatte kosten van: * het vergroenen van bermenAanbevelingen Opschonen: e 7,50 /m2 (verwijderen + afvoeren verharding incl. zandfundatie) Grondwerk: e 5,50 /m2 (leveren en aanbrengen teelgrond) Vaste inheemse planten: e 30,00 /m2 (leveren en planten incl. grondbewerking)
* bermen geschikt maken voor afwatering (StAB Arnhem, 2017): e 9,50 /m1 (verwijderen + afvoeren zode) e 20,00 /m1 (verwijderen en afvoeren zandgrond) Bloemrijk gras: e 5,50 /m2
Foto’s: StAB Aanbevelingen -
PAGINA
34
C10. Cluster van 3 inheemse bomen aanplanten of behouden 3 punten
C11. Rij van >10 inheemse bomen aanplanten of behouden 15 punten
Aanplanten/behoud van minimaal 10 inheemse bomen in bomenrij of bomengroep, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, (haag)beuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes. Liefst meerdere soorten. Baten & kosten: zie maatregel hierboven Aanbevelingen Er kan ook gekozen worden voor een boomgaard met >10 fruitbomen zoals appel, kers, peer, pruim en/of walnoot.
C12. Takkenril/ stobbenwal 2 punten per 10 meter
Realiseren van een takkenril en/of stobbenwal waarbij takken en stammen - al of niet in de loop van enkele jaren gestapeld worden in een constructie van een dubbele rij met palen. Baten: • Biodiversiteit
kleine zoogdieren (egel, woelmuis en bosmuis); vogels (winterkoninkje, roodborst en heggenmus), insecten ,
Aanbevelingen Lengte 1,5m, waarvan 50 cm in de grond; onderlinge afstand ongeveer 3m in de lengte van de ril en 1m in de breedte
ONDERWERP
Baten: • Biodiversiteit kleine zoogdieren, vogels, insecten, inheemse vegetatie • Klimaatadaptatie: verlicht druk op riool, verbetering wateropvang en infiltratie, vertraagde waterafvoer, verkoeling door verdamping • Klimaatmitigatie: CO2-vastlegging • Overig: verhoging waarde onroerend goed, verbetering water- en luchtkwaliteit, geluidsreductie, verhoging sociale cohesie, minder criminaliteit, bijdrage gezond leefklimaat
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
In clusters aanplanten/behouden van minimaal 3 inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, (haag)beuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes.
35
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C13. Aanplant vogel- of vlinderbosje 3 punten per 25m2 inheemse struiken/bomen
In clusters aanplanten/behouden van minimaal 3 inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, (haag)beuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes. Baten: • Biodiversiteit kleine zoogdieren, vogels, vlinders en overige insecten, verbetering bodemkwaliteit • Klimaatadaptatie: verlicht druk op riool, verbetering wateropvang en infiltratie, vertraagde waterafvoer, verkoeling en verdamping, meer schaduw • Klimaatmitigatie: CO2-vastlegging • Overig: verhoging waarde onroerend goed, verbetering water- en luchtkwaliteit, geluidsreductie, verhoging sociale cohesie, minder criminaliteit, bijdrage gezond leefklimaat Kosten: Geschatte kosten inheemse heesters: Geschatte kosten onderhoud per jaar:
e 18/m2 e 1,60 /m2 (Provincie Gelderland, 2020)
Aanbevelingen Kies liefst voor verschillende nectarrijke of besdragende planten, waardoor een rijke variatie aan voedsel voor vlinders en vogels ontstaat: bijvoorbeeld lijsterbes, Gelderse roos, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, vlier, hulst, taxus, egelantier, vuilboom en/of krentenboompje. Als plantafstand kan 1,5 bij 1,5m worden gehanteerd. Plant soorten in groepjes van 5-7 stuks per soort om overgroei door sneller groeiende soorten te voorkomen. Na een paar jaar zal het bosje meer gesloten raken. Snoeien hoeft alleen wanneer takken problemen geven.
