CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

1a Vast te stellen BP Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening veld 3 noord en 23 -tekst-

Politieke Avond 29 september 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23 en 12e herziening exploitatieplan23.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de natuurvriendelijke stad: biodiversiteit in en om de stad en de natuurinclusieve stad de groene gezonde stad: leefbaarheid, klimaat en gezondheid de duurzaam beheerde stad: beheer afgestemd op eindbeeld en gebruik de samenwerkende stad: maatschappelijke betrokkenheid en promotie van groen. De Groenvisie legt niet alleen het Groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur. Daarnaast geeft zij ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar versterken. De Groenvisie is daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen en het latere Omgevingsplan.

Uitsnede 'Kaart 1. Arnhems Groen-blauw raamwerk met Bomenhoofdstructuur', Groenvisie 2017-2035. Groenbalans en -compensatie Het provinciale en gemeentelijke beleid voorziet in groencompensatie. De provinciale compensatie is alleen geldig op bos en natuur binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Bij compensatie geldt een toeslagregeling afhankelijk van de herstelsnelheid van bos of natuur. In de Groenvisie staan de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017. Uitgangspunt is dat de totale groenbalans in de stad neutraal blijft of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen (planologisch of feitelijk), dan wordt dat gecompenseerd. Allereerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de bomen gestort in het gemeentelijk Groenfonds. Daar waar de provinciale compensatie regels gelden, treden de gemeentelijke terug. Om inzicht te houden in de ontwikkeling van het groen dienen per bestemmingsplan of project door 26 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

middel van een groenbalans de veranderingen inzichtelijk gemaakt te worden. Schuytgraaf is een nieuwbouwwijk, die wordt gebouwd in het poldergebied tussen Arnhem en Driel. De voormalige agrarische gronden transformeren naar een nieuw stedelijk gebied. Oude structuren zijn basis geweest voor de nieuwe groene hoofdstructuur van dit deel van de stad. Water vormt een belangrijke drager in de landschappelijke en natuurkwaliteit van de wijk. Voor het ontwerp van het watersysteem is een waterstroming ontwikkeld die recht doet aan een zonering in waterkwaliteit. De situering van de weide 'het Nevelveld' (de droge ecologische verbindingszone, in het oostelijk deel) en de natte ecologische verbindingszone 'de Stroomgraaf en De Schuytse Laak' (in het westelijk deel van de wijk) vormen samen met de bos- en waterstructuur en het lineaire park het groene- blauwe raamwerk van de wijk. Deze hoofdstructuur is voor een deel ook onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk.

Uitsnede 'Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). Bomenplan 2020 Het bomenplan is een uitwerking van de Groenvisie. Onderdeel van dit plan is het jaarlijks aanplanten van nieuwe bomen en bos. Deze nieuwe bomen leveren een belangrijke bijdrage aan het klimaatbestendiger maken van Arnhem. 4.6.2

Situatie veld 3 noord en 23

Het groen blauwe raamwerk van de wijk heeft er voor gezorgd dat vanaf het begin, voor inheemse planten en dieren een vernieuwd habitat is ontstaan en hervestiging van soorten mogelijk is geweest. Ook hebben inheemse soorten zoals vleermuizen & dassen dit nieuwe groene netwerk ontdekt als foerageergebied. Naast het groen-blauwe raamwerk wordt het integreren van natuur In de woongebieden een nieuw onderdeel van de opgave van het veld. Natuurinclusief bouwen wordt zoals de Groenvisie aangeeft de norm. Door vanaf het begin rekening te houden met stadsnatuur en daar aan en in bebouwing en in vooren achtertuin voorzieningen voor mee te nemen, kan dit worden mee ontworpen en aangelegd. Door Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 27

middel van een puntensysteem met natuurinclusieve maatregelen bij het bouwen van woningen en aanleg van tuinen (zie paragraaf 3.4.2) wordt dit geborgd. Er moet altijd een minimum aantal punten gehaald worden door verblijfsplaatsen in te bouwen én door groene maatregelen aan en om de woning(en) toe te passen. In het puntensysteem wordt er een onderscheid gemaakt tussen twee categorieën: verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende soorten en groene maatregelen. Natuurinclusief bouwen is noodzakelijk voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals de huismus en de gierzwaluw. Beschermde en ook niet beschermde soorten hebben baat bij natuurinclusief bouwen. Ook zorgt het toepassen van meer groen voor betere biodiversiteit, klimaatbestendigheid en leefbaarheid van het gebied. De Groenvisie geeft aan dat in het polderlandschap van Schuytgraaf het leefgebied van verschillende doelsoorten versterkt moet worden. Deze doelsoorten zijn: Groene specht, ringslang, boomklever, kamsalamander, rietzanger, steenuil, patrijs, kwartelkoning, waterspitsmuis, kleine karekiet, rugstreepad, hermelijn, ijsvogelvlinder, oranjetipje. Toets aan Gelders Natuurnetwerk De west- en noordzijde van Schuytgraaf zijn deels benoemd als Gelders Natuurnetwerk en deels als Groene Ontwikkelzone (GO).

De wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied mogen niet significant worden aangetast. Veld 3 noord en veld 23 liggen buiten deze zones. Toets aan Wet Natuurbescherming- Natura 2000-gebieden In Schuytgraaf komen geen soorten of habitattypen voor die zijn beschermd conform deze wetgeving. Schuytgraaf ligt wel in de nabijheid van de Natura 2000-gebieden de Veluwe en Rijntakken. Ten behoeve van de ontwikkeling in veld 1, veld 3 noord en veld 23 heeft DGMR een stikstofonderzoek uitgevoerd (Schuytgraaf Veld 1, 3 en 23. Onderzoek stikstofdepositie Wet natuurbescherming, 15 februari 2021, M.2019.1208.07.R001, Bijlage 5 Stikstofonderzoek). In het onderzoek is de stikstofdepositie per jaar berekend, waarbij zowel rekening is gehouden met de emissie die ontstaat vanwege de activiteiten van de bouw als het gebruik van de woningen. Uit de berekening volgt dat de hoogste stikstofdepositie van 0,11 mol/ha/jaar ontstaat voor de toekomstige situatie, voor de combinatie van de bouw- en de gebruiksfase in 2024, voor het Natura 2000-gebied de Veluwe. In alle doorgerekende jaren ontstaat ook een significante stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Uit de verschilberekeningen blijkt dat in geen enkel jaar een toename van de stikstofdepositie ontstaat.

Daarom zorgt de stikstofdepositie die vanwege het plan ontstaat, niet voor een verslechtering van de Natura 2000-gebieden, ten opzichte van de referentiesituatie. Op 1 juli 2021 is de nieuwe stikstofwet in werking getreden. De wet maakt een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Het eerdere onderzoek en de onderbouwing in de toelichting zijn nog steeds relevant. Uit het onderzoek blijkt dat stikstof geen belemmeringen oplevert voor het bestemmingsplan voor zowel de bouw- als gebruiksfase. Met alleen de stikstofdepositie van de gebruiksfase wordt daarom ook zonder meer voldaan aan de stikstofregels. Wet Natuurbescherming- Soorten Voor de realisatie van de wijk beschikt de gemeente sinds 2004 over ontheffingen in het kader van de soortenbescherming. De ontheffing van FF/75C/2011/0188A is voor het tijdvak van: 15 juli 2016 tot en met 14 juli 2021. Deze ontheffing was nodig met het oog op het beschadigen, vernielen of verstoren van voortplantings- of andere vaste rust- of verblijfplaatsen van de rugstreeppad (Bufo calamita), bittervoorn (Rhodeus amarus), grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) en de kleine modderkruiper (Cobitis taenia).

