CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze Rapportage Bijlmersportpark AV Feniks.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 22 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de rapportage en zienswijzen inzake Herinrichting Bijlmer Sportpark (VN2023-023972)6.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze Rapportage Bijlmersportpark 2023

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

Datum: Aan: Van: BetreF:

24 september 2023 Stadsdeelbestuurder dhr. White; Wethouder Sport dhr. Mbarki Atle?ekvereniging Feniks, Amsterdam zuidoost Zienswijze met betrekking tot de Rapportage Bijlmersportpark 2023

Geachte heer White, geachte heer Mbarki, Allereerst onze dank voor de ruimte die we als hoofdgebruiker van de atle?ekbaan gekregen hebben om deel te nemen aan het ontwerpproces voor de inrich?ng van het Bijlmersportpark als onderdeel van de herinrich?ng van het Nelson Mandelapark. Hieronder delen we met u onze zienswijze op de Rapportage Bijlmersportpark 2023 met daarin de uiteenzePng en toelich?ng op het schetsontwerp dat resulteerde uit het ontwerpproces. Leeswijzer Deze zienswijze is opgesteld door de Atle?ekvereniging Feniks, in antwoord op het door de gemeente Amsterdam gepresenteerde schetsontwerp voor het Bijlmer Sportpark in juni 2023. De zienswijze bestaat uit een hoofdtekst met daarachter een bijlage waarin op diverse details in het schetsontwerp feedback wordt gegeven. In de hoofdtekst wordt verwezen naar bladzijdenummers in het schetsontwerp en naar feedbackpunten in de bijlage. In het par?cipa?eproces is afgesproken om geen namen aan de modellen te geven maar alleen een nummer of een leSer. Zo wordt voorkomen dat de naam van het model een rol gaat spelen bij de besluitvorming over het te realiseren ontwerp. Helaas is de gemaakte afspraak in het gepresenteerde schetsontwerp niet nagekomen. In deze zienswijze worden de modellen echter toch (conform de afspraak) aangeduid met model 1 en model 2 zonder daarmee het ene model boven het andere te plaatsen.

Hoofdtekst In antwoord op de ambi?es die de Gemeente Amsterdam heeF op het gebied van bevolkingsgroei en tegelijker?jd verbetering van de volksgezondheid door een toenemende sportpar?cipa?e, is een opdracht uitgezet voor de doorontwikkeling van het Bijlmersportpark. In deze opdracht worden in hoofdzaak de volgende doelen nagestreefd: a) Een intensiever gebruik van de huidige sportruimte b) Een sportaanbod dat goed aansluit bij de vraag en signatuur van Amsterdam Zuidoost c) Een basis voor talentontwikkeling voor kinderen d) Crossovers tussen tradi?onele sport en urban/ongebonden sporten e) Een betere integra?e van het sportpark met het stadspark, een open karakter f) Toevoeging van kwalita?ef groen g) Ruimte voor een honk- en soFbalvoorziening h) Ruimte voor de skatebaan en basketbalveld die nu aan de noordkant van het stadspark liggen In het voorliggende schetsontwerp voor de doorontwikkeling van het Bijlmersportpark worden twee ontwerpmodellen gepresenteerd die op verschillende manier proberen de bovengenoemde doelen te bereiken.

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

I.

II.

In model 1 wordt puur gericht op het behalen van de genoemde doelen en wordt ingezet op het realiseren van een zo uniek mogelijk ontwerp, echter ten koste van de bruikbaarheid van de accommoda?e voor de beoefening van atle?ek in verenigingsverband en tegen een hoger investeringsbedrag en hogere opera?onele lasten. In model 2 wordt de uitdaging aangegaan om alle genoemde doelen te realiseren en daarbovenop te zorgen dat de atle?ekaccommoda?e volledig wedstrijdgeschikt blijF en de levensvatbaarheid van de bestaande atle?ekvereniging niet in gevaar komt. Hoewel het ontwerp er dan misschien minder uniek uitziet, zou deze uitkomst pas ECHT uniek zijn.

Het valt op ?jdens het lezen van het schetsontwerp dat het geschreven is met het oogmerk om model 1 er zo mooi en kleurrijk mogelijk uit te laten zien en model 2 zo saai en onaantrekkelijk mogelijk. De argeloze lezer wordt daardoor zeer duidelijk een voorkeur opgedrongen op basis van onvolledige en vaak onjuiste – of onjuist weergegeven informa?e. Opvallend voorbeeld hiervan is juist de naamgeving van de twee modellen. Door de naam van model 1 wordt de lezer op het verkeerde been gezet. De naam suggereert dat model 1 de atle?eksport ondersteunt. Niets is minder waar zoals blijkt in onderstaande uiteenzePng. In de tekst en illustra?es van het schetsontwerp wordt als rode lijn een tegenstelling tussen de twee modellen gepresenteerd die zich vooral richt op (zie o.a. blz 13 en 26 uit het schetsontwerp) 1) Het open karakter van het sportpark 2) De ruimte en mogelijkheid voor anders – en ongeorganiseerde sport. En daarnaast wordt een beeld gecreëerd 3) Dat het niet zo erg is als er in het Bijlmersportpark geen volwaardige atle?ekbaan meer is (zie blz 21 – 23 en blz 29 van het schetsontwerp) Hieronder wordt duidelijk gemaakt dat dit beeld niet klopt en dat het dus ook niet klopt dat de atle?ekvereniging model 2 heeF ingebracht als verzet tegen het open karakter en de ruimte voor anders- en ongeorganiseerde sport in model 1.

