CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.docx

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 31 augustus 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspraakvoorstel wijzigingen in de Huisvestingsverordening per 2023 (VN2022-024492)2.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, per 1 januari 2023 Zoals door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam op 20 juni 2022 vrijgegeven voor inspraak, Gelet op artikel 2, eerste lid, Algemene inspraakverordening Amsterdam, artikel 160 Gemeentewet, artikel 4 Huisvestingswet, Artikel I De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 wordt als volgt gewijzigd: A. In artikel 1, onderdeel jj, komt “Beemster,” te vervallen. B. In artikel 2.1.1, eerste lid, onder c wordt “geldt” vervangen door “is afgesproken en die niet vallen onder de onderdelen a of b”. C. Artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel d, komt te luiden: d. het voorschrift dat de woonruimte in gebruik wordt genomen binnen vier weken na verlening van de vergunning of, in geval het een nieuwbouw- of transformatieproject betreft, binnen vier weken na eerste oplevering van de woonruimte. D. In artikel 2.3.5, derde lid, wordt aan de tabel een rij toegevoegd, luidende: c.

Seniorenwoning met een woonoppervlak tot en met 70 vierkante meter

Huishoudens waarvan ten minste één persoon een leeftijd heeft van ten minste 55 jaar

E. Artikel 2.3.6 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef van het eerste lid wordt ‘‘beide’’ vervangen door ‘‘de’’. 2. In het eerste lid, aanhef en in de onderdelen a en b, wordt na ‘‘artikel 2.3.5, derde lid’’ ingevoegd ‘‘onderdeel a en b’’. 3. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte waarop de labels als bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel b en c van toepassing zijn, komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel a of b, in eigendom van een corporatie, achterlaat in de woningmarktregio en past binnen beide categorieën woningzoekenden waaraan voorrang wordt verleend op grond van artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel b en c; b. woningzoekende die past binnen beide categorieën woningzoekenden in artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel b en c; c. woningzoekende die een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel a of b, in eigendom van een corporatie, achterlaat in de woningmarktregio en past binnen de categorie woningzoekenden waaraan voorrang wordt verleend op grond van artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel c; d. woningzoekende die past binnen de categorie woningzoekenden waaraan

voorrang wordt verleend op grond van artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel c; e. woningzoekende die een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel a of b, in eigendom van een corporatie, achterlaat in de woningmarktregio en past binnen de categorie woningzoekenden waaraan voorrang wordt verleend op grond van artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel b; f. woningzoekende die past binnen de categorie woningzoekenden waaraan voorrang wordt verleend op grond van artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel b; g. woningzoekende die een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel a of b, in eigendom van een corporatie, achterlaat in de woningmarktregio; h. overige woningzoekenden. 4. Onder vernummering van het vierde lid tot het zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 5. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte als bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel c, komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel a of b, in eigendom van een corporatie, achterlaat in de woningmarktregio en past binnen de categorie woningzoekenden waaraan voorrang wordt verleend op grond van artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel c; b.

woningzoekende die past binnen de categorie woningzoekenden waaraan voorrang wordt verleend op grond van artikel 2.3.5, derde lid, onderdeel c; c. woningzoekende die een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onderdeel a of b, in eigendom van een corporatie, achterlaat in de woningmarktregio; d. overige woningzoekenden. 5. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden: 6. Het eerste lid, onderdelen a, c, e en g, het tweede lid, onderdelen a, b, c, d, e, en g, het derde lid, onderdelen a en c, het vierde lid, onderdelen a en c, en het vijfde lid, onderdelen a, b en c, zijn niet van toepassing op woonruimten waar bijzondere erfpachtvoorwaarden voor wooncoöperaties op van toepassing zijn. F. Artikel 2.5.3 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt te luiden: 3. Huisvestingsvergunningen op basis van lokale economische binding worden verleend op basis van wachttijd, passendheid en een toewijzingsquotum en via directe bemiddeling wordt een woningaanbod gedaan. 2. In het zesde lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door “;” een onderdeel toegevoegd, luidende: c.

