Woontevredenheid-in-de-MRA_07042023.pdf
Tekst van het document
Discussie Vraag is dus hoe de woontevredenheid kan worden verbeterd en welk beleid daarvoor werkt. Daarvoor hebben we geen blauwdruk. Wel hebben we een dialoog georganiseerd met een aantal belangrijke belanghebbenden in de MRA, waarin we deze vraag bespraken.1 De belangrijkste conclusie uit deze dialoog is dat beleid op woontevredenheid langs de drie dimensies in samenhang zou moeten worden ontwikkeld.
1
Om zicht te krijgen op de mogelijkheden van beleid hebben we op 10 maart 2023 een dialoog gehouden met belangrijke belanghebbenden in het woondomein in de MRA (zie bijlage). In de dialoog stond de vraag centraal hoe de woontevredenheid te verbeteren. In deze paragraaf vatten we de gedane suggesties samen. Pagina 26/34
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam Kenmerken van woningen verbeteren gaat deels over het aantal vierkante meters woonoppervlakte vergroten (via nieuwbouw, transformatie, herstructurering, beter benutten van leegstand). Maar wanneer het dan nog steeds gaat om relatief kleine oppervlakten, gaat het volgens de deelnemers aan de dialoog ook om de relatie met gedeelde faciliteiten in en om het gebouw. Juist als mensen woningen te klein vinden, is het des te belangrijker om kwalitatief hoogwaardige openbare ruimten in de omgeving te hebben. Hier is doelgroepenbeleid op zijn plek, omdat juist voorkeuren voor omvang en voorzieningen sterk per doelgroep verschillen. Ook de doorstroming op de woningmarkt op gang brengen, kan helpen om de beschikbare woningvoorraad beter te benutten. Bijvoorbeeld door prikkels om in een grote woning te wonen te verminderen. Zo maken fiscale prikkels het voor ouderen relatief onaantrekkelijk om naar een huur- of koopwoning in een lager segment te verhuizen. Om dit probleem op te lossen, zijn landelijke fiscale hervormingen nodig.
In de sociale huursector komen verschillen in woningkenmerken niet altijd tot uiting in de huur (wat het voor iemand die eenmaal in een ruime woning woont aantrekkelijk maakt om daar te blijven wonen), en betalen huurders die al lang in een woning wonen voor dezelfde woning bovendien vaak een lagere huur dan mensen die pas verhuisd zijn. Verhuizen naar een kleinere woning levert daarom soms nauwelijks financieel voordeel op. Afspraken met woningcorporaties over hun huurbeleid kunnen de doorstroming bevorderen. Kenmerken van de woningen gaan ook over verduurzaming. Deels om energiekosten te reduceren en om het leefklimaat van woningen te verbeteren. Verduurzaming en onderhoud kunnen daarbij hand in hand gaan. Bovendien zijn hier soms ook oplossingen op het niveau van buurt en wijk beschikbaar, die per saldo goedkoper kunnen zijn. Verbetering van de woonomgeving gaat naast voorzieningen als sport, cultuur, winkels en horeca vooral over groene openbare ruimte en een verbetering van het verblijfsklimaat (veiligheid en onderhoud) in de woonomgeving. Deze voorzieningen zijn juist ook de dragers voor de sociale cohesie in buurt en wijk, omdat die ook de interactiemilieus zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.
Tenslotte komt uit de dialoog naar voren dat veel problematiek rond woontevredenheid in individuele gemeenten of delen van de MRA om oplossingen vragen op het schaalniveau van de metropoolregio. Woonbeleid, stedenbouwkundig en planologisch beleid op de schaal van de hele metropoolregio en het creëren van een gezamenlijke woonvisie zijn daarbij belangrijk, aldus de deelnemers aan de dialoog. Hierbij hoort ook investeren in het personeel van de omgevingsdienst, om vergunningen gemakkelijker en sneller te kunnen afgeven. Woontevredenheid centraler stellen in beleid is kortom een belangrijke opgave voor de MRA. Bovenstaande elementen die in onze dialoog naar voren kwamen, passen bij de recent gesloten Woondeal MRA, die naast primair woningbouw een breder perspectief dan alleen bouwen hanteert. Ook de instrumentenkoffer betaalbare voorraad is een initiatief dat past bij deze brede-welvaartsbenadering voor de woningmarkt in de MRA. De MRA staat op een tweesprong. Onze studie laat zien dat naast beleid om de woningbouwopgave te versnellen2 ook beleid gericht op woontevredenheid met dezelfde urgentie zou moeten worden uitgevoerd.
2
Pagina 27/34
Zie Rabobank Metropoolregio Amsterdam (2023) Acht keer Anders.