Daarna wordt duidelijk gemaakt wat dan WEL de redenen zijn geweest voor de vereniging om model 2 in te brengen in het ontwerpproces. Ad 1. Op verschillende plaatsen in het schetsontwerp wordt het hebben van een ‘open karakter’ als een kwaliteit gepresenteerd van model 1, tegenover een ‘gesloten karakter’ voor model 2. Het is echter evident dat het open karakter nooit een kwaliteit van het ontwerpmodel kan zijn, maar wordt bepaald door de beheersstructuur die wordt ingericht om het sportpark een open karakter te geven: “wie doet hoe laat het hek open en dicht en hoe wordt toezicht gehouden op veilig en duurzaam gebruik en noodzakelijk onderhoud van de accommoda?e”. De tegenstelling is dus niet een tegenstelling tussen de ontwerpmodellen, maar tussen de huidige “gesloten” beheerstructuur en de gewenste “open” beheersstructuur. Wij zouden het zeer toejuichen als er een beheersstructuur kan worden ingericht zodat het hele sportpark open staat voor iedereen die er gebruik van wil maken op ieder moment van de week, met uitzondering van momenten waarop de verenigingsac?viteiten (training of wedstrijd) plaatsvinden.

We hebben wel op basis van huidige beheersstructuur onze grote zorgen geuit over de prak?sche uitwerking hiervan, de daarmee gepaard gaande beheerskosten en op de impact die dat kan hebben op de slijtage en de levensduur van de accommoda?e en last but not least, op de veiligheid van gebruikers en passanten. Ad 2. Er wordt in rela?e tot model 1 in kleurrijke bewoordingen gesproken over de ruimte voor anders georganiseerde en ongeorganiseerde sport (zie o.a. blz 27 – 32 in het schetsontwerp). In rela?e tot model 2 wordt de sugges?e gewekt dat die ruimte er niet is. (zie o.a. blz 34 van het schetsontwerp) Echter, daar is naar onze overtuiging geen verschil in. De totale ruimte is in beide modellen gelijk. Beide modellen hebben voorzien in ruimte voor uitdagende beweegvormen die aansluiten bij de LTAD-uitgangspunten (zie punt 24 in de bijlage), ruimte voor krachSraining met toestellen en

-2-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

calisthenicsrekken die aansluiten bij de gewenste brede motorische ontwikkelingen en last but not least: beide modellen bieden dezelfde ruimte voor een 3x3 basketbalveld en skatebaan. Ad 3. Een apart hoofdstuk in het schetsontwerp wordt besteed aan het in kaart brengen hoe de Atle?ek in Amsterdam geografisch en demografisch verdeeld is en als onderdeel daarvan wordt apart nog ingezoomd op de Atle?ekvereniging Feniks (zie blz 21 – 23 van het schetsontwerp). Helaas moeten we constateren dat de argumenta?e nogal rammelt en dien ten gevolge het beeld geen stand kan houden: - In de geografische spreiding van de atle?ekbanen in Amsterdam zouden slechts 5 banen genoemd moeten worden in plaats van 7, zijnde de 5 thuisbanen van de 5 atle?ekverenigingen die zich richten op de baanatle?ek.(zie punt 16 in de bijlage) - In de beoordeling van de geografische spreiding is het van belang om duidelijk te maken dat de baan in Amsterdam zuidoost samen met de baan in Ookmeer de enige banen zijn die buiten de ring liggen waardoor andere banen minder gemakkelijk bereikt kunnen worden (zeker voor de bewoners van Amsterdam zuidoost). (zie punt 16 in de bijlage) - De vereniging op de dichtstbijzijnde alterna?eve atle?ekbaan (AV23) heeF een wachtlijst van twee jaar voor pupillen (in tegenstelling tot wat gesteld wordt in het schetsontwerp op blz 21).

(zie punt 16 in de bijlage) - In de vergelijking met de andere grote steden zou het aantal banen in rela?e gebracht moeten worden tot het inwonertal. Op die manier staat Amsterdam met een marginaal verschil tussen RoSerdam en Den Haag op plaats 3 in het rijtje van 4 en is Utrecht met afstand de stad met de meeste atle?ekbanen per 100.000 inwoners. (zie punt 16 in de bijlage) - In de beschouwing van de plek van AV Feniks in Amsterdam zuidoost wordt een onjuist beeld neergezet door de presenta?e van een cirkeldiagram (zie blz 23 in het schetsontwerp). De bedoeling is om te laten zien dat de atle?ekvereniging in het grotere plaatje betekenisloos is. De manier waarop, en het beeld dat wordt neergezet zijn echter evident fout (zie punt 19 in de bijlage). - Er wordt in dit diagram selec?ef naar AV Feniks gekeken terwijl AV Feniks één van de grootste sportverenigingen in Amsterdam zuidoost is en de tweede grootste sportvereniging op het sportpark. Het zou goed zijn om de andere sportverenigingen ook in het diagram te plaatsen. De conclusie is dat in tegenstelling tot het gestelde op blz 13 en 26 van het schetsontwerp, de daar gepresenteerde tegenstellingen NIET de reden waren om een tweede ontwerpmodel te maken.