de woningzoekende heeft zich niet eerder aangemeld voor de voorrangsregeling beroepsgroepen of het is langer dan een jaar geleden sinds de inschrijving of bemiddelingsstatus van de betreffende woningzoekende is ingetrokken vanwege gronden als bedoeld in artikel 2.5.5, derde lid onder a en b. 3. Het zevende lid komt te luiden: 7. In aanvulling op het vijfde en zesde lid dient op woningzoekende ten minste één van de volgende situaties van toepassing te zijn: a. woningzoekende beschikt over een huurcontract met een totale duur van tenminste een jaar maar deze termijn loopt binnen een jaar af of in het geval van een campuscontract als bedoeld in artikel 274d, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, woningzoekende kan aantonen dat aannemelijk is dat de studie binnen zes maanden wordt afgerond;

b. woningzoekende beschikt enkel over woonruimte gelegen buiten een straal van twintig kilometer van de locatie bedoeld in het zesde lid waar hij of zij werkzaam is of wordt, waarbij na verhuizing de reisafstand tussen woonruimte en die locatie tenminste vijf kilometer wordt ingekort; c. woningzoekende beschikt niet over zelfstandige woonruimte; of d. woningzoekende laat in de gemeente Amsterdam een jongerenwoning of een sociale huurwoning van een woningcorporatie leeg achter en wil doorstromen naar een middeldure huurwoning. G. Artikel 2.5.4 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het zesde lid komt te luiden: 6. Kandidaten met een bemiddelingsstatus komen op de bemiddelingslijst waarbinnen op grond van een toewijzingsquotum wordt bepaald welke kandidaat een woonruimte krijgt aangeboden en een huisvestingsvergunning wordt verleend als bedoeld in artikel 2.5.3, eerste en tweede lid. Er geldt een toewijzingsquotum per beroepsgroep welke gebaseerd is op de omvang van de sectoren en nader wordt bepaald door burgemeester en wethouders. 2. Onder vernummering van het zevende lid tot het tiende lid worden drie leden ingevoegd, luidende: 7. Binnen het toewijzingsquotum voor de beroepsgroepen politie en zorg wordt op grond van wachttijd en passendheid woonruimten aangeboden aan de kandidaten met een bemiddelingsstatus.

8.Binnen het toewijzingsquotum voor de beroepsgroep onderwijs komen voor de volgorde waarin een kandidaat een passende woonruimte krijgt aangeboden achtereenvolgens de volgende kandidaten met een bemiddelingsstatus in aanmerking: a. leerkrachten in het primair onderwijs op een school met een schoolweging van ten minste 35; b. leerkrachten in het primair onderwijs op overige scholen; c. docenten in het voortgezet onderwijs. Binnen dezelfde categorie bepaalt de wachttijd van de kandidaat de volgorde van aanbieding van een woonruimte. 9. In het geval geen kandidaat beschikbaar is binnen de beroepsgroep voor aanbieding van een passende woonruimte, wordt op grond van wachttijd en passendheid de woonruimte aangeboden aan een kandidaat van een andere sector.

H. Artikel 3.9.6 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onderdeel f komt te luiden: f. de vergunning is geldig tot 1 juli 2028; en, 2. In het eerste lid, onderdeel g, wordt “verbonden” vervangen door “gebonden”. I. Artikel 5.1a komt te luiden: Artikel 5.1a Overgangsrecht stadsgebied Weesp 1. De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 geldt voor het gehele grondgebied van Amsterdam. De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 zijn op gelijke wijze van toepassing op het stadsgebied Weesp, met uitzondering van het bepaalde in dit artikel. 2. Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek vastgesteld door de raad van de voormalige