De ontheffing is verkregen omdat er geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de beschermde soorten en er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De ontheffing geeft voorwaarden waaraan moet worden voldaan door de initiatiefnemer. Met name gaat het hier om compenserende en mitigerende maatregelen. Deze ontheffing is inmiddels verlengd tot 2027. De kleine modderkruiper en bittervoorn zijn niet meer beschermd binnen de Wnb en zijn uit de ontheffing gehaald. 28 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

Bij de realisatie van de velden moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van de rugstreeppad en oeverzwaluw. In de bouwfase betreft dit het zoeken naar oplossingen zodat deze soorten niet gehinderd worden door de bouw door tijdens de bouwfase gunstige omstandigheden te creëren. In de geactualiseerde ontheffing is opgenomen dat indien de activiteiten bij grondbulten niet kunnen worden uitgesteld tot buiten de voortplantingsperiode van de ruggstreeppad er wordt gezocht naar eisnoeren en larven en worden deze verplaatst. Wet Natuurbescherming- Houtopstanden Voor de realisatie van dit veld worden geen houtopstanden gekapt. Groenvisie 2017 - 2035 De groencompensatieregels zijn niet van toepassing voor Schuytgraaf. Hier was de grondexploitatie voor 2 oktober 2006 al vastgesteld. Wel was voor de toekomstige wijk het realiseren van een samenhangende robuuste groenstructuur het uitgangspunt. Behoud en ontwikkelen van de oorspronkelijke landschappelijke-, cultuurhistorische en ecologische waarden en het integreren daarvan in het stedenbouwkundig ontwerp is daarbij randvoorwaarde geweest. Deze structuren zijn nagenoeg gerealiseerd. Groenbalans De groeninrichting in het veld voorziet in de realisatie van wijkgroen met bomen. De groeiplaatsen van de bomen op de groene pleinen zullen dusdanig worden aangelegd dat ze de monumentale bomen van de toekomst zijn.

Op deze wijze dragen de bomen bij aan verkoeling van de leefomgeving, zuiveren van de lucht en het bevorderen van de gezondheid. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor vaststelling van het bestemmingsplan op basis van groen en ecologie.

4.7

Water

4.7.1

Algemeen

Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 uit 2015. Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 is water een onderwerp. Het gaat om de bescherming van de grondwaterkwaliteit en –kwantiteit, de bescherming en verbetering van de waterkwaliteit, een goede zoetwatervoorziening en voldoende ruimte voor waterveiligheid. Verder is klimaatbestendige (her)ontwikkelingen, met water als belangrijk aspect, een belangrijk onderwerp. In april 2011 hebben Rijk, provincies, gemeente, waterschappen, en drinkwaterbedrijven afgesproken om gezamenlijk maatregelen te nemen voor een doelmatiger waterbeheer; het Bestuursakkoord Water. De inzet ligt bij mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van watersysteem en waterketen. De kwaliteit moet omhoog tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

In de Waterwet uit 2009 zijn onder meer de gemeentelijke watertaken opgenomen: de zorgplicht voor hemelwater indien de eigenaar van het terrein het hemelwater in alle redelijkheid niet op eigen terrein kan verwerken en de regierol van gemeenten bij de grondwaterzorgplicht. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is door de overheden afgesproken om vanaf 2020 ruimtelijke adaptatie een integraal onderdeel uit te laten maken van het beleid. Om uiteindelijk in 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te hebben. De urgentie om onze leefomgeving klimaatadaptief en waterrobuust te maken is in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie (november 2018) nogmaals onderstreept. Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 29

Beleid waterschapen gemeente De verantwoordelijkheid voor het stedelijk waterbeheer in Arnhem-Zuid ligt bij het Waterschap Rivierenland. Relevant beleid voor de gemeente Arnhem is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 "Koers houden, kansen benutten" en de keur en de legger van het Waterschap. Het waterbeleid van de gemeente Arnhem is vastgelegd in de volgende beleidsplannen: Gemeentelijk RioleringsPlan (2014-2018) november 2015; dit plan richt zich op een verbetering van de kwaliteit van het rioleringsstelsel, op de vermindering van de vuiluitworp naar het oppervlaktewater, de bodem en het grondwater, op het voorkomen van overlast en op het vasthouden van schoon hemelwater in stedelijk gebied; Waterplan Arnhem (2009-2015). Door de gemeente Arnhem en haar waterpartners is dit Tweede Waterplan Arnhem opgesteld. De gemeenteraad heeft in 2009 het waterplan vastgesteld. Het waterplan is gebaseerd op 4 hoofddoelstellingen: 1. Arnhem aantrekkelijke waterstad; 2. Klimaatbestendig watersysteem en waterketen; 3. Goede kwaliteit water en waterbodem; 4. Bewustwording; Aanpak wateroverlast Arnhem-Noord (2015). Het plan heeft tot doel om Arnhem en vooral Arnhem-Noord, beter bestendig te maken tegen zware regenbuien. Hiervoor worden tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte maatregelen genomen die wateroverlast verminderen dan wel beperken.

Over alle plannen in de openbare ruimte wordt een waterscan gelegd. Resumé Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente, waterschap en provincie is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Dit betekent dat: negatieve verstoring van de grondwaterstanden en –stromingen niet toegestaan zijn om grondwateroverlast en/of verdroging op de locatie en het boven- en benedenstrooms gelegen gebied te voorkomen; maatregelen getroffen moeten worden ter voorkoming van (grond)watervervuiling; bij nieuwbouw het regenwater binnen het plangebied afgekoppeld moet worden van de riolering en worden verwerkt op eigen terrein; voldoende oppervlaktewater aanwezig is en op de goede locatie; het verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt wordt; het gebruik van uitloogbare materialen en chemische bestrijdingsmiddelen niet is toegestaan; ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verminderen of beperken van wateroverlast; geen ontwikkelingen mogen plaatsvinden die het functioneren van de waterkering beperken; de aanwezige ruimte in het winterbed van de rivieren beschikbaar blijft voor het primaire doel; waterberging en waterafvoer. 4.7.2