Maar waarom was dan WEL een tweede ontwerpmodel nodig? In model 1 worden in tegenstelling tot wat gepresenteerd wordt, de mogelijkheden voor de atle?eksport zodanig ingeperkt dat de levensvatbaarheid van de atle?ekvereniging daar erns?g onder leidt. Dit feit, en de mogelijkheid dat het anders kan, werden door de ontwerpers niet erkend en niet onderzocht. Model 2 is dus boSom-up, door gebruikers van het park, rekening houdend met alle wensen, zelfstandig ontworpen en uitgewerkt. Model 2 biedt een volledig wedstrijdgeschikte atle?ekbaan voor alle leeFijden, een betere oplossing voor de ligging en bruikbaarheid van het soFbal / honkbalveld, betere mogelijkheden voor gelijk?jdig gebruik van het soFbal / honkbalveld en de atle?ekrondbaan en veiliger gebruik van de accommoda?e buiten verenigingsuren. Hoewel model 1 er voor de argeloze lezer op papier prach?g en uniek uitziet, zijn we ervan overtuigd dat in dit model te veel aandacht is uitgegaan naar het uiterlijk en te weinig naar hoe gebruikers en beheerders met de beperkingen moeten omgaan. Wat zijn dan die beperkingen?

-3-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

• • • •

•

•

De atle?ekvereniging kan geen wedstrijden meer organiseren voor de regionale en landelijke atle?ekcompe??es (dit raakt alle leeFijdsgroepen) (zie punt 22 in de bijlage) De mogelijkheden voor trainen van hoogspringen, verspringen en kogelstoten zijn gehalveerd waardoor atleten daar minder op kunnen oefenen. (Dit raakt alle leeFijdsgroepen) (zie punt 22 in de bijlage) Atleten kunnen niet meer trainen voor speerwerpen, discuswerpen en kogelslingeren. (Dit raakt de kinderen van 11 jaar en ouder) (zie punt 23 in de bijlage) Door de ligging van het soFbal / honkbalveld kan in verband met de veiligheid van andere gebruikers, niet gelijk?jdig gebruik gemaakt worden van dit veld en van de atle?ekrondbaan. Dit is met name een risico voor het gebruik buiten verenigingsverband. (zie punt 21 in de bijlage) Door de ligging van het soFbal / honkbalveld ontstaat een gevaarlijke situa?e: o Bij de overgang in ondergrond waar het gras overgaat in het tartan van de baan. Deze overgang, waarin ook een afwateringsgoot is opgenomen, vormt een veiligheidsrisico voor de gebruikers en / of een logis?eke en beheerstechnisch complexe oplossing om dit risico te voorkomen. (zie punt 21 in de bijlage) o Een gevaarlijke situa?e buiten het sportpark, waar de achterzijde van het soFbal / honkbalveld direct grenst aan het stadspark.

Mensen die hier recreëren moeten voortdurend bedacht zijn op het risico dat een verre honkslag de bal over de grens van het veld slaat. (zie punt 21 in de bijlage) Door de ligging van het soFbal / honkbalveld ontstaat een noodzaak om regelma?g de binnenafscheiding van de atle?ekrondbaan te plaatsen en te demonteren en tussendoor op te slaan. Deze afscheiding is daardoor kwetsbaar voor beschadiging en verlies van onderdelen. Afgezien van de noodzakelijke extra investering in ?jd en geld om dit iedere keer te organiseren, is het een groot risico voor de wedstrijdgeschiktheid van de rondbaan aangezien het hebben van een afscheiding verplicht is voor alle looponderdelen.

Gevolg van deze beperkingen is dat de algemene doelstellingen niet gehaald worden (mensen gaan niet gebruik maken van een accommoda?e waar ze gevaar lopen) en daarbovenop de prijs betaald wordt dat de atle?ekvereniging zijn bestaansrecht verliest of degradeert tot een vereniging die alleen atle?ek kan aanbieden voor de kinderen van 6 - 10 jaar. In model 2 zijn alle genoemde beperkingen niet aan de orde, is het bestaansrecht van de atle?ekvereniging gewaarborgd en worden alle algemene doelstellingen volledig gehaald.1 En als kers op de taart is het ook nog het goedkoopst in aanleg en geeF de beste return on investment. Waarom zou je 4 miljoen investeren in een atle?ekaccommoda?e waarop een atle?ekvereniging geen bestaansrecht heeF. Conclusie: Gezien de omvangrijke hoeveelheid commentaar op toon, inhoud, balans en compleetheid van de toelich?ng op - en presenta?e van de ontwerpmodellen dringen we eropaan dat de Rapportage Bijlmersportpark 2023 wordt herzien voordat deze kan worden vastgesteld en gebruikt als basis van besluitvorming over verdere ontwikkeling van het Bijlmersportpark.