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam
Appendix A. Meting van woontevredenheid Met behulp van een factoranalyse hebben we bepaald wat de belangrijkste dimensies van woontevredenheid zijn. Een factoranalyse is een statistische methode waarmee een groot aantal gerelateerde indicatoren kan worden teruggebracht tot een kleiner aantal onderliggende variabelen. In lijn met voorgaand onderzoek hebben we hierbij gekozen voor een principaal-componentanalyse met Varimax rotatie en Kaiser normalisatie. Hierdoor zijn de variabelen die uit de analyse komen en de drie dimensies van woontevredenheid meten onafhankelijk van elkaar, en meten ze dus de unieke aspecten van elk van de dimensies. Door normalisatie zijn de indicatoren goed met elkaar te vergelijken: ze hebben elk een gemiddelde van 0 en een standaarddeviatie van 1. Als eerste stap is een ruwe selectie gemaakt van variabelen uit WiMRA die samenhangen met woontevredenheid en vergelijkbaar zijn met die bij eerder onderzoek.
Enkele variabelen zijn vervolgens samengevoegd: (i) het noemen van een goed bevallende buurt als reden waarom een huishouden niet wil verhuizen (hieraan is waarde +1 toegekend) of het juist noemen van een slecht bevallende buurt als reden om wel te willen verhuizen (-1) (aan overige huishoudens is de waarde 0 toegekend); (ii) het noemen van een goede woning als reden om niet te willen verhuizen (+1) of juist het noemen van een te kleine woning, slechte kwaliteit van de woning of het ontbreken van buitenruimte als reden om wel te willen verhuizen (-1) (aan overige huishoudens is de waarde 0 toegekend); (iii) gevoel van (on)veiligheid overdag en ’s avonds in één variabele over veiligheid (door middeling); (iv) de staat van onderhoud van straten en stoepen en die van groenvoorzieningen in één variabele over de staat van onderhoud van de openbare ruimte (door middeling); en (v) overlast van buren en overlast van andere mensen in de buurt in één variabele over overlast (door middeling). Het aantal observaties bij de factoranalyse bedraagt 40.267. Ongeveer een kwart van de observaties in WiMRA valt af, door onvolledigheid in de beantwoording van vragenlijsten. Cronbach’s alpha (een test voor de interne consistentie van indicatoren binnen een factor) bedraagt 0,88 voor sociale cohesie, 0,85 voor de waardering van overige buurtkenmerken en 0,73 voor de waardering van woningkenmerken.
De interne consistentie varieert daarmee van adequaat tot zeer goed.
Appendix B. Binnenlandse migratie per subregio in de MRA In 2017 kromp het binnenlandse migratieoverschot van Amsterdam sterk, waardoor het migratiesaldo van de Metropoolregio als geheel onder nul dook. Een jaar later sloeg het binnenlandse migratieoverschot van Amsterdam om in krimp, waarmee de trek uit de MRA naar de rest van Nederland sterk versnelde (figuren B1a en B1b). Bij elkaar vertrokken tussen 2017 en 2021 bijna 42.000 meer mensen naar een gemeente elders in Nederland dan er mensen uit de rest van Nederland bijkwamen. De trek uit Amsterdam naar plaatsen buiten de MRA is beperkt; tussen 2017 en 2021 gaat het cumulatief om slechts 2.600 mensen. Amsterdammers ruilden de hoofdstad vooral in voor een andere gemeente in de MRA: er vertrokken ruim 57.000 Amsterdammers meer naar de rest van de MRA dan andersom. Voor een belangrijk deel is dat natuurlijk simpelweg de opzet van het samenwerkingsverband: veel van de andere gemeenten grenzen aan plekken buiten de MRA, terwijl Amsterdam op de meeste plekken grenst aan een gemeente binnen de MRA.