PAGINA
36
C14. Hagen aanplanten 5 punten per haag van minimaal 100 meter
Aanbevelingen
Afbeelding: Groene afscheiding Zijpendaalseweg © Marleen Michels, Arnhem Klimaatbestendig
ONDERWERP
Kosten: Geschatte kosten inheemse haagplanten: e 40 /m2 Geschatte kosten onderhoud per jaar: e 5,50 - 7 /m2 (Provincie Gelderland, 2020)
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Baten: • Biodiversiteit kleine zoogdieren, vogels, vlinders en overige insecten • Klimaatadaptatie: verlicht druk op riool, verbetering wateropvang en infiltratie, vertraagde waterafvoer, verkoeling en verdamping • Klimaatmitigatie: CO2-vastlegging • Overig: verhoging waarde onroerend goed, verbetering water- en luchtkwaliteit, geluidsreductie, verhoging sociale cohesie, minder criminaliteit, bijdrage gezond leefklimaat
37
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C15. Faunapassage 15/25 punten
In en om de stad voelen veel dieren zich thuis. Om zich te kunnen verplaatsen is een goede ecologische (infra) structuur nodig, zonder barrières. Bij de aanleg of reconstructie van een weg kan gekozen worden om een faunapassage, in de vorm van een tunnel (15 punten) of brug over de weg (25 punten), aan te leggen. Ook kunnen hekken of andere obstakels weggehaald worden of toegankelijk worden gemaakt voor dieren (15 punten).
Baten: • Biodiversiteit
alle in de stad voorkomende dieren
Aanbevelingen Ontwerp van een faunapassage betreft altijd maatwerk en moet in samenwerking met deskundige ecologen worden ontworpen.
Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
PAGINA
38
C16. Pocketpark (minipark) aanplanten 25 punten
insecten, kleine zoogdieren, vogels en amfibieën verlicht druk op riool, verbetering wateropvang en infiltratie, vertraagde waterafvoer, verkoeling en verdamping CO2-vastlegging verbetering water- en luchtkwaliteit, geluidsreductie, verhoging sociale cohesie, minder criminaliteit, bijdrage gezond leefklimaat
Aanbevelingen Pocketpark ‘De Poel’ in Bemmel ligt tussen Arnhem en Nijmegen in park Lingezegen. Een voormalige vijver en tuin is omgevormd naar een parkje. Hier kan gewandeld en gespeeld worden en de natuur is volop aanwezig. Er zijn schelpenpaden aangelegd en ondom het eilandje met de treurwilg zijn speelaanleidingen van natuurlijk materiaal geplaatst.
Bron: SmitsRinsma
ONDERWERP
Baten: • Biodiversiteit • Klimaatadaptatie: • Klimaatmitigatie: • Overig:
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Belangrijkste kenmerk is dat wandelpaden, zitbankjes en stadsbomen (zoals iep en linde), op creatieve en harmonieuze wijze worden afgewisseld met (lage) inheemse struiken en/of kruiden. Minimaal 250m2.
39
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C17. Verbinden groenstructuren 5-25 punten
Fysiek verbinden van twee reeds bestaande groenstructuren op een zelf gekozen manier (maatwerk). Maatregel kan op vele manieren tot uitvoering worden gebracht. Reeds bestaande groenstructuren die verbonden kunnen worden zijn bijvoorbeeld: twee bosjes met een weiland ertussen worden verbonden door een haag (zie C8) of een strook extensief gemaaid gras (zie C2). Een wijk huizen kan verbonden worden met een groenstrook via een wadi (C12). Etc. Baten: • Biodiversiteit
zoogdieren, vogels, amfibieën en insecten
C18. Beperkte verharding 10 punten
Tegengaan van betegeling. Waar het toch nodig is, gebruik halfverharding of natuurlijke verharding (houtsnippers of grind). Bij bijvoorbeeld voetpaden / loopverbindingen door het projectgebied en parkeervakken. Tussen de half groene verharding kunnen bloeiende planten en zaadvormers groeien die een voedselbron kunnen zijn voor insecten en vogels. Punten worden gehaald als er over het gehele project aantoonbaar rekening mee gehouden is met het beperken van de verharding. Baten: • Biodiversiteit insecten, kleine zoogdieren, vogels en amfibieën • Klimaatadaptatie: verkoeling door verdamping, verlicht druk op riool, verbetering infiltratie, vertraagde waterafvoer Kosten: Geschatte kosten aanleg (half-)open verharding: € e 36 tot 100,- per m2 (Provincie Gelderland, 2020, Stab, 2018) Geschatte kosten onderhoud/jaar: € e 0,18 - 0,30 /m2 (Provincie Gelderland, 2020)
C19. Geen buitenverlichting bij of op groen 10 punten
Het weglaten van verlichting is de beste maatregel voor vleermuizen en vogels zoals uilen. Vooral het weglaten van verlichting op plekken waar wegen of fietspaden kruisen met groenstructuren als een laan of een houtwal, is waardevol voor vleermuizen in verband met hun vliegroute. Als het weglaten van verlichting echt geen optie is, werk dan met vogel- en vleermuisvriendelijke straatverlichting: • Intelligente verlichting met een bewegingsmelder • Aangepaste armaturen, waarbij er minimale uittreding van licht is naar de omgeving en naar boven toe. • Het toepassen van speciale lampen zoals de LED Batlamp. Houd rekening met de lichtuittreding zodat de lampen alleen de straat verlichten en niet de omgeving.