1

Zie Bijlage 1, items 22), 24), 25), 26), 27), 28), 29)

-4-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

Bijlage: Detail feedback In onderstaande tekst staan genummerde feedbackpunten op het schetsontwerp met verwijzing naar de bladzijden en hoofdstukken in het schetsontwerp waar de feedback over gaat. Ieder punt start met een schuingedrukte tekst die leSerlijk is overgenomen uit het schetsontwerp, gevolgd door de feedback op die tekst in de context waarin die is toegepast. De volgnummers worden gebruikt om naar te verwijzen vanuit de hoofdteksSekst van de zienswijze. 1)

Blz 4 - SamenvaPng: “De atle(ekaccommoda(e wordt verhoudingsgewijs minder intensief gebruikt”. Het sportpark bestaat uit vier sportvelden. De atle?ekaccommoda?e is daarvan 1. De atle?ekaccommoda?e is de enige accommoda?e die het hele jaar door, zomer en winter, 5 dagen in de week door de vereniging AV Feniks wordt gebruikt. Alle andere sportvelden zijn gedurende de winter en de zomer meerdere weken mager bezet vanwege de seizoenstop in het voetbal. In het Visiedocument voor het Nelson Mandelapark staat dat er op het sportpark 9 vaste verenigingen ac?ef zijn met samen bijna 1000 leden. De atle?ekvereniging Feniks heeF ca 250 leden en beslaat dus ongeveer een kwart van het totaal aantal leden van de vaste gebruikers. Naast de vaste gebruikers, wordt de atle?ekaccommoda?e ook veelvuldig gebruikt door scholen en commerciële par?jen (zie ook punt 12)

2)

Blz 4 - SamenvaPng: “Formeel is het sportpark toegankelijk van 8 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds.” Dit klopt, maar wordt op een misleidende manier geplaatst, namelijk in een context waar het gaat dienen als argument voor het ontwerpmodel dat gepresenteerd wordt als het model dat het meest openbaar toegankelijk zal zijn. De misleiding zit hem erin dat het niet het model is dat bepaald hoe openbaar toegankelijk de accommoda?e is. Dat wordt bepaald door de beheerder (in casu de Gemeente Amsterdam) die de nodige middelen en mankracht ter beschikking moet stellen om de accommoda?e effec?ef te beheren bij dagelijks openbaar gebruik.

3)

Blz 4 - SamenvaPng: “Er is een Atle(ek Parkmodel (model 1) met een meer openbaar karakter en meer ruimte voor anders en ongeorganiseerde sport. En er is een Verenigingsmodel waarbij het primaat bij de sportverenigingen ligt”. De sugges?e wordt gewekt dat het openbare karakter tegenover het gebruik voor verenigingssport staat. Zoals eerder aangegeven: het openbaar karakter wordt bepaald door de beheerder die besluit wanneer het hek opengaat (als er al een hek is). Geen van beide modellen hebben een hek nodig. Vanaf het begin in het par?cipa?eproces is aangegeven dat het voornemen is om een “zachte” en “groene” scheiding te creëren tussen het stadspark en het sportpark. Dat levert in beide modellen dezelfde uitdagingen op met betrekking tot beheer, onderhoud en beschikbaarheid ?jdens verenigingsuren

4)

Blz 5 - SamenvaPng: “Model 1: Atle(ekparkmodel”. De sugges?e wordt gewekt dat dit model primair tot doel heeF om de atle?eksport te steunen. Niets is minder waar. In dit model kan een atle?ekvereniging niet groeien en niet overleven. Het enige onderdeel waar volwaardig gebruik van gemaakt kan worden voor een atle?ekvereniging is de rondbaan, tenminste als er niet gelijk?jdig ook gebruik wordt gemaakt van het soFbal/honkbalveld. Er is ook in het par?cipa?eproces afgesproken om geen namen aan de modellen te geven maar alleen een nummer of een leSer. Zo wordt voorkomen dat de naam van het model een rol gaat spelen bij de besluitvorming over het te realiseren ontwerp. In deze zienswijze worden de modellen aangeduid met Model 1 en model 2.

-5-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

5)

Blz 5 - SamenvaPng: “De conven(onele atle(ekaccommoda(e wordt doorontwikkeld tot een meer openbare accommoda(e waar omwonenden laagdrempelig kunnen sporten en bewegen in een groen en mul(func(oneel sportpark.” 1) De sugges?e wordt gewekt dat het ene model meer openbaar is dan het andere. Als dat zo is komt dat niet door de keuzes in het model maar door de keuzes in het beheer. 2) De sugges?e wordt gewekt dat model 1 “groener” is. In werkelijkheid is model 2 groener 3) De sugges?e wordt gewekt dat model 2 minder mul?func?oneel zou zijn. Dat is niet het geval. Alles wat in model 1 kan, kan ook in model 2, en meer. (zie punt 9, 24 en 29)

6)

Blz 6 - SamenvaPng: “Wedstrijdatleten dienen voor de specifieke onderdelen kogelslingeren, discus-en speerwerpen en meerkamp uit te wijken naar een andere Amsterdamse atle(ekaccommoda(e.” Alle atleten zullen in de prak?jk voor deze onderdelen moeten uitwijken naar andere atle?ekbanen. (zie punt 23)

7)

Blz 6 - SamenvaPng: “Maar met de sutu wall als alterna(ef wordt het enthousiasme voor werpsporten aangewakkerd.” De sugges?e wordt gewekt dat de sutu wall een subs?tuut kan zijn voor een werploca?e. In werkelijkheid is de sutu wall een gimmick die het leuk doet op een speelterrein maar totaal ongeschikt is om kinderen op een juiste manier te leren werpen. Daarvoor is 1) de muur te laag (als je in de juiste afwerphoek werpt dan gaat de bal over de muur heen) en 2) de muur is te klein om er met een trainingsgroep effec?ef gebruik van te kunnen maken.