gemeente Weesp of op grond van de overgangsregeling stadsgebied Weesp zoals deze was opgenomen in bijlage 4 van deze verordening en geldig was tot 1 januari 2023, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze verordening. 3. Beschikkingen die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn verstrekt door de voormalige gemeente Weesp gelden voor de toepassing van deze verordening als beschikkingen die zijn verstrekt door de gemeente Amsterdam. 4. Woningzoekenden die op 31 december 2022 woonachtig waren in het stadsgebied Weesp en ingeschreven stonden in het aanbodinstrument van de regio Gooi en Vechtstreek, krijgen van rechtswege een inschrijving met dezelfde inschrijfduur in het aanbodinstrument van de woningmarktregio. 5. Het vierde en vijfde lid van artikel 2.2.4 zijn niet van toepassing op woningzoekenden woonachtig in het stadsgebied Weesp. 6. Voor toepassing van artikel 2.4.7, vierde lid wordt voor het bepalen van de ingezetenschap om in aanmerking te komen voor een jongerenwoning, ingezetenschap in de voormalige gemeente Weesp meegerekend. 7. Voor toepassing van de artikelen 2.6.5, eerste lid, onder i en 2.6.7, eerste lid, onder a worden de jaren waarbij een aanvrager en alle personen behorend tot zijn huishouden woonachtig waren in de voormalige gemeente Weesp ook meegeteld. 8.

In afwijking van de artikelen 2.4.7, 2.5.1 en 2.5.2 komt tot 1 januari 2031 voor een huisvestingsvergunning voor woonruimten gelegen in Weesp, als bedoeld in artikel 2.4.1, achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.4.4 en minimaal een jaar ingezetene is van het stadsgebied Weesp; b. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.4.4; c. de woningzoekende die minimaal een jaar ingezetene is van het stadsgebied Weesp; d. overige woningzoekenden. 9. Binnen dezelfde categorie woningzoekenden komt de woningzoekende met de langste inschrijfduur als bedoeld in artikel 2.2.4, tweede lid, als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning. 10. De verlening van huisvestingsvergunningen met toepassing van het achtste en het negende lid wordt toegepast binnen de limiet van zestig procent van het jaarlijkse aantal toewijzingen van woonruimten in het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 2.4.1. 11. Paragraaf 7 van hoofdstuk 2 van deze verordening is niet van toepassing op standplaatsen gelegen in het stadsgebied Weesp die niet in eigendom of in beheer zijn van de gemeente Amsterdam. 12.

Eigenaren van zelfstandige woonruimten gelegen in het stadsgebied Weesp die voor 1 januari 2023 volgens de toen geldende regels legaal zijn omgezet naar onzelfstandige woonruimten komen in afwijking van de voorwaarden als bedoeld in de artikelen 3.3.1 en 3.3.13 in aanmerking voor een omzettingsvergunning. De voorschriften als bedoeld in artikel 3.3.13, tweede lid zijn niet van toepassing op deze vergunningen. 13. In afwijking van artikel 3.11.1, tweede lid, onder a geldt voor het stadsgebied Weesp de datum 1 januari 2023. 14. Voor het stadsgebied Weesp geldt dat burgemeester en wethouders vanaf 1 juli 2023 op overtredingen van de toeristische verhuurregels, als opgenomen in Afdeling III van hoofdstuk 3, handhaven. 15. Voor exploitanten van een B&B in het stadsgebied Weesp geldt dat de B&B-vergunning ten hoogste geldig is tot 1 juli 2028.

16. De verboden ten aanzien van woningvormen, onttrekken en samenvoegen als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid onder a, b en d, gelden niet voor woonruimten gelegen in het stadsgebied Weesp die voor 1 januari 2023 volgens de toen geldende regels legaal zijn gevormd, onttrokken of samengevoegd. J. -

In bijlage 1a, onder 1, komt onderdeel nnnnn te luiden: Nnnnn. Life Revaleiland 92 t/m 168

K. In bijlage 1a, onder 1, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: ooooo. House of Besma New Beginnings - Decartesstraat 21, 27, 45, 51, 57, 63, 81, 87, 93, 103, 111, 127, 133, 141, 147, 155 - Paulus van Hemertstraat 29, 35, 47 - Thomas á Kempisstraat 64, 66, 78, 84 L. In bijlage 1a, onder 3, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: b. Kamerling Onneslaan c. Hamerkwartier M. In bijlage 3, tabel 4 en 5, komt “21,” te vervallen. Artikel II Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Artikel III Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Zesde wijzigingsverordening Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11733914/1