Situatie veld 3 noord

Op basis van de stedenbouwkundige visie van veld 3 noord zijn een aantal wateruitgangspunten bepaald. Een belangrijk ruimtelijk uitgangspunt is dat het veld aan de gehele noordzijde en grotendeels de oostzijde grenst aan oppervlakte water van het stedelijk watersysteem. Daarnaast loopt er in de bestaande situatie een kavelsloot om het populierenbos aan de zuid-oostzijde van het plan en een groenstrook met ruimte voor waterberging aan de gehele westzijde van het veld. Hierdoor zijn er voldoende mogelijkheden om het overtollige hemelwater te kunnen bergen en af te voeren Grondwater De indicatieve huidige gemiddelde grondwaterstand bij veld 3 noord is circa 7.70m+NAP (gebaseerd op gegevens uit de omgeving van veld 3 noord). Het openbaar gebied van veld 3 noord heeft een gemiddeld peil van 9.00m+NAP. Het verwachtte maximale peil is 9.40m+NAP en het verwachte minimale peil 8.80m+NAP. Afvalwatersysteem

30 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

Het vuilwater van veld 3 noord wordt middels een vrij verval riool deels verzameld naar een reeds gerealiseerd gemaal voor veld 2 noord en veld 3 noord. Vervolgens gaat het middels een persleiding naar de voorput bij gemaal 3 vanuit waar het vuilwater naar de waterzuivering wordt afgevoerd. Het andere deel loost middels vrijverval direct op de voorput. Door gebruik te maken van het gemaal tussen veld 2 en veld 3 noord in kan de diepte ligging van de riolering in veld 3 noord worden beperkt. Dit is gezien de grondslag en hoge grondwaterstanden zeker in de toekomst voordelig. Daarnaast is de milieubelasting van een ondieper stelsel aanzienlijk lager dan dat van een diep stelsel. Hemelwater openbaar gebied Een uitgangspunt in het plan voor veld 3 noord is het percentage (verharde) openbare ruimte zo klein mogelijk te houden. Dit zorgt er voordat er minder hemelwater direct afstroomt. Daarnaast wordt het veld en de woonblokken in het veld als terpen aangelegd waardoor het hemelwater altijd naar buiten kan afvloeien. Hierdoor wordt op niet openbaar terrein de kans op calamiteiten verminderd. Bijzonderheden veld 3 noord In de visie voor veld 3 noord staat de wegenstructuur haaks op het oppervlaktewater en het groen gericht. Het hemelwater uit het openbaar gebied kan hierdoor voor een groot deel direct oppervlakkig naar de buitenste randen van het veld stromen.

Het hemelwater dat niet direct kan af stromen wordt via bodempassages naar de buitenste randen van het veld afgevoerd. Met de aanleg van deze bodempassages en door gebruik te maken van de bestaande kavelsloot is voldoende berging- en afvoercapaciteit aanwezig. In geval van een bui van meer dan T=10+10% is er voldoende mogelijkheid voor de afvoer van hemelwater. Namelijk in het zuid oosten richting de kavelsloot die weer afwatert op het oppervlaktewater, aan de oostzijde via de bodempassage naar de stedelijke watergang en aan de noordwestzijde richting de stedelijke watergang aan de Achterstraat. Hemelwater dat via verharding (molgoten) naar het oppervlakte water afstroomt zal tenminste via een bermpassage gaan. De afmetingen van de bodempassages, en de voorzieningen bij het kruisen van wegen worden in latere detailleringstappen verder uitgewerkt. Van het definitieve ontwerp zal een waterbalans worden opgemaakt. Hemelwater percelen Het hemelwater dat van de particuliere percelen af komt, wordt bovengronds afgevoerd naar het openbaar gebied. Percelen die grenzen aan het oppervlaktewater wateren hier direct, oppervlakkig op af. Effecten aanleg van veld 3 noord op waterkwaliteit De effecten op de waterkwaliteit van de aanleg van veld 3 noord moeten passen binnen de kaders die het waterschap stelt.

Hierover vindt met het waterschap afstemming plaats en worden detail afspraken gemaakt over waaraan de inrichting moet voldoen. Door gebruik te maken van bodempassages, groene bermen waar het hemelwater in wordt gezuiverd en afgevoerd is de verwachting dat er geen negatieve effecten op de waterkwaliteit zijn. Effecten aanleg van veld 3 noord op waterkwantiteit De effecten op de waterkwantiteit in de omgeving door de aanleg van veld 3 noord moeten passen binnen de kaders die het waterschap stelt. Het extra verharde oppervlakte dat ontstaat door de aanleg van veld 3 noord is gecompenseerd met de aanleg van extra oppervlaktewater zoals reeds is voorzien in het plan Schuytgraaf. Conclusie De ontwikkeling van veld 3 noord van Schuytgraaf heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Bij de verdere uitwerking van het veld moet wel voldoende aandacht worden besteed aan het realiseren van voldoende ontwatering en aan een goede afvoer van hemelwater.

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 31

4.7.3

Situatie veld 23

4.7.3.1 De huidige situatie Oppervlaktewater Veld 23 valt in het zuidelijke deel van Schuytgraaf en wordt rondom begrenst door A- watergangen. In het midden van het plan ligt nog een bestaande poel. De watergangen aan de noordzijde maken onderdeel uit van het stedelijk watersysteem en hebben een peil van gemiddeld 7,20 m. + N.A.P. In het voorjaar wordt dit peil opgezet met maximaal 15 cm. om de verdamping in de zomer gedeeltelijk te compenseren. De overige watergangen maken onderdeel uit van het voedselrijke watersysteem, het poldersysteem van de Betuwe. Grondwater De bodem van het plangebied bestaat uit zwak tot matig zandige klei, en is daarmee (redelijk) slecht doorlatend. In de recente periode zijn maar enkele grondwatermeting bekend; namelijk een waterstand van 0.95 tot 1.30 meter minus maaiveld in april 2019. Afvalwatersysteem In het gebied is geen afvalwatersysteem aanwezig. In de landbouwkundige periode werd het hemelwater met greppels en kavelsloten afgevoerd naar hoofdwatergangen die weer in verbinding stonden met de Linge. De laatste jaren zijn de kavelsloten gedempt en werd het hemelwater afgevoerd naar de watergangen van het stedelijk oppervlaktewatersysteem. 4.7.3.2 Watersystemen in de toekomstige situatie Oppervlaktewater In de nieuwe situatie wordt in het plangebied geen aanvullend oppervlaktewater aangelegd.

De benodigde watercompensatie voor de te realiseren verharding is al opgenomen in het stedelijk watersysteem van Schuytgraaf. Grondwater Het veld en de kavels worden als een terp aangelegd. Door deze ophoging van het plangebied neemt de ontwatering ten opzicht van de landbouwkundige situatie in ieder geval toe. Of de doorlatendheid ook toeneemt is afhankelijk van het materiaal waarmee het terrein opgehoogd wordt Verwacht mag worden dat met het ophogen met een zandpakket niet alleen de ontwatering toeneemt, ook de doorlatendheid van de bodem zal verbeteren. Belangrijk aandachtspunt is dat infiltrerend hemelwater niet alleen snel genoeg kan inzijgen, maar dat het ook snel genoeg horizontaal kan worden afgevoerd naar buiten het woongebied. Afval- hemelwatersysteem Het plangebied krijgt een geïntegreerd rioolstelsel; dat wil zeggen dat alleen voor de afvoer van het huishoudelijke afvalwater een riool wordt aangelegd en dat het hemelwater in de openbare ruimte bovengronds wordt afgevoerd. Voor de afvoer van het afvalwater wordt een rioolgemaal aangelegd. In de latere uitwerking van dit plangebied wordt de definitieve locatie daarvan bepaald. Vervolgens gaat het met een persleiding naar het gemaaltje in veld 24. In Schuytgraaf worden voor de afvoer van hemelwater standaard grijsgoten en bodempassages toegepast.