8)

Blz 6 - SamenvaPng: “Deze biedt ruimte aan alle atle(ekdisciplines”. De baan biedt ruimte aan alle atle?ekdisciplines die ook in de huidige baan aanwezig zijn. Wat bijvoorbeeld niet kan is steeple chase. Een onderdeel dat in toenemende mate in de atle?ekcompe??ewedstrijden is opgenomen en dus een beperking geeF (ook nu al) aan de vereniging in het organiseren van wedstrijden.

9)

Blz 6 - SamenvaPng: “Aanvullend is er een runninghill met powerstairs die tevens dienst kan doen als tribune.” De sugges?e wordt gewekt dat de running hill met power-stairs en tribune de enige aanvullende func?es zijn. In werkelijkheid is het eind van de running Hill een muur of steile helling (nader in te vullen) die nog mul?func?oneel gebruikt kan worden als bouldermuur (een lage klimmuur), als Bounce-wall (een muur om krachSraining uit te voeren met medecin ballen) en als extra steile running hill. Hier is nog van alles mogelijk, wat in het par?cipa?eproces is aangegeven maar nog niet is ingevuld.

10)

Blz 6 – SamenvaPng: “Een nieuwe tribune geeN zicht op de atle(ekbaan en vormt een trainingsloca(e op zich. Daarmee wordt de interac(e tussen park en sportpark echter wel meer belemmerd”. In het ontwerp van model 2 gaat de runninghill over in de verhoging die gepland staat voor de skatebaan. Als de running hill een belemmering is dan is de skatebaan dat ook. Verder is in het ontwerp van de running hill gezorgd dat het terrein en het voetpad dat langs de baan loopt mee omhoog genomen worden zodat voortdurend vanaf het pad zicht blijF op de baan en een mooi uitzichtpunt wordt bereikt over de atle?ekbaan, de skatebaan, het basketbalveld en het stadspark.

11)

Blz 6 – SamenvaPng: “Het verenigingsmodel is minder ruimte voor ongebonden sport, en zal het sportpark minder openbaar toegankelijk zijn”.

-6-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

Er is niet minder ruimte en of het sportpark meer of minder toegankelijk is wordt niet bepaald door het gekozen ontwerpmodel maar door de beheerstructuur en de daarvoor vrijgemaakte financiële middelen. 12)

Blz 9 – Aanleiding en opgave: “Ook maken opleidingsonderdelen van het ROC en VO-scholen gebruik van de voetbalvelden. Daarnaast is ook de voetbalschool Coerver Coaching ac(ef. De 2,3 hectare aan ruimte voor de atle(ek wordt in verhouding tot de voetbalzijde van het sportpark minder intensief gebruikt.” Zie ook punt 1. De sugges?e wordt gewekt dat ROC en VO-scholen geen gebruik maken van de atle?ekbaan. Dit is niet waar. Naast AV Feniks wordt de baan gebruikt door de volgende vaste huurders: Triathlonvereniging Weesp, Atle?ekvereniging Abcoude, ROC Sport en bewegen, Ir. Lely lyceum, S?ch?ng toekomst en talent, Zuiderlicht college, Openbare Schoolgemeenschap Bijlmer, St Nicolaas Lyceum en Ansa in Cosa uit Weesp (bron: Sportverhuur Amsterdam).

13)

Blz 13 - Proces: “Op enkele essen(ële onderdelen komen de uitgangspunten van AV Feniks en de gemeente Amsterdam niet volledig overeen: 1) het open karakter van het sportpark en 2) de ruimte en mogelijkheid voor anders en ongeorganiseerde sport vs. de wedstrijdgeschiktheid van de atle(ekaccommoda(e”. In zijn context staat er dat de reden dat AV Feniks een alterna?ef voorstel heeF ontwikkeld is omdat AV Feniks tegen het openbaar gebruik is en tegen ruimte voor anders en ongeorganiseerde sport. Het tegendeel is waar. De enige reden dat AV Feniks een alterna?ef model heeF ontwikkeld en ingediend is omdat in model 1 geen mogelijkheid meer is om wedstrijden te organiseren voor de landelijke en regionale atle?ekcompe??es. In het door de vereniging ingediende model 2 is net zoveel ruimte voor iedereen om te sporten als in model 1 en blijF het ook mogelijk om wedstrijden te organiseren. Ook voor het ontwerp van het soFbal / honkbalveld is de opzet van model 2 beter en vooral veiliger. Door het ontbreken van overlap tussen de atle?ekbaan en het soFbal / honkbalveld is de kans op ongelukken door botsingen of struikelgevaar bij de overgang van ondergrond geëlimineerd.