C20. Eigen initiatief: in overleg 1 tot 25 punten
Afbeelding: Van Nina Kopp, Gem Amsterdam
Er kan ook een eigen groene omgevingsmaatregel worden geformuleerd, mits goed beargumenteerd hoe deze maatregel de biodiversiteit en/of klimaatbestendigheid binnen het project vergroot. Bruggen kunnen bijvoorbeeld zo ontworpen worden dat ook vleermuizen en huiszwaluwen hier een verblijfplaats in vinden. Het aantal punten wordt nader bepaald, in samenspraak met de gemeente.
PAGINA
40
C. Blauwe maatregelen in de buitenruimte C21. Natuurvriendelijke oever Het vervangen van beschoeiing door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers in het hele gebied (waar mogelijk).
Aanbevelingen Het talud dient zo flauw mogelijk te zijn om de plas-draszone zo groot mogelijk te maken. Minimaal wordt een verhouding van 1:3 aangehouden maar bij voorkeur een talud van 1:10. Sloten en beken met een steile oever hebben een lage natuurwaarde en voeren het water snel af. Om de biodiversiteit te vergroten hebben deze oevers daarom de meeste prioriteit om aan te passen naar een natuurvriendelijke oever. Maatregelen rond water, zoals natuurvriendelijke oevers, moeten door de gemeente altijd eerst afgestemd worden met het Waterschap. Een natuurvriendelijke oever betekent namelijk iets voor het onderhoud, waarvoor het Waterschap verantwoordelijk is.
Afbeelding: Nina Kopp, Gemeente Amsterdam
ONDERWERP
vissen, waterplanten, amfibieën en insecten
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Baten: • Biodiversiteit
41
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C22. Ecologische bodempassage of wadi 5-10 punten afhankelijk van grootte
Een wadi (waterdoorlating door infiltratie) is een beplante greppel of sloot met een waterdoorlatende bodem. Bij een wadisysteem stroomt het water van de daken en de wegen niet in het riool, maar via de bovengrondse goten en/of greppels in de wadi en vervolgens naar het grondwater in de bodem. Ecologische wadi’s (dus wadi’s die natuurlijk zijn ingericht en niet alleen uit gras bestaan) met hoog opgaande planten versterken de ecologische infrastructuur omdat ze dienstdoen als ecologische verbindingszone of steppingstone. Ze zorgen ook voor meer biodiversiteit. Wadi’s zijn niet gewenst op klei (Presikhaaf, ‘t Broek, Arnhem-Zuid). Daar moet gekozen worden voor bodempassages (water wordt gefilterd en gaat dan niet naar beneden, de grond in, maar wordt ergens heengeleid, bijvoorbeeld naar oppervlaktewater).