Om te voorkomen dat de afvoerlijnen naar de watergangen te lang worden is een extra afvoer aan de noord en westzijde van het plangebied voorzien. Deze afvoer, een groengoot of een bodempassage voert het water uiteindelijk af op de zuidelijke A-watergang. Naast de afvoer van hemelwater hebben de bodempassages ook een functie in de zuivering van het afstromend hemelwater voordat het in het oppervlaktewater stroomt. Deze zuivering komt de waterkwaliteit ten goede. Voor een goed functioneren van het bovengrondse afvoersysteem moet rekening worden gehouden met de richting en lengtes van het af te voeren hemelwater. Door een goed ontwerp en door de robuuste capaciteit van het oppervlakkige systeem wordt voorkomen 32 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

dat hemelwater in het plangebied voor problemen kan zorgen. De reeds aanwezige poel, welke ook gebruikt wordt voor opvang van hemelwater, moet daarom een verbinding krijgen via een hemelwaterleiding naar de A-watergang. Deze verbinding kan dan als calamiteitenoverstort dienen. Conclusie: De ontwikkeling van Veld 23 van Schuytgraaf heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Bij de verdere uitwerking van het veld moet wel voldoende aandacht worden besteed aan het realiseren van voldoende ontwatering en aan een goede afvoer van hemelwater. Hiervoor moet een waterplan worden opgesteld.

4.8

Bodem

4.8.1

Algemeen

Voor deze ontwikkellocatie is getoetst of de bodemkwaliteit (inclusief grondwater) de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen toelaat. Ook is getoetst of een eventuele bodemverontreiniging gevolgen heeft voor de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. Als toetskader wordt gebruik gemaakt van de volgende bodemregelgeving: Wet Bodembescherming; Beleidsnota bodem 2012, Provincie Gelderland, gemeente Arnhem en gemeente Nijmegen, 1 december 2012; Besluit Bodemkwaliteit; Nota Bodembeheer, september 2011 4.8.2

Situatie veld 3 noord

Voor het bestemmingsplan is een inventarisatie uitgevoerd naar de bekende (mogelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging in het betreffende plangebied. Daarnaast is een inventarisatie uitgevoerd naar alle beschikbare bodemkwaliteitsgegevens en relevante historische gegevens in het plangebied. Daarbij is gebruik gemaakt van het bodeminformatiesysteem van de gemeente Arnhem en zijn bodemrapporten/-documenten geraadpleegd. Uit deze inventarisatie is gebleken dat in het bestemmingsplangebied het volgende geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is: A

Adres Achterstraat 20

BISnr. 0716

Omschrijving Asbest in grond

Gebruiksbeperkingen Terrein niet betreden, niet graven in verontreinigde grond

Aan Achterstraat 20 is ter plaatse van de bomensingel een ernstig geval met asbest in de bodem (0-70 cm-mv) aanwezig. Deze locatie is nu afgezet met hekwerk (beschikt op TBM via een beschikking Ernst en Spoedeisendheid op 19 april 2019 met kenmerk 3369680/0716.51.01) in afwachting van de ontwikkeling van het perceel. Er zijn sanerende maatregelen nodig om locatie geschikt te maken voor de beoogde functie. En er gelden gebruiksbeperkingen op deze deellocatie. Verder is op basis van bodemonderzoek en de bodemkwaliteitskaart licht tot matig verontreinigde grond (klasse Wonen) te verwachten. Verdere informatie over de bodemkwaliteit in Arnhem kunt u vinden op de internetsite www.arnhem.nl/bodem. Conclusie De geïnventariseerde en getoetste bodemgegevens geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van het plangebied. Er is een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest aanwezig. Op of direct aangrenzend aan het plangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen. Voor de ontwikkeling van het terrein voor woningbouw zijn voor genoemde deellocatie wel sanerende maatregelen nodig. Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 33

4.8.3

Situatie veld 23

Voor het bestemmingsplan is een inventarisatie uitgevoerd naar de bekende (mogelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging in het betreffende plangebied. Daarnaast is een inventarisatie uitgevoerd naar alle beschikbare bodemkwaliteitsgegevens en relevante historische gegevens in het plangebied. Daarbij is gebruik gemaakt van het bodeminformatiesysteem van de gemeente Arnhem en zijn bodemrapporten/-documenten geraadpleegd. Uit deze inventarisatie is gebleken dat in het bestemmingsplangebied geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging bekend zijn. Er is op basis van bodemonderzoek en de bodemkwaliteitskaart licht tot matig verontreinigde grond (klasse Wonen) te verwachten. Verdere informatie over de bodemkwaliteit in Arnhem kunt u vinden op de internetsite www.arnhem.nl/bodem. Conclusie De geïnventariseerde en getoetste bodemgegevens geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van het plangebied. Er is geen geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Op of direct aangrenzend aan het plangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen. Voor de ontwikkeling van het terrein zijn geen sanerende maatregelen nodig. De kwaliteit van de bodem (inclusief grondwater) vormt geen gevaar voor de volksgezondheid bij de beoogde bestemmingen/functies in het ontwikkelgebied.

4.9

Cultuurhistorie en archeologie

4.9.1

Algemeen

Rijksbeleid Erfgoedwet Cultuurhistorische objecten die zeldzaam of schaars zijn en die voor mensen in hoge mate het beeld van Nederland bepalen, worden aangewezen als monumenten. In de Erfgoedwet (de opvolger van de Monumentenwet 1988) is vastgelegd hoe monumenten van bouwkunst en archeologie en stads- en dorpsgezichten moeten worden beschermd. Deze wet is het belangrijkste instrument voor de bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed in Nederland. Besluit ruimtelijke ordening Cultuurhistorie moet op basis van de gewijzigde Bro (art 3.1.6 ) goed in bestemmingsplannen verankerd worden. Dit behelst niet alleen een beschrijving van de aanwezige en te verwachten cultuurhistorische waarden, maar ook een waardering ervan en een advies over toekomstige omgang ermee, gelet op de ruimtelijke opgave die in het bestemmingsplan aan de orde is. Aangegeven moet worden hoe met de cultuurhistorische waarden rekening is gehouden in het bestemmingsplan. Verdrag van Valletta en de Wet op de archeologische monumentenzorg De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta (Malta). In 1992 ondertekenden twintig Europese staten, waaronder Nederland, dit verdrag.

De belangrijkste uitgangspunten van het verdrag zijn: archeologische waarden dienen zoveel mogelijk (in situ) in de bodem bewaard te blijven en beheermaatregelen dienen genomen te worden om dit te bewerkstelligen; vroeg in de ruimtelijke ordening dient al rekening gehouden te worden met archeologie; bodemverstoorders betalen het archeologisch (voor)onderzoek wanneer behoud in situ niet mogelijk is. In 2007 is het verdrag vertaald in de Monumentenwet 1988 en maakt thans deel uit van de Erfgoedwet.