14)

Blz 17 - Bijlmer Sportpark: “Aan de andere kant van de Kaspeldreef ligt een atle(ekaccommoda(e. AV Feniks is de hoofdgebruiker. Het is een volledig ingerichte atle(ekaccommoda(e voor alle atle(ekdisciplines.” Voor de goede beeldvorming: Atle?ekaccommoda?es zijn er in soorten en maten. De atle?ekaccommoda?e in het Bijlmersportpark is reeds een beperkte accommoda?e. Dat komt omdat er onvoldoende voorzieningen zijn voor grote wedstrijden. Er is geen waterbak voor de steeple chase. Er zijn 6 rondbanen in plaats van 8, er is slechts één aanloop voor speerwerpen in plaats van 2, er is één werpkooi voor discuswerpen en kogelslingeren in plaats van 2, er is zeer beperkte binnenruimte voor opslag van materiaal en er is geen kan?nefunc?e.

15)

Blz 19 - Een motorisch uitdagende leefomgeving: “Er komt meer synergie en wisselwerking met de atle(ekaccommoda(e met onder meer een runninghill, powerstairs en een gravel beeball veld. Deze wisselwerking is in het Atle(ek Parkmodel (model 1) groter dan in het Verenigingsmodel.” In de begeleidende figuur op blz 19 wordt model 1 in beeld gebracht met daarop de sectoren aangegeven waar de synergie en de wisselwerking plaatsvinden. In plaats van een figuur van model 1 had ook een figuur van model 2 geplaatst kunnen worden waar precies dezelfde sectoren zorgen voor wisselwerking en synergie met elementen die bijdragen aan een motorisch uitdagende leefomgeving.

-7-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

16)

Blz 21 - Atle?ek in Amsterdam: “De atle(eksport in Amsterdam is goed gefaciliteerd. Waar de andere grote steden in Nederland beschikken over maximaal drie atle(ekbanen, heeN Amsterdam er zeven. Elke Amsterdammer heeN binnen een straal vier kilometer een atle(ekbaan tot de beschikking. Behalve bij het Olympisch Stadion heeN elke baan nog voldoende trainingsruimte. Er zijn geen wachtlijsten voor een lidmaatschap van een atle(ekvereniging.” De sugges?e wordt gewekt dat Amsterdam wel met een atle?ekbaan minder kan en dat het helemaal niet erg is als er Amsterdam zuidoost geen volwaardige atle?ekbaan meer ligt. In feite zijn er geen 7 maar effec?ef 5 banen2 waar atle?eksport bedreven wordt. Kijkend naar het aantal banen per 100.000 inwoners wordt het plaatje: 1. Amsterdam: 5/9 is 0.55 2. RoSerdam: 3/6 is 0.5 3. Den Haag: 3/5 is 0.6 4. Utrecht: 3/3 is 1 Als er geen volwaardige atle?ekbaan meer in het Nelson Mandelapark ligt, dan wordt de afstand tot de baan in sportpark Middenmeer 8 km voor de bewoners van Weesp en Abcoude. En…. In tegenstelling tot wat er in de tekst staat, heeF de atle?ekvereniging AV23 al jaren een lange wachtlijst (meer dan 2 jaar) voor de kinderen die op atle?ek willen.

Dat betekent dat als de atle?ekbaan in het Bijlmersportpark niet meer voldoet aan de minimale behoeFen van de atle?ekvereniging, de kinderen in Amsterdam zuidoost niet meer aan atle?ek kunnen doen.

17)

Blz 22 - Atle?ek in Amsterdam: “De prak(jk in Zuidoost wijst uit dat het tradi(onele verenigingsaanbod minder aansluit bij de behoeNe van de inwoners.” Het feit dat veel bewoners de weg naar de vereniging niet vinden betekent niet dat er geen behoeFe is. Er kunnen verschillende oorzaken onder liggen waaronder culturele, sociaaleconomische, prak?sch-logis?eke. De sugges?e die gewekt wordt dat het bestaansrecht van de sportvereniging tanende is, is in onze ogen misleidend. Zonder het netwerk van sportverenigingen in Nederland zouden er geen Nederlandse sportsuccessen bestaan en zou de volksgezondheid er nog slechter voor staan dan nu al het geval is.

18)

Blz 22- Atle?ek in Amsterdam: “Dit vergroot het belang van vrij toegankelijke (gra(s) informele sport in de eigen buurt.” De sugges?e wordt gewekt dat door het sportpark vrij toegankelijk te maken in heel zuidoost de sportdeelname omhoog zal gaan. Daarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat die vrij toegankelijke sportmogelijkheden echt in de buurt moeten zijn. Een vrij toegankelijk sportpark zal dus wellicht een meetbare invloed hebben op de sportdeelname van bewoners die direct aan het park wonen, maar daarbuiten zal dat veel minder zijn.

2

De schinkelbaan is een backuploca@e die alleen in gebruik is door Phanos als hun thuisloca@e (het Olympisch Stadion) bezet is door een evenement. De baan op sportpark de Weeren is een unieke baan op zich. Als onderdeel van het Friendship Sport Centre is deze baan in gebruik door de sportclub Only Friends, een sportclub die zich 100% richt op het bereikbaar maken van sport voor mensen met een beperking.