Pagina 28/34
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam
120 100 80 60 40 20 0 -20 -40 -60 -80 -100 -120
Figuur B1a: Migratiesaldo gehele Metropoolregio Binnenlands migratiesaldo MRA met rest van Nederland (x 100 personen)
2001
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
2021
Zaanstreek-Waterland IJmond Amsterdam Zuid-Kennemerland Almere-Lelystad Amstelland-Meerlanden Het Gooi en Vechtstreek Totaal MRA Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
60 45 30 15 0 -15 -30 -45 -60 -75 -90 -105 -120
Figuur B1b: Migratiesaldo Metropoolregio exclusief Amsterdam Binnenlands migratiesaldo MRA excl. Amsterdam met rest van NL (x 100 personen)
2001
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
2021
Zaanstreek-Waterland IJmond Zuid-Kennemerland Almere-Lelystad Amstelland-Meerlanden Het Gooi en Vechtstreek Totaal MRA excl. Amsterdam Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
Figuur B2: Binnenlandse migratie regio Zaanstreek-Waterland
Pagina 29/34
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam 50
Binnenlandse migratie Zaanstreek-Waterland (x 100 personen)
40 30 20
10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2001
2003
2005
2007
2009
2011
Saldo met gemeenten buiten MRA
2013
2015
2017
2019
2021
Saldo met gemeenten binnen MRA
Totaal binnenlands migratiesaldo Noot: betreft gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Waterland, Wormerland en Zaanstad. Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
50
Figuur B2: Binnenlandse migratie regio IJmond Binnenlandse migratie IJmond (x 100 personen)
40 30 20
10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2001
2003
2005
2007
2009
Saldo met gemeenten buiten MRA
2011
2013
2015
2017
2021
Saldo met gemeenten binnen MRA
Totaal binnenlands migratiesaldo Noot: betreft gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen. Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
Figuur B3: Binnenlandse migratie regio Zuid-Kennemerland
Pagina 30/34
2019
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam 50
Binnenlandse migratie Zuid-Kennemerland (x 100 personen)
40 30 20
10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2001
2003
2005
2007
2009
2011
Saldo met gemeenten buiten MRA
2013
2015
2017
2019
2021
Saldo met gemeenten binnen MRA
Totaal binnenlands migratiesaldo Noot: betreft gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
150 130 110 90 70 50 30 10 -10 -30 -50 -70 -90 -110 -130 -150
Figuur B4: Binnenlandse migratie Amsterdam Binnenlandse migratie Amsterdam (x 100 personen)
2001
2003
2005
2007
2009
Saldo met gemeenten buiten MRA Totaal binnenlands migratiesaldo
2011
2013
2015
2017
2019
Saldo met gemeenten binnen MRA
Noot: betreft gemeente Amsterdam inclusief de voormalige gemeente Weesp. Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
Figuur B5: Binnenlandse migratie regio Amstelland-Meerlanden
Pagina 31/34
2021
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam 50
Binnenlandse migratie Amstelland-Meerlanden (x 100 personen)
40 30 20
10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2001
2003
2005
2007
2009
Saldo met gemeenten buiten MRA Totaal binnenlands migratiesaldo
2011
2013
2015
2017
2019
2021
Saldo met gemeenten binnen MRA
Noot: betreft gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn. Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
Pagina 32/34
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam
50
Figuur B6: Binnenlandse migratie regio Het Gooi en Vechtstreek Binnenlandse migratie Het Gooi en Vechtstreek (x 100 personen)
40 30 20
10 0 -10 -20 -30 -40 -50 2001
2003
2005
2007
2009
2011
Saldo met gemeenten buiten MRA Totaal binnenlands migratiesaldo
2013
2015
2017
2019
2021
Saldo met gemeenten binnen MRA
Noot: betreft gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren. Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
100
Figuur B7: Binnenlandse migratie Almere en Lelystad Binnenlandse migratie Almere-Lelystad (x 100 personen)
80 60 40
20 0 -20 -40 -60 -80 -100 2001
2003
2005
2007
2009
Saldo met gemeenten buiten MRA Totaal binnenlands migratiesaldo
2011
2013
2015
2019
2021
Saldo met gemeenten binnen MRA
Noot: betreft gemeenten Almere en Lelystad. Bron: CBS, ABF Research, bewerking RaboResearch
Pagina 33/34
2017
Woontevredenheid in de Metropoolregio Amsterdam
Colofon Auteurs: Stefan Groot, Nic Vrieselaar, Otto Raspe en Floris Jan Sander In dit onderzoek is gebruik gemaakt van het bestand Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA). We danken de begeleidingsgroep van WiMRA hartelijk voor hun constructieve commentaar op eerdere versies van deze publicatie. Alle conclusies in dit onderzoek komen voor rekening van de auteurs van de publicatie. Leden van de begeleidingsgroep: Hester Booi, Kees Dignum, Steven Kromhout, Lisan Wilkens, Betty Boerman, Martine de Graaf. Rabobank Metropoolregio Amsterdam heeft voor dit onderzoek ook enkele dialogen georganiseerd. Contactpersonen Rabobank Metropoolregio Amsterdam: Ugur Pekdemir, Wouter Stevens, Jerry Notenboom, Erik Versnel. Deelnemers aan de dialoog van 2 maart 2023 (te Zuid Oost): Ellen Nieuweboer Katja Schinkel Jonel Nugteren Thomas Paul Eltjo Bouwman Esther Agricola Maya Savelkoul Martin Otten Maaike Alles Maarten van Bemmel Emma Schootstra David Zuilhof Erik Versnel Ugur Pekdemir Fleur Prooij Stefan Groot Hans Bootsma
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Blauwhoed BPD Bouwinvest Bouwinvest Eigen Haard Fronteer Fronteer Rabobank Rabobank Rabobank Rabobank Rabobank Synchroon
Deelnemers aan de dialoog van 10 maart 2023 (virtueel): Sander Smeets Rienk Postuma Remco van Musscher Peter Bokhorst Patricia Ghering Ivo Hamelinck Laurens de Koninck Bibi Altink Ugur Pekdemir David Zuilhof Otto Raspe
Pagina 34/34
gemeente Velsen Lieven de Key Orange Monkey Meerland Bouw Mosaic World MRA Bureau Timpaan woningzoekende Rabobank Rabobank Rabobank