34 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

Provinciaal beleid Programma 'Gelderland Cultuurprovincie' In 2012 is het Programmaplan voor Cultuur en Erfgoed 2013-2016 vastgesteld. De visie die hieraan ten grondslag ligt, is dat cultuur en erfgoed een wezenlijke bijdrage leveren aan de Gelderse samenleving. Cultuur en erfgoed zijn bouwstenen voor een goede economische en maatschappelijke ontwikkeling en bepalen mede de identiteit van Gelderland. Bij erfgoed gaat het om het duurzaam benutten van monumenten, archeologie en landschap. Enkele thema's die in het programma aan de orde komen, zijn: het vergroten van de zichtbaarheid en beleefbaarheid van erfgoed; het bevorderen van kennis en vakmanschap; het stimuleren van herbestemming en het investeren in buitenplaatsen en militaire linies. Gemeentelijk beleid Erfgoednota 'Panorama Arnhem' In de Erfgoednota 'Panorama Arnhem' wordt het accent verschoven van 'behoud door bescherming' naar 'behoud door ontwikkeling'. We gaan er vanuit dat de cultuurhistorie zo op een vroeg moment een actieve rol gaat spelen in veranderingsprocessen en ontwerpkeuzen. Het stadsbeeld van Arnhem verandert in hoog tempo. Het erfgoedbeleid wil de cultuurhistorische factor een zichtbare en samenhangende rol geven in deze stedelijke ontwikkelingen. Cultuurhistorie wordt ingezet als ontwikkelingskans en niet als belemmering.

Streven is om bij planontwikkelingen zo vroeg mogelijk onze kennis van de Arnhemse cultuurhistorie in te brengen. De kennis van het Arnhemse erfgoed moet goed toegankelijk zijn. Hiertoe worden nieuwe instrumenten ontwikkeld. De erfgoedkaart biedt een overzicht van alle cultuurhistorische elementen en structuren binnen de gemeente Arnhem. Daarnaast blijft het zichtbaar maken van de bouw- en ontwikkelgeschiedenis van onze stad uitgangspunt. De cultuurhistorische dimensie van de stad moet, waar mogelijk, worden versterkt en beleefbaar gemaakt. Om de doelstellingen van het erfgoedbeleid te realiseren zetten we een aantal strategieën in: Behouden door ontwikkelen Behouden door beschermen Adviseren, stimuleren en verleiden Kennis verwerven en verspreiden Archeologische verwachtingenkaart Archeologie is een integraal onderdeel van het erfgoedbeleid en als zodanig opgenomen in de erfgoednota. In de nota wordt voortgeborduurd op de uitgangspunten van het Verdrag van Malta. Behoud van archeologische waarden is het uitgangspunt en als dat niet mogelijk is, volgt veiligstelling door archeologisch onderzoek. Om permanente aandacht voor deze vorm van erfgoed te krijgen, is ingezet op constante voorlichting en educatie. Sinds 2008 beschikt de gemeente over een archeologische verwachtingenkaart voor heel Arnhem.

De verwachtingenkaart geeft al in een vroeg stadium van planvorming globaal inzicht in de mate waarin archeologische resten in een gebied aangetroffen kunnen worden. Conform de Erfgoedverordening geldt dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden als grondroerende werkzaamheden: in archeologisch waardevolle gebieden (buiten monumenten) dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 30 m2; in gebieden met een hoge archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 200 m2; in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 500 m2; in gebieden met een lage archeologische verwachting dieper dan 40 cm-maaiveld reiken en groter zijn dan 2000 m2. Voor archeologisch waardevolle gebieden zijnde beschermde gemeentelijke of rijksmonumenten, geldt maatwerk. Voor rijksmonumenten beslist de Minister van OC&W. Gebieden die reeds onderzocht zijn Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 35

en/of zijn vrijgegeven, zijn vrijgesteld van onderzoek. Aan het archeologische beleid dat in de verordening is verankerd, ligt de archeologische maatregelenkaart als basis. Structuurvisie De Structuurvisie Arnhem (2011) biedt een strategisch kader voor ruimtelijke planning op stedelijk niveau voor de lange termijn. Uitgangspunt is het voortbouwen op de karakteristieken van de historisch gegroeide stad. In de cultuurhistorische hoofdstructuur zijn de ruimtelijke, historische elementen weergegeven, die essentieel zijn voor Arnhem als geheel. Per landschappelijke karakteristiek zijn de ambities weergegeven. Vervolgens is een selectie gemaakt van die cultuurhistorische belangen en structuren die kansen bieden bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in de stad: de 'Cultuurhistorische Kansenkaart'. De rijkdom van de Arnhemse cultuurhistorie is kader en inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. 4.9.2

Situatie veld 3 noord en 23

4.9.2.1 Cultuurhistorie Er zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. 4.9.2.2 Archeologie Aardwetenschappelijk Het plangebied ligt in Arnhem-Zuid en daarmee in het rivierengebied van Oost-Nederland. Diep in de ondergrond bevinden zich hier afzettingen van Rijn en Maas uit de ijstijd. Deze kenmerken zich door grof zand en grind. Aan het einde van de ijstijd, tijdens een periode van extreme kou, waaide zand op uit droge rivierbeddingen. Dit zand werd elders evenwijdig aan beddingen als duinen afgezet. Een dergelijke duin bevindt zich in Schuytgraaf ter hoogte van de hieronder te bespreken vindplaats 9. Ter hoogte van de eveneens hieronder te bespreken vindplaats 10 bevindt zich ook een zandopduiking uit de ijstijd, alleen ontstond deze niet door windafzetting, maar onder invloed van stromend water. Ongeveer 10.000 jaar geleden ving het Holoceen aan. Gedurende deze tussenijstijd verbeterde het klimaat zich. Rivieren kregen minder sediment vanuit het achterland te verwerken en namen binnen het brede rivierdal uit de ijstijd een rustiger en meanderend karakter aan. De voorloper van de Rijn sneed zich in de oudere afzettingen en dekte deze af met zand en klei. Tegelijkertijd, maar vooral vanaf circa 7000 v.Chr., werd door wateropvulling van het Noordzeebekken rivierwater stroomopwaarts gestuwd. Dit 'opstuwingspunt' passeerde Arnhem rond 3800 v.Chr.

Het oude rivierdal raakte steeds meer opgevuld en vanaf circa 1300 v.Chr. verlegden zijgeulen van de Rijn zich buiten het dal om rivierwater af te kunnen voeren. Tijdens perioden van hoogwater werd door deze geulen op oevers zand afgezet. Na verloop van tijd ontstonden hierdoor oeverwallen, flauwe verhogingen evenwijdig aan de rivierbedding. Het geheel van rivierbedding en oeverwal wordt aangeduid als stroomgordel. Verder weg van de rivier zette de rivier de zwaardere kleideeltjes af. Hier ontstonden de zogeheten komgebieden, lager gelegen en nattere zones tussen oeverwallen. In Schuytgraaf waren twee stroomgordels aanwezig. Op de meest oostelijke, de Snodenhoek-stroomgordel, zijn bewoningssporen gevonden. Ook op het rivierduin zijn bewoningssporen aangetroffen.