-8-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

19)

Blz 23 - Atle?ek in Amsterdam: “Een goed plaatje zegt meer dan 1000 woorden” Maar dan moet je wel het goede plaatje laten zien. Alle bewoners van zuidoost (100%) Bewoners die 1 x per week sporten (63%) Bewoners die lid zijn van een sportvereniging (10%) Leden van AV Feniks (0.4%)

dus in plaats van In een cirkeldiagram wordt de verhouding van de omvang van verschillende groepen weergegeven als verhouding van het oppervlak van cirkelsegmenten. In het gebruikte cirkeldiagram (rechts) is de verhouding van de omvang van de groepen echter weergegeven als verhouding van de diameter van de cirkel. Dit is fout omdat, zoals bekend, het oppervlak van een cirkel evenredig is met het kwadraat van de diameter. 20)

Blz 27 - 38 - Modellen: Er worden 12 bladzijden besteedt aan het uiteenzeSen van de twee ontwerpmodellen. Aan model 1 worden totaal 7 bladzijden besteed waarvan 4 kolommen bloemrijke tekst. Aan model 2 worden 4 bladzijden besteed waarvan slechts 1 kolom kleurloze tekst. De sugges?e is dat model 1 veel omvangrijker en interessanter is en daardoor verkozen zou moeten worden boven model 2. In werkelijkheid is een groot deel van de tekst die bij model 1 staat ook direct van toepassing op model 2 maar wordt daar niet genoemd of niet uitgeschreven.

21)

Blz 27 - Modellen: “De atle(ekbaan wordt doorontwikkeld tot een voor Nederland unieke atle(ek accommoda(e om een brede(re) doelgroep aan te spreken. In aanvulling op de reguliere atle(ekonderdelen kunnen ook alle atle(sche vaardigheden zoals balanceren, coördina(e, rennen, agility en sprongkracht op(maal getraind worden.” Deze tekst staat nu alleen bij model 1. De sugges?e wordt gewekt dat model 2 geen unieke atle?ekaccommoda?e wordt die een brede groep aanspreekt. Het tegendeel is waar. Er bestaat nergens in Nederland een accommoda?e die twee ruimte-intensieve sporten zo effec?ef verenigt en daarnaast nog een rijkdom aan LTAD mogelijkheden herbergt als in model 2. Hiermee kan het Bijlmersportpark Na?onaal en interna?onaal goede sier maken. Helaas zal in model 1 in de prak?jk gaan blijken dat er zowel voor de atle?ekonderdelen als voor het soFbal / honkbalveld meer is nagedacht over hoe het er uit ziet dan over hoe het in de prak?jk gaat werken. I. De atle?ekaccommoda?es in model 1 zijn niet toereikend voor een vereniging van 250 leden. Het is noodzakelijk om twee hoogspringmaSen te hebben, twee verspringbakken en twee kogelstootsectoren. Het is niet mogelijk om op een veilige manier werponderdelen te oefenen op het veld. Er is geen verharde aanloop mogelijk, er is te weinig gras en het gras ligt te dicht tegen de rand van de rondbaan.

Met de groei-ambi?es die de Gemeente Amsterdam heeF zal de accommoda?e direct de beperkende factor worden. II. Het soFbal / honkbalveld ligt zodanig dat het veld overlapt met de rondbaan van de atle?ekaccommoda?e. Hierdoor ontstaan de volgende problemen: a. Een onveilige overgang tussen twee ondergronden met kans op struikelgevaar. b. Een onveilige situa?e voor gebruikers van de rondbaan als er tegelijker?jd gebruik wordt gemaakt van het soFbal / honkbalveld c. Een onveilige situa?e voor gebruikers van het stadspark achter de begrenzing van het sportpark bij gebruik van het soFbal / honkbalveld. Bij iedere verre slag zal de

-9-

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

III.

bal buiten de begrenzing van het sportpark in de openbare ruimte komen met alle risico op verwonding voor recreanten die zich daar ophouden. Een groot prak?sch probleem met de voor de atle?ekwedstrijden verplichte binnenrand van 5 cm hoog en de daarbinnen verplichte regenwaterafvoer. Hier zal steeds bij ieder gebruik van het soFbal / honkbalveld een aanpassing voor nodig zijn met grote impact op beheer en op opslag en slijtage van de benodigde onderdelen.

22)

Blz 27 - Modellen: “Het Atle(ek Parkmodel biedt nagenoeg alle atle(ek disciplines – zoals alle looponderdelen, hoogen verspringen en kogelstoten – voor zowel training als wedstrijd.” Deze tekst gaat eraan voorbij dat voor het efficiënt uitvoeren van training en wedstrijden ook een minimale capaciteit nodig is van een bepaalde accommoda?e. De capaciteit van de onderdelen verspringen, hoogspringen en kogelstoten is te klein voor een ac?eve training en een efficiënte wedstrijd. Ook zijn alle compe??ewedstrijden al?jd meerkampwedstrijden en omdat er geen accommoda?e is voor speerwerpen of discuswerpen en de capaciteit voor de andere technische onderdelen te klein is zal de vereniging nooit een wedstrijd kunnen organiseren in het kader van één van de atle?ekcompe??es. Dat is niet alleen jammer voor de vereniging (omdat die daardoor een belangrijke inkomstenbron missen) maar ook voor de uitstraling van de baan in het stadspark, aangezien ?jdens een atle?ekwedstrijd pas echt gezien wordt hoe veelomvaSend de sport is en hoe gezellig het is om daar deel van uit te maken.