Baten: • Biodiversiteit • Klimaatadaptatie: • Overig:
kleine zoogdieren, vogels, amfibieën, vissen, vlinders, wilde bijen, inheemse vegetatie verkoeling door verdamping, verlicht druk op riool, verbetering wateropvang, verbetering infiltratie, vertraagde waterafvoer verhoging waarde onroerend goed, verbetering waterkwaliteit, minder criminaliteit, bijdrage gezond leefklimaat
Aanbevelingen Is wenselijk om zo veel mogelijk dood hout, losse stenen en andere natuurlijke materialen aan te brengen die zorgen voor beschutting voor insecten, amfibieën en kleine zoogdieren. Denk voor de beplanting aan: Helofyten voor de natte zone: zwanenbloem, riet, mattenbies, grote lisdodde. Hoog opgaande plantensoorten voor de oever: wilgenroosje, moerasspirea, gewone kattenstaart, watermunt. Laag blijvende planten voor de droge zone: gewoon ereprijs, grasmuur, kruipend zenegroen, pinksterbloem. Struiken en bomen voor de droge zone: boswilg, els. Kosten: Geschatte kosten aanleg: Geschatte kosten onderhoud/jaar:
5 - 6 €/m2. e 0,15 - 0,45 €/m2 (Provincie Gelderland, 2020)
Aanbevelingen Het is wenselijk om zo veel mogelijk dood hout, losse stenen en andere natuurlijke materialen aan te brengen die zorgen voor beschutting voor insecten, amfibieën en kleine zoogdieren. Denk voor de beplanting aan: Helofyten voor de natte zone: zwanenbloem, riet, mattenbies, grote lisdodde. Hoog opgaande plantensoorten voor de oever: wilgenroosje, moerasspirea, gewone kattenstaart, watermunt. Laag blijvende planten voor de droge zone: gewoon ereprijs, grasmuur, kruipend zenegroen, pinksterbloem. Struiken en bomen voor de droge zone: boswilg, els.
Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
PAGINA
42
C23. Amfibieënpoel 25 punten Minimaal 30 m2.
Eisen en randvoorwaarden Oppervlakte: Minimaal 30 m2 en maximaal 500 m2 Hoogte/lengte: Niet dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Overige: Noordoever talud zo flauw mogelijk maken, bij voorkeur 1:8 of 1:10 en het diepste punt moet zich op 50 cm onder de laagste grondwaterstand te bevinden. De poel moet natuurlijk te zijn en daarom onder de grondwaterstand liggen. Met deze maatregel wordt niet een vijver met een kunstmatige waterkerende laag bedoeld (zoals een beton of vijverfolie). Aanbevelingen Houd rekening met eventuele aanvullende gemeentelijke vergunningplicht bij het graven van een poel. Van belang is dat er geen vissen worden uitgezet in de poel, dit komt niet ten goede van de biodiversiteit. Poelen zijn bij voorkeur niet beschaduwd en liggen in grasland of enkele meters van de bosrand. Veel soorten profiteren van deze specifieke combinatie van water en groen.
Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam
ONDERWERP
boomkikker, heikikker, kamsalamander, insecten verkoeling door verdamping
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
Baten: • Biodiversiteit • Klimaatadaptatie:
43
PAGINA
Maatregelencatalogus Natuurinclusief Bouwen Arnhem
ONDERWERP
C24. IJsvogelwand 15 punten, ijsvogelvriendelijke oever- 10 punten
Broedgelegenheid voor ijsvogels creëren door aanleg van een ijsvogelwand d.m.v. betonnen keerwand met gaten of steile natuurlijke wand langs beken, plassen en meren; en/of ijsvogelvriendelijke oever.
Baten: • Biodiversiteit
ijsvogels (de oever biedt ook schuilmogelijkheden voor eenden, meerkoeten en waterhoentjes)
Geschatte kosten: onbekend IJsvogelwand Eisen en randvoorwaarden Hoogte/lengte: Steilwand tussen 50 cm en 2 meter hoog en tussen de 1 en 3 meter breed. Overige: IJsvogels graven zelf gangen in steile wandjes van zand of klei. Zo’n steile wand kan worden gemaakt door het afsteken van een stuk oever. Of er kan een betonnen wand worden gebruikt. De wand liefst minimaal 1 meter boven het water laten uitsteken. IJsvogels zijn schuwe vogels. Daarom alleen effectief als er niet teveel verstoring plaatsvindt. Liefst 25 meter van plekken af waar veel mensen komen, zoals wandelpaden en speelvelden. Of bijvoorbeeld met sleedoornstruweel afschermen. Aanbevelingen Bij voorkeur een tak in de wand steken die boven het water hangt. De maatregel wordt bij voorkeur gecombineerd met het aanleggen van een ijsvogelvriendelijke oever. Zie ook bijvoorbeeld: Harder J. 2012. IJsvogelhandleiding, aanleg, controle en onderhoud van ijsvogelwanden. Afbeelding: Nina Kopp, gemeente Amsterdam