36 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

Afbeelding 5.1 Nog aanwezige vindplaatsen. Vindplaats 5 bleek niet behoudens waard, vindplaats 9 is volledig onderzocht. Bouwveld 1 is geselecteerd voor een archeologische begeleiding indien daar grondwerkzaamheden plaatsvinden. Vindplaats 10: archeologisch rijksmonument. Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 37

In het Noorden: verwachtingen tussen Achterstraat en Drielsedijk. Archeologie In verband met de ontwikkeling van Schuytgraaf is op verschillende momenten archeologisch onderzoek verricht. Vanaf het midden van de jaren '90 van de vorige eeuw zijn voor het destijds op te stellen bestemmingsplan karterende en waarderende boringen geplaatst. Hierbij zijn 11 vindplaatsen aan het licht gekomen die vervolgens nader zijn onderzocht. De vindplaatsen zijn waar mogelijk behouden door inpassing in de planvorming. Daar waar dit niet mogelijk was en archeologische waarden door nieuwbouwwerkzaamheden verloren zouden gaan, vonden opgravingen plaats. Het uiterst noordelijke deel van Schuytgraaf, de zone tussen de Drielsedijk en Achterstraat, is destijds niet meegenomen in de archeologische onderzoeken van Schuytgraaf. Voor het westelijke deel geldt een hoge en middelhoge archeologische verwachting. Dit vanwege mogelijke bewoning op oeverafzettingen. Daarnaast kan de limes, de noordelijke grens van het Romeinse Rijk, door dit gebied lopen. Het oostelijke deel heeft voor wat betreft de eerste 1,5 m-huidig maaiveld een lage archeologische verwachting. Hier worden komgronden verwacht die een extensief gebruik kenden. Vanaf 1,5 meter geldt echter een middelhoge archeologische verwachting. De komgronden dekken een ouder landschap af.

Op zandruggen, net zoals op vindplaats 9-10, kunnen zich bewoningssporen bevinden. Ten tijde van het vooronderzoek is de verwachting op Tweede Wereldoorlog archeologie niet meegenomen. Voortschrijdend inzicht door onder meer het CE-onderzoek in de jaren 2003/2004 en historisch onderzoek toont aan dat het gebied onderdeel was van het Market Garden offensief. In oktober 1944 is zwaar gevochten in het gebied wat nu Schuytgraaf heet. Het onderzoek in 2003/2004 heeft alle explosieven en aangetroffen slachtoffers opgegraven. Conclusie Er gelden geen verwachtingen meer op het gebied van archeologie. Vertaling naar plankaart en regels van het bestemmingsplan is niet noodzakelijk. Mochten er toch archeologische vondsten worden gedaan, dan dienen deze gemeld te worden conform de Erfgoedwet (artikel 5.10). In de praktijk zal in dit geval een archeoloog van de gemeente Arnhem worden ingeschakeld.

4.10

Energie en duurzaam bouwen

Rijksbeleid Nieuwe gebouwen en woningen moeten volgens landelijke regelgeving voldoen aan het Bouwbesluit. In het bouwbesluit worden de energieprestaties voor nieuwe gebouwen en woningen fasegewijs aangescherpt. Per 1 januari 2015 is de Energieprestatiecoëfficient (EPC) voor nieuwbouw van woningen aangescherpt tot 0,4. Voor overige gebouwen is de EPC afhankelijk van de functie. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen en woningen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Voor overheidsgebouwen geldt dat zij vanaf 1 januari 2019 voldoen aan de BENG eisen. Verder geldt er per 1 juli 2018 voor nieuwbouw van alle soort gebouwen een verbod voor het aansluiten op het aardgasnet. Gemeentelijk beleid De gemeente Arnhem heeft hoge ambities op het gebied van energie en duurzaamheid. De ambities, koers en actieprogramma zijn vastgesteld in het programma 'New Energy made in Arnhem 2020-2030' (NemiA 2020-2030, vastgesteld op 29 januari 2020). De opgave is een klimaatneutraal en duurzaam Arnhem in 2050. De doelstelling voor 2030 is 61% CO2-reductie ten opzichte van 2017, met als tussendoelstelling 25% in 2023. In de gebouwde omgeving was in 2017 de uitstoot 342 kT/jaar. De doelstelling voor de gebouwde omgeving is een CO2-reductie in 2030 van 23% tot 77 kT/jaar.

Arnhem verplicht ontwikkelaars tot het opstellen van een energievisie bij nieuwbouw van meer dan 50 woningequivalenten. Er zijn vele opties voor duurzame energie. Vanwege de wetswijziging per 1 juli 2018 38 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

moeten al deze opties zonder aardgas worden gerealiseerd. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde inzake de ambities voor nieuwbouw: 1. Energieneutraal; 2. Bijna energieneutraal (BENG); 3. Conform eisen bouwbesluit.

4.11

Stadsklimaat

In de Structuurvisie 2020-2040 (vastgesteld december 2012) is de gemeentelijke ambitie verwoord om Arnhem klimaatbestendig te maken onder alle weersomstandigheden. Voor nu en in de toekomst, onder invloed van de klimaatverandering, wordt tenminste gestreefd naar prettig toeven binnen- en buitenshuis en het vermijden van ongewenste gezondheidsrisico's. Voor hitte ligt de nadruk op de toename in de toekomst van het aantal zomerse en zelfs tropische dagen. In het realiseren van een prettig stadsklimaat wil de gemeente optimaal gebruik maken van de (huidige) gunstige uitgangssituatie van natuurlijke luchtstromen die van de hoger gelegen stadsranden en vanuit de rivierzone de stad in stromen en zorgen voor koeling en tevens een goede luchtkwaliteit. Ook het groene karakter van de stad draagt daaraan in grote mate bij. De opwarming van de stad tijdens warme, tropische dagen doet zich voor in de dichtbebouwde stenige gebieden met veel gebouwvolume, verharding en weinig groen. In de Hittekaart van Arnhem is de gevoeligheid van de stad voor opwarming weergegeven. Bepaalde delen van de stad hebben een verhoogde kans op opwarming (stedelijke hitte-eilanden), wat ongewenste gevolgen voor het woon- en leefmilieu en het functioneren van deze gebieden kan hebben. De Arnhemse binnenstad en directe omgeving is zo'n gebied (zie klimaatkaart rode gebieden).