23)

Blz 27 - Modellen: “Wedstrijdatleten dienen voor de specifieke onderdelen kogelslingeren, meerkamp, discus- en speerwerpen uit te wijken naar een andere Amsterdamse atle(ekaccommoda(e.” Dit klinkt heel gemakkelijk maar de impact is heel groot. De onderdelen speerwerpen en discuswerpen worden al geoefend door kinderen vanaf 11 jaar. Het ontbreken van de accommoda?e daarvoor betekent dat de vereniging alleen nog interessant is voor kinderen van 6 tot 10 jaar.

24)

Blz 27 - Modellen: “In aanvulling op het reguliere atle(ekaanbod voorziet het Atle(ek Parkmodel in een runninghill met twee verschillende soorten ondergronden, powerstairs met variabele traptreden, een sutu wall waar op innova(eve wijze digitaal verschillende werpvormen kunnen worden getraind, een powerwall waar met ballen en touwen kracht en krachtuithoudingsvermogen getraind kan worden. Er is een ‘agility field’, een veld met slalom paaltjes, waar reac(evermogen, sprint en slalom vaardigheden getraind kunnen worden. Geïntegreerd in de LTAD-zone is bovendien een balanceerstructuur opgenomen. Met deze toevoegingen krijgt de tradi(onele atle(ek een nieuw karakter waarbij de focus ligt op het aanspreken van jeugd en jongeren. Dit is in lijn met de ini(a(even die de atle(ekunie zelf ontwikkeld.” Deze tekst staat nu alleen bij model 1. De sugges?e wordt gewekt dat deze elementen niet in model 2 voorkomen. Op de sutu wall na is dat onwaar en dus misleidend. In plaats van de sutu wall heeF model 2 een mogelijkheid aangegeven om aan het eind van de running hill een Bounce wall te maken voor krachSraining met medicineballen. Geen atankelijkheid van technische snuues die energie kosten en kapotgaan. Gewoon een muur om met een bal tegenaan te gooien.

25)

Blz 28 - Modellen: “Wisselwerking met Parksportzone”. In deze paragraaf staat geen leSer die niet ook van toepassing is op model 2. Daar staat dit echter niet beschreven en dat maakt de tekst misleidend. De sugges?e wordt gewekt dat de wisselwerking met de parksportzone uniek is en dat is niet waar.

- 10 -

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

26)

Blz 28 - Modellen: “Open en veilige seeng”. De sugges?e wordt gewekt dat er alleen onveilige situa?es voorkomen moeten worden als de verenigingen ac?ef zijn. Het tegendeel is waar. De meest onveilige situa?es komen voor als de accommoda?e openbaar is en door verschillende mensen met verschillende bedoelingen gebruikt wordt. Door de overlap van de atle?ekrondbaan met het soFbal / honkbalveld en het kruisende wandelpad is de accommoda?e intrinsiek onveilig als er geen beperkingen zijn voor het gebruik.

27)

Blz 29 - Modellen: “Met een volwaardig honk- en soNbalveld met een diameter van 70 meter en een beeball veld krijgt Ban Topa een eigen, volwaardig honk in het Bijlmer Sportpark. Maar dit model is met name een uitnodiging naar de buurt om hen te mo(veren meer gebruik te maken van het sportpark.” Er wordt gesproken over een volwaardig soFbal / honkbalveld en daarmee wordt voorbij gegaan aan alle beperkingen die het ontwerp meeneemt voor de gebruikers van het veld: I. Voor de vereniging met name waar het gaat om de veiligheid van de spelers die moeten dealen met de overgang van gras naar tartan midden in het veld en met de logis?eke en prak?sche uitdagingen die gemoeid zijn met het dichtleggen en weer openen van de regengoot en het verwijderen en opbouwen van de binnenrand van de atle?ekrondbaan. II. Voor de buurtbewoners omdat er voortdurend gedeald moet worden met het risico op ongelukken met gebruikers van het park achter het veld en gebruikers van de atle?ekrondbaan die dwars door het veld moeten lopen.

28)

Blz 29 - Modellen: “Het Atle(ek Parkmodel staat open voor verschillende gebruikersgroepen” De sugges?e wordt gewekt dat het open staan voor andere gebruikers een karakteris?ek is van het model. Zoals eerder al betoogd heeF dat niets met het model te maken maar met de beheersorganisa?e en met name met de financiële middelen die daarvoor worden gereserveerd. Alle genoemde medegebruikers kunnen dus bij gelijk beheersmodel in dezelfde mate gebruik maken van dezelfde voorzieningen in het ontwerp model 2.

29)

Blz 29 en 34 – Modellen: Op blz 29 en 34 worden doormiddel van pictogrammen de beschikbaarheid van de verschillende func?es uitgebeeld: Ook hier geldt dat een goed plaatje meer zegt dan 1000 woorden als je het goede plaatje laat zien….. Hieronder staat eerst het plaatje zoals gepresenteerd wordt in de rapportage en daaronder het plaatje zoals het zou moeten zijn.

Gepresenteerd Model 2:

Model 1:

- 11 -

ATLETIEK VERENIGING

FENIKS AMSTERDAM ZUIDOOST

In werkelijkheid Model 2:

Model 1:

- 12 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13454002/1