Uitsnede kaart 'RIVM, Altlas Natuur Kapitaal' 2017 De locatie ligt op de Hittekaart van Arnhem in dat deel van de stad dat licht gevoelig is voor opwarming tijdens langdurige perioden van hitte (blauw tot groen/geel gebied op de Hittekaart). De gemeente Arnhem streeft bij ontwikkelingen in deze gebieden naar anticiperende maatregelen om het stadsklimaat ter plekke te verbeteren. Het stadsbestuur heeft deze ambitie in 2014 aangescherpt door te bepalen dat hitteplekken moeten worden bestreden door een effectieve inzet van groen op daken en gevels van gebouwen maar ook op de grond als (bv) bomen. Wordt bij herontwikkeling hiermee geen rekening gehouden dan is de kans groot dat het (lokale) stadsklimaat op de locatie verslechtert met gevolgen voor de toekomstige gebruikers en bewoners van het gebied. Strategie klimaatadaptatie Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 39

In de strategie klimaatadaptatie zijn ambities benoemd om Arnhem klimaatbestendiger te maken. Belangrijk uitgangspunt is dat het klimaatbestendig maken van Arnhem wordt meegenomen in alle ruimtelijke plannen. Voor de ontwikkeling van veld 3 noord en veld 23 is van belang: - het oppervlakte verharding tot een minimum te beperken; - hemelwater van gebouwen af te koppelen; - de openbare ruimte dusdanig in te richten zodat zware buien zo min mogelijk overlast veroorzaken; - de bebouwing in deze velden heeft een zodanige verkaveling dat de ontwikkeling geen effect heeft op de verkoelende winden naar de stad; - er wordt een balans gezocht tussen verdichten (toename bebouwing en verharding) en groen/blauwe inrichting zodat de gevoelstemperatuur aangenaam blijft.

4.12

M.e.r-toets

Situatie plangebied Het plangebied is gelegen op circa 1,5 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied 'Veluwe'. Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand gelegen. M.e.r.-beoordeling Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van in totaal circa 300 woningen verdeeld over twee velden. Een dergelijk bouwproject is een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De omvang van het project ligt echter ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waarbij er sprake is van m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze drempelwaarde is echter indicatief. Dit houdt concreet in dat het bevoegd gezag op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Indien dit niet kan worden uitgesloten, is het alsnog nodig een milieuffectrapport op te stellen. De toets of er, ondanks het feit dat de omvang onder de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. blijft, sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen wordt aangeduid als een 'm.e.r.-beoordeling' of m.e.r.-toets. Op basis van deze beoordeling dient het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad expliciet te besluiten of er al dan niet een m.e.r.-procedure wordt gevolgd.

De voorliggende paragraaf betreft deze m.e.r.-beoordeling. Bij de m.e.r.-beoordeling worden getoetst aan de criteria van Bijlage III van de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling (richtlijn 85/337/EEG). Deze criteria hebben, samengevat, betrekking op: 1. de kenmerken van het voornemen (onder meer omvang, kans op hinder, mogelijke cumulatie met effecten van andere activiteiten); 2. de plaats (onder meer ligging ten opzichte van gevoelige gebieden); 3. de kenmerken van de effecten, mede gelet op de aard van het voornemen en de plaats. Criteria De criteria in Bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling zijn als uitgangspunt genomen. De hoofdcriteria zijn reeds genoemd. Hieronder volgt een overzicht van de criteria. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; 40 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands, b. kustgebieden, c. berg- en bosgebieden d. reservaten- en natuurparken,gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszonen door de lidstaten aangewezen op grond van de Vogel- en/of habitatrichtlijn, e. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, f. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, g. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.

Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdende karakter van het effect; de orde van grootte en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebaseerd op de beschrijving van het plan en de ten behoeve van de ontwikkeling uitgevoerde onderzoeken. 1. Kenmerken van het project Het project betreft de realisering van twee gebieden met circa 300 woningen. De omvang van het project is niet van zodanige aard dat reeds daarom sprake is van bijzondere effecten op de omgeving. Ook zal er, gelet op de aard van de ontwikkeling geen bijzonder beroep gedaan worden op natuurlijke hulpbronnen, noch is het de verwachting dat er, in vergelijking met de omgeving, een disproportionele hoeveelheid afvalstoffen of verontreiniging ontstaan. Een bijzonder risico op ongevallen is eveneens niet aanwezig. De locatie maakt onderdeel uit van woningbouwontwikkeling in de wijk Schuytgraaf, waarvan de overige nog te realiseren delen (velden) in de periode na 2020 tot ontwikkeling worden gebracht.

Hoewel er in deze zin wel sprake is van cumulatie met nog geplande ontwikkelingen, zijn deze, gelet op het feit dat de wijk Schuytgraaf reeds meer dan 15 jaar in ontwikkeling is en het karakter van de ontwikkeling als woningbouwproject, niet van zodanige impact op de omgeving dat reeds hierom een m.e.r.-plicht zou gelden. 2. Plaats van het project De plaats van het project betreft een stedelijke omgeving. Het beoogde grondgebruik als woonfunctie is passend in de omgeving. Er zijn geen bijzonder relaties met gevoelige gebieden. Effecten van het project De te realiseren functies zijn grotendeels geluidgevoelig van aard, waarbij inkomend geluid van de omgeving zoals wegverkeerslawaai en railverkeer wel van invloed is. Voor een gedeelte van de te realiseren woningen in het plangebied wordt een ontheffing van de voorkeurswaarde voor geluid vanwege railverkeer verleend, aangezien de overschrijding van deze waarden geen beperking vormen voor de Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 41

realisatie van de plannen. Voorts worden op basis van de beoogde functies geen belangrijke negatieve effecten op de omgeving (overige woon- en groengebieden) verwacht. 3. Luchtkwaliteit Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de normen voor luchtkwaliteit nergens in het plangebied worden overschreden. Wel heeft de beoogde ontwikkeling verkeersaantrekkende werking, die van invloed kan zijn op de luchtkwaliteit. Uit de 'niet in betekende mate-toets' blijkt dat de bijdrage van het project aan verslechtering van de luchtkwaliteit niet in betekende mate en dus zeer gering is. Vanuit dit aspect zijn er dus geen bijzonder nadelige gevolgen voor de omgeving te verwachten. 4. Bodem De geïnventariseerde en getoetste bodemgegevens geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van het plangebied. Er is in veld 3 noord een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest aanwezig. Op of direct aangrenzend aan het plangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen. Er zijn sanerende maatregelen nodig om de locatie geschikt te maken voor de beoogde functie. De voorgenomen woningbouwontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de bodemkwaliteit. Eventuele effecten blijven beperkt tot het plangebied. 5. Water De voorbenomen woningbouwontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. 6. Archeologie Er gelden geen verwachtingen meer op het gebied van archeologie.

Vertaling naar plankaart en regels van het bestemmingsplan is niet noodzakelijk. Mochten er toch archeologische vondsten worden gedaan, dan dienen deze gemeld te worden conform de Erfgoedwet (artikel 5.10). In de praktijk zal in dit geval een archeoloog van de gemeente Arnhem worden ingeschakeld. 7. Natuur Het gebied bevat geen bijzondere ecologie waarden, noch worden er als gevolg van de ontwikkeling bijzondere gevolgen voor de omgeving verwacht. Conclusie Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan op zich en in samenhang met andere plannen geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf, voor de directe omgeving en voor gevoelige gebieden in de omgeving. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet noodzakelijk.

4.13

Overige

4.13.1 Niet gesprongen explosieven In het gebied van Schuytgraaf en vooral in de buurt van het spoor is in de Tweede Wereldoorlog veel gevochten, waardoor er rekening moet worden gehouden met munitieresten uit die tijd. Inmiddels is het plangebied nagenoeg volledig munitievrij verklaard. Wat nog niet munitievrij is verklaard zijn een deel van de zandwinplas en de particuliere erven die binnen het grondgebied van Schuytgraaf vallen. Bij ontwikkelingen in nog niet-onderzochte gebieden geldt dat er eerst onderzoek en eventuele ruiming van explosieven plaats moet vinden alvorens er gebouwd mag worden. 4.13.2 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig.

42 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

Hoofdstuk 5 5.1

Planbeschrijving en -wijzigingen

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieuen omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Dit plan is een herziening van het geldende bestemmingsplan 'Schuytgraaf, veegplan 2017'. In de regels wordt aangegeven welke onderdelen worden herzien. Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan 'Schuytgraaf, veegplan 2017' van toepassing.

5.2

Uitleg van de regels

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende plankaart waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze plankaart kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De plankaart en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingen); Overgangs- en slotregels.

5.2.1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: 1. Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. 2. Artikel 2 Aanpassingen regels bestemmingsplan Schuytgraaf, veegplan 2017 In dit artikel staan de aanpassingen op de regels. 5.2.2

Bestemmingsregels

In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels van de regels zijn de aanpassingen van de bestemmingsregels van bestemmingsplan Schuytgraaf, veegplan 2017 verwerkt. 5.2.3

Hogere waarden

Hoofdstuk 3 Hogere waarden Wet geluidhinder bevat de regels over de vastgestelde hogere waarden.

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 43

5.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 4 Algemene regels bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. 5.2.5

Overgangs- en slotbepalingen

In hoofdstuk Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotregels staan de overgangs- en slotbepalingen. In de overgangsbepalingen is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan.

5.3

Wijzigingen van het geldende plan

5.3.1

Wijzigingen van de regels

In deze paragraaf worden de verschillende wijzigingen van de regels toegelicht. 2.2 Artikel 10 Groen Aan de groenbestemming wordt een regel toegevoegd voor de functieaanduiding 'ontsluiting'. 2.3 Artikel 19 Water Toegevoegd aan de regel is dat de steigers en vlonders maximaal 50% van de breedte van het bouwperceel mogen bedragen. 2.4 Artikel 21 Wonen Voor veld 3 noord wordt bij de gebruiksregels toegevoegd dat ter plaatse van de functieaanduiding gemengd tevens creatieve bedrijven, vergader- en ontmoetingsplekken, flex-werkplekken en maatschappelijke functies zijn toegestaan. In de bouwregels wordt onderdeel veld 3 noord toegevoegd waarin de regels voor natuurinclusief bouwen zijn verankerd. Een omgevingsvergunning voor bouwen moet ingevolge dit bestemmingsplan voldoen aan de beleidsregels voor natuurinclusief bouwen in Schuytgraaf

In de bouwregels wordt daarnaast ook veld 23 toegevoegd. Hierin staat tevens de verplichting om woningen natuurinclusief te bouwen. Daarnaast moeten de eisen uit het ruimtelijk raamwerk worden opgevolgd. Zo moet de afstand tussen twee hoofdgebouwen minimaal 9 meter bedragen, mag het bouwvolume van een woning maximaal 1.400 m3 bedragen en de dakhelling maximaal 65°. Het natuurinclusief bouwen wordt als pilot vastgelegd in dit bestemmingsplan. Om te voorkomen dat het vereiste van natuurinclusief bouwen leidt tot een onevenredige inbreuk op de belang van de woningbouwontwikkeling in Arnhem is de mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de bepalingen omtrent natuurinclusief bouwen indien dit 'door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit'. Tevens wordt een voorwaardelijke verplichting toegevoegd om het groene boskarakter in veld 23 te borgen. Deze verplichting houdt in dat het in stand houden van de hagen en de boom als voorwaarde geldt voor wonen. 2.5 Artikel 23 Wonen - Uit te werken Dit bestemmingsplan vervangt de uit te werken bestemmingen in het moederplan.De regels met betrekking tot het uitwerken van de velden 3 en 23 noord kunnen daarmee vervallen. 2.7 Artikel 34

Hogere waarden nieuwe woningen

In dit hoofdstuk wordt het hogere waardebesluit opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone-hogere waarden 1' wordt een maximale geluidbelasting van 58 dB vastgesteld 5.3.2

Wijzigingen van de verbeelding

Veld 3 noord

44 3 noord en 23" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden

Uitsnede veld 3 noord bestemmingsplan 'Schuytgraaf, Uitsnede veld 3 noord, 'Schuytgraaf, veegplan 2017, veegplan 2017'. herziening velden 3 noord en 23' (ter illustratie) .

In veld 3 Noord is de bestemming gewijzigd van uit te werken woonbestemming naar een woonbestemming. Er geld een maximale bouwhoogte van 12 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mag gestapeld worden gebouwd. Op de locatie de Kroon is de functieaanduiding 'gemengd 1' opgenomen. De 'specifieke bouwaanduiding 11' is daarnaast opgenomen om de patiowoningen mogelijk te maken. Op de verbeelding is ten behoeve van de hogere waarden Wet geluidhinder de 'overige zone-hogere waarden 1' opgenomen. De 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 2' en de 'milieuzone-geurcontour komen te vervallen. Veld 23

Uitsnede veld 23 bestemmingsplan 'Schuytgraaf, veegplan 2017'.

Bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" (vastgesteld) 45

Uitsnede veld 23, 'Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 en 23 (ter illustratie) .

De bestemming is gewijzigd van een uit te werken woonbestemming naar een woonbestemming. In het zuidelijke gedeelte zijn de groene gebieden als zodanig bestemd. Er geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximum aantal woningen van 23. Om de ontsluiting van hulpdiensten mogelijk te maken is de aanduiding 'ontsluiting' toegevoegd.

5.4

Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor overheid en burger. Enerzijds kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen (optreden tegen strijdig gebruik en/of bebouwing). Anderzijds vormt het bestemmingsplan ook het juridisch kader voor de burger waar deze uit af kan leiden wat zijn eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn van zijn buren en directe omgeving. Het bestemmingsplan geeft immers de gewenste planologische situatie voor het betreffende gebied binnen de planperiode aan. In de nota “beleidsuitgangspunten handhaving bestemmingsplannen” zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: stringent beleid: als uitgangspunt geldt dat in principe elke overtreding wordt aangepakt; géén stilzwijgend gedogen; gewenste maar illegale ontwikkelingen zo mogelijk vooraf maar in ieder geval zo snel mogelijk legaliseren; gedogen van illegale gevallen alleen in uitzonderlijke gevallen, bij voorkeur alleen tijdelijk en met redenen omkleed. Deze beleidsuitgangspunten zijn geëvalueerd in de nota "Handhavingsplan Fysieke Leefomgeving 2011-2014". De destijds geformuleerde uitgangspunten pretenderen dat alle overtredingen worden opgespoord en aangepakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=d54030ec-bb53-4971-86fd-d8b08f8645e2